De actualiteit van de stellingen van Chicago

De actualiteit van de Chicago Verklaringen

In 1978 werd te Chicago door een grote groep evangelische theologen en leiders de zogenaamde "Chicago Verklaring over de onfeilbaarheid van de bijbel" opgesteld. (The Chicago Statement on Biblical Inerrancy) Ongeveer 250 evangelische leiders waren daar bijeen waaronder theologen als Carl Henry, Francis Schaeffer en J.I. Packer. Het gaat om een gemeenschappelijke "verklaring" die opnieuw bevestigt wat christenen altijd geloofd hebben aangaande de Schrift. De tekst bestaat uit drie onderdelen: een samenvattende verklaring, negentien artikelen van bevestiging en ontkenning en een korte uitleg. Elk artikel bestaat uit een bevestiging van het goede (wij belijden ..) en een verwerping van het verkeerde ( wij ontkennen ...). Dit laat scherp het verschil zien tussen de orthodoxe opvattingen en de afwijkingen van de neo-evangelicals, de vrijzinnigen en de neo-orthodoxie. (De tekst van de Engelse verklaringen en een Nederlandse vertaling staan op mijn homepage www.solcon.nl/apgeelhoed onder de link Chicago Verklaringen)

De verklaring over de hermeneutiek Erkennen dat de bijbel het onfeilbare geïnspireerde woord van God is, is niet genoeg als er verwarring bestaat over de wijze waarop we de bijbel moeten uitleggen. De uitleg van de bijbel is het terrein van de hermeneutiek. De hermeneutiek houdt zich bezig met de regels voor de bijbeluitleg. Daarom vergaderde de kern van dezelfde groep evangelische leiders en theologen, die eerder in 1978 de Chicago Verklaring over de onfeilbaarheid hadden opgesteld, in 1982 opnieuw, wat resulteerde in de Chicago Verklaring over de hermeneutiek van de bijbel (The Chicago Declaration on Biblical Hermeneutics). In deze verklaring worden de belangrijkste fundamentele hermeneutische principes geformuleerd. Algemeen aanvaarde overtuigingen De evangelische theologen en leiders die de Chicago Verklaringen opgesteld hebben zijn een representatieve vertegenwoordiging van de toenmalige traditionele evangelische beweging. Evangelisch hier in de ruimere zin van het woord, waar het staat voor alle orthodoxe protestantse gelovigen. In de twee verklaringen zijn dus de toenmalig algemeen aanvaardde overtuigingen aangaande de onfeilbaarheid en de hermeneutiek van de Schrift vastgelegd. De deelnemers maakten er aanspraak op dat hun, in de verklaringen neergelegde, leerstellingen een weergave zijn van de overtuigingen van de bijbelgetrouwe christenen door de eeuwen heen. Ik citeer uit artikel XVI van de verklaring over de onfeilbaarheid: "Wij bevestigen dat de leer van onfeilbaarheid een integrerend deel is geweest van het geloof van de Kerk doorheen haar geschiedenis." Niet langer algemeen aanvaard De voorbije twintig jaar is de eenstemmigheid over de onfeilbaarheid van de Schrift binnen de evangelische beweging in grote mate aangetast. Velen die zich evangelisch noemen geloven niet meer in de onfeilbaarheid, in de inerrancy, van de Schrift.

 

De verwarring over de juiste hermeneutiek neemt ook toe. Vertalingen Voor zover mij bekend zijn er op dit moment twee Nederlandse vertalingen van de Chicago Verklaringen beschikbaar. De ene is gemaakt door dr. Theo Kunst en drs. Rob Matzken. De andere staat in de gedenkbundel "Dicht bij de bijbel" van de ETF. Persoonlijk vind ik de vertaling uit de gedenkbundel van de ETF in iets vloeiender Nederlands gesteld, dat maakt deze vertaling toegankelijker. Het is alleen storend dat in de vertaling uit de gedenkbundel van de ETF een zeer ernstige vertaalfout staat. In artikel VI van de "verklaring over de hermeneutiek" wordt de engelse uitdrukking "propositional truth" geheel verkeerd vertaald door "verifieerbare waarheid." Dit is geen letterlijke vertaling, maar een foutieve interpretatie. Propositional truth betekent waarheid die is uitgedrukt in proposities, dat heeft niets met de mogelijkheid van verificatie te maken. Beide vertalingen hebben de sleutelwoorden "Inerrant, Inerrancy" vertaald door "onfeilbaar, onfeilbaarheid." Dit is echter geen nauwkeurige vertaling. Letterlijk betekent inerrant foutloos en inerrancy is foutloosheid. De vertalers hebben er blijkbaar voor gekozen om inerrant door onfeilbaar te vertalen. In de Engelstalige wereld is echter door de evangelische theologen bewust voor de term inerrant, foutloos, gekozen. Dit is gedaan omdat het eerder door bijbelgetrouwe christenen gebruikte woord onfeilbaar, in het Engels "infallible", te gemakkelijk uit te hollen bleek. In ieder geval moet het woord onfeilbaar, zoals u dat vindt in de beide Nederlandse vertalingen, verstaan worden als foutloos. Het standpunt van de Evangelische Theologische faculteit Aan het Bijbelinstituut België en de Evangelisch Theologische Faculteit te Heverlee zijn de beide Chicago verklaringen opgenomen in het document "Karakter en Roeping." Dit document handelt over de identiteit en het doel van de ETF. Velen in de evangelische wereld noemen zich bijbelgetrouw. De vraag is natuurlijk hoe je dat begrip invult. Wat versta je onder bijbelgetrouw? Prof. Nullens van de ETF formuleerde het antwoord op deze vraag zo: "Deze verklaringen, de Chicago Verklaringen, geven uitdrukking aan wat de Evangelische Theologische Faculteit onder bijbelgetrouw verstaat" (1)

 

Relatief onbekend In Nederland zijn de verklaringen niet zo bekend. Wellicht omdat toen de verklaringen werden opgesteld voor de overgrote meerderheid van de evangelicals de zaken die in de verklaringen worden beleden in die tijd nog vanzelfsprekend waren. Weerstand tegen de Chicago Verklaringen Omdat velen in de Nederlandstalige evangelische en orthodox-reformatorische wereld, als je doorvraagt, in feite niet meer achter de inerrancy van de Schrift staan, voelen zij zich ongemakkelijk met de Chicago Verklaringen. Hun houding is dan ook zeer tweeslachtig. Men aarzelt om openlijk de Chicago Verklaringen af te vallen, maar men wil ze ook niet onderschrijven. De directeur van een evangelische instituut antwoordde desgevraagd dat zijn instituut achter de "geest" van de Chicago Verklaringen staat maar dat men niet de letterlijke tekst onderschreef. De actualiteit van de Chicago Verklaringen De kerkgeschiedenis van de laatste 200 jaar laat zien dat de afval van het geloof telkens weer is begonnen met een verandering in de schriftvisie. Die verandering was eerst subtiel en daarna steeds openlijker. Het eerste wat werd losgelaten is de onfeilbaarheid van de bijbel. Men stelde dat er toch wel, op detailpunten, kleine foutjes in de (oorspronkelijke geschriften van de) zullen hebben gestaan.

Men spreekt dan niet meer over onfeilbaar maar over betrouwbaar. Als dit eenmaal geaccepteerd is volgen er steeds weer nieuwe stappen. Zo is het gegaan met onder meer de Gereformeerde Kerk (synodaal), de NCRV en de Vrije Universiteit. Vijftig jaar geleden was de Gereformeerde Kerk nog volledig orthodox, op dit moment is die Kerk bijna volledig vrijzinnig. Deze verandering heeft niet van de éne op de andere dag plaats gevonden. Het is begonnen met kleine stapjes. De voorbije 15 jaar is een zelfde proces van afval, van afglijden van orthodox naar vrijzinnig, op gang gekomen in de tot voor kort nog orthodox reformatorische kerken. Kerken als de Gereformeerde Bond, dat is het orthodoxe deel van de Hervormde Kerk, de Nederlands Gereformeerde Kerk en de Christelijk Gereformeerde Kerk. Zelfs door de meest orthodoxe leiders in reformatorische kringen is het tegenwoordig gebruikelijk om de onfeilbaarheid, in de zin van foutloosheid, te verwerpen. Dit kun je de eerste fase van het afglijden noemen. Het loslaten van de onfeilbaarheid, en daarmee nauw samenhangend het loslaten van de woordelijke inspiratie van de bijbel, maakt de weg vrij voor, de tweede fase, dat is het oprukken van de schriftkritiek. Sinds enige tijd is duidelijk dat de tweede fase inmiddels is aangebroken. Op dit moment worden in bijna alle, tot voor kort nog volledig, orthodox reformatorische kerken door sommigen openlijk schriftkritische gedachten uitgedragen. De heer L.M.P. Scholten heeft dit in een recent artikel gedetailleerd en goed gedocumenteerd beschreven. (Het artikel heeft als titel "Alarm om de bijbel" en staat op mijn homepage http://www.solcon.nl/apgeelhoed onder de link "onfeilbaarheid")

Ter illustratie een voorbeeld dat in het artikel wordt besproken. Recent is een nederlands hervormde predikant (G.H. van Kooten), die lid is van de orthodoxe Gereformeerde Bond, gepromoveerd in de theologie aan de Vrije Universiteit. In zijn proefschrift beweert hij dat de brieven aan Efeze en Colosse niet door de apostel Paulus zijn geschreven. Terwijl de brieven zelf uitdrukkelijk stellen dat ze wel door Paulus zijn geschreven. Zulk soort theorieën zijn niet nieuw. Nieuw is dat iemand die lid is van de orthodoxe Gereformeerde Bond dit soort dingen beweert. Veelzeggend is dat er vanuit de Gereformeerde Bond nauwelijks op wordt gereageerd, er wordt geen tucht uit geoefend (schorsing als lid). Integendeel er stond zelfs een positief stuk over het proefschrift in de Waarheidsvriend, het orgaan van de Gereformeerde Bond. In evangelische kring is het niet veel beter. Ook daar begint men te twijfelen. Vele moderne evangelicals verwerpen de onfeilbaarheid in de zin van foutloosheid. Sommigen hebben de onfeilbaarheid vervangen door betrouwbaarheid, anderen hebben het woord onfeilbaar uitgehold.

Ze stellen dan dat de bijbel wel onfeilbaar is maar niet foutloos. Neem b.v. de Evangelische Omroep. Net zoals alle evangelicals uit die tijd stonden de oprichters van de EO allemaal achter de onfeilbaarheid, dat is de foutloosheid, van de bijbel. De EO heeft de eerste helft van haar bestaan dan ook consequent de foutloosheid van de bijbel verdedigd. In 1981 heeft de EO b.v. een boekje uitgegeven "De bijbel in de beklaagdenbank" waarin de foutloosheid wordt beleden en verdedigd. Ik citeer uit het boekje van pagina 32 :"nu gaat het er om in te zien dat de Geest Gods gewaakt heeft over elk woord dat werd opgeschreven en dat daarom de Bijbel geen menselijke vergissingen kan bevatten, ook niet op het punt van natuur en geschiedenis. Gods Geest heeft er over gewaakt dat het gewoon-menselijke spraakgebruik van de bijbelschrijvers bewaard bleef voor fouten" Eind 1998 heb ik het bestuur van de EO gevraagd of het nog steeds achter deze uitspraak staat. Dat weigerde men te bevestigen. Het bestuur gaf een ontwijkend antwoord (2). De grondslag van de EO is overigens dubbelzinnig op dit punt. In de grondslag wordt wel het woord "onfeilbaar" genoemd, maar er staat niet dat de bijbel zelf onfeilbaar is, er staat dat het gezag van de bijbel onfeilbaar is. Dit laat ruimte om te zeggen: Er staat wel hier en daar een foutje in de bijbel maar toch heeft de bijbel onfeilbaar gezag.

Een ander teken aan de wand is dat de voormalige Centrale Pinkster Bijbelschool, nu de Azusa Hogeschool, een samenwerkingsverband is aangegaan met de door en door vrijzinnige Vrije Universiteit. Men brengt dus de eigen studenten in contact met dit bolwerk van vrijzinnigheid (3). Als u twijfelt aan mijn verhaal dan kunt u zelf de bronnen die ik aangeef controleren. U kunt ook zelf uittesten waar allerlei evangelische instituten staan. Vraag aan hen of ze achter de Chicago Verklaringen staan. Dan zult u merken dat men ontwijkend antwoordt of men antwoordt met nietszeggende zinnen als "we staan wel achter de Geest van de Chicago Verklaringen maar niet achter alle formuleringen."

Een buitenstaander als professor H.C. Stoffels (godsdienstsocioloog aan de Vrije Universiteit) heeft goed in de gaten wat er in de evangelische wereld en met name met de Evangelische Omroep gebeurt. Ik citeer uit het krantenverslag (4) van een door hem gehouden toespraak "Het onrustig zoeken naar iets nieuws van sommige EO-medewerkers vindt hij sprekend lijken op het klimaat in de Gereformeerde Kerken van eind jaren vijftig." Dat zijn dus de jaren dat de afval in die kerk begon. De interviewer vroeg daarop aan Stoffels "Staat de EO dan net zo'n drastische gedaanteverandering te wachten als de Gereformeerde kerken." Zijn antwoord was: "dat lijkt me onvermijdelijk." De heer Johan Frinsel sr., die vele jaren vice-voorzitter van de EO is geweest, heeft publiek gesteld dat de EO de weg van de NCRV is ingeslagen. Hij is indertijd daarom ook uit protest vervroegd afgetreden. U ziet hoe actueel de Chicago Verklaringen zijn.

De eerste verdedigingslinie tegen de schriftkritiek is de bijbelse leer over de woordelijke inspiratie van de bijbel. Die verdedigingslinie wordt op dit moment in de evangelische wereld ondermijnd door mensen als W.J. Ouweneel. Als orthodoxe gelovigen stellen wij dat de leer over de woordelijke inspiratie vanuit de bijbel aangetoond en bewezen kan worden. Die leer is daarom een bijbelse waarheid die geloofd moet worden. Ouweneel relativeert tegenwoordig alle leer en dus ook de leer over de woordelijke inspiratie (5). Hij vindt alle inspiratietheorieën maar gebrekkig en tijdgebonden, dat vindt hij dus ook van de leer over de woordelijke inspiratie van de Schrift. Juist, nu de Schriftkritiek de evangelische en orthodox reformatorische kerken dreigt te overstromen, zou met kracht de woordelijke inspiratie en de onfeilbaarheid van de bijbel moeten worden verdedigd en benadrukt.

Maar in plaats daarvan ondermijnt hij de leer over de woordelijke inspiratie. De dijken breken door en in plaats van de dijken te versterken haalt hij door zijn relativering van alle inspiratietheorieën het fundament onder de dijken vandaan. W.J. Ouweneel is tot deze relativering gekomen door zijn uit de wijsbegeerte der wetsidee afkomstige scherpe onderscheid tussen geloofskennis en theologische kennis. Dit onderscheid is nooit algemeen aanvaard geweest in bijbelgetrouwe kringen. En zelfs de kleine groep die het wel aanvaardde (zoals de leden van de Vereniging voor Reformatorische Wijsbegeerte) staan hier al lang niet meer achter. Nog een enkeling als prof. A. Troost en W.J. Ouweneel geloven hier nog in.

Deze marginale en obsolete filosofische theorie gebruikt Ouweneel tegenwoordig om alle dogma te relativeren. Op 29 augustus, vorig jaar, is er in de Goudse Sint-Janskerk een symposium gehouden rond het afscheid van ir. J. van der Graaf als secretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde Kerk. W.J. Ouweneel was één van de sprekers. Tijdens zijn bijdrage suggereerde hij dat we misschien opnieuw, van de grond af, onze schriftvisie moeten opbouwen (6) Waarom doet Ouweneel deze suggestie? Is er dan iets mis met de traditionele evangelische visie op de Schrift? De leer over onder meer de woordelijke inspiratie, de onfeilbaarheid, de genoegzaamheid, de doorzichtigheid, van de Schrift. Is die leer dan niet gebaseerd op het zelfgetuigenis van de bijbel? Wordt in die leer het zelfgetuigenis van de Schrift dan niet samengevat en nagesproken?

Blijkbaar vindt Ouweneel dat er iets mis is met de traditionele evangelische visie op de bijbel waarom anders suggereren dat de visie op de Schrift wellicht van de grond af aan weer opgebouwd zou moeten worden. Dit is geen incident want in 1997 pleitte hij, op het jubileumcongres van de EO, ook reeds openlijk voor een herbezinning op de Schrift. Die herbezinning vond hij noodzakelijk omdat volgens hem de traditionele schriftvisie te rationalistisch is. Bij de herbezinning op de Schrift moest volgens hem daarom elke vorm van rationalisme worden afgezworen. Hij sprak letterlijk over "de nieuwe schriftbeschouwing" waar deze herbezinning toe moet leiden (7). Het verwarrende nu is dat Ouweneel, als men hem dat vraagt, op een ander moment weer met even grote stelligheid zal beweren dat hij volledig achter de traditionele schriftvisie staat. Dan beweert hij dat hij verkeerd begrepen is. Maar als er dan niets aan de hand is, als Ouweneel dan achter de traditionele evangelische visie op de Schrift staat, waarom dan op het symposium deze suggestie doen?. Door dergelijke oproepen en suggesties relativeert hij de traditionele schriftvisie. Als je er van overtuigd bent dat de traditionele evangelische schriftbeschouwing op de bijbel gebaseerd is dan doe je zulke suggesties en zulke oproepen niet. Het is onbegrijpelijk hoe het kan bestaan dat iemand die, volgens eigen zeggen, vierkant achter de traditionele schriftvisie staat ondanks dat toch kan oproepen tot een herbezinning op de Schrift die moet leiden tot een nieuwe schriftvisie? Hoe kan iemand die van harte achter de traditionele schriftvisie staat toch de suggestie doen dat het misschien wel nodig kan zijn om de schriftvisie opnieuw van de grond af aan op te bouwen? Op echt postmoderne wijze spreekt Ouweneel over de Schriftvisie op dubbelzinnige wijze, hij zeg ja en nee tegelijk. Zo beweert hij dat hij volledig achter de Chicago Verklaringen staat. Als hoogleraar van de ETF in Heverlee heeft hij de Chicago Verklaringen ondertekend. Maar intussen oefent hij er ook serieuze inhoudelijke kritiek op (8).

Logisch gezien zijn er maar twee mogelijkheden. Ofwel je staat volledig achter de Chicago Verklaringen ofwel je staat daar niet achter. Ouweneel zegt dus dat hij er volledig achter staat en dat hij er niet volledig achterstaat. Hij gebruikt daarvoor een dialectische oplossing. Hij zegt "ik sta volledig achter de geest van de Chicago Verklaringen maar ik sta niet achter de exacte formuleringen. Of om het in zijn eigen filosofische jargon te zeggen: hij staat wel volledig achter de geloofskennis die achter de Chicago Verklaringen ligt maar hij staat niet volledig achter de theologische formuleringen van de verklaringen. Kritiek op artikel 6 van de verklaring over de hermeneutiek Dit artikel wordt door vele moderne evangelicals aangegrepen voor het afwijzen van de Chicago Verklaringen. Er staat in het artikel dat de bijbel Gods waarheid uitdrukt in propositionele verklaringen. (the Bible expresses Gods truth in propositional statements) Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Een propositie is een bewering die waar of niet waar kan zijn. Neem als voorbeelden de volgende uitspraken: de aarde is rond, Jezus is opgestaan, Piet is mijn broer, ik houd van chocolade, wie geloof heeft eeuwig leven. Dit zijn allemaal proposities, beweringen die waar of niet waar kunnen zijn.

Het artikel van de Chicago Verklaringen stelt dat, waar we in de bijbel beweringen tegenkomen, we geloven dat al die beweringen waar zijn. Als de bijbel stelt dat Jezus is opgestaan dan geloven we dat dit een ware bewering is. Als de bijbel zegt dat Jezus over water heeft gelopen dan geloven we dat dit waar is, dat wil zeggen dat dit ook echt is gebeurd. Het artikel stelt dat alle verklaringen, beweringen waar zijn, dat wil zeggen dat ze overeenkomen met de werkelijkheid. Dit artikel is gericht tegen de neo-orthodoxie die, net zoals tegenwoordig iemand als Nico Verlinden doet, beweert dat de bijbel wel waar is maar dat het niet echt gebeurd is. Ik moet denken aan een nederlands hervormde predikant uit mijn jeugd die op de kansel bewogen over de opstanding van Jezus sprak (de opstanding als teken van hoop, de dood is het einde niet) maar die in een persoonlijk gesprek tegenover mij verklaarde dat het niet van belang is of de beenderen van Jezus nu wel of niet in een graf liggen. Enige tijd geleden heeft ds. W. Dekker (Gereformeerde Bond!!) nog publiek verklaard dat volgens hem de opstanding zo transparant was dat er geen foto van had genomen kunnen worden (9). Mijn kinderen bezoeken een algemeen christelijke middelbare school. In de godsdienstles volgt men de methode "Van horen zeggen." Ik heb het bijbehorende handboek voor de leerkracht zelf besteld en gelezen. Ik las dat één van de lesdoelen van de methode is de kinderen duidelijk te maken dat het in de bijbel niet om echte geschiedenis gaat. Het verbijsterende is dat moderne evangelicals juist dit artikel 6, wat hiet tegenin gaat, afwijzen als scientistisch, fundamentalistisch, modernistisch. (U bent vermoed ik deze modekreten vast wel in de evangelische pers tegengekomen.)

En daarbij lezen ze allerlei dingen in het artikel die er niet in staan. De voornaamste afwijkingen Een korte samenvatting. Het loslaten van de woordelijke inspiratie van de schrift. Men spreekt nog wel over inspiratie maar niet meer over woordelijke inspiratie. Of men relativeert de woordelijke inspiratie op de wijze zoals W.J. Ouweneel dat doet. Het loslaten van de foutloosheid, de onfeilbaarheid, van de bijbel. Men spreekt niet meer over onfeilbaarheid of men holt de onfeilbaarheid uit. Men begint schriftkritische gedachten over de oorsprong en het ontstaan van bijbelboeken te aanvaarden. Waar de Chicago Stellingen beweren dat elke uitspraak die de bijbel doet ook waar is, waar in de zin dat het overeenkomt met de werkelijkheid, wijst men dit af als rationalisme. Voorzichtig begint men te stellen dat het toch geen ketterij is als iemand niet gelooft dat Adam en Eva letterlijk geschapen zijn. In Amerika is er een grote theologische school, het Fuller Theological Seminary, die als evangelisch bekend staat. Uit een in 1982 gehouden enquête bleek dat nog maar 56 % van de studenten nog bleek te geloven dat het menselijk leven op aarde was begonnen met de Schepping van Adam en Eva (10). Dus 44% geloofde niet in een letterlijke schepping van Adam en Eva, en toch beschouwt men zichzelf als evangelisch. Het nut van de Verklaringen Zoals hierboven is aangegeven wordt op dit moment meer en meer afgeweken van de traditionele evangelische en orthodoxe opvattingen. Om deze trend te ontmaskeren en waar mogelijk te keren zijn de Chicago Verklaringen opgesteld. De verklaringen geven een duidelijke samenvatting van wat de traditionele evangelicals onder bijbelgetrouw verstonden. De stellingen vormen een ijkpunt, een norm, waaraan gezien kan worden waar wordt afgeweken. De leraars van de vorige generatie evangelicals hebben in de verklaringen duidelijk de bijbelse weg gewezen. "Dit is de weg wandelt daarop" (Jesaja 30:20,21). Ook toen werd er reeds door velen, zij het nog niet in de huidige omvang, afgeweken van de traditionele bijbelse standpunten. Artikel Uitdaging, september 2001, p. 9, "Evangelisch blijven eerste roeping trouw" De correspondentie met het bestuur staat op mijn homepage

Ary Geelhoed

http://www.solcon.nl/apgeelhoed in bijlage F van het document "Wat is er aan de hand in de evangelische wereld?" Blad de Parakleet, derde kwaartaal 2001, pp. 16 en 17

"Het ongeduld van de voorhoede", Reformatorisch Dagblad van 7-4-2001 "Ouweneel wijst theorieën over inspiratie af", het Nederlands Dagblad van vrijdag 12-10-01

Bron. Het RD van 30-8-2000 De boodschap en de Kloof, 1997, uitgave Evangelische Omroep, samengesteld door A.G. Knevel, p. 64,65 Het gezag van de bijbel, Knevel A.G. (red), 18=987, pp. 77, 78 "Geloof komt niet voort uit logische overwegingen",

Reformatorisch Dagblad van ..-3-2000 "Reforming Fundamentalism", C.M. Marsden,pp. 302,303, 1987, Michigan.

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Schriftgezag