Is uw kerk ziekmakend?

 

*door Gerard Feller*

Genezing is in de Bijbel en in veel gemeenten een belangrijk onderwerp. Op veel plaatsen kun je genezingsseminars en genezingsdiensten volgen. Vaak kun je vraagtekens zetten bij allerlei claims op dit gebied. God kan en doet nog steeds wonderen, maar soms lijkt het wel of veel van wat er in de Bijbel aangereikt wordt om gezond te worden en of te blijven op de achtergrond raakt. In dit artikel wil ik die gezondmakende leer ( 2 Tim. 4:3-5) naast de ‘instant’ gezondheid en de ‘verdichtsels’ bespreken, zoals die in dit tekstgedeelte ook naar voren komen. Maar ook het geestelijk klimaat in de kerk speelt een grote rol in onze gezondheid. De bijbelse gezondheid wordt vooral ook bepaald door de relaties van gelovigen met God, elkaar en  ‘de wereld’.  Er kunnen ook ziekmakende structuren, leringen en verhoudingen zijn waarin de gelovige in de kerk of gemeente mee te maken heeft. Als psychosomatisch therapeut kom ik regelmatig in contact met gelovigen die vaak ook door deze zaken lichamelijke klachten ontwikkelen.

*Joh. 5:1-6*

In het bad Bethesda te Jeruzalem was een man die achtendertig jaar lang ziek was en wachtte op de beweging van het water . De Here Jezus zag hem liggen en wist dat hij al een hele lange tijd ziek was. Hij zei tot hem: “Wil je gezond worden?” Dit lijkt een vreemde vraag voor iemand die 38 jaar ziek is, maar bij nader inzien toch een belangrijke vraag. Als hij geneest, betekent dat na 38 jaar het binnengaan in een totaal nieuwe wereld: niet meer afhankelijk van anderen zijn, eigen verantwoordelijkheid dragen in een gestreste maatschappij, dingen ondernemen die hij nog nooit geleerd heeft. Genezing heeft in die zin een ‘risico’. Bovendien zegt de Heer: “Wil je gezond *worden*”. Worden is een proces van gezondmaking. Veel mensen willen wel gezond zijn, maar niet worden. Soms is dat herkenbaar bij enkelen die zich van genezingsdienst naar genezingsdienst slepen, waarmee ik niet wil zeggen dat het voor velen niet volkomen legitiem is om met klachten naar een dergelijke dienst te gaan. Het is gemakkelijker dat Jezus ze eensklaps geneest dan dat Jezus het hele genezingsproces zegent en begeleidt. Het laatste is echter de weg die Jezus met de meesten van ons gaat. Iedere hulp, methode, arts, therapeut, medicijn, moet een middel zijn die door God gezegend en gebruikt wordt. Een belangrijke opdracht voor de zieke is echter dit te toetsen. Iedere vorm van hulp moet gezien (kunnen) worden als een hulp van God.

*Kan geloof ziek maken?*

Misschien voor velen een vreemde vraag. Maar toch zijn er, ook bij niet-gelovige hulpverleners, zeer vele vragen ten aanzien van de gevolgen van het christelijk geloof voor de mens. Enkele voorbeelden. Kan het geloof in Jezus Christus mensen ziek maken? Is het geloof opium voor het volk, d.w.z. leidt het geloof in Jezus ons in een ongezonde afhankelijkheid, in ziekmakende relaties met mensen? Is geloof vaak niet een vlucht vanuit een niet verwerkte realiteit in de irrealiteit? Toch geeft de Bijbel in 2 Tim. 4: 3,4 óók aan dat het mogelijk is om op basis van verkeerde geloofsgronden geen aansluiting meer te hebben op de gezondmakende leer, maar te luisteren naar verdichtsels onder het mom van geloof. Kurt Blatter, een chirurg die een kliniek voor psychosomatische zieken leidt en deze naast medische hulp ook pastoraal helpt, geeft in zijn boek ’Zwisschen Wahn und Wirklichheit’ (Bijbels omgaan met stress, deel 2) twintig redenen waarom geloof ziek kan maken. Uiteraard wordt hiermee niet bedoeld de gezondmakende leer van godsvrucht, maar een verkeerde leer of interpretatie van geloof die mensen ziek maakt. Ik noem enkele voorbeelden.

Ideaalbeeld

Vaak laat de wekelijkse Bijbelstudie of de preek ‘s zondags alleen het ideaalbeeld van de gelovige mens zien. Weinig wordt er gesproken over de weg, die tot het doel leidt. Het gevolg is dat men wil zijn, zoals iedere zondag gezegd wordt, maar het echter niet is. Het is een groot gevaar, dat een christen onecht wordt, en dat men zich beter voelt dan andere mensen, omdat men een beeld kopiëren moet. Snel kan een dergelijke

onechte houding tot een masker worden en ons in ‘farizeeërschap’ brengen. Wie dit echter afwijst en zijn anders-zijn eerlijk bekent, wordt door een dergelijke prediking steeds met een grote leemte tussen ideaalbeeld en de huidige situatie geconfronteerd. Dit veroorzaakt vaak ernstige depressies, omdat de eerlijke mens zijn toestand soms heel diep ervaren moet als een toestand van falen, van nederlagen, van

terugval, enzovoort. Gelovigen moeten in de preek dus niet alléén met het ideaalbeeld (laatste doel in de navolging van Christus) geconfronteerd worden, waardoor ze de ware troost niet krijgen of niet begrijpen. Maar er moet ook gepreekt worden dat die leemte strijd met zich meebrengt en hoe je die strijd moet strijden. Vaak komen mensen in

een grote waan van zondebesef, die kan uitmonden in een beslissend eindoordeel: “Ik heb tegen de Heilige Geest gezondigd, anders was ik niet altijd zo weerspannig en zonder succes”

 

Monddood maken

Een wezenlijk, zo niet hét belangrijkste punt is, dat de hedendaagse kerkganger monddood gemaakt wordt, als hij met een bepaalde liturgische vorm of een absoluut dogma geconfronteerd wordt. Alles is zo hoog ontwikkeld, volledig gerijpt en goed verpakt, dat men het alleen nog maar hoeft te consumeren. De geestelijke verpakking, zoals die tegenwoordig, ook vanuit een zekere gemakzucht, wordt gehanteerd, leidt alleen tot passief consumeren, waarbij eigen denken en toetsen vaak worden uitgeschakeld. Zo komt het dat de inhoud van de Bijbel als belangrijkste informatiekanaal voor mensen steeds meer verloren gaat. De eigen kennis over de inhoud van de Schrift wordt steeds minder. Wel worden er fikse aantallen boeken en dvd’s geconsumeerd, maar de Bijbelkennis slinkt voortdurend. In moeilijke tijden, en die behoren toch ook in het opvoedingsproces van God, beschikt de zo beproefde gelovige over geen eigen geestelijke middelen en is opnieuw van anderen afhankelijk. Zo wordt het leger van onzekere en hulpeloze christenen, die zielzorg, gezondheidsseminaries, etc. nodig hebben, steeds groter. De Bijbel wijst er voortdurend op, hoe belangrijk het is, dat de gelovige zelf over Bijbelkennis beschikt, die hij praktisch kan gebruiken en die hij kan toe-eigenen door een voortdurend ijverig studeren in de Heilige Schrift.

Manipulatie

Veel leraren misbruiken hun positie als ’specialist’ en manipuleren de toehoorders bewust of onbewust. Het volgende authentieke voorbeeld illustreert dit.

In een prediking over het thema ‘vergeving’ wordt steeds weer benadrukt dat vergeven = vergeten. Deze uitspraak wordt bijbels gefundeerd met enige Bijbelteksten, die aantonen dat God onze zonden niet meer gedenkt. Ongenuanceerd wordt ‘niet meer gedenken’ gelijkgesteld aan ‘vergeten’. De prediker maakt in zijn uiteenzetting echter gebruik van één van deze twee  aspecten, namelijk ofwel ‘niet meer gedenken’ òf ‘vergeten’. Dit komt omdat een bepaalde tekst eruit gehaald is, en niet in het licht van de gehele Bijbel wordt gezien. Daardoor krijgt het een manipulatief karakter, en wordt aan mensen iets gevraagd, waartoe ze totaal niet in staat zijn. Behalve als ze, om iets te willen vergeten, iets verdringen. De Bijbel vertelt namelijk dat, met betrekking tot het onderwerp vergeving, onze houding een houding van niet toerekenen moet zijn. Nu krijgt het ‘niet gedenken’ een andere betekenis. Maar de prediker fixeert zich echter op het ‘niet gedenken’ in de zin van ‘vergeten’ en verslikt zich in de logische niet-beantwoorde vraag: God is toch alwetend? We zien hier, dat God in het handelen over vergeving vrijwillig afstand doet van zijn alwetendheid in een houding van niet gedenken.

Dit voorbeeld van ongeestelijk inzicht waarbij de Bijbel geweld wordt aangedaan leidt tot een zeer ernstige situatie, die heel duidelijk een ziekmakende werking bezit,. Het manipulatieve karakter komt ook door de inleiding duidelijk tot uitdrukking: We zien dat .... Hier wordt zonder argumentatie gesuggereerd, dat alle luisteraars dezelfde mening hebben, en wie zou het durven wagen om te zeggen: “Ik zie het niet zo”. Er zijn voorbeelden te over om aan te tonen hoe snel prediking en onderwijs een manipulatief karakter kan aannemen, waardoor God en mensen tekort wordt gedaan.

Overgeestelijkheid

 

Wat we tot nu toe besproken hebben laat al gedeeltelijk zien dat, als mensen geen contact met de aardse realiteit hebben, ze gemakkelijk in ‘overgeestelijkheid’ kunnen vluchten. Heel in het bijzonder zien we dat in intermenselijke betrekkingen. Als men het niet meer aan kan, kan men zich gemakkelijk achter zijn overgeestelijkheid verschuilen, zodat men bijvoorbeeld geen verantwoording tegenover de partner of familie denkt te hoeven afleggen, daar men zich in de eigen overgeestelijkheid (die met geloof verwisseld wordt) meent te kunnen beroepen op God, Gods wil of het spreken van de Heilige Geest, enz..

Zeer vaak wordt een dergelijke houding in een relatieconflict door gemeenteleiders of -leden nog goedgekeurd ook. Maar overgeestelijkheid heeft steeds het karakter van waandenkbeelden. Dat moet men zich steeds weer bewust worden, daar men geen voeling meer heeft met de aardse realiteit. Daarna wordt dit waandenken al gauw tot een ziekelijke gestoordheid, die een normaal leven voor deze persoon en anderen onmogelijk maakt.

Appél op onze gevoelens

We hebben ervaren, dat ook grote evangelisatieacties zeer problematisch kunnen uitwerken. Enerzijds wordt bij een beslissing van mensen voor God zeer sterk een appél gedaan op het gevoel en wordt voor mensen in nood het geloof vaak als enige oplossing aangeboden. In de psychotherapie en zielszorg kwam bij deze mensen vaak naar voren, dat ze vóór hun bekeringservaring weinig problemen hadden. Maar daarna wel, omdat ze door de inhoud van het geloof vaak ‘overspoeld’ werden en er in de belevingswereld een tweespalt ontstond tussen de geestelijke dimensie en het praktische leven. Het is daarom belangrijk dat bij zulke gelegenheden de potentiële bekeerling goed wordt voorgelicht over waar het bij een persoonlijke beslissing om gaat. Vanzelfsprekend is in al deze gevallen een grondige nazorg in christelijke gemeenten onmisbaar, en wel zo, dat de bekeerlingen niet met dogmatische geestelijke kost van hoog niveau worden lastig gevallen, maar in een oriëntatie op hun eigen problematiek op het nieuwe fundament verder leren bouwen.

Prestatieprincipe

Een dogma, dat zeer sterk prestatiegericht is, heeft ook het gevaar in zich ziekmakend te werken. Het is namelijk zo, dat niet alle christenen prestatiegericht bezig moeten zijn, bijvoorbeeld: een echte christen is alleen hij, die elke dag 15 minuten in de Bijbel leest en bidt, enz. ..... Dit is zeker niet goed als de betreffende persoon de goede voornemens voortdurend niet kan waarmaken. Het prestatieprincipe, wat in de westerse industriële landen succes en welstand gebracht heeft, is nooit gelijk te stellen aan het geestelijke principe van genade. Een christen, die met een gerichte probleemoriëntatie begeleid wordt, ontwikkelt op den duur ‘vanzelf’ een natuurlijke gezonde honger naar Gods Woord en zoekt een individuele weg om de benodigde bijbelse informatie te ontvangen.

Individuele leiding

De genoemde vrijheid heeft ook veel elementen in zich van een moeilijke individuele leiding. Paulus erkende al dat er in het geloof geen uniformiteit is, die men dogmatisch vastleggen kan. Wat voor de één goed is, is voor de ander al lang niet meer goed. Iets wordt zonde voor me als ik het kan erkennen (Rom. 7:7, 14:20-23). Dit geldt natuurlijk niet voor de fundamentele geloofsbelijdenis, maar voor de individuele geloofsleiding in een groeiend heiligingproces.

Individuele leiding betekent het juist in moeilijke keuzes individueel naar de wil van God in vrijheid kunnen beslissen.Zoals het hier bedoeld wordt, is het ook een stukje leiding in het leven in eenzaamheid. Juist ook omdat de toerustingsprediking vaak te theoretisch en dus te weinig praktische hulp biedt. Deze toerusting door onderwijs moet er juist toe dienen, dat men, zo gewapend, dagelijkse problemen kan oplossen en, als het moeilijk wordt, niet gelijk weer lastig gevallen wordt door faalangst.

Eigen zwakheid

Errare humanum est (lat.) betekent ‘vergissen is menselijk’. Dat betekent dat ieder mens zich steeds weer kan vergissen. Deze stelregel is in ieder geval in het Woord van God verankerd. Als deze stelregel nooit in de leer van de zielzorgers naar voren komt, ontstaat er meestal een verkeerde projectie. De mening kan dan gauw postvatten, dat de ander zich nooit vergist; dat alles wat hij zegt en doet absoluut waar en zonder vergissingen is. De raadvrager blijft dan altijd de zwakke, de hulpbehoevende, de mislukkeling; de ander, in zijn hoge geestelijke positie, heeft dan (onuitgesproken) een aureool van absolute onfeilbaarheid van diep geestelijk karakter. Een dergelijke houding is niet alleen liefdeloos, maar ook onbarmhartig, zonder hart.

Woordverkondiging, zielszorg en therapie moeten, als ze in de context van liefde en solidariteit staan, ook steeds eigen falen inhouden. In Hand. 21:8-14 bericht Lucas over de aankomst van Paulus en zijn afvaart naar Caesarea. Een profeet, genaamd Agabus, kwam van Judea. Hij nam de gordel van Paulus en, zich de handen bindende, zei hij: “Dit zegt de Heilige Geest: De man, van wie deze gordel is, zullen de joden te Jeruzalem zo binden en uitleveren in handen der heidenen.”

De aanwezigen, samen met de evangelist Filippus, smeekten Paulus niet naar Jeruzalem te trekken. Deze waarschuwing bevat een verstandelijke, menselijke houding. Als de Heilige Geest zegt dat Paulus in Jeruzalem lijden moet, is het, menselijkerwijs gesproken, toch logisch niet naar Jeruzalem te reizen? Deze raadgevers van Paulus wisten zogezegd beter dan de Heilige Geest hoe Paulus moest handelen. Ze waren uit angst voor lijden bereid met de Heilige Geest ‘een loopje te nemen’. Hier wordt duidelijk, dat ook leraren, evangelisten en oudsten zich vergissen of, in bijbelse terminologie, zich vleselijk gedragen. Errare humanun est!!

Monocausaliteit

Monocausaal denken (het denken dat één enkele factor ergens de oorzaak van is), ook in geestelijke vraagstukken, heeft een ziekmakende uitwerking. Vaak hoor je het argument: omdat je dat gedaan of verzuimd hebt, gebeurt nu dit of dat in je leven. Op het eerste gezicht klinkt zoiets wel logisch, maar hoeveel onrecht en liefdeloosheid wordt zo door christenen veroorzaakt. In de regel liggen zaken veel gecompliceerder.  Vaak zelfs openbaart God de uiteindelijke reden niet. Maar het is vaker gemakkelijker een eenvoudiger een ongedifferentieerde vergelijking of berekening te maken en de ander nu eens eindelijk de waarheid (subjectief) te zeggen. Veel christenen worden door een dergelijke monocausale bewijsvoering voor hun falen diep gekwetst, wat ze soms nooit te boven komen.

Overgeestelijkheid

Vluchten in overgeestelijkheid bezit een eigen dynamiek. Het is gevaarlijk als we de motieven, die achter de overgeestelijkheid zitten, niet herkennen. God is in ieder opzicht logisch. Als (schijn)vroomheid als vluchtmechanisme gebruikt wordt, zal vroeg of laat teleurstelling het gevolg zijn. De vrucht (zegen) blijft uit; alles wat met geloof en kerk te maken heeft, zal weggedaan worden, omdat het in een bepaalde noodsituatie ook niet geholpen heeft. Op deze wijze werken geloof en vroomheid net als alle drug, en bewerkt tijdelijk een bepaalde gemoedstoestand (high), maar achteraf komt de kater, het tekortsyndroom. Daarom is het gemeenschappelijk opwerken van geestelijke gevoelens op de zondag zeer problematisch en frustrerend voor de rest van de week  (frustratie als veroorzaker van een depressieve aanval).

In het boek ‘Bijbels omgaan met stress, deel 2’ worden nog meer ziekmakende zaken genoemd waardoor individuele gelovigen ziek kunnen worden zoals: allerlei gewetensconflicten, wel of geen keuzevrijheid, een verkeerd begrip van vrijheid, uniformiteit, dingen verzwijgen, verkeerde accenten leggen, eigen zwakheid, de ‘krenten uit de pap pikken’ en nog veel meer.

*Een controlerende geest.*

Autoriteit en gezag zijn beladen onderwerpen in onze tijd. In de Bijbel is gezag altijd een afgeleid gezag van God (Ef. 5). Om bijbels gezag uit te kunnen oefenen moet men voldoen aan het mandaat van het gezag zoals de hoofdman in Luc. 7:6-8 duidelijk maakt. Je kunt bijbels gezag uitoefenen op je kinderen als je aan het mandaat voldoet ze in liefde te dienen en op te voeden in het geloof. Veelal wordt het uitoefenen van gezag los gemaakt van het mandaat (de voorwaarden die de Bijbel hieraan stelt) waardoor er zeer ongezonde situaties ontstaan. Als alle preken gaan over onderwerping aan geestelijke autoriteit of wanneer vragen over geld beschouwd worden als signalen van wantrouwen of ongehoorzaamheid, ontstaat er een klimaat van manipulatie die zeker ook ziekmakend uit kan werken. In een ongezonde kerk kan de voorganger de plaats van Jezus innemen. Onvolwassen leiders meten hun succes vaak alleen met het aantal bezoekers van de kerk. Als er mensen weggaan, worden ze gauw teleurgesteld en die onzekerheid maakt dat ze langzamerhand een prediking ontwikkelen om mensen ervan te weerhouden naar een andere gemeente te gaan. Dat kan ertoe leiden dat mensen proberen bij de voorganger in de gunst te staan in plaats van God meer te gehoorzamen (Hand. 5:29). In Joh. 5:43, 44 zegt Jezus tegen de Farizeeërs: “Ik ben gekomen om Mijn Vader te vertegenwoordigen en u ontvangt mij niet. Maar wie uit zichzelf komt zal u wel ontvangen. Hoe kunt u tot geloof komen, gij, die de eer van elkaar behoeft en de eer die van de enige God komt, niet zoekt?” God wil open en eerlijke relaties. Iedere leider is net als andere gelovigen soms zwak en zondegevoelig. Toetsen en samen zoeken, en gedeeld leiderschap zijn belangrijke voorwaarden voor een gezonde kerk.

*Een geheimzinnige en elitaire sfeer*

Mike Fehlauer beschrijft in Charisma (welk jaar, welk nummer?) een geheimzinnige sfeer in de gemeente waar een gemeentelid zich overgeeft aan een controlerend systeem. De leiding geeft dan elk individu een beperkte hoeveelheid informatie, die controlerend uitwerkt. Als een leidinggevende iemand als een ‘bedreiging’ ervaart wordt er een strategie ontwikkelde waarbij gemeenteleden elkaar gaan wantrouwen op basis van gedeelde en selectieve informatie die de leiding geeft. Dit is het uitoefenen van ongezonde machtsspelletjes. Een dergelijke atmosfeer bevordert het nastreven van eigen ambities en zaait verdeeldheid en een vals gevoel van superioriteit. Dit laatste geeft een sterke ‘wij en de ander’ mentaliteit. Het kan een elitaire houding kweken, waarbij men gelooft dat er nergens anders zo’n goed evangelie gepredikt wordt. Ieder die wel eens een andere gemeente bezoekt, wordt gezien als een dissident. Het omgekeerde kan ook voorkomen dat er in de kerk door individuele gemeenteleden ongezonde machtsspelletjes worden uitgeoefend, zie hiervoor het artikel “Confrontatie met een pathologische antagonist” op onze website. Een gezonde gemeente respecteert en verheugt zich in de andere delen van het Lichaam van Christus. Een kerk waar Jezus centraal staat realiseert zich dat geen enkele denominatie of plaatselijke gemeente een gehele stad alleen kan winnen voor Christus. Een gezonde gemeente zal de activiteiten van andere gemeentes ook aanbevelen en niet roemen in een eigen geestelijke superioriteit. In Fil. 2: 2-4 zegt Paulus: “Maakt mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag, doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang.”

*Angst en liefdebanden*

In het boek “De rode draak verslagen” geeft Jim Wilder aan dat gelovigen in kerken vaak een hechtingspatroon hebben dat heel ongezond uit kan werken ( zie ook het vertaalde artikel ’Angst en liefdebanden’ op http://www.12accede.nl ). De dynamica van gezinnen of kerken kan gebaseerd zijn op schuldbanden, hoopbanden, ontkenningsbanden of een combinatie hiervan. Groepsleden begrijpen dat behoeften in hun groep bevredigd worden in de mate waarin deze gevoelens in elkaar opgewekt worden. Mensen zoeken anderen die dezelfde dynamica gebruiken, mensen die op dezelfde manier banden met anderen aangaan. Net zo als druggebruikers elkaar vinden, of fans van country, square dancing of heavy metal; zo vinden ook mensen die zich verbinden op basis van lust, schaamte, schuld en verwerping elkaar. Vooral in kleine conservatieve kerken kan de samenbindende kracht niet de liefde van Christus zijn, maar schuldgevoelens, sterke sociale controle, eenzijdig leiderschap enzovoort. Het zijn sterke banden met elkaar die moeilijk te verbreken zijnen en die erg veel overeenkomsten hebben met sekten en culten, waar de banden ook vaak door angst gesmeed zijn. Omgekeerd kunnen er ook bij grotere gemeenten nauwelijks echte banden met elkaar ervaren worden. De problemen die zwakke banden tussen mensen veroorzaken zijn enorm. Er zijn zwakke verbindingen van beide typen: liefde en angst. Samenvattend kun je zeggen dat zwakke banden (zwakke hechtingsrelaties) leveren:

. zwakke identiteiten;

. onvolwassenheid;

. angstige hechtingspatronen;

. armzalige motivatie;

. fragiele (hechtings)relaties

. onvermogen om goed met macht om te gaan

. door emoties beheerst gedrag

. afstandelijkheid en onvermogen om zich aan afspraken te houden

In veel traditionele en moderne christelijke bijeenkomsten wordt weinig tegemoet gekomen aan intense geestelijke behoeften. Deze christenen hebben geen idee hoe ze over het bestaan en de macht van geesten moeten denken of praten. Hun kerkelijke en gemeenschapsbanden zijn zwak. Ze vermijden alles wat met satan of het kwaad te maken heeft. Ze tonen geen vreugde wanneer beschadigde mensen binnenkomen met hun behoeften. Ze hebben geen kracht of relatie die sterk genoeg is om ‘drakenliefde’ te weerstaan. Ze missen de levenskracht die nodig is om niet langer bang te zijn voor het duistere. We moeten weten wie we zijn en wat onze echte behoeften zal vervullen. Deze antwoorden, verkregen via sterke liefdebanden, zullen ons allemaal in staat stellen te groeien en de volwassen persoon te worden die we zijn met het nieuwe hart dat Jezus ons gegeven heeft. De context voor onze groei is het gezin van God, waarin we door geestelijke adoptie binnengaan. Voor vreemdelingen, weduwen en wezen wordt dit hun enige familie. Juist onder deze onverbonden, geïsoleerde mensen vinden we hen die uit destructieve cults komen. Een verloste en genezende gemeenschap zal naar de pijn en narigheid die door het kwaad zijn veroorzaakt kijken en zeggen: “Je bent naar de goede plek gekomen. Wij weten hoe we hier mee om moeten gaan. Je kunt deel worden van een gezin dat nooit ophoudt. Die hechtingsrelatie kan beginnen met mij. Als je mijn God ook jouw God maakt zal mijn volk ook jouw volk zijn. Samen hebben we niets te vrezen want God is met ons.”

kader:

 

André H. Roosma van pastoraal studiecentrum Accede! heeft op zijn website een aantal gezonde (functionele) en ongezonde (disfunctionele) systemen samengevat. ( zie http://www.12accede.nl/disfunct.html)

Disfunctionele systemen
(gezin, kerk, organisatie, ...)

Er is qua basisfilosofie een groot onder­scheid tussen het leiderschap en 'de rest' en géén gelijkwaardigheid en géén respect voor ieders uniciteit; er is veel nadruk op status en het eren van de leiders

Functionele systemen
(gezin, kerk, organisatie, ...)

Er is een basisfilosofie van gelijk­waar­dig­heid; iedereen heeft behoeften en ieder­een heeft iets te bieden (leiders of niet maakt niet uit, dit is alleen een verschil in taak en verantwoordelijkheid; er is res­pect voor ieders uniciteit)

Leiders willen hun zwakheden niet erkennen en ook niet hun afhankelijkheid van andere mensen (vaak: wegens pijnlijke ervaring met anderen)

Leiders zijn zich sterk bewust van hun zwakheden en hun afhankelijkheid van God én van andere mensen

Leiders ontkennen hun verlangen naar macht zodat het zich ongecontroleerd gaat manifesteren.

 

leiders zijn boven kritiek verheven; hun woord is altijd juist en waar (bijv. in het gezin: 'moeders wil is wet', of in een gemeente of para­kerkelijke organisatie: 'ik heb spe­cia­le openbaring van God hier­over ontvangen', 'ik ben / hij is1 de enige met zoveel ervaring');

 

Leiders zijn zich bewust van hun natuur­lijke hang naar macht en hebben maat­regelen genomen (accountability) om zich­zelf hiertegen te beschermen

 

er is een structuur waarin het leiderschap verantwoording aflegt aan alle betrokkenen in het systeem en/of aan een hogere autoriteit (bijv. andere christenen buiten het gezin of voor een gemeente: een hogere kerkelijke instantie die de betref­fende gemeente heeft gesticht);

 

Leiderschap is geïsoleerd en staat niet open voor correctie

 

kritiek op het leiderschap wordt bestempeld als afvalligheid en wordt gestraft ('kinderen hebben niets in te brengen dan lege briefjes', 'heb je de preek van twee weken geleden dan niet gehoord?!');

 

Leiderschap functioneert in teamverband (bijv: in het huwelijk: man en vrouw, in gemeente: oudstenraad) en staat open voor correctie

 

correctie en kritische vragen worden verwelkomd ('wat vinden jullie hiervan?', 'hoe voelt dit bij jullie aan?', 'o, ja, zó had ik 't nog niet bekeken, dat is een waardevolle suggestie!');

 

Er zijn geen relaties met de buitenwereld; de buitenwereld wordt als 'fout' of bedreigend gezien (zowel op systeem- als op individueel niveau)

 

isolatie en eiland-visie, mensen worden afgesneden van anderen buiten het systeem; spreken met 'anderen' over 'interne zaken' wordt zwaar gestraft;

Naar de buitenwereld toe wordt een beeld van perfectie hooggehouden; fouten worden verhuld of tegengesproken, in het verleden mag je niet kijken.

Er zijn zinvolle en open relaties met de buitenwereld bijv. met andere, soortgelijke systemen - die worden gezien als welkome en verrijkende aanvulling (zowel op systeem- als op individueel niveau);

 

leden worden aangemoedigd om ook relaties met anderen, buiten het systeem, te hebben;

Naar de buitenwereld toe wordt reëel met zwakheden en fouten omgegaan zonder deze te verhullen; hetzelfde geldt voor het verleden: dit mag gezien worden.

Het is 'gewone leden' van het systeem (niet zijnde de leider(s)) verboden:

 

eigen gevoelens en/of gedachten te hebben (anders dan de gedachten en gevoelens zoals onderwezen door het leiderschap)

 

creatief te zijn (dit leidt nl. tot eigen gedachten en gevoelens);

 

zelf kennis of inzicht te hebben op enig terrein;

 

te denken dat ze zinvolle inbreng kunnen hebben (zwijgplicht).

Al deze zaken worden namelijk als bedreigend voor het leiderschap ervaren en dus sterk ontmoedigd

Alle leden (leider of niet maakt niet uit) worden geacht en uitgenodigd:

 

eigen gevoelens en/of gedachten te hebben (die mogelijk verschillen van de gedachten en gevoelens zoals beleefd door het leiderschap)

 

creatief te zijn (dit leidt nl. tot eigen gedachten en gevoelens);

 

zelf kennis of inzicht te hebben op enig terrein;

 

te denken dat ze zinvolle inbreng kunnen hebben en deze ook daadwerkelijk te uiten.

Al deze zaken worden namelijk als aanvullend voor het leiderschap ervaren en dus sterk aangemoedigd

Het leiderschap heerst en eist.

Het leiderschap vervult een dienende rol.

Prestatie en voldoen aan regels zijn het belangrijkst.

Relaties en genade zijn het belangrijkst.

Er heerst een sfeer van 'Befehl ist Befehl!'

Er heerst een sfeer van 'we mogen samen leren'.

 

1 

Soms is het niet de hoogste leider zelf die zijn leiderschap disfunctioneel maakt, maar een sub-leider die zich alleen veilig voelt bij die leider zo die nu is en dus alles gelijk wil houden. Deze schermt dan alle kritiek af, zodat de leider op den duur alleen komt te staan en af- of uitglijdt.

 

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

*Tot slot*

1 Timoteüs 6: 2b-5: “Leer en vermaan in deze zin. indien iemand een andere leer verkondigt en zich niet voegt naar de gezonde woorden (Hygienikos= gezondmakende woorden) van onze Here Jezus Christus en de leer der godsvrucht, dan is hij opgeblazen, hoewel hij niets weet.

©Gerard Feller,

Augustus 2010

 

 

 

Liter.

Bijbels omgaan met stress deel 2 : Psychosomatische aspecten door dr. Kurt Blatter uitg. Promise via website www.stichting-promise.nl te verkrijgen

De rode draak verslagen

Door dr. Jim Wilder

Prijs €24.95 via www.stichting-promise.nl

Gezonde en ongezonde systemen Andrë H Roosma http://www.12accede.nl/disfunct.html)

Charisma, april 1999

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

W.b. de lay-out: in de tabel moet je de woorden afbreken, zeker wanneer je ook rechts uitlijnt, anders krijg je van die lange witte stukken in de korte regels (in de eerste paar tabel-elementen heb ik dat even gedaan, als voorbeeld)

 

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Pastorale onderwerpen