Geroepen tot uitverkiezing in Christus


uitverkiezing

door drs. Piet Guijt

 

Inleiding    

Onlangs sprak ik een jonge enthousiaste christen die heel graag het evangelie wil doorgeven aan mensen die bij hem in de winkel komen. En de Bijbel ligt duidelijk zichtbaar op de toonbank. We hadden een goed gesprek over de blijde boodschap, maar op een gegeven moment zei hij tot mijn stomme verbazing dat hij ervan overtuigd was dat God van tevoren zou hebben bepaald wie wel en wie niet voor eeuwig behouden zouden zijn, dus dat sommige mensen door God van te voren al voor de hel bestemd waren. Kennelijk leeft deze desastreuze gedachte nog bij sommige christenen.

Ook Franca Treur (2) die het geloof heeft losgelaten, zegt over haar boek Hoor nu mijn stem dat het gaat om ”een geloof in een God die verkiest en verwerpt. En die God heeft van tevoren bedacht of je als je dood bent in de hemel komt of in de hel”. Dominee Paul Visser (16) merkt op dat gelovigen in reformatorische kringen vastlopen "door een bepaalde uitleg van het leerstuk van de uitverkiezing". Kennelijk leeft de gedachte van de (dubbele) uitverkiezing, een karikatuur van het christelijk geloof, in bepaalde kerkelijke kringen nog steeds.

De bedoelde opvatting over uitverkiezing of predestinatieis de gedachte dat God soeverein is en alles wat er gebeurt, bepaalt en vaststelt, ongeacht wat een mens wil. Binnen deze gedachtegang bestaan er twee varianten: a. de enkelvoudige predestinatie, wat betekent dat God van tevoren heeft bepaald wie er in de hemel komen. En b. de dubbele predestinatie, wat inhoudt dat God van tevoren zou hebben bepaald wie er in de hemel zullen komen enwie nooit behouden zouden kunnen worden, en daardoor voorbestemd zijn tot de hel (9,12). Bij nader inzien is er geen wezenlijk verschil tussen beide varianten, want het resultaat zou hetzelfde zijn. 

We willen in dit artikel nagaan hoe deze dubbele predestinatie-opvatting heeft kunnen ontstaan en waarom deze visie volstrekt in strijd is met evangelie van redding door persoonlijk geloof in Jezus Christus.

Geschiedenis

God is liefde (1 Joh. 3:1) en wil niet dat er iemand verloren gaat (2 Petr. 3:9). Hoe komt het dan dat zeer intelligente theologen zoals Augustinus, Luther en Calvijn en een hele synode vol geleerde mannen broeders toch tot de predestinatieleer kwamen op grond van het bestuderen van het Woord van God? (15). Volgens Augustinus (die de mens als door en door zondigbeschouwde) zijn de genadebesluiten voor de redding van enkelen door God reeds aan het begin der tijden voor alle eeuwigheid vastgelegd, en daar valt voor een mens niets meer aan af te dingen (9). Calvijn schreef in zijn Institutie (Institutio Christianae Religionis) de verbijsterende zinnen: “Alle zijn niet op gelijke voorwaarden geschapen, maar sommige zijn voorverordineerd (bestemd) voor het eeuwige leven, andere voor het eeuwige verderf” (14). “Wat betreft degenen die verworpen zijn, heeft God besloten hen geen gelegenheid te geven het Evangelie te leren kennen, of het te kennen op zo’ n wijze dat hun harten erdoor worden verhard” (Institutie, p. 733-741)(17). Iemand als Arminius heeft zich terecht hiertegen verzet (17).

Luther schreef in zijn belangrijkste werk De knechtelijke wil: „Want als wij geloven dat het waar is dat God alle dingen van tevoren weet en van tevoren bepaalt en dat niets buiten zijn wil om gebeurt, dan kan er als logische consequentie geen vrije wil zijn in een mens, engel of welk ander schepsel dan ook” (I bid. p. 317, paragraaf 19)(14). Bij nadere overdenking van deze zin blijkt al de onjuistheid ervan, want Luther ging ervan uit dat God alles bepaalt, maar dat is een onjuiste veronderstelling want het is in strijd met de door God aan de mens gegeven vrije wil (4).

Enkele teksten die uitverkiezing lijken te bevestigen

We zullen enkele (soms tegenstrijdig lijkende) Bijbelteksten bespreken die voor sommige christenen problemen opleveren en hen doen denken dat God een willekeurige God is. 

Zo zou men uit Rom. 2:5-11 kunnen lezen dat de mens wordt beoordeeld naar de praktijk van zijn leven, naar zijn eigen werken en besluiten. Maar in Rom. 8:28-30 en 9:11-18 schrijft Paulus over Goddie wil en kiest (9). Om deze teksten echter goed te kunnen begrijpen, is het van groot belang te weten dat God liefde is en wil dat alle mensen behouden worden (14).

  1. 1. Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke (Joh. 6:44). Deze tekst wordt vaak zo geïnterpreteerd dat iemand pas tot Jezus komt als de Vader hem trekt. En daaraan koppelt men dan de (verkeerde) gedachte dat iemand bevoorrecht is dat God hem trekt en dat anderen ‘dus’ niet door God getrokken zouden zijn (14). Hoe moeten we deze tekst begrijpen?

In de verzen voorafgaand aan vers 44 zegt Jezus dat Hij het ware brood is, dat Hij het eeuwige leven geeft en dat de mensen in Hem moeten geloven. Daarom roept Hij de mensen op om Hem te volgen als de beloofde Messias. Maar voor de Joden was het altijd al duidelijk dat ze alleen God moesten volgen. Daarom was het voor hen heel erg moeilijk om de oproep van Jezus te accepteren (dus dat de mensen Hem moeten volgen). Daarom benadrukt Jezus de diepe eenheid tussen Hem en de Vader die ze al kenden (14).

Het feit dat de Vader een mens trekt, betekent dus beslist niet dat de Vader niet bereid zou zijn om iedereen te trekken, maar drukt uit hoe iemand tot Jezus komt. Immers Jezus zegt: “de enige weg tot Mij is als jullie je door de Vader laten trekken. Ik ben met de Vader in eenheid en breng geen onbekende nieuwe religie”. God trekt dus alle mensen naar Jezus, maar niet alle mensen latenzich trekken (14). God heeft in Jezus Christus de verlossing mogelijk gemaakt voor ieder die ernaar verlangt.

  1. Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht (Ef. 1:4). Bij het lezen van dit vers kan ten onrechte de nadruk worden gelegd op “Hij heeft ons uitverkoren” en de tekst interpreteren zoals Calvijn het deed (14). Echter als we erop letten dat we in Hem, dus in Christus, zijn uitverkoren, dan ontstaat een geheel ander beeld. Eigenlijk staat er niets anders dan wat in Joh. 3:16 te lezen is, namelijk dat God Zijn Zoon gaf opdat een ieder die in Hem zou (willen) geloven, niet verloren zou gaan (12, 14). Wij zijn in Hem uitgekozen om als zonen te worden aangenomen (Ef. 1:5) en gelijkvormig te worden aan het beeld van Jezus, Gods Zoon (Rom. 8:29). Ieder mens is geroepen/uitgenodigd, maar de vraag is of iemand op de uitnodiging ingaat, dus bij de uitverkorenen wil horen. Denk hierbij aan de gelijkenis over de bruiloft in Matt. 22:1-10 en aan het boek Jona waarin verhaald wordt dat God nota bene een goddeloze heidense stad wil redden (Jona 4:11). 
  1. Een gedeelte dat dit ook heel mooi weergeeft, is 2 Tim. 1:9: “Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus”. In dat licht kunnen we ook Matt. 22:14 zien: “Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren” (eklektoi). Dat laatste wijst niet op een voorafgaande voorbeschikking, maar op het gevolg van de keuze voor Jezus. Uitverkorenen (bijv. Matt. 24:22 en Luc. 18:7) zijn zij die die gehoorzamen aan de oproep tot bekering en voor Jezus gekozen hebben. Maar als mensen het aanbod van God afwijzen, is het hun eigen keuze en verantwoordelijkheid dat ze verloren gaan (6).
  1. 4. Doet dan aan, als door God uitverkoren (eklektoi) heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld (Kol 3:12). ‘Als door God uitverkorenen’ suggereert dat God hen heeft uitverkoren, maar in de grondtekst staat ‘als Gods uitverkorenen’, en dat zijn zij die zelf voor Jezus gekozen hebben. Immers Paulus spreekt tot de gelovigen.

5. Blijft uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt (Fil. 2:12b en 13). De tekst lijkt tegenstrijdig maar het gaat om een samenwerkingtussen wat God doet en wil, en de mens die erop in gaat. 

Romeinenbrief

Voor velen is Rom. 9 een moeilijk hoofdstuk. Het wordt vaak aangehaald om de uitverkiezing te ‘bewijzen’. Vooraf moet worden opgemerkt dat onderscheid moet worden gemaakt tussen twee soorten verkiezing. Enerzijds de verkiezing tot behoudenis in Christus, en anderzijds de verkiezing voor een bepaalde taak binnen Gods heilsplan (14). 

Kerngedachte in hoofdstuk 9 is dat Paulus de Joden duidelijk wil maken dat ze niet behouden worden door het naleven van de wet (menselijke maatstaf), maar door geloof in het offer van Jezus (Gods maatstaf). Ook de verzen 15 en 16 geven aan dat alles afhangt van Gods genade die Hij aan elk mens geeft, en niet van de inspanning van (wetsbetrachting door) de mens (14).

In Rom. 9: 9-13 schrijft Paulus over Esau en Jakob. God koos ervoor om Jakob (ook al was hij niet de eerstgeborene) de drager van de belofte te laten zijn (taak binnen Gods plan). Dus niet de menselijke maatstaf maar Gods maatstaf. God besliste dat Esau Jakob moest dienen. Deze onderwerping van Esau tegenover Jakob drukt zeker niet uit, dat God van tevoren beslist had, wie Hij zou redden en wie Hij zou verdoemen, want daar gaat het hier helemaal niet over. Maar het drukt uit, dat God al vóór de geboorte van Jakob en Esau besliste, wie de drager van de belofte zou zijn. Daardoor kon Jakob er niet trots op zijn en zeggen dat hij het door werken verdiend zou hebben (vers 12)(14). Het gaat over een uitverkiezing voor een plaats of taak hier en nu in de tijd. Denk ook aan Paulus die was uitverkoren om het evangelie te mogen verkondigen (Hand. 9:15).

Nog terzijde een opmerking over vers 13. Dit vers wordt vaak zo geïnterpreteerd als zou aan Rebekka al vóór de geboorte van de tweeling geopenbaard zijn, dat God Jakob lief zou hebben en Esau zou haten. Maar dat is onjuist, want vers 13 is een citaat uit Maleachi 1:1-5 dat pas vele eeuwen na het overlijden van Esau en Jakob werd geschreven. Deze tekst is namelijk geschreven om aan te geven dat God het volk van Esau (de Edomieten) had verworpen, omdat ze van het begin af aan een vijandschappelijke houding tegenover Israël hadden (Num. 20:14-21). Het gaat dus niet om Esaus persoonlijke lot (14).

Dan Rom. 9:18 - Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil. Hoe moeten we dit vers begrijpen? Paulus verwijst naar het verhaal over de aanloop naar de uittocht uit Egypte in het boek Exodus. In de hoofdstukken 5 t/m 11 gaat het over het verzoek van Mozes aan farao om het volk Israël te laten gaan. Als je deze hoofdstukken leest, zie je dat het eerst farao zelf is die zich verhardt met als gevolg dat er verharding in de farao optreedt. 

Dat God het hart van mensen verhardt, heeft namelijk te maken met het feit dat die mensen eerst zelf bewust God hebben verworpen (6).De keus van de mens gaat dus aan de verharding vooraf! (12). Ook al zijn er enkele teksten (bijv. Ex. 7:13, 9:12, 10:27) die lijken te suggereren dat Godhet hart van farao verhardt, dit zou toch niet te rijmen zijn met een rechtvaardige God, want het zou toch volstrekt onrechtvaardig zijn als je zelf actief de verharding in iemands hart legt en deze voor de straf laat opdraaien. 

Het gaat in het boek Exodus overigens niet om de eeuwige bestemming van de farao, maar om de toestemming voor de Israëlieten om Egypte te verlaten. Ook al zou de farao hebben toegestaan dat de Israëlieten het land verlieten, dan zou het mogelijk zijn geweest dat hij zijn geloof toch niet zou hebben veranderd en een afgodendienaar gebleven zou zijn. In dit voorbeeld is het duidelijk dat Paulus niet wil uitleggen, waarom de farao naar de hel zou gaan en niet door God gekozen is, maar dat het gaat om zijn slechtheid, omdat hij het Joodse volk tegenwerkte (14). Ondanks onmiskenbare wonderen wilde hij niet overtuigd worden.

Tenslotte nog Rom. 9: 22-24. Hier schrijft Paulus over de voorwerpen (vaten) des toorns en de voorwerpen (vaten) der barmhartigheid. Met de laatstgenoemde groep identificeert hij de christenen uit de Joden en uit de heidenen. De voorwerpen des toorns zijn zij, die ervoor gekozen hebben God niet te volgen. We zien dat Paulus in deze verzen het thema van de eeuwige bestemming van de mensen bedoelt. Hij wil dus beslist niet zeggen dat we onze bestemming niet kunnen beïnvloeden, maar dat de mensen zich aan God moeten onderwerpen en dat ze Zijn leefregels/geboden moeten volgen (vers 23).   

Geen bijbelse grond voor de Calvinistische uitverkiezingsleer(12,14,15)

Uit de bespreking van de teksten hierboven kan al worden afgeleid, dat de desastreuze predestinatieleer onjuist en onhoudbaar is. De dubbele predestinatieleer is zelfs totaal on-bijbels, en in feite een ontstellende én God beledigende absurditeit, want het is de wil van God dat alle mensen behouden worden (12). Immers God heeft geen behagen in de dood van de zondaar, maar roept herhaalde malen op tot bekering (o.a. Deut. 30:19; Ezech. 18:30,32; Matt. 23:37; 2 Kor. 5:20) opdat de mens gered kan worden. Dit veronderstelt dat het mogelijk is! De mens mag en kan zelf kiezen (o.a. Joh. 3:16,18; 2 Tess. 2:10). Wanneer Hij ons roept: “Bekeert U”, beveelt Hij niet, maar bemoedigt, vermaant, vraagt Hij. 

Maar er zijn nog meer argumenten te noemen:

  • Volgens de predestinatieleer zou de mens geen vrije wil hebben, maar dat is in strijd met diverse teksten, bijv. kiest heden wie gij dienen zult (Joz. 24:15), en maar gij hebt niet gewild (Jes. 30:15; Matt. 23:37). 
  • Als iemand zonder eigen keuze bestemd zou zijn voor een eeuwig leven met God, is het onmogelijk om van God weg te gaan (en eeuwig verloren te zijn), dus zou de consequentie zijn dat afval van het geloof niet mogelijk is (vgl. Hand. 7:51).
  • Uitverkiezing betekent ook dat zelfs als iemand zich vandaag zou willen bekeren, hij dat niet kan, omdat hij moet wachten tot God hem bekeert. Dit betekent dat iemand er niet mee kan beginnen om een heilig en godvruchtig leven te leiden, hoewel in Hebr. 3:7-8 en Ps. 95:7-8 staat: “Heden, zo gij Zijn stem hoort, verhardt uw hart niet”. De uitverkiezingsleer leidt tot passiviteit en fatalisme. Elke oproep tot bekering zou onzinnig zijn.
  • Wanneer men zegt dat God vóór de schepping de mensen heeft aangewezen, die behouden zouden worden, dan houdt dit in dat deze mensen vóór de schepping, vóór hun geboorte reeds in Christus waren. Maar dat is niet mogelijk, want niemand is in Christus, totdat hij Jezus heeft aangenomen (Joh. 1:12) en wederom geboren wordt (Joh. 3:3). Immers ieder mens was/is in Adam, doordat Adam geestelijk stierf (1 Kor. 15:22, Rom. 5:12). Zelfs degenen die door Calvinisten ‘de uitverkorenen’ worden genoemd, waren niet in Christus, maar waren “kinderen des toorns”, “zonder hoop” en “zonder God” (Ef. 2:1,3 en 12). Dit zegt Paulus tegen de gelovige Efeziërs!
  • De uitverkiezingsleer geeft een verkeerde voorstelling van God. Als het zo zou zijn dat God onafhankelijk van de wil van mensen zou beslissen wie er gered is en wie niet, dan zou God onrechtvaardig zou zijn! Het is immers niet rechtvaardig om mensen te straffen voor iets waar zij in principe niets aan kunnen doen of veranderen.
  • De uitverkiezingsleer devalueert de mens doordat ontkend wordt dat hij een persoon met een wil is, die in staat is met bepaalde motieven en doelen bewust en in vrijheid te handelen. 
  • De uitverkiezingsleer is strijdig met de belofte datieder die in Jezus gelooft niet verloren gaat (Joh. 3:16).
  • De belofte van Jezus dat een ieder die volhardt in het geloof tot het einde behouden zal worden (Matt. 10:22; 24:13), zou een leugen zijn.
  • De leer van de uitverkiezing zou betekenen dat God van tevoren gepland heeft dat de mens zou moeten zondigen en dat Hij wil dat de meeste mensen naar de hel gaan. Dit zou God de auteur van de zonde maken, en dat is in strijd met 1 Joh. 1:5 (God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis). 

Hoe is de uitverkiezing dan wel bedoeld? 

Uitverkiezing is de eeuwige, uit liefde voortkomende, beslissing van God, waarmee Hij een historisch plan voor verlossing voor ieder mens heeft opgesteld. Daardoor heeft Hij iedere persoon de mogelijkheid gegeven voor eeuwige verlossing, namelijk in Jezus Christus! Ieder mens is in beginsel in Christus uitverkoren. God heeft Jezus Christus uitverkoren om de enige en absolute Middelaar te zijn tussen God de mensheid (14). Maar God vraagt wel aan ons in Jezus te geloven als onze Verlosser. Uitverkiezing is niet bedoeld als een blokkade, dus als een muur waardoor je niet tot God kunt komen, maar als een poort tot zaligheid (1). Iemand schetste het volgende beeld: Je kunt de uitverkiezing zien als een poort waarop met grote letters staat: GEROEPEN. En als je bent binnengegaan, staat er aan de andere kant: UITVERKOREN. 

God kiest niet willekeurig, maar op basis van de beslissing van de mens (die Hij, als eeuwige en buiten de tijd staande God, tevoren al of niet geweten heeft; maar dat is niet essentieel, want die voorkennis maakt God niet verantwoordelijk). Tegen die achtergrond moeten we bijv. Rom. 8:29,30 en 1 Petr. 1:1,2 dus beslist niet zien als een aanwijzing of bewijs voor de dubbele predestinatieleer, die in feite een belediging van God is. Immers God wil in Zijn liefde iedereen verkiezen (kiezen en redden) om eeuwig met Hem samen te zijn, maar Hij dwingt niemand om een relatie met Hem te hebben. Denk aan 1 Tim. 2:3,4 en 2 Petr. 3:9 waarin wij lezen dat God wil dat alle mensen behouden worden en niemand verloren gaat, maar dat allen tot erkentenis der waarheid en tot bekering komen. Daar klopt Gods hart, dat is Zijn passie en dat liet Jezus ook zien in Zijn leven, en daarvoor gaf Jezus ook Zijn  leven uit liefde voor God en de mens (Joh. 14:31).

God Die liefde is, wilde Zijn liefde en heerlijkheid met mensen delen en met de mens een liefdesrelatie aangaan. Onontbeerlijk bij deze relatie zijn liefde en een vrije wil. Een relatie is gebaseerd op liefde als beide partijen de vrijheid hebben om te kiezen.God maakte de mens met een vrije wil om te kiezen: voor of tegen Hem (Joh. 3:36). Als iemand gedwongen wordt om met iemand anders samen te zijn, is dat niet een uitdrukking van liefde.Als je de macht hebt over iemands wil, is hij een marionet geworden. God heeft geen marionetten geschapen, maar mensen, die de keus hebben om Hem lief te hebben met geheel hun hart en met hun ziel en met geheel hun kracht (Deut. 6:5) en Hem met vreugde te dienen (Ps. 100:2), òf om Hem af te wijzen.

Wanneer wij Jezus Christus hebben aangenomen, zijn wij kinderen van God geworden en bestemd om gelijkvormig te worden aan Zijn Zoon, en om een eeuwige erfenis in ontvangst te nemen. Met die genade heeft Hij ons begenadigd, heeft Hij ons geaccepteerd, aangenomen in Zijn Zoon, in de Geliefde, zoals Ef. 1:6 zegt (12). We hebben een God, Die veel liever wil dat wij behouden worden, dan menig mens zijn eigen behoud in Christus zoekt! (3).

Conclusies

We zien bij dit onderwerp, dat zelfs bekende kerkvaders zich vergist hebben bij het interpreteren van het begrip uitverkiezing. Als gevolg daarvan hebben zij door het verkondigen van de dubbele uitverkiezingsleer een verkeerd beeld van God uitgedragen als zou Hij sommige mensen van te voren hebben bestemd voor de hel, en wat in vele eeuwen voor vele gelovigen een kwelling is geweest. En dat terwijl er heel wat teksten zijn die hen duidelijk hadden kunnen maken dat hun visie niet juist was. We hoeven alleen maar te denken aan de meest bekende Bijbeltekst (Joh. 3:16) dat God Zijn Zoon gegeven heeft om elk mens te kunnen redden. Als er teksten zijn die niet zo duidelijk zijn, dan moet men die bezien vanuit teksten die wel volstrekt duidelijk zijn, en niet andersom. Hieruit blijkt dat het heel belangrijk is de gehele Bijbel te kennen én het hart van God, en steeds het licht van de Heilige Geest te vragen bij het verstaan van de diverse teksten in Gods Woord. 

drs. Piet Guijt

November 2018

Literatuurlijst

  1. Ben ik wel uitverkoren? Bron: http://www.benikweluitverkoren.nl/brochure/online-lezen
  2. Geloofstoerusting, Terugkijken: Franca Treur, dr. Paul Visser en Irma Verduijn in gesprek. Bron: https://cip.nl/68155-terugkijken-franca-treur-dr-paul-visser-bij-geloofstoerusting
  3. Gouda, Dubbele predestinatieleer. Bron: http://www.refoweb.nl/vragenrubriek/14700/dubbele-predestinatieleer/
  4. Piet Guijt, De menselijke wil en de soevereiniteit van God. In Promise, april 2012. Bron: https://stichting-promise.nl/pastorale-onderwerpen/de-vrije-wil.htm
  5. Is er dan geen uitverkiezing? Bron: http://benikweluitverkoren.nl/brochure/online-lezen/is-er-dan-geen-uitverkiezing
  6. Dirk-Jan Janssen, Uitverkiezing. Bron: http://www.dirkjanjansen.nl/site/index.php/bijbelse-onderwerpen/18-bijbelse-themas/42-uitverkiezing
  7. H. Kieskamp, Johannes 3:16 en uitverkiezing. Bron: http://www.refoweb.nl/vragenrubriek/14988/johannes-3-16-en-uitverkiezing/
  8. Jan Peppink, De kerkleer tegen het Licht van de Bijbel. Uitverkiezing en verwerping. Bron: https://peppink.nl/index.php/uitverkiezing-en-verwerping/
  9. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Predestinatie
  10. Jeffrey Schipper in gesprek met prof. dr. W. Verboom over de Dordtse Leerregels Bron: https://cip.nl/cip+/69651-de-dordtse-leerregels-wat-moeten-christenen-in-2018-ermee/H0hSVAsMA3sjbh1OFR9KchYZ
  11. Bron: http://www.allaboutgod.com/dutch/voorbestemming.htm
  12. UitverkiezingBron: http://www.bijbelengeloof.com/index.php?option=com_content&view=article&id=57:uitverkiezing&Itemid=88
  13. Uitverkiezing, Predestinatie. Bron: http://www.bijbelaantekeningen.nl/files/subject?3408
  14. Uitverkiezing / Predestinatie. Bron: http://www.christenen.net/uitverkiezing-predestinatie/
  15. Uitverkiezing en verwerping. Bron:

https://www.debijbellezer.nl/OVERDACHT/UITVERKIEZING-EN-VERWERPING/?GCLID=CNUC0PNGSS8CFUEFGWODUF4GP

  1. Paul Visser waarschuwt voor gezapigheid in de kerk: "Velen doet het geloof niets meer". Bron: https://cip.nl/69598-ds-paul-visser-waarschuwt-voor-sinterklaasgeloof-en-gezapigheid-velen-doet-het-geloof-niets-meer
  2. Gerrit Delfstra, De uitverkiezingsleer van Calvijn tot Arminius. In: Parakleet.

Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Pastorale onderwerpen