Duistere ondertonen van de popmuziek

 

Duistere ondertonen van de popmuziek ( Recensie)

 

Henk van Zon draaide tien jaar lang in de popscene mee als diskjockey. De muziekwereld die hij van binnenuit kende, keerde hij echter radicaal de rug toe. Nu laat hij als evangelist de achtergronden van deze moderne muziek niet zo zeer horen maar zien. Door genade mocht hij honderden tot de Heer leiden. De tweede druk van dit muziekboek is niet alleen geheel vernieuwd, maar ook qua aantal pagina’s verdubbeld en qua formaat vergroot. Zo is er ruim aandacht geschonken aan de gothic-stroming. Nogal wat citaten van musici en onderzoeken missen een bronvermelding, zodat het wat in de lucht blijft hangen. Nog kwalijker wordt het om allerlei beweringen en beschuldigingen te uiten met weglating van de bronnen. Deze toevoegingen zouden het boek weliswaar nog dikker maken, maar ook overtuigender. Omdat veel feiten thans niet te verifiëren zijn aan de hand van bronnen, moet de lezer het gewoon maar voor waar aannemen en is dit boek niet als een wetenschappelijk werk te beschouwen. Daarmee zeg ik niet dat het niet lezenswaardig zou zijn. Het leest makkelijk, maar de inhoud is schokkend. De popscene wordt voor het voetlicht gebracht en in het licht van Gods woord gebracht. Het geheel is doorvlochten met talloze citaten uit de Bijbel. Je kunt je hier en daar afvragen of recht gedaan is aan de context, maar het idee om praktijken te toetsen aan Gods woord verdient onze hartelijke instemming. Van Zon loopt tegen hetzelfde probleem aan als ik, schrijver van het uitgedijde artikel ‘Met de moderne muziek mee?’, te vinden op de website van Promise. Om te bepalen of een muzikant iets beweerd heeft en inderdaad zó heeft gesteld zoals geciteerd is, ook nog in de juiste context, vergt veel research. Dat critici van moderne muziek elkaar kritiekloos overschrijven is verleidelijk en een gevaar.

Dit overschrijven blijkt onder andere uit het definiëren van de bron van slechte muziek. Velen komen dan uit bij satan. Maar is dit niet teveel eer voor hem? Jubal, wiens naam ‘geschal’ betekent, wordt reeds in Gen. 4:21 genoemd als de ‘vader van allen die citer en fluit bespelen’[i], dat wil zeggen de eerste die de muziekkunst beoefende. Was Jubal echt de eerste muzikant of satan? Hal Lindsey, auteur van de bestseller ‘Satan leeft onder ons’, identificeert satan met de morgenster (Lucifer ‘zoon van de dageraad’, de glanzende, de lichtdrager) uit Jes. 14:12 en de vorst van Tyrus in Ezech. 28:1-2[ii]. Bijbelleraar Derek Prince houdt een slag om de arm: ”Er zijn heel wat bijbelleraren [concrete namen ontbreken hier, WJAPH] die geloven dat satan (laten we zeggen Lucifer, want hij had zijn naam toen nog niet veranderd) verantwoordelijk was voor het leiden van de aanbidding in de hemel. Ik geloof dat het belangrijk is om te weten dat satan, zoals hij heden ten dage is, heel wat van muziek afweet en hij gebruikt muziek als een van de middelen om mensen gevangen te nemen”[iii]. Lindsay en Prince gaan niet zover in hun beweringen dat satan een oermusicus, muziekengel of aanbiddingleider was, en dat Lucifer zelfs in zijn lichaam ingebouwde fluiten en tamboerijnen had, ja die instrumenten wàs. Deze gedachte vinden we wel bij Henk van Zon, Ronald Koops, stichting Naar House en Johan Bronsveld, en vooral bij J. Dwight Pentecost en in diens voetspoor LaMar Boschman[iv].

In de visie dat satan één en al muziek zou zijn geweest, is Ezechiël 28:13 een cruciaal vers, maar dit blijkt heel moeilijk te vertalen. Eerdere vertalingen hebben inderdaad muziek-instrumenten, maar dat is bij de latere vertalingen helemaal verdwenen[v]. De edelstenen zijn daar gevat in gouden zettingen. Commentator dr. A. Noordtzij merkt in dit verband op dat ”vertalen is hier veelal raden. … Gewoonlijk vermoedt men, dat de profeet zich hier bedient van vaktermen op het gebied der goudsmeedkunst. … Het enige wat hier duidelijk is, is dat de Tyrische koning hier ’cherub’ wordt genoemd, drager en bewaker der goddelijke heerlijkheid”[vi]. Volgens commentator G. Ch. Aalders vermoedt men niet zonder grond dat we met twee termini technici op het gebied van de goudsmeedkunst te doen hebben, maar wat de precieze bedoeling hiervan is kunnen wij niet uitmaken[vii].

Terecht concludeert cultuurwetenschapper en kunstcriticus Joël Valk dat ”op basis van Ezech. 28:13b bijna geen enkele theoloog gelooft dat Lucifer geschapen was met pijpen en tamboerijnen in zijn lichaam, die hij zeer goed kon bespelen, omdat men helemaal niet weet wat er eigenlijk staat, laat staan wat ermee bedoeld wordt” [viii]. Valk verwerpt deze speculatie en deze ten onrechte demonisering van popmuziek. Hij stelt verder dat Lucifer niet als aartsengel in de Bijbel te vinden is, noch in welke christelijke traditie ook. Lucifer is de afgeleide naam afkomstig uit Jes. 14:12. De Griekse vertaling van het Hebreeuwse Oude Testament vertaalde dit met ‘phosphoros’, wat in de Latijnse vertaling, de Vulgaat, werd vertaald met Lucifer. Onbedoeld krijgt de duivel dus hier toch teveel eer. Zie ook de uitspraak op p. 177: ”In Zijn beschermende zorg heeft God niet toegestaan dat de mens zijn ’derde oog’ (het Alziende oog van Lucifer, de toegangspoort tot de zogenaamde verlichte –occulte! –kennis) zou openen”. Alleen God is alwetend, de duivel weet veel en is sluw, maar blijft slechts een (gevallen) schepsel.Ligt er dan geen link tussen muziek en satan? Toch wel, absoluut! Zie verder voornoemd artikel op de website van Promise typische term gebezigd in pinksterkringen, is ‘zalving’, ‘gezalfde’ (pp. 28, 33-38, 43). Zelfs Lucifer zou gezalfd zijn (p. 44, 51, 52, 57). Wordt hier niet teveel aan opgehangen? De term ‘zalving’ vind ik slechts drie keer in de bijbel en wel in Ex. 40 en 1 Joh. 2.

 Dit boek laat de alarmerende evolutie van de ranzigheid zien in decennia popmuziek. Een muziekexpert durft van Zon zichzelf niet noemen en wil hij evenmin een oordeel uitspreken over de vraag ”of hardrockmuziek als zodanig een duistere uitwerking heeft” (p. 191). Wel is hardrock het muzikale handelsmerk bij uitstek van groepen die zich tegen het establishment keren (p. 187). ”Sommige muziek is simpelweg neutraal van inhoud en karakter” (p. 198), is een kwestie van smaak (p. 183). Andere muziek kan een christenen het beste radicaal weggooien (p. 180). Ten slotte geeft van Zon diverse praktische criteria voor de beoordeling van moderne muziek. Moge dit boek ons wakker schudden en ons helpen waakzaam te blijven.

 ”Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd” (Op. 22:11).

Duistere ondertonen van de popmuziek, 

(Zwolle: Henk van Zon Ministries, 2006), 208 pagina’s, 2e druk. € 15,- )

 

W.J.A. Pijnacker Hordijk

 

Zie ook mijn uitgebreide brochure: Met de moderne muziek mee

 

 



[i] ‘deze was de vader van allen die harpen en orgelen hanteeren’ - Staten Vertaling;

‘hij werd de stamvader van allen die op de lier of de fluit spelen.’ - Nieuwe Bijbel Vertaling.

[ii] Hal Lindsey in samenwerking met C.C. Carlson, Satan leeft onder ons (vertaald door A. van Onck) (Laren: Novapres, 1972) pp. 37, 41-45.

[iii] Derek Prince, Vijanden die tegenover ons staan. Wat doen we met toverij in de gemeente? (Hoornaar: Gideon, 1989) p. 16.

[iv] Ronald Koops De kracht van muziek. Met zes richtlijnen voor jongeren, Ronald Koops (Heerenveen: Barnabas, 2005) p. 13; Henk van Zon, Duistere ondertonen van de popmuziek (drukkerij Veldman: IJsselmuiden, 2005) pp.7, 20-23; idem 2e druk: pp. 43, 51, 102. Popmuziek onder de loep, (Giessen: stichting Naar House, 2005) p. 16; Johan Bronsveld, De kracht van muziek in de gemeente (Putten: stichting Opwekking 2001),   J. Dwight Pentecost, Your adversary, the devil (Grand Rapids (MI): Kregel Publications, 1969 / 1997) p.7, LaMar Boschman De wedergeboorte van de muziek (Den Haag: Gazon, 1985) pp. 11-19 Hebben deze auteurs elkaar overgeschreven?

[v]Septuaginta: και χρυσιου ένέπλησας τους θησαυρους σου και τας Î¬ποθηκας σου έν σοι άφ̉ ής ήμέρας έκτισθης σύ.

Staten Vertaling: en goud; het werk uwer trommels en uwer fluiten was bij u; ten dage dat gij geschapen werdt, waren ze bereid.

Willibrord Vertaling (1975): van goud waren de sieraden waarmee gij getooid waart;op de dag dat u geschapen werd waren ze gereed.

Leidsche Vertaling (1899-1901): zij waren in goud gekast en met tusschenruimten bewerkt; ten dage dat gij geschapen werdt waren zij ingezet.

Nederlands Bijbel Genootschap (1951): van goud was het werkstuk waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht, toen gij geschapen werd waren zij gereed.

Naardense Bijbel (2004): bewerkt goud was je sieraad waarin je was getooid, op de dag dat jij werd geschapen waren zij gereed.

Nieuwe Bijbel Vertaling (2004): granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar.

King James Version: the workmanship of thy tabrets and of thy pipes was prepared in thee in the day that thou wast created.

Revised Standard Version (1952): and wrought in gold were your settings and your engravings, On the day that you were created they were prepared.

The Living Bible paraphrased (1972): all in beautiful settings of finest gold. They were given to you on the day your were created.

La Sainte Bible (Louis Legrand) : d’escarboucle, d’émeraude, et d’or ; tes tambourins et tes flûtes étaient à ton service, Préparés pour le jour où tu fus créé.

[vi] dr. A. Noordtzij, Ezechiel 2e deel Korte Verklaring van de Heilige Schrift (Kampen: Kok, zj 4e druk ) p. 37

[vii] G. Ch. Aalders, Ezechiel II: Hfdst. 25-48 (Kampen: Kok, 1957) pp. 65, 67.

[viii] Joël Valk, De gespannen verhouding tussen evangelisch christendom en popmuziek: gebaseerd op mythes? Soteria, themanummer KUNST. (Sliedrecht: Merweboek, 4e kwartaal 2006) p. 57.


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Muziek en occultisme