Komen alle kinderen automatisch in de hemel?

Komen alle kinderen automatisch in de hemel?

© Door drs W.J.A. PijnackerHordijk

Deze studie ligt in het verlengde van mijn vorige uiteenzetting over hemelervaringen en keert zich tegen ‘heilsautomatisme’. Heel begrijpelijk dat ouders willen weten waar hun doodgeboren of vroeg overleden kind is en dat men zich diverse voorstellingen ervan maakt.

Maar wij weten veel niet. Mogen wij ons bij God beroepen op het ‘recht op redding’? Is het niet genadig genoeg dat Hij velen redt? Zonder de komst van Jezus zouden allen verloren zijn.

Het afstaan van een jong kind aan de dood is een uiterst pastoraal gevoelig en teer onderwerp. Bedoeld zijn hier de kinderen die nog niet ‘de jaren des onderscheids hebben bereikt’, waarvan het geweten nog niet is gevormd. Wereldwijd sterven jaarlijks ongeveer 44 miljoen kinderen door abortus. Discussies laaien op of er trouwens wel sprake is van een kind. Daarnaast kunnen kinderen ongewild door allerlei oorzaken vroegtijdig overlijden. Gebroken in de knop, zo was het toch absoluut niet bedoeld. Het kindje had moeten leven, lang moeten leven. Natuurlijk is er dan veel verdriet bij de ouders die hun unieke, kostbare kindje zo vroeg al moesten missen. Veel tranen vloeien en het lijkt wel of ze ontroostbaar zijn. De droom werd een nachtmerrie. Wat biedt dan troost en helpt echt om de rouw te verwerken? Goed om te weten dat de Heilige Geest ook wel Trooster wordt genoemd. Dan weten we gelijk wat Zijn specialistische bediening is. De Heilige Geest troost vanuit Gods Woord, want Geest en Woord gaan samen. Niet op grond van ervaringen, niet op grond van de mens, noch op grond van besnijdenis, noch doop, noch zondebesef, noch het (welk?) verbond, maar op grond van Gods Woord en in God Zelf putten we voldoende troost. Visioenen, hemelervaringen van anderen, hoe mooi en ontroerend ze ook mogen zijn, kunnen en mogen nooit deze plaats innemen.

Standpunten

Nu behandelen we dus een uiterst gevoelig onderwerp: hoe staat het met vroeg overleden kinderen, gaan zij automatisch naar de hemel? Terwijl voor veel evangelischen[1] dit meestal vanzelfsprekend is, is dit voor reformatorischen nog twijfelachtig. In de Rooms Katholieke Kerk gold: Ongedoopte kinderen gaan verloren, al is hun lijden minder erg[2], maar Paus Benedictus XVI heeft in 2006 officieel het voorgeborchte (limbus) voor ongedoopte dode kinderen achterhaald verklaard. We zien hier door voortschrijdend inzicht hun nieuwe leer. De kerkvorst zou met die stap de zielen van miljoenen doodgeboren baby’s willen redden. Volgens de rooms-katholieke traditie gingen de zielen van kinderen die voor of kort na de geboorte overleden zonder de doop te hebben ontvangen, niet direct naar de hemel, omdat ze niet door de doop van de erfzonde waren gereinigd. Ze gingen ook niet naar de hel, omdat ze geen kwaad hadden bedreven. Daarom waren katholieken ervan overtuigd dat ze naar het voorgeborchte of limbus gingen. Benedictus was nooit overtuigd van het bestaan van de limbus. De toenmalige kardinaal Ratzinger verklaarde al in 1984 dat hij wel voelde voor afschaffing van de ’hypothese’.

Moslims geloven trouwens wél dat de zielen van doodgeboren kinderen rechtstreeks naar de hemel gaan.

Openbaringen en meningenWat is nu de echte troost bij zo’n groot en intens verlies? Laten we te rade gaan bij de Bijbel. Echter, Gods Woord geeft geen direct antwoord op de vraag of doodgeboren kinderen rechtstreeks naar de hemel gaan. Daarom wordt vaak gretig geluisterd naar onverifieerbare verhalen. Het is maar waar je geloof aan hecht. We citeren hieromtrent eerst wat bronnen en commentaren, en geven enkele reacties erbij.

* Sadhu Sundar Singh[3] schrijft: ”Een klein kind stierf aan longontsteking, een aantal engelen kwam om het over te brengen naar de hemel. … Ik hoorde de ene engel tegen de andere zeggen: Zie hoe de moeder van dit kind schreit over deze korte en tijdelijke scheiding. Binnen weinige jaren zal zij weer gelukkig met haar kind zijn. Toen namen de engelen het zieltje van het kind mee naar dat mooie en van licht vervulde gedeelte van de hemel, dat apart gehouden wordt voor kinderen, waar engelen voor hen zorgen en hen onderrichten in hemelse wijsheid, totdat ze gaandeweg aan de engelen gelijk worden. Na enige tijd stierf ook de moeder van het kind, en het kind, dat intussen volwassen was geworden, verwelkomde tesamen met andere engelen zijn moeder”.

* Colton Burpo zelf zei voortdurend en nadrukkelijk dat Jezus zoveel van kinderen houdt (pp. 138, 139). Maar evengoed toch ook van volwassenen? Hij is de God speciaal voor weduwen, wezen en vreemdelingen, en voor vrouwen, enz. enz.. Colton zag een heleboel kinderen in de hemel, waarvan hij de namen zich later niet meer kon herinneren (p. 99). Volgens hem hadden alle hemelingen op Jezus zelf na, vleugels (p.100). Hoewel Coltons vader, predikant Burpo, beweert ”Ik onderwijs wat ik in de Schrift aantref”’ (p. 188), hecht hij minstens zoveel waarde aan ervaringen en getuigenissen. Hij erkent: ”De bijbel zegt niet veel over dit onderwerp, maar we hadden het rotsvaste geloof gekoesterd dat het zo was. Nu hadden we een ooggetuige [hun zoontje Colton WJPH], die ons vertelde dat de dochter die we nooit hebben gekend [vanwege een miskraam WJPH] daar vol verlangen op ons wacht”. (pp. 128, 129)[4].

De redenering hierachter is goed bedoeld, maar vrij simpel: ‘Nou, als u gelooft dat God net zoveel van u houdt als van mij, en dat Hij net zo veel van uw levende zoon als van mijn levende zoon houdt, is het dan niet logisch dat Hij net zo veel van uw doodgeboren kind houdt als van mijn ongeboren kind?’[5] Gods liefde moet dus iedereen en vooral alle kinderen wel tot Zich roepen in de hemel. Dat zou je een vroege vorm van alverzoening kunnen noemen.

Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind… Burpo: ”Wat is kinderlijke nederigheid? Het is geen gebrek aan intelligentie, maar een gebrek aan valsheid. Je hebt geen verborgen bijbedoelingen. Het is die kostbare, maar korte tijd in ons leven wanneer het ons niet kan schelen wat anderen van ons denken, simpelweg omdat we nog geen besef hebben van aanzien of trots. Die onbevangen eerlijkheid waarmee een driejarige vrolijk in de plassen rondspringt, lachend met een puppy door het gras rolt, of hardop zegt dat je snot aan je neus hebt hangen: daarmee kom je in de hemel. Het is het tegendeel van onwetendheid, het is juist intellectuele eerlijkheid: de waarheid als zodanig aanvaarden en de dingen bij hun naam noemen, hoe moeilijk dat soms ook is”.[6]

* Gaby Bins[7] had een dergelijke ervaring: tot haar grote verdriet eindigde haar eerste zwangerschap in een miskraam. Toen iemand voor haar bad stond er plotseling een hele mooie, grote engel voor haar. Ze gaf haar vijf maanden oude baby aan Jezus die bovenaan een trap stond. Ze volgde de engel, die nu haar baby in zijn armen had, naar een soort ruimte in de hemel waar allemaal boxen en commodes stonden. Daar zag ze een heleboel engelen die druk doende waren met de verzorging van allemaal kinderen en baby’s. Jezus zei: ”Deze kinderen zijn allemaal overleden, onder andere door abortussen en miskramen. Bij elk van die kinderen hoort een engel die voor hen zorgt, zodat zij hier in de hemel kunnen opgroeien tot volwaardige mensen. De zorg voor jouw kindje nemen wij nu ook op ons”. Gaby wilde nog weten of het een jongen of meisje was. Nadat Jezus zei dat het een jongen was, kon ze haar zoontje helemaal loslaten.

* Billy Graham[8] heeft geen enkele twijfel erover of zij die als kind sterven in de hemel zullen zijn. God is de God van hoop en redding, en met koning David, die het volgende zei toen zijn zoon stierf, kunnen we zeggen: ”Kan ik het soms terughalen? Ik ben wel op weg naar hem, maar hij keert niet terug naar mij”’ (2Sam.12:23 GNB). Grahams ‘hemelgids’ van ruim honderd vragen over de eeuwigheid en hemel is laagdrempelig en nogal oppervlakkig. Evangelist Graham gaat totaal voorbij aan de contexten van vele Bijbelcitaten. De hemel wordt voor het gemak gelijkgesteld aan de stad, het hemelse Jeruzalem, het paradijs, de nieuwe hemel en nieuwe aarde en het Vaderhuis. De antwoorden zijn nergens langer dan anderhalve pagina. Wat bedoelde David hier eigenlijk? ‘Ik zal wel tot hem gaan’ wil zeggen: ik zal ook net als hij eens sterven en in het dodenrijk (sheol) belanden, maar het kind zal niet met mij terugkeren, dus niet uit de dood opstaan. David zei dus: ”Ik zal ook sterven en het kind zal niet herleven”. Anderzijds vertrouwde David ook in een verblijf in de eeuwigheid: ”Ik keer terug in het huis van de HEER tot in lengte van dagen” (Ps.23:6). Baby’s, jonge kinderen en verstandelijk gehandicapten hebben geen besef van hun beperkingen of de waarheden van Gods reddingsplan - maar in Zijn genade ontvangt God hen zoals ze zijn en verandert hij hun hart”, aldus Billy Graham. Bijbelse onderbouwing ontbreekt hier. Wel een terechte opmerking van hem is: ”Als je baby of gehandicapte kind is gestorven, vind dan je troost in de soevereiniteit van een liefdevolle God”. Inderdaad, niet op grond van de leeftijd, of onschuld of onwetendheid van het kind is het voor eeuwig bij God, maar op grond van God Zelf, Zijn karakter: liefdevol, rechtvaardig, barmhartig, genadig en goedertieren.

* Jack Hayford[9] redeneert vanuit het kleine mensje: ”Omdat ongeboren kinderen nog geen morele keuzes hebben gedaan en dus onschuldig zijn, worden ze op grond van Gods rechtvaardigheid opgenomen in het hemels vaderhuis, ongeacht het geloof of het ongeloof van hun ouders en zonder rekening te houden met de omstandigheden waaronder het kind eventueel zou worden geboren”. De Bijbelse onderbouwing van Hayford ontbreekt of is flinterdun, en zijn argumentatie is helaas weinig overtuigend. Essentieel is of je de hemel kunt missen doordat je zonde doet of omdat je een zondaar bent. Je kunt volgens Psalm 51 in zonde ontvangen en geboren worden. Een absurde consequentie van de opvatting van Jack Hayford is dat als je zeker er van wilt zijn dat je kind in de hemel komt je deze vroegtijdig moet vermoorden. Moord is dan wel een ernstige zonde, maar je kind is dan in elk geval zeker behouden.

* In zijn degelijke studie over de hemel stelt Embregts[10] het volgende: ”We kunnen uit het bovenstaande [1Cor.7:14, heilig, niet in de zin van verlost maar als apart gezet WJPH] wel concluderen dat willen ouders hun (gestorven) kinderen in de hemel terugzien, zij ook zelf verzekerd dienen te zijn van een plaats in de hemel.” Maar dan zou het geloof van de ouder(s) toch doorslaggevend zijn, en dan hebben kinderen van niet-christelijke ouders pech gehad. Omdat een kind toch nooit zelf bepaalt in welk ‘nest’ het geboren wordt, klinkt en is deze conclusie onrechtvaardig. We kunnen de visie van Embregts ook anders opvatten: als de kinderen in de hemel zijn, moeten de ouders zelf dan ook in de hemel komen om überhaupt daar hun kinderen te kunnen ontmoeten; en dan klopt het mijns inziens wel.

* Dan een reformatorisch visie. De Christelijk Gereformeerde ds. M.A. Kempeneers[11] verloor zijn zoontje nadat deze slechts 13 uur had geleefd. Na jarenlange studie onderscheidt hij drie antwoorden die in de loop van de kerkgeschiedenis op de vraag naar de eeuwige bestemming van jonggestorven kinderen zijn gegeven:

1. Alle kinderen zijn in de hemel (volgens onder anderen Zwingli, Toplady, John Newton, Spurgeon);

2. Alle verbondskinderen [zonder uitleg WJPH] zijn in de hemel, op grond van de belofte alléén (aldus onder anderen Wilhelmus à Brakel, Owen);

3. Alleen de uitverkoren [op basis waarvan? WJPH] kinderen zijn in de hemel (visie van onder anderen Beza, Smijtegelt). Persoonlijk weet deze Elburger pastor zich door het tweede antwoord het meest aangesproken. ”Uit kracht van het genadeverbond, stellen de Dordtse Leerregels, zijn de kinderen der gelovigen heilig. Zo moeten de godzalige ouders niet twijfelen aan de verkiezing en zaligheid hunner kinderen welke God in hun kindsheid uit dit leven wegneemt” (Gen. 17:7; Hand. 2:39; 1 Kor. 7:14). De kanttekeningen bij deze teksten laten zien dat het om de uitwendige verbonds-heiligheid gaat.” Is elk van deze kinderen wel uitverkoren? Zo wordt geschermd met technische termen. God is Rechter en Die beslist. Wij mogen nooit op Gods rechterstoel plaatsnemen. Kinderen uit christen-ouders zijn geheiligd, dat wil zeggen: apart gesteld, bevoorrecht om het evangelie te horen en voorgeleefd zien te worden, maar daarmee nog niet zelf gekerstend. Kempeneers: ”Kinderen die geboren worden uit gelovige ouders behoren uitwendig tot het verbond der genade. In de belofte zijn zij een kind des verbonds en wordt hen vergeving der zonden en het eeuwige leven toegezegd”. Dan kiest Kempeneers voor het volgende standpunt: ”De Heere geeft zekerheid over de zaligheid van een jong gestorven kind, door krachtdadig een Bijbeltekst in het hart van twee of meer van Zijn volk te geven. Waar dat gemist wordt, blijft er onzekerheid over de staat van het kind bestaan”. Het ‘krijgen van waarheden’ lijkt me toch te subjectief. Wat te denken als een in aanzien geestelijk mens (bijv. een predikant) geen enkele bepaalde tekst ‘op zijn hart krijgt’ voor een pas gestorven kind? Is dat kind dan behouden of verloren? Wat mogen we stellen als principe voor alle kinderen die vroeg overlijden?

* Ron Rhodes[12] tenslotte noemt nog vier andere standpunten en kiest voor de vierde:

1. Kinderen zijn zondeloos en daarom automatisch gered als ze sterven. Dit gaat echter in tegen de leer dat alle mensen zijn geboren met een zondige natuur, wat niet helemaal hetzelfde is als de facto gezondigd hebben. (Ps.14:1-3, 51:5, Luk.19:10, Joh.3:16, 18, 36, Rom.3:10, 23, 5:12, 1Kor.15:22, Ef.2:3, Jak.3:2, 1Joh.1:8-10) Het loon op de zonde is de dood. Ieder kind dat sterft (kan al in de moederschoot) heeft dus de gevolgen gedragen van de straf op de zonde namelijk de dood. Er is een verschil tussen zonde (zondenatuur) en zonden (de vruchten van de zonde-natuur). Onze zonden kunnen aangerekend worden als ons geweten gevormd is. Dat geldt, voor zover wij, weten bijvoorbeeld niet bij een foetus. Wanneer wel? Dat bepaalt God. Een mogelijke richtlijn: het verschil tussen linker- en rechterhand kennen (Jona 4:11,ongeveer vijf jaar ?). Door ons geweten kunnen we door God geoordeeld worden (Rom. 2:14-16). 2. Omdat God liefde is zal Hij geen enkel kind naar de hel laten gaan (1Joh.4:8). Dit standpunt gaat voorbij aan de andere eigenschappen van God zoals zijn heiligheid.

3. De alwetende God weet van te voren of een kind dat jong sterft, in de hypothetische toekomst wel of niet zou zijn gaan geloven in Jezus. Zij die zouden gaan geloven zijn dus gered en andersom.

4. Elk kind dat sterft gaat onmiddellijk over naar de heerlijke tegenwoordigheid van God in de hemel. Wanneer het kind sterft, worden de gezegende resultaten van het werk van Christus, volbracht aan het kruis, voor hem of haar van kracht. Op dat moment is het kind behouden en gaat het meteen naar de tegenwoordigheid van God in de hemel. Kleine kinderen kunnen niet geoordeeld worden op grond van hun werken.

Toevertrouwen

Zelf kies ik meer voor standpunt 3. Je zou kunnen extrapoleren: het naar de toekomst doortrekken van een bepaalde ontwikkeling. Stel dat het te vroeg overleden kindje zich wèl had kunnen ontwikkelen, het evangelie had gehoord en zich had kunnen bekeren, wat zou hij/zij dan op dit evangelie hebben geantwoord? God Die de harten door en door kent, zou dit toch weten, en op grond daarvan kunnen oordelen?! Zou iemand tegen zijn/haar wil in de hemel geplaatst worden? Waarom willen we nu al Gods oordeel over anderen weten? Hoe dan ook, laat het oordeel gerust over aan de liefdevolle en rechtvaardige God, die het maximale deed om de hel leeg te houden. Laat alleen deze perfect liefdevolle God de

verzachtende en belastende argumenten maar rechtvaardig afwegen.

O, wat kunnen we toch proberen op Gods rechterstoel te gaan zitten om Zijn werk over te nemen. Fout! Maar –anderzijds- ook de bewering dat iedereen, zowel volwassenen als kinderen, die niet in Jezus gelooft, naar de hel gaat, is onhoudbaar. We zouden vergeving moeten vragen aan een ieder bij wie zoiets is beweerd. God ziet de harten aan en aan Hem alleen komt het eindoordeel toe. Vertrouw die overleden persoon, jong of oud, toe aan deze God vol van genade en rechtvaardigheid, heiligheid, liefde en vertroosting. In het volste vertrouwen kunnen we het kindje overgeven en loslaten, toevertrouwen aan de grote kindervriend, die alles in het werk heeft gesteld om de hel leeg te houden en de hemel vol te krijgen. Vertrouw niet op de goedheid van het kind, noch op het voorbeeldige leven van zijn ouders, maar op Gods rijke genade.

© drs. W.J.A. Pijnacker Hordijk

 


[1] Bijvoorbeeld: Aukje van de Kamp, See you in heaven, Mijn kind is bij God (Aalten: Cross Light Media). Audio CD in Nederlands met vertaling in Duits.

[2] Ds. M.A. Kempeneers, Waar is ons kind? (Kampen: de Groot Goudriaan, 2007)p. 59.

[3] Sadhu Sundar Singh, Waarheen als wij sterven… Visioenen van Sadhu Sundar Singh of Visioenen een korte beschrijving van het leven na dit leven, zijn verschillende vormen van bestaan en de bestemming van goede en slechte mensen zoals die in visioenen gezien zijn (Heemstede: A.M. Hoekendijk, 1926), p. 22. (Singh was een Indiaas christelijke zendeling en theoloog die als een sadhoe rondzwierf in voornamelijk de Himalaya en Tibet.)

[4] Todd Burpo en Lynn Vincent, De jongen die in de hemel was (oorspronkelijke titel: Heaven Is For Real. A Little Boy’s Astounding Story of His Trip to Heaven and Back, 2010), (Barneveld: Plateau, 2013, 5e druk), 215 pp. https://www.youtube.com/watch?v=F3xItrGOi6Q.

[5] Ibid., p. 184.

[6] Ibid., p. 102.

[7] Margreet van der Moren, Kleine engel, JOY!, dec. 2002 / jan. 2003, p. 15.

[8] Billy Graham, Hoe is het thuis? Antwoorden op vragen over de hemel (Oorspronkelijke titel: The Heaven Answer Book, 2012) (Hoornaar: Gideon: 2013), pp. 41, 42, 125, 126.

[9] Jack Hayford, Mijn kind is bij God Hoop en herstel voor vaders en moeders van wie een kind is weggenomen door een miskraam, abortus, dood bij de geboorte, wiegedood of ziekte (Oorspronkelijke titel I’ll hold you in Heaven, 1986) (Hoornaar: Gideon, 1992) p. 52.

[10] J.W. Embregts, De Hemel, (Doorn: Het Zoeklicht, 2008), p. 90.

[11] Ds. M.A. Kempeneers, Waar is ons kind? Een pastoraal-theologische handreiking rond het overlijden van jonge kinderen (Kampen: de Groot Goudriaan, 2007) 137 pp.

[12] Ron Rhodes, Het Wonder van de Hemel (oorspronkelijke titel: The Wonder of Heaven, 2009) (Doorn: Het Zoeklicht, 2010), pp. 159-171.


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Pastorale onderwerpen