Zorg in gemeenschap

 

Zorg vanuit de christelijke gemeenschap

© Door Dr. Jim Wilder

Zorg vanuit de christelijke gemeenschap is een hoofdstuk uit het boek ‘De rode draak verslagen, bouwen aan een levengevende gemeenschap’. We hebben al eerder aandacht aan dit belangwekkende boek besteed. In dit boek wordt het Life Model verder uitgewerkt dat door Jim en zijn team ten behoeve van christelijke hulpverlening ontwikkeld is. De christelijke gemeenschap is een plaats voor heling, groei in volwassenheid. Een levengevende gemeenschap waar aandacht is voor de zwakke, met Christus als middelpunt. In een volgend nummer van Promise hopen we aandacht te geven aan een nieuw boek van Jim: Vreugde begint hier!

Inleiding

Hoop voor de zwakke, gewonde en onvolwassen leden van onze familie komt voort uit de zorg die door de gemeenschap wordt geboden. De ge­meenschap waarover wij hier spreken, is de verlossingsgemeenschap. De zorg die zij biedt kan worden onderscheiden in:

1. gebedsbediening,

2. traumateams,

3. geestelijke adoptie binnen de familiestructuur,

4. opname van de zwakke en gewonde in de gemeenschap,

5. bevrijdingsteams,

6. gemeenschapsleven.

 

Gemeenschapszorg

Deze gemeenschapszorg omvat meer dan psychotherapie, herstelprogram­ma’s, pastorale gesprekken, gebed en discipelschapstraining, hoewel zij met al deze zaken te maken heeft. In zijn algemeenheid is zorg vanuit de ge­meenschap erop gericht om leven te geven aan mensen die een geestelijke familie nodig hebben. Deze zorg wordt verleend door het nieuwe leven aan anderen voor te leven. Deze gemeenschapszorg staat niet in het teken van de gezonde die de zieke helpt. Vanaf het moment dat er door het medische model van psychische aandoeningen aandacht voor psychisch lijden is gekomen, hebben chris­tenen geworsteld met de vraag wie er binnen de kerk ziek is en wie niet. Leden van de geestelijke familie, die het spoor bijster zijn geraakt, rollen als losse stenen rond en stapelen zich op bij iedere kerk die enige bewogen­heid toont en bereid is om hen te helpen. Niet zelden gebeurt het echter dat deze kerken binnen afzienbare tijd ook ‘ziek’ worden, omdat de ‘gezonde’ mensen op de loop gaan om niet zelf te worden overweldigd. Enkele grote kerken hebben besloten om professionele hulpverleners in te zetten, die tegen betaling hulpverleningsprogramma’s aanbieden.

Ondanks een enorme groei van de hulpverleningsindustrie is zij niet in staat gebleken om die mensen te helpen, die voorheen hulp van kerken ontvin­gen. Ten gevolge daarvan is er een groot aantal mensen dat hulp nodig heeft, maar die hulp niet kan betalen. De meeste overlevenden van destruc­tieve groepen vallen in deze categorie. Zij kenmerken zich niet alleen door hun grote emotionele behoeften, maar ook door hun financiële beperkingen en het ontbreken van steun uit hun sociale netwerk. Omdat professionele hulpverleners zijn getraind om een professionele afstand in acht te nemen ten opzichte van het leven en de leefgemeenschap van hun cliënten, laten zij de ondersteunende taken veelal voor anderen liggen. Vanwege hun distantie en beroepsgeheim zijn zij meestal niet in staat om bij het opbouwen van een familie betrokken te zijn. Veelal ontbreekt hen ook de tijd.

Het is mijn stellige overtuiging dat professionele hulpverleners hiermee een zeer belangrijke component over het hoofd zien. Dit kan tot ernstige schade leiden, zoals bij weldoorvoede zeelieden scheurbuik kon optreden omdat zij te weinig van een belangrijke vitamine hadden binnengekregen. Deze schade ontstaat niet doordat de prijs die moet worden betaald, te hoog is, maar doordat er een belangrijke behoefte is, die niet door de professionele houding wordt bevredigd, ongeacht of men christen is of niet. Christen-hulpverleners in instellingen, praktijken voor psychotherapie en zelfs in kerken, zijn niet in staat om op een adequate wijze om te gaan met de be­hoefte van hun cliënt aan een gemeenschap die steun kan bieden. Zonder de steun van een familie of gemeenschap zal blijken dat de veranderingen die in het hulpverleningsproces worden ingezet, niet haalbaar of niet duurzaam zijn. Om deze reden zijn er vele supportgroepen in het leven geroepen. Deze ‘oplossing’ vanuit de psychologie bestaat uit het samenbrengen van een aantal afzonderlijke personen die elkaar wederzijdse steun verlenen. Hier­door kunnen mensen weliswaar uit hun isolement worden gehaald, maar het lijkt in de verste verte niet op een familie. Deze aanpak behelst niet meer dan het bijeenbrengen van een aantal ‘vreemdelingen’. In mijn ogen zijn supportgroepen daarom een armzalig surrogaat voor de zorg die de geestelijke familie vanuit haar grote diversiteit kan leveren.

Er zijn veel kerken die meer op een supportgroep lijken dan op een familie. Deze kerken zijn opgedeeld in leeftijdsgroepen en sociale klassen, zodat vreemdelingen zelfs binnen deze kerken alleen maar met vreemdelingen in contact komen. Als zich problemen voordoen, worden de banden tussen deze vreemdelingen weer gemakkelijk verbroken. Zij zijn een familie zonder banden, wellicht meer geïnteresseerd in het vergaren van rijkdom dan in het hebben van kinderen. Gemeenschapszorg begint bij geestelijke adoptie. Dit is de basis voor het geven van leven en de verandering van de identiteit. Als we de transfor­matie van de identiteit als een strijd zien, dan mogen we het gebedsteam aanduiden als het invasieleger. Bidders dringen de vijandelijke linies binnen, nemen hindernissen weg en vergaren informatie die op geen enkele ander wijze te verkrijgen is.

Gebedsbediening.

In de gebedsbediening worden door God vaak dingen geopenbaard, die onbekend zijn. Het komt ook regelmatig voor dat langs deze weg grote barrières worden overwonnen. Door gebed kan God delen van de ziel openen, die daarvóór niet toegankelijk of niet bekend waren. De gaven van de Geest zijn niet afhankelijk van kennis of sociale vaardigheden die wij hebben opgebouwd. De Heilige Geest legt het eerste contact op een plaats waar een nieuwe verbinding vervolgens kan beginnen met het aanleggen van een liefdesband. Hoewel mensen steun en vriendschap nodig hebben, zijn de leden van gebedsteams op dit gebied meestal niet erg begaafd. Het is daarom belangrijk dat leden van de familie om deze teams heen staan.

In dit eerste stadium van de strijd kan het gebed algemeen zijn of op iets specifieks worden gericht. Door elk onderdeel van iemands leven in gebed onder te dompelen, kan een nieuw gebied met Gods genade worden aange­raakt. Dit ‘doordrenken’ kan heel goed in groepsverband worden gedaan. Op deze manier kunnen vele jaren van verharding door gebed weer zacht worden gemaakt. De bijlagen van dit boek bevat een aantal richtlijnen.

Zorg vanuit de gemeenschap vereist dat er gebedsteams zijn. Net als bij de andere bedieningen heeft ook het gebed een onderwijzende taak. Deze onderwijzing vindt plaats door voor de ander een voorbeeld te zijn, in de hoop dat degene die de bediening ontvangt, zal groeien en ook een be­diening op zich zal nemen. Deze vorm van toerusting mag echter niet de hoofdreden van deze bediening zijn. Daarmee zouden wij God en de ander tekortdoen. Wij zorgen niet voor onze kinderen, opdat zij zullen opgroeien en op hun beurt ook kinderen zullen krijgen. Wij zorgen voor hen, omdat wij van hen houden. Toch is het niet verkeerd dat deze eerste stappen van gebed ook onderwijzen wat een levengevende bediening is. Als het goed is, versterkt ieder aspect van ons leven het verlangen van de ontvanger om net zo te leven als wij.

Het gebedsteam richt zich op het openleggen van nieuw gebied waar nog geen banden zijn. Daarna kan het traumateam aan de slag om dit gebied te ontginnen en bewoonbaar te maken. De leden van dit brengen de eerste liefdesbanden aan. Tot slot kan de gemeenschap in dit gebied leven en vita­liteit gaan brengen door aan eeuwige familiebanden te bouwen.

Traumateams.

Gebedsteams verrichten geweldig werk door nieuw gebied open te leggen. Daarna gaan de traumateams aan het werk om in dit ge­bied bruggen aan te leggen. We hebben het werk van een traumateam in hoofdstuk 8 reeds uitgebreid besproken. Dit werk vraagt veel tijd en zorg. Herstel vindt plaats door de vrucht van de Geest, die tot uitdrukking komt in hechte relaties. Wanneer wegen worden aangelegd en opengesteld, kan er nog steeds sprake zijn van strijd en bevrijding, maar in deze fase ontwik­kelen liefdesbanden zich in een snel tempo.

Herstel van trauma kan niet zonder gevaar van het gemeenschapsleven worden losgemaakt. Elke vreemdeling, weduwe en wees die genezing nodig heeft, moet worden geadopteerd voordat het herstel kan beginnen. Dit be­tekent onder meer dat niemand zonder begeleider naar een hulpverlener kan worden gestuurd. Gemeenschapszorg wordt door de oudsten van de gemeenschap gecoördineerd. Deze richt zich zowel op de behoefte aan ge­nezing als op de volwassenwording van iedereen die bij de familie hoort.

Herstel is Gods werk en komt tot stand door het werk van de Heilige Geest in ons leven. Het roept een halt toe aan de pijn en de inwerking van het kwaad. Herstel brengt echter niet altijd heelheid. Vaak blijven er littekens achter. Als bij iemand een been is afgesneden, kan door herstel wel de wond worden gesloten en de pijn weggenomen, maar daarmee wordt niet het been vervangen.

Herstel is doorgaans een langdurig proces dat heel traag verloopt en in be­langrijke mate afhankelijk is van onze inspanningen en relaties. Het zorgt niet altijd voor een terugkeer naar de oorspronkelijke situatie, maar heeft wel de oorspronkelijke functie als doel voor ogen. Zo kan een geamputeerd been door een prothese worden vervangen. Ook kan men nieuwe vaardig­heden aanleren, waardoor het toch weer mogelijk wordt om te lopen.

Geestelijke adoptie

Geestelijke adoptie binnen de familiestructuur. Als de oorlog is ge­streden en het land is ingenomen, dan is het belangrijk dat er mensen in het land gaan wonen. Er moeten families ontstaan, die zich verder ontwikke­len. Wanneer we oog krijgen voor de manier waarop God onze geestelijke gemeenschap-van-het-zelf inricht, zullen onze banden uitgroeien tot adop­ties en andersom. De gemeenschap moet het nieuwe land gaan bewonen, anders zal het opnieuw aan de wilde beesten en de chaos vervallen. Het is zinloos wanneer een land wordt ingenomen en men vervolgens geen moeite doet om er huizen te bouwen, tuinen aan te leggen, elkaars gezelschap op te zoeken, en er te leven en te genieten.

Steun vanuit de familie van God begint bij de oudsten en voorgangers, maar werkt zich – als het goed is – via de steunpilaren en ambtsdragers van de kerk naar beneden toe uit – naar de leden en uiteindelijk naar de zwak­ken. Het is de eerste prioriteit van de gemeenschapszorg om vast te stellen dat deze steun er ook daadwerkelijk is en men ervan gebruikmaakt.

Opname van de zwakke en gewonde in de gemeenschap. Gewonde mensen – vooral als het gaat om overlevenden van een destructieve groep – moeten leren hoe zij moeten bidden, aanbidden en God kunnen leren kennen. Deze persoonlijke aspecten van het gemeenschapsleven kunnen al­leen maar worden geleerd door intensief onderwijs, gebed en lofprijzing. Verschillende kerken hebben hiervoor een programma ontwikkeld. In de bijlagen van dit boek heb ik hiervoor een aantal richtlijnen opgenomen.

Bevrijdingsteams.

Om effectief te kunnen zijn, moeten wij onze gemeen­schap met hemelse ogen bekijken. Onze vijand bestaat niet uit mensen, maar uit geesten die hen misleiden. Iedereen die serieus probeert om met Gods ogen te zien, zal al snel ontdekken dat er andere machten zijn, die proberen blokkades op te werpen. Het weerstaan van deze machten is ook een taak van de gemeenschap. Tal­loze malen ben ik gered door iemand die mij voor een concrete dreiging waarschuwde, of door iemand die de strijd even van mij overnam als ik moe was. Geestelijke oorlogsvoering is een belangrijk onderdeel van de hulp die onze gemeenschap biedt. Dr. Neil Anderson, dr. Ed Murphy, dr. Charles Kraft en dr. James Friesen hebben allemaal uitvoering over dit on­derwerp geschreven, zodat ik er hier niet verder op inga.

Gemeenschapsleven.

Ouderen vertegenwoordigen het centrum van iede­re familie- of gemeenschapsstructuur. Als zij afstand doen van hun positie, begint de hele structuur te wankelen. Zij hebben hun volwassenheid bereikt door hun eigen kinderen op te voeden en weten hoe zij een gemeenschap naar haar eigen identiteit kunnen begeleiden. Gemeenschapszorg is in es­sentie het werk van ouderen die de gemeenschap-van-het-zelf rondom ieder individu opbouwen. Zij geven richting aan de verlossende stappen van de natuurlijke gemeenschap om meer en meer de banden en de structuur van de geestelijke gemeenschap of familie te krijgen.

Het leven van een geestelijke familie is niet haalbaar zonder het onderwijs en de betrokkenheid van de voorgangers. Deze herders helpen iedereen om in te zien dat het belangrijk is om hun eigen geestelijke familie te laten groeien en zich naar deze groei uit te strekken.

Hoewel oudsten en voorgangers structuren bouwen, kan verlossing niet binnen deze structuren worden gevangen (zoals ik al eerder heb gezegd). De bediening van herstel werkt via alle gelovigen die troost en liefde brengen. Zodra zich banden hebben gevormd zullen zij door hun familie op handen worden gedragen.

Het gemeenschapsleven draait om aanbidding. Hiermee bedoel ik de juiste waardering van Hem die de Bron van al het leven is. Lofprijzing moet, te­zamen met de verhalen en symbolen van de verzoening, deel uitmaken van onze individuele en gemeenschapsidentiteit. Meditatie, zang, gebed, rust, spel en tucht brengen de leden bij de Bron van het echte leven. Daar nemen liefdesbanden geleidelijk aan de plaats in van angst, pijn en verlies. Zij laten zien dat dit de beste manier is om leven te vinden. De natuurlijke gemeen­schap gaat zo steeds meer op de geestelijke lijken.

UitDr. E. James Wilder, De rode draak verslagen: bouwen aan een liefdevolle gemeenschap, Archippus Boeken, Enschede 2008. Prijs € 24,95

 

 

Categorie: Jim Wilder