Reincarnatie

REINCARNATIE

De leer van de reïncarnatie houdt in dat de mens reeds in andere gedaantes op aarde heeft geleefd en na zijn dood nogmaals op aarde terug zal komen. Het leven is dus een kringloop van geboorte, ouder worden, sterven, opnieuw geboren worden, enz.. Hoewel oorspronkelijk afkomstig en ontleend aan het Hindoeïsme en Boeddhisme zijn er in het Westen een toenemend aantal mensen die deze leer aanhangen.

EÈn verschil met het Hindoeïsme is dat men hier gelooft dat de mens altijd als mens terugkeert op aarde, de ziel neemt telkens een andere menselijke gestalte aan, in het oosten gelooft men dat de mens ook als dier terug kan komen in een volgend leven of dat een dier in een volgend leven als mens zal verschijnen. Dit is voor de westerse mens nog te ver gezocht.

Gekoppeld aan de reïncarnatie is de leer van de evolutie. Het is namelijk de bedoeling dat de mens met het telkens terugkeren op aarde tegelijkertijd een steeds beter mens wordt, een steeds hogere positie inneemt, een steeds verhevener mens wordt, totdat de mens vergoddelijkt is. Dat is de hoogste sport die bereikt moet worden.

Men gaat er namelijk vanuit dat er in de mens een goddelijke kern aanwezig is, in de mens is een stukje god. De mens maakt eigenlijk deel uit van god. Daarbij is god niet te zien als een persoon, maar als een principe, een kracht een energie die in alle dingen aanwezig is. De mens moet zich bewust worden dat hij deel uitmaakt van die god, die eenheid van energie die alle dingen in de kosmos met elkaar verbindt. Al het stoffelijke, het zichtbare is dan als minderwaardig te beschouwen. De realiteit ervaar je als je de eenheid met alle dingen ervaart, het God- zijn ervaart.

Dit (onbijbelse) uitgangspunt geeft mensen zin aan het leven, een doel om naar toe te leven. In India wordt dit groeien naar het god-zijn toe zichtbaar in het kaste-systeem. De bevolking valt uiteen in duizenden lagen, kasten, van de laagste kaste, de soendra's of paria's tot de hoogste kaste van de priesters, de brahmanen. Hoe hoger de kaste is, waar men zich in bevindt, des te dichter is men bij het goddelijke bewustzijn. Tijdens het leven kan niet van kaste verwisseld worden. De kasten leven zelfs streng gescheiden van elkaar. Wil iemand van de laagste kaste het goddelijke bewustzijn ervaren, die hij eerst alle kasten doorlopen, een haast eindeloze reeks van levens.

Door een goed gedrag, goede werken, mediteren, ascese, vasten, yoga, offeren, niet rebelleren kan men dus promoveren. Maar het tegengestelde is ook mogelijk dat men degradeert. Tegen deze achtergrond is het dus begrijpelijk dat de IndiÎrs zo'n hoge achting hebben voor de hoogste kaste, de priesters en voor hun avatars, mensen die het goddelijke bewustzijn bereikt hebben.

In de leer van de reïncarnatie menen mensen in het westen een antwoord gevonden te hebben op de vraag van de zin van het leven. Het past in hun beeld van een evoluerende samenleving. Het biedt een antwoord op de vraag waar wonderkinderen hun gaven vandaan hebben; n.l. overblijfselen uit een vorig leven. En zo is er ook een therapie ontwikkeld, de regressie therapie, waarbij de oorzaak van stoornissen in het huidige leven gezocht wordt in ervaringen tijdens vorige levens. Patiënten worden onder hypnose gebracht en de verhalen uit het verleden komen naar boven. Mensen vervreemden echter meer van de werkelijkheid dan dat ze hierin een oplossing vinden.

Het leven van Jezus tegenover reincarnatie

Door sommige Hindoes en aanhangers van de reïncarnatieleer wordt ook de Here Jezus gezien als iemand die is opgeklommen tot het goddelijke bewustzijn. Dit is niet te baseren op bijbelse gegevens. De Bijbel geeft aan, niet dat de Here Jezus geëvolueerd is van mens naar God, maar dat Hij vanaf het begin gelijkgesteld was aan God. "In den beginne was het Woord en het Woord was God.....en het Woord is vlees geworden."(Joh.1:1+14) Verder bericht het Johannes evangelie dat Jezus God Zijn Vader noemt. Voor de joden betekent dit dat Jezus van hetzelfde wezen is als God, n.l. ook een God, en omdat de joden geloofden dat er maar EÈn God is,(Jezus was ook van het joodse volk) zegt Jezus daarmee dat Hij die God is.

In plaats van te streven naar de hoogste positie heeft de Here Jezus Zich vernederd en heeft de hemel verlaten en is mens geworden. "Jezus Christus... die het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de mensen gelijk is geworden.." (Fil.2:6-7).

De Here Jezus was tijdens zijn leven op aarde niet vergeten waar Hij vandaan gekomen was. Hij zegt tegen de Farizeeën: "Voordat Abraham er was, was Ik er." En later in een gebed tot de hemelse Vader vraagt Hij: "Verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid die Ik bij U had, eer de wereld was." Jezus wist van de positie die Hij voorheen ingenomen had. Hij sprak daarbij niet van een vorig leven, maar het was datzelfde, dat Ène leven. Dat bestaan dat er in het begin was, tijdelijk zichtbaar was op aarde, en in de hemel weer werd voortgezet. Hij hoefde niet eerst onder hypnose gebracht te worden om te vertellen van een vorig leven, maar bij volle bewustzijn sprak Hij in een debat over eerdere gebeurtenissen in hetzelfde leven.

Geen reïncarnatie(opnieuw in het vlees komen), maar incarnatie (ÈÈnmalige vleeswording). Zijn leven op aarde werd ook niet beÎindigd met de dood, maar met de Hemelvaart, het treden uit de zichtbare wereld in de onzichtbare, eeuwige. Het zichtbare, het materiele werd door Hem niet als minderwaardig en onwezenlijk beschouwt, maar door Zijn opstanding heeft Hij de dood overwonnen en het voor de zichtbare, materiele mens mogelijk gemaakt binnen te treden in de eeuwigheid, door het geloof van en in Christus, door de wedergeboorte.

Wedergeboorte en reincarnatie

Om de leer van de reïncarnatie in het westen eerder aanvaardbaar te maken, wordt de leer ook wel aangeduid met wedergeboorte. Letterlijk zou het ook zo te vertalen zijn, doch de inhoud is fundamenteel afwijkend van wat de bijbel verstaat onder wedergeboorte. In de bijbel vinden we in Johannes 3 een gesprek over de wedergeboorte. De Here Jezus zegt tegen Nikodemus:"Tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet zien." Nikodemus vraagt dan:"Kan een mens dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?" Vele mensen zouden zich die mogelijkheid wensen heel het leven eens over te mogen doen, dan zouden ze het toch zoveel anders, zoveel beter doen. Uit Jezus' antwoord wordt duidelijk: over doen? Nee. Anders doen? Ja. De Here Jezus spreekt niet over een lichamelijke wedergeboorte, maar over een geestelijke wedergeboorte. Hij zegt:" Tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan." Als Nikodemus vraagt hoe dat moet dan zegt de Here Jezus even later: "Als zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven hebbe."

In de eerste tekst wordt gesproken over het Koninkrijk Gods binnengaan, wat gelijk te zetten is met het "eeuwig leven hebben" uit de tweede tekst. Het "IN HEM GELOVEN " is dan gelijk te zetten met het"GEBOREN WORDEN UIT WATER EN GEEST". Het ontvangen van de levensvernieuwende Heilige Geest is het gevolg van het geloof in Jezus Christus.

Wedergeboren worden = geloven in Jezus Christus

Geloven dat Jezus werkelijk God is. Geloven dat wij niet bij machte zijn eeuwig leven te verwerven. Jezus toevertrouwen dat HIJ dat wel kan, omdat Hij uit de dood is opgestaan en het voor ons mogelijk heeft gemaakt na de dood verder te leven, omdat hij ons stoffelijk lichaam geschikt maakt om in de eeuwigheid te leven. Toelaten dat Jezus in ons werkt door de Heilige Geest en bereid zijn onze wil aan Zijn Wil te onderwerpen. Dat is wedergeboorte.

Marco Blankenburgh.
1989


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: New age en occultisme