Schuld en schuldgevoelens

 

Schuld en schuldgevoelens

 

Wie heeft zich nog nooit schuldig gevoeld? Niemand! God heeft de mens geschapen met een geweten (Rom. 2:15). Het geweten kan beschouwd worden als een waardenstelsel, een geheel van overtuigingen aangaande goed en kwaad. De meeste mensen hebben schuldgevoelens wanneer ze ingaan tegen

Wat ze zelf als norm of wet beschouwen. Paul Tournier beschrijft in een van zijn boeken een gesprek van 2 vrienden waarin de een zegt: Ik zit met zoveel problemen die een oplossing vragen. De ander antwoordde: Er bestaan geen problemen, alleen maar zonden. Als medicus ziet Tournier ook dat zonde de grondoorzaak van veel levensproblemen is. Zonde is dan het overtreden van een normen- en waardenstelsel. De moderne materialistische mens, verbant de zonde als een verouderd begrip. Het Cartesiaanse rationalisme was van mening volledig objectief te zijn door ieder waarde-oordeel te verwerpen en daardoor alleen maar rekening te houden met feiten, oorzaken en gevolgen en dus zich van te voren van ieder zedelijk oordeel te distantiëren. De Bijbel zegt dat, dat het dilemma is waarmee de moderne mens worstelt, een moreel probleem. Het probleem is zonde en schuld.Er is een objectieve wezenlijke norm en een objectieve wezenlijke overtreding daarvan. Die norm is Gods norm en die overtreding heet zonde. Volgens de Bijbel moet iedereen die enige God en het gezag van die God met zijn verstand, uit de schepping kennen. (Rom. 1:20)

 

Schuld

Laten we eerste verschil maken tussen Schuld en Schuldgevoelens. Schuld = strafbaarheid. Men overtreedt de (objec­tieve) norm of men verzuimt een verant­woordelijkheid, voortvloeiende uit die ab­solute norm.Die overtreding vindt plaats op het niveau van het gedrag. (Bijbels gezien ook het denken).Schuldgevoelens zijn een onaangename emotionele uiting van een subjectieve overtuiging van strafbaarheid wegens een overtreding.Zo kunnen er mensen zijn die objectief schuldig zijn en het niet beseffen of voe­len en andersom: mensen voelen zich schuldig (schuldgevoelens) terwijl ze dat niet altijd hoeven te zijn. Ook moeten we in dit verband schuldgevoelens niet ver­warren met emoties van bedroefdheid of vrees voor mogelijke gevolgen van een daad. (zoals bij dieren voorkomt die geen geweten hebben).

We hebben in de inleiding gezien dat de Bijbel zegt dat ieder mens van nature God moet erkennen. (Rom. 1:20). God erkennen moet betekenen rekening houden met God, Hem erkennen als Gezaghebber als Autoriteit, Die gezag uitoefent over Zijn schepping. Dat gezag wordt uitgedrukt in een wet, in regels, in absolute normen. Het is te zien als een geheel van bindende voorschriften die de wil van de Gezagheb­ber, God uitdrukt. Mensen als schepselen van God hebben dus wettelijke verantwoordelijkheid en kunnen wettelijk aansprakelijk gesteld worden.Het wezen van de zonde is de ontkenning van de relatie mens-God, omdat de mens 'vrij' wil zijn autonoom van de Gezagheb­ber God.God Zelf zegt in Romeinen 3 dat alle men­sen overtreders zijn van die norm, alle zondaars zijn. Zij leven van nature auto­noom in hun gedrag van God (Rom. 5:12, 13.). Alle daden van de natuurlijke mens zijn aan te merken als overtredingen, zon­den omdat ze geen rekening houden met God. Door deze zondige daden wordt de zondaar beschuldigd en in een rechtsge­ding van God schuldig verklaart, waarna de straf bepaald wordt.

 Onder Gods toorn

In de Bijbel wordt gezegd: De ziel die zon­digt zal sterven. (Ez. 18:4, 20), en in het nieuwe testament, Rom. 6:23. Het loon dat de zonde geeft is de dood. Als zon­daar staat de mens slechts een ding te wachten, de eeuwige dood. Maar gelukkig is er één uitweg voor de mens n.l. dat ie­mand anders in zijn plaats sterft. Geen enkel ander mens kan echter die straf on­dergaan omdat iedereen zelf des doods schuldig is.Daarom komt de Bijbel met de enige dui­zelingwekkende verpletterende mogelijk­heid die o.a. in Joh. 3:16-18 genoemd wordt.Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leve heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld veroordeeld, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft wordt niet veroordeeld, wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet gelooft heeft in de naam van de eniggeboren Zoon van God.

Het lijkt geen eerlijke ruil, Jezus krijgt on­ze zonden en wij Zijn rechtvaardigheid. Maar het is toch zo. (2 Cor. 5:19-21) Van­daar dat God werkelijk tegen allen die Christus ontvangen hebben kan zeggen: gij zijt nu heilig en onberispelijk in Mijn ogen. (Col. 1:22 en Efz. 1:4). Nooit zullen we de ontzagwekkende diepte van de vergeving van al onze zonden kennen. Voor altijd vrij van de straf op de zonden die we voor onze wedergeboorte hadden maar ook voor altijd vrij van de ge­volgen van de zonden nu, zolang we nog leven en zondigen op deze aarde. Verge­ving van de zonden, van alle zonden. Wij zullen nooit en te nimmer meer gestraft worden voor onze zonden. Prijs God daarvoor.

 

Schuldgevoelens

In deze tegenwoordige wereld redeneert men schuldgevoelens weg. Men denkt dat het een teken van zwakte is. Sterk zijn zou dan inhouden dat men die domme schuld­gevoelens negeert. Veel mensen zijn daar­door niet meer beschaamd over hun zon­den! (Jer. 6:14-15) (Zach. 7:11-12; Rom. 2:15) en 1 Tim. 4:2. Hoe zit net dan met wedergeboren Christenen, kennen die geen zonden en schuldgevoelens meer in hun leven? Schaeffer haalt het in zijn boek 'Leven door de Geest', aan. Er is verschil tussen Christen worden en Christen zijn, net als tussen rechtvaardigmaling (bespaard blij­ven voor de gevolgen van de zonden nl. de dood) en de heiligmaking, (bespaart van de overheersende macht van de zonden in het leven van een Christen). De eerste stap in de rechtvaardigmaking is dat ik erken dat ik een zondaar ben, on­der Gods toorn, onmachtig mezelf te red­den en door het geloof van mij in het ge­loof van Christus vergeving heb gekregen. De eerste stap in het christelijke leven is dat ik erken dat ik niet als christen alleen kan leven in eigen kracht, vertrouwende op mijn eigen kwaliteiten. We zijn aan­vaard door God in Christus, nooit op grond van wat wij doen maar puur op het feit dat we in Christus zijn. Volgens de Bij­bel zondigen wedergeboren mensen. Het onvermijdelijke resultaat daarvan is dat we schuldgevoelens ontwikkelen als we die zonden nooit neerleggen aan de voet van het kruis. Schuld leidt altijd tot vervreemding.

Lindsey noemt dit het zondesyndroom door vervreemding = zonde-schuld-vervreemding. Veel gelovigen komen in dit syndroom door een verkeerde, onbij­belse manier van omgaan met schuldge­voelens. Bij een niet al te gevoelig gewe­ten tracht men zich te rechtvaardigen. Men komt met leugens waarom men iets gedaan heeft.De 2de verkeerde manier om met schuld­gevoelens af te rekenen is dat men zich zelf gaat veroordelen. Iemand zondigt steeds weer op hetzelfde gebied en krijgt steeds meer schuldgevoelens. Satan houdt van deze 'gevoelige' Christenen en dringt ze steeds meer de gedachten op dat ze tegenover God wormen zijn die ner­gens voor deugen.Hij fixeert hun blik op hun weinig hoogstaand Christelijk leven. Dat schuld­gevoel leidt tot vervreemding die fataal is voor de omgang van de Christen met God.

Schuldbelijden

Natuurlijk krijgt een wedergeboren mens terecht last van schuldgevoelens, een droefheid die bewerkt wordt door de Heili­ge Geest zoals beschreven in 2 Cor. 7:8-9. Een droefheid die tot bekering en berouw moet werken. Wanneer wij gezondigd hebben bestaat er een behoefte dit tegen­over God te erkennen, waarbij we tevens weten dat God niet zal ophouden ons lief te hebben en te aanvaarden. Blijven we na de erkenning en belijdenis van zonden het gevoel hebben dat we geen vergiffenis hebben gekregen dan wijst dit erop dat we onze blik van Gods vergeving hebben afgewend en op onszelf gericht. Dan zeggen we dat onze zondige zwakheden machtiger zijn dan Gods ver­gevende kracht. Satan doet ons graag de ogen sluiten voor de betekenis van het kruis in ons leven, Zijn naam betekent Be­schuldiger.God wil echter dat onze gedachten niet op onze zonden blijven richten maar wel meer op de vergeving die wij krijgen zien­de op Jezus. (Hebr. 12:2)Belijden van de zonden is geen voorwaar­de om vergiffenis te verkrijgen. Dat zou een gevaarlijke positie zijn voor een gelo­vige, want hoe weet je dat je al zonden be­leden hebt?Het woordje al in Col. 2:13 duidt het te­gendeel aan.

Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees levend gemaakt met Hem toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold. ALLE!Dat betekent niet dat God zonden in het leven van een gelovige goedpraat, verre van dat. Het betekent dat Hij Zichzelf de vrijheid heeft gegeven, om op het moment dat we inzien gezondigd hebben, en dit be­lijden en Zijn vergiffenis te aanvaarden, dat Hij in ons gaat werken, (het willen en het werken Filp. 2)Vertaling staat, ons te hebben gereinigd van alle ongerechtigheid (in de voltooide tijd).

Het zegt dus niet dat een gelovige na het kruis om vergiffenis moet vragen. Bij God is dat een vaststaand feit en Hij wil alleen dat wij een beroep doen op die al bestaande waarheid. In 1 Joh. 1:9 betekend het woord belijden het met iemand over iets eens worden in' dit geval het met God eens worden over onze zonden. Voor alles wil God dat wij onze zonden zien zoals Hij dat doet Be­oordelen we onze zonden niet op Gods manier, dan aanvaarden we Zijn vergiffe­nis niet en grijpt satan in en krijgt houvast op ons door middel van schuldgevoelens Volgens psychiaters en artsen is dit de voornaamste oorzaak van zielsziekten en zelfmoord.

Voor een Christen geldt Col. 2:14. Dat Hij het bewijsstuk uitgewist heeft, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen Hij heeft de overheden en machten ontwa­pend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.

Onterechte schuldgevoelens

We hebben in het bovenstaande gelezen dat schuldgevoelens een goddelijk alarmsignaal is dat ons in de eerste plaats waarschuwt voor de zonde. N.J. Math. Schrijft zelfs dat dit gevoel van schuld en zonde de hoogste vorm van kennis is. Kent u dat beschaamde gevoel tegen­over God? (Joel   2:12-13;   luc.   15:18;   Jac.   4:9; Openb. 2:5a)

Bij deze innerlijke gesteldheid van be­rouw en inkeer ligt de gemeenschap met God open. (Spr. 28:13.) Toch kan het ook voorkomen dat we een subjectieve overtuiging van strafbaarheid wegens een overtreding van een norm hebben die blijkt niet Gods norm te zijn, zodat er geen grond is voor objectieve strafbaarheid. Iemand voelt zich schuldig maar is volgens God niet schuldig. Het wordt veroorzaakt door onbijbelse nor­men dus:

Men moet leren om te onderscheiden wat God als goed en kwaad ziet. (Filp. 1:9-10) en inzien dat de onbijbelse normen moet worden vervangen door Gods normen en inzien dat u niet schuldig bent.

1) Sommige onbijbelse normen komen uit de persoon zelf. Ze zijn ingebouwd in het geweten. Sommige Korinthiers hadden geen probleem met het eten van offer­vlees omdat een afgod dat vlees niet kan beïnvloeden anderen wel. (Rom. 14:23; 1 Kor. 8:7.) Deze laatste hebben een zwak geweten. Zij struikelden over neutrale din­gen.

2) Andere onbijbelse normen ontstaan o.i.v. andere mensen. (Gal. 1:10.)

3) of door regels van traditie meer als van regels van God. (Mare. 7:1-23)

4) Als u uit bent op eer van andere mensen (Joh. 5:44.) hanteert u niet Gods norm.

5) De duivel is al eerder genoemd als een aanklager, ook van onbijbelse normen, (vergelijk Job).

6) Er zijn zelfs mensen die strengere nor­men hanteren dan God zelf. (Mare. 3:1-6). Ook kunnen onterechte schuldgevoelens de mens teisteren als hij een verkeerd be­grip heeft van vergeving. (Jer. 31:34; Jer. 50:20 Ps. 130:3-4; Jes. 43:25; Jes. 44:22; Jes. 38:17; Micha 7:19.) Als God vergeeft, belooft Hij in het Woord: de zonde niet meer te noemen, niet ter sprake te brengen, niet meer over te praten met anderen en er zelfs niet meer aan te denken.

Tuchtiging

We hebben gezien dat bij terechte schuld­gevoelens bij het zondigen van een gelovi­ge dit weliswaar negatieve consequenties heeft, (1 Kor. 11:27-32; Openb. 3:19; Hebr.12: 5-11 hoewel er geen sprake is van straf

Walter Barrett en de Vriese maken in dit verband onderscheid in 2 aspecten van Gods vergeving nl. de rechterlijke ver­geving en de Vaderlijke vergeving. Als de­ze zaken niet onderscheiden worden lijkt de Schrift in een hopeloze strijd met zich­zelf. Men krijgt bij het door elkaar halen van deze twee aspecten gegarandeerd veel moeite met onterechte schuldgevoe­lens. Het verschil is simpel: tegenover de niet-christen treedt God op als rechter, terwijl Hij optreedt als Vader tegenover de Christen. Het verschil is enorm. Hoe God de ene behandelt is zeer verschillen­de met hoe Hij de ander behandelt. In het geval van de ongelovige is rechterlijke vergeving nodig.

In het geval van de christen komt de Va­derlijke vergeving aan bod. God is uw Rechter of uw Heiland. De een of de an­der.

Barret en de Vriese geven dit schema­tisch als volgt weer:

Rechterlijke Vergeving

Misdadiger

 

Straf

   ↕

vergelding 'verleden

       â†•

gerechtigheid eenmalig bad

 

ongehoorzame maar geliefde zoon

                 â†•

natuurlijke consequenties

                 â†•

tuchtiging toekomst

                 â†•

Vaderlijke liefde

                 â†•

frequente voetwassing

 

De zonde heeft ernstige en onaangename consequenties voor de gelovige (Jes. 59:2) en (Ps. 51). Toch zijn de natuurlijke conse­quenties totaal anders dan de straf van God op de zonde. De straf heeft vergel­ding tot doel.

De christen moet niet boeten of betalen voor zijn zonde want Christus heeft dat al gedaan. De gevolgen van de zonden zijn te zien als tucht. Tucht heeft in tegenstel­ling tot straf een positief doel, het staat in het teken van Gods liefde en is een famili­ale zaak. Gods huisregels worden niet in acht genomen. Een ongelovige wordt nooit getuchtigd Tuchtiging heeft een opvoedkundig doel, 'tot ons nut' zoals dat in Hebr. 12 beschreven wordt. Alles is gegarandeerd door het definitie­ve voor altijd geldend offer dat Jezus Christus voor ons bracht. Daarom staat er: Daarom kan Hij ook vol­komen behouden wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten (volkomen = volledig) Volkomen definitief en voor altijd. Hebr. 7:25. De schuld die eerst vervreemding oplever­de wordt weggedaan door uw liefhebben­de Hemelse Vader.

Er is nog een ding wat weliswaar niet beslist absoluut noodzakelijk is maar wat een grote steun in het geloofsleven is nl. Dankbaarheid. Dankbaarheid voor Christus volbrachte werk. Het uitspreken en tonen van dankbaar­heid in de levenswandel. Daardoor komt meer geloofskracht, geworteld en opge­bouwd in Hem, zodat u bevestigd wordt in het geloof, zoals u geleerd is overvloeien­de in dankzegging. Zoals in Col. 2:6: Nu gij Christus Jezus de Here aanvaard hebt, wandelt in Hem.

ZEKERHEID

Wij vinden rust en vrede. Wij kennen die liefdevolle, sterke armen van onze liefheb­bende Hemelse Vader. Wij geheel anders. Wij hebben Christus leren kennen, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. (Efz. 4:20-24)

En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder in­zicht en fijngevoeligheid, om te onder­scheiden waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God. (Filp. 1:9-11.)

G. Feller Promise 3ejrg 1986

 

 

Categorie: Bijbelstudie: geestelijke kennis