Paul Tournier

 

Paul Tournier, medicine de la Personne

(overgenomen van www.bijbelofnewage.info)

K. Zuidema over Paul Tournier en Martin Buber
Over persoon zijn, gezondheid, schuld en geweten i.p.v. opgaan in het Al

1 Johannes 4: 1-6.

Op het International Congres of Christian Physicians (I.C.C.P.) in 1978 in Davos waren ruim 800 deelnemers uit 40 landen. Onder hen was de Zwitserse arts Paul Tournier, die tijdens dit Congres heeft gesproken over "de ziekte van de wereld". Hij stelt zich daarbij de 'wereld vol ziek-zijn' voor als een patiënt, die bij zijn arts binnenkomt. Dan is zijn diagnose dat de wereld geen zekerheid meer heeft, waarin hij zichzelf kan terugvinden. Waarin hij zijn 'zijn' kan ontmoeten. Die zekerheid is God. De wereld heeft God nodig. En omdat de wereld God kwijt is zie je alle mogelijke ziekten ontstaan.

Ik ben zelf vele malen op deze jaarlijkse congressen geweest, en ik heb Tournier tientallen malen horen spreken. De ervaringen, die ik daar heb opgedaan, hebben mij sterk beïnvloed. En ook getroost; altijd was er weer een nieuwe bevestiging van het traditionele geloofsgoed, van huis uit meegekregen, maar toch een beetje kwijtgeraakt. Tientallen malen heb ik meegemaakt hoe zeer veel toehoorders bij Tournier dat geloof in een soort 'Aha-erlebnis' opeens terugkregen. Zij herontdekten daar de ontmoeting met de ander, en daarin het mysterie van de ontmoeting met Jezus, met degene die 'persoon' wil zijn.

Tournier heeft de waarde leren kennen van de "stille tijd", een dagelijks uur van bijbellezen en stil zijn voor God. Hierdoor kreeg hij dat VREDE-besef, wat méér is dan een intuïtief aanvoelen van Gods aanwezigheid in bijbelwoorden. Hij heeft deze gewoonte van "stille tijd" zijn leven lang volgehouden, en het werd de bron en basis van al zijn werk als huisarts en schrijver.

In het plafond van de Sixtijnse kapel in Rome heeft Michelangelo de schepping van de mens afgebeeld: God aan de ene kant en Adam aan de andere kant. Hun vingers raken elkaar bijna aan. Dat sluit aan bij Genesis 1:27 waar God de mens schept naar Zijn beeld: "Bijna goddelijk" is de mens gemaakt (Psalm 8:6, en let vooral op dat woordje 'bijna'). Zie ook Genesis 2:7, waar God de mens de levensadem inblaast. Hier ligt het onderscheid met de dieren, die naar hun soort geschapen zijn, dus niet als 'persoon'. Dieren kunnen dan ook niet anders leven dan naar de mogelijkheden van hun natuurlijk erf-materiaal. In deze context is een uitspraak van Teresa van Avila te verstaan: "Wij christenen zijn de handen van onze Heer, wij zijn Zijn voeten, Zijn ogen". Doordat wij 'persoon' zijn kunnen wij geloven, geestelijke ervaringen hebben, en deze delen met anderen.

Het woord 'individu' komt van het Latijnse 'individuus', dat is 'ongedeeld'. Het omvat in ruime zin alles wat niet gedeeld kan worden zonder een wezenlijke verandering te ondergaan. In engere zin is 'individu' een zelfstandig enkel iets met dezelfde specifieke natuur als vele anderen: een in zijn soort geindividueerd wezen. Het is dus de soort wat het individu aangeeft. Een vogel is dus de individu van de soort 'vogels'.

Wat is nou 'persoon'? Dat is een heel begrip. In de Bijbel komt het woord 'persoon' wel voor, maar niet in die context waarin het zich later heeft ontwikkeld. Dat is een moeilijkheid bij het vertalen van de Bijbel.

"Persona" komt uit het Latijn en betekent 'masker'. Het was het masker waardoor de toneelspeler sprak; het is tevens de rol die gespeeld wordt. Later werd met dit woord aangeduid de maatschappelijke rol van iemand als drager van rechten en plichten. In de vroeg-christelijke discussies over de Drie-eenheid en het Christus-mysterie gebruikte de Kerk de term 'persona' om de Vader, de Zoon (het Woord) en de H.Geest gelijkelijk te onderscheiden van hun gemeenschappelijke goddelijke natuur. Om de identiteit van de mens Jezus als de Zoon van God in God Zelf te waarborgen. Aan de ene kant is God één, aan de andere kant onderscheiden (persoon), Zodoende werd 'persoon' in verband gebracht met de in het Grieks gelijke term 'prosopon' (= gezicht, masker).

In het christelijk-religieuze denken werd het persoon-zijn toegekend aan elke individuele mens als geestelijk wezen. Het antieke denken had geen positief persoonsbegrip, omdat het individuele werd gezien als een beperking van het algemeen-geestelijke. In de Middeleeuwen omschreef Boëthius 'persoon' als de individuele zelfstandigheid van een redelijke natuur.

Daarbij werd de nadruk gelegd op het unieke en onvervreemdbare zelf-zijn van de geestelijke ziel, die deze mededeelde aan het lichaam. Kant legde het persoon-zijn in de identiteit van het 'ik-bewustzijn', in de rede, en legde zo de basis voor de absolute waardigheid en de zedelijke autonomie van de mens.

Zo is er in de geschiedenis van de filosofie een verandering van de opvatting over het begrip 'persoon', vanaf de rol in een toneelstuk naar de autonomie van de mens. En dat laatste is onbijbels.

De vele vormen van personalisme willen de positieve waarde van de mens als unieke, aanspreekbare en te eerbiedigen persoon beklemtonen, en hem grondig onderscheiden van de dingen die geen echt 'zelf' hebben. Terwijl het personalisme vaak neigt tot overwaardering van de enkeling, wordt door velen de ik-gij-betrekking tot basis van het persoon-zijn verklaard. Kernwoorden voor de persoon zijn dan ook: relatie, ontmoeting.

Hier vind je de invloed van Martin Buber (jood, niet gelovig), een van de grootste filosofen van onze tijd, die toch een notie heeft aangedragen in het denken van o.a. Tournier. Maar een woord als 'persoon' blijft moeilijk te definiëren.

Twee schema's:

  1. Het mensbeeld uit 1 Tessalonisenzen 5:23. De mens als eenheid van geest, ziel en lichaam. We zijn allemaal lichaam met de planten, ziel met alles wat ademt, en we zijn specifiek mens door onze door God ingeblazen geest. Daarmee kunnen wij communiceren met de H.Geest. Hier past niet de lijn van beneden naar boven, zoals we die in New Age vinden; de bijbelse lijn is van boven naar beneden. Van Gods Geest naar onze geest, wat daarna doorwerkt in ziel en lichaam. Hebreeën 4:12 zegt: "Het woord van God is een tweesnijdend zwaard, dat vaneenscheidt ziel en geest". Daarin krijgt het geestelijke 'zijn' weer zijn oorspronkelijke plaats terug, die het door de zondeval was kwijtgeraakt. Zo kan de mens weer communiceren met God. En van daar uit wordt de heelheid van de mens herschapen.

  2. De mens is een 'zelf', dat nader wordt bepaald door allerlei 'identiteiten'. Dat zijn b.v. ras, maatschappelijke positie, geslacht, opvoeding, cultuur, enz. Al die 'identiteiten' of eigenschappen maken de mens tot datgene, wat voor ogen is, wat te begrijpen is. Dit is mens-zijn in de natuurlijke zin, inclusief het zielenleven.

Alle identiteiten kunnen met elkaar communiceren. Maar het persoon-zijn komt pas tot stand wanneer de lege plek in het midden gevuld wordt door het terugvinden van zijn Verlosser, Jezus Christus. Deze plek wordt door een wedergeboorte gevuld, en maakt de mens tot een persoon.

Als rustend huisarts ga ik uit van de universitaire geneeskunde, zoals die zich in de westerse cultuur heeft ontwikkeld vanuit de Griekse cultuur. En die nog steeds nieuwe triomfen viert door kwantiteit en kwaliteit toe te voegen aan het natuurlijke menselijk leven. Daarbij gaat men echter tevens uit van een tot object van behandeling gereduceerd mensbeeld. Men zegt b.v.: "Op zaal 3 ligt (niet meneer Jansen, maar) 'die maag-perforatie'". Anderzijds is daar (naast het beroep dat wordt uitgeoefend) ook de integratie van het 'geroepen zijn', een functie die we vinden in het bijbels mensbeeld (geest, ziel en lichaam, 1 Thess 5:23).

In de miskenning van de behoefte van ieder mens aan een levensbeschouwing, die verder reikt dan zijn tijd van leven, ligt juist de aantrekkingskracht van veel alternatieve geneeswijzen. Daar vind u het product van New Age in de gezondheidszorg. Want ook in de gezondheidszorg is die invloed allerwegen duidelijk waarneembaar, van homeopathie (Hahneman), iriscopie en yoga tot aardstralenkastjes en acupunctuur.

Hier worden christenen geconfronteerd met de poging van New Age om tot een synthese te komen. In de Bijbel ligt een tegenstelling tussen these en antithese (goed - kwaad; licht - duisternis; wie niet voor Mij is - is tegen Mij).
New Age probeert deze tegenstellingen met elkaar te verzoenen (synthese) buiten het kruis van Golgotha om. Daarom moeten zij alles zelf kunnen (zelfverlossing). En als dat niet meer kan, dan moet men om de laatste spuit mogen vragen; de regels rond euthanasie zijn in het 'paarse' kabinet alweer wat ruimer gemaakt. Het lijden is negatief in de ogen van de moderne mens. Maar als je tot geloof komt, dan begint er iets te dagen. Dan begin je te groeien naar een begrip dat Jezus zelf gehad moet hebben: dat lijden noodzakelijk was om die kloof tussen God en mens, om dat 'bijna' te kunnen overbruggen.

Eigenlijk de hele cultuurgeschiedenis door, vanaf het ontstaan van het Oude en Nieuwe Testament (ruim 1000 jaar heeft dat geduurd!), en de hele kerkgeschiedenis door (bijna 2000 jaar) is er strijd geweest tegen het syncretisme en de afgodendienst. De Bijbel zelf staat vol verhalen over die strijd van het volk Israël. Op de Sinai gaf God hen de Tien Woorden het gebed: "Gij zult geen andere goden dienen". Ze zijn er wel, maar hen dienen kan leiden tot jullie ondergang en slavernij. En dat geldt voor vandaag nog steeds.

Medicine de la Personne.

Paul Tournier heeft in zijn "Mecicine de la personne" (1940), persoons-geneeskunde, aangetoond dat psychologie op zichzelf niet verkeerd is. Kennis van psychologie helpt artsen een proces van verdringing van negatieve ervaringen bij hun patiënten te herkennen. Dat soort ervaringen en teleurstellingen leiden vaak tot schuldgevoelens. Deze schuldgevoelens blokkeren het accepteren van de eigen schuld. Die de gelovige mens echter bij het Kruis kan brengen.

Een psychiater heeft over het algemeen geen benul van het verschil tussen schuldgevoel en schuld. Tournier heeft daarover een boek geschreven, waarin hij uitlegt dat hij zijn schuldgevoel als een neurotiserende factor moest onderkennen. Maar zijn schuld aan fouten etc, die hij natuurlijk ook had, kon hij bij het Kruis brengen. En daar werd die schuld door Jezus weggenomen. Dat is het geheim van Golgoltha, waar God zich zo kwetsbaar heeft opgesteld, dat hij daardoor ons de kans geeft om zonder gezichtsverlies ook kwetsbaar te worden in de erkenning van ons falen.

Dit is de enige manier om de schuld de wereld uit te krijgen. In het Oude Testament gebruikten ze daarvoor de (zonde)bok. Die kreeg de zonden van het volk op zich geladen, en werd vervolgens de woestijn ingejaagd. Schuld blijft immers altijd ergens, het vreet altijd door, roept wraakgevoelens op. De mens zoekt echter steeds naar mogelijkheden om zijn schuld af te wentelen op een ander; Adam en Eva begonnen daar al mee. Toen kwam Jezus, en Hij leerde de mensen elkaar te vergeven. Maar een arts moet ook leren dat hij zelf wel eens vergeving moet vrágen. Paul Tournier heeft ontdekt dat dat is een geweldige manier is om mensen te genezen.

Tournier is één van de pioniers geworden van de psychosomatische geneeskunde, de leer van de nauwe relatie tussen lichamelijke ziekten en het ziele-leven. Tot Tournier was dit onbekend. Als ik in mijn studententijd zou hebben beweerd dat een man een maagzweer zou kunnen krijgen als gevolg van ruzie met zijn schoonmoeder, dan zou ik zijn gezakt.

De mens heeft een positieve relatie nodig met zichzelf en met zijn medemensen. Je moet omgaan met je lichaam als met 'broeder lichaam'. Je moet je lichaam niet verwaarlozen, dat is een heidense gedachte die uit het Griekse denken is voortgekomen. Je lichaam is ook een stuk van je 'zijn', het hoort er bij. Dat lichaam kan reageren met alle mogelijke ziekten, en daardoor een waarschuwing geven dat er ergens in de hogere 'lagen' (ziel, geest) of in de relatie met God iets mis is.

Als je dat in de gaten krijgt, dan ga je ook begrijpen dat ziekte niet iets negatiefs hoeft te zijn. Het kan zelfs een weg zijn om terug te keren tot je geloof. Dat is echter iets wat niet uit te leggen is; dat moet ieder mens zelf ontdekken en ervaren.

Omdat Tournier zelf door zijn geloof in Jezus Christus als Heer en Verlosser bevrijd was van zijn verdriet over zijn veel te vroeg gestorven ouders, kon hij zich openstellen voor anderen, en begrip opbrengen voor hun trauma's en verdriet. Want hij kende dat uit eigen ervaring. Daardoor kon hij anderen ook de weg wijzen naar de genezing, die gelegen is in de persoonlijke ontmoeting met de ander (en met de Ander met een hoofdletter).

De Psychologie heeft echter andere wegen bewandeld. Omdat in de praktijk blijkt dat het leven 'zijn duizend wonden slaat' is het onvermijdelijk dat mensen worden teleurgesteld in zichzelf en in anderen. Om onszelf te verdedigen geven we de schuld aan b.v. onze opvoeding, de omstandigheden, of aan één van die andere identiteiten rondom ons.

We kunnen onze gevoelens van schuld ook verdringen. Maar daardoor wordt depressiviteit opgewekt, die zich kan uiten in lichamelijke klachten.

De Psychologie heeft voor dit probleem een 'oplossing' gevonden in het "ideaal-ik". Dat kenmerkt zich door relativering van de ethische normen aan de omstandigheden. Als je de norm niet kunt halen, dan ga je die maar naar beneden bijstellen tot een niveau, waarbij je er wel aan kunt voldoen. Dan zijn er ook geen overtredingen meer, en kan er ook niet meer gesproken worden van schuld....

Feitelijk betekent deze benadering dat je geweten het zwijgen wordt opgelegd. En dat is een ontwikkeling die wij overal om ons heen zien, tot in het nieuwe kabinet.

Volgens Paul Tournier komt het geweten voort uit het weten. De Wet doet de zonde kennen (Romeinen 3: 20). Als we daardoor weten wat God wel of niet wil, als dat onze norm wordt, dan ontstaat het geweten. Dan krijgen we terug het orgaan dat we zijn kwijtgeraakt of dat te zwak is geworden.

Door het geweten hadden Adam en Eva een prachtige relatie met God. De fijngevoeligheid van het geweten is de extra dimensie die je weten krijgt als het gebruikt wordt om een persoonlijke relatie met God te onderhouden. Ik ben van mening dat Jezus zelf zijn hele leven van seconde tot seconde zodanig met God leefde, dat Hij op elk moment wist wat Hij moest doen, hoewel Hij op alle mogelijke manieren werd aangevallen. Tot aan het einde op het kruis.

Dat einde, de stervensfase, is voor ieder mens de moeilijkste fase van zijn leven. Daarom ben ik ook zo bezorgd dat men zelfs hier alles zal technificeren. In die fase krijg je juist de kans om God te ontmoeten in het lijden, om in het reine te komen met de Ander. En dat word je dan ook nog afgenomen....

De wetten van een land kunnen abortus legaliseren, maar ze kunnen het geweten niet het zwijgen opleggen. De psychologie leert ons echter dat je kunt wijzen op je moeilijke omstandigheden, en dat je daardoor kunt proberen je schuld af te schuiven en je geweten het zwijgen op te leggen. Dat is een omslag in onze cultuur die op dit moment gaande is.

Tournier herkent dit proces. Maar hij praat niet met de mode of met de massa mee! Hij toont de bijbelse weg: "God liefhebben boven alles, en je naaste als jezelf". Daar gaat het om. God is onveranderlijk, maar niet star; Hij is ook barmhartig. Streng, ja, maar ook Liefde. Schuld hoef je bij Hem dan ook niet te verdringen noch af te schuiven: bij God mag je je schuld, die zonde, erkennen. Dat hebben we eigenlijk continu nodig. Zonde is dan ook geen negatief woord, maar de diagnose van je geweten. En wie zijn zonde bij het Kruis brengt, die worden ze vergeven.

Hoe leren we die vergevende God kennen? Door de luisteren naar de stem van ons geweten. Als weten geweten wordt, dan komt dat orgaan weer op zijn plaats, en is de relatie met God weer open.

Maar bijna alle bevrijdings-godsdiensten werken andersom, van beneden naar boven, gaan uit van eigen inspanning en zelf-verlossing. De Psychologie legt de stem van het geweten zelfs het zwijgen op. Maar zo, als individu in de massa, vereenzaamt de mens. Dan gaat hij op zoek naar allerlei vertier om de leegte in zijn hart te vullen. Om niet te hoeven opmerken: drugs, alcohol, porno.

De Bijbel werkt van boven naar beneden. Jezus leert ons niet te zoeken naar excuses of uitvluchten, maar om onze schuld en onze wroeging daarover bij Hem te brengen. Dan geeft Hij ons de genade van de vergeving. Bij Hem vinden we de genezende ontmoeting met de Ander. Bij Hem worden wij 'persoon', en dat is een enorme zegen.

Martin Buber (1878-1965)
Tournier is sterk beïnvloed door deze joodse godsdienstfilosoof. Zoals ook ikzelf me getroost weet door de manier waarop de Joden uitleg geven aan het Oude Testament. Vanaf 1938 was Buber hoogleraar in de sociologie aan de universiteit van Jeruzalem. Van hem is het boek "Chassidische vertellingen".
In 1923 verscheen Buber's rijpste werk "Ich und Du". Daarin breekt hij met de gedachte dat denkbeelden over God scheppingen van de mens zouden kunnen zijn. Dus ook hier niet de beweging van beneden naar boven, maar steeds van boven (van Gods H.Geest) naar beneden (geest van de mens, ziel, lichaam). Jodendom en Christendom zijn openbaringsgodsdiensten, waarin God de mens ontmoet. En niet andersom.
Het 'Ich-Du' - motief beheerst zowel de godsdienst als de ethiek. Want ook de ethiek heeft een niet tijdgebonden oriëntatiepunt nodig. Abraham was de eerste mens die zo fijngevoelig was dat hij Gods stem hoorde, en daaraan gehoor gaf. En daardoor totaal veranderde. Dat zie je heel de Bijbel door: mensen, die naar Gods stem horen, veranderen. Toen Pinchas Lapide werd gevraagd of hij als jood geloofde in de verrijzenis van Christus, antwoordde hij zeer beslist: "Natuurlijk!" Volgens zijn interviewer was de Opstanding echter een 'gepasseerd station', hoe kon Lapide dan toch zo zeker zijn? En Lapide antwoordde: "Dat kun je zien aan de Apostelen. Voorheen waren ze doodsbang. Maar dan ontmoeten ze Jezus, en het worden kerels die niet te verslaan zijn. Die zelfs het Sanhedrin op zijn kop geven. Hetzelfde gebeurde met Paulus op de weg naar Damascus. Als een mens God ontmoet, dan verandert hij, dat vindt je in heel de Bijbel terug".

K. Zuidema, huisarts


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Pastoraat en/contra psychologie