Omgaan met agressie

Bij Promise verscheen :

Bijbels omgaan met spanningen; deel 2 Psychosomatische aspekten,

geschreven door dr. Kurt Blatter.
In één van de hoofdstukken behandelt hij het onderwerp:

Omgaan met agressie

Verschillende vormen van agressie nemen in het menselijke gedrag een centrale plaats in. Wat bedoelen wij met agressie? Allereerst enkele definities uit het onderzoek naar agressie.

Etymologisch

De oorspronkelijke betekenis en de herkomst van het woord agressie wordt in het woordenboek, Duden, als volgt omschreven: oorlogszuchtige aanval. Het woord werd in de achttiende eeuw ontleend aan het Latijn, agressio, dat van het werkwoord aggredi is aan komen sluipen, aanvallen te herleiden is.

Psychologisch

Agressie is in ieder geval een handeling. Het gaat hierbij om een reactie, die een ander organisme schade berokkent. Deze schade ontstaat door handelingen, die beschadigen, letsel veroorzaken, kapot maken, vernietigen etc. Bij de meeste menselijke vormen van agressie is er sprake van opzet, om een organisme, dus ook zichzelf, te schaden.

Psychiatrisch

Het gedrag, dat ontstaat uit een daad, woord of ook wel uit woordeloosheid, hetgeen een ander persoon, of ook de dader zelf (autoagressie), of een voorwerp (eventueel als vervanging voor de persoon) verwondt, schaadt, uitbuit (ook seksueel), krenkt, beledigt, denigreert, vernedert, onteert, berooft, invalideert, onrecht toebrengt, beperkt in levensmogelijkheden en ontplooiing, verjaagt of zelfs doodt.

Het blijkt belangrijk te zijn om de begrippen agressie en agressiviteit te onderscheiden. Agressiviteit is een openlijke, langdurige bereidheid om je agressief te gedragen. In het internationale agressieonderzoek zijn er drie Agressie-theorien, waar wij in het kort op in willen gaan. We nemen aan dat deze theorien in de Bijbel terug te vinden zijn, omdat ze proefondervindelijk ontstaan zijn.

1. Drift, theoretische invalshoek

De psychoanalytici veronderstellen, dat er een agressiedrift bestaat, ook wel destructiedrift (destructie = vernietiging) of doodsdrift genoemd. Agressie wordt hier gezien als een biologische drift, die in het organisme aanwezig is en die zich moet ontladen. Deze drift kan zich ophopen, als ze niet ontladen wordt, waardoor afvoer of minstens kanalisering via een andere weg noodzakelijk wordt (Catharsis= reiniging).

Het doel van de doodsdrift is het levende ter dood te brengen. Het levende wezen beschermt zijn eigen leven door het niet-eigen leven te vernietigen (Freud). Dit Freudiaanse begrip laat duidelijk de brutaliteit van zuiver egoisme zien. De drift-theorie staat objectief gezien het dichtst bij de bijbelse opvatting, dat door de zonde de dood doorgedrongen is tot alle mensen en de zondige mens in staat is tot alle kwaad.

2. Frustratieagressie theorie (Yale school)

Een formule, aan de basis van deze theorie luidt: Agressie is altijd een gevolg van frustratie, frustratie leidt dwangmatig altijd tot een vorm van agressieí. Iets meer gedifferentieerd: Een frustratie veroorzaakt bij het slachtoffer een meetbare opwinding, dat het hierop volgende gedrag intensiveert. Ten eerste is het hierbij mogelijk dat deze opwinding als woede, ergernis of als een ander gevoel ervaren wordt. Ten tweede is het een open vraag welk gedrag deze emotie (gevoelsberoering) begeleidt of hieruit volgt. Aanhangers van deze theorie houden een pleidooi voor een frustratievrije opvoeding van kinderen. Uiteindelijk is het juist dit idee, dat de antiautoritaire opvoeding gelanceerd en gestimuleerd heeft.

3. Leerpsychologische theorie

Deze theorie verklaart dat agressie, net zoals elk ander gedrag (spreken, schrijven, autorijden, koken, e.d.), aangeleerd is. Het leerproces vindt plaats door middel van drie gangbare leermethoden: via de klassieke conditionering volgens Pavlov, via operationeel conditioneren (leren met succes) en door het leren volgens een model (leren door observeren). Ook deze theorie bevat veel goeds, omdat wij immers zelf ook vast kunnen stellen hoe sterk de vormende invloed van een bepaald milieu op kinderen en familieleden kan zijn (bijvoorbeeld, een luidruchtig, druk levensklimaat vol irritaties).

Een eenvoudige definitie luidt: Agressie is een opgezweept, negatief gevoel". Uit het schema wordt duidelijk dat het in het leven altijd om zeer bepaalde gedragspatronen gaat, die gelijkmatig automatisch verlopen en zich onophoudelijk herhalen. Deze gedragspatronen worden geactiveerd door een bepaalde reactie op de medemensen of door bepaalde negatieve omstandigheden. Laten wij aannemen dat wij zelf slachtoffer van agressief gedrag worden. Er zijn eigenlijk twee verschillende soorten agressie; het actiefagressieve gedrag en het passiefagressieve gedrag.

Actief agressief gedrag houdt in dat ik bijvoorbeeld door mijn baas uitgescholden word, hoewel hij zelf verantwoordelijk is voor de gemaakte fout. Dat doet zeer. We kunnen ook het voorbeeld uit het leerboek van Sp–rri nemen, dat actief agressief gedrag afbeeldt. De jongen, die van de oude man de draai om zijn oren krijgt, is niet de werkelijke dader. De gebroken ruit is veroorzaakt door de andere bengel, die zich achter de stapel hout verstopt heeft. De verkeerde jongen krijgt dus de klappen.

Passief agressief gedrag lijkt gewoonlijk verfijnder en eleganter. De aangedreven negatieve gevoelens worden niet geuit (extravertie), maar worden meestal naar binnen gericht. Bijvoorbeeld: zwijgen kan minuten, dagen, volgens berichten uit therapeutische sessies, zelfs jaren duren. Het kan passief agressief gedrag inhouden en is niet altijd, zoals zo vaak beweerd wordt, een uitdrukking van overgave.

Nog een ander voorbeeld: stel, wij hebben op zondag samen met een vriend thuis gegeten en de tijd gezellig doorgebracht. Op woensdag moeten wij zaken doen in de stad Bern. We zijn net op weg gegaan van het oude stadsgedeelte naar het station. We nemen een schaduwrijke weg, die we aan de rechterkant bewandelen en plotseling ontmoeten wij dezelfde vriend, met wie wij de afgelopen zondag zo gezellig bijeen waren. Net als wij hem vrolijk willen begroeten, ziet hij dat wij ook op hetzelfde schaduwrijke pad lopen. Hij denkt, dat wij hem nog niet herkend hebben en hij steekt over om aan de linkerkant van de weg verder te lopen. Mogelijk is er sinds zondag iets gebeurd, waarvan wij misschien helemaal niets weten; iets dat tussen ons in is gekomen, waardoor die vriend passiefagressief reageert door ons te mijden.

Bij beide vormen, zowel het actiefagressieve-, als ook het passiefagressieve gedrag ervaar ik afwijzing, verwonding en belediging. We kunnen onszelf testen door ons af te vragen welke vorm van agressie voor ons erger is. Voor de meeste mensen, die zich overwegend actief agressief gedragen, is het passief agressieve gedrag onverdraaglijker. Omgekeerd geldt dat voor de meeste mensen, die zichzelf hoofdzakelijk passief agressief gedragen, het actief agressieve gedrag ernstiger is. Waar spelen afwijzing, verwonding en belediging zich af in de mens? Met andere woorden, waar bevindt zich het gevoel van afwijzing, belediging en verwonding? Afwijzing en haar onmiddellijke uitwerking veroorzaken storingen in de ziel. Diep in het innerlijk van het menselijke wezen ontstaan wonden en beschadigingen.

Vanuit het bijbels mensbeeld kennen wij de psychosomatische combinatie, die het gebied van de ziel verbindt met het lichamelijke gedeelte. Deze verbinding komt tot stand via het vegetatieve zenuwstelsel, dat autonoom werkt (niet ondergeschikt aan de wil). Wanneer een mens geconfronteerd wordt met enorme agressie (ongeacht of het actief of passief geuit wordt), dan is de verwonding van de ziel zonder twijfel ook merkbaar in het lichaam. Een gevoel in een orgaan, zoals pijn, onrust, etc. wordt ervaren in het hele lichaam. Tot hieraan toe is het verloop van dit gedragsproces in het slachtoffer niet hetzelfde als zondig gedrag.
Christus zelf, die ook gelijkvormig geworden is aan de gevallen menselijke natuur, het vleselijke, heeft zwaar geleden. Ja, Hij, die het zwaarste door alle mensen beledigd en afgewezen werd, heeft in de tuin van Gethsemane bloed gezweten. Dit feit, dat gewoonlijk als een mysterie gezien wordt, is eigenlijk niets anders dan een psychosomatische reactie. Jezus sidderde en bad: Vader, laat deze beker aan Mij voorbij gaan als het mogelijk is maar Uw wil geschiedde.

Hij, die geen zonde gekend heeft, werd voor ons tot zonde gemaakt, zo zeer alsof Hij iedere zonde, iedere misdaad, die ooit een mens op aarde begaan heeft, zelf had begaan. Hij, de Zoon van God, werd door het offer dat Hij bracht, zo vernederd als nog nooit enig ander mens vernederd werd. De beschadiging aan Zijn ziel (Zijn ziel heeft zwaar werk verricht) was dermate groot, dat de zweetklieren, die normaliter sporen van bloed bevatten, bloed doorlieten (de anatomische opbouw van een zweetkliertje lijkt ongeveer op de opbouw van een vatenknoedel in het nierweefsel).

De volgende stap, die automatisch volgt in de programmering, namelijk het zondige gedrag, heeft Jezus nooit uitgevoerd. (Hoewel Hij in gelijke mate verzocht is als wij, toch heeft Hij niet gezondigd Hebreeen 4:15).

Automatisch, zonder dat wij dit ons bewust hoeven te maken, komen er in ons negatieve gedachten op zoals woede en ergernis, mogelijk haat, wanneer wij zwaar beledigd en verwond zijn. En weer, zonder dat wij er over na hoeven te denken, volgen er op negatieve gedachten gewoonlijk negatieve gedragingen. Dan zijn er slechts twee keuzemogelijkheden: Ons negatieve gedrag is of actiefagressief of passiefagressief.

Nu rijst de vraag, wat de drijfveer van dit automatisme, dit gedragspatroon, is. Bij nadere beschouwing concluderen wij toch, dat alle gewoonten die een automatisch verloop hebben door de eisen van het íikí worden voortgebracht. Zo is er bijvoorbeeld het aanspraak maken op, rechthebben op, genoegdoening eisen, etc. Als ik beledigd, verwond wordt, dan moet ik mijzelf toch verdedigen en zien dat ik krijg waar ik recht op heb. Het zou daarom belangrijk kunnen zijn, om in eerlijke zelfanalyse, een lijst van eisen van ons ik op te stellen. Gewoonlijk is het zeer pijnlijk om in te zien hoe veel, deels onmogelijke, eisen ons eigen-ik kent en waaraan het vaak met nadruk vasthoudt.

Paulus, een geweldig psycholoog, die alleen over datgene spreekt, dat hij zelf erkend en ervaren heeft, bedoelt met; íIk sterf dagelijks, dat de eisen van ons ik zouden moeten sterven. Hier begint eens en voor altijd het stervensproces. (Hij is daarom voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet langer voor zichzelf zouden leven). Deze toestand wordt, als degene waar het om gaat dit beaamt, in de doop bevestigd. "Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?" (Romeinen 6:3).

Het automatische proces van organische pijn via innerlijke onrust naar negatief denken met snel hierna negatief gedrag, is hetzelfde als het principe van het vlees, of van de oude mens. In Mattheus 5:43 is dit idee eenvoudig duidelijk gemaakt. "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten" In Leviticus 19:18, waarop Jezus zijn uitspraak baseert, staat echter "Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf, Ik ben de Heere."

Wat is de betekenis van de uitspraak in Mattheus 5:43 "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is?" De schriftgeleerden hebben Leviticus 19:18 uitgelegd vanuit de wijze waarop Jezus deze tekst citeerde. Waarschijnlijk verwees Jezus tegelijkertijd naar de mondelinge overleveringstraditie.

Wij geloven echter, dat Jezus in Zijn goddelijke wijsheid een dieper gelegen doel beoogt wanneer Hij de overleveringsvorm uit Leviticus 19:18 citeert. Hij laat de diepe psychologische waarheid van de gevallen mens zien en verwijst tegelijkertijd in het volgende vers, Mattheus 5:44, naar de therapie die in elke situatie zal en kan helpen. Ik wil vervolgens dit psychologisch juiste inzicht onderzoeken, verbinden aan mijn getuigenis en meerdere stappen nauwkeurig weergeven.

Toen wij dit vers voor de eerste maal lazen, gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten, dachten wij waarschijnlijk: Er is toch niemand, die ik haat. Wie is nou eigenlijk mijn naaste? Het logische antwoord is: Ieder mens, die ik ontmoet, is mijn naaste. Op de een of andere manier bevredigde dit antwoord mij niet en ik hoorde in mijn binnenste de vraag wat uitgebreider: Wie is jou het meeste nabij? Degenen die ons het meest nabij staan, zijn normaliter onze partner, onze kinderen, onze ouders, onze familieleden. Is het niet zo, dat de Heilige Geest ons van een nieuwe waarheid moet overtuigen? Dit gebeurt meestal als onze naasten ons verwonden en vanuit een andere mening tegen ons opstaan.

In een dergelijke situatie ervaren wij in ons hart haat tegenover onze naasten. Toen ik tot deze ontdekking kwam, voelde ik mij erg treurig, omdat ik geconfronteerd werd met Mattheus 5:43-44. Eerst werd ik verlegen, omdat ik direct merkte, dat ik tot nu toe in mijn leven, amper een andere mening had geduld. Deze eis immers, om altijd gelijk te willen hebben was diep in mij geworteld. Ik voelde ineens aan, dat in deze situatie mijn naaste mijn aanklager kon worden, zelfs in die mate dat ik haar niet langer in liefde maar met afwijzing zou benaderen. Afwijzing, echter is, zoals wij al weten, het begin van een reeks, waarbij haat aan het einde staat.

Deze gevolgtrekking maakte mij erg verdrietig. Ik erkende dat in mijn leven zo vaak zoveel zich volgens het hoofdprincipe, het principe van het vlees, voltrokken had, totdat ik toen de verzen 43 en 44 in verband met elkaar kon brengen. Wanneer jouw naaste door zijn gedrag tot jouw aanklager wordt; dan zeg Ik (Christus): Heb je vijand lief, zegen, wie jou vervloeken, doe goed aan degenen, die jou haten. Bidt voor wie jou vervolgen (beledigen), dan zul je een kind zijn van je Vader in de hemel. Toen begreep ik het: als je het zÛ opvat, hangt het resultaat van de intermenselijke relatie niet alleen af van het gedrag van de ander, maar altijd in eerste instantie van mijn gedrag. Door de waarheid uit Mattheus 5:43 en 44, had ik nu een geneesmiddel voor mijn ziel en lichaam in handen.

Nog een andere genezende ervaring mocht ik meemaken. Jezus zegt: "Zalig zijt gij, als gij dit doet" . Jacobus vult het aan met: Wees daarom daders des woords, (ervaring) en niet alleen maar hoorders (inzicht), waardoor gij uzelf misleidt. Steeds wanneer ik het toepaste, kwam er een daaruit volgend gezegend resultaat. Over een dergelijk resultaat wil ik nu vertellen. Het merendeel van de artsen in mijn nabije en verdere omgeving stond vijandig tegenover het door mij ontworpen plan om een christelijke kliniek te stichten, die haar praktijk volkomen op bijbelse therapeutische waarheden wilde opbouwen. Waar men maar kans zag, werd ik tegen gewerkt. De negatieve gevoelens hoopten zich blijkbaar op bij mijn collegaís; tijdens een regiovergadering, waaraan ook ik deelnam, stond een collega op en betitelde mij als de grootste sektebroeder, die er was.

Bijna stond mijn hart stil, ik schaamde mij; de belediging en afkeer van deze collegaartsen hadden direct uitwerking op mijn organen. Ik voelde meteen een vreselijke innerlijke onrust; tegelijkertijd voelde ik pijn in mijn borst alsof daar een mes in gestoken werd. Mijn slijmvlies voelde akelig droog aan en in de omgeving van mijn strottehoofd verkrampte alles in dien mate, dat ik merkte dat ik niet meer geheel de beheersing over mijn stem had. Mijn eerste gedachte was namelijk: Die zal ik het betaald zetten!. Ik kende immers enkele negatieve gebeurtenissen uit zijn leven. Ik wilde direct reageren. De beschreven lichamelijke symptomen echter, werkten gelukkig als alarmsignaal. Tegelijkertijd wist ik van het verloop van mijn agressieve handelen, dat door de agressie van anderen ontbrandde. Ook kende ik het therapeutische hulpmiddel uit Mattheus 5:44.
Op het moment waarop mijn stem mij definitief in de steek liet, stelde ik het "maar, toch, desondanks, van het geloof" in werking en schreeuwde, net zoals Petrus toen hij dreigde te zinken, tot God om hulp. Inwendig werd ik versterkt, nadat al mijn kracht dreigde te verdwijnen. Ik begon met stil gebed voor de agressor en zegende hem in de naam van de Heer. Daarmee was wat mij betreft de zaak voorlopig gered en kon ik zelfs de maaltijd, die hierna kwam, nuttigen.

omgaan agressie kopie

 

De volgende dagen werd een mij reeds bekend feit tot een nieuwe ervaring. Steeds wanneer ik in mijn binnenste sektebroederí hoorde en zich het zelfde tafereel weer afspeelde voor mijn innerlijke ogen, begon mijn hart sneller te kloppen. Mijn maag trok zich zo vervelend samen dat ik geen trek meer in eten had en mij na de maaltijd onprettig opgeblazen voelde, waarbij ik last had van maagpijn. Een typisch psychosomatisch patroon na een verwonding 'kwetsbaarheidsschema' aldus Zubin; opnieuw symptomen, die als waarschuwing dienen. Tijdens zulke ogenblikken, begon ik weer te bidden voor die collega; ik ervoer hierbij dat mijn afkeer voor hem in medelijden voor zijn situatie veranderde en geleidelijk kreeg ik een liefdevolle houding naar hem.

Principe 2, volgens Mattheus 5:44, begon zich in mijn innerlijk uit te werken. Ineens had ik er niet langer moeite mee deze collega te ontmoeten en de Heer heeft hierop drie ontmoetingen met hem geregeld.
De eerste ontmoeting vond ongeveer anderhalf jaar na de nare gebeurtenis plaats. Ik reisde van Langenthal naar St. Gallen, alwaar ik een lezing zou geven. Op het perron wachtte die collega op de trein. Ten eerste wist ik niet in welke richting hij wenste te reizen, noch in welke klasse. Daarom bad ik: íHeer, wilt U ervoor zorgen dat deze collega eerste klas naar Zurich zal reizení. (ik reisde eerste klas omdat ik mijn lezing nog eens door wilde nemen). Ik installeerde mij als eerste in een coupe. De collega kwam ook werkelijk bij mij zitten en tijdens de reis ontspon zich, naar zijn wens, een gesprek over God, de wereld en Christus.

De tweede ontmoeting vond weer in de trein plaats. Deze keer reisde ik in de tweede klasse in tegengestelde richting naar Bern. De collega stond ook op het perron en mijn gebed was: Heer, laat het zo zijn dat de collega in dezelfde richting en in de tweede klasse reist'. Dit gebeurde toen ook werkelijk. Opnieuw zat hij in dezelfde coupÈ als ik. Weer stelde hij mij vragen over het geloof, Christus en God.

Een derde ontmoeting volgde voor de begraafplaats. Het was 24 december en ik wilde bloemen en kaarsen naar het graf van onze pas overleden dochter gaan brengen. Voor de poort ontstond een gesprek met die collega, die daar in de buurt een nieuw huis had betrokken. Hij wilde weten waarom ik het kerkhof bezocht. Toen ik hem vertelde over ons dochtertje, begon hij te huilen. "Ach weet u, zei hij, ook ik heb hier een dochter begraven. Ze stierf toen ze twintig was."

Daar stonden wij dan, in het koude avondlicht; huilden samen. Eerste kerstdag schreef ik hem een briefje, waarin ik het volgende vers citeerde: Draagt elkanders lasten, vervul zo de wet van Christus. De collega beantwoordde dit met een vriendelijk, kort briefje. Conclusie: Wanneer mijn natuurlijke gedrag, namelijk mij op te stellen tegen deze vijand' en te strijden tegen het door mij geleden onrecht, aan bod gekomen was, dan hadden deze ontmoetingen nooit plaats gevonden.

Vervolgens willen wij de vrucht van dit nieuwe gedrag (principe 2) onderzoeken. Zuiver psychologisch bekeken wordt hier een interessante werking duidelijk. Wanneer ik verwond raak en mij op passief of actiefagressieve wijze gedraag door mijzelf te verdedigen, heeft dit bij de agressor het resultaat dat hij zich bevestigd voelt en hij vindt dan dat hij in zijn recht staat.

We herhalen nogmaals deze feiten, omdat dit zo belangrijk is. Zolang ik, wanneer ik, op wat voor manier dan ook, aangevallen ben en terugsla, mij dus verdedigend opstel, wek ik hierdoor bij de agressor de indruk dat hij het recht heeft zich zo te gedragen. Anders zou hij zich toch niet zo moeten verdedigen, meent hij. Als er door het aanleren en oefenen van principe 2 geen afweer van mijn kant meer volgt, bewerkt dit dat de pijlen, die de agressor in mij laat doordringen, hun normale effect niet langer meer bereiken. Met andere woorden: de pijlen ketsen terug naar de agressor.
Mijn nieuwe gedrag heeft een heel speciaal effect, het wekt irritatie (onzekerheid) op bij de veroorzaker en dwingt hem mettertijd na te denken over de motieven van zijn agressieve gedrag.

De Bijbel beschrijft dit belangrijke therapeutische effect als volgt: Heeft uw vijand honger, geef gij hem brood te eten, heeft hij dorst geef gij hem dan te drinken . (heb uw vijanden lief, het voorbeeld van David en Saul). Want dan hoopt gij vurige kolen op zijn hoofd en de Heere zal het u vergelden . (Spreuken 25:22, Romeinen 12:20).Vurige kolen betekent heilzame irritatie, dat tot nadenken over de eigen handelwijze kan leiden. Tot slot willen wij op een andere manier nogmaals ingaan op de automatismen van agressie en verwonding.

Als principe 1 zich voltrekt, als ik slachtoffer van agressie geworden ben, kunnen wij ons drie wegen voorstellen, die wij kunnen kiezen met betrekking tot dit principe.
a. De 'tegenagressie' , die in mij is opgewekt, richt zich weer op de agressor. (Wat jij mij aandoet, dat doe ik jou aan, oog om oog, tand om tand, gij zult uw vijand haten).
b. De in mij ontstane 'tegenagressie' richt zich op een derde persoon. (bijvoorbeeld: kinderen Mamma, wat is er toch met vader, hij is zo geergerd en boos op ons? Kinderen, pappa en ik hebben daarnet een meningsverschil gehad.)
c. De 'tegenagressie', die in mij ontstond, richt zich op mijzelf. Juist dit mechanisme wordt vaak onder christelijk gezinde mensen aangetroffen. Je moet immers lijden en je mag nooit op je rechten staan, je moet jezelf verloochenen en dagelijks sterven. Zo ontstaan zelfvernietigingstendensen en mechanismen, die depressie veroorzaken of minstens bevorderen.
d. De omweg via God als bijbels therapeutische oplossing (Principe 2). In het ontstaan en het verloop van agressie speelt, als absolute maatstaf de innerlijke vrede een belangrijke rol. Zelfvernietigingsmechanismen gaan altijd gepaard met zeer heftige interne onrust. Deze onrust bewerkt ook psychosomatische storingen in het organisme in zijn geheel. Het is gelijk aan een enorme spanning in het innerlijk van de mens, die heel veel energie verbruikt.

Jezus heeft ook een therapeutische basis gelegd doordat Hij zegt: "Leer van Mij want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw ziel" en in I Petrus 2:23 lezen wij: "Maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt." (vergelijk dit met de omweg via God).

De veroordeling van Jezus door de hoge raad is een levend getuigenis (Mattheus 26:57-69). Wanneer wij deze passage naar de tekst ontleden, komen wij tot de ontdekking dat er sprake is van een heel scala aan activiteiten van de tegenstander. Zij grepen, zij leidden, zij volgden uit de verte, zij gingen naar binnen, ze gingen zitten, om de afloop te zien. Ze trachtten een vals getuigenis tegen Jezus te vinden, om Hem te doden. Vele valse getuigen kwamen erbij staan. Ze vonden niets. Ten laatste traden er twee op. Zij spraken.
De hogepriester stond op.Hij sprak: Ik bezweer u, bij de levende God, dat gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God. Toen scheurde de hogepriester zijn klederen. Hij zei: Zie, nu hebt gij de godslastering gehoord, wat dunkt u? Zij antwoordden: Hij is des doods schuldig. Toen spuwden zij Hem in het aangezicht en sloegen Hem met vuisten. Ze wikkelden een doek om zijn ogen. Zij spraken: Profeteer ons, Christus, wie is het die U geslagen heeft?

Temidden van deze vijandige actie met duidelijke doelstelling, namelijk zich te ontdoen van die lastige Jezus van Nazareth, staan de opmerkelijke woorden over Christus: Hij echter zweeg stil. Als het woord stil betrekking zou hebben op het feit, dat Jezus zweeg, zou dit een taalkundige verdubbeling zijn. (Hendiadioin). Dit is niet de bedoeling van God geweest; Gods Woord wil ons hier vooral wijzen op een psychologisch aspect van de innerlijke mens, Jezus zweeg maar bleef gelijktijdig innerlijk volledig rustig. Hij was ook inwendig immuun ten opzichte van de ontstellend agressieve daden en beschuldigingen van de hoge raad.

Genezing van de inwendige mens is altijd verbonden met deze door God bewerkte innerlijke vrede, die uitsluitend door middel van Mattheus 5:44 mogelijk gemaakt wordt. (Psalm 109:4, Psalm 62:9, I Petrus 2:23).

juli 1999

Uit : Zwischen Wahn und Wirklichkeit door Kurt Blatter, verschenen bij St. Promise onder nederlandse titel: Bijbels omgaan met stress, deel 2: psychosomatische aspekten; ISBN 90-74507-03-4;

Bijbels omgaan met stress deel 2 ) Te bestellen via de webshop.
Categorie: Specifieke pastorale onderwerpen