Teleurgesteld in God?

Teleurgesteld in God?

Inleiding.

We staan dit keer stil bij het pastorale thema ‘teleurgesteld in God’ …. We kunnen ons voorstellen dat de lezer iets beleeft als ‘zo iets durf ik nauwelijks te denken, laat staan het uitspreken of op papier zetten’. Het klinkt inderdaad blasfemisch (godslasterlijk), profaan (ketters). Vanuit de pastorale praktijk merken we dat we ‘t het niet zo gauw uitspreken. Maar dat wil nog niet zeggen dat het niet in ons leeft.

Zou God de gedachte (al dan niet weggedrukt) dat we in Hem zijn teleurgesteld niet kennen? We weten wel beter, en David zegt: ‘Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten; Want er is geen woord op mijn tong, of, zie, Here, Gij kent het volkomen[i];

Het doel van dit artikel is om dit thema bespreekbaar te maken, opdat we in oprechtheid naar God én naar onszelf met deze gedachten om kunnen gaan. Immers, het wegdrukken van wat in ons leeft is niet functioneel. Het doel is verder opdat de teleurstelling en de mogelijk ermee gepaard gaande ontmoediging een plaatsje kan krijgen. Verder merk ik op dat in de Schrift het teleurstellen niet voorkomt. Mogelijk is een goed bijbels equivalent voor teleurstellen beschamen.

 We zullen het leven van Job met al zijn moeite niet breed uit meten. Het is immers bij de meeste lezers wel bekend dat Job door een diep dal gegaan is. Hoe zou u zijn woorden willen typeren, die hij tot God uitroept als hij zegt: ‘Ik roep tot U om hulp, maar Gij antwoordt mij niet; ik sta daar, maar Gij let niet op mij[ii]’. Welke gedachten en gevoelens roept dit bij u op?

 C.S. Lewis verwoordt deze ervaring na dood van zijn vrouw als volgt: ‘waar is God? Dat is een van de meest verontrustende symptomen: Als je gelukkig bent, zo gelukkig dat je geen behoefte aan Hem voelt, … dan word je – of tenminste, zo ervaar je het – met open armen ontvangen. Maar ga eens tot Hem als je Hem wanhopig nodig hebt, als alle andere hulp tevergeefs is, wat vind je dan? Een deur, die voor je neus dichtgeslagen wordt en binnen het schuivende geluid van een grendel, een dubbele grendel. Daarna stilte. Je kunt evengoed weggaan. Hoe langer je wacht, hoe dreigender de stilte wordt’. …

 Waarom ervaren we in meer of mindere maten dat God zwijgt, als je Hem nodig hebt? waarom houdt Hij zich, tenminste in onze beleving, nog wel eens verborgen? Waarom lijkt Hij ons naar het soms schijnt maar aanmodderen? Is Hij dan wel écht bij ons betrokken, denken we op zo’n dieptepunt? In onze beleving is God dan zo ver weg. Waarom leidt God ons niet duidelijker? Dat belooft Hij toch? Hij zegt toch zelf: ‘Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; mijn oog is op u’[iii].

Waarom is God niet duidelijker in zijn bedoelingen en antwoorden naar ons? Zoals dat ging in tijd dat Israël uit de woestijn naar het beloofde land werd geleid. Toen stuurde Hij een wolkkolom, die overdag voor het volk uitging en een vuurkolom ’s avonds. Toen wist men precies waar ze aan toe waren.

 We ervaren het als niet eerlijk. Ik heb zelf ook een lange tijd meegemaakt waarin ik teleurgesteld was in God. Ik ben, als christen, ook gaan twijfelen, zelfs in Zijn bestaan. Dat was een moeilijke periode. Ik heb gemerkt dat zowel veel jongeren als volwassenen hiermee zitten. Immers, hoe velen van ons herkennen zich niet de veelgestelde vraag: waarom gebeuren er vreselijke dingen bij gelovige én ongelovige mensen, zonder dat er een patroon te ontdekken is? Wie heeft zich niet de vraag gesteld: waar was God toen … Waarom heeft God niet ingegrepen toen… Had Hij niet kunnen zorgen dat … En zo voort.

 Teleurgesteld omdat ..

C.S. Lewis was teleurgesteld omdat hij verwachtte dat God hem met open armen zou ontvangen, maar hij ervoer slechts de stilte.

We zijn teleurgesteld als onze verwachting niet uitkomt. Als we in onze hoop worden beschaamd of wij Hem niet begrijpen.

 Ik las eens over een enthousiaste jonge zendeling, die naar Afrika was gegaan. Hij was een man van bijna twee meter. Hij wilde zijn als het volk waarmee hij optrok. Daarom nam hij hun gewoonten aan en ging ook op blote voeten lopen. Maar zijn voeten hadden nog niet die eeltlaag die nodig was om door de rimboe te lopen. Hij had nog niet de vaardigheid om de dorens te ontlopen. Het doet me nog steeds wat als ik er aan denk dat hij in een flinke doorn liep, een ontsteking in zijn voet kreeg, en er aan overleed. ‘God, waarom moest zo’n bewogen en bevlogen man, die veel voor die Afrikaanse stam had kunnen betekenen nu zo om het leven komen’! …

Dan voel ik me teleurgesteld in God die het anders had kunnen doen verlopen. Hij had een wonder kunnen doen geschieden, waardoor zelfs de bevolking tot bekering kon komen. Mijn voorstelling van God was in duigen gevallen. Dat is altijd pijnlijk.

 Er is immers telkens sprake van teleurstelling wanneer er een kloof wordt ervaren tussen wat we van God en/of van het christelijk geloof verwachten én wat we daarvan in het leven ervaren?!

Ook Job begreep God niet en was in Hem teleurgesteld. Hij zegt: Ik verwachtte het goede, maar het kwade kwam; ik verwachtte het licht, maar de duisternis kwam[iv].

Op grond van zijn zuivere wandel met de Here, verwachtte Job zegen, maar hij ervoer in dat God hem een bitter lot beschikte[v], ja zelfs als een vijand beschouwde. Daarom zegt hij: ‘ Waarom verbergt Gij uw aangezicht en beschouwt Gij mij als uw vijand?’[vi]

Weet u, hij zei nog veel meer. Dingen die ik niet zou durven te zeggen, als het niet in de Bijbel zou staan. Hij zei: ‘Gelijk een ineenstortende berg in gruis valt, en een rots gerukt wordt uit haar plaats, (zoals) het water stenen afslijpt, zijn stromen het stof der aarde wegspoelen, zo vernietigt Gij des mensen hoop[vii].

Voelt u wat er in hem omgaat?

 Hoe kunnen we op teleurstellingen reageren?

Teleurgesteld worden doetpijn.

Daarop kun je op verschillende manieren reageren. Bijv.:

We kunnen het glashard voor onszelf ontkennen dat we teleurgesteld zijn; we leven alsof er geen situatie is geweest waarin we teleurgesteld waren. We weigeren erover na te denken, dan voelen we de pijn tenminste niet. Maar we raken wel van onszelf vervreemd…

Het idee dat bijv. bidden toch niet helpt, kan je doen terugtrekken van God. Je vraagt je af: Is Hij wel te vertrouwen? Je stelt zijn integriteit in vraag. Is Hij wel eerlijk, is Hij wel goed. We kunnen erdoor gaan twijfelen, het tast onze zekerheid aan. Het kan leiden tot ontgoocheling.

Het kan leiden tot bouwen van ivoren torens waarin we ons terugtrekken.. ; jezelf willen beschermen tegen nieuwe teleurstellingen en je daarom in toenemende mate afzijdig houden van God en gemeenteleden etc.

Teleurstellingen kan tot boosheid leiden. Immers je ontvangt minder aandacht, zorg, liefde en begrip dan dat je wenst.

Je kunt dan een protest houding naar God ontwikkelen, door bijv. alles te doen wat God verboden heeft.

We kunnen ook God negeren… We doen alsof Hij er niet is; we zeggen het geloof vaarwel of tenminste op een laag pitje.

We kunnen cynisch (schaamteloos ongevoelig) worden. Allemaal om te voorkomen dat je weer pijn zult krijgen.

Sommigen raken zo teleurgesteld in de God, zoals zij zich Hem voorstellen, dat ze afhaken. Het geloof hoeft niet meer. In ieder geval niet zo.

Je kunt ook het uitschreeuwen naar God. Niet onbeschaamd, zoals op de illustratie het geval is. Wel het uitroepende je vertwijfeling aan Hem bekend maken, zoals de grote profeten Jesaja en Jeremia dit doen, en David en Job! Ze verwoordden hun pijn, moeiten, hun onbegrip. Ik vind het zo mooi dat ze dat doen! Nergens vind je dat als zij of anderen dat doen, God hen veroordeelt omdat zij hun gedachten en gevoelens tot Hem uitroepen. Hooguit corrigeert God hen, bij wijze van uitzondering, opdat zei Hem in het juiste licht zouden zien. Van alle mogelijkheden zie ik dit uitroepen als de meest wijze en meest bijbelse manier om er mee om te gaan! Al ben ik mij ervan bewust dat velen dat niet gewend zijn. Zou daarin niet de bron van veel frustraties liggen? Dit uitroepen tot Hem is het meest wijze dat we kunnen doen, omdat deze weg een gezonde uitlaatklep voor onze gevoelens is. Onze gevoelens ten opzichte van God zijn namelijk niet de oorzaak, maar het gevolg van onze gedachtegang.

 Verwachtingspatronen

We kunnen soms te hoge verwachtingen van Hem hebben. Te hoge verwachtingen zijn eigenlijk onrealistische verwachtingen. Verwachtingen, die niet passen bij de persoon met wie je te maken hebt. Te hoge verwachtingen zijn verwachtingen die iemand niet kan of hoeft waar te maken. Dat zou zelfs niet reëel zijn. Een te hoge verwachting functioneert als een claim. Gaan we zo soms ook niet met God om, op straffe dat we anders boos of teleurgesteld zijn in Hem? Wie zijn wij dat we dat al dan niet bewust doen?

 We kunnen God of we kunnen het leven oneerlijk noemen.

We kunnen het leven soms als oneerlijk beschouwen. Dat is terecht, want het leven is niet eerlijk. We kunnen ook het leven met God vereenzelvigen, God als oneerlijk beschouwen. Zoals Job zei: Wendt u tot mij, dan zult gij ontzet staan en de hand op de mond leggen. 6 Als ik eraan denk, sta ik verschrikt, en grijpt siddering mij aan. 7 Waarom blijven de goddelozen in leven, worden zij oud, nemen zelfs toe in kracht?[viii] Hij zegt eigenlijk: waarom moet ik, die naar Gods normen leef dit alles ondergaan?

 De gedachte is dat 1. als God eerlijk en goed is, kan het toch niet mogelijk zijn dat mij / ons kwade dingen kunnen overkomen. 2. dat het leven naar Gods normen ons behoedt voor nare dingen. Nu is het waar dat we dan voor veel nare zaken behoed worden, maar die beide gedachten liggen wel aan de wortel van onze teleurstelling. Want de God die de zon over goeden en kwaden doet opgaan, heeft nooit beloofd dat wij bewaard blijven voor narigheid, noch dat Hij op onze tijd ons antwoordt! Ook heeft Hij ons geen wonder beloofd, hoewel Hij dit soms wel geeft. Toch menen wij dat we er aanspraak op moeten kunnen maken.

 Zwijgt God?

In het leven van Job zwijgt God lange tijd[ix]. Soms ook bij ons. Mogelijk omdat we in de dimensie waarin wij leven God noch Zijn uitleg zouden kunnen begrijpen. Mogelijk omdat Hij, de almachtige God, soms handelt als wijze als ouders, die tegen hun kinderen zeggen: ‘dit kun je nu nog niet begrijpen, maar als je later groot bent …’. Ouders rekenen erop dat het kind dan op hen vertrouwt. Zij gaan zich, als ze wijs zijn, niet naar de kinderen bewijzen dat ze goed zijn (voorondersteld dat ze goede ouders zijn).

 We lezen in Job 38:1,2: ‘Toen antwoordde de Here Job uit een storm en zei: Wie is het toch, die het raadsbesluit verduistert met woorden zonder verstand?’, of zoals Het BOEK zegt: "Wie is het die door onzinnig gepraat mijn besluiten onbegrijpelijk probeert te maken”?

 God trekt hier Jobs aandacht door uit een storm te spreken. Als de Verhevene, als de Allerhoogste God. Wat hier volgt trof me bij het lezen van het boek Job.

 God zegt eigenlijk tegen Job: Je hebt kritiek op Mij geuit. Op mijn wereldregering, op mijn handelen. Maar Job, als je Mij niet begrijpt in mijn wegen en in mijn besluiten, en daarover je eigen theorie gaat maken, waarin je Mijn integriteit in twijfel stelt, dan maak je het alleen maar onduidelijker, raadselachtiger. Als je Mijn onkreukbaarheid in twijfel stelt, wordt het leven ondoordringbaar als een doornenstruik. Daarin raak je vast, en bezeer je jezelf. God laat Job zien dat hij Hem niet goed heeft geïnterpreteerd, dat Hij God niet zag als goed, wijs, volkomen, eerlijk. Dat hij en zijn vrienden juist daarom in die harde discussie zijn geraakt.

God verklaart niet dat het met een aanval van de boze heeft te maken. God verklaart helemaal niets! God antwoordt hem met een batterij aan vragen, waarin God Jobs twijfel aan Gods rechtvaardigheid als het ware terugkaatst, opdat hij over zijn eigen twijfels gaat twijfelen en in zijn gedachten tot helderheid komt. Elke vraag die de HERE na vers 3 aan Job stelt, heeft te maken met de schepping: de aarde (v. 4-7), de zee (v. 8-11), de dageraad (v. 12-15), de afgronden (v. 16-18), het licht en de duisternis (v. 19,20) . . . God geeft geen verklaring van Jobs rampen. Maar overspoelt zijn criticus met een stroom vragen die hij niet kan beantwoorden. Zo wil God zijn en onze ogen openen voor de kleinheid, onwetendheid en hoogmoed van de mens. En willen we dan nog het bestuur van de HERE beoordelen?

 Wat de grote God met de rede aan Job beoogt is het volgende. Job te verootmoedigen hem er toe te brengen om berouw te hebben over zijn twijfel aan Zijn goedheid. Over zijn opstandigheid en zijn dwaasheid. Tegelijkertijd mag Job zien dat God niet zijn tegenstander is. Dit is cf. mijn eigen ervaring, die ik beknopt met u delen wil, maar eerst wil ik een voorbeeld uit het boek ‘Teleurgesteld in God’ noemen.

 Hoe gaan wij ermee om?

Ik haal vrij verwoord de schrijver Philip Vancey aan, die vertelt over zijn ontmoeting met een man. Deze zei een goed betaalde job op. Hij ging in de geestelijke hulpverlening werken. Dan wordt zijn vrouw wordt ziek. Er wordt borstkanker geconstateerd, er waren uitzaaiingen, die bestraald werden, wat weer het vervelende bijverschijnsel van kaalheid veroorzaakte. Ook kon zij daardoor maar moeizaam eten. Dit alles ging gepaard met allerlei sombere gevoelens.

Op een avond brengt hij zijn dochter met de auto weg en een dronken automobilist veroorzaakt een frontale botsing. Het meisje komt er met een gebroken arm en kleine wondjes overal van af. Hijzelf komt er echter beroerder vanaf. Vanaf dat moment werd geplaagd door enorme hoofdpijnen, zijn geheugen liet hem soms in de steek en zijn gezichtsvermogen werd ernstig aangetast. Hij zag alles dubbel en kon ook niet goed meer lopen. De man was een liefhebber van het lezen van boeken, maar dit lukte hem ook niet goed meer….

Vancey vroeg hem iets over zijn teleurstelling in God te vertellen. Tot Vanceys verbazing antwoordde de man iets in de volgende trant. ‘Om je de waarheid te vertellen, ik ben helemaal niet teleurgesteld geweest in God’. Was deze man dan zo oppervlakkig? Hij zei: ‘het zit zo. Eerst door de ziekte van mijn vrouw en later vooral ook door het ongeluk, heb ik geleerd God niet te verwarren met het leven. Ik ben geen stoïcijn. Ik ben net zo diep geraakt als ieder ander die zoiets meemaakt. Ik ben in staat de oneerlijkheid van het leven te vervloeken en al mijn smart en woede af te reageren. Maar ik ben ervan overtuigd dat God dezelfde gevoelens heeft ten aanzien van het ongeluk; dat Hij verdriet voelt en toornig is. Ik geef Hem de schuld niet.’ Hij vervolgde: ‘Ik heb geleerd om verder te kijken dan de tastbare realiteit van deze wereld en oog te krijgen voor de geestelijke realiteit. Wij zijn geneigd om te denken: het leven zou eerlijk moeten zijn omdat God eerlijk is. Maar God is niet het leven, en als ik God verwar met de tastbare realiteit van het leven, door bijv. een constante goede gezondheid te verwachten, dan stel ik mezelf kandidaat voor een noodlottige teleurstelling. Het bestaan van God en zelfs zijn liefde voor mij hangt niet af van mijn goede gezondheid’.

Hij zei verder: ‘Als we een relatie met God ontwikkelen die niet afhangt van de omstandigheden van het leven, dan zijn we misschien in staat om vol te houden, als de tastbare realiteit het laat afweten (dus als omstandigheden als gezondheid, werk, voorspoed tegen zijn). Het is mogelijk om op God te leren vertrouwen ondanks alle oneerlijkheid van het leven.

Is dat niet waar het eigenlijk bij Job om draait? Job bleef immers ook op de Here vertrouwen.

 Deze man had om het maar zo te zeggen geen ‘contractgeloof’ (als God het mij goed doet gaan in het leven zal ik Hem volgen), maar een relationeel geloof. Daardoor kon hij zich ook open stellen voor de troost die God hem wilde geven.

Gods antwoord op de oneerlijkheid van het leven was Kerst en Goede Vrijdag! Zijn Zoon nam het menselijk leven aan met alles wat daarbij hoort. Was het leven voor Jezus eerlijk?… Was het Kruis eerlijk?… Ook Hij deinsde ervoor terug! Ook Hij worstelde ermee. Maar bleef ook zijn vertrouwen op God stellen. Aan dat Kruis, kwam de oneerlijkheid van het leven openbaar. De onrecht werd op een dramatische wijze voorgesteld. Maar ook Gods opofferende liefde.

Wanneer we ons geloof laten afhangen van een foutloze wereld, zullen we het niet volhouden. De Bijbel voorspelt dat het uiteindelijk nog fouter zal gaan.

 Na de reactie van de Heer, is Job in zijn hart geraakt. Job antwoordde de Here: ‘Ik weet, dat Gij alles kunt, en dat geen uwer plannen wordt verijdeld’[x]. Hij komt dus terug op wat de Heer zei. Hij erkent: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep. Dan heeft hij berouw over zijn houding naar God.

 In mijn leven heb ik ook geworsteld met God om meerdere dingen. Ik heb daarbij mijn hart uitgestort naar God. Ik vertelde Hem wat ik beleefde. Ik deed dat zo eerbiedig als mogelijk, toch deed ik niet voor Job onder. Soms gaf dat meteen een stuk rust. Aan het eind van zo’n worsteling zei ik, na even tot rust gekomen te zijn: ‘Heer, ik bedoel het niet oneerbiedig, maar ik moet het kwijt. U weet het’. Een andere keer moest ik later erkennen dat ik Hem niet juist had voorgesteld. Dat ik opstandig was tegenover Hem, omdat Hij niet aan mijn verwachtingspatroon voldeed. Dan verootmoedigde ik mijzelf en erkende dat ik mijn positie ten opzichte van Hem niet had verstaan maar veeleer Hem ter verantwoording had geroepen. En Hij vergaf mij[xi] en ging verder met mij. Dat deed Hij bij Job en Hij zal het ook bij u en jou doen[xii].

 

In een volgend artikel willen we stil staan bij het thema ‘teleurgesteld in mensen’

 

G.H. Molenaar.

ex voorganger parousia gemeente Mijdrecht, pastoraal therapeut

 

--------------------------------------------------------------------------------

[i] Psalm 139:2

[ii] Job 30:20

[iii] Psalm 32:8

[iv] Job 30:26

[v] Job 30:26 Ik verwachtte het goede, maar het kwade kwam; ik verwachtte het licht, maar de duisternis kwam.

[vi] Job 13:24

[vii] Job 14:18,19

[viii] Job 21:5

[ix] dat kan cf. Jes. 59:1,2 ook het geval zijn als er sprake is van onbeleden zonde, wat in het geval van Job niet aannemelijk is.

[x] H. 42:2

[xi] 1Joh. 1:9; Spr. 28:13

[xii] Ps. 51:19; Jes. 57:15,18

Categorie: Specifieke pastorale onderwerpen