De 'tien geboden' van de apologetiek

De tien 'geboden' van de apologetiek

©Dan Story     engelse vlag(1)

 

Apologetiek (van het Griekse απολογία, apologia, betekent letterlijk: "verdediging, verontschuldiging") is het verdedigen van bepaalde, vaak religieuze, standpunten door middel van redenering. In dit artikel van de fundamenten van de christelijke geloofsleer. Apologetiek kan naast de verdediging van het geloof ook de theologische onderbouwing van geloofsverdediging en de geschriften waarin geloofsverdediging voorkomt aanduiden (Wikipedia).

Toen ik mijn apologetische bediening begon heb ik veel geleerd van mijn fouten, net als velen van u waarschijnlijk. Kennis hebben van apologetische onderwerpen en moeilijke vragen kunnen beantwoorden, maakt iemand nog niet tot een goede apologeet. Het belangrijkste is ongelovigen te betrekken op een manier, dat ze op een eerlijke manier gaan luisteren, het begrijpen en ons standpunt serieus gaan overwegen. In dit artikel zal ik de dingen die je het beste kunt doen en de dingen die je zeker niet moet doen bespreken. De dingen die je moet doen zijn normale, gezonde apologetische principes, de dingen die je moet vermijden zijn de valkuilen van slechte apologeten. Samen zorgen ze voor de spelregels van een effectieve apologetische evangelisatie. Ik noem ze de ‘tien geboden’ van apologetiek (1).

 

Het eerste gebod: Eerst het evangelie, in de tweede plaats de apologetiek.

Als het mogelijk is, probeer in een ontmoeting te getuigen van het evangelie van Jezus Christus, dat is wat ongelovigen moeten horen om gered te worden. Het is een verkeerde vooronderstelling dat iedere ongelovige direct intellectuele bezwaren heeft tegen het christen-zijn. Vandaar dat niet ieder getuigenis tevens een verdediging van de leer hoeft te zijn. Als de ongelovige reageert op het evangelie, vergeet dan de apologetiek en ga verder met het delen van het goede nieuws van Jezus Christus. Bevestig het evangelie door uw persoonlijke getuigenis, dat de levensveranderende kracht van de Heilige Geest in je eigen leven laat zien.

 

Het tweede gebod: Blijf bij de hoofdzaken.

De meeste niet-christenen weten weinig van de Bijbel of van wat christenen geloven en wat ze erover denken te weten is vaak niet waar. Als je de kans krijgt te getuigen, vermijd theologische onderwerpen zoals eschatologie of predestinatie die alleen maar verwarrend zijn voor ongelovigen. Vermijd ook soortgelijke onderwerpen als spreken in tongen of manieren van dopen. Blijf niet steken (als dat kan) in discutabele kwesties voor ongelovigen zoals de leeftijd van de aarde. We moeten zorgen dat we een goede en heldere manier van goede apologetiek en evangelisatie beoefenen, ook op onderwerpen waar christenen anders over denken. Natuurlijk moeten we adequaat reageren op een probleem waar een ongelovige oprecht bezorgd over is. De apostel Paulus geeft een goede samenvatting van de essenties van het christelijk geloof in 1 Kor.15:3-4. Samengevat zal het altijd gaan over de persoon en het werk van Jezus Christus.

 

Het derde gebod: Houd je vast aan het doel wat je hebt.

Het doel van apologetiek is het identificeren en verwijderen van hindernissen als iemand zich serieus wil verdiepen in de christelijke wereldbeschouwing en in Jezus als zijn persoonlijke verlosser. De eerste impuls van veel nieuwe, beginnende apologeten is als een olifant door de porseleinkast te lopen, en iedereen te confronteren of uit te dagen met de kennis die ze hebben. In het bijzonder de misvattingen van de familie en anderen die in het verleden het probeerden om hen te overtuigen. Houd echter in gedachten dat de intelligentie van iemand vaak helemaal niet de grootste hindernis is. Het is vaak een slechte ervaring in de kerk of een hypocriete opstelling van een christen. Het kan ook een emotionele strijd zijn of het verlies van een geliefde dat resulteert in boosheid tegenover God. Vaak is alles wat nodig is: liefde en begrip van christenen.

 

Het vierde gebod. In apologetiek is meer ruimte dan in theologie.

De bedoeling van apologetiek is intelligente antwoorden te geven op onderwerpen waarvan ongelovigen vaak denken dat het onoverkomelijke obstakels zijn om christen te worden. Maar apologetiek is geen theologie. Als er een uitdagend onderwerp aan de orde is, zijn we niet verplicht om de definitieve theologische antwoorden te geven, of zelfs onze persoonlijke opvattingen over dit onderwerp. We moeten antwoorden geven die theologisch legitiem zijn en een bijdrage leveren aan een bijbels onderzoek. Onder zulke omstandigheden kan een apologetische reactie voorkómen dat men verzandt in theologische standpunten en zijn ze van aanvaardbare betekenis om op liefdevolle wijze hindernissen te verwijderen van ongelovigen die serieus overwegen christen te worden. Twee voorbeelden schieten me in dit verband te binnen: de leeftijd van de aarde en de eeuwige bestemming van mensen die nooit een kans gehad hebben het evangelie van Jezus te horen. Het kan zijn dat christenen daar verschillend over denken, maar iemands persoonlijke theologische overtuiging op deze onderwerpen is niet altijd de beste apologetische reactie. Bijvoorbeeld het uitsluitend vasthouden aan een visie over ‘de jonge aarde’ kan ertoe leiden dat men sommige intelligent design argumenten weglaat omdat deze wijzen op een ‘oude aarde’. Zo zijn er ook op zijn minst drie opvattingen over het lot van mensen die nog nooit van Jezus gehoord hebben of die vóór de geboorte van Jezus geleefd hebben. Men kan stellen dat ze voorbestemd zijn eeuwig van God gescheiden te zijn, maar zeker ook dat God kan oordelen naar het ‘licht’ dat ze ontvangen hebben en hun reactie daarop. Men kan ook wijzen op het ingeschapen geweten van ieder mens, zoals bijvoorbeeld William Lane Craig dit heeft verkondigd (2). Maar zelfs als je in de eerste optie gelooft, wat veel christenen doen, dan zullen de andere twee argumenten je verder helpen in het slechten van specifieke hindernissen om in Jezus te geloven.

 

Het vijfde gebod: Ontdek het echte probleem.

Sommige ongelovigen zullen argumenten noemen die vaak niet hun diepste bezwaren tegen het christelijk geloof betreffen. Je zou deze argumenten in drie soorten kunnen verdelen: emotioneel, opzettelijk of intellectueel. Emotionele problemen, zoals de boosheid op God of een slechte ervaring in de kerk worden niet opgelost met apologetiek. Die mensen zijn meer gediend met vriendschappen van volwassen betrokken christenen. Ze moeten christelijke liefde in de praktijk en geloof in actie zien. Mensen die moedwillig het christelijk geloof afwijzen ondanks de beste apologetische pogingen hebben een bewuste keuze gemaakt voor ongeloof. Ze hebben een beslissing genomen en willen niet lastig gevallen worden door de feiten. In zijn algemeenheid kun je in dergelijke situaties het beste proberen een voortdurende vriendschap met ze te onderhouden en te blijven bidden dat God hun hart en verstand zal openen voor de waarheid. Tenslotte, voor de persoon die echt intellectuele hindernissen ziet om te geloven is apologetiek het meest aangewezen. Als we niet achter de ware motieven van mensen komen waarom zij niet geloven, zullen we hen niet gauw kunnen overtuigen van het christelijk geloof. Daarom is het van cruciaal belang erachter te komen wat een ongelovige weerhoudt van het geloof in Christus, om er vervolgens adequaat op te reageren.

 

Het zesde gebod: Vermijd afleidingsmanoeuvres.

Apologeten komen verschillende afleidingsmanoeuvres tegen, maar de meest voorkomende en tegelijk meest frustrerende zijn mensen die willen discussiëren alleen maar om te discussiëren. Ze zijn vaak niet bereid om werkelijk belangrijke onderwerpen kritisch te onderzoeken. Zoals: wie is Jezus Christus? Is er alleen redding door Hem? Is de Bijbel waar? Deze mensen onderbreken je op een kenmerkende wijze, ze veranderen van onderwerp, verliezen zich in de meest vreemde gedachtegangen of stellen vragen en wachten niet op je antwoord en stellen je alweer nieuwe vragen. Bij deze mensen moeten we proberen controle te houden in een gesprek. Houdt ze op het goede spoor door steeds weer terug te komen op het oorspronkelijke onderwerp. Geef aan dat je bereid bent oprecht naar hen te luisteren, maar dat je hetzelfde van hen verwacht, anders is er geen gesprek mogelijk. Dring er op aan dat ze eerst reageren op de eerste kwestie voordat ze weer met een ander onderwerp op de proppen komen. Als ze een gesprek willen domineren, wijs hen er op dat communicatie tweerichtingsverkeer is, anders wordt het een monoloog. Nogmaals, houdt het gesprek actief onder controle.

 

Het zevende gebod: Weet wat je gelooft (defensieve apologetische vaardigheden en kennis).

De Heer heeft ons belast met de verantwoordelijkheid te evangeliseren om zo de verlorenen te bereiken (Hand. 1:8) en ons geloof te verdedigen (1 Petr. 3:15; Judas 3). Om dat te kunnen moeten we drie dingen beheersen. Allereerst moeten we in staat zijn de orthodoxe bijbelse leer, vooral de fundamentele geloofsprincipes, die alles te maken hebben met de persoon van Jezus Christus, te begrijpen en uit te leggen. Ten tweede moeten we die principes vanuit de Bijbel kunnen aantonen. Daarvoor is het nodig dat we voortdurend en systematisch aan Bijbelstudie doen. En ten derde moeten we in staat zijn christelijke waarheidclaims te kunnen verdedigen. Dit moeten we doen als dat nodig is door middel van een actuele, rationele manier met verifieerbare bewijzen. Dat is defensieve apologetiek. Het houdt in dat we bereid zijn om uitdagingen en bezwaren van ongelovigen vanuit een christelijke levensvisie te beantwoorden.

 

Het achtste gebod: Weet hoe ongelovigen denken (offensieve apologetische vaardigheden en kennis).

Terwijl defensieve apologetiek vooral de christelijke geloofsleer verdedigt, worden door middel van offensieve apologetiek de ongelovigen uitgedaagd. Daarvoor zijn twee belangrijke zaken van belang. Ten eerste moeten we weten hoe een ongelovige denkt. Je kunt het vergelijken met zending. Voordat zendelingen in een vreemde cultuur gaan werken, moeten ze veel leren over de religieuze overtuigingen, de taal, de sociale gewoonten, het moreel gedrag, de culturele taboes en nog veel meer. Dergelijke inzichten helpen om initiatieven te ondernemen die het beste passen in een relevante evangelische strategie. We moeten leren goed voorbereid te zijn. We moeten ons ‘huiswerk’ maken. Bestudeer de religieuze en seculiere wereldbeelden die je in je buurt, werk, op school of in sociale activiteiten waarschijnlijk tegenkomt. Ten tweede, bekwaam je in een offensieve apologetische tactiek bekend als de Socrates-methode. Het houdt in dat je leert heel specifieke vragen te stellen die de bewijslast bij de ongelovigen legt, die hen uitdaagt om hun standpunt ten aanzien van een onderwerp uit te leggen of te verdedigen. Bijvoorbeeld: ‘De Bijbel is onbetrouwbaar omdat het over honderden jaar heen vertaald is’, of ‘Evolutie is door de wetenschap bewezen’ of ‘Alle godsdiensten zijn hetzelfde, er zijn vele wegen naar God’. Het idee is dat als ongelovigen bemerken dat hun standpunten en vooronderstellingen ten aanzien van hun eigen wereldbeeld niet onderbouwd kunnen worden ze mogelijk meer open staan voor een christelijk wereld- en Godsbeeld (3).

 

Het negende gebod: Laat je niet intimideren!

De meeste ongelovigen met wie we in apologetische discussies komen zijn vaak vrienden, familieleden, collega’s, medestudenten en buren. De meesten hebben weinig tot geen kennis van de Bijbel of hebben slechts gedeelten gelezen. Meestal praten deze critici slechts na wat ze op internet, televisie en seculiere scholen horen. Zelden bestaan hun uitdagingen uit weldoordachte argumenten. Laat je niet bang maken dat je niet in staat bent op een adequate manier te reageren, en laat het je niet weerhouden om een apologetische discussie aan te gaan. Als je vragen tegenkomt die je (nog) niet kunt beantwoorden of argumenten die je niet kunt weerleggen, geef het toe. Ons antwoord op alle vragen moet eerlijk zijn. Als je op een gegeven moment geen antwoord op vragen hebt, betekent dat niet dat er geen antwoorden zijn. Wijs er op in zo’n geval. Geef de ongelovige de verzekering dat er een antwoord op die vraag is en dat je het uit gaat zoeken. Dit geeft ook de mogelijkheid om een andere keer het gesprek voort te zetten. Als je die persoon niet meer ziet, vraag hem of je hem mag mailen als je het antwoord gevonden hebt. Als dat niet mogelijk is, probeer het antwoord toch te vinden. Als er zich een volgende gelegenheid met die vraag voordoet, heb je een antwoord.

 

Het tiende gebod: Neem de juiste houding aan.

Kort nadat ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw mijn apologetische bediening begon, stonden er twee Mormoonse zendelingen aan mijn deur en ik nodigde ze uit om binnen te komen. De discussie verliep voor hen niet zo best en ze vroegen of ze een keer terug konden komen met hun leidinggevende. Ik stemde er in toe en na een week waren we met zijn vieren in gesprek. Toen de drie Mormonen voor de tweede keer vertrokken draaide een van hen zich om en zei: “Weet je dat je de meest aardige persoon bent die we ooit gesproken hebben?” Mensen die me kennen zouden grinniken als ze die uitspraak zouden horen omdat ik een reputatie heb van nogal uitgesproken en botte uitspraken. De vleiende uitspraak kwam niet direct overeen met mijn normale gedrag als ik in een levendige discussie was ( zoals C.S. Lewis zou zeggen: een stoer stukje theologie). Ik was beleefd en respectvol zoals alle christenen moeten zijn als ze dingen delen met ongelovigen of met medechristenen die een andere visie hebben. De les hierin is natuurlijk dat we door onbeleefd en onbeschoft te zijn geen klimaat scheppen dat het werk van de Heilige Geest gemakkelijk maakt. Ik zou gefrustreerd en boos en verhit kunnen reageren op hun argumenten maar dat zou hen alleen maar versterken in hun overtuiging dat het christelijk geloof verkeerd is. Als ongelovigen brutaal en defensief op ons reageren, gaan we er toch ook vanuit dat ze verkeerd zitten en het niet kunnen toegeven? De belangrijkste apologetische tekst vinden we in 1 Petr. 3:15: “Maar heiligt God, de Heer in uw hart; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en respect”. Helaas ‘vergeten’ sommige christelijke apologeten het zo belangrijke laatste gedeelte van die zin: met zachtmoedigheid en respect. Dat creëert namelijk een atmosfeer waarin ongelovigen bereid zijn eerlijk en open naar ons te luisteren. Kritisch denken, overtuigend redeneren en objectieve feiten zijn gereedschappen in het uitoefenen van apologetiek. Voor een getrainde apologeet is het niet moeilijk om argumenten van niet gelovigen te weerleggen, zelfs niet als het wat grotere uitdagingen betreft. Maar dat resulteert nog niet gelijk in een goed gesprek. We kunnen dan op argumenten winnen maar de ongelovige is niet dichter bij Christus gekomen. Goede apologetiek is overtuigend zonder agressief of irritant gedrag. Dus hoe moeten we nu ons geloof met zachtmoedigheid en respect verdedigen? De apostel Paulus geeft ons het antwoord in Kol. 4:5-6 en 2 Tim. 2:24-25. Door deze apologetische adviezen te volgen zal men niet alleen geïnteresseerd zijn in het verkondigen van de waarheid maar ook oprecht geïnteresseerd in de ongelovige als persoon.

 

©Dan Story

Dan Story heeft een doctorsgraad in Christelijke Apologetiek en is de auteur van 6 boeken en diverse brochures en artikelen. U kunt contact opnemen via www.danstory.net

©vertaling : Gerard Feller

 

NOTEN

1 Dit artikel is een bewerking van mijn boek Engaging the Closed Minded; Presenting Your Faith to the Confirmed Unbeliever (Grand Rapids: Kregel Publications, 1999), chap. 2.

2 Zie voor een uitleg hiervan mijn boek The Christian Combat Manual; Helps for Defending Your Faith: A Handbook for Practical Apologetics (Chattanooga, TN: AMG Publishers, 2007), chap. 25.

3 Voor een uitleg van de toepassing van de Socrates-methode verwijs ik naar Engaging the Closed Minded, chap. 4, “Offensive Apologetics.”

Categorie: Nog in te delen