Verschillen tussen de sharia en de oud testamentische wetgeving

Voorwoord    engelse vlag

Men hoort van niet-christenen vaak het verwijt dat de koran, met al zijn gruwelijkheden, niet veel verschilt met het Oude Testament. In dit verband kan gewezen worden op de uitspraak van Jeroen Pauw in zijn talkshow Pauw op 24 november 2016 (11). Je kunt dan uiteraard wijzen op het Nieuwe Testament en op de Here Jezus Christus, die zonder zonden en ook zonder geweld was (12). In dit artikel worden er ook vanuit het Oude Testament redenen aangegeven dat het Oude Testament toch heel wat anders is dan wat bijvoorbeeld IS uit de koran haalt (onthoofden, ledematen afhakken van zondaren, nl. de ongelovigen).

Inleiding

Hoewel tal van politici, journalisten, en moslimorganisaties bezorgde Westerlingen ervan willen verzekeren dat de acties van ISIS, Boko Haram, al-Qaeda, al-Shabab, en de Taliban weinig of niets te maken hebben met de islam, echter iedereen, die vertrouwd is met de meest betrouwbare bronnen van de islam, weet dat onthoofdingen, terrorisme, en de seksuele uitbuiting van vrouwelijke gevangenen werden uitgevoerd en gepromoot door Mohammed en zijn metgezellen. Vandaar dat het kritiek hebben op de handelingen van terroristische groeperingen uiteindelijk kritiek op de leringen van de islam betekent. Maar er is een probleem voor christenen die bezwaar maken tegen geweld dat wordt en is gepleegd in de naam van Allah. Immers ook het Oude Testament bevat harde straffen die vergelijkbaar zijn met die in de koran en de hadith (1), en de oorlogen van Jozua vertonen enige gelijkenis met de oorlogen van Mohammed en de 'juist geleide' kaliefen. Hoe kunnen christenen dan de aanvallen die door ISIS worden uitgevoerd, veroordelen zonder daarbij hun eigen geschriften te veroordelen? Zijn we gewoonweg inconsequent?In dit artikel zullen we vijf belangrijke verschillen tussen de sharia (islamitische wetgeving) en oudtestamentische wet(geving) onderzoeken. Voordat we de verschillen bespreken, zullen we nota moeten nemen van de overeenkomsten die leiden tot beschuldigingen van inconsequentie.


Overeenkomsten tussen de sharia en de oudtestamentische wetgeving


Moslims leiden de term sharia af uit de koran, waarin Allah verklaart: "Dan hebben Wij u (o Mohammed) een duidelijke weg gewezen; volg die daarom, maar volg de begeerten der onwetenden niet" (45:18, Ali)(2). Het Arabische woord voor ‘weg’ is hier sharia, dat in dit verband verwijst naar de geboden van Allah die aan Mohammed gegeven werden. Omdat de koran (4:65) ook moslims beveelt om besluiten van Mohammed te gehoorzamen, omvat het geheel van wetten, dat ontstond en dat sharia werd genoemd, zowel de geboden van zowel Allah als Mohammed. De Mozaïsche wet is de verzameling van mitsvot (geboden, traditioneel genummerd door joodse rabbijnen tot 613) die door God aan Mozes werden geopenbaard. Dit systeem van geboden om bepaalde handelingen (mitzvot aseh) uit te voeren en om bepaalde handelingen (mitswot lo taaseh) niet te doen, werd gegeven aan de kinderen van Israël als onderdeel van hun verbond met de God die hen uit de ballingschap had bevrijd. Zowel de sharia en de wet van Mozes noemen strenge straffen voor het overtreden van de morele geboden (bijv. steniging wegens overspel). Beide werden gegeven door mannen die beweerden openbaringen van God te hebben ontvangen. Beide resulteerden in de vorming van theocratische regeringen, belast met de handhaving van Gods geboden. Deze overeenkomsten moeten ons niet verbazen, want Mohammed kende vele joden in Medina en hij zag zichzelf als de Arabische voortzetting van de joodse lijn van profeten. De koran bevestigt zelfs de inspiratie en het gezag van de Torah (3). Maar veel verrassender zijn echter de verschillen.


Verschillen tussen de sharia en de oudtestamentische wetgeving


De wet van Mozes en de sharia kwamen in verschillende tijden tot stand in verschillende landen, in verschillende omstandigheden en in verschillende talen. Toch zijn de verschillen veel dieper dan qua taal of plaats.


1. De Mozaïsche wet kwam pas na de verlossing
In het Oude Testament gaf God de wet van Mozes aan de kinderen Israëls nadat Hij hen had verlost uit hun slavernij in Egypte. God ging niet naar de joden tijdens hun gevangenschap om hen te vertellen dat als ze trouw Zijn wetten zouden gehoorzamen, Hij hen dan zou redden van de Egyptenaren. In plaats daarvan redde Hij hen eerst en gaf hen vervolgens de wet. Dit was een voorbode van het evangelie: "God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is" (Rom. 5:8)(4). Bijbelse gehoorzaamheid aan God is een gevolg van Gods liefde, geen vereiste of voorwaarde voor Gods liefde.


Volgens de koran moet de gehoorzaamheid aan de geboden van Allah voorafgaan aan Allah's liefde, want Allah heeft geen liefde voor ongelovigen of voor degenen die gekenmerkt worden door verschillende soorten zonden:
Allah houdt niet van degenen die de grenzen overschrijden (2:190);
Allah houdt niet van welke ondankbare zondaar dan ook (2: 276);
Allah houdt niet van de ongelovigen (3:32);
Allah houdt niet van de onrechtvaardigen (3:57);
Allah houdt niet van hem die trots en opschepperig is (4:36);

Allah houdt niet van de verkwisters (7:31);

Allah houdt niet van de verraders (8:58);

Allah houdt niet van de onruststokers (28:77);

Allah houdt niet van enig arrogante opschepper (57:23).

De sharia moet dan ook worden gezien als de ‘weg’ of ‘pad’ om de liefde van Allah te verdienen (een concept dat geheel vreemd is aan de Bijbel)(5).

2. De Mozaïsche wet werd vergezeld door wonderen
Het is geen kleinigheid te beweren namens God te spreken, maar de wet van Mozes kwam met méér dan alleen maar krachtige beweringen van Mozes. God voorzag in wonderen vóór, tijdens en na Zijn openbaring van de wet (bijvoorbeeld de plagen over de Egyptenaren, de splijting van de Rode Zee, water dat uit een rots stroomde, manna dat uit de hemel viel, etc.).


Daarentegen ontkent de koran herhaaldelijk dat Mohammeds openbaringen werden vergezeld door enig ander wonder dan de koran zelf. Nadat moslims meer dan een eeuw lang door joden en christenen waren bevraagd over het ontbreken van de wonderen van Mohammed, stelden de moslims uiteindelijk een aantal wonderbaarlijke verhalen op en verwerkten deze in latere bronnen. Deze verhalen zijn echter direct in tegenspraak met de Koran:
“En zij zeggen: ‘Waarom is er geen teken van zijn Heer tot hem (de profeet) neder gezonden?’ Zeg: ‘Het onzienlijke behoort alleen Allah toe. Wacht, ik ben met u onder de wachtenden’” (10:20, Ali)
“En de ongelovigen zeggen: ‘Waarom is hem (de profeet) geen teken van zijn Heer neder gezonden?’ Gij zijt waarlijk een waarschuwer en er is voor elk volk een leidsman” (13:7, Ali).
“Toch zeggen zij: ‘Waarom zijn hem geen tekenen van zijn Heer neder gezonden?’ Zeg: ‘De tekenen zijn bij Allah alleen, en ik ben slechts een duidelijke waarschuwer’. Is het niet genoeg voor hen dat Wij u het Boek hebben geopenbaard dat aan hen wordt voorgelezen? Voorwaar, hierin is barmhartigheid en aanzien voor een volk dat gelooft” (29:50-51, Ali) (6). Het verschil wat betreft het thema van harde juridische straffen in het Oude Testament en de koran is hier zeer relevant. Ongehoorzaam zijn aan een man die beweert namens God te spreken, maar die geen bewijs kan leveren behalve zijn Arabisch proza ​​is één ding, maar ongehoorzaamheid tegenover de God die u door de woestijn leidt door een vuurkolom is geheel iets anders. Omdat verantwoording proportioneel is met het aangeboden en ervaren bewijsmateriaal, hadden joden die tegen Gods geboden in opstand kwamen, geen enkel excuus. 


3. De Mozaïsche wet propageerde eerlijkheid tegenover iedereen


Eén van de meest bekende oudtestamentische opdrachten was dat joden hun naasten moesten liefhebben als zichzelf: “Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de HERE" (Lev. 19:18). Nog opvallender (vooral gelet op de cultuur van die tijd) is Gods gebod (iets later in hetzelfde hoofdstuk) dat dezelfde liefde ook van toepassing is op niet-joden: "En wanneer een vreemdeling bij u in uw land vertoeft, zult gij hem niet onderdrukken. Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HERE, uw God" (Lev. 19:33-34). Ongeveer tweeduizend jaar nadat Mozes deze woorden had overgeleverd aan de kinderen van Israël, eiste de koran een geheel andere behandeling van gelovigen en ongelovigen: "Mohammed is de boodschapper van Allah. En zij, die met hem zijn, zijn hard tegen de ongelovigen en zachtmoedig onder elkaar" (48:29, Hilali-Khan). Deze ‘strenge’ behandeling van niet-moslims is gebaseerd op hun inferioriteit. Allah noemt joden, christenen en ‘al-Mushrikun’ (afgodendienaars) ‘de slechtste der schepselen’: "Voorwaar, de ongelovigen onder de mensen van het Boek en de afgodendienaren zullen in het vuur der hel geworpen worden, daarin zullen zij verblijven. Zij zijn de slechtste der schepselen" (98:6, Hilali-Khan). Moslims echter zijn de ‘beste mensen’, want Allah zegt tegen de moslims: "Gij (moslims) zijt het beste volk dat voor de mensheid (ter lering) is verwekt" (3:110, Hilali-Khan). Dus terwijl de God van de Bijbel de joden eraan herinnert, dat ook zij ooit vreemdelingen in het land Egypte waren en werden gered door genade, herinnert Allah de moslims er aan dat ze superieur zijn aan niet-moslims en dienovereenkomstig de niet-moslims moeten behandelen.


4. De Mozaïsche wet was geografisch beperkt


In Exodus 23:31 zegt God tegen de Israëlieten: "En Ik zal u het gebied geven van de Schelfzee tot de Zee der Filistijnen en van de woestijn tot de rivier de Eufraat”. Gods verbond was met joden die Zijn geboden wilden gehoorzamen in ruil voor een speciaal goddelijk recht op het land. Iedereen die niet de Mozaïsche wet wilde gehoorzamen, was vrij om het land Israël te verlaten. Degenen die in het land bleven, stemden in met de voorwaarden van het verbond (inclusief straffen voor het overtreden van de wet). De joden werden nooit opgedragen over de wereld te marcheren en de Mozaïsche wet op te leggen aan de niet-joodse bevolking. De sharia moet echter worden opgelegd aan de gehele wereld. Volgens de koran zond Allah Mohammed om de islam te laten zegevieren over alle andere godsdiensten: "Hij is het Die Zijn boodschapper met leiding en de ware godsdienst heeft gezonden om deze te doen zegevieren boven alle godsdiensten, ofschoon de afgodendienaren er afkerig van zijn” (9:33). Mohammed zou deze overwinning behalen door tegen de ongelovigen te strijden totdat ze zich onderwerpen aan de islam: "De boodschapper van Allah zei: 'Ik heb de opdracht gekregen om tegen de mensen te vechten totdat zij zeggen: La ilaha illallah [‘Er is geen God dan Allah'], en wie zei La ilaha illahllah, diens eigendom en leven zal door Allah gered worden'' (7). In een visioen werd aan Mohammed getoond dat zijn ummah (moslimgemeenschap) uiteindelijk de sharia zou opleggen aan de hele wereld: "De boodschapper van Allah zei: 'Allah trok de einden der aarde bij elkaar zodat ik ze kon zien, en ik zag de oosterse en westerse landen, en ik zag dat de heerschappij van mijn ummah zo ver zal komen als dat wat voor mij bij elkaar werd getrokken om het te kunnen zien'' (8). Naar hun aard is de Mozaïsche wet geografisch beperkt, terwijl de sharia agressief expansionistisch is.

5. De Mozaïsche wet was niet de laatste boodschap


Het verbond met Mozes was voor de kinderen van Israël, niet voor de rest van de wereld. Sterker nog, zelfs in het Oude Testament, kondigt God aan dat er een nieuw verbond zal komen: "Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN" (Jer. 31:31-32). Door middel van de Messias zou Gods nieuwe verbond zowel joden als heidenen bereiken. In een profetie zegt God tegen de Messias: "Ik, de HERE, heb u geroepen in gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een verbond voor het volk, tot een licht der natien" (Jesaja 42:6). Oudtestamentische profetieën over een nieuw verbond werden vervuld door Jezus, die het verbond met Zijn eigen bloed verzegelde: “En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zei: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zei: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden" (Matt. 26:26-28). Dus het Mozaïsche verbond was een tijdelijke opstap naar een nieuw verbond.


Is er een nieuw verbond na de sharia? In de koran verklaart Allah: "Mohammed is niet de vader van één uwer mannen, maar de boodschapper van Allah en het zegel der profeten; Allah heeft kennis van alle dingen" (33:40). Mohammed is het ermee eens en zegt: "Er zal geen profeet na mij zijn" (9). Allah's laatste marsorders voor moslims, zo lijkt het, betreffen onthoofdingen, het doden van afvalligen, de onderdrukking van vrouwen, en de gewelddadige onderwerping van de hele wereld aan de sharia.

Beoordeling

Hoewel er veel meer verschillen bestaan tussen de Wet van Mozes en de sharia (we zouden van gebod tot gebod moeten opdracht gaan om hen alle te onderzoeken)(10), hebben we genoeg gezien om beschuldigingen van inconsistentie weg te nemen. Christenen die ‘ISIS-stijl’ onthoofdingen, seksuele uitbuiting van vrouwen, en onderdrukking van religieuze minderheden veroordelen, zijn geen huichelaars, want de gelijkenissen tussen de wet van Mozes en de wet van Mohammed zijn slechts oppervlakkig. Daarom zouden atheïsten en moslims die de Bijbel ter sprake brengen wanneer de sharia in twijfel wordt getrokken of bekritiseerd, er goed aan doen om een Bijbel te openen en te zien wat het werkelijk zegt.

David Wood, PhD (gastheer van de Trinity Channels live talk show Jezus of Mohammed?’ Hij heeft deelgenomen aan meer dan veertig publieke debatten in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk.)

Vertaling: Piet Guijt

Dit artikel verscheen voor het eerst in het Christian Research Journal, volume 38, nummer 06 (2015). De volledige tekst van dit artikel is te vinden op: http://www.equip.org/article/five-differences-sharia-old-testament-law/

Noten.
1. Moslims geloven dat de koran aan de directe woord van Allah is. De Hadith (in tal van boeken en collecties) bevat de leer van Mohammed.
2. Tenzij anders vermeld, zijn de koran-citaten afkomstig uit de M. H. Shakir vertaling. Andere verzen, waar aangegeven, zijn afkomstig uit de vertaling Abdullah Yusuf Ali (Ali) en de vertaling Hilali-Khan (Hilali-Khan).
3. Zie 3:3-4; 5:43-44; 5:68; 7:157; 10:94.
4. Alle Bijbelcitaten zijn afkomstig uit de New American Standard Bible.
5. In antwoord op de koran-passages waarin staat dat Allah houdt niet van de ongelovigen, merken sommigen op dat bepaalde oudtestamentische passages zeggen dat God zondaars haat (bijv. Lev. 20:23; Psalm 5:5; 11:5; etc.). Maar ook hier is er een schrijnend verschil tussen de koran en de Bijbel. Jezus beveelt zijn volgelingen: "Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is" (Matt. 5:44-45; Rom. 5: 6-8). Omdat Jezus' woorden gezaghebbend zijn, zullen uitspraken over God die de zondaars haat, moeten worden geharmoniseerd met uitspraken over God die zondaren liefheeft, ofwel door erop te wijzen dat passages zoals Psalm 5:5 poëtische uitingen zijn van Gods haat tegen de zonde of door te stellen dat God zondaars op een bepaalde manier liefheeft, maar een hekel aan hen heeft op een andere manier. De koran echter vereist geen dergelijke harmonisatie, want er is gewoon geen nadruk op Gods liefde voor zondaars of ongelovigen. 
6. Zie ook 2:118; 6:37,109; 11:12; 13:27; 17:59, 90-93; 20:133; 28:48.
7. Sahih al-Bukhari, trans. Muhammad Muhsin Khan (Riyad, Saoedi-Arabië: Darussalam Publishers, 1997), 6924. Vgl. koran 5:32-33; 9:29,111,123; 48:29.
8. Sahih Muslim, trans. Nasiruddin al-Khattab (Riyad, Saoedi-Arabië: Darussalam Publishers, 2007), 7258.
9. Sahih al-Bukhari
10. Voor een zorgvuldige bespreking van de oudtestamentische wetten die volgens de moderne normen buitengewoon hard zijn, zie Paul Copan, Is God een moreel Monster? (Grand Rapids: Baker Books, 2011). Voor een analyse van de bewering dat oudtestamentische oorlogen genocide betekenden, zie Paul Copan en Matthew Flannagan, Heeft God werkelijk genocide bevolen? (Grand Rapids: Baker Books, 2014); en Matthew Flannagan, "Is de God van het Oude Testament een voorstander van totale oorlog tegen niet-strijders” in dit nummer van de Journal, 10-11.

11. “We weten ook allemaal als je je er een beetje in verdiept, dat al die boeken verschrikkelijk zijn en altijd oproepen tot geweld”, aldus Jeroen Pauw. Uit zijn uitspraak blijkt, dat hij zich er helemaal niet in verdiept heeft.

12. Ds. Paul Visser en EO-presentator Tijs van den Brink reageerden in de talkshow Pauw van 8 december 2016 op de ongenuanceerde uitspraak van Pauw.


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Schriftkritiek