Pathologische antagonist

CONFRONTATIE MET PATHOLOGISCHE ANTAGONISTEN

In juni 2003 ontvingen wij uit Zuid-Afrika een merkwaardige boekbespreking over een veelvoorkomend probleem. Het boek van dr. Guy Greenfield heet: “De verwonde pastor genezen en voorkomen van op de persoon gerichte aanvallen in kerk of gemeente.” Het boek werd gepubliceerd bij Baker in 2002.
Deze bespreking en citaten bevatten tal van herkenbare situaties en procedures. Omdat deze procedures niet alleen beperkt worden tot religieuze groeperingen, maar in tal van andere verbanden (onder andere bedrijfsleven en politiek) ook herkenbaar zijn, kan een korte bespreking van de meest aansprekende zaken voor veel mensen een hulp zijn tot herkenning en daarmee een sleutel bieden tot een oplossing of tenminste het bepalen van een houding hier tegenover. De boekbespreking is van Johan van der Merwe, Zuid Afrika en vertaald door N. Matzken-v.d. Griend.

Eerst enkele citaten.
1. dr. Kenneth Haugh, een klinisch psycholoog, definieert pathologische antagonisten (pathologlische, dus zieke tegenstanders) als volgt: “Het zijn individuen die, uitgaande van veronderstellingen, onverzadelijk zijn in het vragen en eisen stellen, waarbij ze gewoonlijk de persoon of het optreden van anderen in gebreke stellen. Deze aanvallen zijn in wezen voortkomend uit egoïsme. Ze breken af en bouwen niet op en zijn herhaaldelijk gericht op mensen in een leidinggevende functie.”
2. G. Lloyd-Rediger beschrijft deze antagonisten als ‘clergy killers’, moordenaars van geestelijke leiders. Ze hebben maar een doel: het beschadigen en kwetsen van de voorganger of leider in een mate dat hij zijn dienst zal opgeven en vertrekken. Rediger stelt dat dit misdrijf aan het uitgroeien is tot een epidemie. Het fenomeen wordt bevestigd, zowel door onderzoek als door ervaring. ‘Clergy killers’ noemt hij “mensen die met opzet pastors uit-kiezen als doel om hen ernstig te beschadigen of te vernietigen.”

Iedere kerk of geestelijke bediening krijgt te maken met persoonlijkheidsconflicten en onderlinge meningsverschillen. De auteur beoordeelt dat als normaal. Waar hij zijn boek echter over schrijft, is dit groeiende fenomeen: “Grote problemen met pathologische antagonisten die tot enorme crisissituaties leiden waarin zij en hun bondgenoten en sympathisanten aanvallen lanceren op de leider van een kerk of gemeente.”


Algemene kenmerken

In de werkwijze van pathologische antagonisten zijn de volgende veertien algemene aspecten en doelen gesignaleerd en gerangschikt.
1. Er zijn altijd wel een aantal problemen aanwezig die als uitgangspunt kunnen dienen. De antagonist begint ermee de voorganger van de gemeenschap als de oorzaak ervan aan te wijzen. Het kunnen financiële zaken zijn of moeilijkheden binnen de staf of het bestuur, een brief met een klacht over het een of ander of een geliefd persoon die afscheid neemt. Wat voor probleem ook, meestal wordt de voorganger verantwoordelijk gesteld.
2. Slechts een persoon lijkt de kritiektrein op de rails te zetten. Hij signaleert een zogenaamd “ernstig probleem dat onze gemeenschap schade toebrengt.” Daarna worden er telefoontjes gepleegd en brieven geschreven.
3. De leider van de aanklacht neemt er een paar weken, misschien een paar maanden voor, om sympathie te verwerven voor zijn standpunten. Nietsvermoedende mensen beginnen zichzelf af te vragen of er misschien toch wat waarheid schuilt in de aanklachten.
4. In veel gevallen wordt er dan een bijeenkomst belegd met een aantal leidinggevende personen (alleen op uitnodiging en besloten), mensen waarvan de antagonist denkt onder-steuning te kunnen krijgen. Belangrijkste doel hiervan is: Bij een eventuele aanval op de voorganger verzekerd te zijn van bijval, en het verzamelen van nog meer bewijs. Angstvallig nauwkeurige notulen worden gemaakt door de aanklager zelf of iemand die hij daarvoor aanwijst.
5. Ze zullen proberen een waslijst met klachten op te stellen om de voorganger te belasten met slecht leiderschap, inefficiëntie, werkluiheid, twijfelachtig moreel gedrag of een on-christelijke mentaliteit. Een vaakgehoorde klacht luidt bijvoorbeeld: “Niet wat hij doet of zegt is slecht, maar de manier waarop!” Die manier waarop wordt zelden verklaard, er wordt gewoon aangenomen dat die slecht, ongezond, conflictbevorderend, ongepast of grof is.
6. Het vervolg van de aanval wordt omzichtig georganiseerd . . . De aanklager begint een charme offensief om vriendschap en ondersteuning te winnen van sleutelfiguren.
7. De ‘clergy killer’ weet dat hij via het erkende gezag zal moeten opereren, wil hij zijn doel bereiken om van de voorganger af te komen. Zodra hij weet dat hij rugdekking heeft, zal hij berekenend en snel handelen.
8. Hoewel de aanval zo al een tijd aan de gang is, zal de ‘clergy killer’ pas als de tijd ervoor rijp is, zijn plan op de agenda van de officiële raads- of bestuursvergadering weten te plaatsen. Hij zorgt er zelf voor dat de voorganger dan niet aanwezig is.
9. Op de beslissende vergadering zal de ‘clergy killer’ zijn belastende verklaringen voor de leiders neerleggen. Hij kan ook statistieken gebruiken om zijn aanklacht te ondersteunen.
10. Als deze ‘bewijzen’ negatief worden geïnterpreteerd, wordt met de vinger van schuld in de richting van de pastor gewezen. De laatste zin van de aanklacht klinkt in de geest van: “Als we van de voorganger verlost zijn, zullen al onze problemen worden opgelost.”
11. Waarschijnlijk stelt de aanklager voor om een speciale commissie te benoemen (zijn vrienden of geïntimideerden) om de pastor zo spoedig mogelijk te bezoeken op zijn kantoor om bij hem aan te dringen zelf ontslag te nemen ter wille van de eenheid en de toe-komst van kerk of gemeente. Tegen deze tijd zijn vele pastors en leidinggevenden zo overweldigd geraakt en emotioneel uitgeput door alle insinuaties en beschuldigingen (door telefoongesprekken en brieven, persoonlijke bezoeken en geruchten), dat ze zo snel mogelijk willen vertrekken en zo geruisloos als maar mogelijk is.
12. Het is ook mogelijk dat er een open conflict ontstaat . . .
13. De beschuldigde pastor raakt in de regel in een depressie, zijn vrouw en kinderen voelen zich ook verworpen en uitgesloten, de neveneffecten van de beschadiging kunnen heel zwaar en vernietigend zijn, ook op langere termijn.
14. Beschadigde geestelijke leiders worden regelmatig in de steek gelaten en behandeld alsof ze een of andere ernstige ziekte hebben, en hun vrienden, collega’s en andere lei-ders blijven op een afstand. Slechts zelden komt iemand hen te hulp, ze zijn geestelijk melaats geworden.


Kenmerken van de pathologische antagonist

Wie zijn deze ‘clergy killers’? Het zijn niet de gemiddelde klagers met veel kritiek en een ne-gatieve instelling en in het algemeen erg ontevreden over het leven zelf. Nee, deze zijn dodelijk en slagen erin om aanhang te verwerven onder gewone mensen die over alledaagse klachten discussies voeren in de gemeenschap of onderling. ‘Clergy killers’ kunnen heel gemakkelijk het idee creëren dat er een groot aantal mensen tegen de pastor is. In hun op-merkingen en commentaren beheersen ze volledig het gebruik van het woordje ‘zij’: ’Zij’ zijn erg ontevreden over', enz. Of de anonieme massa: “Mensen vertellen ons...” Dit zijn de verbale instrumenten in het arsenaal dat ze gebruiken om de pastor naar de ondergang te helpen. Dr. Greenfield beschrijft pathologische antagonisten alias ‘clergy killers’ als personen met een zeer minderwaardige geestelijke inhoud, en ze zijn destructief. De schade die ze willen bewerken is opzettelijk en weloverwogen. Ze willen niet alleen maar ergens tegen zijn, ze wensen personen pijn te doen en hen te beschadigen.
'‘Clergy killers' zijn vastberaden, koppig en gaan nergens voor opzij. Ze kunnen wel eens een pauze inlassen of een andere tactiek beginnen, zelf in het geheim verkenningen uitvoeren, maar ze zullen vastbesloten weer terugkomen om de intimidatie weer voort te zetten door het bouwen van een netwerk, alle regels van fatsoen overtredend, om hun vernietigende doelstellingen ten uitvoer te brengen. Hun plannen hebben voor hen prioriteit boven alle andere programma’s van de gemeenschap.
Deze mensen zijn bedriegers, meesters in het manipuleren, verhullen, geven verkeerde voorstelling van zaken en het beschuldigen anderen van hun eigen afgrijselijke daden. Het zijn experts in het verdraaien van feiten, mogelijk echt psychisch gestoord. Ze staan niet open voor geduld of liefde, noch tonen ze waardering voor welvoeglijkheid. Blijkbaar lopen ‘clergy killers’ rond met zeer veel innerlijke pijn, verwarring en boosheid. Geestelijke leiders worden dan de beschikbare zondebokken voor alle onherkenbare en onbehandelde woede die in hen huist. ‘Clergy killers’ zijn meesters in het intimideren. Ze gebruiken deze tactiek om de regels van fatsoen en voorzichtigheid die de meeste mensen in acht willen nemen, geweld aan te doen. Intimidatie is een krachtig wapen, voorgangers en gemeenteleden worden daarom gemakkelijk geïntimideerd door deze overtuigende en soms zelfs charmante religieuze aanvallers. ‘Clergy killers’ kunnen, als het in hun voordeel is, volledig achter een masker schuilgaan. Ze presenteren zichzelf als vrome, godvruchtige en geestelijke kerkleden, die hun destructieve werk verrichten voor het welzijn van de kerk of gemeenschap en de voortgang van het Koninkrijk Gods. Zij kunnen naïeve leden ervan overtuigen dat wat zij naar voren brengen wettelijk gefundeerde kwesties zijn.
Deze godsdienstige monsters kunnen zich verbergen tussen hun gelegenheidsbondgenoten, maar ze kunnen zich ook openlijk verzetten tegen elke weerstand door duidelijk te stellen dat ze tot het bittere eind zullen gaan en alles in stelling zullen brengen om hun doel te bereiken. Vriendelijke en ‘vrede-tot-elke-prijs’leden worden door zulke dreigementen snel op een zijspoor gezet, waardoor het aan de voorgangers en degenen die hen trouw willen blijven, wordt overgelaten om met het probleem zo goed mogelijk om te gaan.

Uit medisch oogpunt bezien is het mogelijk dat deze mensen lijden aan persoonlijkheidsafwijkingen of psychische kwalen, asociaal gedraag grenzend aan paranoia, narcisme enz. Sommigen hebben geleerd om met driftbuien hun zin te krijgen. Ze hebben geleerd hoe ze verwarring moeten stichten, af te leiden, hoe te liegen en te verleiden om de kwetsbaren te beschadigen. ‘Clergy killers’ verwonden of vernietigen, of door directe aanvallen, of door an-deren op te zetten om de schade toe te brengen. Soms brengen ze slachtoffers ertoe zichzelf te beschadigen door ze bijvoorbeeld zo te kwellen dat ze gefrustreerd tot razernij gebracht worden.
Er zijn werkelijk maar een of twee nodig in een gemeenschap om verwoesting aan te richten en er een gekkenhuis van te maken. Omdat deze mensen hun ware aard ontkennen, zouden ze zich in deze beschrijving niet herkennen, zelfs al zouden ze die zelf lezen. Zij hebben zichzelf omgeven en afgesloten met een hele reeks verdedigingsmechanismes en rechtvaar-digingen voor hun gedrag. Ze zijn er absoluut van overtuigd dat wat ze doen, het juiste is wat gedaan moet worden. Voor hen is het de ‘wil van God’ geworden. Desalniettemin zijn het zie-ke en gemene mensen.


Wat is eigenlijk een pathologisch antagonist?

Een pathologisch antagonist is in aard en aanleg een tegenstander en een onverzoenlijk mens. Herkenningspunten van een pathologisch antagonist zijn:
1. De argumenten van een pathologisch antagonist beginnen meestal met kleine voorvallen of volledige verkeerd geïnterpreteerde uitspraken of incidenten, spitsvondigheden over onbetekenende details, sterke bewijzen aanvoeren over niet terzake doende punten, het standpunt van de opponent enorm overdrijven, een beschuldiging uiten die niet weerlegd kan worden en dan beweren dat het daarom ook waar is, tot aan het zonder meer liegen of vervalsen. In zijn pogen om de dodelijke slag toe te brengen zal de antagonist bepaalde feiten aanhalen en deze zo verdraaien dat het klinkklare nonsens wordt wat hij beweert. Hierna raakt hij ervan overtuigd dat zijn verdraaide beweringen echt waar zijn.
2. Pathologische antagonisten zijn hypergevoelig voor ieder woord of activiteit, zelfs voor gangbaar toezicht of controle, zodat hij zoiets als een persoonlijke aanval beschouwt en agressief reageert.
3. De pathologisch antagonist is nooit tevreden. Hij is onverzadigbaar in het eisen stellen. Geen enkele tegemoetkoming van de kant van de voorganger is ooit voldoende. Pogingen tot verzoening zullen hem niet kalmeren, maar hem juist aanmoedigen nog meer eisen te stellen. Hij is volhardend en niet te stoppen.
4. De pathologisch antagonist zal een plan van aanval beginnen niet om constructieve kritiek te geven. Nee, zijn enige doel is om macht te verkrijgen, ongeacht wat dat betekent voor de aangevallene. De antagonist zit boordevol woede, hij voelt zich geroepen om net zolang de vijand (de pastor) te bestoken totdat hij verslagen en van het toneel verwijderd is.
5. Deze persoon worstelt waarschijnlijk met een ‘God-probleem’. Om de een of andere reden uit zijn verleden is hij woedend op God. Omdat het moeilijk is regelrechte woede jegens God te uiten, kiest de pathologisch antagonist de voorganger als de ‘man van God’ als zijn doel. Soms wordt deze woede door schuldgevoel gevoed, mogelijk als gevolg van een verborgen zonde. Zo wordt het een rookgordijn om zijn eigen morele dwalingen te bedekken.
6. Het aanvallende gedrag van de pathologisch antagonist is egoïstisch van aard. Zo iemand is zelden geïnteresseerd in authentieke geestelijke doelstellingen. Als de ene redenering voor hem niet langer bruikbaar is, zal hij een andere kiezen. Zijn standpunten om oppositie te bewerken vormen alleen maar een kunstgreep voor zijn eigen verborgen agenda. Waar hij werkelijk op uit is, is: macht, controle, status en gezag.
7. De aanvallen zijn niet bedoeld om op te bouwen maar om te verstoren. Het streven van de antagonist is om scheiding tot stand te brengen, niet om de mensen tot elkaar te brengen.


Dr. Greenfield onderscheidt vier typen pathologische antagonisten, namelijk:
- verstokte (hardcore) antagonisten
- extreme (major) antagonisten
- gematigde antagonisten
- goedbedoelende monsters.

Ad 1. Diepgestoorde mensen staan buiten de werkelijkheid, paranoïde, niet gemakkelijk te traceren. Zij vertonen gedurende periodes normaal, soms zelfs meestal normaal gedrag. Ze zijn onwaarschijnlijk vasthoudend, met een extreme drang om moeilijkheden te veroorzaken, zelfs genietend van hun sadistische neigingen. Men kan ze wel eens herkennen aan de grijns op hun gezicht, speciaal nadat ze een cynische of valse opmerking hebben gemaakt. Een echte verstokte antagonist zal tot het uiterste gaan om degene die hij op het oog heeft, te grond te richten. Zij vechten een jihad, een heilige oorlog; zij geloven vast en zeker dat ze God een handje helpen. Hun interne razernij is bekleed met de aura van het heilige doel.
De verstokte antagonist is zonder twijfel geslepen en gevaarlijk. Hij staat niet open voor een discussie. De apostel Paulus kon wel eens zo iemand in gedachten hebben gehad toen hij de oudsten van Efese waarschuwde voor de grimmige wolven die in de kudde zouden infiltreren en de schapen niet zouden sparen, Hand. 20:29-30.

Ad 2. De extreme antagonisten zijn niet zo diep gestoord. Waar het onmogelijk is met de keiharde antagonist te argumenteren vanwege zijn emotionele instabiliteit, weigert de extreme antagonist gewoon te overleggen. Hij kan dat wel, maar hij weet dat als hij daarop ingaat, hij het wel eens kan verliezen wanneer zijn ongelijk aantoonbaar blijkt. Om zijn positie te beschermen, weigert hij eenvoudig naar rede te luisteren, want zijn aanspraken zijn niet om te onderhandelen.
Deze mensen hebben waarschijnlijk een karakter- of persoonlijkheidsafwijking, tot uiting komend in de zware last van de enorme innerlijke woede waar hij mee rondloopt. De verstoring ligt diep verscholen in zijn wezen. Een extreme antagonist wenst ook niet te veranderen, omdat dat te bedreigend voor hem is. Hij heeft een verdedigingsmuur om zich zelf gebouwd: “Ik heb gelijk en wat ik doe is goed.”

Ad 3 De gematigde antagonist maakt alleen maar moeilijkheden als de gelegenheid zich voordoet. Hij zal zich echter wel snel aansluiten bij de andere antagonisten, maar hij mist hun doorzettingsvermogen. Ook hij heeft persoonlijkheidsproblemen, maar niet zo ernstig als de anderen.

Ad 4 Het goedbedoelende monster. Hun doelstellingen zijn de belangen van de gemeenschap, maar hun methoden en gedragingen zijn nog altijd die van een draak, ze veroorzaken meer kwaad dan goed en ondermijnen het gezamenlijke werk zonder dat zij dat bedoelen.

Dr. Greenfield tekent hierbij aan dat alle vier de typen kwaadaardig zijn, zowel in hun opzet als in hun uitvoering. Hij onderscheidt daarom wel graden van gemeenheid. Ook geeft hij een duidelijk onderscheid met volhardende activisten die toegewijd zijn aan een edele zaak, zoals de campagnevoerders van Pro Life. Deze laatsten richten zich op een kwestie, niet op personen, zoals de pathologische antagonisten doen.

Pathologische antagonisten koesteren een onstilbaar verlangen om problemen eindeloos voort te slepen en uiteindelijk hun tegenstanders uit te putten. Ze veroorzaken conflicten die ongezond en vernietigend zijn. Pathologische antagonisten zijn negatief en kritisch, wettisch en onverzoenlijk. Snel om te wijzen naar een ander zijn fouten en tekortkomingen, in het algemeen al berucht vanwege een veroordelende houding, kleinzielig over iedere pietluttigheid... een lang verhaal van ongelukkig zijn.

Dr. Greenfield schrijft: “Door de jaren heen heb ik opgemerkt dat mensen die mislukken in hun carrière, geneigd waren zich bij een kerk aan te sluiten en zich bij de leiding inwerkten en daar een streng beleid voerden over het handhaven van de regels. Hoewel ze maatschappelijk mislukt waren, konden ze zich in een kerk toch nog een beetje belangrijk voelen.


Medewerkers en bondgenoten van de pathologische antagonisten

Een pathologisch antagonist moet zich van een aantal medewerkers zien te verzekeren. Zonder hen zouden zijn pogingen op niets uitlopen. Gewoonlijk beschikt hij niet over de moed om het alleen aan te pakken: hij heeft meelopers nodig om zijn campagne te versterken. Op zijn lijstje staan personen waarvan hij inschat dat zij persoonlijk ook wel iets te verhapstukken hebben. Het passieve gedrag van andere leidinggevenden schept gewoon de gelegenheid dat dit kan gebeuren. In het boek wordt gesteld dat de grootste bondgenoten van de pathologische antagonisten en de grootste vijanden van de geestelijke leiders de passievelingen zijn. De auteur citeert Cicero:
“Er zijn twee soorten onrecht: het eerste wordt gevonden bij degenen die onrecht doen, het tweede bij degenen die nalaten iemand te beschermen tegen een kwaad, terwijl zij daarvoor wel in de gelegenheid zijn."

Degenen die kwaad doen, worden geïnspireerd door gemeenheid of psychische defecten. Degenen die toekijken en het laten gebeuren, worden geleid door lafheid of onverschilligheid.

Edmund Burke (Ier van geboorte, 1729 – 1797), beroemd en invloedrijk christenpoliticus en filosoof) stelde het volgende: “Alles wat nodig is om het kwaad te laten triomferen, is dat goede mensen er niets tegen doen.”

Wie zich laat intimideren door krachtige en overtuigende pathologische antagonisten, maakt de weg vrij voor een aanval op de geestelijke leiders. Voor een antagonist is passiviteit een open invitatie om de aanval te continueren en om die nog bloeddorstiger te maken.

Terwijl de slachtoffers van de antagonist het gewoonlijk te druk hebben op alle beschuldigingen in te gaan en ze te weerleggen, hebben de pathologische antagonisten zelf altijd zeeën van tijd, die ze gebruiken om plannen te maken, geheime bijeenkomsten te beleggen en uren te telefoneren om supporters te werven voor de beslissende vergaderingen.

Als de beschuldigde met documentatie komt om een aantal zaken te ontzenuwen, zal de antagonist gewoon van onderwerp veranderen en een andere aanval proberen. In de regel komen er nooit spijtbetuigingen of erkenning van de schade die zij hebben aangericht.

Bijbelse voorbeelden

Het klassieke bijbelse voorbeeld is Judas Iskarioth, Luk. 22:3, “En de satan voer in Judas.” Het is niet toevallig satan betekent tegenstander en staat voor aanklager. Dit is de belangrijkste rol van de antagonist. Paulus beschreef de antagonist in 2Kor. 11:13 als “schijnapostelen, bedrieglijke arbeiders die zichzelf voordoen als apostelen van Christus.” En verder in onder andere 2Tim. 2:14-26 waarschuwt hij voor de “dwaalleraars die een andere geest hebben en strijd veroorzaken.” Paulus verwijt de Korinthiers dat zij hem niet verdedigd hebben tegen de antagonisten.
Een ander bijbels voorbeeld is Diotrefes, in de derde brief van Johannes. Hij beschrijft de antagonist als iemand die zichzelf op de eerste plaats stelt en Johannes niet wenst te ontvangen, bovendien ook belet dat de andere broeders hem ontvangen. Johannes waarschuwt voor hem omdat hij “met boze woorden zwetst en degenen die goed willen doen de gemeente uitgooit.” Johannes eindigt met: “Geliefden, volg het kwade niet na maar het goede. Wie goed doet, is uit God. Wie het kwade doet, heeft God niet gezien".

De besproken methodes van pathologische antagonisten kunnen werken als het gooien van een handgranaat: de voorganger kan gewond raken of uitgeschakeld worden, maar heel wat andere mensen en ook andere aspecten van het gemeentewerk kunnen eveneens beschadigd of vernietigd worden. Helaas moet hierbij worden aangetekend dat het pathologische antagonisten niets kan schelen hoeveel schade zij aanrichten.

Degenen die betrokken raken in boos, kritisch, ontevreden gemopper in roddelvergaderingen, en degenen die weer proberen daar weer verzoening voor tot stand te brengen, hebben vanzelfsprekend weinig tijd meer over voor het eigenlijke geestelijke werk. Het belangrijkste gevolg van de aanval op de voorganger is dat de reputatie van de gemeente grote schade lijdt.

Maar voor de antagonisten, voor de zichzelf benoemde rechters van de voorganger, is het verlies van leden, het doven van het geestelijk vuur en het verlies aan financiën, altijd de schuld van de voorganger, nooit van henzelf.

Boekbespreking is van Johan van der Merwe, Zuid Afrika en vertaald door N. Matzken-v.d. Griend.

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Psychosomatische onderwerpen