Eeuwig leven

kruis kopieInleiding

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe” (Joh. 3:16). Deze voor christenen de meest bekende tekst uit de Bijbel, spreekt over eeuwig leven. Daarnaast komt het begrip ‘eeuwig leven’ bijna twintig keer in de Bijbel voor. Voor christenen is eeuwig leven dus een bekende term. Maar beseffen we wel de betekenis ervan? Wat moet worden verstaan onder eeuwig leven? Bestaat het wel, en is het niet te mooi om waar te zijn? En àls het bestaat, wordt het dan op de lange duur niet vervelend en saai? En hoe zal ons lichaam in de eeuwigheid eruit zien? Hoe kijken niet-christenen er tegenaan? Veel hedendaagse mensen zijn van mening, dat er helemaal geen hemel of hel zal bestaan, en dat het middeleeuwse fabeltjes betreft. Zij geloven dus dat er na de dood niets meer is.

In het evangelie van Johannes vinden we een bijzondere omschrijving van eeuwig leven, namelijk: “Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt” (17:3). Deze omschrijving wijst in eerste instantie op de kwaliteit van leven, omdat het ten volle kennen van God en Zijn Zoon (zowel met ons hart, in liefde, als met ons verstand) waarachtig, zinvol leven betekent. Waarachtig leven is de liefdevolle geestelijke gemeenschap met God  en met zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer (1 Kor. 1:9). God heeft de schepping bedacht, en wel met een bepaalde bedoeling. God is de Zingever van het leven. Zonder God heeft het menselijk bestaan geen enkele zin, geen enkel doel. Vandaar ook dat atheïsme volkomen onzinnig en zinloos is (zie Promise Magazine, april 2018). 

God heeft dat verrukkelijke leven in liefde, vrede en harmonie met Hem, met jezelf en de naaste voor de mens bedoeld. Het is het eeuwige geschenk van God aan de mens(heid). De Bijbel spreekt over de hemel als een toestand van volmaakte gelukzaligheid. Het is een leven zonder ziekte, pijn, verdriet, oorlog, en dat niet alleen voor een korte periode, maar voor een zeer lange tijd, ja zelfs voor een oneindige tijdsduur. Kwaliteit en duur van leven horen bij elkaar. Wij zien dat dikwijls ook in het natuurlijke leven.

Is eeuwig leven mogelijk?

Bestaat er wel een eeuwig, altijddurend leven, dus een leven dat geen dood meer zal kennen? Veel mensen vinden dit onmogelijk, en geloven er niet in. Maar is eeuwig, altijddurend leven eigenlijk wel zo vreemd? Neen. Altijddurend leven is daarentegen de oorspronkelijke bedoeling en het normale. De eindigheid van het menselijk leven op aarde door de dood is dus eigenlijk abnormaal. Maar we zijn er zó aan gewend, dat we die eindigheid vanwege de sterfelijkheid van de mens normaal vinden. 

Laten we eens kijken naar de leeftijden van de mensen, die in de begintijd leefden, en in het boek Genesis genoemd worden. In Genesis 5 lezen we dat de oudvaders vóór de zondvloed ruim 900 jaar oud werden, bijvoorbeeld Adam 930 jaar, en Metuselach zelfs 969 jaar! In Genesis 11 zien we dat na de zondvloed de levensduur van de mensen al is gedaald van 600 jaar (vers 10/11) tot 205 jaar (vers 32). Verderop in de Bijbel (Deut. 34:7) lezen we, dat Mozes 120 jaar oud is geworden. Tegenwoordig (jaar 2017) is de levensverwachting van de Nederlander bij geboorte 80,1 jaar voor mannen en 83,3 jaar voor vrouwen (3), en dat dankzij vergaande medische voorzieningen. Zonder deze voorzieningen zou de mens gemiddeld nóg jonger sterven. 

In de medische wetenschap probeert men het leven te rekken door ‘onderdelen’ te vervangen. (orgaantransplantatie), te reanimeren, etc.. Zelfs zijn er enkele wetenschappers (verouderingsbiologen) die denken dat zij met bepaalde ingrepen (het verlengen van telomeren, dat zijn de uiteinden van chromosomen, en door toepassing van nanotechnologie) eeuwig biologisch leven zouden kunnen bewerkstellligen. Maar wat is dan de kwaliteit van leven? Bovendien, zonder ingrijpen van en een relatie met God is eeuwig leven niet mogelijk.

Hoe te verklaren?

Hoe is deze daling van de levensduur te verklaren? Dit komt omdat na de zondeval, die in Genesis beschreven is, de zonde zijn destructief werk begon te doen in de geest en de ziel van de mens, en bijgevolg ook in het lichaam. De zonde leidde niet alleen tot de geestelijke dood, namelijk het gescheiden zijn van God, maar ook tot de lichamelijke dood. In de begintijd van de mensheid waren de zonde en de gevolgen van de zonde nog niet zover doorgewoekerd, en kon de mens nog lang leven. Na duizenden jaren heeft de boze meer invloed kunnen krijgen in het menselijke geslacht, en sterven de mensen vroegtijdiger. 

Echter door de kracht van de Heilige Geest die een mens door geloof in het volbrachte werk van onze Heiland Jezus Christus kan ontvangen, kan ons innerlijk bevrijd worden van allerlei banden zoals depressie en angsten, en kan ons sterfelijk lichaam weer levend gemaakt worden, herstellen van ziekte, en zelfs opstaan uit de dood. Stel dat je een mens als ‘mechanisme’ zou zien, dan zou je het volgende beeld kunnen hanteren: het ‘mechanisme’ mens, dat door de zondeval stroef liep of beschadigd raakte (beeld van de ziekte) en zelfs vastliep of kapot ging (beeld van de dood) omdat er zand (zonde) in kwam en omdat het niet goed geolied was (geen gemeenschap met God door de Heilige Geest), wordt na de bekering zodanig door Gods Heilige Geest hersteld en ‘gesmeerd’, dat het ‘mechanisme’ mens uiteindelijk eeuwig kan blijven functioneren (hieronder gaan we nog in over twee soorten‘functioneren’). Je zou kunnen spreken van een geestelijk en lichamelijk perpetuum mobile. Als Adam en Eva niet hadden gezondigd, en als er geen zondeval was geweest, zouden de geestelijke en lichamelijke dood nooit hun intrede hebben kunnen doen, en zou de mens niet alleen maar circa 1000 jaar hebben geleefd, maar zelfs nooit zijn gestorven! Dit zijn gedachten, waar wij uiteraard niet vertrouwd mee zijn omdat wij als mensheid gewend zijn aan de dood als einde van het leven hier op aarde.  

Een saaie eeuwigheid?

Voor sommigen is het eeuwige leven geen aantrekkelijk vooruitzicht. Zij zien er tegen op omdat ze er een verkeerde voorstelling van hebben, en het zien als een soort voortzetting van het leven op aarde met al zijn zorgen en ellende. Maar het eeuwige leven is een altijddurend feest, waar niets is wat ons ooit zorgen zou kunnen geven. Een vraag die wel eens opkomt als we denken aan het eeuwige leven dat eindeloos voortduurt, is deze: zullen we ons dan niet vervelen? Zo’n gedachte komt voort uit onze huidige onvolmaaktheid en het nog niet ten volle kennen van Wie God is. Onze hemelse Vader is zo onvoorstelbaar en oneindig creatief, dat niemand tijdens het eeuwige leven zich ook maar één seconde zal vervelen. Er zal sprake zijn van ongekende gelukzaligheid, schoonheid, verrassing, afwisseling  en variëteit. 

Er is ook een andere eeuwigheid

Wat voor ons als christenen wel belangrijk is om te bedenken, is dat de Bijbel ook spreekt over een ander, echter niet zo aantrekkelijk eeuwig ‘leven’, namelijk een eeuwig bestaan in ellende, eenzaamheid, duisternis, angst, haat en wroeging, namelijk de eeuwige (geestelijke) dood, de eeuwige Godverlatenheid. “Daar zal het geween zijn en het tandengeknars” (Matt. 24:51; 25:30). Het gaat over een toestand, waarin de laatste band met God is doorgesneden. Het is een onvoorstelbare, vreselijke toestand die voor altijd duurt en waaruit geen ontkomen meer mogelijk is. De Bijbel spreekt over de buitenste duisternis, het eeuwige verderf, de vuurpoel, en over de tweede of eeuwige dood. Deze begrippen zijn niet zo bekend, maar meer bekend is de term ‘hel’ (4). De beschrijving, die de Bijbel in enkele bewoordingen weergeeft, is zó afschrikwekkend, dat een mens er liever niet over nadenkt.  Om één voorbeeld te noemen, namelijk uit het laatste Bijbelboek Openbaring (14:11): “En de rook van hun pijniging stijgt op in alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt”. In deze tijd is het spreken over de hel een taboe geworden, zelfs ook onder christenen. Voor velen is de gedachte aan de hel zóonverdraaglijk, dat men liever gelooft in de alverzoeningsleer (6), die stelt dat het uiteindelijk met ieder mens wel goed zal komen, en dat er uiteindelijk geen hel meer zal bestaan. Was dat maar zo! De consequentie van het niet bij God willenhoren is de eeuwige Godverlatenheid, waarin iemand zelf voor gekozen heeft en waarin iemand totaal aan zichzelf is overgeleverd.

Keuze tussen leven of dood

De door de Bijbel genoemde afschrikwekkende vorm van eeuwig bestaan kan niet buiten beschouwing gelaten worden als we nadenken over het leven na dit aardse bestaan, dus over het hiernamaals. Allereerst omdat Jezus Zelf daar veel over gesproken heeft vanwege de ernst van de keuze tussen eeuwig leven en eeuwige dood. Het is goed dat wij als kinderen van God bepaald worden bij de ernst ervan, niet alleen voor onszelf, maar juist ook vanwege onze relatie met niet-gelovigen. Immers als wij de ernst beseffen van de keuze tussen leven en dood, zullen wij meer beseffen wat het offer van onze Heiland Jezus Christus op Golgotha heeft betekend, en zullen wij er ook meer ernst mee maken om met liefde en wijsheid het evangelie aan anderen te vertellen. Door na te denken over de eeuwigheid, raakt men onder de indruk van de ernst van de keuze vóór of tégen Jezus en God. Er staat namelijk oneindig veel op het spel.

We leven in een tijd waar het er op aan gaat komen. De scheiding tussen de schapen en de bokken, anders gezegd, tussen enerzijds zij die de aardse dingen bedenken en niet rekening willen houden met de wederkomst van Jezus, en anderzijds zij die niet gericht zijn op aardse schatten, maar hun burgerschap in de hemelen hebben en met reikhalzend verlangen de Here Jezus Christus verwachten, Die zal verschijnen in kracht en heerlijkheid om Zijn Woord waar te maken. Voor de eerste groep wacht het verderf, voor de tweede groep zaligheid. Er is geen tussenweg, het is dus het een of het ander. Dus óf de brede weg, die naar het verderf leidt, óf de smalle weg die naar de hemelse heerlijkheid leidt. 

God is toch liefde?

Voor velen is de vraag hoe er een hel zal kunnen bestaan als er een God van liefde is. Ook al gebiedt God ons om Hem lief te hebben (wat een groot voorrecht is en vreugde geeft), Hij wil niemand tot iets dwingen. Liefde laat de ander de keuze. Liefde kan niet zonder het gegeven dat de ander in vrijheid kan kiezen. Als iemand zich niet aan God en diens wil wenst te onderwerpen, dan moet God dat respecteren, want God Zelf gaf de mens een vrije wil. Sommige mensen hebben zich door zonden en weerspannigheid zo verhard dat ze Gods genade (Hij gaf Zijn Zoon uit liefde voor ons om ons te redden!) en liefde niet meer willenaanvaarden. Zij willenniet dat God heerschappij over hen voert, mede omdat zij Zijn heerschappij verkeerd opvatten. Gods heerschappij betekent immers juist geluk en zingeving.

Twee eeuwigheden

De Bijbel toont dus twee eeuwigheden, waaruit de mens kan en moet kiezen, namelijk het eeuwige leven of de eeuwige dood (eeuwig afgrijzen - Dan. 12:2), die een gevolg is van het blijven in de zonde. Een tussenweg is er niet. “Want het loon, dat de zonde geeft, is de (eeuwige) dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here” (Rom. 6:23). Het eeuwige leven begint al op deze aarde als iemand Jezus Christus als Verlosser van zijn zonden erkent en aanvaardt. Die mens wordt wederomgeboren (Joh. 3:3), met God als zijn Vader, en in het Koninkrijk van God opgenomen. “En dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in Zijn Zoon” (1 Joh. 5:11). Het eeuwige leven begint in de geest, door het geloof, en ontwikkelt zich in de geest van de mens, maar zal uiteindelijk ook volkomen doorwerken in de ziel en het lichaam. Rom. 6:22 zegt: “Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven”.

Hoe zal het eeuwig lichaam zijn?

Door de zonde heeft de mens zijn positie als beeld van God (Gen. 1:27) verloren en is hij vernederd geworden. En dat zowel in lichamelijk (ziekten, misvormingen, pijn en dood) als in moreel opzicht (leugen, onreinheid, haat). Maar bij de komst van Jezus Christus zullen wij naar geest, ziel en lichaam verlost worden en zal ons vernederd lichaam verlost worden van alle handicaps en tekortkomingen. Bij de opstanding der doden zal het lichaam worden opgewekt in onvergankelijkheid en heerlijkheid (1 Kor. 15:42,43). En wat is opgewekt, is een geestelijk lichaam (1 Kor. 15:44). Maar hoe zal dat eruit zien?

Wij weten dat wij door onze bekering veranderd worden in ons denken (Rom. 12:2), maar uiteindelijk, als de wederkomst een feit zal zijn, ook qua lichaam. Wij zijn immers voorbestemd om zowel in de geest als in het lichaam het beeld van Jezus Christus te dragen (Rom. 8:29). “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is” (1 Joh. 3:2).

Toen Jezus opstond uit de dood, had Hij geen schijnlichaam (docetisme), maar een echt lichaam. Immers de discipelen konden zijn voeten vastgrijpen (Matt. 28:9). En Jezus nam een stuk gebraden vis en at het voor hun ogen op (Luc. 24:43). Hij kon dus dezelfde dingen doen die Hij voor Zijn lijden en sterven ook kon doen. Maar ook meer dan dat, want Jezus had een verheerlijkt lichaam, dat niet door tijd en ruimte beperkt was en is. Zo kon Jezus in de materiële wereld verschijnen waar Hij wilde en was Hij plotseling in een kamer, die op slot was (Johannes 20:19,26). Hij kon dus door gesloten deuren en door muren binnenkomen.

Het bijzondere van het lichaam van Jezus, nadat Hij was opgewekt, is ook dat het niet meer sterft (Rom. 6:9). Het is dus onsterfelijk en onverderfelijk. Dat geldt ook voor alle kinderen van de opstanding (Luc. 20:36). De gelovigen die veranderd zijn naar het beeld van de Heer, hebben in het eeuwige leven voor altijd een onsterfelijk een verheerlijkt lichaam! En dat zal niet meer vernederd zijn maar verschijnen in heerlijkheid. Immers “Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid” (Kol. 3:4). Wij zullen dan Jezus ook met ons lichaam verheerlijken. Voor de ware gelovigen is er in de toekomst dus een onbeschrijfelijk heerlijk vooruitzicht. Wij zullen dan deel hebben aan de goddelijke natuur (2 Petr. 1:4), en dat voor eeuwig. “Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen” (Fil. 3:20 en 21).

Ten slotte

We mogen als christenen bij de dag leven. Immers elke dag mogen we als een geschenk van de eeuwige God, onze hemelse Vader, ontvangen en die dag met de Heer leven en onder de leiding van de Heilige Geest goed besteden. Maar we mogen die dag óók beleven in het perspectief van het eeuwige leven. Dat geeft hoop en verwachting voor de dag van vandaag, in dagelijkse zorgen, pijn en verdriet, en ook in geval van ziekte of zelfs naderende dood. “De vrijgekochten van de Heer zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen, maar kommer en zuchten zullen wegvlieden” (Jes. 35:10). 

“Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt” 

(1 Tim. 6:12). Het is het waard om er alles voor over te hebben. Daarom is de volgende zin goed om te overdenken: “Als wij aan de Heer onze tijd geven, dan geeft de Heer aan ons Zijn eeuwigheid”. Laten wij ons niet (alleen) richten op het hier en nu, maar ons ook uitstrekken naar de eeuwige erfenis (Hebr. 9:15), die God ons heeft beloofd, namelijk “wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben” (1 Cor. 2:9). 

Maar ook moet worden bedacht, dat wij in dit leven steeds moeten blijven omzien naar hen die nog buiten zijn, de ongelovigen. Want als zij zich niet tot Jezus wenden en Hem niet als hun Verlosser willen aannemen, dan zullen zij opstaan tot de opstanding ten oordeel (Joh. 5:29) en zal hun einde het verderf zijn, niet alleen het natuurlijke tijdelijke verderf, maar zelfs het eeuwige verderf. Hun opgewekte lichamen en zielen zullen nog steeds en altijd de kenmerken van de zonde en de gevolgen ervan blijven ondervinden. De Bijbel spreekt over de tweede dood, waar de worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt (Marc. 9: 44,46,48), beeld van de verschrikkingen van de situatie in de vuurpoel. De afgrijselijke situatie van intense wroeging en voortdurende ellende in allerlei vormen zal niet ophouden, want ook hun lichaam (van schande en eeuwig afgrijzen - Daniël 12:2), ziel (dat nooit meer hoop en uitzicht zal zien) en geest sterven niet. Er zal geen einde aan komen.  

Als we even aan deze situatie denken, dan moet het ons vervullen met een passie om aan medemensen in deze steeds donker wordende wereld om ons heen 

het evangelie te vertellen en hen op te roepen zich te verzoenen met God door geloof in Jezus Christus, de enige Naam onder de hemel waardoor zij behouden kunnen worden (Hand. 4:12). En uiteraard moet het onszelf steeds ertoe aanzetten zeer waakzaam te blijven teneinde de heerlijke roeping Gods niet te missen. 

Piet Guijt

Februari 2019

Bronnen:

  1. Piet Guijt, Bouwstenen voor een eeuwig thuis, Stichting E.Ch.O., Zoetermeer, 2002.
  2. Jb Klein Haneveld, De toekomst van de hemelburger, Brochure-reeks ‘Het Morgenrood’ - nr. 139, Bodegraven, maart 1984. 
  3. info. Bron: https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/levensverwachting/cijfers-context/huidige-situatie#node-overleving-1
  4. Willem Jan Pijnacker Hordijk, De hel helpen verhelderen. In Promise Magazine, juli 2013. 
  5. Willem Jan Pijnacker Hordijk, Hemelervaringen. In Promise Magazine, oktober 2014.
  6. Piet Guijt, Alverzoeningsleer: een zeer geraffineerde misleiding. In Promise Magazine, oktober 2016.
Categorie: Bijbelstudie: geestelijke kennis