Kan geloof ziek maken?

KAN GELOOF ZIEK MAKEN?

Er zijn zeer vele actuele vragen bij veel hedendaagse psychologen t.a.v. de gevolgen van het christelijk geloof voor de mens. Enkele voorbeelden: Kan het geloof in Jezus Christus mensen ziek maken? Is het geloof opium voor het volk, d.w.z. leidt het geloof in Jezus ons in een ongezonde afhankelijkheid, in ziekmakende relaties met mensen? Is geloof niet vaak een vlucht vanuit een niet verwerkte realiteit in de onwerkelijkheid?

We houden ons ook in Promise veel bezig met de gezondmakende en preventieve mogelijkheden van het geloof. Toch moeten we bij deze vele vragen t.a.v. de ziek en labiel-makende gevolgen van de beleving van het christelijk geloof stilstaan. Dit is daarom belangrijk, opdat we op sommige "ziekmakende" aspecten, op een goede preventieve of therapeutische wijze, in kunnen gaan. Als we ons afvragen of geloof ziek maakt, dan moeten we allereerst dit onderscheid aanbrengen: de kerk, het dogma, kan ziekmakend zijn; het geloof niet. Natuurlijk heeft kerk en dogma iets te maken met het geloof. Maar als we de kerkgeschiedenis volgen, dan zien we dat, zowel de liturgische vormen, alsook de dogmatiek zich steeds weer van de bijbelse waarheid verwijderen. Zo willen we met onze vraag: "Kan geloof ziek maken?" voor alles ons oriÎnteren op de ziekmakende leer en enige fundamentele punten onderkennen.

1) Beschavingsziekten

Veel mensen zijn er zich tegenwoordig niet van bewust aan hoeveel ziekmakende factoren we in deze tijd blootstaan. We spreken in dit verband van beschavingsziekten of -verschijnselen. Zo beweegt de moderne mens zich, dankzij al het gemotoriseerd vervoer, ongeveer 60% minder dan de mens in de vorige eeuw. Dit heeft zeer nadelige gevolgen op ons totale organische functioneren en op onze bewegingsapparatuur. Temeer daar het gevaar bestaat, dat mensen om zgn. gezondheidsversterkende redenen, hun ongetrainde conditie door verkeerde fitnessprogramma's en overdreven sportbeoefening overbelasten.

Heel duidelijk werken de tegenwoordige extremiteiten veel meer ziekmakend, dan wij ons bewust zijn; zij gaan meestal gepaard met koortsachtige, hectische situaties onder voortdurende stress. Het zou bijzonder nuttig zijn als in de prediking en kerkelijke leer op deze tijdsafhankelijke omstandigheden wordt gewezen en men vanuit bijbels perspectief uitspraken over deze tijd doet. Paulus en de overige apostelen hielden zich ook uitvoerig bezig met de tijdgebonden omstandigheden van hun eeuw. Veel problemen en tijdgebonden thema's zouden in de kerken ook vrijmoedig besproken moeten worden, zodat de gelovigen zich daar ook vroegtijdig en diepgaand mee bezig kunnen houden. Juist omdat de leer zich vaak voortdurend met enige geselecteerde problemen bezighoudt, moeten de navolgers van Christus veel, van wat als problematiek op hen afkomt, verdringen of overbluffen.

2) Eenzijdig evangelie

Bepaalde criteria worden gehanteerd om een leer als volmaakt en afgerond te kunnen presenteren (terwijl dit in tegenspraak is met het bijbelse feit, dat ons kennen maar ten dele is). Daardoor worden vaak dogma's geponeerd, die een eenzijdig, weinig gedifferentieerd evangelie bieden. Er worden misschien enkele krenten uit de pap gepikt, maar dat is vaak niet representatief voor het geheel.

Helemaal gevaarlijk en misleidend is de opvatting dat, als de mens maar genoeg gelooft, alles in het leven voor het grijpen ligt. Zulke eenvoudige patentrecepten kunnen misschien wel eens in een individuele situatie kloppen, maar mensen, die zo'n stelling als zijnde het volle evangelie propageren, zullen snel op deze uitgangspunten stranden en psychisch fout uitkomen. Het is ook gevaarlijk alles vanuit een passieve houding te bezien, in de zin van geloven, bidden en dan ontvangen. Passiviteit is altijd al een instrument geweest, waardoor mensen vaak open staan voor bepaalde boodschappen en manipuleerbaar worden. Esoterische technieken funderen vaak hun volledige leer op passiviteit. (esoterisch = alleen voor ingewijden)

3) Ideaalbeeld

Vaak laat de wekelijkse bijbelstudie of de preek s'zondags alleen het ideaalbeeld van de gelovige mens zien. Weinig wordt er gesproken over de weg, die tot het doel leidt. Het gevolg is, dat men zo wil zijn, zoals iedere zondag gezegd wordt, maar het niet is. Het is een groot gevaar, dat een christen onecht wordt, dat men zich beter voelt dan andere mensen, omdat men een beeld kopiÎren moet. Snel kan een dergelijke onechte houding tot een masker worden en ons in farizeeÎrschap brengen.

Wie dit echter afwijst en zijn anders-zijn eerlijk bekent, wordt door een dergelijke prediking steeds met een grote leemte tussen ideaalbeeld en de huidige situatie geconfronteerd. Dit veroorzaakt vaak ernstige depressies. Dit, omdat de eerlijke mens zijn toestand soms heel diep ervaren moet, als een toestand van falen, van nederlagen, van terugval, enz.

Naar onze inzichten moeten de mensen in de preek dus niet alleen met het ideaalbeeld (laatste doel in de navolging van Christus) geconfronteerd worden, waardoor ze de ware troost niet krijgen of niet begrijpen. Vaak komen ze in een grote waan van zondebesef, hetgeen kan uitmonden in een beslissend eindoordeel: ik heb tegen de Heilige Geest gezondigd, anders was ik niet altijd zo weerspannig en zonder succes.

4) Monddood maken

Een wezenlijk, zo niet het belangrijkste punt überhaupt is, dat de hedendaagse kerkganger monddood gemaakt wordt, als hij met een bepaalde liturgische vorm of een absoluut dogma geconfronteerd wordt. Alles is zo hoog ontwikkeld, volledig gerijpt en goed verpakt, dat men het alleen nog maar hoeft te consumeren. De geestelijke verpakking, zoals dat tegenwoordig gebeurt, ook vanuit een zekere gemakzucht, leidt alleen tot passief consumeren, waarbij eigen denken en toetsen vaak worden uitgeschakeld.

Zo komt het dat de inhoud van de bijbel als belangrijkste informatiekanaal voor mensen steeds meer verloren gaat. De eigen kennis over de inhoud van de Schrift wordt steeds minder. Ik heb zelf in niet gepubliceerde onderzoekingen kunnen vaststellen, dat de individuele christen tegenwoordig geen enkele bijbelse kennis meer heeft. Wel worden er fikse aantallen boeken en cassettes geconsumeerd, maar de bijbelkennis slinkt voortdurend.

In moeilijke tijden, en die behoren toch ook in het opvoedingsproces van God, beschikt de zo beproefde gelovige over geen eigen geestelijke middelen en is opnieuw van anderen afhankelijk. Zo wordt het leger van onzekere en hulpeloze christenen steeds groter, die zielzorg, gezondheidsseminaries, etc. nodig hebben. De bijbel wijst er voortdurend op, hoe belangrijk het is, dat de gelovige zelf over bijbelkennis beschikt, die hij praktisch kan gebruiken en die hij kan toe-eigenen door een voortdurend ijverig studeren in de Heilige Schrift.

5) Manipulatie

Veel leraren misbruiken hun positie als "specialist" en manipuleren de toehoorders bewust of onbewust. Het volgende authentieke voorbeeld illustreert dit:
In een prediking over het thema 'vergeving' wordt steeds weer benadrukt dat vergeven = vergeten. Deze uitspraak wordt bijbels gefundeerd met enige bijbelse plaatsen, die aantonen dat God onze zonden niet meer gedenkt. Ongenuanceerd wordt 'niet meer gedenken' aan 'vergeten' gelijkgesteld. De prediker maakt in zijn uiteenzetting echter gebruik van ÈÈn van de twee bijbelse aspecten. Dit komt omdat deze tekst er uit gehaald is, en niet in het licht van de gehele bijbel wordt gezien. Daardoor krijgt het een manipulatief karakter, en wordt iets gevraagd aan mensen, waar ze totaal niet toe in staat zijn. Behalve als ze, om iets te willen vergeten, iets verdringen. De bijbel vertelt n.l. dat, met betrekking tot het onderwerp vergeving, onze houding een houding van niet toerekenen moet zijn. Nu krijgt het niet gedenken een gedifferentieerde betekenis. Maar de prediker fixeert zich op het niet gedenken in de zin van vergeten en verslikt zich in de logische niet-beantwoorde vraag: God is toch alwetend? We zien hier, dat God in het handelen over vergeving vrijwillig afstand doet van zijn alwetendheid in een houding van niet gedenken.
Dit voorbeeld van ongeestelijk inzicht leidt tot een zeer ernstige situatie, die heel duidelijk een ziekmakende werking bezit, waarbij de bijbel geweld wordt aangedaan. Het manipulatieve karakter in de laatste stelling komt ook door de inleiding duidelijk tot uitdrukking: We zien dat .... Hier wordt zonder argumentatie gesuggereerd, dat alle luisteraars dezelfde mening hebben en wie zou het durven wagen om te zeggen: Ik zie het niet zo.

Er zijn voorbeelden te noemen om aan te tonen hoe snel prediking en onderwijs een manipulatief karakter aannemen, waardoor God en mensen tekort wordt gedaan.

6) Overgeestelijkheid

Wat we tot nu toe besproken hebben laat al gedeeltelijk zien, dat, als mensen geen contact met de aardse realiteit hebben, ze gemakkelijk in 'overgeestelijkheid' kunnen vluchten. Heel in het bijzonder zien we dat in intermenselijke betrekkingen. Als men het niet meer aan kan, kan men zich gemakkelijk achter zijn overgeestelijkheid verschuilen, zo dat men b.v. geen verantwoording tegenover de partner of familie hoeft af te leggen, daar men zich in de eigen overgeestelijkheid (die met geloof verwisseld wordt) kan beroepen op God, Gods wil of het spreken van de Heilige Geest, enz.

Zeer vaak wordt een dergelijke houding in een relatieconflict door gemeenteleiders of -leden nog goedgekeurd ook. Maar overgeestelijkheid heeft steeds het karakter van waandenkbeelden. Dat moeten we ons steeds weer bewust worden, daar we geen voeling meer hebben met de aardse realiteit. Daarna wordt dit waandenken al gauw tot een ziekelijke gestoordheid, die een normaal leven voor deze persoon en anderen onmogelijk maakt.

7) Echtheidscriterium

In de evangelische wereld zijn er tegenwoordig ook veel bijzondere fenomenen. Het 'Power-evangelie' is heel erg in de mode. We hebben niets tegen de kracht van de Heilige Geest, maar als dit evangelie geen bijbelse grond meer heeft en vooral zwakke mensen verleidt, omdat ze, wat ze in de maatschappij niet kunnen, n.l. iets groots te zijn, met deze powergeestelijkheid moeten compenseren, dan kan dat zeer problematisch uitwerken.

We moeten ook niet vergeten dat niet-gelovige mensen al heel snel en relatief goed kunnen herkennen wat echt is en wat niet (intrinsieke-, extrinsieke religiositeit). Het resultaat van een onechte geestelijke show is meestal gebaseerd op manipulatie van zwakke mensen en mensen, die hun kritische denken hebben losgelaten. We moeten dus ook hier kritisch en onderzoekend blijven en ons niet te snel in iets laten meeslepen, dat ons en onze ziel niet goed doet.

8) AppËl op onze gevoelens

We hebben ervaren, dat ook grote evangelisatieacties zeer problematisch kunnen uitwerken. Enerzijds wordt bij een beslissing voor mensen voor God zeer sterk een appËl gedaan op het gevoel en wordt voor mensen in nood het geloof vaak als enige oplossing aangeboden. In de psychotherapie en zielzorg kwam bij deze mensen vaak naar voren, dat ze vÛÛr hun bekeringservaring weinig problemen hadden. Maar daarna wel, omdat ze door de inhoud van het geloof vaak 'overspoeld' werden en er in de belevingswereld een tweespalt ontstond tussen de geestelijke dimensie en het praktische leven.

Het is daarom belangrijk dat bij zulke gelegenheden de potentiële bekeerling goed wordt voorgelicht, waar het bij een persoonlijke beslissing om gaat. Vanzelfsprekend is in al deze gevallen een grondige nazorg in christelijke gemeenten onmisbaar, en wel zo, dat ze niet met dogmatische geestelijke kost van hoog niveau worden lastig gevallen, maar in een oriÎntatie op hun problematiek op het nieuwe fundament verder leren bouwen.

9) Prestatieprincipe

Een dogma, dat zeer sterk prestatiegericht is, heeft ook het gevaar in zich ziekmakend te werken. Het is n.l. zo, dat niet alle christenen prestatiegericht bezig moeten zijn. B.v.: een echte christen is alleen hij, die elke dag 15 min. de bijbel leest en bidt, enz. ..... Dit is zeker niet goed, als de betreffende persoon de goede voornemens voortdurend moet overtreden. Het prestatieprincipe, wat in de westerse industriële landen succes en welstand gebracht heeft, is nooit gelijk te stellen aan het geestelijke principe van genade. Een christen, die met een gerichte probleemoriëntatie begeleid wordt, ontwikkelt op den duur een natuurlijke gezonde honger naar Gods Woord en zoekt een individuele weg om de benodigde bijbelse informatie te ontvangen.

10) Vrijheid

Vanuit verschillende hoeken belicht, legt de christelijke prediking meer het accent op het "juk" van de dienstknecht, dan op zijn vrijheid. De Schrift zegt zelf: "Tot vrijheid zijt gij geroepen". Vrijheid mag nooit een dogmatisch voogdijschap zijn, waarin de christen a.h.w. in de massa wordt ondergedompeld. Anderzijds is de bijbelse vrijheid ook niet synoniem voor absolute vrijheid, maar ze wijst steeds op de goddelijke wil voor individuele leiding in ons geloof. Daar waar deze vrijheid de vrijheid van het meedenken en kritische geluiden van gemeenteleden onderdrukt, of waar dit niet toegelaten wordt, daar maken de verantwoordelijken in de gemeente zich schuldig aan gebruik van geweld. Vrijheid betekent in ieder geval ook vrijheid van meningsuiting, dialoog, omdat veel gemeenteleden, beÔnvloedt door de toenemende secularisatie, weinig informatie hebben en veel niet kunnen begrijpen, zoals veel leiders van de gemeente wel verwachten. Daarom is het belangrijk zulke mensen in hun vrijheid serieus te nemen en daar met ze verder te gaan, waar ze zich in het geloof werkelijk bevinden.

11) Individuele leiding

De genoemde vrijheid heeft ook veel elementen in zich van een moeilijke individuele leiding. Paulus erkende al, dat er in het geloof geen uniformiteit is, die men dogmatisch vastleggen kan. Wat voor de ÈÈn goed is, is voor de ander al lang niet meer goed. Iets wordt zonde voor me als ik het kan erkennen. (Rom.7:7, 14:20-23) Dit geldt natuurlijk niet voor de fundamentele geloofsbelijdenis, maar voor de individuele geloofsleiding in een groeiend heiligingproces.

Individuele leiding betekent juist in moeilijke keuzes individueel naar de wil van God in vrijheid kunnen beslissen. Zoals het hier bedoeld wordt, is het ook een stukje leiding in het leven in eenzaamheid. Juist ook, omdat de toerustingsprediking vaak te theoretisch en dus te weinig praktische hulp biedt. Deze toerusting door onderwijs moet er juist toe dienen, dat men zo gewapend dagelijkse problemen kan oplossen en niet gelijk als het moeilijk wordt, weer lastig gevallen wordt door faalangst.

12) Uniformiteit

Een ziekmakende werking door prediking en zielzorg ontstaat ook daar, waar men gelijk met duidelijk gedefinieerde sjablonen aankomt. Gods woord pleit voor het tegenovergestelde. N.l. daar bij de mens te zijn in de positie waar hij, door God gewild, zich bevindt; en dit betekent; daar waar hij geestelijk, lichamelijk of psychisch functioneert. Slablonen zijn vaak het resultaat van tijdsgebrek. Ze speelt in op de bekende tendens patentformules te hanteren en alles onder controle krijgen. Dat zou alleen kunnen als de mens eenheidsworst was. Als God al op ons persoonlijk ingaat en onze speciale problemen kent, waarom moeten we dit dan ook niet zo uitvoeren in het onderwijs en in de zielzorg.

13) Verzwijgen, achterhouden

We hebben al eerder de eenzijdige leer genoemd; speciale thema's die, steeds weer opnieuw verpakt, opgevoerd worden. Vaak echter worden door de leraren ook belangrijke geestelijke aspecten niet besproken, omdat ze nu eenmaal tegen plaatselijke dogma's ingaan. Laten we er ons voor hoeden Gods maatstaven in te perken, waar de bijbel meer ruimte geeft. In Spreuken 14:30 staat: "Een zachtmoedig hart is leven voor het vlees, maar jaloersheid is vertering voor de beenderen." Deze zachtmoedigheid leidt ons tot bevrijding van een puriteinse uitleg van het evangelie, die in de stroming van het nieuw-piÎtisme onze kerken is binnengedrongen.

De auteur behoort tot een christelijke gemeente, waar geleerd wordt, dat Jezus geen wijn (gegist) dronk, maar druivensap (ongegist). Dat leidt ertoe, dat ook bij het avondmaal druivensap i.p.v. wijn gedronken wordt. Nu maakt druivensap in de regel niet vrolijk of dronken, zoals de Schrift beweert en waarschijnlijk kan ongegiste druivensap in de hitte van Palestina maar een paar dagen goed gehouden worden. Voor vele kerkgeleerden echter moet het dogma overeenkomen met hun voorstellingen en zo geven ze een eenzijdig beeld van de bijbel. Zo heeft de auteur nog nooit een preek gehoord b.v. over Prediker 9:7+9: "Welaan dan, eet uw brood met vreugde en drink uw wijn met een vrolijk hart, want als gij dit doet, dan heeft God dit reeds lang zo gewild .... Geniet van het leven met de vrouw, die gij liefhebt, al de dagen des ijdelen levens, die Hij u geeft onder de zon, al uw ijdele dagen, want dat is uw deel."

Met deze teksten willen we geen ruimte geven aan losse zeden en absolute vrijheid, alleen met argumenten erop wijzen, dat de Schrift ruimte geeft in de zin van vrijheid, maar er gelijk op wijst, dat het doel van dit genieten altijd inhoudt binnen verstandige grenzen. Het thema 'in de juiste mate' wordt in het Nieuwe Testament veel aandacht gegeven, omdat dit aspect steeds weer met onze individuele levenssituatie en leiding verbonden is. De bijbel wijst in dit verband ook heel duidelijk op misstanden, die God niet bevallen en Hem niet eren. (1.Kor.11:20-22)

14) Eigen zwakheid

Errare humanum est (lat.) betekent 'vergissen is menselijk'. Dat betekent dat ieder mens zich steeds weer kan vergissen. Deze stelregel is in ieder geval in het Woord van God verankerd. Als deze stelregel nooit in de leer van de zielzorgers naar voren komt, ontstaat er meestal een verkeerde projectie. De mening kan dan gauw postvatten, dat de ander zich nooit vergist; dat alles wat hij zegt en doet absoluut waar en zonder vergissingen is. De raadvrager blijft dan altijd de zwakke, hulpbehoevende, de mislukkeling; de ander, in zijn hoge geestelijke positie, heeft dan (onuitgesproken) een aureool van absolute onfeilbaarheid van diep geestelijk karakter. Zo'n houding is niet alleen liefdeloos, maar ook onbarmhartig, zonder hart.

Woordverkondiging, zielzorg en therapie moeten, als ze in de context van liefde en solidariteit staan, ook steeds eigen falen inhouden. In Hand.21:8-14 bericht Lukas over de aankomst van Paulus en zijn afvaart naar Caesarea. Een profeet, namens Agabus, kwam van Judea. Hij nam de gordel van Paulus en, zich de handen bindende, zei: "Dit zegt de Heilige Geest: De man, van wie deze gordel is, zullen de joden te Jeruzalem zo binden en uitleveren in handen der heidenen."

De aanwezigen, samen met de evangelist Filippus, smeekten Paulus niet naar Jeruzalem te trekken. Deze waarschuwing bevat een verstandelijk, menselijke houding. Als de Heilige Geest zegt, dat Paulus in Jeruzalem lijden moet, is het toch logisch niet naar Jeruzalem te reizen? Deze raadgevers van Paulus wisten zogezegd beter dan de Heilige Geest, hoe Paulus moest handelen. Ze waren uit angst voor lijden bereid met de Heilige Geest 'een loopje te nemen'. Hier wordt duidelijk, dat ook leraren, evangelisten en oudsten zich vergissen of in bijbelse terminologie, zich vleselijk gedragen. Errare humanun est!!

15) Monokausaliteit

Monokausaal denken (het denken dat ÈÈn enkele factor ergens de oorzaak van is), ook in geestelijke vraagstukken, heeft een ziekmakende uitwerking. Vaak hoor je het argument: omdat je dat gedaan of verzuimd hebt, gebeurt nu dit of dat in je leven. Op het eerste gezicht klinkt zoiets wel logisch, maar hoeveel onrecht en liefdeloosheid wordt zo door christenen veroorzaakt. In de regel liggen zaken veel gecompliceerder. Vaak zelfs openbaart God de uiteindelijke reden niet. Maar het is vaker gemakkelijker een eenvoudige en ongedifferentieerde vergelijking of berekening te maken en de ander nu eens eindelijk de waarheid (subjectief) te zeggen. Veel christenen worden door een dergelijke monokausale bewijsvoering voor hun falen diep gekwetst, hetgeen ze soms nooit te boven komen.

16) Inperking van de keuzevrijheid

Het minachten van de bekwaamheid Ën van de vrijheid tot kiezen heeft vaak ook een ziekmakende uitwerking op mensen. De gelovige mens moet tot mondigheid geleid worden (mannelijke rijpheid van Christus; zie ook Hebr.5) en niet meer steeds afhankelijk van broeders en zusters. (1.Kor.3:1-3, Hebr.11-14) Het is daarom uiterst gevaarlijk en schadelijk, als mensen deze mondigheid zoeken en/of verkrijgen en misschien ook kritische gedachten (puur zakelijk) uiten, zekere wantoestanden in een christelijke gemeente naar voren brengen, en hen dan niet serieus te nemen en ze soms zelfs van zonde te beschuldigen. (citaat uit een brief: 'Ik denk dat dit zonde is ....') Minachting van keuzevrijheid van anderen heeft manipulatieve trekjes in zich. Gemanipuleerde en geÔndoctrineerde mensen zijn in de regel niet meer in staat zelf te denken. In noodsituaties hebben ze dan ook altijd ondersteuning nodig van deze manipulators en kunnen in het algemeen geen eigen keuzes en beslissingen maken.

17) Overgeestelijkheid

Vluchten in overgeestelijkheid bezit een eigen dynamiek. Het is gevaarlijk als we de motieven, die achter de overgeestelijkheid zitten, niet herkennen. God is in ieder opzicht logisch. Als vroomheid als vluchtmechanisme gebruikt wordt, zal vroeg of laat teleurstelling het gevolg zijn. De vrucht (zegen) blijft uit; alles wat met geloof en kerk te maken heeft, zal weggedaan worden, omdat het in een bepaalde noodsituatie ook niet geholpen heeft. Op deze wijze werken geloof en vroomheid net als alle drug, en bewerkt tijdelijk een bepaalde gemoedstoestand (high), maar achteraf komt de kater, het tekort-syndroom. Daarom is het gemeenschappelijk opwerken van geestelijke gevoelens op de zondag zeer problematisch en frustrerend voor de rest van de week. (frustratie als veroorzaker van depressieve aanval)

18) Gewetensconflict

Het veel voorkomende verzwijgen in preken en bijbelstudies over gevoelens en wilsconflicten (thema van Rom.6,7,8) als iets geheel normaals heeft bij veel mensen schadelijke gevolgen in hun innerlijk leven. Als een mens tot het geloof in Christus en God komt, en de geestelijke realiteit voor zich als werkelijkheid wil aannemen en zijn leven naar de nieuwe geestelijke maatstaven wil inrichten, dan vindt er een geweldige grote horizonsverruiming plaats. Het gevaar is dan groot, dat zo'n mens niet op het dilemma van de aardse- en de geestelijke realiteit gewezen wordt. Hij zal in zulke gevallen vaak snel in verwarring komen en zich een houding van overgeestelijkheid aanmeten om het probleem op te lossen. In de regel lukt dit enige tijd, maar deze overgeestelijkheid kan alleen in stand worden gehouden door onechtheid. Vroeg of laat moet iemand het toch opgeven. Door deze overgeestelijkheid wordt de gehele omgeving geconfronteerd met een onverdraaglijk meerderwaardigheidsgevoel, dat door een bijna onaantastbaar farizeeÎrschap bij alle betrokkenen zeer verwoestend kan uitwerken.
uit: "Zwischen Wahn und Wirklichkeit. Macht Glaube Krank?"
(Tussen waan en werkelijkheid! Is geloof ziekmakend?) van Kurt Blatter,
vertaald door Gerard Feller.
Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Pastorale onderwerpen