Yoga

YOGA
Voor de sterke opkomst van allerlei alternatieve geneeswijzen de laatste jaren, in het bijzonder de interesse voor yoga, zijn verschillende rede¬nen. Eén daarvan is dat onze technische medische wetenschap verweten wordt zich puur en alleen te richten op het lichamelijk functioneren van de mens, terwijl men meer en meer gaat inzien dat het welzijn van de gehele mens aandacht verdient. Daarmee samenhangend komt er ook een steeds groter bewustzijn voor het bovennatuurlijke. Vluchtend of zoekend in het bovennatuurlijke hoopt men een zekere tegenpool te vin¬den voor het rationele bestaan vol spanningen, drukte, stress. Een zoe¬ken naar vrede.
Voor we beginnen een alternatieve geneeswijze als yoga te toetsen, wil¬len we eerst enkele fundamentele vragen beantwoorden met betrekking tot gezondheid en ziekte.
Wat is de bron van ziekte?
In Genesis l staat dat God alles schiep, wat onder, op en boven de aarde was. En Hij zag dat het goed was. Al in Genesis 3 zien we de satan aan het werk om Gods schepping in zijn greep te krijgen. Hij gebruikt hier twee argumenten, die we in veel occulte denkwijzen terug kunnen vin¬den en het is goed om deze twee te onthouden. Het eerste is in vers 4: "Gij zult geenszins sterven ".
Het tweede in vers 5: "Dat de mens als God zal zijn". Vooral in dit laatste komt tot uiting dat het schepsel op de plaats van zijn Schepper wil gaan zitten. De satan, de gevallen engel, die dacht dat hij als God kon zijn, verleidt Adam en Eva, wetende dat hij daarmee de zonde in de schepping binnen brengt. Er komt een scheiding tussen God en mens. Vanaf dit moment komt er pijn en moeite, ziekte en dood het leven bin¬nen (Genesis 3: 16, 19).

Spelen bovennatuurlijke krachten een rol?
We zien om ons heen een groeiend besef, dat er "meer dingen zijn tussen hemel en aarde dan de mensen alleen". Er komt meer aandacht en accep¬tatie voor het bovennatuurlijke. Wat laat Gods woord ons van deze bo¬vennatuurlijke wereld zien? Een schoolvoorbeeld is het bijbelboek Exo¬dus. Laten we dit bijbelgedeelte eens wat nader bekijken. God is een God van wonderen en tekenen. Hij gebruikt ook de mens om door hem heen Zijn macht en kracht te tonen (Exodus 4:21 a).
In hoofdstuk 7 zien we dat God zijn bovennatuurlijke macht laat zien door Aarons staf in een slang te veranderen. Maar ... we zien dat de Egyptisch wijzen en tovenaars hetzelfde deden, wat ons toont dat de satan ook bovennatuurlijke dingen doet. Opvallend is vers 12, waar God zich toch de Overwinnaar betoont, wanneer de staf van Aaron de andere staven verslindt. In het verdere verloop van dit verhaal gaat het al net zo.
Steeds zien we dat de Egyptisch tovenaars het werk van God imiteren, maar dat Farao diverse malen aan Aaron moet vragen tot zijn God te bidden om de plagen te stoppen. Satan is sterk, echter, God is veel ster¬ker. Hij alleen biedt ook de uiteindelijke oplossing. We zien dus dat er een reële bovennatuurlijke wereld is, en er zijn twee machten in aan het werk. De macht van God en de macht van satan. Essentieel is om erach¬ter te komen wie er, in ons geval binnen een bepaalde behandelmethode, aan het werk is.
Waar speelt dit alles zich af?
Deze vraag is van groot belang, want het heeft geen zin om een vijand aan te vallen op een plaats waar hij niet is. Paulus geeft ons op deze vraag een zeer duidelijk antwoord in Efeze 6:12: "Want we hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze gees¬ten in de hemelse gewesten ".
Het gaat dus niet rechtstreeks om de mens die het doet, of de gebruikte methode, maar om het achterliggende; de bron. De strijd is niet in het vleselijke, het tastbare, maar in de hemelse gewesten. Niet het zichtbare resultaat van een bepaalde behandelmethode bepaalt of iets goed is, maar de geestelijke bron van waaruit iets komt. Ja, maar ... hoor ik dan vaak zeggen: Het helpt toch! In Exodus hebben we gezien dat ook de satan "helpt". De uiteindelijke overwinning is alleen bij God. Eaten we niet
de fout begaan om satan en zijn macht te onderschatten. Dit lijkt sommi¬gen te verwarren: dat iemand ogenschijnlijk beter wordt, en dat toch de bron daarvan niet God is. II Korintiërs 11:13-15 stelt dit in het juiste perspectief: "Zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus." Geen wonder ook. Im¬mers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts.
Het is dus niets bijzonders indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid. Paulus gebruikt hier het woord: bedrieglijke arbeiders. Het is van belang dit te beseffen. Zij zijn geen dienaren der gerechtigheid, zij imiteren slechts. Hierop moeten we heel goed bedacht zijn. Satan imiteert de werken Gods, en ... hij is een meester-imitator. We kunnen het vergelijken met een vals biljet van ƒ 100,- dat zo goed nage¬maakt kan zijn, dat het bij controle niet wordt herkend. Maar als er goed naar gekeken wordt door iemand die de kenmerken goed kent, dan kan de imitatie ontmaskerd worden. De kenmerken kunnen we leren uit Gods Woord en door de Heilige Geest. We moeten ons dus niet laten misleiden. Het is onze taak alles te toetsen en de werken der ongerechtigheid aan het licht te brengen (Efeze 5:6-13).
Conclusies
Vier dingen hebben we nu duidelijk gezien:
1.) Door de zonde kwam er scheiding tussen God en mens. Gevolg was dat de wereld onder de heerschappij van de satan kwam te staan, en ziekte en dood hun intrede deden.
2.) Er is een bovennatuurlijk rijk van God en er is een bovennatuurlijk rijk van satan.
3.) De strijd speelt zich af, niet in het tastbare, maar in de hemelse gewes¬ten. Niet het zichtbare resultaat van een bepaalde behandelmethode be¬paalt of iets goed is, maar de geestelijke bron, van waaruit iets komt.
4.) Satan is een meester-imitator. Hij doet zich voor als een engel des lichts, en zijn helpers doen zich voor als dienaren der gerechtigheid.
Verschillende argumenten willen we onder de loep nemen die mensen inbrengen, als het gaat om toch de hulp in te roepen van alternatieve genezers.
"Het helpt toch, want het heeft effect"
Dat bijzondere dingen niet alleen door God gebeuren, maar ook door de satan, zagen we al in Exodus. Op deze plaats wil ik ook nog wijzen op Simon, de tovenaar. (Handelingen 8) De dingen, die hij deed, waren zo bijzonder, dat de bevolking van Samaria van hem zei: "Deze is wat ge¬noemd wordt: de grote kracht Gods." Filippus bracht echter de waar¬heid aan het licht. Een ander duidelijk voorbeeld is het verhaal van de waarzeggende slavin in Handelingen 16: 16. Dat haar waarzeggerij niet zomaar uit loze woorden bestond, blijkt uit het feit dat "zij haar eigenaars veel voordeel bracht."
En wat te denken van haar opmerking over Paulus en de zijnen: "Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die u de weg tot behoudenis boodschappen." We weten dat deze uitspraak volledig waar is, en toch ... kwam het uit de verkeerde bron, en was het dus niet goed. Paulus doorzag dit!
Deze verhalen laten ons zien dat we ons niet moeten laten leiden door het tastbare, het resultaat. Doch dat we moeten kijken naar de geeste¬lijke achtergrond, van waaruit wordt gehandeld. Is de bron onzuiver, dan moeten we ook het middel, de methode afwijzen.
"Het is zo'n aardig persoon en hij bedoelt het toch goed"
Wat inmiddels duidelijk moge zijn, (zie bovenstaande) is dat niet de persoon zelf of de indruk die de persoon wekt van belang is, doch waar¬door deze zich laat leiden. Paulus zei immers ook dat er bedrieglijke arbeiders waren, die zich voordeden als dienaren der gerechtigheid.
"Baat het niet, dan schaadt het niet"
Als we ons inlaten met methoden die voortkomen uit een occulte bron, stellen we ons, of we dat nu willen of niet, ook open voor de daar achter liggende geestelijke krachten. Het is onmogelijk om de methode los te zien van zijn geestelijke achtergrond, dat moge nu duidelijk zijn. Het gezegde moet dan ook zijn: "Baat het niet, het schaadt altijd!!"
De satan, die door al deze dingen heen werkt, probeert ons op slinkse wijze te beïnvloeden, zodat we langzamerhand Gods weg kwijtraken. "Want er zullen valse christenen en valse profeten opstaan, en ze zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden" (Mattheüs 24:24).
Yoga
Als alternatieve therapie is yoga in opkomst. Om hier tot een juiste beoor¬deling te komen, moeten we eerst nadenken over haar oorsprong en ach¬tergrond.
"Yoga" is een term uit het sanskriet en betekent: juk; verbinding; vere¬niging; eenheid.
Via geschriften en opgravingen heeft men al vormen van yoga ontdekt die terug gaan tot 400 voor Chr., met name in het zuidwesten van India. Door de Beatles is de yoga naar het Westen gekomen, en door Sashwita en de Baarnse arts Polderman in Nederland geïntroduceerd. Deze laat¬ste is oprichter van de Stichting Yoga en Vedanta. De ontstaansgeschiedenis en de opgravingen laten een relatie met het hindoeïsme zien. En alleen vanuit het hindoeïsme is yoga echt te begrij¬pen. Laten we daar dus eerst naar gaan kijken, daarbij deze relatie in het achterhoofd houdende.
Hindoeïsme
De term "hindoeïsme" doet pas in ongeveer 1830 zijn intrede in de en¬gelse literatuur, en duidt ongeveer de laatste tweeduizend jaar van de Indiase cultuur aan, als voortzetting van de vedisch-bramanistische be¬schaving.
Het Hindoeïsme is eigenlijk geen godsdienst, maar een verzameling van allerlei godsdiensten en culten (Inclusivistisch). Het is tolerant in die zin dat het aan ieder individu zelf overlaat hoe en onder welke naam het het goddelijke wil vereren. Het is eerder geneigd een afwijkende leer of cultus als minder doelmatig, dan als onjuist te beschouwen.
Volgens hun visie is er zelfs geen verschil tussen monotheïsme en pantheïsme. We vinden ze binnen het hindoeïsme beiden terug.
1) Monotheïsme: er is maar één godheid - Brahman - die ook een drie-eenheid is. De verschijningsvormen zijn: Brahma - de schepper; Vishnu - de bewaarder; Shiva - de vernietiger.
2) Pantheïsme; God/Brahman is in alles en iedereen; zowel mensen, die¬ren als dingen. Dus, alles is (een) god. Vandaar:
3) Polytheïsme; omdat Brahman in alles is, is alles god. Alles kan aan¬beden worden. Van alles kun je een afgod maken. Dit geldt voor men¬sen, dieren, dingen en voorouders.
De hindoe "kent" ongeveer 33 miljoen goden. Het is van groot belang al deze goden te vriend te houden, anders zouden ze zich tegen je kunnen keren.
Wat zegt de bijbel over deze dingen? Er staat dat God woning maakt in de mensen. Zeker niet in ieder mens, maar alleen in hen, die Jezus hebben aangenomen en die Hem willen volgen. In niemand anders. Het feit dat God woning heeft gemaakt in mij, wil nog niet zeggen dat ik God ben.
Jesaja 44:6 "Zo zegt de Here, de Koning en Verlosser van Israël, de Here der Heerscharen: "Ik Ben de eerste en Ik Ben de laatste en buiten Mij is er geen God. "
Voor de hindoe wordt het leven voor een groot deel bepaald door de wet van het karma. Karma betekent letterlijk "actie" en heeft te maken met het lot. Het staat in verband met iemands acties / handelingen en de gevolgen daarvan. In het hindoeïsme is iemands huidige staat van be¬staan bepaald door zijn handelen in vorige levens. Wanneer iemand goede daden doet, dan groeit hij langzamerhand naar het moment toe dat hij bevrijd wordt uit de vicieuze cirkel van de reïncarnatie.
Het is een optelsom van plus- en minpunten. Hoe de optelsom uiteinde¬lijk uitvalt, is bepalend voor het volgende leven. Omgekeerd, wanneer iemand slechte daden doet, of niet voldoende goede, waardoor de gees¬ten niet voldoende tevreden gesteld worden, zal hij verder van zijn be¬vrijding afraken. Het is dus heel duidelijk een leer van zelfbevrijding. De bepalende factor is het karma, en het uiteindelijke doel is de bevrij¬ding uit het wiel van reïncarnatie en éénwording met Brahman, het god¬delijke niets.
Een uitvloeisel van dit systeem is het kastenstelsel, met bovenaan de Brahmanen (de priesters) en onderaan de paria's of onaanraakbaren. De weg van de verlossing - het opklimmen in het kastenstelsel en uiteinde¬lijke bevrijding uit de reïncarnatiecirkel - is op verschillende manieren mogelijk.
1) door goede werken; 2) door het brengen van offers; 3) door het aan¬bidden van de goden; 4) door ascese; 5) door yoga.
Yoga heeft als doel vrij te komen van het aardse en het eigen zelfbewust¬zijn om het "latente zelf', het "echte zelf', of de "god in ons" naar buiten te laten komen.
Paul van Dijk omschrijft in zijn boek "Geneeswijzen" yoga als de prakti¬sche kant van de indische Vedanta filosofie.
Yoga-meditatie
1) Essentieel hierbij is het leegmaken van de geest en daarbij op te gaan in het goddelijke niets (als de Hindoes beweren dat je je geest leeg kunt maken, houdt dat ook in dat je je geest met iets kunt vullen, vol kunt zijn). De geest wordt leeggemaakt en daardoor opengesteld. Men maakt er zich totaal niet druk om wat er dan weer in komt. In feite stelt men zijn geest open voor dat deel van het bovennatuurlijke rijk waar God niet in is. Men stelt zich in feite open voor demonische invloeden.
Zo zijn er verschillende yoga vormen: Hatha, Karma, Bhakti, Jnana, Raja, Kundalini/Chekra, Mantra (veel toegepast in de Transcendente Meditatie), Integrale, (wordt veel gebruikt bij sensitivity training) en Dy¬namische of Saswitha yoga, die nauw verwant is met de theosofie en het occultisme.
De mantra's of mantram die gebruikt worden b.v. bij transcendente me¬ditatie zijn heilige spreuken of woorden uit de veda's, de heilige boeken van de hindoes. Meestal zijn het spreuken in het sanskriet, en over het algemeen namen van hindoegoden. De bedoeling is deze mantra's ein¬deloos, monotoon te herhalen, en ontelbare keren uit te spreken in een bepaald ritme. Dit met het doel de goden (demonen) aan te roepen en zichzelf in een soort trance-toestand te brengen, zelfhypnose. Het be¬wustzijn wordt voor een groot gedeelte buiten werking gesteld.
2) Naast geestelijke ontlediging als voorwaarde voor de yoga-meditatie zijn er ook bepaalde yoga-houdingen en yoga-ademhaling. Hiervoor speelt de hindoeïstische visie op het lichaam een doorslaggevende rol.


Zo zouden er twee energiekanalen in het lichaam lopen. De IDA-N ADIS. Deze is negatief geladen, lunair, vrouwelijk, koud, links, onder, achter georiënteerd. En de PINGALA-NADIS, positief geladen, solair, man¬nelijk, warm, rechts, voor, boven georiënteerd. Daarnaast is er nog een derde energiekanaal, de SUSHUMA geheten. Deze loopt langs het ver¬lengde merg, en is neutraal gelegen. De plaats in het lichaam, waar deze drie kanalen samenkomen is het beginpunt van de zeven chakra's. Dit speelt een bepalende rol bij alle yoga-oefeningen.
Voor de hindoe is yoga dus ook helemaal geen manier om gymnastiek te doen, te ontspannen of goed te leren ademhalen. Het is voor hem een essentiële manier om de goden te aanbidden en te behagen. We zien dus dat yoga zijn filosofie en wortels heeft in het hindoeïsme.
Aldus constateren we enkele scherpe tegenstellingen:
1) Yoga is gebaseerd op een religie, die zowel het monotheïsme, als het poly- en pantheïsme kent. Terwijl de bijbel uitdrukkelijk zegt dat er slechts één God is. En onze God is een jaloers God, die niet duldt dat we naast Hem nog andere goden aanbidden.
2) Doel in de yoga is het om karma te verdienen door goede werken te doen en zo de goden te vriend te houden en ze gunstig te stemmen. De bijbel zegt dat God het goede met ons voor heeft. We hoeven Hem niet te paaien ofte vriend te houden, want Hijzelf wil ons als vrienden heb¬ben. We lezen in Filippijnen 1:6: "Hij, die in u een goed werk is begon¬nen, zal dit ten einde toe voortzetten, tot de dag van Christus Jezus " -en Efeze 2: 8: "Door genade zijn gij behouden, door het geloof, en dat niet uit werken, opdat niemand roeme".
3) Het hindoeïsme leert de reïncarnatie, een telkens weer terugkeren van de mens na de dood op deze aarde, net zo lang tot de goddelijkheid bereikt zou zijn.
Daarentegen zegt de bijbel dat het de mens beschikt is één maal te ster¬ven. Het is voor de mens weggelegd, niet duizendmaal, maar slechts één maal te sterven, waarna het oordeel volgt.
4) Yoga predikt een zelfverlossing, terwijl de bijbel heel duidelijk zegt dat verlossing nooit door een mens zelf te bewerkstelligen is, nooit door de werken die wij doen, maar alleen uit genade en door Jezus via het kruis van Golgotha.
Wat nu te denken van westerse yoga of christelijke yoga??
De vorm van yoga die vooral in het Westen geïntroduceerd wordt, is de zgn. HATHA-yoga. Middels deze vorm van yoga moet een eerste ope¬ning bewerkt worden voor het bovennatuurlijke. Met name in de beginners¬cursussen kom je nog weinig tegen van de oosterse filosofie en de echte yoga-oefeningen. Het zijn hoofdzakelijk nog "normale" ontspannings- en ademhalingsoefeningen.
Naarmate men verder komt, komt er steeds meer filosofie bij, komt men ook vaak tot meditatie en vaak krijgt men op den duur een mantra.
De term christelijke yoga is een contradictio in terminis, een tegenstrijdigheid in zichzelf. Christus en de yoga zijn nu eenmaal on¬verenigbaar. Zelfverlossing staat de genade in de weg. Pantheïsme sluit Jezus als enige weg tot behoud uit.
Conclusies:
1) in de yoga hebben we niet te maken met gymnastiek- of ademhalings¬oefeningen.
2) yoga is in wezen een godsdienst; het aanbidden van (vele) andere goden, met als doel zelfverlossing.
3) sommige yoga-houdingen (asana's) zijn bedoeld om bepaalde hindoe¬goden te aanbidden.
4) de geest wordt leeggemaakt en opengesteld voor het bovennatuurlijke, met name het demonische.
5) het bewustzijn wordt verminderd of uitgeschakeld.
Oefen-therapeutische bezwaren tegen Yoga-oefeningen
(G. Feller)

Het belangrijkste bezwaar is dat de ademoefeningen fysiologisch niet
juist zijn.
a) Men zegt dat de ademhaling zich niet tot de longen beperkt, maar dat de adem door de verschillende organen en ledematen zou stromen, (ver¬keerd denkkader van oefenen, autohypnose, autosuggestie)
b) Tijdens de ademoefeningen wordt voornamelijk de "buikademhaling" (diafragmaal middelste deel) benadrukt, er is geen fysiologische over¬vloeiende buik-flank borstademing.
c) De adempauzes worden onnatuurlijk lang vastgehouden, geen reke¬ning houdende met de adembehoefte. (individueel en afhankelijk van de belasting!).
d) De verkeerde ademhaling wordt bovendien alleen statisch aangeleerd, (niet functioneel).
e) Doel is niet bijvoorbeeld een vergroting van de vitale capaciteit van de longen, maar een demping van het vegetatieve, hetgeen de patiënt in een labiel evenwicht brengt (parasympaticus-sympaticus).
f) De patiënt heeft geen goed bewustzijn/gevoel van inhoud en verloop van de ademing, en zal er dus ook geen praktisch (dagelijks) profijt van hebben. Het wordt een kunstoefening, geen dagelijkse vaardigheid.
g) Ook de uitgangshoudingen (statisch) hebben niet tot doel de adem-functie te bemoeilijken of vergemakkelijken, maar hebben hun functie in astrologische overwegingen met het doel onnatuurlijk dempen van het vegetatieve.
h) Tenslotte zijn de yoga-ademtechnieken zelfs gevaarlijk te noemen bij tal van longziektes en circulatoire klachten, mede ten gevolge van het vaak optredende "persen" tijdens het oefenen.
Asana's lichaamsoefeningen
Ook hier is het belangrijkste bezwaar dat de oefeningen niet fysiologisch zijn opgebouwd. Ook hier spelen astrologische overwegingen een belang¬rijke rol. De asana's, de houding en zijn statisch (isometrisch) waarbij mede door de lange tijdsduur het houdings- en bewegingsapparaat over¬belast wordt.
Vooral kapsel- en bandlaesies, maar op den duur ook door de eenzijdige belasting, kans op versnelde artrose en chondropathieën.
Verschillende delen van de fysiologische bewegingshouding worden niet gecoördineerd geoefend. Er wordt geen rekening gehouden met indivi¬duele spierevenwichten, of houding/bewegingsproblematiek.
De oefeningen hebben alleen het doel het lichaam in een dusdanige "kramp" te brengen zodat men door middel van meditatie gemakkelijker "uit het lichaam kan treden".
Ook statisch lang volgehouden, isometrische oefeningen zijn vaak een belasting voor het circulatoire systeem.
Persen met verhoogde bloeddruk komt voor, evenals een collaps door een vagusverschuiving bij het ademhalen. Ook de "kopstand" is berucht, vaak wordt deze onverantwoord uitgevoerd.
Mensen met (sluimerende) klachten aan houdings/bewegingsapparaat zullen door eenzijdig oefenen, (vaak zonder correctie) blessures krij¬gen. De hierboven beschreven gevaren gelden voor de "echte yoga-oe-feningen". Vele yogaleraren vermengen hun oefeningen echter met veel "westerse" oefeningen.

Literatuur:
1) Understanding alternative medicine, Roy Livesay ISBN O 551 012358
2) De goeroe is dood, Rabi Maharaj ISBN 90 324 9503 8
3) Het vaderhart van God, Floyd McClung ISBN 90.60.67.3379
4) Vader wie ben ik? Henk Rothuizen ISBN 90.6067 397.2
5) This present Darkness, Frank E Peretti ISBN O 89107 390.6 De duisternis aanwezig (NL) ISBN 90 6318.043.8
I Thessalonicenzen 5: 23 en 24.

Bert v.d. Berg, fysiotherapeut te Groningen. 1991

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Lichaamswerk + occultisme en genezing