Opvoeding op langere termijn deel 1

Beperkt opvoedingsresultaat zonder lange termijn visie deel 1

Als we willen dat ons kind bijbelse normen en waarden gaat hanteren, dan kan dat nooit zonder dat het hart van de opvoeder er bij is betrokken. In een vorige artikel over opvoeding (Promise, juli 2003) kwamen we tot de conclusie dat het louter toepassen van bijbelse regels het doel van de geloofsopvoeding, namelijk dat onze kinderen Jezus leren kennen, behoorlijk kan ondermijnen. In enkele voorbeelden constateerden we dat we als opvoeders geneigd zijn om onze kinderen gedragsregels op te leggen, zonder dat we onze kinderen uitleggen wat de betekenis daarvan is. Voor kinderen is het echter van het allergrootste belang dat ze gaan inzien waarom ze bepaalde dingen wel of niet mogen doen. Toch vallen we als ouders vaak in de valkuil van een korte termijn visie, zonder te bedenken wat het effect van ons handelen betekent voor de langere termijn. In een serie van twee artikelen zal ik proberen om uit te leggen wat ik daarmee bedoel.

 

Opvoeden is soms een zware strijd
Als pastor kom ik veel te weten over mijn gemeenteleden. Als vertrouwenspersoon word ik vaak, gevraagd of ongevraagd, in allerlei situaties betrokken. Soms zijn dat plezierige gebeurtenissen, zoals de geboorte van een kind, het opdragen van een kind en de ouders in het midden van de gemeente -bij ons worden kinderen opgedragen en kunnen ze op oudere leeftijd besluiten zich te laten dopen- of het aanhoren van ontroerende verhalen van kinderen over hun beleving in het leven met God. Maar af en toe zijn er ook verdrietige dingen die ouders en kinderen uit onze gemeente treffen. Soms gaat dat over gebeurtenissen waar niemand wat aan kan doen, zoals het overlijden van een vader of moeder of een broer of zus. Maar in bepaalde situaties gaat het ook over concrete problemen in het gezin en de opvoeding die na verloop van tijd zijn ontstaan. Ze hadden misschien kunnen worden voorkomen, maar er is niet (op tijd) aan gewerkt omdat het niet bespreekbaar is gemaakt. Hierbij kun je denken aan echtscheidingsituaties, onhoudbare ouder en kindconflicten, hyperactieve kinderen, agressieve ouders of kinderen, enz.

 

Het is natuurlijk moeilijk voor ouders om dit kenbaar te maken aan buitenstaanders. Je hangt niet snel de vuile was buiten. Maar voor mij als pastor betekent het dat ik er vaak bij betrokken word wanneer er al veel schade aan het gezin en het kind is aangericht. Soms signaleren de leden van ons team kinderpastoraat een vreemde houding bij de kinderen tijdens de zondagsschool of constateert een pastoraal werker afwijkend gedrag bij een kind van het gezin dat hij begeleidt. Dat kan er in resulteren dat we ongevraagd onze zorg uitten bij de betreffende ouders en proberen na te gaan of onze zorg terecht is en, zo ja, hoe we daar bij kunnen helpen. Wanneer ik dat doe merk ik vaak een stuk schaamte of een gevoel van vernedering bij de ouders. Het kost dan best veel wijsheid en fijngevoeligheid om het bespreekbaar te maken. Er zijn ook ouders die in eerste instantie de (figuurlijke) deur stevig dichthouden en zeggen: “Waar bemoeit u zich mee, opvoeden is een privé zaak en niet een zaak van de gemeente”. Soms zoeken ouders naar allerlei excuses om een bepaald gedrag van hun kinderen te verklaren of te rechtvaardigen. Ik kan me het schaamtegevoel of vernedering best voorstellen. Ook kan ik goed begrijpen dat ouders eerst de boot afhouden of een bepaald probleem niet willen zien. Het zijn bekende afweermechanismen die ik waarschijnlijk zelf ook toepas in dergelijke situaties. Niets menselijk is ons vreemd. Voor een pastor ook niet. Maar het illustreert wel hoe moeilijk we het vinden om problemen bespreekbaar te maken. In onze gemeente is er een zeer grote laagdrempeligheid om allerlei soorten problemen te bespreken en we creëren allerlei manieren om daarin de helpende hand te bieden. Maar ik constateer ook dat opvoedingsproblemen vaak het moeilijkste zijn om mee voor de dag te komen. En dat het voor veel ouders moeilijk is om deel te nemen aan opvoedingsactiviteiten. Ik hoop een andere keer iets meer over te zeggen over de reden daarvan. In ieder geval illustreert dit hoeveel verborgen strijd er vaak is bij ouders en opvoeders. En de strijd neemt in deze tijd alleen maar toe.

 

Veel ouders voeren een enorme strijd die ze niet graag aan de buitenwereld laten zien. Er wordt, ondanks dat de openheid daarover toeneemt, nog steeds met voorzichtigheid gesproken over de moeite die kinderen met zich meebrengen. In dit artikel gaan we niet zozeer in op de strijd zelf –dat hopen we een andere keer te doen-, maar gaan we het hebben over de houding waarmee we de strijd tegemoet kunnen treden. Persoonlijk denk ik dat we als ouders die strijd alleen maar goed kunnen volbrengen waneer we bereid zijn om ‘visie’ te ontwikkelen voor onze kinderen. Wanneer we hun bekwaamheden en hebbelijkheden leren zien in het licht van Gods plan met hun leven. Uitgaande van de pastorale praktijk denk ik dat menig ouder deze visie mist en daardoor misschien wel een verkeerde strijd voert. Hiermee wil ik geen schuldgevoel onder de ouders aanwakkeren. Ik ben zelf ouder en maak zelf ook vaak de fouten waarvan ik schrijf dat we ze niet mogen maken. Maar ik wel graag wijzen op een aantal ontwikkelingen binnen onze samenleving en opvoedingsgebeuren die negatieve gevolgen hebben, opdat we daarvan zullen leren

 

Korte termijn visie
Om duidelijk te maken wat ik bedoel, maak ik een onderscheid tussen korte- en lange termijn visie in het opvoeden. In het pastoraat merk ik dat veel opvoeden een ingrijpen is in het leven van het kind op de korte termijn. Op zich is dat niet vreemd. De meeste brochures en boekjes over opvoeding zijn er op gericht dat ouders weten hoe ze het beste kunnen handelen in concrete situaties. Dat ze kunnen inschatten hoe de kinderen zullen reageren op hun houding en reacties en hoe ze daar mee moeten omgaan. Wat doen ze met een huilkind? Hoe reageren ze op hun kind dat op school wordt gepest? Wat doen ze met een kind dat niet wil eten? Hoe is hun houding wanneer het kind opstandig is en afspraken naast zich neerlegt? Hoe gaan ze om met een kind dat steelt en liegt. In al deze zaken is het ontzettend belangrijk dat ouders weten hoe ze moeten handelen op de korte termijn en ingrijpen in actuele situaties. Gelukkig nemen veel ouders dit ter harte en hebben ze visie voor hun kind op de korte termijn. Echter, hoewel veel ouders in staat zijn om in het ‘hier en nu’ beslissingen voor hun kind te nemen, maak ik mij zorgen over het gemis van een visie voor het kind op de langere termijn.

 

Lange termijn visie
Ik denk dat veel opvoeden een ‘fragmentarisch opvoeden’ is. Dat is een uitdrukking waarmee ik bedoel dat je iets doet omdat je iets moet doen. Niet ingrijpen zou verkeerd zijn voor je kind, dus je doet op dat moment wat je het beste lijkt. Maar als je er goed over nadenkt ben je jezelf niet echt bewust waaròm je dat doet, waarom je dat op diè manier doet en wat je er uiteindelijk mee wilt bereiken. Veel opvoeden bestaat daarom uit “je mag dit niet” en “je mag dat niet” gebaseerd op de gedachte “dat hoort gewoon niet zo”. Als opvoeders nemen we vaak niet eens de tijd om ons af te vragen waarom ons kind iets wel of niet mag doen. En toch is dat een zeer belangrijke vaardigheid voor ouders om hun kinderen iets te leren waar ze hun verdere leven ook nog wat aan hebben. Die vaardigheid wordt beoefend door visie op de langere termijn te ontwikkelen. Wie dat gaat doen gaat zich na verloop van tijd bewust afvragen: wat wil ik met deze opvoedingsmaatregel, in het leven van mijn kind bereiken; wat is het effect van mijn handelen op de langere termijn?

 

We beseffen als ouders te weinig dat de ‘korte termijn opvoeding’ (ingrijpen in de actuele situatie) nagenoeg geen waarde heeft als we de ‘lange termijn doelstelling’ (wat we uiteindelijk willen bereiken met ons kind) niet duidelijk voor ogen hebben. Investeren en ingrijpen op de korte termijn mist het beoogde effect als we niet helder en duidelijk het einddoel voor ogen hebben. Er is visie nodig voor onze kinderen. Als christenouders voeden we onze kinderen toch op met de verwachting dat de Here Jezus in toenemende mate gestalte gaat krijgen in ons kind! Zouden we ons dan niet regelmatig proberen voor te stellen hoe ons kind er over een aantal jaren uit zou kunnen zien wanneer het beeld van Christus in hem tot groei is gekomen?

 

Een voorbeeld: de school
Veel ouders besluiten om hun kinderen naar de school te doen die het dichtst bij huis staat. De meeste van deze besluiten komen voort uit praktische overwegingen: het is dichter bij huis, het bespaart tijd om te brengen en te halen van school en vriendjes. Voor de korte termijn is dit heel praktisch en handig. Maar wat zijn de gevolgen voor de langere termijn? Onze kinderen verkeren acht jaar onder de invloedssfeer van een school. Als ik er vanuit ga dat meer dan de helft van onze ‘christelijke’ scholen onbijbelse of anti-bijbelse dingen leert en lesmaterialen gebruikt die doordrenkt zijn van monsters, feeën, heksen, trollen, tovenaars, boze geesten, enz., waarom nemen dan zo weinig ouders de moeite om in een persoonlijk gesprek na te vragen wat de identiteit van de school is, hoe dat tot uiting komt in de lessen, wat de plaats is van het gebed, wat de betekenis is van Gods Woord, wat de onderwijsmethodieken zijn, wat voor lesmateriaal er wordt gebruikt, enz.? Zou dat komen omdat de ‘korte termijn visie’ sterker aanwezig is dan de ‘lange termijn visie’?

 

Een voorbeeld: de TV
Een ander voorbeeld is de televisie. James C. Dobson, hoogleraar kinderpsychologie en leider van de internationale organisatie “Focus on the Family”, noemt in één van zijn publicaties een aantal statistieken waaruit blijkt dat Amerikaanse kinderen zevenendertig seconden aandacht per dag van hun vader krijgen en dertig of meer uur per week worden beïnvloed door de commerciële televisie. 1 Zal dit veel verschillen met de Nederlandse situatie? Velen van ons weten hoe gemakkelijk het is om ons kind voor de elektronische oppas te zetten. Er komt op korte termijn veel tijd vrij waardoor we een hoop andere nuttige dingen kunnen doen. De vraag is echter: wat zijn de lange termijn effecten? Ik vraag me af hoe christenouders in staat zijn hun kinderen van vier of vijf jaar ongecontroleerd elke dag naar bijvoorbeeld ‘pokémon’ laten kijken. Dat gebeurt heel veel. Ook in mijn eigen vriendenkring. Op dat punt maak ik mij er niet populairder op als ik vraag wat de gevolgen daarvan zijn bij hun kinderen. Alleen al het stellen van die vraag wekt bij veel van mijn vrienden wrevel op. En dat is jammer, omdat –naar mijn overtuiging- op dat moment onze opvoedingsdoelstelling, dat Christus gestalte gaat krijgen in ons kind, geweld wordt aangedaan. Misschien verlangen we het wel, maar onze inspanning is dan niet in overeenstemming met ons verlangen.

 

Zonder ‘visie op de lange termijn’ gaat in de ‘visie op de korte termijn’ in veel gevallen om wat praktisch het gemakkelijkste is. Maar de vraag is of dat het beste voor het kind is. Wie ‘lange termijn visie’ heeft zal in veel gevallen beslissingen nemen op de korte termijn, die voor dat moment misschien lastig, vervelend of pijnlijk zijn maar voor de toekomst zegen met zich zal meebrengen. Het is voor mij troostvol om te lezen dat in de Bijbel het opvoedingsdoel met een ‘lange termijn visie’ (namelijk: het gestalte geven van Christus in de ander) wordt gekoppeld aan inspanning, moeite en pijn:

· In Kolossenzen 1:28-29 schrijft Paulus bijvoorbeeld:“ Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn (opvoedingsdoel). Hiervoor span ik mij ook in, onder zware strijd, naar zijn werking die in mij werkt met kracht (inspanning).

· En in Galaten 4:19 staat: “...mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta (inspanning), totdat Christus in u gestalte verkregen heeft (opvoedingsdoel).

 

Wanneer Paulus hier spreekt over strijd en over weeën en we vergelijken dat met bijvoorbeeld onze schoolkeuze, met de elektronische oppas of met de enorme groei van kinderdagverblijven en crèches, dan mogen we ons afvragen in hoeverre we als ouders bereid en in staat zijn om die verantwoordelijkheid op ons te nemen. Nemen we er de tijd voor om te ontdekken op welke wijze onze eigen kinderen om liefde en aandacht vragen. We zouden ons moeten afvragen of het feit dat er zoveel kinderen rond lopen met verborgen pijn en verdriet, niet voortkomt uit het gegeven dat we niet meer weten wat het betekent om vanuit die ‘lange termijn visie’ te strijden voor de zielen van onze kinderen?

 

Een persoonlijk voorbeeld: de verkeerde strijd (1)
Lange termijn resultaten in de opvoeding zijn alleen te bereiken door inspanning en volharding. Toch betrap ik mezelf erop dat zelfs sommige van mijn zogenaamde ‘inspanningen’ voor mijn eigen kinderen, meer tegemoet komen aan mijn eigen wensen en gevoelens dan die van mijn eigen kind. Soms is de strijd die ik voer in de opvoeding meer een last omwille van mezelf, dan een pijn die ik draag omwille van mijn dochters. Zo wint de wens om mezelf te ontplooien in mijn bediening als pastor voor de Gemeente, het soms van de concrete investering in de jonge levens van mijn kinderen. Vaak probeer ik me eruit te redden met de vrome smoes dat mijn eigen ontplooiing een grote winst zal zijn voor Gods Koninkrijk en uiteindelijk ook ten goede zal komen voor hen. Maar ik ‘vergeet’ daarbij dat mijn verantwoordelijkheid en de daaruit voortvloeiende investering het allereerst ligt in mijn gezin (vgl. 1 Tim. 3:4-5; Titus 1:6).

 

Een persoonlijk voorbeeld: de verkeerde strijd (2)
Misschien zegt u ook “ik voer een strijd in de opvoeding van mijn kinderen”. Maar die strijd kan een andere strijd zijn dan de strijd die in de Bijbel wordt genoemd als het gaat over opvoeden. Tijdens het schrijven van dit artikel voerde ik ook een ‘strijd’. Janine, mijn vrouw was een dagje weg en ik zat aan de keukentafel te schrijven. Ondertussen leefden de kinderen zich op de vrije schoolmiddag totaal uit. Dat stoorde, maar er was geen andere optie. Buiten kon er niet gespeeld worden want het regende pijpenstelen. Deze ‘stoorzenders’ duurden ongeveer twee uur. Toen werden ze zo moe dat ze beiden op een zeurderige, bijna jankerige manier begonnen te praten. Het duurde niet lang of ik begon mijn strijd te voeren. Ik dacht: ik kan met dit kabaal geen goed artikel schrijven. Het begon van binnen steeds onrustiger te worden, want ’s avonds moest ik nog onderwijs bij ons in de gemeente geven en dit artikel moest vandaag af zijn. Ik voelde me opgejaagd en begon mijn kinderen al de schuld te geven voor het feit dat ik mij niet goed kon voorbereiden. Maar diep in mijn hart wist ik wel dat het mijn eigen schuld was. Ik wist dat ze vrijdagmiddag vrij zou zijn. En ik was op de hoogte van het feit dat ik voor ‘s avonds een toerusting moest voorbereiden. Ook wist ik dat als ik mijn weekschema anders had ingedeeld dat dit niet had hoeven gebeuren…

 

Hoe vaak zijn kinderen niet de dupe van het feit dat ouders het druk hebben met allerlei persoonlijke zaken? Hoe vaak wordt het vragen van een stukje aandacht door de kinderen, door ouders vertaald met een zware strijd? Misschien moeten we onszelf afvragen of we wel de goede strijd strijden. Misschien is de strijd die we voeren wel meer een last omwille van onszelf, dan een moeite die we ervaren omwille van het kind. Hoeveel ouders zijn er niet die problemen hebben met hun kinderen en klagen over hun eigen moeite, maar niet zien dat die strijd voortkomt uit het gegeven dat het juist de kinderen zijn die problemen hebben met hun ouders? Ouders die een ‘korte termijn visie’ hanteren omdat hun eigen ontplooiing en behoeften belangrijker zijn dan de inspanning die ze leveren voor het kind op de lange termijn.

 

Beste ouder, welke strijd voert u gewoonlijk in het opvoeden van de kinderen? Hoeveel van uw persoonlijke inspanningen zijn gericht op de korte termijn? En hoeveel van uw inspanningen zijn gericht op de lange termijn? In dit artikel heb ik enkele voorbeelden daarvan genoemd. Kunt u die aanvullen met eigen voorbeelden? Wat is uw visie in het opvoeden van de kinderen? Wat voor doel heeft u met uw kind? Noem ze maar bij name en stel voor ieder kind persoonlijk vast wat u op lange termijn met hem of haar wilt bereiken. Ik wens u daarin Gods zegen en zijn wijsheid toe.

 

 

Bart Broekman

Getrouwd met Janine en vader van Elise (9) en Laure (4)

En pastor van de Bethelgemeente te Drachten

 

 

Voetnoot

 

 

--------------------------------------------------------------------------------

1 N.a.v. BRIGHT, B. [et. all].,, “Mannen in beweging”, uitg. Barnabas Heerenveen i.s.m. Proclama Amerongen, 1997, p. 133-134 (geciteerd uit: DOBSON, J. C. “What wives wish their husbands knew about woman”, Tyndale, 1975, Wheatos III., p. 157-158).


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Opvoeding