Apologetiek voor een nieuwe generatie

Apologetiek voor een nieuwe generatie

Sean McDowell

Dit artikel verscheen voor het eerst in het Christian Research Journal, volume 30, nummer 1 (2007). Voor meer informatie of een abonnement op het Christian Research Journal gaat u naar: http://www.equip.org. Het sluit mooi aan bij het artikel ‘Christelijke apologetiek’ dat enkele jaren geleden in Promise is verschenen. http://www.stichting-promise.nl/artikelen/schriftgezag/christelijke-apologetiek.htm

INLEIDING


De meeste christelijke jongeren ‘rollen’ vandaag de dag door het leven zonder al te veel na te denken over hun geloof. Ze hebben geen duidelijk beeld over de aard en het karakter van de Drie-enige God, over andere essentiële christelijke waarheidsclaims, en over de aard van de waarheid zelf. Hun wereldbeschouwingen worden vaak meer gevormd door een pluralistische cultuur dan door bijbelse lectuur, zodat hun geloof sterk verschilt van bijbelse normen. Als gevolg hiervan hebben veel tieners het geloof waarmee zij zijn opgegroeid, verlaten, en van hen die nog wel geloven, leven maar weinigen als moedige getuigen van Christus.

Toegewijde tieners die een authentiek christelijk wereldbeeld omarmen, hebben niet alleen minder kans om het geloof vaarwel te zeggen, maar zullen het waarschijnlijk ook meer in hun dagelijks leven in praktijk brengen. Dit is de reden waarom apologetiek-‘training’ zo'n essentieel onderdeel is van het opvoeden van de jeugd. Als we hen kunnen helpen om de waarheid en de schoonheid van het christelijk geloof zich eigen te maken, zullen ze veel meer kans hebben de goedheid ervan uit te leven.

De geschiedenis heeft aangetoond dat mensen handelen naar wat zij geloven, niet naar wat ze zeggen te geloven, of willen geloven, maar wat ze echt geloven. Mensen die geloven dat God werkelijk gesproken heeft door de Bijbel, zullen veel meer de bijbelse richtlijnen volgen en zijn veel vrijmoediger in hun getuigenis voor de waarheid van het christendom, dan degenen die er niet zo van overtuigd zijn. We moeten jonge mensen met liefde erin opleiden dat zij in staat zijn om met vertrouwen en gezag hun geloof te verdedigen.

De bel voor de lunch ging en Mike sloop schaapachtig mijn klas in, zakte onderuit voor een bureau, en begroef zijn gezicht in zijn over elkaar geslagen armen. Als een typische tweedejaars op de middelbare school, wilde hij niet voor zijn vrienden afgaan, dus kwam hij met me praten als er niemand in de buurt zou zijn. Toen ik dichterbij kwam, ging hij overeind zitten, keek me in de ogen en zei kortaf: "Mijnheer McDowell, we moeten eens praten. Ik denk dat ik mijn geloof dreig te verliezen”.

Net zoals veel jonge mensen werd Mike, zonder veel na te denken over zijn christelijke geloof, in beslag genomen door zijn dagelijkse bezigheden. Op de avond voordat we spraken had hij een atheïstische website bezocht waarop moeilijke vragen over zijn geloof werden gesteld. Omdat hij niet voldoende kennis en geloof had om de uitdagende vragen te beantwoorden, begon hij zich af te vragen: Is de Bijbel echt waar? Hoe zit het met de evolutie? Hoe kan ik geloven dat het christelijk geloof de enige weg tot God is? Hoe kan een liefhebbende God die almachtig is en die het kwaad kan voorkomen, dat kwaad toch laten gebeuren? Twijfels belaagden zijn geloof in God.

Gelukkig vertrouwde Mike me genoeg om mijn hulp in te roepen bij deze uitdaging tijdens zijn geloofsreis, en gedurende de eerstvolgende paar maanden brachten we vele lunchuren door met het verkennen van belangrijke apologetiek-vragen. We onderzochten de authenticiteit van de Bijbel en van buitenbijbels bewijsmateriaal voor de waarheidsclaims van het christelijk geloof op het terrein van geschiedenis, filosofie en wetenschap. Mike waardeerde het dat hij een goed geïnformeerde volwassene kende om hem door de moeilijke vragen te helpen, en later vertelde hij mij dat, als ik er niet was geweest, hij waarschijnlijk zijn geloof overboord zou hebben geworpen.


HET VERSCHIL DAT APOLOGETIEK MAAKT


Zoals het voorbeeld met Mike laat zien, zou apologetiek-training een essentieel onderdeel moeten zijn bij het onderwijzen van de jeugd. Er is niet aan te ontkomen dat jongeren hun geloof uitgedaagd zullen zien, of ze nu op de middelbare school zijn of dat ze in de ‘echte’ wereld zijn. We moeten jonge mensen leren om God niet alleen met hun hart en ziel lief te hebben, maar ook met hun verstand (Matt. 22:37) en in staat zijn om hun geloof te verdedigen tegenover diegenen die daarover vragen stellen (1 Petr. 3:15).

In de afgelopen tien jaar of langer, is de christelijke wereld overspoeld met boeken over hoe het ambt in een postmoderne wereld moet worden ingevuld. De auteurs hebben terecht gewezen op de vele culturele veranderingen als gevolg van het postmodernisme, maar hebben vaak niet beseft hoeveel eigenlijk toch hetzelfde is gebleven. Ik sta er verbaasd over als ik hedendaagse schrijvers lees, met name enkele in de zgn. ‘emerging church’ -beweging, die twijfelen aan de noodzaak voor apologetiek in het begeleiden van de postmoderne jeugd.

De socioloog Christian Smith, die een van de meest uitgebreide studies heeft gedaan naar de cultuur en de hedendaagse jeugd, wijst erop dat de jeugd vandaag de dag niet de behoefte heeft aan een radicaal nieuw postmodern soort programma of bediening (1). Smith is daarentegen van mening, dat een van de sleutelelementen die jonge mensen nodig hebben, is om uitgedaagd te worden na te gaan waarom ze geloven wat ze geloven en om te leren hoe ze hun geloof onder woorden kunnen brengen. Het is zeker waar dat het beleven en voorleven van het christen zijn met consistentie en overtuiging een aantrekkelijk getuigenis geeft, maar dit mag ons niet weerhouden van het geven van een rationele verdediging voor het kunnen vinden van de waarheid, of de samenhang van/in de christelijke waarheidsaanspraken ten aanzien van de werkelijkheid.

Mijn ervaring is dat, vooral als ze anoniem kunnen reageren, studenten vaak lastige vragen stellen, en geïnteresseerd zijn in argumenten voor het geloof in het christendom en haar waarheidsclaims. Tijdens spreekbeurten in heel de Verenigde Staten heb ik duizenden van deze vragen van nieuwsgierige studenten verzameld. "Hoe kan ik weten of God werkelijk bestaat?", "Hoe kan het, dat er maar een ware godsdienst is?" Dit soort vragen vereisen een ​​goede beantwoording door een volwassen mentor of leider die goed thuis is in apologetiek. We moeten onze jeugd argumenten aanreiken waarom het christendom objectief waar is, waarom de Bijbel het geïnspireerde en onfeilbare Woord van God is, en hoe we weten dat Jezus’ opstanding uit de doden meer is dan alleen maar mythologie of een uitgekiend sluw bedrog. Als we de uitdaging niet op ons nemen, lopen we het risico van het verliezen van onze kinderen en volgende generaties. Men zou kunnen stellen dat een dergelijk verontrustend en tragisch verlies al begonnen is.


Het kwijtraken/loslaten van het geloof


Duizenden tieners die beweerden geen bepaald religieus geloofssysteem aan te hangen zeiden, toen zij geïnterviewd werden t.b.v. de Nationale Studie van Jeugd en religie in 2005, dat zij religieus waren opgevoed, maar na verloop van tijd ‘niet-religieus’ waren geworden (2). De jongeren werd d.m.v. open vragen (zonder set mogelijke antwoorden waaruit ze hadden kunnen kiezen) gevraagd waarom ze het geloof waarin ze zijn opgevoed waren, losgelaten hadden. Het meest voorkomende antwoord (tweeëndertig procent) was: intellectuele scepsis. Enkele antwoorden waren: "Sommige dingen waren te vergezocht voor mij om erin te geloven”, "Ik denk dat er geen wetenschappelijk bewijs is" en "Er waren te veel vragen die niet beantwoord kunnen worden" (3). Jonge mensen laten het geloof achter zich omdat de christelijke gemeenschap er niet in slaagt om zowel hun geest als hun hart erbij te betrekken.

Ik ontmoette eens een jongeman die mij vertelde dat hij had zijn geloof in God had verloren. De reden die hij hiervoor gaf was de niet uit te leggen en onvergeeflijke dood van zijn beste vriend. Dat was volgens hem iets dat een liefhebbende God nooit had kunnen toestaan. Ik vroeg hem of hij vóór de dood van zijn vriend ooit had nagedacht over het probleem van het kwaad en het lijden. Hij gaf toe dat hij nooit erover had nagedacht, omdat hij ervan uitging dat zoiets hem nooit zou overkomen. Zijn probleem was er een van onwetendheid, want hij had voor deze tragedie nog nooit geworsteld met het probleem van het lijden en had nog nooit een bijbels wereldbeeld ontwikkeld dat hem zou kunnen voorbereiden op een dergelijke gebeurtenis.

Degenen die al van tevoren serieus nadenken over de realiteit van het lijden hebben veel meer kans hun geloof vast te houden als een tragedie zich voordoet. Als ouders, opvoeders en jongerenbegeleiders kunnen we de kinderen een onbetaalbaar geschenk geven door hen te helpen bijbels te denken en hen in staat te stellen hun geloof te verdedigen voordat ze uit onze invloedssfeer raken.


De geloofscrisis


De meeste volwassenen maken zich zorgen over het gedrag van jongeren. Weinigen echter kijken dieper naar de bron van hun gedrag: hun geloof. Glenn Schultz laat in zijn boek Koninkrijksonderwijs zien hoe geloofsovertuigingen het gedrag beïnvloeden: "Op de basis van iemands leven vinden we zijn geloof. Deze overtuiging vormt zijn waarden en deze waarden bepalen zijn daden” (4). Als we het gedrag van jongeren willen beïnvloeden, dan moeten we hen begeleiden naar eerlijke en reële visies over de wereld en hen helpen te leren bouwen op hun bestaande ware geloofsovertuigingen.

Mensen handelen naar wat zij geloven, niet naar wat ze zeggen te geloven of willen geloven, maar wat ze echt geloven. Jonge mensen die een bijbels wereldbeeld hebben, zullen niet alleen minder kans hebben om het geloof te verlaten of te verliezen, maar de kans is ook groter dat ze het in hun eigen leven in praktijk zullen brengen, en degenen die geloven dat God werkelijk gesproken heeft door de Bijbel, hebben veel meer kans om het te volgen dan degenen die er niet zo van overtuigd zijn. Tieners die vertrouwen op Gods plan ten aanzien van bijvoorbeeld zuiverheid en reinheid, hebben veel meer kans om zich te onthouden van onzuivere en onreine handelingen.

Dit is de reden waarom het zo belangrijk is om onze jeugd te helpen in het reine te komen met hun werkelijke overtuigingen en om hen te helpen eerlijk hun twijfels, vragen, onzekerheden en angsten onder ogen te zien. Dit betekent niet dat we moeten doen alsof we alle antwoorden te hebben (tieners van vandaag de dag snappen heus wel dat iedereen niet alles kan begrijpen), maar dat we hen liefdevol begeleiden naar een beter begrip van de waarheid.

Gezien het belang van waarachtig geloof, moeten we ernstig bezorgd zijn over onze jeugd. In zijn onderzoek over religieuze trends in 2005, concludeerde George Barna: Amerikaanse christenen zijn wat hun kennis over de Bijbel betreft analfabeet. Hoewel de meesten van hen beweren dat de Bijbel de waarheid bevat en het waard is er kennis van te nemen, en de meesten van hen ook nog beweren dat zij alle relevante waarheden en principes kennen, laat ons onderzoek wat anders zien: .... hoe jonger mensen zijn, hoe minder ze begrijpen van het christelijke geloof ... Als gevolg van het feit, dat steeds minder ouders hun kinderen kennis met betrekking tot het geloof bijbrengen, worden de opvattingen en overtuigingen van jongeren steeds meer het product van de massamedia (5).


Hieronder volgen enkele gegevens over het geloof van de conservatieve protestantse jeugd (6):
• Achttien procent gelooft dat God ofwel een persoonlijk wezen is die de wereld schiep, maar vandaag de dag er niet bij betrokken is (zoals in het deïsme) of een onpersoonlijke entiteit, iets als een kosmische kracht (zoals in het pantheïsme);
• drieëntwintig procent is niet overtuigd van het bestaan ​​van wonderen;
• drieëndertig procent gelooft ‘zeker’ of ‘misschien’ in reïncarnatie;
• tweeënveertig procent is niet zeker van het bestaan ​​van boze geesten;
• achtenveertig procent denkt dat meerdere religies waar kunnen zijn.


Neem eens de tijd om de implicaties van deze statistieken te overdenken. Hoe kunnen onze jongeren een levendig gebedsleven hebben wanneer bijna een op de vijf (18 procent) niet gelooft dat God persoonlijk bij de wereld van vandaag betrokken is? Hoe kunnen ze voorkomen in ‘de strik van de duivel’ (1 Tim. 3:6) (7) te vallen wanneer meer dan twee op de vijf (42 procent) niet eens zeker zijn van het bestaan ​​van boze geesten? En tenslotte, hoe kunnen ze vol vertrouwen geloven dat Jezus ‘de weg de waarheid en het leven’ (Johannes 14:6) is, wanneer bijna de helft van de ondervraagde jongeren van mening is dat meerdere religies waar kunnen zijn?

Dit is de reden dat Paulus zo’n grote waarde hecht aan geestelijke transformatie bij de geestelijke ontwikkeling: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken" (Rom. 12:2). Het helpen van onze jeugd om haar denken en begrip te vormen en te worden zoals Jezus, begint met hen helpen te denken zoals Jezus dacht, en om die gedachten in praktijk te brengen. Het gaat niet alleen om de vraag "wat zou Jezus doen?" maar, nog belangrijker, "waarom zou Jezus dat doen?"

In The Scandal of the Evangelical Conscience komt auteur Ron Sider tot de conclusie dat mensen die een bijbels wereldbeeld hebben, werkelijk een ander gedrag laten zien. Ze hebben negen keer meer kans om ‘adult only’ materiaal op het internet te vermijden, drie keer zoveel kans om geen tabaksproducten te gebruiken en twee keer zoveel kans om als vrijwilliger arme mensen te helpen (8). De opvattingen van mensen over God, de wereld en de waarheid zelf maken wel degelijk verschil uit bij hun praktiseren van het christelijk geloof.


DE VERWARRING OVER DE WAARHEID


Afgelopen zomer was ik gastspreker op een Bijbelkamp voor jongeren in Noord-Californië. De rode draad gedurende de week was Mattheüs 22:37: “Heb God lief met heel je hart, ziel en geest”. Ik onderwees uit Schriftgedeelten zoals 1 Samuël 16:7, waaruit blijkt dat God met name het hart in plaats van het uiterlijk beoordeelt, en ik moedigde de studenten aan het onderwijs van Jezus in Mattheüs 10:28 te overdenken: "Wees niet bang voor hen die wel het lichaam, maar niet in staat zijn om de ziel te doden; maar vrees Hem, die in staat is om beide, ziel en lichaam, te verderven in de hel". Ik daagde hen uit om hun verstand te gebruiken om de beweringen van Jezus te overdenken en te erkennen als het enige middel van redding (Handelingen 4:12).

Aan het eind van de week vroeg ik de kampdeelnemers om feedback, en hun reacties schokte mij. Een van hen vatte het samen met de volgende woorden: "Wij houden van Zijn verhalen, maar dat is gewoon Zijn waarheid. Ik wil hem niet veroordelen, maar ik heb een andere waarheid”. Haar antwoord zou mij waarschijnlijk niet zo verbaasd moeten hebben, vooral omdat uit recent onderzoek blijkt dat de meerderheid (81 procent) van onze jeugd van mening is dat "alle waarheid voor het individu en zijn / haar omstandigheden relatief is” (9). De algemene houding ten opzichte van religie en moraal is: "Iets kan wel voor u waar zijn, maar niet voor mij”. Veel jonge mensen beweren christen te zijn, maar ik vraag me af hoeveel van hen echt begrijpen dat het christendom de waarheid is, de enige hoop voor redding, en de enige mogelijkheid voor een relatie met de levende God die het universum schiep.

Christian Smith laat zien dat voor de jeugd van vandaag "Het hele idee van (religieuze) waarheid verzwakt is, en verschoven van oudere realistische en algemeen geldende ideeën over objectieve Waarheid naar meer persoonlijke en relatieve versies van 'waarheid voor mij' en 'waarheid voor jou” (10). Hij (Smith) zegt dat we de jeugd vaak horen verkondigen: "Wie ben ik om te oordelen?", "Als dat is wat ze willen, dan moeten ze dat toch zelf weten?" en "Als het voor hen werkt, dan is het toch prima?" Veel jongeren zien waarheid als iets pragmatisch wat ‘werkt’ in hun leven, in plaats van het vasthouden aan de klassieke opvatting van de waarheid als ‘dat wat overeenkomt met de werkelijkheid’. Zoals het hedonistische motto van Hugh Hefner ‘Als het goed voelt, doe het dan’ kenmerkend was voor de jaren ‘60, zo wort de jeugd van vandaag gekenmerkt door de slogan van het relativisme ‘Als het werkt, dan is het is goed’.


Het domein van de Waarheid


Hoe komt het dat de jeugd denkt dat ze een bepaalde godsdienstige overtuiging kunnen kiezen, net zoals je een film kiest om naar te kijken of iTunes te downloaden? In Total Truth legt Nancy Pearcey uit dat de hedendaagse cultuur zeer uiteenlopende meningen heeft over het concept van de waarheid zelf. Volgens Pearcey heeft de cultuur een scheidslijn getrokken tussen het heilige en het wereldse, en heeft zij religie, moraal, en ‘privé’ inzicht naar de sacrale, subjectieve wereld toegeschreven, en wetenschap en algemene kennis aan de seculiere, objectieve wereld (11). "Kortom", schrijft ze, "de privé-sfeer is overspoeld met moreel relativisme .... Religie wordt niet beschouwd als een objectieve waarheid waaraan wij ons moeten onderwerpen, maar slechts een kwestie van persoonlijke smaak, die we kiezen ...." (12). Zoals Pearcey heeft ontdekt, worden religieuze en morele aanspraken beschouwd als een kwestie van persoonlijke voorkeur in plaats van kennisaanspraken over de reële wereld.

Als gevolg van deze culturele scheidingslijn zijn tieners gewend om hun geloof in God in een apart hokje te stoppen, los van hun dagelijks leven, en zijn ze gewend om hun geloof over God in de private, subjectieve sfeer te houden en dat niet te beschouwen als objectieve kennis. Deze compartimentering komt het meest duidelijk naar voren in de mate waarin de jeugd aan spiritualiteit prioriteit geeft.

Een studie van het Institute of Politics aan de Harvard Universiteit toonde aan dat zeventig procent van de studenten religie ‘redelijk’ tot ‘zeer’ belangrijk in hun leven vond (13). Dit lijkt op het eerste gezicht misschien een teken van veel invloed van religie, maar wanneer onderzoekers aan de studenten vroegen waarover ze het meest enthousiast waren, met welke dringende problemen ze te maken hadden, en welke ervaringen of gewoonten het belangrijkste in hun leven waren, bleken hun antwoorden totaal anders te zijn. In plaats van te spreken over hun religieuze identiteit, hun geloof, hadden de meeste tieners het over hun vrienden, hun ‘My Space’ -accounts, muziek, romantische aangelegenheden of andere persoonlijke zaken.

Christian Smith stelt: “Wat een aantal tieners blijkbaar bedoelt als ze zeggen dat religie zeer belangrijk is in hun leven, wanneer het gaat over religie in de strikt religieuze sector van hun leven. Religie beïnvloedt hen in religieuze zin, dat wil zeggen: als het gaat om kerkbezoek, basisovertuigingen, gebed en dergelijke, maar niet per se op andere manieren” (14). Hij concludeert: "Wat wij in onze interviews onder tieners bijna nooit tegenkwamen was de mening dat religie mensen opdraagt om in ​​gehoorzaamheid de waarheid te omarmen, ongeacht de persoonlijke gevolgen of beloningen” (15).

Deze verdeling in gebiedsdomeinen van de waarheid vormt voor sommige religies geen probleem, maar nauwkeurig lezen van de Bijbel laat zien dat het onverenigbaar is met het orthodoxe christendom. We moeten jongeren helpen om te begrijpen wat het christendom uniek maakt is dat het wordt geïdentificeerd met het leven, werk, karakter, en de persoon van Jezus Christus, die 2000 jaar geleden op de aarde wandelde en beweerde dat hij zowel de Zoon van God als God in het vlees was.

Veel wereldreligies zijn gebaseerd op tijdloze principes, maar het christendom is voornamelijk gebaseerd op de historische opstanding van Jezus. Paulus maakt dit duidelijk in 1 Korintiërs 15:17: "Als Christus niet is opgewekt, is uw geloof waardeloos, en u bent nog steeds in uw zonden". Het christendom is ‘absolute waarheid’ waarin alle elementen van de werkelijkheid zijn opgenomen, zowel het heilige als het seculiere, zowel het openbare als het privé-domein.

Een van de grootste obstakels waar we vandaag de dag voor staan bij het begeleiden van de jeugd is hun vertekend beeld van de waarheid. Daarom besteed ik bijna drie weken aan het onderwijzen van oudere leerlingen van mijn middelbare school over de aard van de waarheid. Paulus waarschuwt ons in zijn tweede brief aan de gemeente in Thessalonica dat mensen verloren gaan door het niet liefhebben van de waarheid (2 Thess. 2:8-10). Tenzij we onze jongeren de fundamenten van de waarheid weer bijbrengen, zullen ze worden "heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen" (Ef. 4:14).

 

Maakt de jeugd zich druk over de waarheid?


Filosoof Francis Beckwith had in zijn lessen ethiek eens een sceptische student die hem elke dag een vraag stelde. Op een dag vroeg ze met een air van superioriteit alsof haar vraag de filosofische grondslagen van haar meester zouden tenietdoen: "Dr. Beckwith, waarom is waarheid zo belangrijk?" Na even nadenken antwoordde hij: "Wel, zou je het juiste antwoord of het foute antwoord willen weten?" Met andere woorden, haar vraag als zodanig veronderstelde het bestaan, de kenbaarheid en het belang van de waarheid.

Diep geworteld in de harten van jonge mensen leeft het besef dat de waarheid een noodzakelijk fundament is voor het leven. We moeten niet het feit loslaten dat de jeugd gelooft in de waarheid, dat ze de waarheid willen, en dat zij hun leven willen organiseren rond wat zij geloven als uiteindelijk waar zijnde. Ze hebben juist hulp nodig om de misvattingen op te ruimen over de waarheid die ze, zonder het te beseffen, hebben overgenomen van onze cultuur.

Dan Kimball, predikant in de Vintage Faith Church, bevestigt deze waarheid in zijn boek The Emerging Church: "Ik heb ontdekt dat nieuwe generaties echt niet tegen de waarheid en de bijbelse moraal zijn. Als mensen merken dat je geen star, dogmatisch en blind geloof volgt en dat je niet uit angst het geloof van andere mensen aanvalt, zijn ze opvallend open voor intelligente, respectvolle en eerlijke discussie over keuze en waarheid" (16). Ik heb geconstateerd dat, hoewel ze duidelijk afknappen op mensen die arrogant denken dat ze alle antwoorden in pacht hebben, jongeren positief reageren op iemand die hen liefdevol kan leiden naar de waarheid.

Het doel van apologetiek is niet om een discussie te winnen, maar om mensen te leiden naar een liefdevolle relatie met hun Schepper. Het is vaak onze houding, die krachtiger spreekt dan onze woorden; met andere woorden: ook al zouden we de beste argumenten van de wereld hebben, maar hadden we de liefde niet, het zou ons niets baten (1 Kor 13:1-3.). Het oude gezegde: "Het kan mensen niet zoveel schelen hoeveel je weet, tenzij ze weten hoeveel je om hen geeft" is nog steeds van toepassing.

Meer dan ooit moeten we het advies van de apostel Petrus opvolgen en onze jeugd redenen geven om te geloven in de waarheid die overeenstemt met de werkelijkheid. Maar doe dat met vriendelijkheid en respect. Het voorleven van de waarheid is net zo belangrijk als het verdedigen ervan, zeker voor een generatie die de waarheid beoordeelt naar hoe het ‘werkt’. Het is het waard om dit nog eens te herhalen: “Voor een teenager is het voorleven van de waarheid net zo belangrijk als het verdedigen ervan”.

Het opruimen van de verwarring

Hoe kunnen we jongeren helpen in te zien dat Jezus' beweringen gaan over de objectieve werkelijkheid en dat het gewoon niet zo kan zijn dat het voor de ene persoon wel waar is en voor een ander niet? Ik heb eens het volgende experiment met mijn studenten gedaan. Ik plaatste een pot knikkers voor hen en vroeg: "Hoeveel knikkers zijn er in de pot?" Ze antwoordden met verschillende gissingen: 221, 168, enzovoorts. Nadat ik hen het juiste aantal van 188 had gegeven vroeg ik: "Wie van jullie was er het dichtst bij?" Ze waren het er allemaal over eens dat 168 de beste schatting was, en ze waren het er allemaal over eens dat het aantal knikkers een feit was en niet een persoonlijke voorkeur.

Toen gaf ik snoepjes aan ieder van mijn studenten en vroeg: "Welke smaak is goed?" Zoals je kon verwachten, vonden ze dit een oneerlijke vraag, omdat iedereen een persoonlijke voorkeur had. "Dat is juist", zei ik, "de juiste smaak heeft te maken met voorkeuren van een persoon. Het is een kwestie van persoonlijke mening of persoonlijke voorkeur, en niet een objectief feit".

Toen vroeg ik: "Zijn religieuze aanspraken als het aantal knikkers in een pot, of zijn ze een kwestie van persoonlijke mening, net zoals de voorkeur voor smaken van snoep?" De meeste van mijn studenten meenden dat religieuze aanspraken behoorden tot de categorie snoepvoorkeur. Vervolgens besprak ik de objectieve claims van het christendom. Ik wees mijn studenten erop dat het christendom gebaseerd is op een objectief feit in de geschiedenis, namelijk de opstanding van Jezus. Ik herinnerde hen eraan dat terwijl veel mensen de historische opstanding van Jezus verwerpen, het niet het type bewering is dat "waar voor jou, maar niet voor mij“ kan zijn. Het graf ofwel was leeg of het werd bezet op de derde dag - er is geen tussenweg. Ik wees er ook op dat het christendom een ​​objectief beeld heeft en geeft van de schepping, de aard van de drie-enige God, de natuur van de mens, en de authenticiteit van de Bijbel.

Een strategie voor verandering

Nu we de verwarring over waarheid hebben opgehelderd, hebben we de basis gelegd voor het helpen van tieners om de schepping, de historische Jezus, het probleem van het kwaad, en andere belangrijke apologetische vraagstukken te begrijpen. In mijn eigen werk met tieners, heb ik vier nuttige strategieën gevonden.

In de eerste plaats moeten we tieners helpen om kritisch te leren denken. In onze snelle, beeld-georiënteerde cultuur, wordt de jeugd eerder overtuigd door beelden en verhalen dan door met redenen omklede bewijzen. Weinigen hebben het vermogen ontwikkeld om kritisch te denken, maar toch is juist het kritisch kunnen denken nodig om waarheid van dwaling te onderscheiden. Alle jongeren zouden in staat moeten zijn om zichzelf tegensprekendeuitspraken te identificeren zoals: "Er is geen waarheid", oneigenlijke drogredenen zoals "Het christendom is een onware godsdienst omdat er zo veel huichelaars zijn" en die een beroep doen op emoties zoals: "We moeten abortus legaliseren omdat er zoveel ongewenste baby's mishandeld worden". Basale logica-vaardigheden zijn onmisbaar voor het bekwamen van studenten in apologetiek. Regelmatig geef ik mijn leerlingen voorbeelden van denkfouten uit tijdschriften of de krant om hen te helpen deze fouten te herkennen.

Ten tweede, gebruik voorbeelden uit de media om bijbelse waarheden te onderwijzen. Studies tonen aan dat studenten meer tijd besteden aan interactie met de media buiten de klas (bijvoorbeeld het internet, televisie, video games) dan ze doen met vakken in de klas, waardoor de voorbeelden uit de media krachtige middelen zijn. Daarom probeer ik bijna altijd een voorbeeld uit de media te nemen. Filmclips en songteksten zijn grote aanzetten voor discussie en dieper nadenken over kwesties met betrekking tot God en de samenleving. Een van de beste lessen die ik op de middelbare school had over bijbels en kritisch denken betrof het bekijken van Schindler's List met mijn gezin en de gedachtenwisseling die ik tijdens een diner met mijn vader had over waarheid, moraal en God. Deze waardevolle les herinner ik me tot op de dag van vandaag.

Ten derde: stel gerichte vragen. De beste manier om tieners te helpen leren hoe ze hun geloof kunnen verdedigen is vaak door middel van indringende vragen en interactie in plaats van ‘preken’ of lezingen. Zo onderwees Jezus Zelf ook. Als Jezus werd uitgedaagd of wanneer aan Hem een vraag gesteld, antwoordde Hij vaak met een wedervraag. Ik begin een les vaak met een tot nadenken uitdagende vraag (die mij ook helpt om te ontdekken wat mijn leerlingen over een onderwerp echt geloven). Zo vroeg ik onlangs: "Is het een voordeel dat een stel samenleeft voordat ze gaan trouwen?" Ongeveer de helft van mijn studenten dacht dat dat het geval is, en dit gaf me de gelegenheid om hun opvattingen uit te dagen en om hen te helpen in het reine te komen met een bijbelse visie op het huwelijk.

Ten vierde, help tieners hun kennis in praktijk te brengen. Zonder toepassing is apologetiek vaak alleen maar een woordenspel dat weinig verschil maakt in hun leven, zodat we hen moeten voorzien van mogelijkheden om toe te passen wat ze geleerd hebben. Ik weet bijvoorbeeld van een groep, die christelijke studenten meeneemt op een reis naar de Universiteit van Californië in Berkeley (17) om hen, voordat ze gaan studeren, te confronteren met seculiere opvattingen. De jongeren werden niet plotseling in deze situatie gebracht, maar maandenlang op deze reis voorbereid om het christelijk geloof te kunnen verdedigen. Studenten werden gekoppeld aan christelijke groeperingen op de campus, maar hoorden ook presentaties tegen het geloof in God, gegeven door studenten die betrokken zijn bij atheïstenclubs in Berkeley. De jongeren waren in staat om persoonlijk te communiceren met de atheïstische studenten, om goede vragen te stellen, en om hun geloof toe te lichten. Als gevolg hiervan kregen vele leerlingen een hernieuwde ijver voor het leren van apologetiek.

Het moedig uitkomen ​​voor de Waarheid

Als ik terugdenk aan mijn gesprekken met mijn student Mike, realiseer ik me dat zijn groei zich op een bepaalde manier ontwikkelde. Toen Mike ontdekte dat er antwoorden waren op zijn diepste vragen, begon hij zich af te vragen hoe hij deze waarheden zou kunnen delen met zijn niet-christelijke vrienden. Een belangrijk principe dat ik in onze discussies heb geleerd is dat wanneer jonge mensen antwoorden vinden op hun vragen over het christelijk geloof, zij vaak vrijmoediger worden in hun getuigenis voor Christus. Apologetiek-training schept vertrouwen en geeft moed. Als we willen dat onze jongeren moedige getuigen van Christus worden, moeten we hen uitrusten met de intellectuele instrumenten om hun geloof te verdedigen.

Noten:

1. Christian Smith,The Religious and Spiritual Lives of American Teenagers (New York: Oxford University Press, 2005), 266. 2. De website voor de Nationale Studie van Jeugd en Religie is www.youthandreligion.org. Zowel de methoden van het onderzoek als de bevindingen zijn door Smith opgetekend in Soul Searching.
3. Smith, 89.
4. Glenn Schultz, Kingdom Education (Nashville: LifeWay Press, 1998), 39.
5. George Barna, Barna Reviews Top Religious Trends of 2005 (20 december 2005)
6. Smith, 41-45, 74.
7. Alle Bijbelcitaten zijn afkomstig uit de New American Standard Bible (NASB).
8. Ron Sider, The Scandal of the Evangelical Conscience (Grand Rapids: Baker, 2005), 128.
9. George Barna, Real Teens (Ventura, Californië: Regal Books, 2001), 92.
10. Smith, 144.
11. Nancy Pearcey, Total Truth (Wheaton, IL: Crossway Books, 2004), 20.
12. Ibid., 20.
13. Zoals aangehaald in Youth Culture Update, YouthWorker Journal (juli / augustus 2006): 9.
14. Smith, 138.
15. Ibid., 149.
16. Dan Kimball, The Emerging Church (Grand Rapids: Zondervan, 2003), 86.

Zie Brett Kunkle, You’re Taking Students Where?! Student Impact, Stand to Reason,
http://www.str.org/site/DocServer/brettkunklenews0602.pdf_1.pdf?docID=903, en The Berkeley Mission Report, Student Impact, Stand to Reason, http://www.str.org/site/DocServer/brettkunklenews0603.pdf?docID=882

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Schriftgezag