Garantie op genezing

Garantie op genezing


door drs. W.J.A. PijnackerHordijk

Gezonde en ongezonde genezingen

Stichting Promise waarschuwt al decennia lang tegen allerlei vermeende genezingspraktijken. Als christen mag je je, voor je eigen bestwil, niet bezig houden met occulte geneeswijzen, maar waar kun je dan je heil zoeken als uitbehandelde patiënt? Is er nog een God in Israël (2Kon.1)? Heeft de kerk op genezingsgebied wat te bieden? Jazeker: er bestaan volgens

1Kor.12:9, 28, 30 gaven van genezingen (twee keer in het meervoud) en het zalven van zieken is een oud gebruik binnen de kerken. Veel te lang is Jacobus 5 in de kerkgeschiedenis nooit opgemerkt of afgedaan met het stempel ‘Niet meer voor nu’. In dit artikel zal worden getracht om de ziekenzalving niet onder te waarderen maar ook niet over te waarderen. Promise garandeert nooit het laatste woord te schrijven, vandaar dat een aanvulling of ‘update’ naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen en of nieuwe inzichten een bepaald onderwerp opnieuw voor het voetlicht kunnen halen.[1] Reeds in juli 1991 publiceerde Promise een artikel over ziekenzalving.

Lijden is onvermijdelijk

De Australische Westlife Church biedt een  teveelbelovende cursus aan waar geleerd kan worden ‘hoe kankerpatiënten kunnen genezen, hoe onvruchtbare vrouwen toch zwanger kunnen worden, en zelfs hoe mensen uit de dood kunnen opstaan’.[2] Jezus’ ‘systeem’ van genezing was echter dat er geen systeem is, het gaat namelijk om de Persoon. Er bestaat geen methode noch cursus voor genezingen, hetgeen ons bepaalt bij het afhankelijk zijn van de soevereine God, Die besluit over leven en dood. Er bestaat geen claim of recht op genezing. Lijden is een aards gegeven waar niemand zich van kan losmaken. Een kankervrije zone uitroepen is een illusie en een tragische misleiding. Lijden kan wel door God gebruikt worden om ons geloof juist op te bouwen en ons te versterken en te verrijken. Lijden overkomt vroeg of laat elk mens. Een christen krijgt normaal gesproken bovendien nog een extra portie lijden over zich heen juist omdat hij christen is. Dit wordt bevestigd door het feit dat de meeste martelaren bij de grootste godsdienst, het christendom, te vinden zijn.

Wonderbaarlijke genezingen bevinden zich in het theologische spanningsveld tussen het ‘reeds’ en het ‘nog niet’, oftewel het ‘heil hier en nu’ en ‘het heil straks’. Er lijkt een categorie christenen te bestaan die in de verkeerde tijd zou zijn geboren, want zij grijpen mis: vroeger, in de tijd van het Nieuwe Testament en Handelingen (vroege kerkgeschiedenis), vonden wonderen plaats en later, in het Vrederijk, zullen er weer wonderen plaats vinden, maar ondertussen zouden wij het moeten doen met ‘alleen maar’ de medische wetenschap, die steeds meer kan, maar nooit almachtig en alwetend zal zijn.

Handelwijze

In geval van ziekte zouden we de volgende stappen kunnen nemen:

  1. Onderzoek jezelf. Wat is de oorzaak van je ziekte? (Gen.12:17, 20:17, 18, Ps.139:23, 24; 1Kor.11:28-30; 1Joh.1:9)

  2. Bid zelf om eigen genezing. (Jac.5:12; 2Kor.12:8)

  3. Raadpleeg medici, gebruik medicijnen, volg therapie. (Mat.9:12; Kol.4:14; Spr.3:8)

  4. Volhard in het gebed. (1Kor.12:8; Kol.4:2,12; 1Kon.18:43)

  5. Roep de oudsten. (Jac.5:14)

  6. Vertrouw jezelf aan God toe, berust in Zijn wil, geef je geheel aan Hem over. Niet te gauw genezing opgeven! (1Pet.4:19; Luc.22:42)

  7. Vraag God om genade om de ziekte te dragen. (2 Kor.12:9)

Jac.5:13-18 uit de NBV:

”Als een van u het moeilijk heeft (NBG: “Heeft iemand onder u leed te dragen?” Uit de context (vers 10) blijkt dat het gaat om lijden als gevolg van het volgen van Christus), laat hij bidden; is hij vrolijk, laat hij een loflied zingen. Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem laten opstaan. Wanneer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden. Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet. Elia was een mens als wij, en nadat hij vurig had gebeden dat het niet zou regenen, is er drieëneenhalf jaar lang geen regen gevallen op het land. Toen bad hij opnieuw, en de hemel gaf regen. En het land bracht zijn vrucht weer voort”.

Lichamelijke genezing

Jacobus geeft allerlei heel praktische raadgevingen. Na eeuwen voor velen onbekend te zijn geweest, is de zogenaamde ziekenzalving uit Jacobus 5 herontdekt en wordt gelukkig in veel gemeenten toegepast. Wat voor bedoeling heeft die zalving eigenlijk? Is het wel de praktijk dat alle mensen inderdaad genezen? Ds. Jos Douma geeft zijn ervaringen weer van zijn eerste ziekenzalving. Hij beschrijft dat een 58 -jarige zuster, die aan een zeer ernstige vorm van kanker leed, ondanks de zalving overleed. Ziekenzalving betekende wel een verdieping van haar geloof en haar visie op het leven bij God wanneer we sterven.[3] Geloofsverdieping op zich is natuurlijk ‘mooi meegenomen’, maar in zijn verslag mis ik de teleurstelling dat er geen lichamelijke genezing is opgetreden, of werd er eigenlijk geen genezing verwacht? Ziekenzalving kreeg hier de betekenis, de inhoud van stervensbegeleiding, zoals in de rooms-katholieke kerk het sacrament van het ‘laatste oliesel’ was bedoeld om christelijk te sterven. Later heeft deze kerk dit sacrament terecht weer toegepast met het oog op genezing, op leven dus, of toegepast op versterking in het lijden.

Genezing naar geest, ziel (beide onzichtbaar) en lichaam (zichtbaar), dus zowel fysieke als mentale gezondheid, is wat God uiteindelijk voor ons wil. Daar hoeft niemand aan te twijfelen. De vraag is echter wanneer en hoe. Soms hoor je de flauwe bewering dat iemand genezen is door eerst te sterven. Ook wordt nog al eens de situatie van de persoon in kwestie vergeestelijkt. Maar is het terecht om zo met de tekst van Jacobus om te gaan? Is ziekenzalving slechts een ”mogelijkheid om de betrokkenheid van God bij heel de mens – naar geest en lichaam, in ziekte en gezondheid – tot uitdrukking te brengen”? ”Het directe gevolg van het gebed zal lichamelijke genezing zijn. Iets anders kan men hier niet van maken. Betekent het nu dat het gelovige gebed altijd genezing ten gevolge zal hebben? … Het belangrijkste in de ziekenzalving is dat de zieke door het gebed van de gemeente voor het aangezicht van God gesteld wordt, in het bereik van de kracht van de heilige Geest”.[4] Ik zie hier een discrepantie tussen de stelligheid van lichamelijke genezing en een opleving van het geestelijke leven .

Schilling stelt: ”Het belangrijkste van de zalving is de innerlijke rust en vrede die men ontvangt”.[5] Gerkema ziet de volgende vier effecten van ziekenzalving: 1. Het is een voorbereiding op de ontmoeting met God, 2. Het vermindert het lijden, is een milde vorm van euthanasie (voorbereiding op de dood dus in plaats van welzijn! WJPH), 3. De zieke wordt bekrachtigd tot het nemen van afscheid, 4. Leed en dood worden constructief gemaakt tot opbouw van het volk van God, tot opbouw van Gods Rijk.[6] Door deze zienswijzen krijg ik het idee dat hij doel en middelen verwart, en dat hij met (belangrijke!) bijverschijnselen al tevreden is. Ik proef dat men zich wil indekken in het geval de lichamelijke genezing uitblijft en men daardoor snel gaat vergeestelijken.

Ds. Hette Abma heeft ook ervaringen met het zalven van zieken. Hij stelt onder andere: ”Niet iedereen die gezalfd wordt, wordt beter. Je mag ook geen genezing garanderen, zoals door sommigen gebeurt. Dan kun je krijgen dat de oorzaak daarvan gezocht wordt in het gebrek aan geloof. Dat vind ik verschrikkelijk. Dat mag je niet stellen”.[7] Ook Ouweneel geeft aan dat Jac.5:15 niet opgevat mag worden alsof elke zieke voor wie gelovig gebeden wordt volgens een ijzeren automatisme gezond zou worden.[8]

Ds. W. van Herwijnen, auteur van ‘Is er iemand bij u ziek? Over de kracht van het pastorale gesprek’ (Kampen, 1993) stelt dat de Heer de zieke gezond zal maken en doen opstaan. “Dat is Zijn belofte; wat dat gezond maken en opstaan ook mag zijn. Soms lichamelijk; zo niet, dan altijd innerlijk”![9]

De vraag is dus of Jacobus het hier heeft over patiënten met een lichamelijke kwaal die stellig letterlijk lichamelijk zullen genezen. De tekst geeft de volgende argumenten om aan te nemen dat hier inderdaad sprake is van een patiënt met een lichamelijke kwaal.

1.      vs. 14: Is iemand ziek of zwak? (asthenei).

 

2.      de zieke verzoekt oudsten om hem op te zoeken. De persoon is dus een bedlegerige patiënt en kan zelf niet meer naar de oudsten toekomen. Hoewel in vers 13 Jacobus nog stelt dat wie in nood is zelf moet bidden, moeten hier de oudsten bidden, omdat de lijder sterk verzwakt is. Een gesprak over eventuele zonden is nog wel mogelijk. Het roepen van de oudsten is overigens niet verplicht. Goedbedoeld kunnen meelevende en meelijdende broeders en zusters de patiënt wijzen op de ziekenzalving, maar deze mag hiertoe niet besluiten vanuit groepsdwang. Het kan zijn dat de zieke namelijk de eigen overtuiging heeft spoedig te gaan sterven, en dan mogen we genezing uiteraard niet opdringen.

 

3.      de oudsten zouden een gebed over (epi) hem – de blijkbaar liggende patiënt– uit moeten spreken.

 

4.      in vers 15 zien we het woord ‘lijder of zieke’ (kamnonta – fysieke uitputting of zwakte) en het woord ‘gezond maken’ (sooizoo; NBV: ‘redden’, NBG: ‘gezond maken’). Het gaat dus om herstel van een serieuze (maar niet noodzakelijk dodelijke) ziekte.

 

5.      de Heer zal die persoon oprichten (egeiro), omdat hij te bed lag (oprichten van een ziekbed (Marc.1:31)).

 

6.      de insteek van de zalving is: ‘dan zult u (meervoud) genezen’ (NBG: ‘genezing ontvangt’) (vs. 16: iaomai)). “Dit is wel een medische term, maar het woord wordt in het Nieuwe Testament ook gebruikt voor herstel van geestelijke krachten (Mt.13:15, Hebr.12:13).”[10]

Conclusie: hier lijkt sprake te zijn van een vrij ernstig lichamelijk zieke en bedlegerige persoon, terwijl door psychische aandoeningen het eveneens mogelijk is om aan bed gebonden te zijn.

Verhinderingen tot zalven

Net zomin als de patiënt verplicht is om de oudsten bij zich te roepen, net zomin zijn de oudsten verplicht om willekeurig elke zieke op diens verzoek vanzelfsprekend te zalven. Er mag geen sprake zijn van lopendebandwerk, maar van maatwerk! We gaan uit van de setting van een plaatselijke gemeente met de plaatselijke leiders en een ziek gemeentelid, die elkaar kennen.

1.      Een of meerdere hardnekkige zonde(n) bij de zieke en/of bij de oudsten kan (kunnen) een verhindering zijn. Dit vraagt van alle betrokkenen serieus zelfonderzoek. De Heilige Geest overtuigt van zonden, opdat ze worden beleden en vergeven. Satan klaagt zondaren aan om ze verder de put in te duwen. Zonden maken scheiding tussen de mens en God en mensen onderling. Laten we niet in de valkuil trappen door te beweren dat zonde altijd de oorzaak van de ziekte zou zijn noch van het niet worden genezen (Joh.9). Het vergeven van zonden van anderen kan al genezend werken (Ps.32). Een voorbeeld: Jacqueline Bakker, genas van volkomen doofheid aan een oor en volkomen blindheid aan een oog, nadat zij in een dienst met broeder Jan Zijlstra de arts die niet goed behandeld had, vergaf. Wrok of bitterheid kunnen blijkbaar genezing belemmeren.[11]

Opwekkingsprediker Erlo Stegen stelt: ”Het is zinloos om voor de genezing te bidden van een mens wiens hart verteerd wordt door de melaatsheid van de zonde. … bijvoorbeeld bitterheid, haat, afgunst, kwaadspreken, toorn, beledigd zijn, overgevoeligheid, prikkelbaarheid, ongeduld, argwaan, onreine gedachten”.[12]

2.      Weigering gebruik te maken van de medische wetenschap. Sommigen willen liever miraculeus genezen worden (als het ware met een toverstafje) dan door medicatie en therapie. Van geneesheren en medicijnen mogen we dankbaar gebruik maken.

3.      Een ongezonde en zondige levenswijze. Wat te denken van iemand die ongezonde leefpatronen niet wil opgeven, maar wel naar genezing verlangt? Concreet: een kettingroker wil wel van zijn longkanker af, maar niet van zijn sigaretten.

4.      Het betreft een niet-ernstige ziekte, zoals een verkoudheid, een griepje.

5.      De overtuiging van Godswege bij de oudsten dat God deze concrete zieke (nog) niet zal genezen. Daarmee is de situatie van de patiënt niet hopeloos geworden. Gods wil is de beste, hoewel niet altijd begrijpelijk.

Zond

Omdat zonde een oorzaak van ziekte kan zijn is het vóór het eigenlijke zalven belangrijk dat mogelijke zonden wederzijds (dus niet alleen de patiënt aan de oudsten, maar eventueel ook onderling) worden beleden (en ermee wordt gebroken!) opdat er vergeving zal plaats vinden en genezing mogelijk wordt gemaakt. Zodoende kan in een pastorale setting een blokkade voor genezing verwijderd worden. Vergeving van je schuld (en later ook schuldenaren!) is gegarandeerd en levert innerlijke genezing op. Maar dat is nog geen lichamelijke genezing. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel. Een rechtvaardige is niet zozeer een spreker (Jac. 1:19, 26, 27, 3:1-12) noch alleen hoorder, maar vooral ook dader (Jac. 1:22-25) en neemt het op voor verdrukten zoals weduwen, wezen (Jac. 1:27), armen (Jac. 1:9-11, 2:1-26, 5:1-6), en lijdenden (Jac. 5:7-13).[13] Een rechtvaardige is een gelovige die in een rechte verhouding tot God staat, en orthodoxie en orthopraxie in evenwicht houdt. God verleent aan zijn gebed kracht, waarmee zeggingskracht of autoriteit of gezag wordt bedoeld

Het gelovige gebed

Bij het ziekbed moet door de oudsten een gebed in geloof en in de naam van de Heer, namens God, dus in Zijn autoriteit, worden uitgesproken. Jacobus had al eerder opgeroepen om te bidden in geloof (Jac. 1:6). Profeten zoals Elia spraken ook in de naam van de Heer (Jac. 5:10, 17, 18). ”In de naam van Jezus Christus van Nazaret, door het geloof in Zijn naam: sta op en loop!”, aldus Petrus in Hand. 3:6,16. Dat geloof is van de discipelen in de loop der jaren, toen ze met de Heiland optrokken, gegroeid. Paulus preekt over ‘de mate van geloof’ in Rom. 12:3. Niet een groot geloof hebben is van doorslaggevende betekenis, maar wel geloven in een grote God. Geloof kan dus groeien: klein geloof en groot geloof vinden we terug in Mat.8:10, 26. Abraham die wordt getypeerd als ‘de man van geloof’, is dat gedurende vele jaren geworden, want hij heeft ondervonden dat God te vertrouwen is en dat versterkte zijn geloof. Hoe meer we bidden om genezing, hoe meer we daarvan zullen zien. Hoe kunnen we een juiste balans vinden tussen geloof, liefde en genezing?

Geloof wordt in de eerste plaats gevraagd van de oudsten, niet zozeer van de zieke. Geloof of vertrouwen is noodzakelijk voor de gebedsverhoring (1:6-8). Geloven in een liefdevolle en barmhartige God (NBG: ’rijk aan barmhartigheid en ontferming’) (Jac. 5:11).

De oudsten zijn als die vier vrienden de een verlamde voor de voeten van Jezus lieten zakken. Als een of meer van deze vier deze actie niet zou(den) zien zitten, zou het moeilijk of onmogelijk zijn om hun zieke vriend door het dak bij de Geneesheer te brengen. Wat mogen de oudsten bij dit ziekbed geloven, welke verwachting hebben zij eenparig? Het gaat hier om onze verborgen omgang met God teneinde Gods wil te ontdekken. Nog sterker: “hij (Jacobus) spreekt hier van geloof niet als een overgave aan de wil van God, maar als de overtuiging dat het de wil van God is om deze genezing te bewerkstelligen.”[14] En wat ervan te denken als de ene oudste een andere verwachting heeft dan de andere? De Heilige Geest spreekt Zichzelf toch niet tegen?! De gezamenlijke oudsten zijn verantwoordelijk voor het te nemen besluit.

Niet de lichamelijke genezing is het ultieme doel in dit leven. Onze lichamen zijn sterfelijk en tijdelijk. Levensverlenging valt in het niet bij eeuwig leven. Dat de redding van de ziel belangrijker is dan de genezing van het lichaam staat buiten kijf. Anderzijds kunnen we te snel het lichaam op de tweede plaats zetten en de geest of ziel overwaarderen. Aan dit Griekse in plaats van Hebreeuwse denken mogen we geen plaats geven. Het menselijk lichaam is immers wel degelijk waardevol, zelfs een tempel van de Heilig Geest. Of is dit een vrome manoeuvre om ons ongeloof in zichtbare lichamelijke genezing te verbloemen? De mens is een eenheid en gaat het om de gezondheid van de gehele mens.

Gods handelen is niet magisch, noch mechanisch. God is en blijft soeverein. Hij is almachtig, het onmogelijke is voor Hem mogelijk. Voor onze God is niets onmogelijk (Gen.18:14).

Gods wil

Volgens Jacobus moet niet een, maar moeten minstens twee oudsten op het initiatief van de zieke bij het ziekbed geroepen worden. Zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven. Dan spreken zij een ‘gelovig’ gebed uit. De cruciale vraag is wat met ‘gelovig’ wordt bedoeld. Er wordt niet mee bedoeld dat de oudsten geloven dat er een God is, en evenmin dat de oudsten geloven dat de almachtige God in principe deze zieke gezond kan maken. Maar het gaat om de vraag of zij het geloof, de overtuiging hebben dat deze concrete patiënt, ondanks zijn lichamelijke falen en hulpbehoevendheid, zal genezen? Het is van groot belang om eerst te bidden om Gods wil te ontdekken en dan om Gods wil te gaan doen. God kan genezen maar wil Hij dat in dit geval ook? (Marc.1:40, 41, 9:21-23). Voordat iemand bidt om genezing, is het goed om eerst eerlijk je af te vragen waarom je genezen wilt zijn. Wat is je diepste motivatie? Je kunt bidden om je eigen hartstochten te bevredigen, stelt Jacobus (4:3). Gaat het slechts om eigen verlangens, om je eigen dus zeer beperkte idealen of om Zijn koninkrijk? Je uiteindelijke geluk ligt niet in je gezondheid, maar in je geborgenheid in de Here Jezus. Idealiseer gezondheid dus niet. Lijden dwingt mensen dicht bij God te leven. Zij die gezond zijn hebben geen geneesheer nodig[15] en pretenderen het wel zonder Hem te kunnen. Ondertussen hoef je je gebedsvrijmoedigheid niet op te geven.

Elia

Welke verwachtingen mogen de oudsten koesteren? Ik heb de indruk dat meestal wordt gedacht: ‘Baat het niet het schaadt ook niet’. Is de procedure van Jacobus 5 wel voor iedereen? Bestaat er dan toch een genezingssysteem? Mogen we met overtuiging verwachten dat elke patiënt die volgens Jac. 5 behandeld wil worden, ook daadwerkelijk zal genezen? De sleutel ligt mijns inziens in het voorbeeld van de profeet Elia. Elia had zelfs een kind uit de dood opgewekt (1Kon.17:17-24), maar deze herinnering haalt Jacobus niet op. Wel dat Elia een gebed bad dat het niet regenen zou, en zijn gebed werd verhoord, wel voor drie-en-een-half jaar lang. In 1Kon.17:1 lezen we het verhaal waar Jacobus op doelt. Zonder introductie lezen we daar ineens over de profeet Elia, die plechtig verklaart: ”Zo waar de HEER leeft, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij dat ik (Elia of ‘Ik’, dus God? WJPH) het zeg” (NBG: ‘tenzij dan op mijn (of Mijn? WJPH) woord’). De vraag is: was dit Elia’s idee, of sprak deze profeet als Gods woordvoerder en werd deze droogte en dus hongersnood geïnitieerd door God? De profeet kent Gods wil. De vruchtbaarheidsgod Baäl ten spijt: de God van Elia blijkt sterker. Hier blijkt ook de betekenisvolle naam van Elia: ‘mijn God is Jahweh’.  Jacobus stelt simpel dat Elia daarna opnieuw bad en daarop regende het weer. Uit 1 Kon. 18 blijkt dat hier, in tegenstelling tot 1 Kon.17:1, Gods wil wel duidelijk wordt: ”Voor er drie jaren verstreken waren, richtte de HEER zich opnieuw tot Elia met de woorden: ”Ga je opwachting maken bij Achab. Ik zal weer regen op de aarde laten vallen”. (NBG: ”Ik wil regen op de aardbodem geven”). Elia kent Gods wil, maakt die bekend en verwacht dat die wil zal geschieden. Dan volgt de confrontatie van die ene profeet met 450 profeten van Baäl en 400 profeten van Asjera. De krachtmeting die is afgesproken, wordt gewonnen door ‘de God die antwoordt met vuur’, en dat blijkt Elia’s God te zijn. Met zijn geestelijke oren hoorde Elia al het geruis van een stortregen en deelt hij dit koning Achab mee. Ogenschijnlijk blijft de lucht echter even strakblauw en de hitte even afmattend als al die jaren daarvoor. Maar Elia weet heel zeker dat dit spoedig zal veranderen. Er is echter nog steeds geen verandering te horen of te zien. Dan maakt Elia zich letterlijk klein en bidt. Elia bidt niet een keer, zoals Jacobus suggereert, maar zeven keer, net zolang totdat zijn gebed zou worden verhoord. Zowel voor het ontdekken als het uitvoeren van Gods wil is tijd nodig; het is een rijpingsproces. Als Elia zo volhardend volgens Gods wil gebeden heeft, barst er een enorme regenbui los. God had iets op zijn hart gelegd en Elia verwachtte gewoon dat Gods wil zou geschieden. Wat een indrukwekkend verhaal van deze Godsman Elia. Jacobus relativeert dit echter en introduceert Elia als een ‘mens zoals wij’, met dezelfde natuur, emoties en ten prooi aan dezelfde zwakheden.[16] Elia ervoer hevige depressies, zodat hij zelfs naar de dood verlangde. Zijn verzoek om een vroegtijdige dood werd overigens niet vervuld. Hij stierf zelfs helemaal niet, maar werd met een hemelse taxi thuisgehaald, maar niet voordat hij nieuwe taken van de Heer had uitgevoerd. Lichamelijke genezing is nog steeds een kans om te laten zien dat onze God machtiger is dan de afgoden. Wat was het geheim van deze heilige insider Elia?

Zijn opvolger was de profeet Elisa, die ook met recht ‘inside-information’ kreeg. De koning van Aram (Syrië) was stomverbaasd en hevig verontrust toen zelfs zijn slaapkamergeheimen niet veilig bleken. Waar zat het lek? Wie bespioneerde deze vijand van Israël? Zijn dienaar onthulde dat de profeet Elisa van Israël, een man Gods, hiervoor verantwoordelijk was en zijn informatie over de koning van Aram overbracht aan de koning van Israël. Zo bleken zijn plannen al vroegtijdig gedwarsboomd te worden. Een profeet is geen passieve kijker, maar een ziener, met oog voor de gewoonlijk onzienlijk wereld. Elisa’s gebed om ogen te openen of juist te sluiten werd direct verhoord (2Kon. 6:8-18). “God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens. Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen” (1Kor.2:10, 11).

Afgestemd op God

In het proces van de ziekenzalving is het aan- of inroepende leiding van de Heilige Geest (epiclise) belangrijk. Niet de menselijke geest maar Gods Geest moet Gods wil openbaren en leiden. Dat luistert allemaal heel nauw. Wim Grandia, voorganger van de Evangelische Gemeente Jozua te Dordrecht, heeft zijn geliefde vrouw Gees aan de dood moeten afstaan. En dit ondanks allerlei profetieën, ‘woorden van de Heer’ en overtuigingen dat ze zou genezen en dat er zelfs een opwekking hieruit voort zou komen. Begrijpelijk zijn dan ook de verwarring en teleurstelling toen zij toch overleed en begraven moest worden. Wim en zijn gemeente hebben veel geleerd over profetieën. Deze profetieën blijken niet altijd uit het hart van God voort te komen, maar kunnen ook uit je eigen hart zijn ontsproten. Ze kunnen uitingen van verlangens van je eigen hart zijn.[17] Ons profeteren blijkt inderdaad onvolkomen (NBG) of beperkt (NBV) te zijn (1Kor.13:9, 12). Goed bedoeld blijken we onze eigen wil te kunnen aanzien voor Gods wil.

Wat te geloven in het ‘gelovige gebed’? De oudsten stemmen af op God, en proberen Gods wil te ontdekken, want dat verschilt per mens. Gebed vinden we opvallend vaak in Jac. 5 terug en wel in de verzen 13, 14, 15, 16, 17, en 18. De grote vraag bij genezing is: wat is Gods wil? Bidt daarom! Dat kan met vasten gepaard gaan, want het gebed kan een worsteling zijn. We mogen God niet voorschrijven welke wens vervuld moet worden, maar bidden dat Zijn wil ontdekt en uitgevoerd zal worden. Zonde verhindert het verstaan van Gods wil. Gezondheid en geluk in het paradijs zijn door de zondeval veranderd in pijn, ziekte en de dood. (Rom.5) Dankzij het geloof in het verzoenend lijden en sterven van onze Heiland Jezus Christus ontvangen we genade en soms al genezing. Genezing hier en nu is nog niet altijd Gods wil. Als God altijd zou willen dat er geen mens ziek zou zijn, zouden we nu al allemaal eeuwig leven hebben, want dan zouden we immers niet meer sterven aan een gebrek, een lichamelijk ‘defect’ of ziekte. Paulus zelf, zijn naaste medewerker Timoteüs, door Paulus ‘zijn kind’ genoemd, Epafroditus en Trofimus bleken niet van ziekte gevrijwaard te zijn.[18] God kan verheerlijkt worden in zowel leven als in ziekte en dood.

ik zie drie mogelijke overtuigingen:

1.      De eenparige overtuiging dat God inderdaad genezing wil schenken. In dat geval is er de vrijmoedigheid te zalven, desnoods meerdere keren, zoals Elia wel zeven keer bad, voordat inderdaad Gods geopenbaarde wil gebeurde.

2.      Een overtuiging dat er geen genezing te verwachten valt. Individuele of collectieve zonde kan hiervan de oorzaak zijn zowel bij de oudsten als bij de patiënt. Oudsten kunnen ook gebrek aan geloof hebben. De ‘kunst’ is om niet te weinig en niet teveel aan God te vragen. Zalven is dan niet op zijn plaats, maar zijn pastoraat en gebeden om kracht in de te volgen lijdensweg vanzelfsprekend en van groot belang! Gebed onder handoplegging is hier een mogelijkheid. Indien men in een ziekte moet berusten is de zieke niet minder waardevol, noch God minder liefdevol en almachtig.

3.      Twijfel, geen (unanieme) overtuiging, geen volkomen zekerheid of de Heer deze specifieke zieke zal gaan genezen. Hoe kan het dat meerdere oudsten niet een zelfde mening zijn toegedaan? Ook dit moet eerlijk en zorgvuldig tegen de patiënt gezegd worden om geen valse hoop te geven. Er kan dan wel oprecht gebeden en gezalfd worden, zonder zeker te zijn van genezing.

Genezing kan direct of geleidelijk optreden. God geneest, niet de oudsten, noch de formulering in het gebed, noch de olie. Olie gold niet als een medicatie voor ernstig zieke mensen, maar symboliseert de aanwezigheid van de Heilige Geest. Een oudste hoeft niet een gave van genezing te hebben.

Het gelovige gebed zal de zieke (niet de ziekte) genezen en de Heer zal hem herstellen (NBG: oprichten). Maar wat in de vorige zin staat, kan ook betekenen: het gelovige gebed zal de dodelijk zieke (of: dode) de zaligheid geven en de Heer zal hem uit de dood opwekken. Dit is in de christelijke visie een vanzelfsprekendheid. Dat een patiënt na zijn overlijden eens zal worden opgewekt, is dus niet wat Jacobus bedoelt te zeggen. Dr. Paul vervolgt: ”Vanuit het verband verdient de eerste opvatting de voorkeur. Maar het is en blijft opvallend dat woorden gebruikt worden die een andere betekenis kunnen hebben”.[19]

Onder inspiratie van de Heilige Geest schrijft Jacobus opvallend stellig:

1. Het gelovige gebed zal de lijder gezond maken.

2. De Here zal hem oprichten. “Dit werkwoord wordt in het Nieuwe Testament gebruikt voor het opwekken van doden, maar het heeft ook de eenvoudige betekenis van het oprichten van een ziekbed. (Marc.1:31)”[20]

3. Als hij zonden heeft gedaan zal hem vergiffenis worden geschonken.

Twijfel is hier uitgesloten. Het staat er stellig en dus niet zoiets als ‘het is mogelijk dat…’. Want vergeet niet, dat er bij Jacobus geen enkele twijfel bestaat over het resultaat van deze handeling: “het gebed des geloofs zal de zieke behouden, en de Heer zal hem oprichten”. Bij een juiste toepassing van Jacobus 5:14 is mislukking ten enenmale uitgesloten: “de Here zal hem oprichten”.[21] Zowel geloof als genezing als vergeving zijn gaven van God. Deze zijn niet op te eisen. Garantie op vergeving staat buiten kijf, geloof in genezing is geen automatisme. Bij elke individuele patiënt moeten de oudsten zich afvragen wat God wil geven. Indien ondanks een ernstig zoeken naar Gods wil en overtuiging op genezing, een patiënt toch binnen afzienbare tijd overlijdt, brengt dit ons in verlegenheid. Blijkbaar hebben de oudsten de wil van God niet goed verstaan en is (zelf)onderzoek op haar plaats. Liever dit toegeven dan het met vrome woorden verdoezelen.

Samenvattende stellingen:

  1. Niemand kan een genezing opeisen of claimen.

  2. Genezingen zijn geen automatisme.

  3. Voor genezing bestaat geen eenduidige methode.

  4. Gezonde mensen zijn niet per definitie de gelukkigste mensen.

  5. God geneest, dus niet het gebed, niet de oudsten, niet de zalfolie en niet op basis van rechtvaardigheid van een mens.

  6. Indien Jac. 5 goed is toegepast is lichamelijke genezing het gevolg.

  7. Pastorale nazorg door de oudsten zou vanzelfsprekend moeten zijn.

  8. Gods wil is de beste.

  9. Genezing is een uiterst gevoelig en gecompliceerd onderwerp. Bij ziekenzalving vind ik het telkens weer onderkennen van Gods wil het moeilijkste.

Dit is mijn visie tot nu toe als mede-oudste, maar ik stel me open voor eventuele correctie.

drs. W.J.A. Pijnacker Hordijk

sept 2011


 




[1] Ik heb veel geleerd van een studie verzorgd door wijlen Dolf van Roode, in een Nederlandse Gezinsweek te Heverlee, België.



[2] Omstreden wondercursus, Visie, p. 7, 25 juni – 1 juli 2011



[3] Jos Douma, Ziekenzalving, mijn eerste keer, IDEA feb. 2008, p. 3, 4



[4] Ziekenzalving – werkboekjes voor de eredienst 30, door C. van der Kooi en M.A.Th van der Kooi-Dijkstra, (Zoetermeer: Boekencentrum, 2006) pp. 19 en 21. Zie ook recensie hiervan door Wim Althuis, in IDEA feb. 2008 en door Reina Wiskerke in het Nederlands Dagblad 9-9-2006.



[5] H.P. Schilling, Ziekenzalving, Eigenwijs (Hervormd – Gereformeerd Jongerenblad Delft, maart 1997, p 11.



[6] G. Gerkema, Ziekenzalving als helend sacrament (Utrecht: stichting Vuur, 1987), vuurpijlserie no. 21, p.63.



[7] Dirk van Genderen, Over zalving en handoplegging, Visie, 18-24, april 1999



[8] Rooskleurige toekomst voor de kerk, Jan Hoek, Nederlands Dagblad 6-5-2011, recensie van dr. Willem J. Ouweneel, De kerk van God II. Ontwerp van een historische en praktische ecclesiologie (Heerenveen: Medema, 2011), 518 pp.



[9] Ds. W. van Herwijnen, Zalven als belofte van innerlijke genezing, Nederlands Dagblad, 10-9-2007, p. 7



[10] Dr. L. Floor, Jakobus, Brief van een broeder (Kampen: Kok, 3e druk 2007 , p.184



[11] C:\Documents and Settings\Compaq_Administrator\Local Settings\Temporary Internet Files\Content.IE5\TALH5ZDK\Genezing Jacqueline Bakker.htm



[12] Erlo Stegen, Opwekking begint bij jezelf ( Loppersum: Kwa Sizabantu Zending 1993) 3e druk pp. 194, 195



[13] Zie ook: Dr. K.J. Kraan, Opdat u genezing ontvangt Handboek voor de dienst der genezing (Hoornaar: Gideon, 1e druk 1973, 3e druk 1974), p. 21, 22



[14] J.A. Motyer, De boodschap van Jakobus, (oorspronkelijke titel: The message of James, The tests of Faith (Leicester: Inter-Varsity Press) (Apeldoorn: Nova Press, 1997) p. 234



[15] Mat.9:12, Marc.2:17, Luc.5:31



[16] J.A. Motyer, ibid., p. 242



[17] http://www.nederland1.nl/gemist/24707



[18]Resp., Gal.4:13, 14 (2Kor.12:7 is onzeker of Paulus hier een hem kwellende ziekte bedoelt); 1Tim.5:23; Fil.2:26; 2Tim.4:20



[19] Klassieker: Dr. M.J. Paul, Vergeving en genezing, Ziekenzalving in de christelijke gemeente (Zoetermeer: Boekencentrum 1997), p. 105



[20] Dr. L. Floor, ibid., p. 185



[21] Jb. Klein Haneveld, Is lichamelijke genezing kenmerkend voor Gods werk in onze tijd? (Brochure-reeks ‘Het Morgenrood” no. 10, p. 19). De auteur stelt dat op ziekten, die een gevolg zijn van de kastijding van God voor bepaalde zonden, Jacobus 5 nog ten volle van toepassing is. Niet echter zijn alle ziekten gevolgen van persoonlijke zonden (p. 21).

Categorie: Bijbelstudies: bemoedigend