Geestelijke adoptie bij hulpverlening vanuit de kerk

gemeenschap door Jim Wilder en Gerard Feller           In dit artikel wil ik de visie van dr. Jim Wilder doorgeven over geestelijke adoptie zoals hij dit in zijn boek ‘De Rode Draak verslagen’ heeft uiteengezet.Naast een individuele identiteit heeft iedereen ook een collectieve identiteit een geestelijke familie nodig. Mensen komen vaak pas echt tot herstel en genezing als ze worden opgenomen in een liefdevolle gemeenschap. Wilder laat zien aan welke voorwaarden geestelijke adoptie moet voldoen.

Inleiding

Mensen zijn geschapen als sociale wezens. Verbondenheid in relatie met God, met andere mensen en de natuur is een belangrijk levenskenmerk. De 86 miljard  cellen in onze hersenen hebben één belangrijk doel, namelijk contact maken met de wereld in onszelf en buiten ons. We maken allemaal deel uit van een natuurlijke gemeenschap die bestaat uit familie, vrienden, collega’s en kennissen. Daarnaast maken we ook deel uit van een geestelijke gemeenschap die ofwel op God ofwel op Zijn tegenstander betrokken is. Als iemand geen liefde en steun ontvangt die hij nodig heeft, zal hij een grotere ontvankelijkheid voor het kwade ontwikkelen. In dit artikel wil ik de visie van dr. Jim Wilder doorgeven over geestelijke adoptie zoals hij dit in zijn boek ‘De Rode Draak verslagen’ heeft uiteengezet (1). Zijn jarenlange ervaring als hulpverlener heeft hem doen inzien dat een mens pas tot echt herstel kan komen wanneer hij is opgenomen door en in een gemeenschap die hem liefdevol benadert en in zijn behoeften voorziet. In het boek ‘De Rode Draak verslagen’ laat Wilder zien welke zegeningen en voorwaarden verbonden zijn aan het geestelijk adopteren van mensen in de hulpverlening van de kerk en in het bijzonder aan de hulp aan slachtoffers van het occultisme en satanisme.

Adoptie
Voor alle gelovigen geldt dat zij geadopteerd zijn. Door geloof en uit genade verbonden met God. Met uitzondering van de Here Jezus is er geen natuurlijk nageslacht van God. Wanneer iemand geadopteerd is, zijn al zijn banden permanent, zijn al zijn relaties echt. Charles H. Kraft (2) heeft ooit gezegd dat het echte christelijke leven is opgebouwd uit elementen van waarheid, kracht en relatie. Van het christendom in onze postmoderne cultuur kan echter gezegd worden dat het zich sterk heeft ontwikkeld daar waar het op waarheid aankomt en net begint te ontdekken waar zijn kracht ligt, maar dat men het spoor nog steeds volkomen bijster is als het gaat om relaties. Waarheid en kracht worden als ze niet door liefdevolle relaties worden vergezeld in 1Kor.13 door Paulus met klem afgewezen. Relatie, kracht en waarheid horen onlosmakelijk bij elkaar. Verlossing is het werk van God waardoor Hij vreemdelingen aan Zijn volk, Zijn lichaam toevoegt. Het is van belang dat ‘de vreemdeling’ door het volk van God als lid van de familie moet worden opgenomen voordat hij leven kan vinden of tot geestelijke volwassenheid kan komen. Omdat door verlossing onze familiestructuren verstoord zijn, zowel bij de ‘vreemdeling’ als het volk van God, is men uit angst geneigd zich hiertegen te verzetten. Voor velen blijken de kosten van de ‘veranderingen’ te hoog. Zij keren naar huis terug, kwijnen weg en trekken zich terug. Voor de sterken die bereid zijn te sterven en voor de zwakken die willen leven, brengt geestelijke adoptie een totale transformatie. Om in een familie een plek voor jezelf als ex-vreemdeling te vinden is het nodig dat deze familie een plek voor je vrijmaakt.

Relationeel hechtingsmodel
Veel sekteleden, new age aanhangers, satanisten, occultisten maar ook atheïsten kennen vaak een leven dat bestaat uit systematische veranderingen in de betekenissen van relaties, rolpatronen en symbolen. Deze veranderingen zijn vaak verbasteringen van de oorspronkelijke bijbelse relationele betekenissen. Westerse evangelisatiemethoden, die gebaseerd zijn op een rationele bekering en wederzijds begrip van die relaties en symbolen, zijn van weinig nut. Het blijkt nodig te zijn om ieder woord en iedere betekenis die we aan relaties geven vanuit ons geloof opnieuw uit te leggen en bestaande ideeën hierover te corrigeren. De meeste westerlingen neigen, als het op bekering aankomt, naar een rationeel didactisch model in plaats van een relationeel hechtingsmodel. Het relationele model wordt ook wel aangeduid met de term incarnatietheologie. Deze theologie wordt door E. Thomas en Elizabeth S. Brewster beschreven in het boekje “Het aangaan van een verbinding en de zendingsopdracht” (3). We zullen allereerst eens nader ingaan op verschillende hechtingsmodellen en banden die er zijn tussen de twee geestelijke families van God en van de Boze.

 

Angst-banden en liefdesbanden, sterke en zwakke banden
Wat is sterker: angst of liefde? Wat motiveert en verbindt mensen, wat maakt hen productief, wat zorgt voor begrip? Hoe kan je mensen echt bereiken, en wat zet hen in beweging? Hoe houd je kinderen uit de problemen en hoe krijg je hun aandacht en leren ze iets? Hoe kun je hun aandacht krijgen en hoe zorg je ervoor dat ze ergens om geven? Hoe houd je het gezin bij elkaar, en hoe kun je het zeuren of schreeuwen of drinken doen stoppen en hoe houd je hen ’s nachts thuis? Wat is er bestand tegen boosheid, tegen rebellie, luiheid en onverschilligheid? Wat doe je als alles dreigt te mislukken? Wat is sterker: liefde of angst?

Onze hechtingsrelaties met andere mensen zijn emotionele verbindingen die ons helpen onze behoeften vervuld te krijgen evenals die van anderen. We hechten of verbinden ons door angst, vreugde, haat, liefde, lust, opwinding, schuld, schaamte en andere gevoelens. Hoewel er veel verschillende emoties zijn, komen ze uiteindelijk allemaal neer op angst of liefde. Angst-banden doen ons pijnlijke ervaringen vermijden, terwijl liefdebanden ons naar anderen toe trekken. Onze banden of hechtingsrelaties laten ons op elkaar reageren, en zijn gebaseerd op een van deze motivaties, of op beide. Mensen reageren omdat ze ons liefhebben of ons vrezen. Omgekeerd laten ze ons links liggen als ze ons niet liefhebben en niet vrezen. De emoties die we uitwisselen door onze intensieve relaties met anderen, worden onze relationele reactiepatronen, met andere woorden: onze relationele dynamica.
Deze hechtingsrelaties kunnen zwak of sterk zijn. Maar we hebben allemaal onze eigen basis-hechtingspatronen en de daarbij horende de emoties waarop we vertrouwen als al het andere faalt. We verwachten dat deze emoties de sterkste banden met anderen zullen opleveren. Elk gezin ontwikkelt zulke voorkeursbanden of emoties. Elke gemeenschap heeft vaak zijn voorkeur waarop bepaalde vormen van hechting gebaseerd zijn. Elke kerk en denominatie steunt vooral op bepaalde hechtingsstijlen. En in elke cultuur wisselen banden of hechtingsrelaties, de een meer dan andere.

Motivatie veranderen van angst naar liefde (4)
De keuzes en doelen in ons leven komen voort uit onze gedachten. Onze motivaties komen door onze emoties. Terwijl we heel hard werken om onze gedachten te onderwijzen en onze overtuigingen te corrigeren, trainen maar weinig mensen hun motivatie en emoties met dezelfde discipline. Wat onze zenuwstelsel betreft, werken onze gedachten goed als ze worden gemotiveerd door liefde en verlangen, en slecht als ze worden gemotiveerd door angst. Vanuit moreel oogpunt is liefde ook superieur. Perfect, dat wil zeggen, volwassen, volmaakte teleio-liefde verdrijft angst (1 Johannes 4:18).
Het is herkenbaar dat angstmotieven ons leven binnensluipen omdat we niet goed volwassen worden. We leren onze motivatie tijdens de kindertijd door middel van hechte relaties. Welke emoties onze ouders ook gebruiken om ons te motiveren, het wordt onze interne bron van motivatie tijdens het leven. Als deze vroege banden ontstaan uit liefde en nabijheid, dienen ze ons goed, maar als ze ontstaan uit angst en het vermijden van pijn, blijft ons motivatiesysteem onrijp.

Angstverbanden ontstaan als gevolg van mislukte pogingen tot zelfbehoud. Zelfbehoud is de grote waarde van angst, maar vroege ervaringen in angstige relaties waaraan we niet kunnen ontsnappen, veroorzaken zeer negatieve en verontrustende interne emoties. Wanneer deze onaangename emoties ons vermogen om zelfstandig terug te keren naar vreugde en rust te boven gaan, beginnen we pijn te vermijden als een vorm van zelfbehoud. Na een tijdje wordt het vermijden van pijn de centrale focus van angstverbanden, zelfs als er geen echt risico is dat onze emotionele capaciteit overweldigd wordt.

Verschil tussen liefde (L) en angstbanden (A). (5)

L1. Gebaseerd op Liefde en gekarakteriseerd door waarheid, nabijheid, intimiteit, vreugde vrede, volharding en echt geven.
A1. Gebaseerd op angst en gekarakteriseerd door pijn, vernedering, wanhoop, schaamte en schuld en/of angst voor afwijzing of andere schadelijke gevolgen.


L2. De band wordt in stand gehouden door verlangen (Ik verbind me met jou, omdat ik bij jou wil zijn).      A2. De band wordt in stand gehouden door vermijding (Ik verbind me, omdat ik pijn en negatieve gevoelens wil vermijden).

L3. De band wordt sterker, wanneer we dichter naar elkaar groeien en ook wanneer we niet bij elkaar zijn (Wanneer we nader tot elkaar komen, leer ik je beter kennen. Wanneer we niet bij elkaar zijn, ben ik nog steeds gezegend door mijn herinnering aan jou). A3. Angst-gerelateerde banden worden sterker door dichter naar elkaar te groeien of juist wanneer men niet meer bij elkaar is (hoe dichter we naar elkaar groeien, hoe beangstigender het wordt, dus moet ik nabijheid vermijden, of hoe vaker we niet meer bij elkaar zijn, hoe beangstigender het wordt, dus ik moet nabijheid manipuleren).

L4. We kunnen zowel positieve als negatieve gevoelens delen; de band wordt sterker door het delen van deze waardevolle gevoelens. A4. We kunnen noch positieve noch negatieve gevoelens delen; de band wordt sterker door (1) het vermijden van negatieve/positieve gevoelens of (2) door alleen gefocust te zijn op negatieve gevoelens.

L5. Beide deelgenoten in deze relatie hebben er voordeel bij; de band daagt ieder uit waarlijk zichzelf te zijn. A5. Alleen deelgenoten aan een kant van de relatie hebben er voordeel van: de relatie remt mensen om zichzelf te zijn.

L6. Eerlijkheid (waarheid) is de basis van de relatie. A6. Misleiding en bedrog maken deel uit van de relatie.

L7. Door deze band groeien mensen naar volwassenheid, en men wordt uitgerust om hun 'echte ik' te leren kennen. A7. Hechting gebaseerd op angst belemmert de groei steeds meer, en weerhoudt mensen ervan hun 'eigen ik' te ontdekken.

L8. Liefdesbanden worden aangestuurd door het voorste deel van de hersenen, het 'vreugde centrum', en regelt 'hoe handel ik als vanuit mezelf?' A8. Angstbanden worden aangestuurd vanuit het achterste deel van de hersenen en regelt 'hoe krijg ik wat ik wil hebben?'

 

Identiteitsverandering (6)
Onze identiteit bepaalt en controleert wat we doen, denken en voelen. Door onze identiteit te veranderen, verandert ons denken. Iemand die onze identiteit beheerst, beheerst dus ook ons denken. Een leven-gevende gemeenschap zal ons altijd de waarheid over onze identiteit voorhouden, terwijl mensen die macht willen uitoefenen, ons besef van wie wij zijn, willen aanpassen ten behoeve van hun eigen doelstellingen.
Het is onvoorstelbaar hoe snel een identiteitsverandering bij een onvolledige en zwakke persoonlijkheidsstructuur kan plaatsvinden. Een persoonlijkheid kan door een proces van afbraak binnen twee of drie weken totaal worden veranderd.

De weg naar het satanisme bijvoorbeeld kan heel snel worden afgelegd als de mensen die langs de kant staan, hun werk ‘goed’ doen. Waarom zou iemand toestaan dat zijn identiteit wordt ontmanteld? Dit kan alleen maar als hij wordt misleid. Het plan van aanpak is duivels eenvoudig: zorg dat de ander zich machteloos voelt en vertel hem dan dat datgene wat hem uit elkaar doet vallen, wat slecht voor hem is, hem sterk en machtig zal maken. Bijvoorbeeld alle familiebanden verbreken of wraak nemen op vermeende tegenstanders. Hoe harder hij zijn best doet, hoe meer hij uiteen zal vallen. Hoe meer hij uiteen zal vallen, hoe harder hij zijn best zal doen. Daarentegen kan de kerk ruimte bieden voor een unieke individuele en groepsidentiteit die gebaseerd is op liefde. Een plaats waar ruimte is voor geestelijke groei en omzien naar elkaar.

 

De familie van God
Als we de kerk als een familie zien, dan onderscheiden we een netwerk van duurzame en ondersteunende relaties met een eeuwigheidswaarde. De oudsten zijn als een vader en moeder voor de wezen in deze familie en dragen zorg voor de instandhouding van de identiteit van de gemeenschap. Anders dan de gaven van de Heilige Geest, die geen menselijke band nodig hebben, is de vrucht van de Heilige Geest volop aanwezig in de duurzame relaties tussen de leden van Gods familie. Door deze vrucht is een vreugdevol leven mogelijk tussen ouders, kinderen, broers en zussen in het geloof. De geestelijke familie is nodig om elk van haar leden te beschermen, te dienen en te doen opbloeien. Dankzij haar zorg is iedereen in staat te groeien, volwassen te worden en te transformeren. Dit is de manier waarop God ons leven geeft en wij het weer aan anderen door kunnen geven. Voortdurend ontdekken we nieuwe relaties en banden waardoor we leven kunnen delen.

De vreemdeling
De Bijbel spreekt meer dan honderd keer over de vreemdeling. De vreemdeling is iemand die niet beschikt over de noodzakelijke ondersteunende relaties en kan daarom gemakkelijk genegeerd worden of door anderen misbruikt. Vreemdelingen worden in één adem genoemd met weduwen en wezen die veelal met dezelfde problemen te maken hebben. De manier waarop met deze mensen wordt omgegaan, werd door de oudtestamentische profeten gezien als de ultieme test voor waarachtig geloof. Jezus spreekt in dit verband over de schapen en de bokken die voor Zijn troon verschijnen (Mat.25:31-46). Geestelijke families moeten hen die niet over een familie beschikken in hun kring opnemen. We mogen weduwen, wezen en vreemdelingen in ons midden niet vergeten.

Maar ook gescheiden mensen en kinderen van gebroken gezinnen kunnen we in zekere zin als wezen zien. Mensen die nieuw zijn in een gemeenschap, overlevenden van sektarische groepen, vluchtelingen en leden van minderheidsgroeperingen zijn eveneens moderne vreemdelingen. Er zijn veel individuen die niet de beschikking hebben over een natuurlijke gemeenschap. Nergens is de behoefte aan familie sterker aanwezig dan bij hen die uit een sekte of destructieve groep komen en christen zijn geworden. Deze bekeerlingen hebben zowel hun geestelijke als hun biologische familie opgegeven om God te volgen. Net als Ruth, de Moabitische vrouw, moesten zij hun goden en familie achterlaten om als een vreemdeling het ‘kerkenland’ binnen te gaan. Mensen die vanuit het nieuwe heidendom of een destructieve groep onze gemeenschap binnenkomen, zijn de toetssteen van de aard en sterkte van onze geloofsbanden. Ruth en Naomi, de twee voorouders van Jezus, kunnen in dit opzicht een inspiratie voor ons zijn. Naomi mag dan een verbitterde oude weduwe zijn geweest, maar haar geloofsbanden hebben iedere test doorstaan. En de roep “Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God” van Ruth is een belangrijke standaard voor liefdesbanden geworden en de toegangspoort tot de geestelijke familie.

Een nieuwe verbinding: De theologie van geestelijke adoptie
In tijden van rampspoed kun je zien wie je familie is. Dat geldt niet alleen voor vreemdelingen maar ook voor anderen binnen het gezin van God.

Maria en Johannes
“Bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus Zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen Zijn moeder: “Dit is uw zoon, en daarna tegen de leerling: Dit is je moeder. Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis” (Joh.19:25-27). Deze korte adoptieprocedure werd door de Here Jezus Zelf voltrokken. Het feit dat zowel Johannes als Maria volwassen mensen waren, deed niets af aan de noodzaak voor adoptie. Beiden hadden ze iemand verloren die hen heel dierbaar was. Johannes had heel goed begrepen dat liefde het middelpunt vormt van de familie van God. Johannes werd gezegend met een nieuwe familie. Hoewel de meesten van ons best bereid zouden zijn om moeder Maria in huis op te nemen, zijn we toch geneigd om die plek, aan de voet van het kruis, waar de adopties plaats vinden, te vermijden.

Voorwaarden voor geestelijk ouderschap bij adoptie
Geestelijke adoptie is geen techniek of rollenspel, het is een eeuwige familieband, die de familiestructuur permanent verandert voor de ouder, de geadopteerde, broers en zussen en overige familieleden. Het idee moet van de Heilige Geest komen en getoetst worden. En zelfs als de Heer de opdracht heeft gegeven, dan is het nog steeds een onmisbare noodzaak dat de Heer het proces leidt. “Als de Heer het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers” (Ps.127:1). Bij geestelijk ouderschap moet vaak aandacht besteed worden aan A- en B-trauma’s. Ondersteunende therapieën en hulpverlening zijn vaak ook aangewezen. Het vereist veel zorg, geduld, terughoudendheid en zelfbeheersing. In feite is geestelijke volwassenheid nodig. Natuurlijk moeten er eisen gesteld worden aan geestelijk ouderschap.

In ‘De Rode draak verslagen’ benoemt Wilder talloze voorwaarden voor de echtheid van de adoptie, de eisen en de geestelijke groei van de geestelijke ouders en voorwaarden van de zonen en dochters (8). Geestelijke ouders moeten bestand zijn tegen pijnlijke situaties en zich bewust zijn van de ontwikkelingsleeftijd (dat is niet hetzelfde als de kalenderleeftijd) van de persoon die ze adopteren. Ouders moeten erkennen dat geestelijk ouderschap ook een verlossingsproces voor henzelf is. Geadopteerden moeten erop voorbereid zijn dat de familie van de natuurlijke (biologische) familie van hun nieuwe ouders niet altijd hun geestelijke relatie zal erkennen. Er kan verzet of jaloezie ontstaan vanuit de biologische familie bijvoorbeeld zoon of dochter die het geestelijk adopteren van anderen moeilijk kan verteren. Men kan moeilijk om gaan met de nieuwe verhoudingen.

 

Adoptie in een kerkgemeenschap

Zowel het toelaten als het opnieuw verbinden van mensen, hebben ingrijpende gevolgen voor de sociale structuur. De activiteiten brengen kosten mee, die nooit door één persoon kunnen worden voldaan. Er zijn altijd meerdere mensen bij betrokken. Jozef, Maria en andere moeders in Bethlehem en omgeving hebben allemaal een hoge prijs voor de verlossing moeten betalen. De reactie van de verlossingsgemeenschap komt er altijd op neer dat zij de dood moeten aanvaarden en het leven moeten geven. Ze moeten erin toestemmen dat de familiestructuur verandert opdat er nieuwe verbindingen kunnen ontstaan. De behoeften van jongvolwassenen aan een groepsidentiteit, worden door jeugdbendes en destructieve groepen uitgebuit, maar door de kerk vaak genegeerd. Ze geeft er doorgaans de voorkeur aan om haar structuren tegen de ontregelende energie van jongeren te ‘beschermen’. Hoe groter de verstoringen zijn die de zonde in de natuurlijke gemeenschap heeft veroorzaakt, des te ingrijpender zullen de aanpassingen (moeten) zijn, die door de verlossing worden teweeggebracht.

Verlossing verandert de individuele gezins-, familie- en gemeenschapsidentiteit, of we dit nu willen of niet. Verlossing is nooit iets dat we voor onszelf kunnen doen, zij vindt alleen maar plaats wanneer anderen bereid zijn om onze kosten te betalen en wij die van hen. Als verlossingsgemeenschap moeten we niet denken dat wij het zijn die de verlossing bewerken. De prijs is betaald als Gods geschenk aan ons. Jezus heeft die de verlossing bewerkstelligd. De kosten die wij voor onze verlossing betalen hebben uitsluitend te maken met het aardse leven van onze nieuwe familieleden. De kerkelijke gemeenschap moet rondom de net geadopteerde leden gaan staan en sterke liefdesbanden met hen aangaan.

Dit gebeurt door in hun pijn te delen en vervolgens samen met hen naar vreugde terug te keren. In dit proces worden harten zichtbaar en worden angstbanden verbroken. De gewonde nieuwkomer zal ons ook confronteren met onze relationele angsten. Er vindt reiniging plaats en groei, de dood van de oude groepsidentiteit geeft steeds meer toegang tot de nieuwe identiteit. Het vraagt van de onvolwassen, zwakke en gewonde persoon veel genade om met de weerstand, angst, zelfmisleiding, onwetendheid, argwaan, trots, afwijzing en het egocentrisme van gevestigde gemeenschappen om te gaan. Het is aan Gods genade te danken dat zij ondanks alles toch bij ons blijven. Zo worden Gods daden zichtbaar.

Zorg vanuit de gemeenschap
Hoop voor de zwakke, gewonde mensen en onvolwassen leden van onze familie komt voor uit de zorg die door de gemeenschap wordt geboden. Enkele aspecten van die zorg zijn:
1. Gebedsbediening
2. Traumateams
3. Geestelijke adoptie binnen de familiestructuur
4. Opname van de zwakke en gewonde in de gemeenschap.
5. Bevrijdingsteams
6. Gemeenschapsleven

We kunnen in dit artikel deze vormen van hulp niet uitwerken. Op de website van stichting Promise vindt u artikelen van Jim Wilder waar deze onderdelen verder zijn uitgewerkt (9). Vaak is dit een hulp die professionele hulpverleners niet kunnen geven. Niet in de laatste plaats omdat ze getraind zijn om een professionele afstand te houden, en vanwege de bescherming van privacygegevens. Zonder steun van de kerk zullen ‘professionals’ vaak niet in staat zijn om adequate hulp te bieden en de behoefte van hun cliënten aan een gemeenschap te faciliteren. Zonder hulp van de steun van familie of gemeenschap zal blijken dat de veranderingen die worden ingezet in het hulpverleningsproces, niet haalbaar of niet duurzaam zijn. Het gaat verder dan alleen wat ‘supportgroepen’ waarin enkelingen soms enige steun kunnen bieden en hen misschien uit hun isolement kunnen halen, maar het lijkt in de verste verte niet op een familie. Helaas zijn ook veel kerken opgedeeld in leeftijdsgroepen en sociale klassen zodat vreemdelingen vaak alleen met vreemdelingen in de kerk in contact komen. Als zich problemen voordoen, worden de banden tussen de vreemdelingen gemakkelijk weer verbroken. Gemeenschapszorg begint bij geestelijke adoptie.

Gerard Feller, april 2020
Met fragmenten uit: E. James Wilder, ‘De rode draak verslagen, bouwen aan een leven gevende gemeenschap’. Archippus boeken, Enschede 2008 ISBN 978-90-79011-02-5

Noten:
1. E. James Wilder, ‘De rode draak verslagen, bouwen aan een leven gevende gemeenschap’. Archippus boeken, Enschede 2008 ISBN 978-90-79011-02-5
2. Charles H. Kraft, hoogleraar antropologie aan de School of World Mission van het Fuller Theological Seminary
3. E. Thomas en Elizabeth S. Brewster, Bonding and the Missionary Task: Establishing a Sense of Belonging
4. http://www.lifemodel.org/download/Changing%20Fear%20to%20Love.pdf
©Met toestemming overgenomen van E. James Wilder, Shepherd’s House.
5. André Roosma: http://www.12accede.nl/Angst_en_liefdebanden_in_gezinnen_en_sekten.pdf 6 .https://stichting-promise.nl/jim-wilder/de-identiteitsverandering-van-een-satanist.htm
7. Uit: De Rode draak verslagen, blz. 276-289
8. Uit: De Rode draak verslagen, blz. 349-352
9. https://stichting-promise.nl/jim-wilder

Kader: Richtlijnen hulpverlening

Liefde is belangrijker dan herstel. Herstel is belangrijker dan verminderen van de pijn.
Breng voor iedere gewonde de twee typen trauma A of B in kaart. En stel vast in welke periode het trauma heeft plaatsgevonden.
Registreer de mate van isolatie, wantrouwen en verlies.
Zoek uit wat mogelijkheden zijn en methoden om verbinding met anderen aan te gaan.
Maak een inschatting van iemands volwassenheid en stel in overeenstemming daarmee vast waaruit de zorg concreet uit bestaat.
Zoek biddend wat nodig is aan bevrijding, genezing en geestelijke adoptie.
Zorg voor een structuur van de gemeenschap die duidelijkheid geeft wie waarvoor verantwoordelijk is.
Stel één oudere aan om het overzicht te bewaren en zorg te coördineren.
Zorg concreet: voorbede door gebedsteams, contacten en gezin- en familieleven, reiniging, evenwicht in werk, rust en ontspanning.
De leefomgeving moet veilig zijn en geen triggers bevatten.
Zoek verandering van identiteit niet van rol.
De leefomgeving bij adoptie aan huis moet begrijpend en betrokken zijn maar niet willen redden of co-dependent gedrag vertonen.
Stuur regelmatig een andere oudere of therapie-buddy om een gebedssessie bij te wonen.
Benadruk de liefde van de leden onder elkaar en de betrokkenheid bij elkaars noden.
Neem de gewonde ook op aan de gevende kant van het kerkelijk leven zodat hij zijn gaven in kan zetten.
Vergeet niet dat het gaat om het geven en ontvangen van leven en niet in de eerste plaats herstel. Herstel is een neveneffect van het geven van leven.
Voor meer richtlijnen zie blz. 339vv van “De Rode draak verslagen”.

 

 

Kader: Richtlijnen om ‘zwakke en gewonden’ op te nemen.
1. Het leiderschap in de kerk moet goed voorbereid zijn.
Het programma moet door allen, inclusief de voorganger, worden gedragen. Een draagvlak houdt ook in dat er een budget is.
Er moet bij de leiders en volwassen leden bereidheid zijn om tijd te steken in de voorbereiding en uitvoering van het programma.
2. De leden van de kerk moeten worden voorbereid.
Een aantal leden moet begrijpen wat de voordelen van een christelijke structuur zijn voor het herstel van trauma’s.
Er moeten vrijwilligers worden gevonden, die de gaven hebben het programma mogelijk te maken.
De vrijwilligers moeten voor hun taken worden toegerust.
De gebedsteams moeten worden geïnstalleerd en geactiveerd.
De kerk moet stimuleren dat iedereen betrokken is bij geestelijke adoptie.
3. De ‘gewonden’ moeten worden voorbereid. (vooral ex-sekteleden)
Ernstig getraumatiseerden mensen moeten individuele therapie krijgen, naast de hulp die vanuit de gemeenschap wordt geboden.
Iedere ‘overlevende’ moet een gebedspartner toegewezen krijgen.
‘Overlevenden’ moeten gestimuleerd worden om te blijven functioneren op hun werk of opleiding.
4. De therapeuten waarmee wordt samengewerkt moeten worden voorbereid:
Er moet een crisisplan worden opgesteld.
Er moet wederzijds begrip zijn tussen de gemeenschap en de therapeut.
De omgeving moet veilig zijn voor kinderen.
5. De werkzaamheden binnen de kerk moeten worden voorbereid.
6. Er moet een programma worden ontwikkeld (bijv. met hulp van C.A.R.E.) (Waarvan is dat de afkorting??)
7. Verdeling van verantwoordelijkheden moet in kaart gebracht worden. (van therapeut, gemeente, geadopteerde)
8. Zie voor verdere uitwerking van alle punten blz. 343-362 van ‘De Rode Draak verslagen’.

Categorie: Jim Wilder