Vermeende herinneringen aan misbruik

© door Gerard Feller  engelse vlag(1)

Inleiding

Is ons geheugen betrouwbaar? De laatste 30 jaar lijken steeds meer ouderen zich (vooral seksueel) misbruik en incest te herinneren, vaak ook als gevolg van (psychotherapeutische) begeleiding. Ook als het gaat om misbruik in de katholieke kerk, lijken steeds meer herinneringen boven water te komen. Al jaren woedt er een strijd tussen ‘believers’ en ‘non-believers’. In Nederland zijn in tegenstelling tot Amerika nog niet veel rechtszaken bekend. Bij die zaken draait alles om de betrouwbaarheid van het geheugen. Is het mogelijk dat mensen in hun jeugd een trauma meemaken, de herinneringen daaraan vervolgens kwijtraken, om op een nog later tijdstip ze met behulp van een therapeut te hervinden? Jazeker, menen nogal wat psychotherapeuten. Zij wijzen erop dat veel jonge kinderen worden misbruikt door volwassenen van wie zij volkomen afhankelijk zijn. Om daarmee verder te kunnen leven is het voor slachtoffers noodzakelijk om de traumatische herinneringen ontoegankelijk voor het bewustzijn te maken. Andere experts zeggen dat dit onmogelijk is. Ons brein is zo gebouwd dat het bedreigende ervaringen juist extra goed vastlegt, aldus deze non-believers. Zij menen dat wie een trauma meemaakt, zich dat zijn leven lang zal heugen (1).

In dit artikel pretendeer ik geenszins het laatste woord hierin te hebben. Ik ben me er volledig van bewust dat talloze mensen lijden onder de gevolgen van misbruik en incest; daar is geen twijfel over mogelijk. Wat me echter bij literatuuronderzoek en ook uit praktijkervaringen en gesprekken bij Promise opviel, is dat er een duidelijke groep is waar je bij veel hervonden herinneringen vraagtekens bij kunt zetten. Vaak zijn die herinneringen hervonden na (psychotherapeutische) begeleiding, met name bij allerlei vormen van hypnose en zelfhypnosebehandelingen en ook groepstherapie van ‘lotgenoten’. Hoewel de psychotherapeutische richtlijnen de laatste jaren op dit punt zijn aangescherpt, namelijk veilige afstand nemen van hervonden herinneringen, en de therapie niet bedoeld is om een bewijslast van misbruik te verzamelen, zien we dat de praktijk op deze punten hardnekkiger is. In ons blad waarschuwen we al 30 jaar tegen de mogelijke gevaren van (zelf)hypnose. In dit artikel wil ik dat wat meer specificeren naar hervonden herinneringen.

Geheugen

Iedereen onthoudt in principe datgene dat hij of zij meemaakt. Het wordt in het kortetermijngeheugen opgeslagen en vandaar in het langetermijngeheugen. Naarmate de gebeurtenissen langer geleden hebben plaatsgehad, zullen de herinneringen echter meer en meer ’wegzakken’. Geheugensporen kunnen vervagen, waardoor in het langetermijngeheugen opgeslagen informatie moeilijker toegankelijk wordt. Dit is een vorm van vergeten, waarbij de informatie wel aanwezig blijft. Mensen proberen daarom de gaten in hun geheugen op een of andere manier te ’vullen’. Dit is meestal een onbewust proces. Men ’verzint’ bepaalde details en herinneringen, of men probeert ze door logisch redeneren te herconstrueren. Hierdoor ontstaat een herinneringsvervalsing. In Promise hebben we over dit fenomeen artikelen geplaatst onder het hoofdstuk V.L.E., de Verbal Logical Explainer (2). Typisch menselijk is de drang om de eigen rol zo positief mogelijk af te schilderen. Dit geldt ook voor geheugenvervalsingen. Deze zijn daarom meestal positiever dan de waarheid. Bij het aanmaken van valse herinneringen kunnen zowel externe als interne factoren betrokken zijn.

Externe oorzaken

De valse herinneringen worden gevormd in het reconstructieve geheugen. Hierin worden herinneringen opgehaald; de elementen die in dit geheugen ontbreken vult de persoon zelf in. Bij het aanmaken van valse herinneringen, die worden beïnvloed door de omgeving, is er sprake van externe factoren. Het ‘misinformation’ effect is hier een voorbeeld van. Dit effect kan leiden tot valse herinneringen, die worden gevormd doordat er suggestieve vragen gesteld worden en door misinformatie. Een andere techniek is de ‘lost in the mall’ techniek. Met deze techniek is aangetoond dat mensen nieuwe herinneringen kunnen aanmaken over gebeurtenissen die nooit hebben plaatsgevonden. Bij deze techniek krijgen mensen een aantal gebeurtenissen te lezen uit hun jeugd. Er wordt hen verteld dat deze gebeurtenissen door familieleden zijn neergeschreven. In werkelijkheid is één gebeurtenis verzonnen. Dit is bijvoorbeeld de gebeurtenis dat ze op vijfjarige leeftijd zijn verdwaald in het winkelcentrum. Toch wordt deze verzonnen gebeurtenis als waar aangenomen; sommigen proefpersonen vertelden zelfs allerlei details over deze gebeurtenis (Loftus, 1997) (3).

Interne oorzaken

Naast de externe oorzaken zijn er ook interne oorzaken voor valse herinneringen. Een interne factor is dat men moeite heeft met onderscheid maken tussen dromen, levendige fantasieën en de realiteit. Door fantasie en werkelijkheid door elkaar te halen ontstaan valse herinneringen. Inbeelding kan ook leiden tot valse herinneringen. Hierbij gaat het om simpele acties zoals het opgooien van een munt maar ook om ongewone simpele acties. Het inbeelden van een gebeurtenis zorgt ervoor dat de proefpersoon denkt dat hij of zij deze gebeurtenis werkelijk heeft meegemaakt. Het inbeelden heeft een sterk effect, omdat men daardoor bekend wordt met een bepaalde actie of gebeurtenis. Doordat deze actie of gebeurtenis zo bekend aanvoelt lijkt het alsof het echt is gebeurd. Dit kan leiden tot valse herinneringen (Thomas, Loftus, 2002). Een andere verklaring voor valse herinneringen is ‘source monitoring’. Hierbij gaan mensen op zoek naar de bron of oorsprong van hun herinneringen. Om de oorsprong te achterhalen zoeken mensen naar details. Wanneer zij details van een gebeurtenis gevonden denken te hebben, nemen ze de herinnering voor waar aan. Therapeuten en begeleiders kunnen zich schuldig maken aan ‘source monitoring’. Dit gaat als volgt. Bij een cliënt met chronische, aspecifieke klachten wordt gevraagd: “Bent u in het verleden misbruikt?” Wanneer hier ontkennend op geantwoord wordt gaat de therapeut er van uit dat de herinneringen verdrongen zijn als een overlevingsmodus (theorie van Freud). Door steeds meer suggestieve vragen te stellen krijgt de cliënt vermeende herinneringen, die snel als echt ervaren worden. Dit kan grote gevolgen hebben in gezinnen waar bijvoorbeeld een vader ten onrechte van incest beschuldigd wordt, met alle mogelijke gevolgen. In Nederland was het eerste geval wat in de openbaarheid kwam, de valse incestverklaring van de dochter van dhr. Lancée. Dit werkt ook andersom: als mensen een gebeurtenis wel echt hebben meegemaakt maar zich er geen details van kunnen herinneren, bestempelen ze deze herinnering onterecht als ’valse herinnering’ (Johnson, 1997) (5) (6).

McNally (7), een autoriteit op het gebied van hervonden traumaherinneringen, presenteert het probleem van de pseudo-trauma's als een tot nog toe behoorlijk onderschat fenomeen. Hij rekent voor dat de Vietnam-veteraan die PTSS simuleert in het gunstigste geval aanspraak kan maken op een belastingvrije uitkering van 36 duizend dollar per jaar: 'It pays to be sick'. Dan wordt ook begrijpelijk hoe het komt dat 1 op de 3 leden van de Amerikaanse vereniging van ex-krijgsgevangenen nooit krijgsgevangene is geweest!

Voor alle duidelijkheid: vaak is hier natuurlijk niet altijd en overal sprake van opzettelijk liegen. Herinneringsproblemen kunnen ook ontstaan door geesteszieken, bijvoorbeeld pseudologica fantastica, het syndroom van Münchhausen, syndroom van Ganser, Korsakow syndroom, pathologische leugenaars en somatoforme stoornissen (7). Je kunt ook denken aan herinneringen aan UFO ontvoeringen (zie uitgebreid artikel in dit blad). Binnen de kontekst van ons blad moeten we ons afvragen of hervonden herinneringen via EMDR hetgeen veel christelijke hulpverleners praktiseren of zelfs theophostic prayer of het Immanuelgebed, ook de wetenschappelijke en bijbelse toets kunnen doorstaan.

Methoden die vermeende valse herinneringen in de hand werken (8)

Fictieve herinneringen kun je in elke therapievorm aangepraat krijgen. Het is niet de methode op zich, maar de manier waarop de therapeut ermee omgaat die het wel of niet riskant maakt. Toch is er een lijst therapiemethoden te noemen waarbij het gevaar voor valse herinneringen groter is dan bij andere methoden. De belangrijkste noem ik hieronder.Hypnose is een methode met een groot gevaar voor fictieve herinneringen.

De meeste technieken gaan als volgt:

  • Het kritisch bewustzijn verminderen [(auto)hypnose].
  • De wil manipuleren.
  • De bewuste geest moet worden weggestuurd (uittreden).
  • ’Afdalen’ (zich geestelijk openen) door virtuele, denkbeeldige technieken, zoals: hypnotische trance, trance-inductie, metaforen, geleide fantasie, visualisatie, affirmaties.

Hypnose is een op trance of slaap gelijkende toestand van verlaagd bewustzijn, waardoor het kritische vermogen van het bewustzijn beïnvloed of beheerst wordt door een andere macht of persoon. Daarbij spelen suggestie, stembeïnvloeding en het minimaliseren van het contact met je lichaam door psychische ontspanning een rol. Mensen kunnen tijdens hypnose geen goed onderscheid meer maken tussen werkelijkheid en waan, tussen wat ze zelf gedacht hebben en wat anderen hen hebben gezegd. Mensen kunnen door hypnose het idee krijgen dat ze seksuele trauma’s hebben meegemaakt, omdat de therapeut dat als mogelijkheid had gesuggereerd. Men gaat bijvoorbeeld sneller in reïncarnatie geloven als de hypnotherapeut de patiënt heeft meegenomen naar een ‘vorig leven’. Ook de wil wordt beïnvloed of gemanipuleerd.

Vaak wordt er gewerkt met een 'teruggaan in de tijd', waarbij de cliënt van zijn huidige leeftijd terugtelt naar de leeftijd waar hij vragen over heeft. Zo ’is’ iemand onder hypnose ineens weer vier jaar oud, hij praat, denkt en voelt als een vierjarige. Kinderen hebben echter de neiging volwassenen tevreden te stellen en aan hun verwachtingen te willen voldoen, immers een therapeutische relatie is vergelijkbaar met de afhankelijkheidsrelatie die ouders en kinderen hebben. Als ’vierjarig kind’ onder hypnose zijnde, is het dus heel goed mogelijk dat de cliënt die beelden gaat zien waarvan hij denkt dat de therapeut wil dat hij ze ziet, bijvoorbeeld beelden over seksueel misbruik op die leeftijd. Iemand die onder hypnose verkeert, is in een toestand waarin hij heel ontvankelijk is voor suggestie. De veronderstelling dat er sprake is van verdrongen seksueel misbruik kan de eerste ’herinneringen’ tot leven wekken. Als de cliënt accepteert dat het hierbij om echte herinneringen gaat, is het hek van de dam en volgen er meestal snel meer.

Vermeende herinneringen zijn inmiddels al een bekend item bij veel onderzoeken. Zo is er het onderzoek van Green die constateerde dat (zelf)hypnose de meeste pseudo-herinneringen oplevert: 42 personen (38%) rapporteerden een ervaring uit het eerste levensjaar en de meerderheid (54%) ging minimaal terug tot de tweede verjaardag. Vermoedelijk was het louter aan het gebruik van de term ’hypnose’ te danken dat de eerste groep sterker geneigd was ongeloofwaardig ver in hun geheugen terug te gaan. Hoewel experimenteel onderzoek niet heeft aangetoond dat hypnose de geheugenprestaties verbetert, geloven de meeste mensen nog steeds dat het een goed middel is om naar het verleden terug te keren. De proefpersonen pasten zich waarschijnlijk onbewust aan bij deze impliciete verwachtingen (10). Uit de meeste experimenten bleek dat het percentage onder meer samenhangt met bepaalde kenmerken van de proefpersonen. Mensen die slecht hypnotiseerbaar zijn, produceren weinig pseudo-herinneringen, ook wanneer er tijdens het experiment geen hypnose wordt gebruikt. Personen die hoog scoren op de Dissociative Experience Scale rapporteren daarentegen extra veel fictieve herinneringen (fantasy proneness).

Bijbelse kanttekeningen (11)

In Spreuken 4:23 staat: ”Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens”. In het Hebreeuws staat er een woord dat de betekenis heeft van bewaken, beschermen, in stand houden, omheinen. Voor ‘hart’ staat er in het Hebreeuws LEB met als Griekse tegenhanger Kardia. Het Hebreeuwse woord LEB heeft, naast de betekenis van hart als inwendig orgaan wat voor de bloedcirculatie zorgt, als belangrijkste betekenis het totale innerlijk van de mens of van zijn immateriële natuur. Het hart staat voor de zetel van je intellect, gevoelens en wil, het is bijna hetzelfde als het brein; het hart is een belangrijk controlecentrum. Wat betekent dit bijbels gezien? Je hart beschermen betekent dat je niet toelaat dat iemand anders dan de Heer door Zijn Heilige Geest en Zijn Woord je controleert. 1 Kor. 6:12 zegt: ”Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is mij geoorloofd, maar ik zal me door niets laten knechten”. Het Woord van God moet ons controleren, zie 2 Tim. 3:16: ”Al de Schrift is nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in gerechtigheid”. Het Woord van God moet gebruikt worden om ons denken onder Gods controle te brengen. 2 Kor. 10:4-5: ”Want de wapens waarmee we strijden zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat we de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus, en gereed staan, zodra uw gehoorzaamheid volkomen is, alle ongehoorzaamheid te straffen”. We moeten de Heilige Geest toestemming geven onze psyche te leiden.Geleide fantasie is te vergelijken met hypnose. In een ontspannen en daardoor suggestibele toestand ziet de cliënt beelden bij de woorden van de therapeut, hij waant zich in de beelden die opgeroepen worden. Dat kan heel plezierig zijn als de geleide fantasie wordt gebruikt om de cliënt zich te laten ontspannen of goed te voelen, maar als het de bedoeling is eventueel verdrongen herinneringen op te sporen kunnen de fantasiebeelden verkeerd worden geïnterpreteerd. Geleide fantasie wordt in de psychiatrie vaak gebruikt als een methode waarbij men de patiënt in een imaginaire wereld leidt, waarin stress verwerkt kan worden of het ego van de mens versterkt kan worden. Geleide fantasie lijkt een onschuldige klinkende naam voor allerminst onschuldige hypnosetechnieken. Een vluchtige blik op de hypnoseliteratuur toont al aan dat ‘fantasiereizen’ een wetenschappelijk erkende inleiding tot hypnose zijn. Ze worden door hypnotherapeuten gebruikt wanneer zij hun patiënten in een toestand van trance willen brengen. Daarbij moeten de patiënten zich ontspannen en zich voorstellen op een andere plaats (weide, strand, berg) te zijn dan waar zij zich momenteel met hun lichaam bevinden. Men zegt dat, als je op een dergelijke manier uit je lichaam treedt, je de heftigheid van de traumatische lichamelijke reacties minder beleeft. Wat echter gebeurt, is dat men zo de scheppingsorde van de eenheid van geest, ziel en lichaam verbreekt en je in die zin ook een gemakkelijke prooi wordt van de gevallen geestelijke wereld. Omdat het gaat om een willen verbreken van wat God samengebonden heeft, is geleide fantasie bijbels gezien ook aan te merken als toverij!Droomduiding is ook een gevaarlijk terrein. Zeker als ervan uit wordt gegaan dat dromen de stem van het onderbewuste zijn, en dat dromen over seksueel geweld de dromer bewust willen maken van verdrongen ervaringen op dat gebied, of als bepaalde symbolen in dromen uitgelegd worden als verwijzingen naar geweldservaringen. In de therapie zijn het vaak dromen die aanleiding gaven tot nieuwe ’herinneringen’ en ook ervoor zorgden dat de lijst met vermeende daders alsmaar langer werd. Ik ben van mening dat dromen een manier zijn om je ervaringen van overdag te verwerken. Als je door een therapie en het vermoeden van verdrongen seksueel misbruik de hele dag op zoek bent naar herinneringen en geobsedeerd raakt door de vraag ”Wat is er gebeurd?” is het heel logisch dat je over seksueel misbruik of ander geweld gaat dromen.Creatieve therapie kan een goede manier zijn om uiting te geven aan emoties. Maar hier dreigt hetzelfde gevaar als bij dromen: symbolen in een tekening of andere creatieve uitingsvormen kunnen uitgelegd worden als verwijzingen naar seksueel misbruik, bijvoorbeeld het kleien van een fallussymbool in combinatie met gevoelens van angst of woede. Ook hiervoor geldt dat het geobsedeerd zoeken naar herinneringen aan misbruikervaringen de behoefte kan wekken tekeningen, beelden of verhalen te creëren die daarover gaan. Dat hoeft echter niet te betekenen dat je zelf ervaringen op dat gebied hebt.Groepstherapiewordt vaak aanbevolen omdat de herkenning en steun die groepsleden elkaar kunnen geven een positieve uitwerking hebben op het verwerkingsproces. Dat wil ik niet ontkennen. Maar het gevaar hierbij is dat, als meerdere personen in de groep hervonden herinneringen hebben, er een algemeen gevoel ontstaat van ”Wat heb ik nog meegemaakt wat ik nog niet weet?” Als de therapeut of begeleider van zo'n groep er ook vanuit gaat dat iedereen nog verdrongen herinneringen kan hebben is dit het ideale klimaat om fictieve herinneringen aan te wakkeren.Regressietherapie gaat ervan uit dat de oorzaak van problemen te vinden is in onverwerkte ervaringen in het verleden. Die ervaringen moeten opnieuw doorleefd worden voor je ze alsnog kunt verwerken. Dit kunnen ook ervaringen in zgn. vorige levens zijn, of geboortetrauma's of traumatische ervaringen tijdens de eerste levensjaren. Ervaringen dus waarvan moeilijk is na te gaan of ze op waarheid berusten. Hier schuilt een groot risico om bij fictieve herinneringen uit te komen.Lichaamsgerichte therapie vind je in alle soorten en maten die niet per definitie gevaarlijk zijn. Riskant is het als er vanuit gegaan wordt dat het lichaam herinneringen heeft opgeslagen waarvan de cliënt zich niet meer bewust is. Door lichaamsoefeningen die ’herbelevingen’ van seksueel misbruik kunnen oproepen, zoals aanraakoefeningen of letterlijk een verkrachting naspelen door bovenop de cliënt te gaan liggen, wordt de cliënt zich bewust gemaakt van wat zij zou hebben meegemaakt. In de therapie kunnen deze lichaamsherinneringen als ware herinneringen geïnterpreteerd worden.

EMDR wordt tegenwoordig ook veel gepraktiseerd door christelijke hulpverleners. Hoewel de laatste jaren allerlei verklaringen voor een mogelijke werking gegeven worden, is het voor iedereen die kennis heeft van de verschillende bewustzijnsniveaus tijdens hypnose duidelijk dat EMDR dezelfde methodiek hanteert.

Bij hypnose stelt de cliënt zich open voor het denken van een ander, en komt de cliënt in een andere bewustzijnstoestand. Vaak associeert men hypnose met een diepe hypnose waarin de persoon geen contact met de buitenwereld lijkt te hebben. Er zijn echter verschillende gradaties van hypnose. Bij EMDR blijft de cliënt contact met de buitenwereld houden. Het is heel goed mogelijk om stimulerende suggesties van ’buiten’ op te nemen en deze als zijn/haar eigen werkelijkheid te beschouwen. Kroger en Fetzler (Hypnosis and Behavior modification imagery conditioning, Lippingcott Philadelphia) wijzen er op dat we ons bij hypnose niet in de war moeten laten brengen door een verschil in ritueel, waarin deze bewustzijnstoestand wordt opgewekt, maar dat deze vergelijkbaar zijn met de verschillende technieken, die daarvoor in het zenboeddhisme en de yoga worden gebruikt. Dit wordt overigens ook door de onderzoekers van EMDR geconstateerd. Zo legt J. Hedstrom verbanden tussen EMDR en oosterse meditatietechnieken zoals yoga, waarbij oogbewegingen gebruikt worden om in een ontspannen toestand te komen (12).

Sommigen zullen opmerken, dat het suggestieve element bij deze methode nihil is. Daarbij dient men echter te bedenken, dat de methodiek eerst haarfijn uitgelegd wordt en heel duidelijk wordt aangegeven, en dat het doel een verandering van denken is! Het proces begint met het oproepen van een imaginaire toestand en de vraag naar de angstscore. We weten inmiddels dat die imaginaire voorstelling vermeende herinneringen kan opwekken. In een gemiddelde sessie van een uur kan het aantal sets van oogbewegingen oplopen tot ongeveer 40, ieder met 25 snelle oogbewegingen. Dit zijn duizend snelle oogbewegingen, die steeds door 'metingen' onderbroken worden om na te gaan in hoeverre de bewustzijnstoestand (gevoel en of denken) al veranderd is naar het vooropgestelde doel. Je zou het een ritueel kunnen noemen van de inductie van de hypnose. Peter Baldé heeft de overeenkomsten tussen hypnose en EMDR goed in kaart gebracht. Zowel hypnose als EMDR kent een aandachtfixatie: men richt zich op één punt, namelijk de vingerbeweging of de geluidsprikkel. Bij beiden is er een passieve mentale instelling die aangemoedigd wordt, bij EMDR door instructies als ‘op te laten komen wat er opkomt’ en ‘het laten gebeuren’. De EMDR -therapeut laat de aandacht fixeren, activeert het passieve primaire proces (“Wat gaat er door je heen?”) en hervat daarna de oogfixatie. Deze cyclus herhaalt hij tijdens de verwerkingsfase vele malen. Door het afwisselen van de aandachtfixatie en de oriëntatie op het primaire proces lijkt dit sterk op de gefractioneerde inductietechniek van Langen (1972) die dit beschrijft als een toenemende verdieping van hypnose.

Inductie (heenleiden) is het tegengestelde van deductie (afleiden). Inductie is het opklimmen van concrete, bijzondere begrippen naar meer abstracte, algemene begrippen. Hypnotische inductie impliceert het oproepen van bepaalde verschijnselen, herinneringen of visualisaties, die leiden tot een veranderde voorstellingswereld bij de cliënt. De visualisaties (beelden oproepen) en affirmaties (positieve woorden bekrachtiging) van EMDR via hypnotische inductie, die door de talloze oogbewegingen worden ingeleid, zijn typische instrumenten uit het new age denken teneinde een wisseling van paradigma (denken) tot stand te brengen. Het veranderde denken wordt gekoppeld aan een lichamelijk proces, hier de oogbewegingen, of geluidsprikkels, of het ritmisch tikken van de linker op de rechter voet als inductiemethode. Vooral in de eerste fase van het voorstellen van angstige of traumatische herinneringen kunnen veel valse, vermeende herinneringen en visualisaties plaatsvinden die als ze ‘geneutraliseerd worden door de nieuwe angsttoestand’ ze uiteindelijk als echt aangenomen worden.


Theophostic Prayer Ministry (13) en Immanuel pastoraat (14)

Hoe zit het dan met gebedsbedieningen zoals T.P.M. en Immanuel gebed? De handleiding van de basistraining van T.P.M. definieert het als volgt: ”Een intens en specifiek gebed met het verlangen de aanwezigheid van Christus te ervaren, met als resultaat een verandering van denken en vervolgens een veranderd leven”. Theo (God) -phostic (Licht) Prayer Ministry is een gebedsbediening die Christo-centrisch is en, wat het verloop ervan betreft, van Hem afhankelijk. Het is een aanmoediging voor iemand om Gods wil te ontdekken en te verstaan, door hem aan te moedigen met Jezus te bidden, en wel door de Here Jezus Zelf Zijn waarheid te laten openbaren. Hierdoor wordt aan het verwonde hart van de bidder advies gegeven, en worden problemen gediagnosticeerd en inzichten en meningen doorgegeven. Het gaat erom dat iemand de Here Jezus in het midden van zijn emotionele pijn toelaat. Vergelijkbaar is het Immanuelpastoraat dat een belangrijke wortel kent in Immanuel interventions ™, een pastorale benadering, ontwikkeld door de Amerikaanse christen-psychiater Dr. Karl D. Lehman en zijn echtgenote, theologe Charlotte Lehman. In Nederland wordt deze methode vooral uitgewerkt door André Roosma. Veel is hierover te lezen op www.immanuel-pastoraat.nl. Een kritische lezer zou kunnen opperen dat hier ook sprake is van een subjectieve vorm van communicatie, die mogelijk vermeende herinneringen in de hand zou kunnen werken. In theorie is dat zeer wel mogelijk en een gevaar waarvan iedere pastorale hulpverlener zich bewust moet zijn. In tegenstelling met methoden als hypnose en andere, wordt bij deze methode sterk de nadruk gelegd op het toetsen aan Gods Woord, leiding van de Heilige Geest en moet een hulpverlener sterk waken voor voorbarige interpretaties en manipulaties via gebed : ”Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens” is het motto van deze gebedsbedieningen. Een tweede toets van de subjectieve antwoorden wordt gedaan door de pastorale hulpverlener.


Conclusie (15) :
Het zoeken naar verdrongen herinneringen aan seksueel misbruik heeft altijd het gevaar in zich dat je bij fictieve herinneringen uitkomt, ongeacht welke therapievorm wordt gebruikt. Belangrijk voor iedere hulpverlener is het erkennen van het gevaar voor manipulatie en stimulatie van vermeende herinneringen. Een zekere waarborg is de bijbelse toets. Daarnaast tot slot misschien een aantal richtlijnen:

1. Accepteer het als het antwoord bij de anamnese ‘nee’ is op de vraag ‘Bent u als kind seksueel misbruikt?’

2. Gebruik geen diagnose seksueel misbruik op basis van symptomen van een cliënt.

3. Wees je als hulpverlener bewust van het gevaar van manipulatieve vragen.

4. Houd er rekening mee dat een cliënt door krantenartikelen, boeken en documentaires mogelijk al een kiem voor vermeende herinneringen heeft.

5. Pas op voor veranderde bewustzijnstoestanden zoals gradaties van hypnose.

6. Leg vooral het accent op het omgaan met het leven nu i.t.t. tot herhaalde pogingen om het verleden en pijnlijke ervaringen te exploreren.

7. Breng mensen zonder gedetailleerde misbruikherinneringen niet in een lotgenotengroep die die ervaringen wel heeft.

8. Stimuleer bij deze mensen niet overmatig veel boeken van ‘overlevers’ te lezen.

9.Als je als hulpverlener uit je eigen leven seksueel misbruik kent, projecteer het niet gelijk op je cliënten.

10. Let erop dat u niet enige vorm van seksuele behoefte van jezelf gebruikt om anderen over echte en vermeende seksuele ervaringen te laten praten.

11. Ga goed je eigen motivatie na als je cliënten confronteert met mogelijke daders, hen scheidt van hun natuurlijke familie of helpt bij een aangifte bij de politie.

© Gerard Feller febr. 2015

Noten:

1. Skepter 16 jrg. Nr. 4 2003. Harald Merkelbach: Hervonden herinneringen, einde van een discussie?

2. Verbal Logcal Explainer, Promise: juli en oktober 2009. http://www.stichtingpromise.nl/gezondheid-bijbel/the-verbal-logical-explainer-vle-1.htm en http://www.stichtingpromise.nl/gezondheid-bijbel/de-verbal-logical-explainer-vle-deel-2.htm

3. Loftus, E, F. (1997). Creating false memories. Scientific American, 277 (3), 70-75.

4. Thomas, A., Loftus, E. (2002). Creating bizarre false memories through imagination. Memory & cognition, 30 (3), 423-431.

5. Johnson, M, K. (1997). Source monitoring and memory distorion.

6. http://nl.wikipedia.org/wiki/Herinneringsvervalsing.

7. McNally, R.J. (2003). Remembering trauma. Cambridge: Harvard University Press.

8. http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Pseudologia_fantastica

9. Kitty Hendriks, Vaag verleden, 2004. Zie ook http://members.home.nl/cjh.hendriks/index.html

Zie ook video Sjoemelaars en sjacheraars van Talpa 27 febr. 2007.

https://www.youtube.com/watch?v=sDx8VY7PJjM

10. Green, Joseph P. (1999). Hypnosis, context effects, and the the recall of early autobiographical memories. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 47(4), 284-300. Geciteerd in Skepter 2001 nr 2 door Rob Naninga, terug naar de wieg, experimentele pseudoherinneringen.

11. Promise, juli 2010, G. Feller: Sleutelen aan het bewustzijn.

12. Hedstrom, 1991, A note on eye movements and relaxation, Journal of Behavior 22: pp. 37-38.

13. http://www.stichtingpromise.nl/pastorale-onderwerpen/tpm-theophostic-gebedsgenezing.htm.

14. http://www.immanuel-pastoraat.nl/artikelen.html

15. http://www.valseherinnering.eigenstart.nl/


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Pastorale onderwerpen