TPM getoetst door CRI

 

Theophostic Prayer Ministry T.P.M. ®           

Een christelijke gebedsbediening, occulte visualisatie of seculiere psychotherapie?

Door Eliot Miller (Christian Research Institute)

Theophostic Prayer Ministry (T.P.M. ®) is in 1996 door dr. Ed Smith verwoord als een benadering van anders denken bij de genezing van emotionele pijnen. T.P.M. ® is waarschijnlijk de snelst groeiende beweging in de evangelische beweging van innerlijke genezing van emotionele pijnen en herinneringen. Na een grondige evaluatie heeft het Christian Research Institute (CRI) niets onbijbels gevonden in het wezen van theorie en praktijk van T.P.M. ®. De theorie lijkt prima in zijn diepgaande eenvoud en gedocumenteerde rapporten die de effectiviteit in de praktijk rechtvaardigen. Niettemin moet er mijns inziens nader wetenschappelijk onderzoek gedaan worden om zelfs de meest bescheiden claims van T.P.M. ® te valideren, waarvan ik denk dat sommige extravagante claims nooit tot stand gebracht kunnen worden. Het CRI heeft wel moeite met sommige claims van T.P.M. ®, maar we zijn oprecht onder de indruk gekomen van de openheid van dr. Smith en zijn bereidheid de kritiek en veranderingen op zijn gebedsbediening te bespreken. We waarschuwen christenen die T.P.M. ® ontvangen voor de in onze ogen soms extreme visie ten aanzien van de zondenatuur, heiliging en satanisch ritueel misbruik, hoewel hierin in de loop van de jaren wel veel verbeteringen zijn aangebracht. Sommige aspecten, vooral de leer van Smith over geestelijke oorlogsvoering, kunnen niet door het CRI onderschreven worden.

Twee uiterste reacties:

T.P.M. ®) heeft mijn leven de laatste drie jaar volkomen veranderd. De diepe depressie, schaamte, emotionele afhankelijkheid en gedragspatronen en de suïcidale neigingen en woede zijn verdwenen. Ik kan zelfs niet alle details van alle herinneringen meer terughalen; als ik in de oude dagboeken kijk, denk ik: o ja, zo was het, maar ik voel geen pijn meer.

Karen Hayward (1)

Dr. Ed Smith claimt T.P.M. ® als een direct van God gegeven openbaring in 1996… Heeft God dan duizenden jaren toegelaten dat mensen leden aan emotionele pijnen en gewacht op de doorbraak in de psychotherapie van Ed Smith? Zeker niet. Jezus’ verschijning bij de cliënt is hetzelfde als in de praktijken van New age.

Whitedove7 (internetalias, voormalig T.P.M. ® bidder en ontvanger) (2)

Een tienjarige innerlijke genezingsbediening uit Campbeltsville Kentucky heeft Amerika en de wereld veroverd, en heeft uiterste reacties zoals hierboven opgeroepen. T.P.M. ® is tegenwoordig waarschijnlijk de snelst groeiende beweging die zich bezig houdt met innerlijke genezing en herinneringen (3), zowel in de evangelische kerken als wel in alle denominaties van de evangelische beweging. De grondlegger Ed Smith zegt dat T.P.M. ® voornamelijk een uitgeverij is, die allerlei trainingsmaterialen ontwikkelt en uitgeeft, zoals boeken, videobanden voor pastors, professionele werkers in de gezondheidszorg en pastorale bedieningen. “We hebben distributiecentra in verschillende landen en hebben in meer dan 120 landen trainingen gegeven (4). We hebben ongeveer duizend trainingshandleidingen uitgegeven en mensen geïnteresseerd in het begeleiden van T.P.M. sessie.” (5). Smith heeft een doctorstitel in pastoraat behaald aan het MidWest Baptist Theological Seminary en een mastertitel in onderwijs en opvoeding met een focus op huwelijk en familiecounseling aan het Southwestern Baptist Theological Seminary. Na zeventien jaar werkzaam geweest te zijn als een Southern Baptist pastor heeft hij nu sinds jaren een fulltime bediening in een counselingpraktijk. T.P.M. is begonnen in 1996 toen Smith vaak in een patstelling kwam om volwassenen te helpen, die in hun jeugd met seksueel misbruik te maken hadden. Hij kon ze rationeel wel duidelijk maken dat wat er ook in het verleden gebeurd was, nu geen dreiging meer was, maar hij kon ze niet helpen om deze waarheid ook emotioneel te voelen. Op een avond reed hij na een groepssessie naar huis en schreeuwde het uit naar God: “Ik kan dit niet langer meer zo” (6). Smith vertelt dat de Heer in antwoord op zijn wanhopig gebed de Schrift voor hem opende en liet zien wat hij nog miste in zijn counselingbediening, namelijk God zelf… Hij had de Heer gezocht voor en na de sessie, maar hij had niet tijdens de sessie de Heilige Geest toegestaan aanwezig te zijn. Toen Smith eenmaal Jezus begon uit te nodigen in zijn sessies was Theophostic prayer ministry geboren. ‘Theophostic’ is afgeleid van twee Griekse woorden die samen betekenen: Het licht van God.

Het wezen en de theorie van T.P.M. ®

Een van de opvallendste zaken waarop T.P.M. zich onderscheidt van andere manieren van bidden is de benadering van emotionele pijn en de centrale plaats die de hulpverleners de Geest van God geven in de sessies. Zelfs een sceptische waarnemer zou moeten toegeven dat er drie partijen een rol spelen in T.P.M.: de hulpverlener, de hulpvrager (confident) en Jezus. De rol die Jezus heeft, is beter te begrijpen als je het wezen van T.P.M. goed begrijpt. T.P.M. is gebaseerd op de vooronderstelling dat een tegenwoordige emotionele pijn meestal geworteld is in het verleden, niet alleen in de ervaren gebeurtenis, maar vooral in de interpretaties en betekenis die aan die gebeurtenis worden toegedicht. Smith beweert dat als mensen zijn getraumatiseerd, satan, andere mensen of zijzelf die gebeurtenis verkeerd interpreteren. Bijvoorbeeld, als een jong meisje seksueel misbruikt is door haar vader, kan daarna ooit een keer de gedachte postvatten: ‘Je riep niet om hulp. Je wilde het zelf graag. Je bent smerig’. Nu is het slachtoffer van seksueel misbruik vaak niet meer in staat om goede echtelijke relaties aan te gaan, omdat de misbruikte persoon zich seksueel bezoedeld voelt. In de visie van Smith hoeft emotionele pijn niet altijd geworteld te zijn in ernstige trauma’s. Het lijkt erop dat minder erge zaken, zoals het voortdurend kritisch inhakken van ouders op het gedrag van hun kinderen of van leraren op hun leerlingen, of voortdurende wreedheden van klasgenoten, publieke vernederingen bij gemaakte fouten, ook dergelijke gevolgen kunnen hebben. Met andere woorden, niet alleen de pijnlijke gebeurtenissen zelf, maar het geheel van leugens en verkeerde interpretaties, die we allemaal hebben en die de wortels van ons tegenwoordige irrationele, niet gewenste, gedrag kunnen zijn. Deze herinneringen zijn typisch voor jeugdige gebeurtenissen, maar er zijn ook andere gevolgen. Als een tegenwoordige situatie lijkt op een in het verleden doorgemaakte traumatische herinnering, kan een bepaald op leugens gebaseerd gedrag getriggerd worden, en de reactie op de tegenwoordige gebeurtenis kan dan buiten alle proporties zijn. Als bijvoorbeeld de vader van een man altijd kritisch reageerde op gedrag en beslissingen die de man zelf probeerde te maken, kan dezelfde man heel erg boos worden als zijn vrouw hem onschuldig vraagt wat hij doet of gedaan heeft, omdat hij denkt dat ze twijfelt aan zijn beslissingen. Smith maakt een vergelijking met de hersenfysiologie (8) en zegt dat zulke primaire traumatische ervaringen en hun verkeerde interpretaties zijn opgeslagen in onze rechter hersenhelft, terwijl onze mogelijkheden om de intellectueel en objectief te begrijpen opgeslagen zijn in onze linker hersenhelft (9). Hij gelooft dat hier de verklaring ligt van het feit dat hij volwassen ‘overlevenden’ van een trauma vroeger niet kon overtuigen dat ze niet meer in gevaar waren en bevrijd konden worden van de emotionele pijnen door leugens die opgeslagen waren in de herinneringen. De overlevenden moeten leren om deze pijn ervaringsgewijs te verwerken op een manier die ongeveer hetzelfde moet zijn als de manier waarop de leugen zich (ten onrechte) genesteld heeft in het brein.

T.P.M. ® ontwikkelt zich volgens de volgende principes

Nadat de hulpvrager toestemming gegeven heeft, nodigt de hulpverlener Jezus in de sessie uit en vraagt Hem de waarheid over de herinneringen, die opgeslagen zijn, te openbaren. De hulpvrager wordt gevraagd waar hij voor het eerst bepaalde niet-gewenste gevoelens heeft ervaren die hem nu lastig vallen. Hij doet dit door zijn ogen te sluiten en in de tijd terug te gaan, om zo het spoor van de ‘emotionele echo’ te volgen totdat de emotionele pijn een pijnlijke significante herinnering bereikt (bijvoorbeeld dat haar moeder het ouderschap opgaf om met een man te trouwen die het kind niet ‘erbij’ wilde). De facilitator, de hulpverlener moedigt de confident aan de herinnering te beschrijven en daarna te vertellen wat het gevoel hem of haar doet (bijvoorbeeld: ik voel me helemaal alleen). Hier wordt de leugen openbaar. De hulpverlener vraagt aan de confident om een cijfer van 1 tot 10 aan te geven hoe men de beschreven gevoelens taxeert. Als het heel waar aanvoelt, neemt hij aan dat dit de originele leugen is en nodigt de confident uit om deze emotionele pijn geheel te verkennen of te ‘absorberen’.Dan vraagt de hulpverlener Jezus wat Hij vindt dat de hulpvrager moet weten over het gevoel wat de hulpvrager zojuist ervaren heeft. De confident wacht op een antwoord van Jezus en waarschijnlijk zal er een beeld, woord of realisatie ?????? in haar gedachten komen. Dit antwoord kan een bijbelse waarheid zijn, bijvoorbeeld: “Ik zal je nooit in de steek laten”. Of een feitelijke waarheid, bijvoorbeeld je bent als kind verlaten, maar nu heb je een geliefde man en een betrokken familie en kerkgemeenschap die er voor je zijn. Dan vraagt de hulpverlener weer of de oorspronkelijke gevoelens nog steeds waar aanvoelen en opnieuw, voorspelbaar, voelt het niet langer als waar aan. De hulpverlener houdt de sessie gefocust op het gevoel, totdat de herinnering alleen nog maar aanvoelt vanuit een volmaakte vrede, zonder spoor van emotionele pijn en conflicten zoals het eerst ervaren werd. Als een dergelijke vrede niet ervaren wordt dan neemt de hulpverlener aan, dat de oorspronkelijke herinnering of andere leugens nog niet geopenbaard zijn en moet het proces herhaald worden, net zo lang, totdat alle leugens en pijnlijke herinneringen volledig genezen zijn. Smith zegt dat een ervaren hulpverlener de oplossing voor een op een leugen gebaseerde emotionele pijn in een specifiek gebied van herinneringen in één sessie kan bereiken, hoewel het vaak zo is dat ook met andere leugens moet worden afgerekend voordat men een totale verbetering ziet (10). Smith gelooft dat op dezelfde wijze als de leugen eerst ervaren wordt, Jezus het nu vervangt door de waarheid. Hij gaat de herinnering opnieuw aan, zodat de confident de hele herinnering opnieuw kan ervaren met Jezus in het midden, die de echte interpretatie geeft van wat er gebeurd is. Jezus brengt een tegenwoordige tijd ervaring in een ervaring van het verleden en creëert daarbij een nieuwe ervaring. Een hulpverlener kan dat niet zelf. Als hulpverlener kun je nieuwe informatie in een verleden tijd ervaring brengen, maar die heeft zelden een vervangend karakter. Toch kunnen nieuwe ervaren herinneringen de oude overschrijven. Smith ziet dit als een vernieuwing van het denken zoals in Rom. 12:2 en op andere Schriftplaatsen, en hij gelooft ook dat dit een belangrijke rol speelt in het heiligingsproces. Smith zegt dat mensen die door dit proces heen gaan genezing ontvangen op dat gebied van het emotionele leven dat Jezus heeft aangeraakt. In gelijksoortige situaties kunnen gebeurtenissen misschien weer getriggerd worden maar zullen ze niet meer dezelfde irrationele en pijnlijke emoties en reacties geven. Smith benadrukt dat die genezing blijvend is voor veel emotionele en gedragsproblemen zoals depressie, algemene angsten, boosheid, fobieën, paniekaanvallen, seksuele verslaving en eetproblemen. Er zijn veel getuigenissen van hulpverleners en confidenten van hun ervaringen met T.P.M. op Internet.

Evaluatie van de kenmerken van T.P.M.

Het Christian Research Institute (CRI) heeft niets onbijbels in de grondslagen van de theorie of praktijk van T.P.M. kunnen vinden. Het is vanuit een bijbels mensbeeld dat men benadrukt dat leugens mensen onderdrukken en beschadigen en dat de waarheid mensen bevrijdt en geneest. De theorie dat emotionele pijnen mensen, inclusief christenen, veel last bezorgen en dat leugens geworteld zijn in verkeerde geloofsaannames, die geassocieerd zijn met gebeurtenissen uit het verleden en verschillen met de ervaren gebeurtenissen, is correct en diepgaand in zijn eenvoud. De voorstelling dat satan vaak de bron van deze leugens is en Jezus de bron van de waarheid is zeker in overeenstemming met de Bijbel (verg. Joh. 8:44; 14:6; 18:37). De nadruk leggen op iemands geloof in de waarheid is 100% bijbels (Ps. 4 3:3; 51:6; Spr. 23:23; 1 Kor. 3:6; Ef. 4:14,15,25; 5:8 en 6:14). De volkomen afhankelijkheid van Christus in de bediening van hulp aan beschadigde mensen is bijzonder goed, zeker als het gaat om het verkrijgen van volmachten. We vinden ook dat een veelvoud van openbare getuigenissen van hulpverleners van T.P.M. indringend genoeg zijn om verder onderzoek te rechtvaardigen, hoewel deze positieve getuigenissen op zich natuurlijk niet genoeg zijn om de claims van T.P.M. te rechtvaardigen. Een minutieus wetenschappelijk onderzoek is nodig om aan te tonen dat de resultaten van T.P.M. superieur zijn aan andere vormen van innerlijke genezing, en dat de resultaten niet alleen het gevolg zijn van ‘gewone’ counseling (bijvoorbeeld het placebo-effect en de therapeutische waarde van een catharsis in een liefdevolle en zorgende omgeving). Er zijn enkele onderzoeken en studies bekend die pleiten voor de resultaten van T.P.M. (12) maar er zijn meer intensieve onderzoeken nodig, zoals gerandomiseerde controle- en groepsstudies. Het CRI ziet geen bijbelse of spirituele problemen voor christenen om betrokken te zijn bij T.P.M. (hoewel we ook adviseren de bezwaren die er ook zijn, goed te lezen). Maar in dit stadium kunnen we de theorie van emotionele pijn noch de specifieke claims van effectiviteit wetenschappelijk bewijzen.

Enkele mogelijke zorgen aangaande T.P.M.

Er zijn echter christenen die bepaalde bedenkingen hebben over T.P.M. die niet uit de weg gegaan moeten worden. Is T.P.M. betrokken bij psychologische ketterij? Toen Ed Smith zijn bediening begon noemde hij het niet Theophostic Counseling, maar gebedsbediening, en dat beschrijft beter wat er gebeurt in een Theophostische sessie dan counseling, wat veel meer advies geven betekent dan het aanbieden van directieve psychotherapie. Het eerste principe in de bediening van T.P.M. dat op hun website te lezen is, benadrukt dat T.P.M. bidden is en géén counseling: “Daarom bieden we u geen counseling aan, maar brengen u in verbinding met God. Ik wil u begeleiden in uw gebeden om zo te ontdekken wat de leiding van de Heilige Geest is en de wortel van emotionele pijn in uw leven” (13). Counseling heeft een veel grotere invloed dan alleen maar advies geven in sommige opzichten. In sommige opzichten zou T.P.M. counseling genoemd kunnen worden. Er is echter een significant verschil tussen enerzijds T.P.M. en anderzijds Freudiaanse, Rogeriaanse en andere non-directieve psychotherapieën. De functie van een Theophostic hulpverlener is een ontmoeting van de confident met Jezus te vergemakkelijken. Men gelooft dat Jezus het actuele en therapeutische werk doet. Dat lijkt op geen enkele manier op een psychologie-model. Het is wel zo dat T.P.M. in zijn theorie en benadering concepten omarmd die we in veel leerscholen in het wijde veld van de psychotherapie terugvinden. Dit omvat onder meer het idee van het begrip onbewuste, het geloof dat psychologische en emotionele problemen in het verleden geworteld kunnen zijn en dat het opnieuw opzoeken van die ervaringen noodzakelijk is om de problemen op te lossen en dat het verwoorden van zulke problemen belangrijk is voor wonden die geheld moeten worden. T.P.M. gebruikt ook psychologische termen om de verschijnselen die men tegemoet denkt te treden te benoemen, zoals repressie (verdringing), dissociatie, en abreaction (het naar buiten komen van een verdrongen emotioneel conflict in heftige woorden of gedrag). Sommige Christenen zullen T.P.M. alleen al vanwege het gebruik van deze elementen van psychotherapie afwijzen. Er zijn ook veel Christenen die sommige vormen van psychotherapie aannemen en toch T.P.M. afwijzen, omdat ze niet geloven in het weer opzoeken van ervaringen uit het verleden om met de tegenwoordige problemen af te rekenen. Anderen zijn het weer niet eens met andere aspecten van de theorie en praktijk van T.P.M.. Vanuit de zienswijze van veel orthodoxe christenen zijn deze bezwaren zeker serieus te nemen. We zijn het echter niet eens met de ideeën van Martin en Deidre Bobgan die T.P.M. betitelen als een dwaalleer van een psychologische bewustzijnsveranderde techniek. Zij zien iedere integratiepoging om vanuit het uitgebreide gebied van de psychologie bepaalde elementen te gebruiken in de theologie, als een psychologische ketterij en vertroebeling van het christelijke geloof (14). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Bobgans een boek gepubliceerd hebben waar T.P.M. beschuldigd wordt van een valse leer of ketterij (15). De manier waarop de Bobgans het woord dwaalleer of ketterij gebruiken, namelijk voor alle leringen en ideeën, die zeker niet in conflict met de Bijbel of leerstellingen in het christelijke geloof zijn, is hoogst ongelukkig te noemen. Zoals ik wel eens eerder in dit blad beschreven heb (16) zijn er soorten manieren om vergissingen te maken in het christelijke denken. Als veronderstelde vergissingen als ketterijen behandeld worden, die het zeker niet zijn, zal het onnodig het gevolg hebben dat christenen polariseren en meer haat dan licht voortbrengen op belangrijke onderwerpen, die een goede bespreking en discussie voor het Lichaam van Christus verdienen.

Gebruikt T.P.M. ingebeelde herinneringen en visualisatie?

Deze bezwaren zijn verwoord door de Bobgans en de christelijke journaliste Jan Fletcher in haar boek: ‘Leugengeesten en andere zaken’ (17). CRI herkent in zijn algemeenheid mogelijke bezwaren op dat gebied. We hebben zelf veel waarschuwende artikelen gepubliceerd over de gevaren van vervalste herinneringen, als een ongeoorloofde vorm van directieve counseling bij veel methoden. Allerlei suggesties die tot allerlei valse herinneringen en beschuldigingen tegen onschuldige mensen leiden (18). We hebben artikelen geplaatst tegen de gevaren van visualisatie en geleide fantasie als activiteiten die het in zich hebben om mensen te leiden tot verschillende bewustzijnsveranderde toestanden en demonische misleiding, verkeerde realiteitsbeelden en occulte pogingen om God te manipuleren om eigen denken en wensen te verwezenlijken (19). Zulke bedenkingen zijn zeker relevant als je T.P.M. evalueert, omdat juist vergeten herinneringen en beelden vaak verborgen zijn en de confidenten beweren van Jezus de waarheid hierover te ontvangen. Als men T.P.M. echter beschuldigt van het vervalsen van herinneringen en visualisaties, is dat zeer ten onrechte en heeft dat te maken met onwetendheid of de neiging alles van T.P.M. af te wijzen, ondanks duidelijke en consistente regels op dit gebied. De officiële richtlijnen (13) op dat gebied, die aan alle erkende hulpverleners en aan de confidenten worden gegeven, benadrukken herhaaldelijk het volgende:

1) De hulpverlener moet het gebruik van alle vormen van geleide fantasie en directe visualisatie vermijden.

2) De hulpverlener moet vermijden vooraf allerlei informatie en de confident te vragen.

3) De hulpverlener moet zich van iedere suggestie ten aanzien van de inhoud van de herinneringen of de inhoud van het leugenachtige denken onthouden.

4) De hulpverlener moet geen vragen stellen die directief, suggestief of op een of andere manier een reflectie zijn van de vooronderstellingen van de hulpverlener.

5) De hulpverlener moet niet interpreteren of verklaringen geven van iedere informatie, beeld droom of andere realiteiten die de confident beschrijft vanuit zijn binnenste.

6) De hulpvrager moet de confident niet zijn inzichten, meningen, profetieën, woorden van kennis geven, die hij ontvangen denkt te hebben voor het welzijn van de confident.

Ik heb in mei 2003 een week doorgebracht in het centrum van T.P.M. in Campbellsville. In die tijd heb ik de totale basistraining van T.P.M. geobserveerd en ben getuige geweest van veel T.P.M. -sessies. Niet één keer week Smith van deze principes af (20) en deze voorschriften werden steeds weer benadrukt in alle T.P.M. -materialen. Het dient enige uitleg dat T.P.M. de term ‘directief’ gebruikt in beperkte zin, en een structuur en richting aangeeft doordat ze de veronderstelde waarheid toetst aan Jezus en Zijn Woord. Veel van de herziene herinneringen in de T.P.M. -sessies waren bij de hulpverleners bekend, maar af en toe kwamen er herinneringen naar boven, die ingebeeld genoemd zouden kunnen worden. Dit feit wekt gerechtvaardige vragen op die ik in deel 2 wil beantwoorden, maar niettemin zijn er verschillende significante verschillen tussen T.P.M. en gemanipuleerde herinneringen, verschillen die ook in het blad van T.P.M. en op zijn website door Smith uitgebreid besproken worden (21). Fletcher valt T.P.M. aan met een waslijst van occulte praktijken, inclusief mysticisme, hypnose, vergoddelijking en gnosticisme, waar T.P.M. in betrokken zou zijn (22). Ze is vooral bezorgd dat de confidenten, door zich in herinneringen van het verleden te begeven, open staan voor andere bewustzijnsveranderende technieken (ASC) en leugengeesten. Als een CRI -specialist die al meer dan 29 jaar onderzoek doet op het gebied van ASC’s en het occulte moet ik zeggen dat ik geen enkele van haar bedenkingen kan onderschrijven. Ze rekt de betekenis van het woord gnosticisme (wat het onderzoek is naar zelfkennis en wel in betrekking op iemands goddelijkheid) ver uit naar iedere vorm van kennis, om het zo op T.P.M. toe te passen. T.P.M. is echter het eenvoudig zoeken naar waarheid en beschadigde leugens, die iedere individuele gelovige heeft. Mysticisme houdt in het op experimentele wijze betrekken van het ‘goddelijke’ in het onderzoek en heeft als vooronderstelling dat de ervaring de ultieme test van waarheid is, maar geen van die kenmerken zijn van toepassing op T.P.M. (23). Fletcher gebruikt de term vergoddelijking (24) die refereert aan de praktijk, die men beter spiritisme kan noemen (25). Om de bewering dat T.P.M. een vorm van spiritisme zou zijn, te toetsen rijst de vraag of de geest die ze zoeken zich openbaart aan hen als een leugenachtige geest of dat het inderdaad Jezus is. Als de zoektocht naar Jezus in T.P.M., de Jezus van de bijbelse fundamentele Christusleer is, en alles wijst daarop (26), dan kan wat T.P.M. doet beter gebed genoemd worden, hetgeen Smith ook doet. Visualisatie is een actief gebruik van verbeelding om creatieve energie aan te wenden die gebruikt kan worden als een opstap om met geesten in contact te komen (met Jezus of een andere entiteit). Om zulk een benadering te gebruiken teneinde Jezus te ontmoeten is totaal verkeerd omdat bij de visualisatie de persoon die het beoefent, zegt wat Jezus zegt of moet doen. Die kritiek kun je op veel methoden van innerlijke genezing hebben, maar zeker niet op T.P.M.. In tegenstelling tot visualisatie is de persoon in kwestie vol vertrouwen in de Heilige Geest en is er geen enkele poging om de spirituele ervaring vorm te geven. Deze passiviteit is niet de gevaarlijke vorm van passiviteit bij hypnose of andere bewustzijnsveranderingen, waar een staat van trance gecreëerd wordt die leidt tot een totaal verlies van het ik (vooral een uitwissen van de afstand tussen het subject en het object). Het leidt dan tot een gevoel van éénwording met het universum en het binnendringen van geestesentiteiten in het gedachtevacuüm wat bewust geschapen wordt. Het T.P.M. -proces echter is het simpelweg teruggaan in een herinnering met het doel de originele leugen te lokaliseren, in het geloof dat Christus de leugen vervangen zal door de waarheid. T.P.M. zal nooit het bewustzijn ontledigen, zoals in sommige vormen van meditatie, noch gebruikt het de verbeelding als een springplank naar een andere geestelijke realiteit. Het lijkt erop dat de enige reden van kritiek in dit proces zou kunnen zijn dat er veel vooronderstellingen kunnen zijn die ertoe kunnen leiden dat de subjectieve ervaringen product kunnen zijn van het eigen denken in plaats van het waarachtige werk van God.

Werkt Christus echt mee?

De enige bedenking die je tegen het T.P.M. -proces kunt hebben is dus de vraag of T.P.M. terecht aanneemt dat Christus bereid is aan dit proces mee te werken. Het CRI heeft ten aanzien van de geloofwaardigheid van T.P.M. een belangrijke toetssteen: Is het geloof van de hulpverlener een belangrijk vereiste, zodat Jezus hun gebeden voor emotionele genezing kan beantwoorden? In tegenstelling tot veel “Powerbewegingen” die brutaalweg de aanwezigheid en de kracht van de Here Jezus ‘claimen’ voor verschillende doeleinden, is het bij T.P.M. anders en is de respons van Jezus naar confidenten in de gebedsessies bijbels verantwoord. Theophostic gebeden komen overeen met de aanname dat, als we onze Vader om een brood vragen, Hij zal antwoorden met brood en niet met een slang. Dat betekent dat we zullen ontvangen wat we nodig hebben, en wel door de werkzaamheid van de Heilige Geest, en niet door de beschadigende werking van een demon (Luk. 11:9,13) (2). Als we om wijsheid bidden zullen we ontvangen wat we vragen, zolang we maar niet twijfelen dat God ons zal antwoorden (1 Joh. 5:14-15, Marc. 11:23-24) (3). Als we iets vragen in overeenstemming met Gods wil mogen we aannemen dat we het ontvangen zullen zolang we dit in gelovig vertrouwen doen, ook al zou God een positief doel kunnen hebben om ons in fysieke of moeilijke omstandigheden te laten. Hij heeft geen enkele positieve reden om ons weg te laten kwijnen in de leugens van satan, en daarom zal Hij, als we bereid zijn de waarheid onder ogen te zien, de leugens te ontmaskeren en openbaren. Dat lijkt een zekerheid die intuïtief waar is, gebaseerd op het karakter van God wat in de Bijbel geopenbaard is en wat door de volgende leringen van bijbelteksten bevestigd wordt: Psalm 25:5 8:14 84:11, Hebr. 6:18, 1 Tim. 2:3-4, Joh. 3:19-21, 7:17, 1 Joh. 1:5-7 3:8, Joh. 8:3,47 Of zoals Smith het verwoordde toen ik hem die vraag stelde: We weten dat God wil dat we wandelen in waarheid en licht, niet in misleiding en duisternis. Als we aan Zijn criteria voldoen, namelijk de waarheid onder ogen willen zien en Zijn wil doen, zal Hij zich laten zien. Theophostic gebeden om emotionele pijn te genezen die gebaseerd zijn op leugens, is dan meer te zien als een legitieme oefening om in Gods beloften en Vaderlijke liefde te geloven, dan een geheel van arrogante vooronderstellingen.

Werkt T.P.M. met buitenbijbelse openbaringen?

Sommige christenen zullen het moeilijk kunnen begrijpen, dat Jezus zo direct, expliciet en regelmatig antwoordt op specifieke verzoeken over de waarheid in zaken van ons leven. Een begrijpelijk bezwaar zou kunnen zijn dat deze buitenbijbelse beelden of woorden of realisaties van Jezus in conflict komen met de Bijbel als een bron van autoritaire openbaring in het leven van een gelovige. Dat is wat de Bobgans beweren in hun boek over T.P.M. in het eerste hoofdstuk getiteld ‘Theophostic Counseling, een openbaring van God in de laatste dagen?’. Ze beweren dat Smith claimt dat hij T.P.M. als een openbaring van God gekregen heeft. Smith ontkent dit echter met nadruk. “Ik zeg niet dat ik een goddelijke ervaring gehad heb, omdat dat zeker niet het geval was. Ik begon simpelweg de Bijbel meer te begrijpen dan dat ik eerst deed (27). Het feit dat Smith iedere claim voor een nieuwe openbaring afwijst neemt niet alle bedenkingen in dit opzicht weg. Een vraag die nog steeds opkomt is dan: Hoe heeft de kerk 2000 jaar zonder T.P.M. kunnen overleven en groeien? Hij (Smith) antwoordde dat God de gebeurtenissen in ons leven gebruikt om een op leugen gebaseerd denken te triggeren en daardoor de innerlijke pijn aan de oppervlakte brengt, als een deel van Zijn complete werk tot heiliging en vernieuwing van ons denken (28). Smith verklaart dus dat hij enkel en alleen wat God doet in een normale verhouding met Zijn kinderen, in een systematisch kader heeft gezet (29). Hij zegt verder: “De waarheid en christelijke groei en volwassenheid verschijnt in levens van christenen die gelovig zijn en het aangezicht van God zoeken, of ze nu wel of geen kennis van T.P.M. hebben” (30). Smith geeft ook aan dat er geen nieuwe waarheid door de T.P.M. -confidenten ontvangen wordt. God past in plaats daarvan de al geopenbaarde waarheid in de Bijbel op specifieke momenten in levens van confidenten toe. We hebben geen nieuwe waarheid nodig, zegt hij, omdat het geschreven Woord al de waarheid bevat die we nodig hebben (31). Dit zijn, als ze goed toegepast worden, ingebouwde veiligheden in het T.P.M. -proces die voorkomen dat T.P.M. zich zou verwijderen van de trouw aan de bijbelse waarheid (32). Smith benadrukt dat T.P.M. bedoeld is als aanvulling op bijvoorbeeld bijbelstudie en discipelschap, niet als vervanging. Hij herhaalt steeds weer dat T.P.M. -ervaringen niet onfeilbaar zijn en getoetst moeten worden. Hij onderscheidt vier mogelijke bronnen van informatie, die men tijdens T.P.M. ontvangt: 1) jezelf, 2) de hulpverlener, 3) een boze geest 4), de Heilige Geest (33). De criteria om de te ontvangen waarheid te testen zijn: de Bijbel en de vruchten van de gebeurtenis in het leven van een gelovige (34). Een van de Theophostische richtlijnen luidt: Er moet heel voorzichtig en met veel onderscheid aandacht besteed worden aan ieder aspect van ’de waarheid’ of beeld die je tijdens een gebedssessie ontvangt, deze moet authentiek en bijbels consistent zijn. Als dit gebeurt wil ik je aanmoedigen om te beslissen of het waar is of niet, en waar de valse informatie vandaan komt (35). Ed Smith is een Southern Baptist met geen verdere verbindingen met de charismatische beweging of charismatische theologie en toch lijkt het alsof de charismatische christenen zich meer thuis voelen bij hem dan de niet-charismatische christenen. Als iemand kan leven met de charismatische beelden en profetieën van Jezus met een bijbelse autoriteit, dan moet men ook in staat zijn te leven met de T.P.M. -ervaringen op bijbelse autoriteit. Als iemand beelden en tegelijkertijd woorden die men van Jezus meent te krijgen, in zijn algemeenheid ziet als een bedreiging van de autoriteit van de Bijbel, zal die persoon moeite hebben met de legitimiteit van de T.P.M. -ervaringen.

Plaatst T.P.M. ervaringen en gevoelens boven het Woord en de redelijkheid?

Bij de vraag of T.P.M. buiten de Bijbel, andere openbaringen toevoegt, kun je ook een daaraan gerelateerde vraag stellen of T.P.M. meer waarde hecht aan ervaringen en gevoelens boven de Schrift en de rede van de mens? Dit is schijnbaar de manier waarop veel critici tegen T.P.M. aankijken. Zo schrijft bijvoorbeeld Bob de Waay in: ‘Theophostic: Unbiblical Teaching Wedded to Mystical Experience’: Hij (Smith) leert dat gevoelens de uiterste toetsteen zijn van de realiteit, en dat dit ieder geloof van ons wat gebaseerd is op objectieve leer van de Schrift overtroeft (36). Dit is verre van de werkelijkheid, hoewel Smith dergelijke reacties misschien wel uitlokt, omdat hij niet altijd op zorgvuldige wijze de voorwaarden van T.P.M. beschrijft. In de afgelopen uitgaven van de handleiding van zijn basistraining sprak hij over ‘logisch denken’ als een belemmering, die mensen verhindert verder te komen vanuit een logisch denken te komen tot een ‘ervaringsdenken’ en hoe mensen Jezus meer moesten ervaren en niet meer allen informatie horen (37). Toen ik deze bezwaren met Smith deelde, verwijderde hij de gedeelten van de editie van 2005 van zijn handboek, maar mijns inziens moet er nog meer gedaan worden om dit probleem op te lossen. Een diepgaand onderzoek in alle T.P.M. -materialen zou er toe moeten leiden dat Smith de Bijbel nog veel meer als belangrijkste bron van kennis naar voren brengt en dat de aanname van logica in de context geplaatst moet worden boven wat werkt in de emotionele genezing. Dit kan het beste verklaard worden door het normale christelijke onderscheid van ‘kennis met het hoofd’ en ‘kennis van het hart’. Kennis van het hoofd is meer een conceptueel begrijpen van een bijbelse waarheid, dat verder geen verschil maakt in het leven van iemand omdat de dieper liggende spirituele betekenis niet opgepakt kan worden. Bij kennis van het hart is sprake van de relevantie van die waarheid in de gehele persoon, dus inclusief de emotionele niveaus. In die zin kan waarheid ‘in het hoofd zitten’ zonder het hart te raken. Wat door het hart begrepen wordt is net zo logisch als dat wat door het hoofd begrepen wordt, alleen de spirituele betekenis wordt meer begrepen. Deze vertaling van de waarheid tot een concept van meer en dieper gevoelde overtuiging wordt bereikt als de Heilige Geest het hart van een gelovige verlicht in de spirituele betekenis van de Schrift (Ef. 1:17-18). Dit wordt bereikt als de gelovige het woord in praktijk brengt (Jac. 1:22,28 ). Volgens Smith wordt dit bereikt als de Heilige Geest het licht van de waarheid laat schijnen in de misleiding van de duisternis, die een christen in een emotionele pijn vasthoudt (dit is wat Smith noemt het ‘Theophostische moment’). Het kan zijn dat de Geest van God in alle drie de aspecten dat deel van het brein aanraakt dat ervaringen registreert en dit helpt te begrijpen; dit is het grote verschil tussen kennis van het hoofd en van het hart. De verlichting van de Heilige Geest in het Woord is op zichzelf al een ervaring. In de Theophostische sessies die ik geobserveerd heb, werd de logica altijd toegepast en nooit opzij gezet om de ervaringen van vroeger in een ander daglicht te plaatsen. Het is zeker waar dat de confident vaak vast zit in zijn eigen feilbare conceptie van de waarheid en logica. Ik ben ervan overtuigd, zowel door de context van zijn lering als door persoonlijke gesprekken, dat dit is wat Smith bedoelde toen hij ongelukkigerwijze sprak van mensen die moesten bewegen van logica naar ervaringen. Smith zou op meer plaatsen moeten oppassen voor het benadrukken van de ervaring van mensen. Hij heeft mijns inziens niet altijd op een behoorlijke wijze verschillende bijbelpassages in het licht van T.P.M. ervaringen gebracht (38). Hij heeft veel moeite gedaan om de waarde van een ontvangende, ervaren waarheid van de Heilige Geest in een theophostisch moment te verklaren op een zodanige wijze dat hij (onbedoeld, daar ben ik van overtuigd) het ontvangen van inspiratie van de Heilige Geest in de Bijbel gedevalueerd heeft (39). Hij schijnt teveel invloed en nadruk te leggen op ervaringen en fenomenen die bij T.P.M. voorkomen (bijvoorbeeld zijn visie over heiliging, satanisch ritueel misbruik en geestelijke oorlogsvoering). Om de vraag aan het begin van het artikel te beantwoorden: T.P.M. is in essentie een christelijk gebed. Het heeft in zichzelf niets te maken met occulte visualisatie, het heeft overeenkomsten met seculiere psychotherapie, maar er zijn ook grote verschillen. In deel 2 wil ik ook kijken naar de problematische uiterlijke aspecten, die naast hart en theorie kunnen voorkomen en die overigens ook in de T.P.M. -literatuur goed verwoord zijn. In het eerste deel zijn voornamelijk de positieve aspecten benoemd, deel twee benoemt deels de negatieve aspecten hoe T.P.M. door verkeerd gebruik kan ontaarden. Beide zijn nodig om de mening van het CRI over T.P.M. goed te begrijpen.

Eliot Miller

Dit artikel is voor het eerst verschenen in het Christian Research Journal, vol 29, Mar 2, 2006.

Zie www.equip.org. ( © vertaald door Gerard Feller)

NOTES

1. Karen Hayward, “Life Is ‘Totally Changed’ in South Africa,” Positive Reviews and Testimonies, Theophostic.com,

http://www.theophostic.com/ displaycommon.cfm?an=1&subarticlenbr=40.

2. Whitedove 7, e‐mail message to Christian Forums message board, ChristianForums.com,

http://www.christianforums.com/t2007723‐theophostic‐ministry.html.

3. Inner healing or healing of memories is “usually referred to as a counseling movement within the Christian church which

involves various counseling methods that are basically used for the calling up of suppressed or hurtful memories in order to

deal with them.” (http://encyclopedia.thefreedictionary.com/Healing+of+Memories.)

4. http://www.theophostic.com/displaycommon.cfm?an=1&subarticlenbr=29 (page now discontinued).

5. T.P.M. is used by professionally qualified counselors and lay ministers alike. The professionals use it because they believe it is an

effective form of therapy and they will likely bring their additional resources to bear in helping the client apart from the T.P.M.

session; lay people can use it because the training Smith offers is sufficient to facilitate a T.P.M. session, and he advises them not

to use psychological terms or make diagnoses, and to refer the clients to professionals if they present problems that go beyond

the scope of T.P.M.. Mental health professionals who use T.P.M. and lay ministers (e.g., in a local church that provides T.P.M. as one

of its ministries) are encouraged to establish relationships in which the professionals can provide supervision and consultation

for the lay ministers.

6. Edward M. Smith, Healing Life’s Deepest Hurts (Ann Arbor, MI: Servant Publications, 2002), 17.

7. This is not to suggest that the entire system was received in one flash of illumination. Through practice, research, theorizing,

application, and learning from mistakes, Smith continues to revise and refine his approach.

8. See E. James Wilder, “Current Brain Theory and Basic Theophostic Ministry,” Journal of the International Association for

Theophostic Ministry 1 (2003): 15–19.

9. Wilder’s development of this hypothesis (in ibid.) is far more complex than my use of the common right brain/left brain

distinction might suggest. It is speculative and may not be accurate in fine detail, but the basic premise is plausible: a different

part of the human brain registers knowledge learned through experience than that which registers knowledge learned through

education.

10. Ed Smith, e‐mail message to author, November 24, 2004.

CRI Web: www.equip.org Tel: 704.887.8200 Fax:704.887.8299

9

11. Ed M. Smith, Theophostic Prayer Ministry Basic Seminar Manual (Campbellsville, KY: New Creation Publishing, 2005), 136–37.

12. For detailed descriptions of the surveys see Fernando Garzon, Psy.D., “How Is the Research Stacking Up?” Journal of the

International Association for Theophostic Ministry 1 (2003): 4, 15, and Fernando Garzon, Psy.D., “Research Corner,” Journal of the

International Association for Theophostic Ministry, (Spring 2004): 10–11.

13. Theophostic Prayer Ministries, “Theophostic Prayer Ministry Guidelines,” Theophostic.com,

http://www.theophostic.com/displaycommon.cfm?an=9.

14. See, e.g., Martin Bobgan, The Psychological Way/The Spiritual Way (Minneapolis: Bethany Press, 1979), and Martin Bobgan and

Deidre Bobgan, Psychoheresy: The Psychological Seduction of Christianity (Santa Barbara, CA: EastGate Publishers, 1987).

15. See Martin Bobgan and Deidre Bobgan, TheoPhostic Counseling: Divine Revelation? or PsychoHeresy? (Santa Barbara, CA:

EastGate Publishers, 1999).

16. Elliot Miller, “The Proper Basis and Spirit for Discernment Ministry,” Christian Research Journal 28, 5 (2005): 3–4

(http://www.equip.org/free/JAD006.htm).

17. Jan Fletcher, Lying Spirits: A Christian Journalist’s Report on Theophostic Ministry (self‐published, 2004), available online at

http://www.lyingspirits.com/lyingspirits.pdf.

18. See, e.g., Bob Passantino and Gretchen Passantino, “The Bondage Maker: Examining the Message and Method of

Neil T. Anderson (Part Four: Spiritual Warfare and the Myth of Satanic Conspiracies and Ritual Abuse),” Christian Research

Journal 21, 4 (1999) (http://www.equip.org/free/DA084.htm).

19. See, e.g., John Ankerberg and John Weldon, “Visualization: God‐Given Power or New Age Danger?” (Parts One and Two),

Christian Research Journal 19, 1 and 2 (1996) (http://www.equip.org/free/DN388‐1.htm and http://www.equip.org/free/DN388‐

2.htm).

20. It is unlikely that this was for my benefit, since Smith freely advocated other positions during the seminar with which he knew

from our previous conversations that I would strongly disagree.

21. Ed Smith, “A Comparison of Theophostic Ministry and Recovered Memory Therapy,” Journal of the International Association for

Theophostic Ministry (Spring 2004): 44–48 (http://www.theophostic.com/displaycommon.cfm?an=1&subarticlenbr=3).

22. See chapter four of Fletcher, Lying Spirits.

23. Fletcher cites a letter from Smith to theologians Philip Monroe and Bryan Maier and concludes that Smith thinks that T.P.M.

should be evaluated by practical experience rather than by dogma or theology. (Fletcher, 67, 85.) In context, Smith was rather

arguing that T.P.M. should be evaluated on its own terms, apart from his controversial views on the sin nature, sanctification,

and so forth.

24. Divination involves using various tools of symbolic interpretation for the purpose of reading the fates and gaining hidden

knowledge.

25. Spiritism involves voluntary possession by spirits for the purpose of gaining special knowledge or power.

26. See, e.g., the “Author’s Statement of Faith” in Smith, Healing, 7–9.

27. Smith, Healing, 17. In a rebuttal to an earlier version of this evaluation, Martin Bobgan provides “proof” that Smith made this

claim by quoting three instances where Smith affirmed that God “gave” him Theophostic, and one where Smith says that God

“blessed” him with it and “began to pour this information into [his] mind.” (Martin Bobgan, A Response to the Christian Research

Institute’s Evaluation of Theophostic Prayer Ministry, http://www.psychoheresy‐aware.org/images/Bobgan‐Miller.pdf, 6.) Does

Bobgan also think that the pastor who claims God “gave” him his latest sermon, the musician who claims that God “gave” her

a new song, or the student who claims that God “gave” him the answers for a hostile atheist teacher are all claiming to have

received revelation? It is essential in discernment ministry to understand what a claim to revelation necessarily involves:

infallibly receiving previously undisclosed doctrinal truth from God that carries authority on a level with Scripture. This is

categorically different than claiming illumination from the Holy Spirit to understand biblical truth. The latter is (1) a gift

offered to all Christians (e.g., James 1:5; Luke 11:9–13), (2) all that needs to be inferred from Smith’s words, and (3) what Smith

himself has clarified that he meant by those words.

28. Smith, Basic Seminar Manual, 261.

29. Ibid.

30. Ibid., 260.

31. Ibid., 274.

32. Prospective T.P.M. recipients need to be aware that many practitioners of T.P.M. mix it with other, often biblically unsound,

approaches. It is important to insist on a fully trained facilitator who strictly follows the Guidelines.

33. Smith, Basic Seminar Manual, 136–39.

34. Ibid., 160–63. Fruit include the following changes in the recipient: experiencing perfect peace in the area where there was once

pain and conflict; having genuine compassion and forgiveness for the ones who hurt him; and undergoing a permanent

transformation in the area of his mind that received ministry.

35. Theophostic Prayer Ministries, Theophostic Prayer Ministry Guidelines.

36. Bob DeWaay, “Theophostics: Unbiblical Teaching Wedded to Mystical Experience,” Critical Issues Commentary 79

(November/December 2003), 4 (http://www.twincityfellowship.com/ cic/articles/issue79.htm).

37. See, e.g., Ed M. Smith, Beyond Tolerable Recovery, 4th ed. (Campbellsville, KY: Alathia Publishing, 2000), chap. 13.

38. Passages where Smith dubiously has seen Theophostic healing, principles, or analogies include John 9:25; 1 Cor. 8:1; Heb. 11:1;

James 1:2–4; 2:26; and 1 Pet. 4:1. See Basic Seminar Manual, 262, 310, 313–14, and Healing, 43.

39. See, e.g., Smith, Basic Seminar Manual, 305, where Smith writes that “in order for people to appropriate the biblical truth (logical

cognitive knowledge) they receive from instruction and personal study, they need to renew their minds with the experiential truth

(experiential knowledge) that they receive from God” (emphases added). Does truth from God only come to us through

experience and not also (and more fundamentally, authoritatively, and reliably) through Bible study? The answer is an

emphatic no.

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Pastorale onderwerpen