Lichamelijke aspecten in de christelijke hulpverlening

Voorzitter van Stichting Promise en initiatiefnemer van dit symposium Gerard Feller hield een lezing over

LICHAMELIJKE ASPECTEN IN DE CHRISTELIJKE HULPVERLENING

We leven in het Westen in een steeds meer IK-gerichte cultuur. Woorden als individualisme, zelfverwerkelijking, zelfbeschikking, zelfverlossing zijn kenmerkend voor onze contact-arme maatschappij. Steeds meer wordt de mens geïsoleerd van de levende God, van de schepping en van de medemens. Dit, terwijl de Bijbel juist leert dat de mens in een goede relatie met zijn omgeving pas tot de volle ontplooiing komt.

Moderne samenleving

De voortschrijdende rationaliteit levert steeds meer gevoelsarme mensen op. Kinderen zoeken geen troost meer bij hun ouders, maar gaan in een hoekje zitten huilen, omdat ze afgeleerd hebben een schoot of een arm te zoeken. De veilige schoot en de beschuttende, troostende arm hebben ze vaak nooit gekend.

Kinderen die nooit aangehaald worden of zelfs mishandeld of misbruikt worden, zoals bij de toenemende incestproblematiek, zullen tot in de verre toekomst de pijnlijke gevolgen in de vorm van angst voor lijfelijk contact en lichamelijke gevoelens meedragen. Ook bij oudere mensen is er steeds minder lichamelijk contact. Ze leven vaak geïsoleerd en kennen alleen maar de ruwe "professionele" aanraking van hulpverleners.

Ook in de sport zien we vaak een voortschrijdend individualisme. Niet meer het sociale contact, het ontmoeten en samen bewegen en beleven is het doel geworden, maar de prestatie van het IK staat centraal. Er is dan ook een steeds grotere verschuiving van groepsgerichte sportbeoefening tot individuele sporten als tennis, atletiek, fitness en joggen.

C.S. Lewis beschreef dit voortschrijdende proces van individualisering in een boek: "De grote scheiding". Hierin stelt hij de hel voor als een stad, waarin de mensen steeds meer afstand nemen van de medemens, waarin ze steeds verder uit elkaar gingen wonen en ook gevoelsmatig anderen buitensloten om zo steeds meer in zichzelf gekeerd te raken.
Dat lijkt een beetje op het ontwikkelingspatroon in onze moderne samenleving.

Lichaam en mensbeeld

De toenemende individualisering van de mens en het contactverlies met zijn omgeving, met God, de medemens en de schepping, is een proces wat in feite in de mens zelf doorgaat. Bijbels gezien vindt er na de zondeval een steeds groter wordende desintegratie plaats van de innerlijke verhoudingen tussen geest, ziel en lichaam. Dit leidt tot een verwording van hun innerlijke samenhang. Dit wordt ook door sommige christenen ervaren.

Zoals een yogaleraar d.m.v. meditatie en occulte technieken uit zijn lichaam wil vluchten en zich met de kosmos wil verenigen, zo beleven ook veel christenen hun lichaam. Als een lastig "beknellend" omhulsel of als een "broeder ezel". Het lichaam wordt vaak gezien als iets onreins, iets minderwaadigs, dit naar het voorbeeld van het oude Griekse denken. Dit minderwaardige gedeelte van de mens moest onderdrukt worden door ascese of zelfkastijding. Denk eens aan anorexia problemen. Anderzijds wordt het lichaam als "gebruiksvoorwerp" gezien, waarbij de waarde van het lichaam afgemeten wordt aan de dikte van de spiervezels en zijn gebruikswaarde. "Werken aan je lijf", is het motto van veel bodybuilding liefhebbers en fitnessfanatici.

De Bijbel ziet het lichaam niet als een omhulsel, een gebruiksvoorwerp of een aanhangsel, maar als een intrinsiek deel van ons menszijn. De mens heeft een lichaam en is lichaam. Juist door de verlossing, door het offer van Jezus Christus, wordt door de inwoning van de Heilige Geest een oplossing geboden voor de verdergaande dissociatie, de uiteenvalling van de mens.

Gods Geest begint een vernieuwend, scheppend werk in de wedergeboren mens, waarin de mens juist in de ÈÈnheid van de relaties een nieuwe schepping wordt. Ook in zijn lichamelijkheid is de mens een beeld van God. De mens is de Tempel van God. Als we niet zelf meer leven, maar Christus in ons (Gal.2), dan is ons gehele wezen, dus ook ons lichaam bezit van Jezus Christus.

In de natuurlijke ontwikkeling en aanleg van het lichaam en zijn functies, zien we ook al onlosmakelijke verbanden tussen lichaam en ziel (psyche). Bewegen van het lichaam voor gebarentaal is een primitieve vorm van schrijven. Dit werd gevolgd door de beeldtekeningen van de hieroglyfen van de Egyptenaren, het spijkerschrift en uiteindelijk een fijn motorische beweging, zoals we nu letters schrijven en lezen, door met onze ogen deze bewegingen te volgen. Bewegen en zien zijn dus belangrijke lichamelijke voorwaarden voor het "lezen".

Zelf heb ik enige tijd op een LOHM school gewerkt en ontdekt, dat veel motorische vaardigheden van het lichaam noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van psychische processen. De ontwikkeling van de grove- naar de fijne motoriek, de oog-hand co–rdinatie, de zintuiglijke discriminatie, zijn in grote mate bepalend voor het rekenvermogen, het taalgevoel, etc. Hoe kun je ooit rekenen, als je nooit geleerd hebt lichamelijk afstand te meten of via lichaamsschema's orientatievermogen geleerd hebt! Zonder lijfelijk te ervaren wat voor, achter, links en rechts is, is ieder taalgevoel praktisch onmogelijk. Helaas is hier niet de tijd en plaats om de relatie in ontwikkeling tussen psychische- en lichamelijke ineenstrengeling verder uit te werken.

Ik heb echter kinderen met een enorme faalangst op school gezien, die bij wijze van spreken nauwelijks op de treeplank van een bus durfden te stappen. Psychisch beleefde angstgevoelens beinvloeden en belemmeren vaak ook het lichamelijk functioneren. Ook in het taalgebruik zien we duidelijke relaties tussen lichaam en ziel. Een last op je schouders nemen, tanden op elkaar zetten, gal spuwen, in het oog houden, met knikkende knieen, zijn nog maar enkele voorbeelden. Geweldig veel uitdrukkingen en gezegdes laten steeds de verbanden zien tussen lichaamshouding, -beweging en gevoelens.

Ook in de Bijbel worden de verbanden tussen psychische- en lichamelijke processen beschreven: Hebr.12:12: "Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieÎn en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is, niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze." Tucht, oefening en volharding geven lichamelijke- en psychische functieverbetering.

Lichaamstaal

In de hulpverlening is kennis van lichaamstaal heel belangrijk als een extra informatiekanaal om inzicht te verwerven in het innerlijk van de mens. Iedereen maakt, zonder dat zich bewust te zijn, gebruik van het onderkennen van lichaamstaal. Als we de gelaatsuitdrukking opnemen van iemand, die ongeveer zeven meter voor ons is, dan bekijken we in feite de spanningsregulatie van de mimische spieren en trekken er vervolgens conclusies uit: iemand is blij, verdrietig, gespannen, etc. Ook in de motoriek ervaart iedereen praktisch lichaamstaal. Bij een spreker herkennen we aan een enigszins verkrampte mimiek en motoriek al gauw spanning.

Ook geldt dit voor langdurige gemoedstoestanden. Een man die voortdurend ongelukkig is en zo kijkt, houdt er vaak een "zorgrimpel" in zijn voorhoofd aan over. Iemand met een agressieve natuur heeft als gewoonte voortdurend zijn kin uit te steken. Het lijkt erop of veel "chronische" emoties "bevriezen" in de lichaamshouding.

Natuurlijk moeten we ons realiseren, dat deze lichaamstaal maar een deel is van de informatie, die we kunnen krijgen van de algehele toestand van een confident. Bovendien moeten we ons realiseren, dat lichaamstaal zijn eigen "spraakkunst" kent en "interpunctie" heeft. Net zoals een uit zijn verband gerukt woord grote misverstanden kan geven, zo is het ook met onbewuste gebaren en houdingen. We zullen pas bij veel analyseren en ervaring de subtiele spraak van het lichaam leren kennen en inpassen in onze totale benadering.

Spanningssignalen

Zoals al eerder vermeldt, sluit de spanningsregulatie van ons lichaam direct aan op ons gevoelen. Er is b.v. een duidelijke parallel van onze emoties op:

  1. de ademing (diepte, techniek, pauzes, frequentie, etc.) Ook het spreken, wel of niet gearticuleerd, tempo, het snikken, juichen, zuchten en jammeren zijn spanningssignalen.
  2. het dwarsgestreepte spiersysteem, dat de houding en beweging in ons lichaam verzorgt (parameters zijn spanning, lengte en doorbloeding)
  3. het gladde spiersysteem in alle orgaansystemen en bloedvaten (spanning, bloeddruk, verstoorde functies)
  4. het hormonale systeem wordt bijzonder beinvloedt door emoties met bijbehorende reacties.
  5. zintuiglijke functies, b.v. bij angsten en fobieen zie je vaak een "intrekken", in zichzelf keren van alle zintuiglijke functies (horen, zien, reuk, smaak en tast verminderen)
  6. via het vegetatieve systeem vinden er allerlei emotionele spanningsreacties en reflexen plaats, die we hier niet verder uitwerken.

Met name de bewust beinvloedbare mechanismen als ademing, dwarse spieren en zintuiglijke functies zijn prima handvaten om spanningen controleerbaar en beheersbaar of bewust te krijgen. Zaken als suggestie, hypnose, autohypnose, T.M. verwerpen dit, omdat ze vooral op het onbewuste systeem invloed willen uitoefenen. Men probeert zo het bewuste en het onbewuste te controleren, iets wat niet ligt binnen de normale scheppingsorde van het Bijbelse mensbeeld.

Bekend zijn misschien de technieken om spierspanning te beheersen door spieren op verschillende niveaus aan te spannen en los te laten. Men cultiveert als het ware het spierspanninggevoel. Eigenlijk is dit meer het spiercoordinatievermogen. Het geeft meer inzicht en controle bij spierspanningreflexen.

Ook redelijk bekend is het gebruiken van de ademing tot meer inzicht en beheersing van spanningsreflexen. De ademing is ÈÈn van de weinige systeemfuncties in het lichaam, die bewust alswel onbewust plaats kan vinden. De fysiologische ademing is een golfbeweging, die bij in- en uitademing te zien is. Bij geringe spanningsverschillen is deze beweging geblokkeerd of verloopt ongecontroleerd. Via ademtechnieken is vrij snel lichaamscontrole te leren. Vaak is enige fysiologische kennis nodig om het bewegingsverloop te begrijpen en te praktiseren. Zintuiglijke oefeningen ter spanningsbeheersing zijn al wat minder bekend. Vooral bij mensen met angsten leidt dit vaak tot zintuiglijke stoornissen, met bijbehorende orientatieproblemen. Clienten hebben vaak jarenlange onderzoeken achter de rug naar zintuiglijke pathologie, terwijl enig inzicht in deze materie met psychomotore oefeningen vaak al veel klachtenvermindering geven.

Aanraking van het lichaam

Over een zintuiglijke functie nl. de tast wil ik vandaag iets meer zeggen. Tast in de vorm van aanraken. Zoals al eerder vermeld, sluit de spanningsregulatie van ons lichaam direct aan op ons gevoelen. EÈn van de directe manieren, waarmee we communiceren met de stoffelijke wereld om ons heen, is het tastgevoel. Aan iedere aanraking is een emotionele kwaliteit verbonden. In het westen hebben we vaak een ontmoetingsangst, die gecamoufleerd wordt met formele gesprekken en gedragingen. We zijn ons nauwelijks bewust van onze mogelijkheden contact te maken of te communiceren.

In onze cultuur wordt rechtstreeks warmvoelend contact tussen mensen vaak in de sfeer van seks, macht of dwang gebracht. Aanraken is taboe. Aanraking als een gebaar van troost, toewijding en bemoediging verdwijnt steeds meer. Ook in de seksuele relatie tussen man en vrouw is er een intense behoefte aan tederheid en intimiteit. De behoefte of wens om omhelsd te worden. De hele wereld is vol van substituten van schijntederheid en liefde. Men zoekt mogelijkheden in zachte speelgoeddieren, het aanraken van kinderen of spelen met levende dieren, als hond of poes.

Vaak ook zoekt men zichzelf te strelen, door verslaafd te raken aan masturberen. Een ander eigentijds voorbeeld is de behoefte om eindeloos te bellen naar vrienden en bekenden als vervanging van liefde en aanraking. Op grote schaal is men tegenwoordig verslaafd aan de babbel- of sekstelefoon.

Velen zijn er, die een hevige afkeer hebben van elk lichamelijk contact, juist door een verdrongen behoefte hieraan of door traumatische ervaringen op dit gebied; waar aanraking vaak vanuit een verkeerde geestesgesteldheid plaatsvond, zoals bij incest. DE KWALITEIT van de aanraking hangt af van de INTENTIE VAN DE GEEST, waarin mensen elkaar aanraken. Vindt aanraking plaats SPONTAAN, BESTUDEERD, of BEDOELD VOOR DE OMSTANDERS. Is er aanraking tussen twee gelijkwaardige mensen?

Klassieke voorbeelden zijn: Saddam Hoessein, die temidden van de golfoorlog voor de camera's van de verzamelde wereldpers een klein jongetje aait over zijn bol, terwijl het jongetje verstijfde en Saddam recht in de camera's glimlachte. Het jongetje wordt zo tot een OBJECT gemaakt. Ook de hand, die Arafat onlangs in Washington met een brede smile president Rabin van ISRAEL toereikte, was vol van duidelijke lichaamstaal. Rabin verstrakte, werd duidelijk innerlijk tegengehouden, maar pakte daarna aarzelend de hand van Arafat, om daarna vervolgens weer snel een andere kant op te kijken. De intentie van de handdruk was aan beide zijden duidelijk.

Zelf heb ik intense aanraking meegemaakt in mijn eigen leven. Mijn vader is drie jaar geleden gestorven. Hij was ÈÈn van de hoogst geridderde mensen in de oorlog in voormalig Ned. Indie. Een no-nonsense figuur, die ons strak en goed opvoedde en die weinig lichamelijk contact met zijn kinderen zocht. Toen mijn vrouw en ik al 12 jaar de Here Jezus in ons leven kenden en hij nogal teleurgesteld was in de katholieke kerk en de mensen, gebeurde het, dat we na jarenlange gebeden langzaam een verandering begonnen te zien in het karakter van mijn vader. Hij werd milder. In die tijd openbaarde zich tegelijk een longkanker, dat hem na twee maanden zou doen overlijden. In die twee maanden werd hij een totaal ander mens en de gezindheid van Christus straalde van hem af. Op zijn sterfbed had ik voor het eerst een liefdevol lichamelijk contact met hem. In de laatste uren had ik mijn arm om zijn schouder; ik kon hem direct en liefdevol aankijken en ondersteunen in zijn worsteling. Aan de andere kant ondersteunde mijn moeder. Na enkele uren vroeg ik voor het eerst van mijn leven of ik met hem mocht bidden. Het was een gebed uit de hemel, waar we gearmd gemeenschap hadden met de Geest van God. Na het gebed knikte hij en een paar minuten later had de Heer hem opgenomen in de hemel. GOD KAN HET ONMOGELIJKE DOEN, Hij kan iemand, na een leven van verharding, kort voor zijn dood redden. Hij kan een vader en een zoon voor het eerst door zijn Geest een lichamelijk diepgaande aanraking geven. Aanraken vanuit een liefdevolle geestesgesteldheid is een heel belangrijke factor tot genezing bij ziektes en klachten. De kwaliteit en intentie moeten zijn AANDACHT, ZORG EN TOEWIJDING, KORTOM; LIEFDE. In de Bijbel lezen we tal van voorbeelden, hoe onze Heiland mensen liefdevol en teder aanraakte.

 

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

Via onze armen en onze handen, vanuit Zijn Geest in ons, wil Christus ook nu mensen aanraken, vertroosten, bemoedigen en liefde bewijzen. Vaak zoekt men een betaalde, professionele hand van een ongelovige haptonoom of hulpverlener of een alternatieve genezer. Het lijkt er soms op dat de geest van secularisatie en onafhankelijkheid de Gemeente van Christus heeft ingepakt. De bron van alle waarachtige liefde in Christus wordt nog wel gepredikt, maar niet meer gepraktiseerd! Er is veel tact nodig bij het aanraken. Om met prediker te spreken: "er is een tijd om te omhelzen en er is een tijd om zich van omhelzing te onthouden." Vanuit het pastoraat in de Gemeente kunnen sommigen in deze bediening een gave van God ontvangen. Christus wil door de gelovigen mensen liefdevol aanraken en "LIJFELIJK" nabijzijn. Hij wil ons lichaam gebruiken om mensen te omarmen, te omhelzen, te strelen en aan te raken. Fil.2:1-5: "Indien er dan enig beroep op u gedaan mag worden in Christus Jezus; indien er enige bemoediging is der liefde; indien er enige gemeenschap is des Geestes; indien er enige ontferming en barmhartigheid is; maakt dan mijn blijdschap volkomen door EENSGEZIND te zijn, EEN in liefdebetoon, EEN van ziel en EEN in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag, doch in ootmoedigheid achte de ÈÈn de ander uitnemender dan zichzelf." Dit is in de gezindheid van Christus.

Bijbels denken in de hulpverlening

Alle lichamelijke informatie, die we tot nu toe besproken hebben, moet altijd gezien worden binnen de bijbelse relaties van geest, ziel en lichaam. Het kader van denken, waarin de hulp en symptomen geplaatst worden, is van essentieel belang voor het te verkrijgen effect. Bijvoorbeeld, als ik mijn handpalmen tegen elkaar leg en mijn onderarmen hef, kan ik deze oefening introduceren als een rekoefening van de buigspieren van de handen. Geef ik dezelfde oefening en leg ik uit, dat je door deze houding je beide lichaamshelften in je zelf moet keren en dat je de "god" in jezelf tevoorschijn moet roepen, dan krijgt deze lichamelijke oefening een occulte lading.

Daarom is het kort uitleggen van oefeningen binnen een bijbels denkkader heel belangrijk bij therapie. Dit betekent dus GEEN yoga, T.M., hypnose, autogene training of suggestie; geen onbijbelse visualisatie of overschrijden van "haptische" ruimtes. Dit laatste is het "verlengen" van het lichaamsgevoel door levenloze voorwerpen. (koinesthesie, percensus of transcensus) Er is een grens tussen normale bewegingsvoorstelling en een invoelen in materie en personen.

Het is voorstelbaar, dat een geroutineerde typiste de typemachine bijna als een verlengstuk van haar lichaam ziet, net als een geroutineerde autorijder met gemak een auto door kleine ruimtes manoeuvreert. Het wordt anders, als we gestimuleerd worden tot het invoelen in personen of in dode materie. Dit komt dicht bij het bijbelse begrip toverij of manipuleren van de geestelijke wereld.

In het bijbelse denkkader is het lichaam echter een Tempel van de Heilige Geest. Voor het oefenen geven we meestal kort het denkkader aan, waarbij we vervolgens iets vertellen over de functies van lichamelijke mechanismen (fysiologie) en hun spanningssignalen. Daarna geven we kort aan hoe de client d.m.v. oefeningen bewust kan worden, inzicht heeft en controle op lichamelijke spanningsmechanismen kan ontwikkelen. Zelfvertrouwen en zelfcontrole binnen het bijbelse mensbeeld worden dan verkregen. Dus geen zelfverwerkelijking of zelfverlossing, maar gezonde zelfcontrole.

Natuurlijk moeten deze lichamelijke werkwijzen in de hulpverlening altijd gecombineerd worden met counseling / bidden / psychiatrische behandeling. Een belangrijk basismechanisme is, dat veel angsten vaak afgeleiden zijn van de doodsangst. Angst om alleen te zijn, geisoleerd, bijbels gezien: eeuwig van God verlaten zijn. De angst voor de dood is voor ieder mens een sterkere macht. Satan gebruikt deze doodsangst om mensen te onderdrukken en te controleren. Wat is het in de christelijke hulpverlening machtig, dat we voor die fundamentele doodsangst door genade een oplossing hebben.

Hebr.2:14-15: "Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij (Christus) op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door Zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren." 2.Tim.1:7; "Want God heeft ons niet gegeven een Geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en bezonnenheid."

lichamelijke technieken

  1. Confrontatie met inconsistentie, dit is het bewust maken van spanningssignalen, verbaal en non-verbaal. Zoals hierboven beschreven via ademing, spierspanning, houding, zintuiglijke functies, lichaamstaal.
  2. Therapeutisch klimaat bevorderen. Leven als hulpverlener onder leiding van Gods Geest, door zelf een geheiligd leven te leiden, en mensen en situaties benaderen vanuit de liefde en het leven van Jezus Christus.
  3. Lichaamservaringen bewust maken. Ontwikkelen van een eigen lichaamschema. Eigen specifieke lichaamssignalen, zoals persoonlijke "spanningsgebaren" kennen in specifieke situaties, zoals ontmoetingen met mensen. Ook door deze zelf onder woorden te brengen. Soms kan dit heel moeilijk zijn, zoals bij incest of mishandeling. Vaak lukt dit niet alleen met bidden of gesprekken, en kan men via lichaamsgerichte benadering een doorbraak krijgen op psychische en geestelijke beleving.
  4. Zelfvertrouwen en lichamelijke zelfcontrole oefenen, zoals boven beschreven.
  5. Psycho motore oefentherapie. Weer vertrouwen krijgen en controle over het normale functioneren van zintuiglijke functies. Deze zijn vaak "ingetrokken" bij spanningsklachten. Oefenen van houding- en bewegingsco–rdinatie op verschillende niveaus. Oog-handco–rdinatie, oriÎntatie-oefeningen, zintuiglijke discriminatie oefeningen, tastoefeningen, haptische ruimtes betreden; dit is het trainen van gevoel voor ruimte en afstanden zoals b.v. bij fobieklachten.

Hemelse Hogepriester.

Lichamelijke gevoelens moeten steeds gerelateerd worden aan de gehoorzaamheid aan God. (vgl. de Here Jezus in Gethsemane) Gevoelens zijn vaak signalen naar dieper gelegen dimensies in de menselijke geest en psyche. Ventileren alleen is vaak niet genoeg en kan soms schadelijk zijn. (zelfbeklag) In diepste wezen zal de hulpverlener ook met het hanteren van lichaamstechnieken gevoelens en gedachten steeds weer richten op de Hogepriester, die met ons mee kan VOELEN in onze zwakheden.

Ik lees tot slot Hebr.4:15,16: "Want wij hebben geen Hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar EÈn die in alle dingen op gelijke wijze als wij verzocht is geweest, doch zonder te zondigen. Laten we daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat we barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd."

Gerard Feller


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Psychosomatische onderwerpen