Waarom atheïsten het doel missen

Waarom atheïsten het doel missen

 

© drs Piet Guijt

 

Inleiding

Over diverse, ook theologische, onderwerpen kun je in zekere zin ‘afstandelijk’ een studie maken, maar over God Zelf kan dat eigenlijk niet. Immers wie is een mens dat hij dat zou kunnen? Alleen God Zelf kan Zich openbaren. En dat heeft God inderdaad gedaan. God, als Schepper van de mens, heeft Zelf het initiatief genomen door Zich aan de mens te openbaren door Zijn Woord, Zijn Zoon en Zijn Geest. En als we Hem zoeken, dan zal Hij Zich (steeds meer) laten vinden. En Hij wil zelfs woning in ons maken door de Heilige Geest opdat we deel krijgen aan de goddelijke natuur (2 Petr. 1:4). Het gaat er dus niet alleen om te wèten wie God is, maar om het kènnen, het ervàren van God Zelf.

De realiteit van het bestaan van God

Een bekende vraag is of het bestaan van God al of niet kan worden bewezen of aangetoond. Niet dat het voor ons als christenen een vraag is of hoeft te zijn maar omdat in de wereld waarin wij leven, deze vraag vaak gesteld wordt. En omdat met name atheïsten en mensen die God de rug hebben toegekeerd ons soms met deze vraag (willen) belagen in ons (allerheiligst) geloof.

Het gaat om een actueel vraagstuk, mede omdat de zgn. nieuwe atheïsten van zich laten horen zoals de bekende Richard Dawkins (voormalig Oxford-hoogleraar in de biologie en auteur van ‘The God Delusion’), Stephen Hawking (theoretisch natuurkundige uit Cambridge die bijna geheel verlamd in een rolstoel zit vanwege de ziekte ALS), de Amerikaanse neurowetenschapper en filosoof Sam Harris, en wijlen de Brits-Amerikaansejournalist, publicist en literatuurcriticusChristopher Hitchens.

In het uitstekende boek ‘God in het vizier. Waarom The New Atheists hun doel missen’ (1) van John Lennox (wiskundehoogleraar aan de universiteit van Oxford) worden de opvattingen van de nieuwe atheïsten besproken en grondig weerlegd. Het verschil met de vorige generatie atheïsten is dat de nieuwe atheïsten veel agressiever en militanter zijn en zich afzetten tegen alle vormen van religie. Lennox noemt de volgende drie belangrijkste agendapunten van de nieuwe atheïsten:

  • Religie is een gevaarlijk waanidee.
  • Daarom moeten we van religie af; we moeten meer van de wetenschap      verwachten.
  • We hebben God niet nodig om goed te zijn. Het atheïsme kan een      volkomen adequate basis bieden voor ethiek (1, pag. 24).

Het gevaarlijke van deze opvattingen is dat ze in zekere zin aannemelijk lijken omdat ook religie in de loop der eeuwen heeft geleid tot extremisme. Maar de denkbeelden van de (nieuwe) atheïsten blijken bij nader inzien aantoonbaar onjuist te zijn en geen enkel fundament te hebben.

Enkele voorbeelden van denkbeelden van nieuwe atheïsten. Christopher Hitchens wil niet alleen het bestaan van God ontkennen, maar als agressieve anti-theïst is hij van mening dat het effect van religieuze overtuiging uitgesproken schadelijk is (1, pag. 18). De Amerikaanse natuurkundige Steven Weinberg heeft religie een belediging voor de menselijke waardigheid genoemd en pleit ervoor het christendom af te schaffen (2). Sam Harris beschouwt religie als een grote belemmering voor de vooruitgang van de mensheid. Hij heeft als doel de meest hardnekkige en morele pretenties van het christelijk geloof uit te roeien (1, pag. 18). Richard Dawkins ziet elk geloof als blind vertrouwen (dit in tegenstelling tot gezond geloof dat door argumenten en ervaringen wordt ondersteund en bevestigd) en denkt dat bijv. christelijke kinderen opgevoed worden om niet na te denken (1, pag. 53). Deze man vindt de verlossing door de kruisdood van Jezus Christus immoreel, wreed, sadomasochistisch en afstotelijk (1, pag. 173) en hij durft zelfs te zeggen dat de leer van de verlossing door het offer van Jezus Christus volslagen krankzinnig is (1, pag. 184). Deze Dawkins heeft geen enkel besef van de heiligheid van God en van de ernst van de zonde.

 

Velen menen dat wetenschap religie overbodig heeft gemaakt. Mensen als Richard Dawkins zijn de kampioenen van de visie dat religie als zodanig heeft afgedaan. Wetenschap is in deze optiek het middel waardoor wij als mensen tot de waarheid betreffende de werkelijkheid komen. Theoloog Jos de Keijzer: “Echter wetenschap wordt in onze beschaving zwaar overgewaardeerd. Maar wat er eigenlijk gebeurt, is niet meer dan het bevestigen van een vooraf gesteld idee (theorie). Wetenschap kan ons vertellen hoe iets werkt en waarom het op een bepaalde manier werkt. Maar het kan ons niet vertellen hoe dat ‘iets’ er gekomen is en wat de betekenis van dat ‘iets’ is” (3).

Lennox toont in zijn boek aan dat ook Hawking zich schuldig maakt aan een reeks serieuze misvattingen en zelfs logische denkfouten (1, pag.35). Lennox concludeert dat het atheïsme het verstand ondermijnt dat nodig is om alle soorten argumenten op te bouwen, laat staan wetenschappelijke argumenten. Het atheïsme is ten diepste niets anders dan een geweldig waanidee dat zichzelf tegenspreekt (1, pag. 66).

Atheïsten in Nederland

In ons land is Herman Philipse (hoogleraar wijsbegeerte) een bekende voorvechter van het atheïsme. Hij schreef het ‘Atheïstisch Manifest’ (1995) en ‘De onredelijkheid van religie’ (2004)(4). Volgens hem kan een weldenkend mens niet in God geloven. Immers er zouden geen argumenten zijn voor het aantonen van het bestaan van God (5). Philipse ontkent godservaringen als bron van kennis over God, en gaat zelfs zover dat hij van mening is dat de openbaring, die Paulus op weg naar Damascus kreeg, een aanval van epilepsie was (6).

Om een tegenwicht tegen (nieuwe) atheïsten te bieden, wordt in christelijke literatuur aandacht besteed aan de vraag naar het bestaan van God. Zo is door Jos de Keijzer in samenwerking met CIP de dvd 'Van Beneden Naar Boven' (7) gemaakt waarin over het bestaan van God wordt nagedacht om christenen te helpen die behoefte hebben aan een logische fundering van hun geloof. Juist zij hebben vragen betreffende de houdbaarheid van hun levensbeschouwing in een geseculariseerde en pluralistische samenleving. “Op het moment dat Gods bestaan 'bewezen' is door ons mensen, dan wordt God ons 'bezit'. Zo'n god is dan gevangen in menselijke redeneringen en is geen God meer. Dus nee, God is niet te bewijzen (iets logisch ‘bewijzen’ kan je alleen maar in de wiskunde en logica). Maar dat wil niet zeggen dat er geen argumenten kunnen zijn voor het bestaan van God of dat er door middel van argumenten geen ruimte gecreëerd kan worden in het denken van niet-christenen om het bestaan van God als een reële mogelijkheid te gaan zien”, aldus de Keijzer (8). Het 'bewijs voor het bestaan van God' is een zaak van het hart. Wil je wel dat God bestaat, wanneer blijkt dat Jezus je laat zien dat je je eigen wil moet opgeven?

Verder kan nog worden gewezen op het proefschrift (9) van de filosoof en christen Emanuel Rutten, die op 20 september 2014 promoveerde op een onderzoek naar kosmologische godsbewijzen, of beter gezegd: godsargumenten, dat zijn argumenten die aantonen dat er een Wezen is dat de werkelijkheid, de kosmos, heeft voortgebracht (10). Argumenten kunnen de intellectuele weerstand bij atheïsten wegnemen. Het christelijk geloof is niet iets dat achterhaald of irrationeel is.

Ook in het boek ‘God bewijzen. Argumenten voor en tegen geloven’ (11) van de filosoof Rik Peels en de theoloog Stefan Paas wordt uiteengezet dat geloof in God een normale redelijke optie is voor normale redelijke mensen. Peels: “Ik geloof dat er goede argumenten voor Gods bestaan zijn”. Volgens Peels zijn er ook sterke aanwijzingen voor het bestaan van God. “De kosmos, zo blijkt, is afgestemd op leven. De kans is waanzinnig klein dat de constanten in de natuurwetten zo zijn afgestemd dat leven mogelijk is. Maar die argumenten zijn niet de basis van mijn geloof. Ik geloof in God omdat ik Hem op verschillende momenten in mijn leven ervaren heb” (12).

Nationaal religiedebat

Mede naar aanleiding van het verschijnen van dit boek van Peels en Paas is op woensdagavond 29 januari 2014 in Amsterdam een ‘nationaal religiedebat’ gehouden waar de christelijke schrijvers van het boek debatteerden met de atheïstische filosofen Maarten Boudry (uit België) en Herman Philipse. Het debat was via internet on line te volgen (13). Het was een debat waar men nogal langs elkaar heen sprak en men elkaar niet kon overtuigen (14), omdat men vanuit verschillende denkkaders redeneerde. De atheïsten gaan alleen uit van de empirie, het waarneembare; zij denken puur rationeel, wetenschappelijk en materialistisch, waarbij het niet-waarneembare bovennatuurlijke ontkend wordt. In dit verband kan worden gewezen op een artikel van Jan Riemersma op internet (15). Ze zijn gevangen in en slaaf van hun verstand, die hun afgod is geworden en die hen met geestelijke blindheid heeft geslagen. We zien hier hoe de duivel ook intelligente mensen kan misleiden. Ondanks hun grote intelligentie redeneren ze op een verkeerd niveau, of anders gezegd, vanuit een verkeerd denkkader. Je zou een atheïst kunnen vergelijken met iemand, die denkt in slechts twee dimensies en daarbinnen God probeert te bewijzen of te ontkennen, en zegt dat een derde dimensie (dus ook God) niet kan bestaan omdat die niet binnen de twee dimensies is waar te nemen.

Tijdens het debat heb ik me allereerst verbaasd over de arrogantie waarmee de atheïsten spraken, waarbij ze overigens soms terecht wezen op (onnodig) zwakke punten in de argumentatie van de christelijke schrijvers (m.i. wezen zij te weinig op het zojuist genoemde verschil in denkkader). Maar bovenal heb ik me verbaasd over de onzin die met name Philipse uitte. Zo zei hij dat het onmogelijk is om met een onzichtbare, onlichamelijk geest contact te hebben. Mijn vraag is dan: weet hij niet dat hij zelf als mens ook een onzichtbare geest heeft? Immers, we kunnen God nooit via ons verstand vinden, maar met onze geest, met ons hart. Sinds die avond hebben atheïsten en hun argumentatie, nog meer dan daarvoor, voor mij volkomen afgedaan als volstrekt ongeloofwaardig en niet ter zake doende. Voor ons is het bestaan van God een axioma (vanzelfsprekendheid) dat niet te bewijzen is net zomin als te bewijzen is dat een rechte lijn de kortste verbinding is tussen twee punten. Uiteindelijk gaat het niet om intellectuele overwegingen, maar om zaken van het innerlijk.

Uit een interview met Philipse (16) blijkt dat hij niet veel van geloof en godsdienst begrijpt. Zoals gezegd, gaat hij alleen uit van het waarneembare en hij ontkent het niet-waarneembare bovennatuurlijke. Daarom kent hij geen enkele (daarbij moet je lezen: wetenschappelijke) autoriteit toe aan Godsopenbaringen. Daarbij komt, zegt hij, dat allerlei godsdiensten zich op deze openbaringen baseren, die onderling tegenstrijdig zijn. Inderdaad is dat een probleem voor niet-gelovigen. Wat is waar en wat is niet waar? Maar je kunt pas onderscheid maken tussen waarheid en leugen als je je verdiept hebt in de diverse godsdiensten en deze oprecht hebt onderzocht en vergeleken en uiteindelijk ontdekt welke de enige waarheid kan aangeven. De vele mensen die vanuit andere godsdiensten zijn overgegaan naar het christelijk geloof zijn aanwijzingen daarvoor. Je moet dus toetsen. Helaas is het wel zo dat de onderlinge verschillen in inzicht tussen christenen koren op de molen van Philipse is.

Wijsheid vs dwaasheid

Eigenlijk moet men bewogenheid hebben met deze hoogleraar in de wijsbegeerte (!), want ondanks zijn geleerdheid en niet-onsympathieke voorkomen is iemand een dwaas, die zegt dat er geen God is (Psalm 14:1 en 53:2). Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden (Rom. 1:22). Als nota bene de meest hoogstaande en enige zondeloze en daarom volmaakte mens, namelijk Jezus Christus, de Heer der heren, God(s bestaan) erkende en Hem Zijn Vader noemde en in gebed met Hem sprak (!), wie is dan de mens, die denkt en durft te beweren dat er geen God is? En dan te bedenken dat het doel van ons leven is om God te leren kennen. Dat is het eeuwige leven (Joh. 17:3). Als iemand (zoals de atheïst doet) het bestaan van God ontkent, mist hij of zij het (eeuwige) doel van zijn of haar leven. “Zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken” (Hebr. 11:6). En verder kan ook gewezen worden op 1 Kor. 1: 18 t/m 25 dat gaat over Gods wijsheid tegenover de zgn. wijsheid (lees: dwaasheid) van de (ongelovige) mens. Deze teksten zouden Philipse c.s. eens moeten overdenken. Je ziet hoe iemand door zijn eigen verstand verblind is. Of is het zo dat iemand niet wil geloven dat God bestaat omdat hij niet een God boven zich wil erkennen en aan Wie hij rekenschap moet afleggen? Willen atheïsten zelf god zijn? Als we bedenken dat het kennen en het aanbidden van God de zin van ons bestaan en zelfs eeuwig bestaan is, dan blijkt wel de onzinnigheid van het ontkennen van het bestaan van God.

Adieu God?

Niet alleen atheïsten ontkennen of nemen afstand van God, ook sommige theologen, zoals bijv. Ds. Carel ter Linden, zeggen een persoonlijke liefdevolle God vaarwel. Ter Linden kan zich niet voorstellen hoe zo ’n God te rijmen is met het onbeschrijfelijke leed in de wereld. “Het proces van evolutie en de ervaringen van lijden en dood verhinderen hem om de God van de Bijbel als een persoonlijke, bovennatuurlijk Opperwezen te beschouwen” (17)(ND 23 mei 2013). Echter het gaat er niet om of we ons iets wel of niet kunnen voorstellen, maar of we het Woord van God geloven. Het gaat erom het mysterie te aanvaarden en ondanks vragen toch te geloven. De kernkeuze is: aanvaard ik wel of niet God en Zijn verlossingsplan zoals de Bijbel die beschrijft?

Andere mensen, zoals sommige bekende Nederlanders (die al of niet geloven in het bestaan van God) in het tv-programma ‘Adieu God’ van de EO (18) hebben zich van God afgekeerd vanwege het verlies van een dierbare of door onhandig gedrag van gelovigen, met name autoritaire leidinggevenden in de kerk. God krijgt de schuld van de ellende en het verlies van dierbaren. Of men zegt ‘niets met God te hebben’ of men denkt dat God alleen maar een projectie is van de eigen gedachten (19). Anderen zeggen: “Er moet wel iets hogers zijn, een of ander Opperwezen” (zij geloven in elk geval nog dat er ‘iets meer’ moet zijn), maar weten niet wat of wie dat is. Veel mensen willen niet over God nadenken omdat het persoonlijke consequenties kan hebben. Daarom bedenken ze een eigen verhaal met een eigen god (20). Wat opvalt bij atheïsten en ongelovigen is hun boosheid en soms zelfs haat ten opzichte van God. En dat levert verblinding op zodat zij de waarheid, die vrij zou maken, niet (meer) zien (21). We zien hierachter de inspiraties van de satan die God altijd zwart wil maken. Immers de duivel haat God en de mens.

Rom. 1:18-20 geeft te denken. Daar staat het volgende: “Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want Gòd heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit Zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben”.

Geloven

Ook al mogen we ons verstand gebruiken, het gaat er helemaal niet om dat de mens zou kunnen bewijzen dat God wel of niet bestaat. God stelt eenvoudig dat als mensen Hem met hun ganse hart zoeken, Hij Zich door hen zal laten vinden (1 Kron. 28:9; Jer. 29:13). En Hebr. 11:6 zegt heel duidelijk: “Maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken”. God vraagt er dus niet om dat we Hem zouden kunnen bewijzen.

We moeten dus geloven dat God bestaat. Dus begrijpen met het verstand, ook wanneer dat mogelijk zou zijn, is zelfs niet genoeg. Het is door het geloof dat de Heilige Geest ons God(s aanwezigheid) zal doen beleven. Geloven wijst op vertrouwen, dus op afhankelijkheid. Het geloof vraagt dus moed, om niet te zeggen: lef (immers je ziet God niet, je moet maar geloven dat Hij bestaat en een beloner is van wie Hem ernstig zoeken), en het vraagt een wilsbeslissing, een keuze. In wezen gaat het om de vraag: Willen we God God laten zijn of willen we zèlf god zijn?

Als mensen het bestaan van God gaan ontkennen, dan ontstaat er materialisme, leegte, totale zinloosheid. Dan zou er geen zin van het leven zijn. “Zonder God zouden mensen waardeloze, betekenisloze en piepkleine hoopjes van atomen zijn, die heel even en toevallig ontstaan zijn, verloren in een koud heelal” (22). Bovendien, zonder God is er geen fundament voor de moraal. Er zouden dan ook geen absolute morele waarden, en dus ook geen normen bestaan, en zou men niet kunnen zeggen of het wat uitmaakt of mensen lijden of niet. En dan zou er ook geen onderscheid te maken zijn tussen goed en kwaad, tussen schuld en onschuld.

Een argument van atheïsten is dat men uiteindelijk alles zonder God kan verklaren. Ik betwijfel dat omdat je bijv. de eeuwigheid en het bestaan ervan nooit kunt verklaren. En zelfs indien men alles zou kunnen verklaren, dan is men er nog niet, want dan heb je nog steeds niet God in je. God(s Geest) in je kan je alleen verkrijgen en beleven door (kinderlijk) geloof in God en het verlossingswerk van Jezus Christus en een diep besef van totale afhankelijkheid aan God (23).

In dit verband wil ik wijzen op de nuchtere kijk van Kees Goedhart zoals hij weergaf op de Landelijke Dag voor Evangelisatie op 23 juni 2012. "Mensen die zeggen: 'Ik kan niet in God geloven', vertellen niet de waarheid. De vraag is niet of we kunnen geloven, maar of we het willen. Daarom moeten we iemand niet proberen te overtuigen, maar voor een keuze stellen. Mensen stellen mij wel eens de vraag: 'Kun jij bewijzen dat God bestaat?’. Omdat de Bijbel nooit een poging heeft gedaan om dat te bewijzen, geef ik daarom op die vraag ook geen antwoord en zeg ik: 'Bewijs jij maar dat God niet bestaat en als je dat niet kunt, blijf ik in God geloven'. Wij laten ons door de wereld vaak verleiden door heel omslachtig uit te leggen dat er een God moet zijn. Maar geloven is een keuze” (24).

Het belang van het kennen van God.

Waarom is het kennen van God belangrijk?

  1. God wil met ons leven in een eeuwigdurende liefdesrelatie. Daartoe openbaart God Zich aan ons door Zijn Woord (en Geest). In Matt. 22:37 kunnen we lezen: “Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand”. En Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht”. Dus met alles wat in ons is.
  1. God (leren) kennen is het doel en de zin van ons leven. Wat triest dus als iemand niet eens in het bestaan van God gelooft. In Joh. 17:3 lezen we: “Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, èn Jezus Christus, die Gij gezonden hebt”. Het eeuwige leven is dus niet alleen een gave van God, maar bovenal de gave waarbij God Zichzelf geeft! In Jer. 9:23 en 24 kunnen we lezen: “Zo zegt de Here: De wijze roeme niet op zijn wijsheid, en de sterke roeme niet op zijn kracht, de rijke roeme niet op zijn rijkdom, maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstand heeft en Mij kent, dat Ik de Here ben, die goedertierenheid, recht en gerechtigheid op aarde doe; want in zodanigen heb Ik behagen, luidt het woord des Heren”.

Als we spreken over (het belang van) het kennen van God moeten we onderscheid maken tussen kennis over God en kennis van God.

  • Bij kennis over God gaat het over verstandelijke kennis in ons hoofd, dus iets afweten over God. Op zich is die kennis wel belangrijk, maar die kennis alleen is, als het niet levend gemaakt wordt door de Heilige Geest, koud en afstandelijk en eigenlijk dood. De Geest is er niet in. Het gevaar is dat die kennis ons alleen maar opgeblazen maakt.
  • Bij het kennen van God gaat het over het persoonlijk kennen (én ervaren) van God (NB als onze hemelse Vader) met ons hart vanuit een persoonlijke relatie. En dàt kan alleen door de inwoning van de Heilige Geest. Het is de Heilige Geest die Gods Woord levend in ons maakt, zodat wij werkelijk gaan leven.

Kennis over God met ons verstand is dus alleen maar ‘aangeplakte’ kennis, maar door de Heilige Geest geopenbaarde kennis van God is kennis waarmee ons wezen wordt doortrokken. Kennis van God is dus meer waard dan kennis over God. Want ook al heb je alle kennis over God, toch is een mens zònder God (dus eigenlijk goddeloos) als hij Hem niet persoonlijk kent.

 

Het gaat er niet alleen om dat wìj God kennen, maar ook dat God òns kent. Uiteraard kent Hij ons als schepsel. Dat blijkt uit Jer. 1:5a: “Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend”. Maar als we een relatie hebben met God en met Jezus Christus, dan wordt voor ons Joh. 10:14 waarheid: “Ik ben de goede Herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij”. En vers 27 zegt: “Mijn schapen horen naar Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij”.

Welk Godsbeeld?

Het is uiteraard ook belangrijk dat we een goed beeld van God hebben, want wij zijn in beginsel geschapen als beelddragers van Hem! En om te weten hoe we behoren te leven, moeten we weten Wie en hoe God is. Het kennen van God is dus niet alleen het doel, maar ook het middel om het doel te bereiken, want door het kennen van God worden wij in staat gesteld daden te doen en mee te kunnen bouwen aan het Koninkrijk van God. Denk bijvoorbeeld aan de tekst “Het volk dat zijn God kent zal sterk zijn en daden doen” (Dan. 11:32b). Hoe meer wij God leren kennen, des te groter het besef van het zich veilig en geborgen weten in Zijn bescherming, bij wat er ook gebeurt, en hoe vruchtbaarder ons leven zal worden (Kol. 1:10), en hoe krachtiger ook de gemeente van Jezus Christus zal zijn (24).

Helaas hebben mensen (niet alleen ongelovigen maar ook gelovigen) vaak een verkeerd beeld van God. Je zou kunnen zeggen: mensen kijken in een verkeerde spiegel of door een verkeerde bril, waardoor het beeld van God misvormd is geworden. Dit kan komen door gebrek aan kennis. Vooral ongelovigen vragen: “Als God bestaat en almachtig is, waarom doet Hij dan niets aan de ellende in de wereld?”. Vaak ligt daarin een verwijt naar God toe. Ook kunnen er verkeerde leringen zijn waardoor sommige christenen een verkeerd beeld van God hebben, bijvoorbeeld God die wraak wil en straft, God die ziek maakt, God die niet wil dat we op zondag fietsen of een ijsje kopen, etc.. Ook door slechte ervaringen met christenen of met de eigen aardse vader kan men een verkeerd beeld van God hebben, waardoor men zich in God teleurgesteld voelt of zelfs bang is voor God of Hem zelfs de rug heeft toekeert.

Hoe God leren kennen?

We kunnen God alleen leren kennen zoals Hij Zich openbaart door Zijn Woord, Zijn Zoon en Zijn Geest. Allereerst heeft God Zijn Woord, de Bijbel, gegeven. Door de Bijbel kunnen we veel over God te weten komen. Dat is het begin. Maar God heeft ‘in de volheid des tijds’ ook Zijn Zoon Jezus, het vleesgeworden Woord, gegeven. Hij heeft onder ons gewoond en we hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, staat in Joh. 1:14. En een paar verzen later lezen we: “Niemand heeft ooit God gezien; (alleen) de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen” (Joh. 1:18). En Jezus zei: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Joh. 14:9). Jezus als de Zoon van God is de volkomen beelddrager van het wezen van God in mensengestalte. “In Hem woont de volheid der godheid lichamelijk” (Kol. 2:9). Jezus is hèt beeld van God (2 Kor. 4:4). En tenslotte zal de Heilige Geest ons de diepste gedachten van God doen kennen. “Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods” (1 Kor. 2:10 b). Door de inwoning van de Heilige Geest in ons zullen we kunnen jagen “naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien” (Hebr. 12:14). En we kunnen uiteraard ook nog denken aan de tekst: “Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien (Matt. 5:8). Alleen een rein hart kan God zien. We moeten dus niet zelf een denkbeeld van God maken, maar het beeld van God ontvangen in onze geest door de Heilige Geest.

Voor het kennen en zien van God, wat het doel is van ons (eeuwig) leven, is het allereerst nodig om te geloven en te erkennen dat Hij bestaat. Als iemand dat niet doet, zal hij of zij het doel van zijn of haar leven missen. En dat zou toch eeuwig zonde zijn.

© Piet Guijt, oktober 2014.

Literatuur

 

1. John C. Lennox, God in het vizier. Waarom The New Atheists hun doel missen. Ark Media, Amsterdam 2013.

2. Het geloof verruimt de geest, Nederlands Dagblad van 22 maart 2014. Interview van Maurice Hoogendoorn met John Lennox.

3. Jos de Keijzer, Wetenschap bewijst niets.

4. Atheïstisch Manifest en De onredelijkheid van religie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, maart 2004.

5. Christenen vallen niet om van Philipses argumenten. Maurice Hoogendoorn, Nederlands Dagblad van 28 april 2012.

6. Steekspel tussen christenen en atheïsten. Maurice Hoogendoorn, Nederlands Dagblad van 31 januari 2014.

7. Jos de Keijzer, DVD Van Beneden Naar Boven, http://www.vanbenedennaarboven.nl/

8. Rik Bokelman in gesprek met Jos de Keijzer, CIP-nieuws van 2 september 2013.

9. Emanuel Rutten, A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments Towards a Renewed Case for Theism. Vrije Universiteit Amsterdam, 2012.

10. Maurice Hoogendoorn, Geloof in God niet irrationeel, Nederlands Dagblad van 20 september 2012.

11. Rik Peels en Stefan Paas, God bewijzen. Argumenten voor en tegen geloven, Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2013.

12. Argumenten tegen Gods bestaan stellen intellectueel weinig voor. Interview van Rik Bokelman met Rik Peels, CIP-nieuws van 20 januari 2014.

13. Nationaal Religiedebat op 29 januari 2014. http://www.eo.nl/geloven/nieuws/item/live-nationaal-religiedebat/.

14. Verslag van het Nationaal Religiedebat op 29 januari 2014. http://www.eo.nl/geloven/nieuws/item/om-de-hete-brij-heen/.

15. Jan Riemersma. De gebreken van het atheïsme. Op de site van Geloof & Wetenschap van 21 november 2012 (www.geloofenwetenschap.nl).

16. Als God bestond, mocht-ie het wel duidelijker laten merken. Interview van Rik Bokelman met Herman Philipse, CIP-nieuws van 20 januari 2014.

17. Ter Linden zegt persoonlijke God vaarwel. Redactie Kerk en Religie, Nederlands Dagblad van 23 mei 2013.

18. Thijs van den Brink, EO-televisieprogramma ‘Adieu God’, diverse uitzendingen.

19. Het leven is een kermis van ijdelheid. Gerard Bruins in gesprek met Maarten van Rossum, Nederlands Dagblad van 7 november 2013.

20. Filmpje 1 van DVD van Jos de Keijzer. http://www.vanbenedennaarboven.nl/filmpjes/1_intro.html

21. Zie bijvoorbeeld de aflevering van 8 september 2013 van Bolder 75, een initiatief van de Vrije Baptistengemeente Bethel te Drachten (waarvan Orlando Bottenbley de voorganger is) waarin dominee Arenda Haasnoot in debat was met o.a. de sportjournalist Johan Derksen en de zanger en presentator Ernst Daniel Smid. (https://www.youtube.com/watch?v=pBPSzt3bmUY&t=54m0s)

22. Packer, J.I., God leren kennen. Uitgeverij Novapres, 1992

23. Bewijslast ligt bij niet-gelovigen. Maurice Hoogendoorn in gesprek met Rik Peels. Nederlands Dagblad van 18 oktober 2013

24. Kees Goedhart op de Landelijke Dag voor Evangelisatie op 23 juni 2012. https://www.youtube.com/watch?v=7aECLjpT9eo.

Categorie: Postmodernisme