Islam

De Egyptische predikant Dr. Saleem Almahdy helpt christenen deze religie te begrijpen

Vraag: Leert de Islam dat wij allemaal dezelfde God dienen?

                        Antwoord: In een openbare campagne over de betrekkingen tussen de religies in het Westen, zeggen sommige voorgangers dat wij allen dezelfde God aanbidden. Christenen kunnen mis­schien bedrogen worden, maar de moslims niet. Zij geloven niet dat beide religies dezelfde God bereiken. Het is belangrijk de be­tekenis van twee Arabische woorden te kennen die herhaaldelijk in de Koran voorkomen. Het eerste is “Kaffara”, het werkwoord waarvan het woord “Koffar” afgeleid is. (Dat woord betekent: de ongelovigen, of: zij die niet in de Islam geloven).[1] De Arabische tekst gebruikt echter het woord “Kuffar”; de vertaler vertaalt het met “ongelovigen”. Dit is een misleidende vertaling. De vertaler wil niet dat Westerlingen begrijpen, dat de Koran hen ongelovi­gen noemt, alleen omdat zij geen moslims zijn.

Het tweede woord is “Mushrekeen”. (Dat woord betekent: zij die Allah niet aanbidden, of: zij die meer dan één god aanbidden). Daarmee worden Christenen en heidenen bedoeld. De Koran is in het Arabisch geschreven. De Engelse vertaling voor Westerlin­gen is afgezwakt; veel is veranderd en aangepast aan de wes­terse mentaliteit. De Koran gebruikt de bovengenoemde woorden om Christenen en andere niet‑moslims aan te duiden.

De Islam leert het volgende:

1.   De enige religie voor God is de Islam (Soera 3:19).[2]

2.   Ongelovigen zijn zij die God (Allah) en Zijn bode Mo­hammed niet gehoorzamen. “Zeg: gehoorzaam God en Zijn apostel (Mohammed); maar als zij afvallen heeft God hen (“Koffar”) niet lief die het geloof verwerpen” (Soera 3:23). Daarmee wordt bedoeld dat Christenen Allah en zijn bode Mohammed niet gehoorzamen.

3.   De gelovigen (moslims, omdat de enige religie voor God de Islam is, zoals in punt 1 genoemd) kunnen geen on­gelovigen (Christenen en Joden) als vrienden en helpers hebben. “Laten de gelovigen geen “Koffar” (ongelovi­gen) als vrienden en helpers hebben in plaats van gelo­vigen; als iemand dat doet, zal hij door Allah nergens in geholpen worden” (Soera 3:28). Andere vertalers verkla­ren dat ongelovigen (niet‑moslims) niet bij God behoren.

4.   Allah heeft Mohammed en zijn volgelingen opgedragen om tegen de “Koffar”, zij die niet in de Islam geloven, te vechten. “Bestrijd hen (‘Koffar’) die niet in Allah en de Jongste Dag geloven, noch de religie van de waarheid (de Islam) geloven, (zelfs al horen zij bij de mensen van het boek (Christenen en Joden)...” (Soera9:29).

5.   De niet‑moslims zijn onrein. Zij mogen niet bij Mekka en de Heilige Moskee komen. “O, gij die gelooft! De heide­nen, “Muskrekeen” (niet‑moslims) zijn onrein. Laat hen na dit jaar niet bij de Heilige Moskee komen”(Soera 9:28). Een Christen kan Mekka niet bezoeken. Saoedi­-Arabië heeft een snelweg om Mekka heen laten aanleg­gen voor Christenen, die langs Mekka naar andere be­stemmingen moeten. Osama Bin Laden is zijn oorlog tegen Amerika begonnen, omdat ongelovigen (Christe­nen) naar Saoedi‑Arabië zijn gegaan en daarmee het heilige land van de profeet Mohammed ontwijd hebben.

6.   De Koran heeft duidelijk verklaard dat “Koffar” die mensen zijn, die zeggen dat Jezus Christus de Zoon van God is die geloven in de Drie‑eenheid. In Soera 5:72 lezen we: “Zij (‘Kaffara’) lasteren die zeggen: ‘Allah is Christus, de zoon van Maria’. Wie andere goden aan Allah toe­voegt, zal de tuin ontzegd worden en het vuur zal zijn verblijfplaats zijn”.

7.   We lezen ook in Soera 5:73: “Zij (‘Kaffara’) lasteren die zeggen: Allah is een van de drie in de Drie‑eenheid, want er is geen god behalve de ene God. Als zij niet ophouden met lasteren, zullen de lasteraars (‘Koffar’) ernstig gestraft worden.”

De Koran beschouwt Christenen als mensen die niet geloven en die meer dan één god aanbidden (“Kaffara”en “Mushrekeen”), hoewel Mohammed in andere Soera’s aar­dige dingen over Christenen probeerde te zeggen om hen te lokken; daarom noemt hij hen “mensen van het boek”. Hij zei zelfs tegen hen: “Onze Allah en uw Allah is één” (Soera 29:46).

Toen Mohammed zijn eigen soort religie niet kon vormen, verwierp hij de mensen van het boek. Toen hij uit Mekka naar Medina verhuisde veranderde zijn houding. Deze ex­treme tegenstelling, in deze twee delen van de Koran, doet denken aan het contrast zoals men dat aantreft in een gespleten persoonlijkheid.

Als ongelovigen zijn Christenen het mikpunt van Moham­med en zijn volgelingen. Daarom vroeg Mohammed aan zijn volgelingen in Soera 8:39 om hen te doden en aan te vallen, waar men hen ook aantrof. Tenslotte nam Mohammed deel aan meer dan 20 campagnes om niet‑moslims te doden toen de Islam met het zwaard vero­veringen uitvoerde en niet‑moslims in heel Noord‑Afrika en een groot deel van Europa fysiek tot slavernij bracht.

Bron: De stem der martelaren, maandblad van Hulp aan de Verdrukte Kerk, Juli 2002.

St.-Bernardsesteenweg 36, B-2620 Hemiksem.



[1] Vandaar komt het bekende scheldwoord ‘kaffer’!

[2] Een Soera is een hoofdstuk uit de Koran.


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Sekten