De man die nooit kind geweest is

De man die nooit kind geweest is

Larry had het mooiste huis in de straat. Het was niet het duurste huis, maar met alles erop en eraan was het wel het beste wat Larry krijgen kon. Hij werkte er op zijn minst vier uur per avond aan, tot zelfs twaalf tot zestien uur op zaterdag en zondag. “Het schoot al aardig op” zei hij, terwijl hij er al bijna zes jaar zo hard aan gewerkt had. Enkele verbeteringen die Larry in die tijd had aangebracht betroffen het tapijt, het plafond, de tuin, het gras, de elektrische bedrading, de ramen, de boiler, de parketvloer, de garage, de renovatie van de muren, het planten van fruitbomen, de gootsteen, de nok van het dak en de hondenren. Larry voelde zich nooit helemaal op zijn gemak, de buren plaagden hem een beetje, en zijn vrouw leek nog steeds niet gelukkig met de resultaten, zodat Larry maar niet kon besluiten of hij nu meer of minder zou gaan werken. Larry was een ernstig geval van iemand met angst voor afwijzing. Als je hem zou vragen waarom hij zo hard werkte, dan zou hij je vertellen dat hij alleen maar een goede echtgenoot, vader en christen wilde zijn. Hij probeerde te doen wat men van hem verwachtte, of nog beter, wat hij zichzelf oplegde. Omdat hij nooit de vreugde van zijn vaders aandacht had genoten is hij een man geworden die nooit kind geweest is. Larry leerde in zijn kinderjaren het omgekeerde zorgpatroon. In plaats van te leren voor zichzelf te zorgen, leerde hij te zorgen voor anderen. Omgekeerde zorgpatronen worden geleerd als iemand, die minder volwassen is, verantwoordelijk gemaakt wordt voor de behoeften van meer volwassen personen. Deze pseudo-volwassenheid treedt op als ouders hun kinderen verantwoordelijk stellen voor hun eigen behoeften en gevoelens. Door dit omgekeerde zorgpatroon leek Larry altijd ouder dan zijn leeftijdsgenoten. In een dergelijke, niet goed functionerende, familie doen de volwassenen of ze kinderen zijn, terwijl de kinderen volwassen proberen te zijn. Dit omgekeerde rolpatroon is de beste manier om de effecten te beschrijven van het proberen volwassen te zijn, zonder eerst de lessen van het kind zijn te leren. Zoals al eerder gezegd werken deze lessen cumulatief. Alle ‘kneepjes’ van volwassen mannen worden ontwikkeld vanuit de ‘software’ van een jongen, in plaats ervan dat deze vervangen wordt door de ‘software’ van de volwassene. Waarschijnlijk zal iedereen, dat wil zeggen zijn vrouw, kinderen en leden van de kerk, voor de rest van zijn leven misbruik van Larry maken. Het is net als die misplaatste grap over die vrouw die naar een psychiater gaat en zegt: “Mijn man denkt dat hij een hond is”. “O, daar kan ik wel wat aan doen” zegt de dokter. “Ja, maar wie brengt de krant dan binnen?” vraagt ze.

Omgekeerd rolpatroon: pseudo-volwassenheid.
• Heel harde werkers, die maar weinig vreugde en tevredenheid kennen door al hun inspanningen.
• Ze zorgen voor andermans behoeften, maar ontkennen hun eigen behoeften, die ze niet serieus nemen.
• Ze zijn vaak bang dat anderen van streek raken en teleurgesteld raken in hun verwachtingen.
• Ze kunnen niet denken in termen van eigen voldoening, maar zijn steeds gericht op anderen.
• In hun visie op de realiteit is er geen plaats voor eigen gevoelens.
• Ze mogen geen fouten maken.
• Ze leren niet van hun ervaringen, behalve dan om nog harder te werken om geen fouten te maken.
• Ze zijn altijd maar bezig te geven en te zorgen voor anderen.
• Ze voelen zich schuldig als ze iets ontvangen.

Een pseudo-volwassen man of vrouw vertoont vaak een of meerdere van bovengenoemde kenmerken. Het is heel frustrerend om te proberen een man te zijn voordat je ooit een jongen geweest bent. Uiteindelijk zal de ‘bedrieger’ die een omgekeerd rolpatroon vertoont, ontmaskerd worden, omdat hij te weinig of teveel consumeert, teveel of te weinig werkt en nooit tevreden is. Hij zal aan het einde van zijn krachten zijn juist op het moment dat hij die het meeste nodig heeft. Vrouwen herkennen hun man zelden als iemand die pseudo-volwassen is, behalve als hij gaat zorgen voor zijn vader of moeder, broers of zusters in plaats van voor zichzelf. ‘Zorgers’ worden door hun vrouwen soms tot de orde geroepen als ze voor hun kinderen en vooral voor hun stiefkinderen een overdreven zorg gaan vertonen. Er ontwikkelt zich een ruzie met een man die nooit kind geweest is en die zich door niemand iets laat gezeggen. Voor wie moet Larry nu zorgen, voor zijn ouders, vrouw, kinderen, baas, kerk, stad of de mensen die hem iets lenen? Het is duidelijk dat het alle kanten op kan gaan en dat het afhangt van waar Larry zijn grootste ‘angstbinding’ mee heeft. Als Larry getrouwd is en de grootste angstbinding die voor zijn moeder is, dan zal hij hoogstwaarschijnlijk meegesleept worden naar een televisieshow van dr. Phil waar hij belachelijk gemaakt wordt als een ‘moederskindje’. Als zijn grootste angstbinding die voor zijn vrouw is dan zal Larry hoogstwaarschijnlijk de beslissing nemen om zijn hele leven zijn vrouw op de verkeerde manier achterna te lopen. Larry’s onvolwassen en kinderlijk gedrag zal waarschijnlijk door zijn vrouw uitgebuit worden, terwijl ze nooit tevreden is met wat hij tot stand brengt, of wie hij is.
Heel vaak gaan vrouwen trouwen als ze pseudo-volwassen zijn. Ze vertonen dan een omgekeerd zorgpatroon en het ziet er dan naar uit dat ze de beslissing genomen hebben hun hele leven te gaan zorgen voor hun mannen die dan meestal ook altijd kind zullen blijven. Zijn draagvlak is niet erg groot, net als zijn volwassenheid; hij is geen hoogvlieger.

De man die altijd kind is gebleven
De man die klaarblijkelijk altijd kind gebleven is, is een maatje voor wie met hem mee gaat en zijn zin doet. Als hij door zijn vrouw geconfronteerd wordt met zijn onvolwassenheid, gaat hij meestal op zoek naar een vrouw die aardiger voor hem is, eentje die niet ‘de baas over hem speelt’, die er meer sexy uitziet of beter in de seks is, die hem meer steunt, die ermee instemt om gekke dingen te doen, die drugs voor hem koopt, die hem laat kopen, jagen, vissen, golven, reizen, gokken, net wat hij op ieder willekeurig moment zou willen. Hij wil het beste voor zichzelf. Alles is beter dan volwassen te worden, de ‘kind-man’ is altijd op zoek naar iets beters, naar het beste. Dit is de ‘software’ van een kind. Bill was altijd precies op zijn kleren. Bill kocht bij de juiste winkels en reed in een B.M.W. met het nieuwste audio- en navigatiesysteem. Hij trad nooit op de voorgrond, was altijd ingetogen, maar had altijd de perfecte wijn voor een gelegenheid, een huis in een ‘goede’ wijk en precies de goede vriendin. Hoewel zijn bezit niet verder reikte dan € 750.000 waren zijn meeste vrienden miljonairs. Bill kon zich superieur voordoen als hij dat wilde. Bill verliet zijn vrouw voor een jongere vrouw. Bill nam ontslag in zijn nieuwe baan voor een baan met nog meer prestige en financiële zekerheid, die hem in staat stelde zich te begeven tussen ‘de rijken der aarde’. Hij verhuisde naar een nieuw huis met een nieuwe vrouw in een nog betere wijk en kreeg ‘nieuwe’ kinderen. Sommige van zijn oude vrienden ergerden zich hierover en vertelden hem dat zijn verstand ‘achter zijn ritssluiting’ zat. Hij verliet zijn oude vrienden voor ‘betere’ die hem niet lastig vielen met zijn ex-vrouw of kinderen van zijn eerste huwelijk. Bill organiseert nu grotere feesten voor nog meer mensen. Hij heeft zijn oude B.M.W. vervangen door een nieuwe, heeft een snellere computer en geeft leiding aan nog meer personeel, en hij eet in exclusieve restaurants. Bill heeft nog steeds geen flauw besef wat hem echt rust en voldoening geeft en hij wil het niet weten ook! Bill veranderde ook van huisarts. Het leek er verdacht veel op dat enkele assistentes van de huisarts flauwe grapjes maakten over de eindeloze stroom van angsten over zijn lichaam en gezondheid. De huisarts kon niets vinden en zelfs Bill’s tenniskwaliteiten werden minder. Hij werd steeds kieskeuriger en ging over tot steeds ‘gezonder’ eten. Uiteindelijk consulteert Bill een psychiater. Deze dokter was een prominente professor en hoofd van verschillende counseling-klinieken. Het commentaar van Bill was dat de dokter een tophonorarium rekende en dat hij niet langer de noodzaak inzag om in de kliniek te blijven. Bill was aan het consumeren en consumeren. Wat hij op dat moment niet kon consumeren bewaarde hij voor later. Bill had de ‘American dream’ verwezenlijkt, maar slechts weinig mensen respecteerden hem als een volwassen man. Het kind had in Bill de overhand.

Eigenschappen van een kinderlijk functionerende volwassene
• Doet geen moeilijke dingen.
• Verwacht dat iedereen altijd zijn partij kiest.
• Heeft een sterk consumptiepatroon wat nooit voldoening geeft.
• Vertrouwt anderen niet, verbreekt relaties als hij van streek is.
• Leert niet van ervaringen, behalve dat mensen niet te vertrouwen zijn.
• Hij accepteert geen fouten van anderen (tenzij het hem niet interesseert).
• Consumeert wat hij maar wil.
• Heeft geen beheerste hartstochten (niet getrainde nucleus accumbens).
• Hij doet alleen wat zijn gevoel hem ingeeft.
• Is vrij egoïstisch.

Een ‘kind-man’, een kinderlijk functionerende volwassene, kan een of meerdere van de karaktereigenschappen van deze lijst hebben en zelfs nog meer. In het laatste hoofdstuk (van dit boek van James Wilder) staan nog meer kenmerken van een onvolwassen identiteit. Dit zelfde patroon komen we ook bij vrouwen tegen. In veel huwelijken komen we onvolwassen of pseudo-volwassenen partners tegen. Deze pseudo-volwassen huwelijken leven in een soort status quo. Er zijn maar weinig prikkels voor de meeste ‘kindvolwassenen’ nodig die ze tot veranderingen aanzetten. Omdat hun ouders, vrienden, buren, en zelfs counselors vaak net zo onvolwassen zijn, zullen mannen die nooit kind zijn geweest (onder hen die altijd kinderen gebleven zijn) er niet over piekeren om te veranderen. De volwassene, die nooit kind geweest is, probeert steeds meer zijn best te doen om het anderen naar de zin te maken, of iemand te zoeken voor dit doel. Deze man is op zoek naar een vrouw die hem waardeert en respecteert, maar meestal nadat hij door de laatste onvolwassen vrouw, die hij het naar haar zin wilde maken, de les gelezen en gedumpt is. Zijn vrienden zeggen over zijn vriendinnen: “Ik weet niet wat hij in ze ziet. Ze heeft niet in de gaten wat ze allemaal van hem krijgt”. De volwassen man die nooit kind geweest is werkt alleen nog maar meer. Hij heeft zelf niet in de gaten dat hij ‘ondersteboven’ door het leven gaat.

Geen voldoening
Noch de man die nooit kind geweest is, noch de man die nog steeds kind is, hebben geleerd tevreden te zijn. Als je aan beide types zou vragen of ze tevreden zijn, dan zou het antwoord overduidelijk nee zijn. Ze hebben dit tevreden zijn niet geleerd. Tevredenheid of voldoening leren is, zoals u zich misschien nog herinnert, een taak die een kind moet leren. De jongen die zijn jeugd begint met consumeren en ontvangen, moet tegen het einde van zijn jeugd weten dat het meer voldoening geeft om te geven dan te ontvangen. De man die nooit kind geweest is en die de echte volwassenheid wil bereiken, moet naar die tijd teruggaan en leren vragen, en leren ontvangen met dankbaarheid.
Paul was een plichtsgetrouwe pastor, eentje waarvan iedere kerkbestuurder er een hoopte te vinden. Hij was een man met ervaring, principes, betrokkenheid en verdiensten. Hij leefde mee met zijn gemeente en bezocht zwakke én stabiele gemeenteleden. Paul was een man met visie, en mede door zijn hulp groeide de kerk. Een buitengewone pastor, hij leerde en studeerde op een zorgvuldige manier, niet zo dat hij zich opsloot omdat hij bang was voor veranderingen of onzekerheden. En of dat nog niet genoeg was, Paul was ook een man die het gezin hoog hield. Hij hield van zijn vrouw en drie kinderen. Paul was zelfs stapel op de hond, hoewel hij dat niet aan iedereen zou toegeven. Op een dag bezocht Paul me omdat hij er niet helemaal zeker van was of hij wel pastor zou blijven. Er was iets aan de hand, maar hij kon zijn vinger er maar niet achter krijgen. Als een man met hoogstaande principes moest hij er achter zien te komen wat er verkeerd was en waarom zijn werk zo onbevredigend aanvoelde. Wat Paul ook probeerde, hij kon er niet achter komen wat hij het beste kon doen. Pauls vader was ook een pastor. Hij had goede ouders die hem altijd goed behandelden. Tot vandaag de dag belden ze elkaar iedere dag en bezochten elkaar veel. Van zijn familie had Paul alle goede dingen geleerd. Paul wist hoe hij moest evalueren, problemen oplossen en goede dingen doen. Op de theologische school was Paul zelfs beter dan zijn familie hem geleerd had, maar er was één ding wat Paul niet wist. Paul had geen flauw benul wat hem tot tevredenheid en voldoening stemde. Hij realiseerde zich zelfs niet eens, dat hij niet wist wat hem tot een tevreden man zou maken. Op een of andere manier leek de vraag naar tevredenheid en voldoening ‘vleselijk’, verkeerd en een beetje egocentrisch. Door te leven zonder te beseffen wat hem echt voldoening gaf, raakte hij bijna burn out. Paul had iedere morgen teveel goede keuzes, maar geen van alle gaf hem een voldaan levensgevoel. Een ‘goede’ pastor beantwoordt ieder telefoontje, bezoekt ieder ziek gemeentelid, gaat met zijn vrouw uit lunchen, vergadert met het kerkbestuur tijdens de lunch, heeft lunch met iemand die geen familie meer heeft, stopt bij de school van zijn dochter zodat hij haar tijdens de lunch kan zien, laat de hond uit, neemt tijd voor ‘stille tijd’, bereidt op zorgvuldige wijze zijn zondagse preek voor, doet zijn leeswerk voor het onderwerp voor een toespraak die hij bij iemands pensionering moet houden, en dan zijn er natuurlijk ook nog de dingen die je ’s middags en ’s avonds moest doen. Zonder dat hij wist welke van al deze zaken hem voldoening gaf, kon Paul alleen zijn principes en prioriteiten steeds weer herhalen. Het stoorde hem dat zoveel goede dingen nooit gedaan werden. Langzamerhand raakte hij uitgeput en begon bang te worden voor zijn werk, de telefoontjes en de bestuursvergaderingen. Misschien was het wel helemaal niet de bedoeling dat ik pastor zou worden of zelfs maar vreugde in mijn leven zou ervaren, dacht hij. De pastor wist heel goed dat zijn identiteit niet bestond uit het werk wat hij deed, of de dingen die hij bezat. Hij raakte langzamerhand burn out doordat hij als gewoon mens voldoening nodig had door zijn werk en activiteiten, maar hij had totaal geen idee hoe je daar op een verstandige manier voor kon kiezen. Zijn vader had eveneens geen idee wat hem tot tevredenheid stemde en had er dan ook niet aan gedacht dit zijn zoon te leren. Met het gevolg, dat ze beiden maar doorgingen totdat ze totaal uitgeput waren en zich verbaasden hoe hun leven voorbij ging. Bevrediging, voldoening is de emotionele brandstof die ons op de been houdt, zodat we de volgende uitdaging het hoofd kunnen bieden.

De drie mogelijke bronnen van voldoening moeten iedere dag ververst worden. De gezonde jongen heeft in de gaten dat vreugde en voldoening maar een leven van ongeveer vierentwintig uur hebben en daarna weer opnieuw gevonden moeten worden.
1) Voedsel brengt vreugde en bevrediging voort.
2) Zijn liefde brengt vreugde en voldoening voort.
3) Zijn inspanningen brengen vreugde en voldoening voort.

In het boek Prediker (8:15)staat: “Daarom prees ik de vreugde, omdat er niets beter is voor de mens onder de zon dan te eten en te drinken en zich te verheugen; en dat begeleide hem bij al zijn zwoegen gedurende de levensdagen die God hem geeft onder de zon”.
Voldoening in eten is de eerste, en vreugde in ons werk de tweede bron van voldoening. Op een zorgvuldige manier wordt duidelijk gemaakt dat prestaties geen voldoening geven. Prestaties en talenten zijn op zichzelf ook ijdelheid. Het is gewoon het werk wat uit onze handen komt dat ons voldoening geeft. We zullen later zien dat de manier waarop we in het werk voldoening ontvangen, geven en nemen is. De derde bron van tevredenheid is de vreugde die we in onze relaties beleven. Volgens Prediker zijn de leertaken van een jongen het centrum van het leven: vreugde in het voedsel, in liefde en in onze inspanningen.

Tevredenheid en voldoening vereisen geven en nemen (ontvangen?)
Volwassen worden is voorbeelden ontwikkelen in het geven en nemen (ontvangen?) in het leven. De man die nooit een jongen geweest is, kan niet goed ontvangen, terwijl degene die altijd jongen is gebleven, niet goed kan geven, met als resultante dat beiden ontevreden zijn. In tegenstelling tot de man die nooit jongen was vindt de ‘eeuwige’ jongen dat hij overal recht op heeft zonder te werken of iets terug te geven. Als we kijken naar de wijze waarop men aanspraak voor zichzelf maakt op dingen, kunnen we zien dat sommigen ‘ondersteboven’ uit hun jeugd komen (subassertief of omgekeerd zorgpatroon) en anderen altijd ‘laagvliegers’ blijven (altijd kind blijven).Vervolgens kunnen we bespreken wat hieraan te doen is.

Onbevangen ergens aanspraak op maken
Misschien is de beste toetssteen om te kijken hoe iemand zijn jeugd heeft afgerond het nagaan in hoeverre hij geleerd heeft ergens aanspraak op te maken. De man die zijn ‘kindertaken’ heeft afgerond, durft te vragen wat hij nodig heeft. Hij vindt dat hij er recht op heeft, simpelweg omdat hij bestaat en er om kan vragen. Het wezen van een kind is dat hij met plezier kan vragen wat hij wil, zonder zich ervoor te schamen. Dit zal op sommige mensen egoïstisch overkomen, het is voor volwassenen een essentiële voorwaarde om te kunnen geven.

Aanspraak maken op consumptiegedrag
De ‘kindman’ die geleerd heeft te ontvangen zonder te leren wat hij kan maken en geven heeft een slechte uitgangspositie. Uiteindelijk zal hij veel verder gaan dan alleen ontvangen namelijk aanspraak maken om dingen te mogen nemen. Deze ‘laagvliegende’ man wordt een bodemloze put. Zonder schuld of schaamte pakt hij alles wat hij pakken kan. Het is dan ook niet verwonderlijk dan anderen hem zien als een gigantische lintworm. Hij eet alles wat binnen zijn bereik ligt en toch is hij niet tevreden. Consumeren is niet een bevredigende activiteit van een tevreden man. De leertaak van een jongen is het verkrijgen van voldoening door ergens aanspraak op te maken. Iedereen die vast blijft zitten in alleen het geven of alleen het ontvangen zal maar voor de helft tevreden zijn. Alleen maar consumeren zal nooit tot tevredenheid leiden. Iemand die dat probeert is gedoemd steeds meer en meer te consumeren in de verkeerde veronderstelling dat alleen dat tot tevredenheid leidt. Ontevredenheid laat zijn sporen na in consumentengezelschap. Ze geloven voldoening en tevredenheid te krijgen door de hulpbronnen die we consumeren. We zijn wat we eten, welke kleren we dragen of in welke auto we rijden. Des te meer des te beter. Ben je ontevreden, koop dan meer.

Angst om ergens aanspraak op te maken.
Ergens aanspraak op maken zonder er voor te werken is net zo dodelijk en zal ook geen tevredenheid scheppen. Om deze reden zullen veel mensen nergens aanspraak meer op maken. Sommigen zijn bang dat als ze hun kinderen leren dat ze recht hebben op geven en ontvangen, ze door hun opvoeding egoïstische kinderen zouden produceren. Omdat zulke ouders vanuit angst handelen, leggen ze schuld en schaamte in de kinderen in plaats ervan dat ze vrijelijk ergens aanspraak op mogen maken. Deze kinderen maken nooit de leertaken van hun jeugd af en worden dan ook nooit volwassenen die vrijelijk en vreugdevol leren te geven en te ontvangen. Deze kinderen zijn voorbeschikt om ‘ondersteboven’ te leven als mensen die nooit kind geweest zijn.

‘Christelijke’ bezwaren tegen aanspraken maken
Christenen hebben de neiging om te leren om op een offerachtige wijze te geven ten koste van het ontvangen. Vele christenen leren de kleuters in de zondagsschool dat het beter is te geven dan te ontvangen, niet omdat geven een stap in de richting van volwassenheid is maar omdat het ‘rechtvaardiger’ zou zijn om te geven in plaats van te ontvangen. Als een kind dan vervolgens iets wil hebben of ergens aanspraak op wil maken zal het overmand worden door schuldgevoelens. Dat is een rampscenario. Ergens aanspraak op maken is zelfs voor volwassenen bijbels. In de rechtspraak over Ananias en Saffira (de eerste christenen die zich beter voordeden dan ze waren) waren de aanspraken die ze maakten een cruciaal onderwerpbij hun vervolging.

“U had het land niet hoeven te verkopen. Het was uw eigendom, en nadat het verkocht was, mocht u zelf weten, wat u met het geld deed”, zei Petrus (Hand. 5:4). Hij maakte duidelijk dat het geven een zaak van vrije wil is. Giften tellen alleen als gift als de gever gerechtigd is de gave te houden. Het is zelfs zo dat God niet wil dat we onder dwang geven, maar Hij houdt van een blijmoedige gever. Een vriend van mij vertelde een verhaal wat model staat voor veel christelijke kinderen. Joe krijgt op zijn tiende verjaardag een nieuwe fiets van zijn vader. Een aantal weken later verloor de buurman zijn auto en had een transportmiddel nodig om naar zijn werk te gaan. Joe’s vader huldigde het principe dat het beter is te geven dan te ontvangen en gaf Joe’s fiets aan de buurman. Mijn vriend moest zich hierdoor gelukkiger voelen dan toen hij de fiets kreeg. Hoewel Joe oud genoeg was om de moeilijke situatie van zijn buurman te begrijpen, kon hij het verdriet van het verlies van zijn fiets niet verwerken. Joe ging verder met geven en geven… Hij heeft zelfs een tijdje in zijn auto gewoond om de particuliere school van zijn kinderen te kunnen betalen, maar tevreden was hij niet. Altijd achtervolgde hem het gevoel dat hij iets verloren had, dat kostbaar voor hem was. Begrijp me niet verkeerd, niet het verlies van de fiets deed Joe ertoe besluiten om in zijn auto te leven. Het zijn alleen symptomen van een man die nooit geleerd heeft ergens aanspraak op te maken, met als gevolg een laag tevredenheidsgevoel. Misschien hebt u ooit een dergelijke ontevreden ‘goede’ christen ontmoet. Hij is niet altijd blij en gelukkig. Joe werd een man die nooit kind geweest is.

Geen aanspraak maken, ‘ondersteboven’ leven
Het probleem voor diegenen die proberen volwassen te worden zonder eerst de kinderlijke taken af te ronden, is dat ze alleen kunnen geven als ze ertoe gedwongen worden door hun eigen schaamte, angsten of schuldgevoelens. Ergens aanspraak maken is een goede test voor iedereen die zich afvraagt of hij de leertaken die behoren bij zijn jeugd op een goede wijze heeft afgerond. Als je tijd, geld, energie en andere bronnen voor jezelf houdt, voel je je dan schuldig of beschaamd? Als dat het geval is heb je nog niet goed geleerd te ontvangen. Je leeft ‘ondersteboven’ met als gevolg een verlies aan vreugde, veroorzaakt door angst. Je probeert iedereen te ‘pleasen’, het naar de zin te maken. Dat leidt niet echt tot tevredenheid. De pseudo-- volwassen man leert in zijn kinderjaren wat het is om te geven. Omdat hij te vroeg voor anderen moest zorgen werd zijn geven meer iets wat met hen te maken had als met zichzelf. De man die nooit een jongen was, geeft uit angst. Omdat hij altijd meer op anderen dan op zichzelf is gefocust, heeft hij niet geleerd wat het is tevreden te zijn, zichzelf te zijn en dingen voor zichzelf te hebben. Hij doet moeilijke dingen uit angst. Hij is bang dat anderen boos op hem worden en dat neemt de plaats van tevredenheid in. Angst houdt hem ‘ondersteboven’ gericht. Misschien zijn ook mensen die erom heen staan verantwoordelijk voor dit ‘ondersteboven’ gedrag. Ze maken vaak misbruik van de pseudo-volwassen man. Ze hebben liever met een dergelijke man te maken in vergelijking met een ‘eeuwige’ jongen die een onverzadigbare lijst van verlangens en eisen heeft en die ons wil uitbuiten als hij de kans ziet.

Het afmaken van leertaken in de jeugd op weg naar volwassenheid
Enkelen hebben enige tijd geprobeerd de emotionele wonden in een pseudo-volwassen man te genezen. Gordon Dalbey vertelt veel verhalen in zijn boek ‘Father and Son: The Wound, the Healing, The Call to Manhood’. Hij geeft enkele prima suggesties voor het herstel in ‘Healing The Masculine Soul’. Ik beveel deze boeken van harte aan voor wie wil genezen en groeien. De meeste stromingen en trends in de psychotherapie en de populaire psychologie leggen het probleem bij het kind in de man. Tot op zekere hoogte is dat ook zo. We moeten allemaal eerst kinderen zijn. Mannen die geen kinderen zijn geweest hebben geen wortels waarmee ze zich voeden of koesteren. Ze hebben in het geheel geen hulpbronnen voor hoe ze een vruchtbaar leven kunnen leiden. De meeste therapeuten zijn erg goed in het ontwikkelen van taken bij mensen die spelen van het tweede tot het achtste levensjaar. De meeste psychologen doen het slecht bij oudere of jongere kinderen. Er zijn enkele therapeuten die goed met de tekorten van de eerste twee levensjaren om kunnen gaan, omdat deze onderwerpen een lange termijn hulp vereisen en een afhankelijkheid, gericht op de therapeut tijdens intense en stressvolle emoties. Slechts weinige therapeuten hebben deze ervaringen ‘in huis’. Degenen die dit wel hebben, zijn bijzonder de moeite waard om te kennen. Wat vaak gemist wordt in de begeleiding, zijn elementen waarin mannen vanuit hun kindertaken verder begeleid worden naar een groeiende volwassenheid. Neem bijvoorbeeld de ‘geëmancipeerde‘ man, die als gevolg van de vrouwenbeweging, en misschien door de therapie, geleerd heeft te voelen, behoeften te hebben, zichzelf kenbaar te maken en te kunnen ontvangen. Hij heeft de kindertaken in zijn groei in volwassenheid geleerd. Als hij zou denken dat dat de vrouwen om hem heen een plezier zou doen, dan heeft hij het mis. Want om te leren gevoelig te zijn is hij een kind geworden. Vrouwen willen mannen, geen baby’s. Nadat hij gevoelens geleerd heeft, moet de man in therapie leren werk te doen waar hij op dat moment zin in heeft. Het volgende is dat hij moeilijke dingen moet leren in zijn relaties. Dan heeft hij iets te geven. Om de creatieve levensenergie die in hem zit goed vorm te geven, helpt het om ten volle een jongen te zijn. Een jongen is nog steeds niet wat een vrouw wil. Hij zal zijn jeugdtaken kunnen voltooien als hij leert wat hem voldoening geeft. De jongen die deze dingen geleerd heeft, is klaar om man te worden. Het leren van taken van een volwassene is niet eenvoudig zoals we in het volgende hoofdstuk (van het boek) kunnen zien. Deze volwassen taken zijn bijna nooit te vinden in therapieprogramma’s (uitzonderingen in Amerika zijn ‘Imago Therapy’ , die echtelijke formats gebruiken als kleine gemeenschapsvormen. Ze voorzien in steungroepen voor echtparen die een kerkgemeenschap voor een bepaalde tijd willen helpen). De meeste therapie-modellen halen dit niveau niet eens. Een van de redenen waarom deze volwassen taken niet in programma’s zijn opgenomen is de noodzaak van een volwassen gemeenschap voor hun ontwikkeling. Welke therapeut heeft een gemeenschap tot zijn of haar beschikking? Het gevolg is dat mannen bij de meeste therapieën deze, als ‘eeuwige’ kinderen verlaten. Je zou er misschien wel eens aan twijfelen, maar niet alle mannen zijn stom. Ze zien de resultaten van de therapie maar zijn er meestal niet van onder de indruk. Ze willen mannen worden. Ze willen liever ‘ondersteboven’ leven, dat wil zeggen mannen zijn die nooit kind geweest zijn, dan dat ze mannen moeten zijn die voor altijd kinderen blijven. De man die door zijn counselor of mentor door zijn kinderlijke en jeugdige behoeften is heen geloodst is daarna meer betrokken op volwassen behoeften. Met hulp van betrokken (kerk)gemeenschappen zullen de resultaten meer bevredigend zijn voor de man zelf en voor iedere volwassene in zijn leven. Hoewel hij niet leeft om vrouwen te ‘pleasen’ kan hij toch de volwassen man worden waar iedereen naar op zoek is.

Tevredenheid, voldoening is aangeleerd
Het moet nu wel duidelijk zijn dat het leren van tevredenheid en voldoening het kardinale punt is voor de ontwikkeling van de man die nooit kind geweest is, net zoals dit het is voor de ‘eeuwige’ jongen. Natuurlijk weten ze dat beiden niet, daarom is de eerste stap ze bewust te maken van dit gemis. Maak van tevredenheid een levensstijl, een dagelijks terugkerend gespreksonderwerp. Vertel eenvoudige verhalen over wat je vandaag weer tot tevredenheid stemde en vraag na hoe tevreden men is met alle goede én slechte dingen. Dat is geen werk voor één persoon alleen, hoewel één persoon al veel uit kan maken. Iedereen in het gezin die ouder is dan 4 jaar zou over tevredenheid moeten praten. Vaak gaan kinderen hierin verder dan pappa en mamma doen. Als je zelf niet weet wat tevredenheid is, kun je geen tevredenheid onderwijzen, en zul je het eerst zelf moeten leren. Toch is de afstand tussen het leren en onderwijzen van tevredenheid niet zo groot. Zelfs de eerste lessen zijn de moeite waard om te bespreken want we leren van onze fouten net zoveel over tevredenheid als van onze successen. Het is meestal zinloos en zelfs sterk af te raden een volwassene te vertellen dat hij voldoening moet leren, tenzij hij al wakker geschud is en op zoek is naar antwoorden. Als de onvolwassen man die je kent antwoorden zoekt dan staat ‘Zoek tevredenheid, voldoening’ bovenaan het prioriteitenlijstje. De man die niet op zoek is naar antwoorden, is er veel meer mee gebaat als je iedere dag verhalen vertelt over tevredenheid dan dat hij steeds geconfronteerd wordt met het feit dat hij tevredenheid moet leren, want daar zal hij zich meer tegen verzetten. Een uiterst belangrijk gebied om tevredenheid te leren is het verwerken van bindingspijn en terug te keren naar vreugde, blijdschap, vanuit de zes minder prettige gevoelens (deze zijn: verdriet, boosheid, angst, walging, schaamte en hopeloze angst). Als je op een goede manier tevreden kunt zijn, zelfs met bindingspijn en verwarde gevoelens, dan maakt het een wereld van verschil uit in de verbetering van de kwaliteit van het leven en in relaties. Deze vaardigheden worden gekopieerd door minder getrainde hersenen vanuit goed getrainde hersenen; we hebben het hier dus over sterke relaties in mentorschap. Het is belangrijk niet te vergeten dat degene die ‘ondersteboven’ door het leven gaat (de man die nooit kind geweest is) in zijn pseudo-volwassenheid, en de man die altijd kind gebleven is, beiden moeite hebben om terug te keren naar vreugde nadat ze in een van de zes minder prettige gevoelens verkeerden. Voor wat betreft de man die nooit jongen geweest is weten we dat angst het belangrijkste probleem is.

Stop de ‘meeloper’! (degene die overal voor zorgt)
Als je iemand tevredenheid wilt leren, begint dit proces altijd met het afremmen van de meeloper die overal voor zorgt. De man die nooit kind geweest is, is zelf de ‘meeloper’. Bij de man die altijd kind gebleven is zal dit meestal een familielid zijn, zijn vrouw, vriendin, of moeder. Het is van groot belang dat een hele gemeenschap of een ‘spirituele’ familie achter de meeloper staat, als hij of zij zijn gedrag wil afleren. De meeloper is meestal het eerste angstig van de twee. Terwijl de partner die altijd kind gebleven is, vaak het meest onvolwassen lijkt, ontvangt hij meestal zonder veel problemen. De man die nooit kind was en een meeloper is, zit echter boordevol angsten over wat er allemaal kan gebeuren als zijn partner de leiding krijgt. Deze angsten zijn meestal goed verklaarbaar gezien het verleden, en hebben vaak tot doel om de aandacht af te leiden van de tevredenheid van de meeloper. Zijn angstgebonden pseudo-volwassenheid doet hem denken dat hij de meer volwassen en verantwoordelijke partner is. Momenten van onvermogen moeten aangegrepen worden om de meeloper zichzelf met zijn ‘hopeloze angsten’ te confronteren. Iedere keer begeeft de meeloper zich op glad ijs en raakt verstrikt in een situatie waaruit hij zichzelf niet kan redden hoe hij het ook probeert. Deze uitgelezen leermomenten zijn goede gelegenheden voor iemand die ervaren is in het wijzen van de weg van het ‘terugkeren van hopeloze angst naar vreugde en rust’. Het volwassen brein heeft gelegenheid te synchroniseren met het chaotische brein, dus om te leren weer terug te keren vanuit allerlei emoties naar vrede en rust. Meelopers staan het meest ervoor open om dingen te leren als ze voor hun grootste angsten staan. Maar vóór die tijd zijn meelopers gewoonlijk vol hoop en proberen deze situatie op alle mogelijke manieren te voorkomen. Als je niet weet hoe je in je emoties weer moet terugkeren naar vrede, dan moet je iemand vinden die dat wèl kan.

Als een meeloper hulp wil om te veranderen zijn er twaalf stappen.herstelprogramma’s (helaas nog niet in Nederland beschikbaar) en goede adressen om mensen op te zoeken die goed kunnen omgaan met hopeloze angsten, en weten hoe ze meelopers kunnen helpen niet meer in paniek te raken. CODA en AL-ANON in Amerika hebben bewezen bange meelopers de weg te kunnen wijzen in moeilijke situaties. Deze groepen doen goed werk door de aandacht en het accent niet te leggen op de dreiging maar op de meeloper. Net zoals overal zal je sommige groepen hebben die heel slecht zijn. In dat geval zul je een andere moeten zoeken. Als aanvulling hierop: sommige groepen denken dat ze meelopers niet kunnen helpen als ze niet met een verslaafde in hun eigen omgeving te maken hebben. De meeste meelopers hebben ten minste één alcoholverslaafde in hun familie of vriendenkring, en juist daar kun je ze helpen met hun angsten om te gaan. ‘Laagvliegende’ mensen, mensen die altijd jongens zijn, moeten op de ‘pijnbank’. Hun hele leven draait om pijnvermijding, hoe slecht dat ook vaak lukte. De echte veranderingen beginnen vaak pas op momenten waarin ze niet meer kunnen ontsnappen en iemand ze hierin ondersteunt. De meest eenvoudige manier van ‘pijn’ ervaren is het laten doen van moeilijke dingen. Moeilijke dingen doen is geen gemakkelijke opdracht voor ‘kinderen’. Als je ze tijdens het uitvoeren van moeilijke dingen tevredenheid leert te oefenen, dan leer je ze op de goede manier te ‘lijden’. Het op een goede manier lijden door anderen tegen zichzelf te beschermen is een leertaak voor volwassenen. Je hebt een spirituele gemeenschap (kerk) nodig om een laagvliegende onvolwassen man op een goede manier te laten lijden door hem net genoeg hulp te geven, zonder alles voor hem op te knappen. De gemeenschap moet niet bang of onverschillig staan tegenover de pijn of het ongemak wat veroorzaakt wordt door dit proces als ze wil helpen. Ondertussen moet de gemeente anderen beschermen voor de onvolwassen man totdat hij geleerd heeft (vele jaren later) anderen tegen zichzelf te beschermen. Er is veel geschreven over de jaren van de leerperiode waarin iemand op een goede manier moet lijden. We hoeven het wiel niet meer opnieuw uit te vinden. De kennis van mensen als dr. Schore en dr. Siegel is wel een nuttige toevoeging als het gaat om een wetenschappelijke benadering van de training van de hersenen om op de goede manier te lijden. Het is bijvoorbeeld goed om te weten dat het slechts om zes gevoelens gaat en dat de training een non verbale communicatie behelst van de ene ‘rechter hersenhelft’ (die weet hoe je er mee omgaat) met de andere ‘rechter hersenhelft’ van een brein (die dat niet kent). Hiervoor zijn trainingsmiddelen te gebruiken die we hiervoor ontwikkeld hebben, o.a. mijn boek: ‘Suffering well’ (in voorbereiding);‘Thriving’ van Chris Coursey en E. J. Wilder; ‘Quit Place Teachings Videos’ (in voorbereiding) en verkrijgbaar via CARE Packaging www.care1.org of tel. 00-1-231-745-0500; ‘Out of Control’ door Raymond Jones en E. James Wilder (in voorbereiding).

Tevredenheid begint klein
Tevredenheid leren begint vooral met het letten op kleine dingen . Kinderen leren tevredenheid via voedsel, kleren, spelletjes en spelen met elkaar. Kinderen gebruiken geen kolossale projecten om tevredenheid en voldoening te leren. De klassieke fout die volwassenen maken is proberen voldoening te vinden door grote dingen te gaan doen. Grote projecten lopen meestal stuk omdat ze te lang duren en er te veel dingen zijn die fout kunnen gaan met als resultaat dat de tevredenheid van korte duur is. Je moet tevredenheid leren met dingen zoals: welke saladedressing geeft me nu het meest tevreden gevoel? Welk shirt geeft me het beste gevoel voor een bepaalde gelegenheid? Wat geeft het beste gevoel als het gaat om opstaan of naar bed gaan? Bij welke vrienden voel ik mij het beste op mijn gemak? Wat geeft me van alle dingen op een dag of avond met vrienden of gebeurtenissen nu de meeste vreugde, en wat niet?

Tevredenheid duurt slechts één dag
Tevredenheid duurt slechts één dag. Daarna moet er iedere dag weer een nieuwe portie tevredenheid zijn. In het begin is het zinvol iedere dag te verdelen in dingen of gebeurtenissen die voldoening gaven en welke niet. Na een paar weken kun je een ranglijst van gebeurtenissen maken die goed of minder goed waren. Hetzelfde kun je doen met dingen die je helemaal geen voldoening gaven. Tenslotte kun je dingen plannen waarin je tijd neemt voor ervaringen die voldoening geven om ze daarna te evalueren en te zien of je gelijk had. Elke dag heeft zijn eigen voldoening nodig. Als je eenmaal het verschil kent hoe je je voelt op dagen van tevredenheid en dagen zonder, heb je niemand meer nodig die vertelt wat je verder moet doen. Iedereen die tevredenheid toelaat wordt snel volwassen. Als je vrienden en je kinderen vraagt steeds naar je voldoening te informeren zal de groei naar volwassenheid nog sneller gaan. Pappa, was je tevreden op de manier waarop je ons in de auto behandelde? Mamma, ben je tevreden over wat je nu aan het doen bent? Bedenk eens wat er allemaal te vragen is.

Problemen waar thuis geen oplossing voor is.

Ik ben wat ik doe.
Mannen die blijven vastzitten in de identiteit van een vierjarige, hebben een identiteit gevormd door hun werk. Ze zijn wat ze doen. Sommige mannen halen al hun eigenwaarde uit wat ze doen. Sam zegt dat hij nooit met pensioen wil. Hij houdt van zijn werk in de bouw. Iedere dag van de week zit hij om zes uur ’s ochtends in het koffiehuis met zijn collega’s om verhalen te vertellen over zijn werk. Zijn truck en zijn gereedschap zijn zijn onafscheidelijke kameraden. Sam werkt meestal tot laat in de middag en is trots op zijn bedrijf. Hij staat erom bekend dat hij in heftige discussies gaat met huiseigenaren die kosten proberen te besparen met slecht bouwmateriaal. Daardoor heeft hij in het verleden een aantal vrienden verloren. Sams vrouw leeft op zichzelf, ze vertelt mensen die ze goed kent dat Sam thuis alleen televisie kijkt en heel onplezierig is in de omgang. Ze vindt het niet erg dat hij tot zijn negenenzestigste werkt. Eens ging Sam samen met een vriend van hem op vakantie om meer van het land te zien, maar ze hadden al ruzie voordat ze goed op weg waren. Zijn vriend liet hem bijna in de steek in een café zodat hij alleen terug naar huis kon gaan. Sam was niet zo’n spreker tenzij het gespreksonderwerp de kwaliteit van het hout was. Toen Sam een hartaanval kreeg en bemerkte dat hij niet meer kon werken, voelde hij zich ellendig. Het enige wat hij wilde was doodgaan, en iedereen kreeg dit al gauw te horen. Al snel kwam het in de gedachten van mensen die hem opzochten op, dat dit geen gek idee was, hoewel ze het niet echt meenden. Sam was een aannemer. Hij werkte alleen in de bouw. Hij vereenzelvigde zich met wat hij bouwde. Als je een klaargekomen project zag, zag je Sam. Geen wonder dat hij niet van slechte bouwmaterialen hield en daarvoor zelfs vrienden wilde verliezen. Sam wist niet wie hij was, behalve dan wat hij deed. Sam dacht dat zijn identiteit rechtevenredig was met de hoeveelheid werk die hij kon verzetten. Degenen die zijn werk vertrouwden zullen hem missen, zeker als de volgende aannemer slecht werk aflevert. De beste manier om iemand die ‘is wat hij doet’ aan het wankelen te krijgen is om de tevredenheidsvraag te stellen. Zolang men geen ontevredenheid merkt zal er geen groei of verandering zijn. Veel mensen komen op zo’n manier in een mid-life crisis als ze ontdekken dat ze niet tevreden zijn. Een mentor of een supervisor geeft nog de beste mogelijkheden tot verandering voor een ‘eeuwige jongen’ die ‘is wat hij doet’. Een coach heeft dan de taak hem af te helpen van zijn ‘werkidentiteit’. Veel van deze mannen worden eindelijk een keer wakker als hun vrouw een relatie met iemand anders aanknoopt. Soms moet dat zelfs twee of drie keer gebeuren voor ze wakker worden. Pensioen is en andere belangrijke crisis voor mensen die ‘zijn wat ze doen’. Veel mensen gaan ‘gewoon’ dood omdat ze hun hele leven ‘ondersteboven’ hebben geleefd en nu plotseling niemand meer hebben die ze kunnen ‘pleasen’. Als we in onze gemeenschap iets creatiever zouden zijn, zouden we ze kunnen opvangen vóórdat ze zichzelf in de ellende storten. Onze fout is vaak dat we aannemen dat ze volwassen zijn omdat ze productief zijn.

Ik ben wat ik me inbeeld

Op fantasie gerichte mensen blijven vaak steken op de volwassenheid van een vijf-jarige. Ze vermijden pijn door fantasie, films, internet, computerspelletjes, sporten en gokken. Hun gevoel voor realiteit in hun leven wordt sterk beheerst door hun eigen subjectieve gevoelens, veel meer nog dan wat belangrijke relaties voor hen betekenen. Omdat fantasie een geweldig sterke prikkel op het genotcentrum in de hersenen uitoefent is het voor mensen een hele klus om te ontdekken dat ze niet tevreden zijn. Deze groep is misschien wel het moeilijkste te bereiken. Om te veranderen moeten ze leren om iemand anders te vertrouwen dan alleen zichzelf. Om hun dilemma op te lossen zijn twee dingen nodig:
1) Ze moeten in problemen komen waar ze niet zelf uit kunnen komen, maar waar ze iemand anders moeten leren vertrouwen.
2) Er moeten mensen beschikbaar zijn, die betrouwbaar zijn.
Het eerste is moeilijk te bewerkstellen, het tweede is een hele zoektocht. De meesten herstellen doordat ze in zo’n moeilijke uitzichtloze situatie geraakt waren en of dat ze een religieuze ervaring gehad hebben die hun identiteit veranderde.

Ik leer niet van mijn fouten. Faalangst

Vanaf de leeftijd van zes jaar moeten kinderen leren van hun fouten. Als vertrouwde familieleden hen wijzen op die fouten en de betekenis daarvan zullen jongens een interesse ontwikkelen in het leren en experimenteren hiermee. Jongens naar wie niet wordt omgekeken bereiken in vergelijking hiermee wat ze zelf verwachten, en dat zal meestal op twee manieren gecompenseerd worden. Ze ontwikkelen gedrag om de gevolgen waar ze een hekel aan hebben te vermijden en ze durven geen risico’s te nemen uit angst om te falen. Op volwassen leeftijd kan men, als men gemotiveerd is, dat probleem bespreken in een leeftijdsgroep. Het is bijzonder moeilijk een man te motiveren die de gevolgen ontkent van dingen waar hij een hekel aan heeft. Familie en vrienden moeten hem helpen op zo’n wijze dat het onmogelijk is dingen te ontkennen, maar het kan zijn dat hij al zo ver is en zo kwaad op zijn familie dat het beter is dat iemand van buiten hem helpt te leren van zijn fouten. Deze veranderingen hebben veel tijd nodig. Vaak zijn er maanden nodig om enige vooruitgang te bereiken.

Ik kan geen moeilijke dingen doen

Hoewel er veel jongens zijn die door sporten, verkenners, clubs of door hun eerste baantje al geleerd hebben moeilijke dingen te doen, zijn er enkele uitzonderingen. De manieren waarop ze geleerd hebben dingen te doen die ze niet leuk vinden, zijn meestal nog niet dezelfde moeilijke dingen die ze in relaties moeten leren. Als zulke moeilijke dingen betrekking hebben op moeilijke gevoelens slaan zelfs de meest stoere jongens op de vlucht. Zoals te verwachten is gaat het vooral om ‘luie stommeriken’. Als zulke ‘luie’ mannen beperkt worden op allerlei gebied, zal dat hun luiheid niet veranderen. De vrouwen die het luie mannen gemakkelijk maken, steunen hen op de verkeerde wijze. In een dergelijke situatie moet éérst degene die alles mogelijk maakt, de meeloper haar ‘rug rechten’ en overeind proberen te blijven. Dit zal niet meevallen zoals we al gezien hebben, omdat meelopers erg bang zijn hun gedrag te veranderen. Veel mannen die zeker niet als lui getypeerd worden hebben vooral moeite met moeilijke dingen te doen als hun gevoelens erbij betrokken zijn. Sommige mannen vermijden alle conflicten, maar het meest voorkomende probleem is omgaan met boosheid. Als mannen boosheid gebruiken om hun families te controleren vermijden ze meestal gevoelens waar ze moeilijk mee om kunnen gaan. Anderen controleren door boosheid houdt altijd verbaal geweld in. Als de gevoelens die mannen proberen te vermijden, gemixt zijn met bindingspijn (de ‘vader’ van alle pijnlijke gevoelens) zal hun boosheid vaak escaleren in fysiek geweld. Omdat bindingspijn de nucleus accumbens activeert en het gevoel geeft van ‘dood te gaan’ kan als gevolg daarvan het voor iedereen die een binding met een dergelijke man heeft, heel gevaarlijk zijn. Deze toestand kan daarom dus nooit thuis behandeld worden. Agressieve boosheid mag nooit genegeerd worden. Alle bronnen en mogelijkheden van een gemeenschap moeten gebruikt worden om de controle op de boosheid in de hand te houden en een plek te geven, voordat iemand ernstig gewond raakt of gedood wordt. Mannen kunnen hun agressieve boosheid wel veranderen maar het gehele brein moet opnieuw geoefend worden en dat is niet eenvoudig. Geen echtgenoot of vriendin kan dit gaan oefenen omdat het niet op liefde aankomt, integendeel, liefde maakt het alleen erger. Agressieve boosheid wordt meestal ‘getriggerd’ door bindingspijn en degenen waar hij van houdt prikkelen juist die bindingspijn. Als je geconfronteerd wordt met agressieve boosheid van iemand waar je van houdt, zoek een veilige plaats op en probeer al de hulp te vinden die je kerk of gemeenschap kan geven.

Een niet getrainde nucleus accumbens
Omgaan met verslavingen is wellicht de moeilijkste opdracht die er is. Ik noem het hier omdat dit weer een ander ‘kind-man’ probleem is, die je thuis niet kunt oplossen. Eerlijk gezegd is er vaak alleen een oplossing langs spirituele, geestelijke weg, zoals dat in 12 stappen-plannen in Zen, Boeddhisme en christelijke disciplines beoefend wordt (volgens Dallas Willard: The Spirit of the Disciplines, Harper, San Francisco 1991). Als iemand alleen een weg zoekt in genezing lukt dit meestal niet.

Er is een ding dat je thuis kunt doen.

Geen overzicht hebben (geen zicht op de landkaart: waar zit je en waar ga je naar toe?) is een probleem waarvoor in de thuissituatie verschillende oplossingen zijn. Een aantal mannen is nooit volwassen geworden omdat ze eenvoudig niet wisten waar ze in het leven stonden en waar ze naar toe wilden. Ik (Jim Wilder) verknalde het bijvoorbeeld met mijn zonen op een paar punten. Ik gaf hen slechts de ‘halve ‘ landkaart en faalde om hen de moeilijke dingen te leren. Tegen de tijd dat ik dat ontdekte zaten ze al op de universiteit. Ik vertelde hen waar ik gefaald had en wat ze nog moesten leren. Een jaar later belde mijn jongste zoon op en zei dat hij zijn studie in de avonduren deed en een derde parttime baantje genomen had. Toen ik hem vroeg of dit niet teveel voor hem was zei hij: “Misschien wel, maar ik moet leren moeilijke dingen te doen en dit is hiervoor een goede gelegenheid”. Als mensen overzicht en inzicht krijgen, bevordert dat hun groei in volwassenheid. Overzicht helpt ook dingen te herstellen die nodig zijn. Door dit boek kan iemand gaan ontdekken wat er in zijn leven ontbreekt en wat je hieraan kunt doen. Als je van een dergelijke man houdt, kun je hem aanmoedigen en genieten van zijn geestelijke groei. Als jezelf een dergelijke man bent kun je een groep van gemotiveerde mannen zoeken of oprichten die samen zo’n reis willen maken.

E. James Wilder Ph.D.©2004

Hfdst. 18: The Complete guide to Living with Men
© Shepherd’s House inc. Pasadena. ISBN 0-9674357-5-7
Vertaald door Gerard Feller



Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Jim Wilder