Oosterse vechtsporten

 

door drs W.J. PijnackerHordijk

update 22-6-2018

1.Zinloos geweld

2. Sport en sporter

3. Enkele vechtsporten summier besproken

4. Waarde-loze sport?

5. Zelfverdediging

6. Christenen in de vechtsport

7. Te onderzoeken

8. Demonische beïnvloeding?

9. Wees sterk

10. Conclusie

1. Zinloos geweld

Nederland is herhaaldelijk opgeschrikt door bruut seksueel-, maar in elk geval zinloos geweld. Sinds Enschede blijkt vuurwerk daar ook onder te vallen… Onder invloed van alcohol en drugs kunnen verveling en liederlijkheid doorslaan in verkrachtingen, agressiviteit in het verkeer, schietpartijen en het doodtrappen van onschuldige voorbijgangers. Terecht roept dit gevoelens van diepe verontwaardiging op. De roep om zwaardere straffen en de vraag of zulke uitspattingen te voorkomen zijn, houden onze maatschappij bezig.

Kunnen vechtsporten ons soms behoeden voor zinloos geweld door agressie in goede banen te leiden? U herinnert zich dat de wijzen uit het oosten kwamen. Deze ‘wijzen’ waren eigenlijk magiërs, astrologen en astronomen samen. De meeste vechtsporten komen uit het verre oosten: Japan, China en Korea. Is wat zeer oud is en van ver weg komt onschuldig of zelfs nuttig?

Al zo’n 3000 jaar geleden kon men in (het minder verre oosten) Griekenland de pugilist of vuistvechter aantreffen.. De apostel Paulus zag zichzelf als een geoefende vuistvechter (1Cor.9:16) of bokser, die niet zomaar in de lucht slaat en daardoor dus zijn energie verspeelt. Met deze vergelijking zijn echter niet ineens alle vechtsporten gesanctioneerd. De eerste christenen waren inderdaad ook in de amfitheaters aanwezig, maar dan meer als slachtoffer dan als toeschouwer! Een moderne bokswedstrijd is tegenwoordig ondenkbaar  zonder de aanwezigheid van de zogenaamde ringarts. Lichamelijk letsel is namelijk haast onvermijdelijk…

Veel oosterse vechtkunsten komen voort uit religies als het Shintoïsme, het Taoïsme en het Zenboeddhisme. Andere vechtkunsten zijn gebaseerd op een erecode. Oosterse vechtkunsten kunnen daarnaast ook zaken als meditatie of alternatieve geneeswijzen, zoals acupunctuur, omvatten. Verder kunnen vechtkunsten nauw zijn verbonden met bepaalde dansen. Vechtkunsten worden vaak aangewend ter zelfverdediging.[1]

De Engelse term martial arts is uitgebreider dan de Nederlandse term vechtkunst en kan naar elke techniek van vechten en oorlogvoering verwijzen. De term stamt uit de 16e eeuw en refereerde oorspronkelijk aan Europese manieren van vechten zoals schermen en andere vormen van duels. Mixed martial arts (Engels voor: gemengde gevechtskunsten), meestal afgekort tot MMA, is een multidisciplinaire vechtsport die zich richt op het combineren van technieken uit verschillende vechtkunsten (en vechtsporten) zoals worstelen (grappling), judo, karate, kungfu, kickboksen, thaiboksen, boksen en jiujitsu. Er zijn diverse namen voor MMA, waaronder free fight ('het vrije gevecht'), vale tudo ('alles mag') en cage fight ('kooigevecht'). Ook zijn er veel organisaties die MMA-toernooien organiseren. Veel van die organisaties hanteren tegenwoordig de Unified Rules of Mixed Martial Arts, opgesteld en gebruikt in de VS. De grootste MMA-organisatie is het Amerikaanse Ultimate Fighting Championship (UFC).

Nog even terug naar de ‘wijzen uit het oosten’. De ster bracht deze zoekende magiërs naar Jeruzalem, maar het Woord naar de exacte plaats waar ze moesten zijn: Betlehem. Daar, in het broodhuis was het levende brood te vinden: de Here Jezus Christus. In onze oriëntatie op vechtsporten, brood en spelen, laten we ons in de praktijk door datzelfde Woord leiden.

Ook nu weer willen we een eerlijk en dus genuanceerd beeld geven van de complexe, populaire vecht- en verdedigingssporten, zonder een heksenjacht te ontketenen en evenmin door de reële geestelijke wereld te ontkennen.

2. Sport en sporter

Dienaar van het Goddelijk Woord, dominee Joan Röell (57) uit het Limburgse Grevenbicht, had voor het bestrijden van zinloos geweld iets bedacht. Nota bene op een zondagochtend in zijn hervormde kerk, heeft hij drie ronden gebokst tegen een voormalig Europees kampioen.[2] Dit trok vier keer zo veel mensen als gewoonlijk. ‘Go where the action is’ niet  waar. Deze confrontatie maakte deel uit van een themadag voor jongeren tegen zinloos geweld. Eerst praatten de boksers een uur met de aanwezige jongeren over zinloos geweld. Op boksles leer je niet om er maar op los te slaan, maar juist om je agressie en kracht te  beheersen. Maar werkt dit ook zo? Het gaat er toch om, om gebruik te maken van de zwakke plekken bij de tegenstander, om volgens de reglementen te winnen. Kort na deze alternatieve dienst bekende de boksende dominee dat hij door het gejuich en gejoel in de kerk als het ware een rode waas voor de ogen kreeg. ‘Ik kreeg vleugels, voelde me geweldig. Ik zou hem wel eens even. Voluit ging ik in de aanval. Toen ik zag dat Arnold schrok, rook ik kansen, dreef hem in de hoek, (…) de beer was in me los. Als een dolle stier bleef ik rammen en meppen.’ Volgens de scheidsrechter was de dominee onreglementair bezig (onder de gordel dus). De predikant realiseerde zich later eerlijk, dat al zijn praatjes over verstandig leren omgaan met je agressie nergens op sloegen en dat hijzelf evenveel onbeheerstheid in zich had als de opgejutte vandalen over wie hij gepreekt had.[3]

Is hij een goede representant van het boksen, dus is dit typerend voor het boksen of zegt dit toch meer iets van de wellicht gefrustreerde predikant? Elke bokser is verplicht om voor en na de wedstrijd de tegenstander de hand te reiken. De bedoeling is dat boksers de wedstrijd op ridderlijke en sportieve wijze zullen spelen, zoals de reglementen die voorschrijven. Toch blijft het nog steeds ongezond om op je hoofd gemept te worden. Voor politieagenten lijkt het mij een goede zaak te leren boksen om daardoor een gevoelige dreun te kunnen verkopen, opdat ergere dingen zullen worden voorkomen. Net zo goed als zij schietles krijgen voor het geval dat…  Desalniettemin blijk je dus zowel energie te kunnen ontladen als agressie te kunnen opwekken. Zowel de sport als de sporter moet worden beschouwd.

Het persoonlijke getuigenis van de Europees kampioen karate en winnaar van kickboxing-partijen Danny Soto, stemt hiermee overeen. Soto bekeerde zich radicaal van vechtsport tot de levende God. ‘Toen ik in de hal aan kwam waar dit gevecht gehouden werd, was ik aardig tegen iedereen die ik in de hal maar tegen kwam. Maar toen ik in de ring stond keek ik mijn tegenstander, een grote boerenjongen, recht in de ogen aan. Zo probeerde ik hem alvast te imponeren en te intimideren. Het gevecht liep voor mij gunstig af. Voor de tegenstander minder. Toen hij op de grond lag te kreunen van de pijn wilde ik hem natrappen. Er was een enorme haat naar bovengekomen. Deze jongen straalde aan het begin van de wedstrijd zoveel zekerheid uit en dat had mij op een of andere manier geïmponeerd. De agressie kwam er plotseling uit. De scheidsrechter duwde me weg, waardoor hij ook een trap in het gezicht kreeg. De leerlingen van mijn school die ik bij me had, sprongen de ring in en doken op me af en brachten mij tot kalmte. Deze partij verloor ik. Ik werd wegens mijn wangedrag gediskwalificeerd. Toen ik de ring uitstapte en boos naar de kleedkamer liep moesten enkele glazen deuren het ontgelden. Ik uitte mijn woede en sloeg met m’n handschoen dwars door het gewapende glas heen. Mijn woede werd steeds heviger. Ik vloekte en tierde en daagde iedereen uit. Dit soort taferelen heb ik heel vaak meegemaakt. Ook bij andere vechtsporters. Het heeft niets te maken met de stijl die je beoefent. Men heeft het soms over de zachte en de harde stijl. Dit is een volkomen misvatting. De machten die achter deze sporten actief zijn, zijn allen eender. Het heeft mede met je karakter te maken hoeveel invloed ze op je kunnen krijgen. Maar er is aan die beïnvloeding door het spirituele in de vechtsporten geen ontkoming aan. Deze invloed was altijd aanwezig. Het is net alsof ik onder een bepaalde controle stond. Men noemt dat in de krijgskunst een levensstijl. Er behoort bij deze levensstijl best een goede discipline en zelfbeheersing. Maar de zelfbeheersing door de ”vrucht van God” is bovennatuurlijk en door de Heilige Geest.’[4]

3. Enkele vechtsporten summier besproken (zie verder ook Promise jan.1995)

Aikido Betekent: de weg (do) van het samenbrengen (ai) van levensenergie (ki). Dit is een Japanse zelfverdedigingskunst, die ernaar streeft om altijd met de beweging van een aanvaller of trainingspartner mee te gaan, die vervolgens voort te zetten en tegelijkertijd te controleren en richting te geven. De grondlegger van aikido is de Japanse Meester Morihei Ueshiba. Hij voegde diverse stijlen samen tot een nieuwe. De nadruk ligt op ‘ki’ (geest, levensenergie). Maar het leegmaken van de ziel mag niet ontaarden in een dromerige ‘highe’ stemming. Als pupillen hun leven zouden vullen met aikido, wordt de ontwikkeling in hun innerlijk van een zesde zintuig: het vermogen te voorspellen wat een aanvaller van plan is te gaan doen, beloofd.[5]

Han (Korea) Mu Do (weg van de gevechtskunst), betekent vrij vertaald ‘Koreaanse zelfverdediging’, of ‘Koreaanse wijze van martial[6] arts’. Han Mu Do is in 1989 opgericht door dr. He-Young Kimm (9e dan). De nadruk hier ligt vooral op de verdediging van trappen en stoten, mes- of stokaanvallen, vastgrijpen van kleding of lichaamsdelen. Volgens een folder verbetert Han Mu Do training het concentratievermogen, mentale alertheid, zelfvertrouwen, zelfbeheersing, zelfdiscipline en zelfrespect. Regelmatige meditatie- en ademhalingsoefeningen verbeteren ook de innerlijke kracht (Ki).

Judo (betekent ‘zachte weg’) is een spel dat berust op aanval en verdediging op werpen en grepen. Deze sport heeft een pedagogisch karakter. ‘Do’ duidt aan dat het een meditatieve kunst betreft. De vader van judo was Jogoro Kano-hanshi (1860-1938). Hij volgde een Zen-boeddhistische levenswijze.[7] Daardoor is het hele judo gebeuren niet ineens occult, net zomin als alle Toyota auto’s christenen zou besmetten omdat wellicht de boeddhistische meneer Toyota  (?) aan de wieg ervan stond. Over judo verderop in dit artikel meer.

Karate uit China afkomstig, betekent in het Japans ‘lege (ongewapende) hand’. Vanwege het wapenverbod door Japan, was karate de laatste mogelijkheid van zelfverdediging en moest in het grootste geheim beoefend worden. Karate werd voor het eerst in het openbaar  gedemonstreerd in 1922 door meester Gichin Funakoshi. Hij wordt gezien als de grondlegger van de Shoto Kan stijl. Deze stijl legt de nadruk op het geestelijke aspect van deze zelfverdedigingskunst. Wil men karate technieken effectief kunnen gebruiken, dan moet het geestelijke aspect zelfs een overheersende rol spelen. Oefening betekent oefening van lichaam en geest. ‘Hij die de weg van karate wenst te gaan, kan zich niet permitteren Zen en mentale vorming te verwaarlozen.’[8] Als we het woord ‘Karate-do’ gebruiken, moeten we de klemtoon op ‘do’ leggen. ‘Do’ betekent ‘de manier’ of ‘de weg’, maar waar leidt die weg naar toe? ‘Do’ duidt op een hoger streven dan hoe men moet blokkeren, schoppen of slaan. Het belangrijkste doel van karate moet zijn iemand te leren een niveau van een volmaakt karakter te bereiken door middel van het reiken naar een niveau van zelfbeheersing.[9] Geen enkele geschiedenis van karate –hoe beknopt ook- kan compleet zijn zonder een korte verwijzing naar Bodhidharma, die de ‘oorspronkelijke verspreider van het idee van de krijgskunsten’ wordt genoemd. Deze Indiase monnik was een briljante Zen-student. Veel krijgskunsten, met inbegrip van karate, hebben een godsdienstige grondslag. In de belangrijkste dojo’s (scholen waar karate wordt onderwezen) vindt men op de hoogste plaats een altaar als herinnering aan de filosofische achtergrond van karate. Een andere herinnering hieraan is de tijd, meestal aan het einde van de training voor meditatie (‘zazen’) om de geest te zuiveren en het lichaam te ontspannen. Bij karate hoort het verplicht buigen voor de Shinden (tempel waarin de voorouders worden vereerd), het groeten (Boeddha in elkaar begroeten) en de verschillende meditatietechnieken. De meeste oosterse vechtsporten komen voort uit het boeddhisme, dat leert dat je op eigen kracht de ‘verlichting’ kunt bereiken. Om de ziel daartoe vrij te maken, moet je je lichaam bedwingen, tuchtigen en onderwerpen. Karate is een middel daartoe. Plaats je bijvoorbeeld een stoot, dan wordt ‘kiai’ gebruld, wat ‘lichaam – geest’ betekent. Daarmee wordt aan de geest gevraagd of die je lichaam in het stoten wil leiden en inspireren. Punt vijf van de Dojo eed luidt: ‘We zullen onze goden volgen en nooit de echte betekenis van het woord nederigheid vergeten.’

[10]

Kickboxen  In kickboxen maakt men gebruik van de vuisten, de voeten en het scheenbeen. ... Bij Thaiboxen (Muay Thai in Thailand) maakt men gebruik van alle natuurlijke wapens van het lichaam : vuisten, voeten, ellebogen, knieën en het scheenbeen. Verboden in Europa zijn de elleboog- en kniestoten naar het hoofd. Bij deze vechtsporten –die zijn  als het ware bewegende meditatievormen- worden door de boxers amuletten gedragen. Soms worden bovendien de benen getatoeëerd. Het is gebruikelijk om de bovenarmen met speciale tatoeages te versieren, die veelal worden aangebracht onder geprevel van gebeden en bezweringen door ingewijde monniken. Deze aangebrachte tatoeages geven de boxers kracht.[11]

Kung-fu  ‘Dit is een verzamelnaam voor verschillende Chinese gevechtskunsten. De kung-fu-leraar moet in de eerste plaats over een mystiek-religieuze knobbel beschikken’.[12]

Tae-Bo is een combinatie van Tae Kwon Do, boksen, streetdance en karate, wat is ontwikkeld door de neger Billy Blanks in de VS. Hij was meervoudig wereldkampioen karate. ‘Tae Bo is een overtuiging, een manier van leven. Het heeft met je ziel te maken, met wie je bent van binnen. Als je daar je kracht vandaan kunt halen, train je je geest en houd je het heel lang vol. (…) Dan volgt de cooling down; oosterse stretchoefeningen op religieuze ‘feel good’ muziek.’[13]

Krav maga (Hebreeuws: קרב מגע, contactgevecht) is een verdedigingskunst die zijn oorsprong heeft in Hongarije en verder ontwikkeld is in Israël. De oprichter van de beweging is de Hongaars-Israëlische Imi Lichtenfeld, ook bekend onder de Hebreeuwse leenvertaling van zijn naam Imi Sde-Or of kortweg Imi. Kenmerkend voor Krav Maga is dat training vaak plaatsvindt met zeer uiteenlopende realistische situaties, zoals een ontvoeringssituatie, gevaar 's nachts, aanvallen op een belangrijk persoon, aanvallen met een vuurwapen of mes, enzovoorts. Verder wordt op verschillende locaties getraind, dit in tegenstelling tot veel budo-sporten die een vaste dojo hebben. Waar zelfverdedigingsvormen als aikido en jiujitsu zeer subtiele technieken kennen, die de meeste mensen pas in echte gevechtssituaties effectief kunnen toepassen als zij ze jarenlang hebben geoefend, en het wushu zeer veel sierlijke vormen kent, beperkt het Krav Maga zich grotendeels tot technieken die hoe dan ook snel effect hebben. Dit is met name om praktische redenen: technieken sluiten voornamelijk aan op natuurlijke reflexen van iemand die zich verdedigt tegen een aanval, en in veel gevallen moeten mensen zich in relatief korte tijd effectief kunnen verdedigen, waardoor een no-nonsense benadering voor de hand ligt. Zaken als eer en aanzien zijn ook veel minder van belang in het Krav Maga dan in bijvoorbeeld het wushu (Chinees voor krijgskunst).

Het Krav Maga kent dan ook geen kata (term uit de Japanse zelfverdedigingskunsten en vechtsporten zoals karate, jiujitsu, judo en in deze betekent het 'vorm'. Een kata is een individuele stijloefening) en is een geschikte methode voor zowel mannen als vrouwen van alle leeftijden om in relatief korte tijd te leren omgaan met (levens)bedreigende situaties, zoals bedreigingen met mes of vuurwapen. Zoals iedere realistische vorm van zelfverdediging is het Krav Maga niet aan regels gebonden, buiten de regels van de wet. Trappen en stoten naar het kruis zijn toegestaan, evenals stoten met de ellebogen naar het hoofd en het steken met vingers in ogen of tegen de keel. Het is dan ook geen sport, maar een zelfverdedigingssysteem. De beoefenaar van het Krav Maga zal dan ook indien mogelijk proberen conflictsituaties te vermijden, maar in een daadwerkelijke conflictsituatie alles doen om te overwinnen.[14]

Krav Maga kunnen we als verantwoorde verdedigingssport voor een christen zien.

4. Waarde-loze sport?

Gemeenten die vechtsporten subsidiëren, stellen dat jongeren er discipline door leren. Kwetsbare kinderen en vrouwen (en waarom niet mannen ?) kunnen hierdoor hun zelfvertrouwen verbeteren. Daar is natuurlijk niks mis mee. Anderzijds kunnen agressieve kinderen leren hun agressie beter te controleren en te reguleren. Op allochtone kinderen schijnt discipline en structuur een aantrekkingskracht te hebben. Onderzoekers Agnes Elling en Ester Wisse van sportonderzoeker Mulier Instituut ondervroegen 260 vechtsporters van 12 tot 16 jaar in 24 vechtsportverenigingen. De meesten deden aan kickboksen of Thai boksen en veel minder aan taekwondo en karate. Ze interviewden ouders van vechters en de trainers en volgden verschillende jonge sporters gedurende twee jaar. Vechtsport bleek geen wondermiddel. Er bleek een organisatorische wanorde te heersen, verdeeldheid, concurrentie en wantrouwen. Er zijn onvoldoende pedagogisch en didactisch onderlegde trainers, en onvoldoende afspraken over medische controles en registratie om de lichamelijke veiligheid van vechtsporters te garanderen. Zo is er geen duidelijkheid over de leeftijd waarop kinderen voor het eerst de ring in mogen voor een-op-een-gevechten. Daarbij is de kans op hoofdletsel het grootst. De meeste sportscholen laten kinderen bokskappen dragen, maar controle daarop is er niet. Bovendien blijkt er een vermenging tussen de onder- en bovenwereld in deze takken van sport. De divisie zware criminaliteit van de Amsterdamse politie constateerde ‘vergaande verwevenheid’ tussen kickboksen en de georganiseerde criminaliteit.[15] Volgens de Amsterdamse oud-burgemeester van der Laan heeft de helft van de zeshonderd gewelddadige jeugdige veelplegers in Amsterdam op een vechtsport gezeten.  Volgens deze burgervader kan vechtsport positieve effecten hebben op jongeren, maar als het misgaat, hebben ze wel technieken geleerd die hen heel gevaarlijk maken op straat.[16]

Is elke sport als alternatief om te ontspannen oké? Sport kan heerlijke onschuldige ontspanning zijn door inspanning. Maar wat te denken van de meedogenloze  kooigevechten met weinig spelregels waar vechtersbazen tot bloedens toe op elkaar in beuken tot één van de twee opgeeft? Dat is toch niet meer gezond te noemen. Ook vrouwen doen mee aan de georganiseerde vechtsporten. Ze nemen dan zelfs het risico dat ze door lichamelijk letsel niet zwanger te kunnen worden, zoals  Marlies Coenen. Deze drievoudig MMA-wereldkanpioene raakte desondanks trouwens wel zwanger. Sport is belist gezond, maar sportblessures blijken vaak helaas onvermijdelijk. Bij vechtsporten is dat eerder regel dan uitzondering, want het is toch de bedoeling dat je je tegenstander pijnigt, treft op z'n zwakke plek, kwetst en uitschakelt door je krachten die je op een tactische manier inzet. Spelregels moeten hierbij wel in acht genomen worden, want het is nou ook weer niet de bedoeling dat sporters blijvend invalide of zelfs levenloos de mat verlaten.

Wat moet je verder denken van publiek dat mateloos kan genieten van een felle worstelpartij, hetzij tussen mensen onderling, mensen en dieren (stierengevechten) of dieren onderling (hanen, beer – honden, enz.)? Hebben deze bloeddorstige toeschouwers die kicken op spanning en sensatie, niet een verziekte geest?! Leve de 'Survival of the fittiest'...

Zoals gezegd  kan sport energie en zelfs agressie doen ontladen, maar evengoed ook opwekken. Het is de vraag of dit aan de sport ligt of aan de spelers en supporters. Hoeveel supporters hebben zich immers niet na een wedstrijd uitgeleefd in gewelddadigheden en vandalisme? De moderne mens blijkt niet onder te doen voor de oude Romeinen die voor de wrede spelen op leven en dood massaal samenstroomden in de arena’s. Brood en spelen zijn nog steeds onmisbaar.

Interessant in dit verband is om na te gaan wat het effect is van al die geweldsfilms en gewelddadige computerspelletjes. Als je scoort door zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk dood te meppen en daarop kickt, dan is er toch wel een steekje bij je los. De grens tussen de virtuele en reële wereld kan gevaarlijk vervagen. Dit is toch onverenigbaar met het christen zijn, waar respect en opofferende liefde een grote plaats in nemen. De oersterke God blijkt Zich het lot van juist de zwakkelingen aan te trekken: de weduwen, wezen en vreemdelingen en rekent af met de arrogante, machtsmisbruikende groten der aarde die rechten vertrappen. Al die mensonterende praktijken getuigen niet van een hoogstaande beschaving en pleiten trouwens evenmin voor de evolutie, mocht die bestaan… Dat christenen toch hiervan schijnen te kunnen genieten is te wijten aan het voeden van hun ‘vlees’ of zondige natuur. Een tip voor christenen: kopieer Exodus 20 en Galaten 5 en plak dit naast (of op!) uw televisie en computer.

5. Zelfverdediging

De Oudtestamentische regel ‘oog om oog, tand om tand’ was billijk en bedoeld om geweld niet te laten escaleren. Jezus leerde ons in de zogenaamde bergrede daarenboven de boze niet te weerstaan, ‘doch wie u een slag geeft op de rechterwang [dat is vernederend, minachtend], keer hem ook de andere toe’. Het betreft hier het lijden om Christus’ wil. Hoe deed Jezus dat Zelf? Toen Jezus Zich voor de hogepriester Annas moest verantwoorden, gaf een van zijn dienaars Jezus een slag in het gelaat. Jezus liet niet over Zich heen lopen, verdedigde Zich evenmin met geweld, wel met woorden.[17] De boze, de duivel die rondgaat als een brullende leeuw, hebben we wèl te weerstaan[18], maar de boze of slechte mens hebben we als mens te respecteren. We worstelen immers niet tegen vlees en bloed. Dat neemt niet weg dat criminelen hard aangepakt moeten worden. Saul pleegde een moordaanslag toen hij met zijn speer de harpspelende David aan de wand trachtte te spietsen. Daarop gooide David de speer niet terug, maar vluchtte, want hij weigerde de hand te slaan aan de gezalfde van de Heer. [19] Echter niet voor iedereen was David even zachtzinnig.

De eerdergenoemde tekst uit de bergrede mag niet gebruikt worden ten gunste van pacifisme. De realiteit is dat de maatschappij door de zonde verrot is. De defensieve overheid draagt het noodzakelijke, dodelijke zwaard niet tevergeefs.[20] Daarom mag en hoeft de individuele christen in zijn persoonlijke betrekkingen zelf niet wraakzuchtig en zelfzuchtig te zijn en zichzelf te verdedigen. Zelfverdediging is voor een christen geen principieel taboe. Wim van Doorn, overtuigd christen en leraar judo en fitness, gelooft zeker in Gods bescherming, maar ook dat je zelf wat mag doen. “Als je jezelf niet mag verdedigen, moet je ook geen leger hebben. Je fiets op slot zetten, je huis afsluiten –dat zijn toch ook vormen van defensie? Als een meisje lastig gevallen wordt, mag ze dan niet roepen, die persoon met haar handen wegduwen of zelfs een klap geven?’[21]Jezus was op zich niet tegen defensief wapenbezit:  ‘Zij zeiden: Here, zie, hier zijn twee zwaarden. Hij zei tot hen: Het is voldoende.’ [22] Maar in Getsemane werd er niet fysiek gevochten. Het verbazingwekkende, paradoxale deed zich voor, dat juist door te verliezen, namelijk door de schandalige dood aan het vervloekte kruis te sterven, Hij overwon. ‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest’[23], is Gods methode, hoewel volgens het laatste bijbelboek er nog geweldige krachtmetingen zullen plaatsvinden. Maar deze teksten slaan niet direct op vechtsporten.

6. Christenen in de vechtsport

De christen-judoleraar Wim van Doorn, zou christenen willen afraden om karate, kung fu en kickboxen te doen. Bij twijfel niet aan beginnen, luidt zijn advies. Maar dat geldt voor alle sporten. Niet alle vechtsporten wijst hij af. ‘In mijn 20 jaar ervaring als Christen sportschoolhouder, heb ik nog nooit een wedergeboren Christen meegemaakt, die na zijn bekering van God moest stoppen met Judo of Jiu-Jitsu.’[24]Samen met zijn broer Mans en zes free-lance docenten bereiken zij wekelijks achthonderd mensen tussen de vier en zeventig jaar op hun sportschool in Rhenen. Niet sport, maar (het evangelie van) de Here Jezus is de passie van de van Doorns. Op een ongebruikelijke manier horen, lezen, zien de vaak onkerkelijke sporters bij hen het evangelie. Wat een kansen![25]  Bewust distantiëren de van Doorns zich van de religieuze achtergrond van judo. Dat deze er inderdaad is, bewijst het volgende citaat uit een judoblad: ‘Indrukwekkend wederom het openingsprotocol door twee Shinto-priesters en een Hoofd-priester. Het inzegenen van de deelnemers, de medewerkers, gasten- en eregasten en het publiek. Een indrukwekkend geheel waaruit blijkt dat judo meer is dan alleen “zomaar” een sport. Duidelijk werd bij deze Japanse School Judokampioenschappen richting gegeven dat judo = opvoeding, mentaliteit, karakter die door en in de strijd - maar ook daarbuiten - wel degelijk tot uitdrukking moet worden gebracht.’[26] In Japan is de relatie tussen judo en religie heel sterk. Maar Japan is Nederland niet.

De vraag is echter of judo nog wel judo kan zijn indien het ontdaan wordt van de religieuzeachtergronden. Hetzelfde geldt natuurlijk voor andere (vecht)sporten. ‘En is iemand een kampvechter dan ontvangt hij de krans alleen, als hij volgens de regels van de kamp heeft gestreden.’, zo schreef reeds de apostel Paulus in 2Tim.2:5. Eigenmachtig de spelregels veranderen levert eigenlijk een ander, nieuw spel op.Het volgende getuigenis op CIP (Christelijk Informatie Platform) is van docent lichamelijke opvoeding Gerdien Kaan en maakt duidelijk dat judo geen onschuldig verdedigingsspelletje betreft. Zij beoefende tot voor kort een vechtsport.  "Ik geloof dat er in alle vechtsporten demonische invloeden zitten vanwege de afkomst en het doel van de afzonderlijke sporten." “Vorige week vertelde Gerdien Kaan op over de tijd voor haar bekering en hoe God haar terug trok. Vandaag vertelt ze hoe ze door God krachtig werd stilgezet bij het feit dat Jiujitsu een sport is waarbij afgoden worden aanbeden.

"Op 1 januari van het afgelopen jaar ging ik met een vriendin naar Zeeland om mijn ouders gelukkig Nieuwjaar te wensen. voordat we terug gingen, liet mijn vader een filmpje zien van het Nederlands Kampioensschap waar ik ook actief was geweest." Toen ze vervolgens naar huis reden ervoer Gerdien een enorme spanning: "Alsof ik ontzettend zenuwachtig was. Ik wist niet precies waarom en al pratende probeerde ik daarachter te komen. Ik dacht dat het kwam doordat mijn auto wat raar deed en troostte me met de gedachte dat ik lid ben van de ANWB, achteraf bleek dat de spanning en onrust niet daar vandaan kwamen. Er vond een geestelijke strijd plaats." Een vriendin van Gerdien vroeg haar alle dingen uit haar leven op te sommen: "Daarmee leek het licht van een schijnwerper op mijn hobby en sport te vallen. Het werd me allemaal duidelijk, ik heb een andere God aanbeden. Ze noemen het groeten, maar feitelijk is het een buiging, ik heb gebogen voor satan terwijl ik hem niet meer toebehoorde! Ik was compleet verslagen. Vooral omdat ik er al eerder bij werd bepaald dat het groeten meer inhoudt dan een onschuldige buiging, ik ervoer er altijd een bepaalde weerstand in. De afgelopen tijd heeft de Heere me veel vaker duidelijk gemaakt dat ik hiermee moest breken, maar op een of andere manier heb ik niet geluisterd en bleef ik het goedpraten."

"Vervolgens heb ik in het bijzijn van mijn vriendin alles voor de Heere beleden en om vergeving gevraagd. Ik heb Hem gedankt dat Hij mij wilde vergeven. Achteraf hoorde ik dat mijn vriendin na het zien van het filmpje voor mij heeft gebeden of de Heilige Geest me zelf van zonde wilde overtuigen. Ze heeft er verder niets over gezegd en alles aan de Heere over gelaten." Kaan vindt het bijzonder om te zien hoe de Heilige Geest dit alles voorbereid en gewerkt heeft: "Mijn vriendin zou namelijk in eerste instantie niet eens mee gaan naar Zeeland! Toen moest ik gaan breken met alles wat met de sport te maken had. Ik heb alle banden die ik bezat, mijn lidmaatschap, boeken videomateriaal van mijn pc weggegooid. Heel bijzonder was het om op mijn ledenkaart te zien dat mijn contributie doorliep tot januari 2011. Wat een timing! De Heere bewaarde me voor de 'zwarte band'." Kaan besluit met de mening dat in alle vechtsporten demonische invloeden zitten vanwege de afkomst en het doel van de afzonderlijke sporten: "Behalve de Israëlische vechtsporten, want die hebben een andere oorsprong en een ander doel. We kunnen de invloeden zien in de terminologie van de verschillende vechtsporten. Ze hebben vaak een geestelijke lading. Samurai(oprichter van jiujitsu) betekent 'Hij die dient', Dojo (zaal waar men traint) betekent 'De plaats waar men de weg leert'. Jezus zei 'Ik ben gekomen om te dienen' en 'Ik ben de Weg'. Vechtsporten of ook wel vechtkunsten hebben altijd dezelfde onderliggende gedachten: het met behulp van fysieke kracht of middelen de tegenstander verslaan en tegelijkertijd jezelf verdedigen tegen een fysieke aanval. De Bijbel leert ons in Mattheus 5 iets anders."[27]

7. Te onderzoeken

Alles, dus ook sport, kan verworden tot een afgod. Bovendien kan de sportbeoefenaar negatief beïnvloed worden door de principieel anti-christelijke filosofie die er achter schuilt. Welke sport is eigenlijk wèl kosher? Oorspronkelijk waren de Griekse Olympische Spelen zeer religieus getint. Bij westerse sporten kan het vandaag er evenzeer barbaars aan toegaan. Denk maar aan extreem fanatisme (gedreven door eer- en geldzucht), wat op de voetbalvelden geschreeuwd, gevloekt en nagetrapt wordt, en wat speelt er zich in kantines al niet af. De moderne mens lijkt in de ban van de afgoderij van het WK. Het ziet er buiten dan meer oranje uit dan op koninginnedag. Maar hopelijk maakt het wel degelijk uit of je bij een christelijke sportverenging sport. Alvorens u ergens voor op te geven, zou u op onderzoek kunnen gaan voor uzelf of kind. Wat zijn de achtergronden van die sport, en spelen die een overheersende rol? Wat voor sportschool is het, wie is die sportleraar of trainer? Distantieert de leraar zich duidelijk van oosterse religies, of zijn ceremoniën, meditaties (Tai –Chi) of yoga, verplicht? Spelen meditatie en concentratieoefeningen een rol? Welke muziek brengt men ten gehore en wat voor invloed heeft dit? Maak eens een les mee. Hoe groot is de macht van de leraar over de pupillen? Welke christenen zijn u in die bepaalde sport voorgegaan en wat zijn hun bevindingen? Kom je, wellicht na verloop van tijd in de benauwdheid of geestelijke duisternis, word je agressief, ervaar je een geestelijke blokkade (bijvoorbeeld geen lust tot gebed, bijbellezen, kerkbezoek), ervaar je een opvallende wijziging in je karakter?

8. Demonische beïnvloeding?

De vergelijking met de uit het heidendom stammende kerstboom dringt zich op of gaat die vergelijking mank? Hoewel de kerstboom niets met het geboortefeest van Christus te maken heeft, plaatsen vele christenen deze aardige versiering elk jaar weer in hun huiskamer. Stellen zij zich daardoor bloot aan heidense, ja zelfs occulte invloeden? Hetzelfde kunnen we ons afvragen bij paaseieren en dergelijke attributen. Welke christen ligt wakker van de namen van heidense afgoden die in onze weekdagen en maanden van het jaar voorkomen? Ligt het groeten van de Boeddha bij vechtsporten niet in het verlengde? Of is er duidelijk meer aan de hand?

 

Vanuit ervaringen met zichzelf en observaties bij honderden leerlingen die hij in verschillende vechtsporten heeft opgeleid, waarschuwt Danny Soto ernstig voor het neerknielen om in za-zen meditatie houding te zitten en vervolgens de groet aan de leraar en de grondleggers in het land van oorsprong van de stijl die u beoefent, te brengen. ‘Dan stemt u namelijk in met de geestelijke leer waaraan u zich heeft verbonden, door die vechtsport die u beoefent. Hierdoor gebeurt er wel degelijk wat in de onzichtbare wereld. U zal er misschien niet direct erg in hebben, maar toch is er een link gelegd op basis van deze valse occulte leer in zijn verwevenheid met vechtsporten. Hierdoor zal geleidelijk aan  een karakterverandering tot stand kunnen komen. De meeste beoefenaars worden kil, hard, egocentrisch, rustig, zelfverzekerd en trots. Meestal gaan zij een geïsoleerd leven leiden. Ze sluiten zich steeds meer af voor de liefde. Vaak kunnen zij niet goed (meer) tegen liefkozing. Ook de liefde van de Here Jezus dringt steeds moeilijker door in het hart.’[28] Hij getuigt dat het bij elkaar maar liefst zo’n zes jaar geduurd heeft voordat hij niet meer wegrende voor intimidaties van satan, zoals achtervolging door boze geesten met vette klauwen die zijn keel dichtknepen en zijn beide armen vasthielden![29]

De Australiër Barry Kessing, die acht jaar trainer is geweest, zei na zijn bekering: ‘Ernstige vormen van demonische bezetenheid lijken vrijwel onmogelijk, als de instrukteur niet in de eerste plaats de uitgangspunten duidelijk maakt, maar alleen maar bezig is met technieken, oefeningen en een beetje traditie. Maar je beseft niet dat er door die trainingen een filosofie op je inwerkt die aan de basis al verkeerd is.’[30] Verwarring, verleiding en misleiding zijn beproefde middelen in de handen van Gods tegenstander. Met andere woorden: karate en alle oosterse vechtsporten (en de ’gewone’ sporten dan?) hebben een a- of zelfs antichristelijke oorsprong en filosofie. Indien die achtergronden, meditaties en concentratieoefeningen in het begin achterwege gelaten kunnen worden (nogmaals: kàn dat wel??)[31], doet de christen er verstandig aan steeds alert te blijven. Alles verandert immers, en de maatschappij lijkt steeds religieuzer te worden.

Zoals het geweten bij de één vreemd genoeg veel nauwer is dan bij de ander,  zo blijkenChristenen opvallend geen eenduidige gevoeligheid voor het occulte te ervaren:

‘Hoewel het niet onwaarschijnlijk is dat, naarmate men langer betrokken is geweest bij occulte zaken, de kans groter is dat demonische gebondenheid het gevolg is, hebben we vastgesteld dat niet iedereen die zich met occultisme heeft beziggehouden dezelfde gevolgen ondervindt. Sommigen kunnen deel hebben gehad aan een occulte ervaring zonder dat dit resulteert in een binding, terwijl anderen door dezelfde ervaring zwaar in de problemen komen. Het is ons niet helemaal duidelijk waar dit aan toe te schrijven is. Kennelijk is de een gevoeliger of kwetsbaarder dan de ander. Dat kan te maken hebben met het gezin waaruit men komt of met de geslachtslijn, mogelijk ook met de bescherming van christelijke ouders, maar het hangt wellicht ook samen met de mate waarin men zich heeft opengesteld voor het occulte.’[32]

9. Wees sterk

In de sportwereld is het gebruik van bepaalde chemische pepmiddelen verboden. Niet alleen door pillen kan een mens fysiek in kracht toenemen. Ook boze geesten kunnen je bovennatuurlijk, onmenselijk sterk maken.  De synoptische evangeliën rapporteren van een door boze geesten bezeten man, of zelfs twee mannen.[33] Door een legioen onreine geesten kon hij zijn kettingen en boeien stukbreken. Hij pijnigde zichzelf door zichzelf met stenen te slaan. Jezus is niet bang voor deze oersterke, gevaarlijke man. Hij ontweek hem niet, nee sterker nog, hij zocht hem op in het land van de Gerasenen of Gadarenen, op een onreine begraafplaats. Hier vond geen fysieke krachtmeting plaats, maar een geestelijke. Jezus was geen Kung Fu goeroe. In plaats van hem nog meer te pijnigen verloste de Verlosser hem van zijn kwellende inwonende geesten. Hij werd weer mens, was weer gekleed en goed bij zijn verstand, en naar we mogen aannemen van zijn bovennatuurlijke krachten gereduceerd.

Waarom zouden sporters die zich niet aan het evangelie willen onderwerpen, niet al het mogelijke (onophoudelijk trainen, chemische middelen slikken of spuiten [lichaam], meditatie [ziel] of occultisme [geest]) doen om een topprestatie te kunnen leveren? Voor een christen zijn er echter duidelijk grenzen, opdat het ons wèl ga! Wat baat het een mens om de hele wereld te winnen, om wereldkampioen te zijn, maar zijn ziel te verliezen? Vertrouwen op spierballen en behendigheid kan afgodisch zijn. Daartegenover stelt Gods Woord: ‘De naam des HEREN is een sterke toren; de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar.’ (Spr.18:10) Zonder de ware God is het onmogelijk om onkwetsbaar te worden. Ik herinner me vaag een verhaal van een christin die belaagd werd door een overvaller, de naam van Jezus aanriep, zodat de overvaller op de vlucht sloeg. Anderzijds kunnen ook christenen slachtoffer worden van verkrachting en moord. Bij afwezigheid van de overheid (politie) is zelfverdediging voor een christen uit noodweer geoorloofd.

10. Conclusie

Volgens Danny Soto, die de vechtsport door jarenlange ervaring van binnenuit kent,

zou een christen niet aan vechtsporten mogen deelnemen om de volgende redenen:

  1. elke oosterse vechtsport is een religie die leidt tot zelfverwerkelijking
  2. za-zen meditatie in de vechtsport, is hetzelfde mediteren als in het zen-boeddhisme, een methode om tot verlichting te komen
  3. het is een deur die opening geeft aan het spirituele (het occulte)[34]

Dat je om hoger op de oosterse vechtsportladder te komen, je meer met religieuze achtergronden zult moeten inlaten, ontkent judoka (5e dan) W. van Doorn. Lekker onschuldig een balletje trappen of profvoetballer zijn maakt wel verschil. Je werk kan je afgod worden. Door je al dan niet bewust open te stellen voor de geestenwereld die zich niet aan Christus wil onderwerpen, open je de invalspoort voor de immer strijdlustige boze en onreine geesten. Uit de praktijk blijkt wel dat de één daar veel gevoeliger voor is dan de ander. Anderzijds hoeven we ook niet te paniekerig zijn voor occulte besmetting. Geef de duivel in elk geval geen voet, zelfs geen teen, laat hem dus niet bewust of onbewust binnen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Bij twijfel niet inhalen. Laat je goed voorlichten en niet verleiden door (relatieve!) roem en eer in de sport. Bewaar jezelf onbesmet van en in deze heidense wereld. Dat dit mogelijk is, bewijzen wel de Egyptische onderkoning Jozef, die omringd was met tovenaars en nochtans een type van Christus en de godvruchtige topambtenaar Daniël, die occulte regiems overleefde en vroom bleef. Dus… sterkte!

drs. W.J.A. Pijnacker Hordijk

update aug. 2017



[2] Dominee in de kerk op de vuist met Arnold Vanderlijde en Boksende predikant wil beheersing van agressie, Trouw , 10-4-2000, pp. 1 en  14

[3] Boksende dominee biecht: ook ik ben echte hooligan, Trouw 13-4-2000

[4] Danny Soto, “Zijn vechtsporten uit den boze?” Het eerste christelijke boekje over vechtsporten (Haarlem: Interkerkelijk Christelijk Centrum Haarlem, 1999) p. 32   ICCH: Veenbergstraat 12, 2023 KJ Haarlem, tel./fax. 023-5255004

[5]  Thomas Leeflang, “ BUDO”  boek, Prisma, pp. 153, 154

[6] ‘martial’ betekent (oosterse) gevechtskunst. Martial arts can also be linked with religion and spirituality. Numerous systems are reputed to have been founded, disseminated, or practiced by monks or nuns.

Throughout Asia, meditation may be incorporated as part of training. In those countries influenced by Hindu-Buddhist philosophy, the art itself may be used as an aid to attaining enlightenment. Japanese styles, when concerning non-physical qualities of the combat, are often strongly influenced by Mahayana Buddhist philosophy. Concepts like "empty mind" and "beginner's mind" are recurrent. Aikido, for instance, can have a strong philosophical belief of the flow of energy and peace fostering, as idealised by its founder Morihei Ueshiba. Traditional Korean martial arts place emphasis on the development of the practitioner's spiritual and philosophical development. A common theme in most Korean styles, such as taekkyeon and taekwondo, is the value of "inner peace" in a practitioner, which is stressed to be only achieved through individual meditation and training. The Koreans believe that the use of physical force is only justified through defense.

Systema draws upon breathing and relaxation techniques, as well as elements of Russian Orthodox thought, to foster self-conscience and calmness, and to benefit the practitioner in different levels: the physical, the psychological and the spiritual. Some martial arts in various cultures can be performed in dance-like settings for various reasons, such as for evoking ferocity in preparation for battle or showing off skill in a more stylized manner. Many such martial arts incorporate music, especially strong percussive rhythms. (See also war dance.) https://en.wikipedia.org/wiki/Martial_arts

[7] T. Leeflang,  a.w.,  pp. 30, 33

[8] T. Leeflang, a.w., pp. 124, 125

[9] Steve Arneil (6e dan) en Bryan Dowler (3e dan) Het grote karate-boek (Helmond: uitgeverij Helmond, ?) pp.  6, 9, 10, 174

[10] Nederlandse Karate Kyokushinkai kort overzicht, editie 1990, p. 5

[11] Danny Soto, a.w.,  p. 15

[12] T. Leeflang, a.w., p.  64

[13] Sabine Zurel, Tae Bo is levensfilosofie, les van goeroe Billy Blanks, Metro (?) 10-1-2000

[15] Criminelen kloppen soms letterlijk bij de sportschool aan. Kickboksers en de onderwereld De kickbokssport is nauwelijks ‘schoon’ te houden, maar kinderen kunnen wel baat hebben bij de sport. en Als de trainer deugt, leert kickboksen kinderen discipline, Sheila Kamerman en Merel Thie, NRC Handelsblad 25-1-2013, p. 10, 11.

[16] N.a.v. een onderzoek van de Universiteit van Utrecht: http://www.sportsmedia.nl/bestuur-en-management/aanzien-en-overleven-in-een-sport-vol-passie/ Helft van criminele jeugd op vechtsport, NRC Handelsblad, 25-1-2013, p.1

[17] Mat.5:38, 39; Joh.18:22, 23

[18] 1Pet.5:8, 9

[19] Ef.6:10-12, 1Sam. 9, 10

[20] Rom.13:4

[21] Annelies Barth, Kan een christen een sportschool runnen?  De principes van Wim van Doorn,  Christen Vandaag, nov. 1998, pp. 12-14

[22] Luc.22:38

[23] Zach.4:6

[24] In zijn brief aan mij van 30-8-199 schrijft hij verder erbij: ’Als u deze zin letterlijk wilt overnemen in uw artikel, ben ik benieuwd of er in Nederland iemand is. Die persoon mag mijn adres hebben, want dan wil ik graag met hem daarover praten. Want ik wil absoluut niet pretenderen dat er voor mij niets te leren valt op dit gebied.’  W.J. van Doorn, Populierenlaan 3, 3911 GR Rhenen

[25]Jiujitsu is goed voor meisjes’ (over Wim van Doorn) Visie 7-13 feb. 1999, ‘God had met mij een stappenplan’ (over Mans van Doorn) Visie, 25-31 juli 1999

[26] uit Samurai, vrij en onafhankelijk vechtsport(maand)blad, feb. 1979, p. 3

[27] www.cip.nl/nieuwsbericht_detail.asp?id=21647#reacties  

Reacties:

* Gaaf! Ik kom ook uit Zeeland en heb gelukkig ook niet meer in huis dan de bruine band. Wat ik wel weet is; dat toen ik nog geen christen was ik aan vechtkunst deed en het verbonden was met een bepaald levenswijze. Helaas is die levenswijze vaak verbonden met een bepaalde demonische achtergrond!
Toverspreuken opzeggen om je te sterken. Mediteren en gedachten openstellen voor de "andere wereld". Een guru met krachten van genezing en toverarij. Toen ik de Heer Jezus aannam als Heiland en verlosser was ik gebonden en waren er demonen die uit mij moesten gaan. Ze gingen, geprezen zij de Heer! Ik ben gaan werken in het leger en justitie en heb de vechtkunst daar op gepaste wijze moeten toepassen. Altijd in gebed met de Heer Jezus. Gelukkig redde Hij mij uit veel situaties waar inderdaad matheús 5 boven alles staat! Groetjes hoor.  Gio van der Wielen, Vlissingen | 29-3-2011 12:49:23

* Klopt! dit heb ik ook meegemaakt, maar dan alweer 20 jaar geleden. Mijn zoon had veel nachtmerries en zat op karate al zo'n 1,5 jaar en toen werd ik Christen. De H.G. liet mij weten dat mijn zoon daarmee moest stoppen. Anderen vonden dit vreemd, maar ik wist het zeker er zat iets occults aan.Toen hij ermee stopte,stopte ook zijn nachtmerries. 8 jaar later kwam een boekje uit over ene karatekampioen Dhr. Soto en heeft het helemaal uitgeplozen waarom die oosterse vechtsporten niet goed zijn. Hij zelf is er ook mee gestopt maar had nog lang last van die boze geesten.  Ik heb veel mensen er voor mogen waarschuwen maar de laatste tijd kom je veel Christenen tegen die de sport beoefenen en er niets van willen weten dat dit uit de boze is. asomim, Nieuwegein | 29-3-2011 11:47:36  

[28] Danny Soto, a.w.,  pp. 19, 20, 29

[29] Danny Soto, a.w.,  p. 35

[30] Frans Bruijns & Ron Houtzager, AAAAAAAAAAAAAAAAAGH!, Herstel, maart 1986, p. 10, overgenomen van Evangelisch Centrum ‘De kandelaar’ te Rotterdam.

[31] ‘De Judobond begint nu verplicht te stellen tijdens de grote toernooien om te groeten voor de judomat, dat is voor ons onacceptabel!’ Citaat uit brief van W.J. van Doorn van 30-8-1999

[32]  Joost Verduijn, Bevrijdingspastoraat  hulpverlening aan mensen die door demonen gebonden zijn (Hoornaar: Gideon, 1999) p. 80

[33] Mat. 8:28-34,  Marc. 5:1-20, Luc. 8:26-39

[34]  Danny Soto, a.w.,  p. 38


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Lichaamswerk occultisme en cultuur