arm én rijk

 

 

Arm én rijk

 

André H. Roosma 10 mei 2008

 

Zo nu en dan, als ik een vrij moment heb, pak ik wel weer eens een wat ouder boek uit m’n boekenkast. Zo ook de afgelopen tijd een keer. Ditmaal was het een boek van Jacques Ellul over armoede en rijkdom; de mens en de macht van het geld[1]. Ellul, een bekende Franse socioloog, schreef dit boek in de jaren ’50 van de vorige eeuw, en zo’n 25 jaar later was het nog zó actueel dat er een tweede, aangevulde editie verscheen, die toen binnen enkele jaren ook in het Engels vertaald werd (wat het lezen voor mij een stuk gemakkelijker maakte). Ik constateerde dat zijn boek nu, meer dan vijftig jaar na de eerste editie, nog steeds zeer actueel is, ook voor het pastoraat.

Onze hang naar rijkdom en macht

In dit boek neemt Ellul rijkdom en armoede zowel letterlijk als figuurlijk. Hij betoogt dat we altijd de neiging hebben om ‘rijk’ te willen zijn. ‘Rijk’ staat dan voor: macht hebben, God en anderen niet nodig hebben, onafhankelijk zijn. Ook constateert Ellul dat de ‘rijken’ altijd de neiging hebben om – bewust of onbewust – de ‘armen’ te onderdrukken om zó hun macht te behouden. Die onderdrukking kan – subtiel – de vorm hebben van meewarigheid of het aannemen van een ietwat neerbuigende hulpverleners-rol, waarbij de ‘arme’ afhankelijk wordt gehouden. Ik zie dit ook terug in sommige vormen van geestelijke en/of psychische hulpverlening. De ‘armen’ hier krijgen een ietwat denigrerend label: ze zijn ‘borderliner’, ‘bipolair’, ‘autist’, of wat dan ook, en de hulpverlener (‘rijke’) is de hoog gekwalificeerde ‘expert’ die alles van zijn eenvoudige cliënt afweet (en vooral niet andersom). Zo houden we onszelf in de positie van de ‘rijke’, want ‘arm’ willen we vooral niet zijn. Ik zie dit ook terug in de moeite die we als kerkelijke gemeenteleden, en vooral kerkelijke leiders, soms hebben om hulp te vragen bij iets waar we zelf niet uit komen.

Jezus

Jezus staat met Zijn eigen houding, leven en leer hier lijnrecht tegenover. Hij legde al Zijn hemelse rijkdom en macht af, kwam als een kwetsbaar kind naar deze wereld, waar Zijn komst in eerste instantie werd begroet door de laagste ‘kaste’ van die tijd: een stel herders. Een stal of loofhut was Zijn verblijf hier die eerste dagen, omdat in een huis of pension geen plaats voor Hem was. Al in Zijn eerste levensjaar verbleef hij met Zijn ouders als asielzoeker in Egypte. Hij was veracht en vaak door mensen verlaten – ‘arm’ in Ellul’s termen –, zoals de profeet Jesaja (hoofdstuk 53) profetisch zo heel duidelijk beschreef:



[1] Jacques Ellul, Money & Power, InterVarsity Press, Downers Grove IL, USA, 1984 (naar een Frans origineel uit 1954).

Lees verder:


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Pastorale onderwerpen