Ik ben de architect van mijn leven...of juist niet

IK BEN DE ARCHITEKT VAN MIJN LEVEN....OF JUIST NIET.

Een toespraak van dhr. A. Stringer M.A., direkteur van de Evangelische Bijbelscholen te Veenendaal.

Geschiedenis

Dhr. Stringer benaderde zijn onderwerp vooral vanuit de geschiedenis van de westerse cultuur. Hij besprak de verschillende mens-en wereldbeelden in de loop der tijden, die geleid hebben tot het zogenaamde postmoderne wereldbeeld. De westerse cultuur was en is nog ten dele geworteld in de Griekse cultuur. Het neo-platonisme van Aristotelis verdeelde de wereld in twee delen: de onderste pool, die staat voor het vergankelijke, onbetrouwbare, het slechte, het lichamelijke, het stoffelijke; en anderzijds de bovenste pool, die staat voor het goede, het hemelse en eeuwige, dat leidt tot God. Plato noemde God de Onbeweeglijke Beweger. (Zie schema1) Augustinus zou dit wereldbeeld "verchristelijkt" hebben.

In de Bijbel wordt daarentegen gesproken over God, die de mens schiep in zijn lichamelijkheid. God, die naar de mens toe komt juist door mens te worden. Immanuel = God met ons. Dit leidde in de Reformatie tot een theocentrisch wereldbeeld. God is in Christus in de wereld gekomen. Hij is de Schepper en Onderhouder van deze wereld. God is het centrum van alles. God is de normatieve dragende kracht van heel het menselijk leven. (Zie schema2

De verlichting

Er kwam een grote kloof met het terugdringen van God en het bovennatuurlijke bij de Verlichting. De vader van de Verlichting, Descartes, ging uit van intellectuele TWIJFEL in het beantwoorden van alle waarheidsvragen. Alleen het systematisch in twijfel trekken van alle uitgangspunten kan de mens bevrijden van alle "onhoudbare waarheden". "Ik denk, daarom besta ik." En denken bestaat uit twijfelen. Wie heeft autoriteit: God en Zijn openbaring of de autonoom denkende mens? Ik besta niet omdat ik geschapen ben, of omdat ik in de relatie met God leef, of omdat ik afhankelijk ben, maar ik besta omdat ik denk, volgens Descartes. Dit is het begin van de MODERNE mens. Hij maakt het zelf wel uit, iedere "natuurlijke" oplossing is bespreekbaar. Alles van boven of buiten de natuur, telt alleen mee als het "rationeel" bespreekbaar is, meetbaar, zichtbaar. Dus alle wonderen hebben afgedaan, rationeel niet inpasbaar. Christus, geboren uit een maagd, een mens die opstaat uit de dood, is ondenkbaar.

In die tijd komt ook het zogenaamde deÔsme op. Dit leert dat God weliswaar de Schepper is. De wereld wordt voorgesteld als een uurwerk, door God geschapen. Maar Die vervolgens de "slinger" een zetje heeft gegeven, en Zich verder niet bemoeit met de schepping. God mag niet meer ingrijpen in het wereldgebeuren, dat zou een verstoring zijn tegen zijn eigen natuurwetten. God moet erbuiten blijven (zie schema 3).

Katalysators tot een wereldbeeldverschuiving

De twee belangrijkste gebeurtenissen die de inleiding vormden tot een andere manier van denken waren de Franse revoluties van 1789 en 1848 en de evolutieleer in 1858. Sommige van deze zogenaamde paradigma verschuivingen (verschuivingen in fundamentele denkpatronen) nemen soms eeuwen in beslag, en vaak overlappen bepaalde periodes elkaar. Soms gaan ontwikkelingen erg snel. De Franse revolutie preekte: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Vrijheid van de kerkelijke wetten, die Frankrijk, geregeerd door bisschoppen en kardinalen, teisterden. Er was tot dan een hecht huwelijk tussen staat en kerk. Vrijheid betekende een afwerpen van het kerkelijk juk. Maar ook een afwerpen van de normen van God.

De "derde stand" van de boeren en burgers en buitenlui was steeds de klos in dit systeem. Daarom streefden ze naar gelijkheid met de stand van de adel en de geestelijkheid. Alle mensen moesten gelijk zijn. Kerkelijke bezittingen werden onteigend. Geen aparte privileges meer voor de kerk. God moest uit het publieke leven, uit de rechtbank, uit het sociale leven, want hij is niet te vertrouwen, kijk maar naar zijn "voetvolk", de priesters.

Ook de evolutieleer droeg bij tot een belangrijke paradigmaverschuiving. Het denken van Darwin, over natuurlijke selectie en de "Survival of the fittest" werd niet alleen, zoals door hem, op dieren toegepast, maar nu ook op mensengroepen en volkeren. De soorten die overleven, die zijn de sterksten. Het bevorderde uiteindelijk de klassenstrijd en het racisme.

De Ubermensch

De Duitse bioloog Haeckel (1834-1919) paste een mystiek-religieus geloof in de krachten van de natuur (survival of the fittest) toe op de sociale en politieke arena. Ook volkeren en vooral rassen moeten strijden om in de "menselijke evolutie" boven te liggen en te overleven. Dit denken was de drijvende kracht in de eerste Frans-Pruisische oorlog van 1870 en daarna in de eerste wereldoorlog. Het was in feite het denken van Adolf Hitler, die dit in de tweede wereldoorlog op een afschuwelijke schaal toepaste. Andere voorbeelden die dit denken deels aanhingen waren bijvoorbeeld Nietschze, die kwam tot de "Ubermensch", maar ook Cecil Rhodes, die vond dat de Engelsen heel Afrika moesten veroveren De rassen en culturen moesten "verbeterd" worden door te "verengelsen". Hij was de man achter de boerenoorlog.

Ook Theodore Roosevelt (The Winning of the West) verdedigde de rassenoorlog met de indianen en moedigde zijn landgenoten aan, bezit te nemen van Cuba, Puerto Rico, Hawai en de Philippijnen, dit als demonstratie van de superioriteit van het blanke ras. Ook John D. Rockefeller en met hem alle grote imperialisten, waren aanhangers van de evolutieleer. Sommige evangelische voormannen waren zelfs geobsedeerd door dit denken. (Josiah Strong)

Het is merkwaardig dat het evolutionisme veel meer invloed op de geestelijke- en sociale wetenschappen heeft gehad dan bijvoorbeeld op de natuurwetenschappen. In de fysica en de wiskunde heeft de evolutieleer afgedaan. De hoofdwetten van de thermodynamica en alle kansberekeningen maakten de evolutieleer totaal onaanvaardbaar. Er worden dan ook nooit wetenschappelijke bewijzen voor de evolutieleer aangereikt. Toch wil men leven met het materialistische wereldbeeld, waarin alles ontstaan is door toevalligheid, tijd en de mysterieuze scheppingskracht van de evoluerende natuur. Het is duidelijk dat zo'n benadering helemaal niet rationalistisch is, de logica is ver te zoeken. Zo groeide het besef dat "wetenschappelijke" stellingen relatief zijn. Het denken van de mens geeft geen enkel houvast. Het is begonnen in de natuurkunde: de relativiteitstheorie, de quantenmechanica, enzovoort. Een wissel in het paradigma betekent een enorme onzekerheid, een soms eeuwen lang zoeken. De mens was God kwijt en nu ook zijn ratio!

Bertrand Russell

Uit het volgende citaat van Bertrand Russell spreekt de wanhoop en de totale doelloosheid, die voortvloeit uit deze ontwikkeling: "Zo, in grote trekken, maar nog meer doelloos, nog meer ontdaan van elke betekenis, is de wereld waarin de wetenschap ons doet geloven. In zo'n wereld moeten onze idealen toch op ÈÈn of andere manier hun thuis vinden. Dat de mens het produkt is van oorzaken, die geen enkele notie hadden van het doel dat zij zouden veroorzaken; dat zijn oorsprong, groei, zijn hoop en vrees, zijn liefde en zijn geloof, alleen maar het resultaat zijn van toevallige samenklontering van atomen, dat geen vurigheid, geen heldhaftigheid, geen intensiteit van denken en voelen, geen individueel leven kan bewaren tot na het graf; dat alle arbeid van alle eeuwen, al de toewijding, alle inspiratie, alle hoogtepunten van menselijke genialiteit, voortbestemd zijn om onder te gaan in het enorme sterven van ons zonnestelsel, en dat de hele tempel van wat de mens bereikt heeft onvermijdelijk begraven zal worden onder het puin van de ruÔne van onze kosmos. Al deze feiten, misschien nog wel omstreden, zijn toch zo bijna zeker, dat geen filosoof, die ze verwerpt, nog stand kan houden. Alleen binnen de steigers van deze waarheden, alleen op het vaste fundament van totale wanhoop, kan het huis van de menselijke wanhoop nog worden gebouwd." Aldus Russell (Uit: A free man's worship Why I am not a Christian 1957)

Dwarsdoorsnede van de postmoderne mens (POMO-MENS)

Doelloosheid, wanhoop :Ik wil mijn leven wel maken, maar ik kan het niet! Daarmee is de mens postmodern geworden. Hij is God en zijn normgeving kwijt en ook het vertrouwen in zijn eigen verstand. Hij heeft geen enkel houvast meer. (zie schema4)

De mens zit in een ronde zwarte doos. Hij is alle kader en struktuur en normen kwijt. Doelloosheid. Er is geen verband tussen oorsprong en doel. De mens is een toevallige samenklontering van een beetje "oersoep". Hij ziet geen enkele waarde voor zichzelf. Hij kan zich alleen handhaven door strijd met alles en iedereen. The "survival of the fittest" leidt tot agressie, vandalisme, het doodtrappen van een toevallige voorbijganger. Zelfs agressie tegen de eigen achtergronden, tegen ouders en school. Het is moeilijk de gezagsverhoudingen te erkennen. Zijn toekomstbeeld is de uiteindelijke ineenstorting van het heelal. Daardoor wordt angst en wanhoop gekweekt, er zijn veel zelfmoorden onder de jeugd, die in een identiteitscrisis is. "Wie ben ik eigenlijk."

Vaak zijn ze kontaktarm: Wie maakt kontakt met wie? Het kost moeite om (duurzame) relaties op te bouwen. Door een lage zelfinschatting zoekt men direkte sexuele bevrediging bijvoorbeeld door zelfbevrediging en homosexualiteit. De postmoderne mens zoekt naar zijn identiteit in zijn uiterlijk of in wat hij bezit. Een grote auto, opzichtige kleding, hanekammen, piercings, lawaaiboxen. Hij hunkert toch naar de bescherming van een groep. Dit leidt tot toetreden tot een bende en een "verrechtsing". Men zit overdreven vast aan dogma's of regels of het nu in een extreem kerkgenootschap is of in een club neo-nazi's.

De postmoderne mens is nauwelijks in staat zijn eigen inzichten, overtuigingen en geloof te ontwikkelen om van daaruit te leven. Hij hunkert toch naar gezelligheid en gemeenschap. Ik maak mijn eigen leven, maar wie ben ik eigenlijk? Tot mijn grote verdriet herken ik dit gevoelen in mijn eigen studenten. "In mijn familie zijn er al echtscheidingen van generatie op generatie, denkt u nu echt dat ik het veel beter zal doen?"

Theologie van de POMOMENS

Vanuit de puinhopen van de totale wanhoop komt de mens toch weer terug naar de theologische aspecten van het wereldbeeld. Er moet toch een doelstelling zijn achter dit alles! Wie en wat is dat dan? Er ontstaat een vreemd mengsel van het materialistische wereldbeeld (evolutie) en het bovennatuurlijke. Een levende souvereine God wil men niet terug. Daarom wordt in de zich evoluerende natuur God "meegenomen". Met de evoluerende mens is zijn god geÎvolueerd. (procestheologie) Jezus is "meegeÎvolueerd" als scheppingssymbool en als symbool van redding. Maar hij is zelf eerst gered (ontstaan) door de evolutie van het menselijk denken. (Teilhard de Chardin). Waar zouden God en Jezus zijn, zonder christelijke evolutie, aldus dit denken. God is nooit meer en eigenlijk niets anders dan de mee-ontwikkelende oerkracht in de natuur. (pantheÔsme, new age)

Jezus staat niet buiten en boven de schepping. Zo'n Jezus is eigenlijk "ongevaarlijk" en wordt wel geaccepteerd door de pomomens. De kerk is synoniem geworden met onderdrukking, uitbuiting, het knevelen van de mens, zijn emoties, ambities, zijn potentieel. Een algemeen anti-klerikalisme ontstaat. Felle rebellie tegen het celibaat, sympathie voor iedere priester, die zich "behelpt" met een liefje of in homofiele relaties. Verachting van pauselijke voorschriften inzake voorbehoedsmiddelen. Er is een haat tegen de kerk en daarmee tegen God. Men wil liever een stompzinnig en uitzichtloos evolutionistisch materialisme dan een veel meer logisch verantwoord creationisme, waarin per definitie meer hoop en meer doelgerichtheid op een Schepper en Onderhouder is, en meer geloof in een liefdevolle macht boven de kosmos verwerkt is.

Als God radikaal wordt verworpen, worden daarmee alle goddelijke scheppings- en levensnormen als verachtelijk en schadelijk verworpen. De basisvormen voor het leven als uitgangspunt voor alle man/vrouw relaties. Genesis sluit hier naadloos aan, net als Ex. 20 (10 geboden) en de profeten, als ook Jezus en Paulus. In de ethiek van nu worden de normen op zijn kop gezet. Geslachtsverkeer voor en buiten het huwelijk, overspel, echtscheiding, homosexualiteit, pornografie, prostitutie zijn normaal en ieder die daartegen opkomt, is abnormaal en immoreel, omdat hij de "vrijheden" van anderen wil inperken. Zo, zegt men, wordt de mens weer schuldcomplexen aangepraat.

Merkwaardig is dat de pomomens helemaal niet agressief of racistisch wil zijn. Men wil juist afstand nemen van deze "hierachische manier van denken". Denken in termen van hoog-laag, blank-zwart, modern-traditioneel, man-vrouw, autochtoon-allochtoon, rijk-arm, waar-onwaar. (Uit: "Van theemutskultuur naar walkmanego, Harry Kunneman)

Evangelischen en postmodernisme

Hoe zit het met de evangelische Christenen? Wat doen ze met Gods normen, gebaseerd op de wet? Stringer toont aan, in navolging van David Stern, dat in de verhandelingen van drie toonaangevende Christen-theologen nog minder dan drie percent handelt over de wet. Dit in vergelijking met Joodse theologie, waar 20 % handelt over de wet.

Volgens recente getuigenissen van baptistenpredikanten heeft 23 van de 24 jonge baptistenstellen geslachtsgemeenschap vóór het huwelijk! Wat heeft God daarmee te maken? Wat heeft de Gemeente daarmee te maken, aldus de postmoderne invloed in deze Christenen. Prof. W. Ouweneel beweert dat de gemiddelde vergaderingschristen even geseculariseerd is als de niet-christen. Schokkende getuigenissen. Moeten we dan weer terug naar het opleggen van de oude wet? Nee, zeker niet. Wel moeten evangelischen stellig weer de oude waarheden poneren: 'Je bent door God geschapen. Hij wil je herscheppen in Jezus. Hij heeft je lief. Hij wil je vriend zijn.' Het krachtig prediken van Bijbelse normen: de drie maal herhaalde voorwaarde van Joh.14: 15-31 is van belang. Vers 21:

"Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren."
Dit spreekt de postmoderne mens toch ook heel sterk aan. Ze zijn zo dubbel in hun achtergrond en toch zo verlangend om Gods wil te doen. Geef hen een krachtig woord en een krachtig voorbeeld. Dan doet God alsnog wonderen in en met de postmoderne mens!! januari 1999
Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Postmodernisme