Hefbomen van *kwaad* naar *goed.

Hefbomen van *kwaad* naar *goed.

Over destructief recht

Inleiding*

”Er is zoveel woede in de wereld..” sprak een politieofficier onlangs bij een regionale diploma-uitreiking van studenten van de Politieacademie. Ja, er is veel woede.. Het is merkbaar in de samenleving. Het is zichtbaar in de toename van (zinloos) geweld en vernieling. Het was zichtbaar op Koninginnedag 2009..

Er is woede.. Maar waar komt die woede vandaan? Waarin uit die woede zich en wat ligt er onder? Wat zijn de gevolgen voor de woedende mens zelf en zijn context?

Hoe kunnen hulpverleners mensen helpen om inzicht te krijgen in het onrecht, het zgn. destructieve recht (zie hieronder), wat zij hebben opgebouwd in hun leven? En hoe kunnen ze geholpen worden om een keuze te maken geen (verder) destructief gedrag te vertonen teneinde de negatieve ervaringen in hun leven om te bouwen tot iets positiefs, zodat ze kunnen worden tot de mens die ze bedoeld zijn? En zodat God tot Zijn doel kan komen in hun leven en de schade voor het nageslacht beperkt wordt?

Wat is destructief recht?*

Binnen de Contextuele Benadering staat centraal de balans van geven en ontvangen, de zogenaamde relationele ethiek. Ieder mens heeft het nodig te ontvangen, ieder mens heeft de mogelijkheid iets te geven. Het is rechtvaardig om te mogen ontvangen, zeker wanneer je kwetsbaar bent en afhankelijk. Het is ook rechtvaardig om te kunnen geven, om zodoende bij te kunnen dragen aan het welbevinden van anderen.

In ieder mens vindt- onbewust -een proces plaats van het bijhouden van wat er gegeven en ontvangen wordt. Daarin moet een zekere balans bestaan, ook al is het logisch dat een kind het meer nodig heeft te ontvangen dan te geven.

Soms wordt deze ‘registratie’ vergeleken met een boekhouding, waarin een bankrekening bijgehouden wordt van uitgaven en inkomsten. Nagy, de grondlegger van het Contextuele Denken, sprak wel over een Grootboek, al heeft hij in latere tijden de vergelijking van een weegschaal meer gebruikt.(1)

Geven en ontvangen is in iemands leven vrijwel nooit perfect in balans. Wanneer men in zijn jonge jaren niet de aandacht, liefde, zorg, voeding, erkenning, stimulansen en bevestiging ontvangt die een kind nu eenmaal nodig heeft, is er sprake van een tekort. De weegschaal raakt uit balans. Of er nu sprake is van aangedaan onrecht of toebedeeld onrecht, er is een tekort. Dit tekort heeft de waarde van een onbetaalde rekening, een tegoed wat nog ingevorderd of opgeëist kan worden. We noemen dit in de contextuele benadering Destructief Recht (DR) of Destructief Gerechtigde Aanspraak (DGA).

Een definitie van destructief recht

Daar waar iemand onrecht wordt aangedaan, waar iemand niet ontvangt waar hij of zij redelijkerwijs recht op heeft, of waar iemand niet in staat werd gesteld te geven of teveel gaf zonder daar iets voor terug te ontvangen, *ontstaat destructief recht*. (2)

Annelien was een ‘ongelukje’, dat werd haar al vroeg duidelijk gemaakt. Ze was niet verwacht en niet gewenst. Haar ouders dronken teveel, hadden vaak ruzie en het ging er soms heftig aan toe in huis. Ze maakte zich dan zo klein mogelijk om niet op te vallen, anders werd de boosheid op haar afgereageerd. Even leek de situatie tot rust te komen toen pa gedwongen werd het huis te verlaten. De ‘oom’ die daarna voor haar vader door moest gaan vergreep zich aan haar toen ze nog heel jong was.

Annelien kwam in een pleeggezin terecht toen ze nog geen tien was. Vanaf dat moment werd ze - volgens iedereen - een onhandelbare puber.

*Een gegeven*

Destructief recht is een ethisch gegeven. Het is niet zichtbaar, het is niet meetbaar.

Op zich hoeft het niet schadelijk te zijn. Het punt is, hoe gaat men ermee om?

Hoe meer iemand ervaart dat er onrecht is in zijn leven, hoe meer hij zal neigen naar destructieve handelingen. Dat geldt vooral wanneer mensen niet bij machte zijn om hun mond open te doen. Vaak is er ook sprake van een taboe. Wanneer de vuile was niet buiten mag worden gehangen, wanneer een kind onder dreiging tot zwijgen wordt gedwongen, is dat een opeenstapeling van destructief gerechtigde aanspraak.

Juist wanneer mensen - vanuit familietraditionele , culturele of religieuze oorzaken - belemmerd worden in het uiten van frustraties, woede, rouw en teleurstelling, zullen zich meer ondergrondse negatieve patronen ontwikkelen, dan wanneer men de vrijheid heeft te uiten waar men last van heeft.

Voor alle duidelijkheid, het gaat hier uiteraard niet om juridisch recht, alsof iemand die veel onrecht heeft ervaren een geldig excuus heeft om wraak te nemen.

Dat dit verwarring kan geven blijkt uit wat een gefrustreerde vrouw eens zei: “Ik baal van al die borderliners in mijn omgeving! Als ik iets fout doe moet ik ‘sorry’ zeggen of de consequenties op me nemen, en zij hebben altijd een excuus. Ik zou haast willen dat ik het ook had!”

Gevolgen van een onbalans in geven & ontvangen*

Wanneer mensen geen betrouwbaarheid en veiligheid ontvangen hebben, heeft dat vaak ernstige gevolgen.

Men meent ‘het destructieve recht’ te hebben om:

· anderen af te wijzen of te wantrouwen

· zich af te sluiten van werkelijk contact met anderen

· herstel of erkenning op te eisen van anderen

· wraak te nemen op onschuldige derden

· de pijn van anderen te bagatelliseren

Zo was er een vroedvrouw die tegen bevallende vrouwen tekeer ging wanneer zij schreeuwden van de pijn: ‘Hou je mond, je weet niet wat pijn is!’ Ze had in een Jappenkamp gezeten.

· zich als slachtoffer op te stellen

Mark verwoordde het als volgt: “Ze wisten op school toch wat ik voor ellendige jeugd had gehad? Hoe konden ze dan van mij verwachten dat ik een brave leerling zou zijn? Als er iemand een geldige reden had om dwars te zijn was ik het toch wel?”

Andere mogelijke gevolgen:

· DGA kan leiden tot zelfdestructief gedrag, wanneer men als troost voor het geleden onrecht zichzelf verwent met overmatig snoepen, drugs of drank gebruiken of welk ander verslavend gedrag dan ook.

Enige tijd geleden werd in de bezoekersrestaurants van ziekenhuizen reclame gemaakt met de slogan: ‘Als er éen het verdient bent u het wel’.

· Destructiviteit kan de vorm hebben van geen zorg dragen voor zichzelf en geen verantwoordelijkheid nemen voor relaties. Dan staat de balans van geven en ontvangen dus volledig stil. (3)

· Bovendien leidt DR vaak tot onmacht om werkelijk te ontvangen en te geven.

Een kind raakt daarin beschadigd als het niet in vrijheid mag ontvangen, wanneer er bij elk ontvangen steeds iets dwingends tegenover staat. Ook het kind wat geen erkenning heeft gevonden en eindeloos op zoek blijft naar aandacht en het gezien worden, zal niet ontvangen maar opeisen. Evenals het meisje dat ontdekt dat ze slechts waardering krijgt wanneer ze zich grenzeloos aanpast, waardoor ze niet werkelijk vrij is om te geven.

Else-Marie van den Eerenbeemt schrijft: ”Het komt nogal eens voor dat ouders, zeker moeders, in hun verlangen de gezinssituatie zo lang mogelijk vast te houden, blijven doorzorgen voor hun kinderen, zonder iets terug te willen ontvangen. Daarmee maken ze onbedoeld hun kinderen onvrij. Ze geven hun niet de gelegenheid het recht op autonomie te verdienen en daarmee de mogelijkheid vrij hun eigen keuzes te maken. (4)

· Het kan mensen vervreemden van God of kerk, wat vaak weer extra pijn meebrengt vanwege de familie- en vriendencontacten. Vaak genoeg roepen mensen in hun onmacht, boosheid en frustratie: ”Waar is God dan? Hij had die ellende toch kunnen voorkomen? Als Hij echt een God van liefde is, dan mag Hij wel wat aardiger voor me zijn”. Iemand moet de rekening betalen voor hun pijn. Vaak wordt alle boosheid dan geprojecteerd op God of ‘De Kerk’, waarmee men wellicht denkt een zondebok te hebben. Helaas zijn christenen (ook) niet de personen die ze zouden moeten zijn, waardoor ze andere mensen beschadigen. Veel voorkomende, en vaak terechte, verwijten zijn: ”Ze zijn zo schijnheilig, die kerkmensen.. , ze weten het allemaal zo mooi te vertellen, maar ondertussen..’.. Ook veroordeling is vaak een grote wond bij ex-christenen. Wanneer ze teleurgesteld de kerk (en soms ook God) verlaten leidt dit nogal eens tot isolement, eenzaamheid en het verlies van waardevolle hulpbronnen.

· Bovendien, wanneer iemand een grote innerlijke verwonding heeft opgelopen, en daar niet mee naar God en/of een pastoraal werker of hulpverlener gaat, leidt dit vaak tot bitterheid, wrok en onvergevingsgezindheid. Dit kan weer tot gevolg hebben dat men belemmerd wordt in zijn persoonlijke ontwikkeling en geestelijke groei.

Daardoor wordt Destructief Recht zichtbaar in woede. Ofwel geuite woede, bijvoorbeeld in vandalisme, extreme uitingen, zinloos geweld. Ofwel bevroren woede, die vaak zichtbaar wordt in depressies en psychische of fysieke klachten. Het gevolg is dat niet alleen de persoon in kwestie, maar ook zijn of haar hele context daaronder te lijden heeft.

Een rekening die rouleert*

Er is een sterk gerechtvaardigd gevoel om op te komen voor zichzelf, maar wanneer dit ten koste gaat van onschuldige derden, is er sprake van een nieuw onrecht. Onrecht wat - helaas - vaak niet gezien wordt door degene die het ‘bewerkt’.

Menno was in zijn jeugd ernstig verwaarloosd en vernederd. Hij voelde

zich gekwetst tot in het diepst van zijn ziel. Hij nam afstand van zijn

ouders en wilde hen nooit meer zien. Hij verbood zijn vrouw en kinderen

contact op te nemen met zijn familie. De grootouders hadden ‘hun recht

verspeeld’ om hun kleinkinderen ooit te zien.

Ooit erkende hij in tranen: ”Ik wilde het anders doen dan mijn vader.., maar ook ik sta steeds te schreeuwen tegen mijn dochtertjes. Maar goed, ik heb éen troost: zolang het niet erger wordt dan wat ik heb meegemaakt, heb ik het in elk geval beter gedaan dan mijn vader, dus heb ik mijn doel bereikt”

Een ophoping van onrecht leidt meestal tot een grote wond, waarbij het eigenlijk geen verschil maakt of men nu beschadigd is door onrecht wat door anderen is aangedaan, door verdelend onrecht (de ellende die er nu eenmaal in de wereld is door de vloek die over de wereld ligt) of door ernstige tekorten die een kind heeft opgelopen in zijn (vroege) jeugd. Nooit mogen geven is evenzo een vorm van onrecht, waardoor iemand niet bevestigd wordt in zijn bestaan.

*Spiraal van onrecht*

In onderstaande afbeelding is heel duidelijk te zien hoe een negatieve spiraal kan ontstaan wanneer iemand een ervaring heeft van onrecht. In de relationele ethiek geldt dit als destructief recht. Het gevolg voor het gedrag is dat men gaat ‘nemen’ of ‘opeisen’, wat een daad is van destructief gedrag. In de ethische consequenties naar derden is dit een nieuw onrecht, wat leidt tot schuld van de veroorzaker. Bij het slachtoffer is vervolgens ook een ervaring van onrecht. Er is sprake van een roulerende rekening: mensen die beschadigd zijn, beschadigen vaak weer anderen.


Afb. 1a. De negatieve spiraal: ‘Hurt people hurt people’

*Inzicht: Een hefboom tot verandering*

Het is duidelijk dat het leunen op destructief recht desastreuze gevolgen kan hebben. Dat leidt tot de vraag: Hoe kan dit voorkomen worden?

Vanuit loyaliteit is een mens geneigd om voor de volgende generatie iets recht te trekken. Tenminste, de intentie is daar. Juist wanneer iemand weet wat hij tekort gekomen is, neemt hij zich voor: Ik zal het later beter doen!

Wanneer een mens de schadelijke gevolgen van destructief gerechtigde aanspraak gaat inzien, kan dat helpe om juiste keuzes te maken en positieve stappen te zetten. Als men een hulpbron mag zijn voor zijn context, zijn nageslacht, maakt het dat men zich een gewaardeerd mens kan voelen.

Wanneer men besluit niet te willen leunen op destructief recht, maar integendeel wil investeren in de zorg voor het nageslacht, bouwt men constructief recht op, waarmee men tot een stuk waardevolle zelfvalidatie kan komen: ”Ik neem een krachtdadig wilsbesluit: ik ben niet langer slachtoffer, ik neem mijn verantwoordelijkheid en investeer in mijn familie! Mijn kinderen zullen een betere toekomst voor ogen hebben dan ik had” Zo’n houding verdient erkenning!



Afb. 1b. Hefboom naar positieve ombuiging

*Andere hefbomen naar herstel*

- betrouwbare hulpbronnen in de familie

Vaak zijn de mensen van dichtbij een belangrijke bron van beschadigingen, maar meestal zijn ook juist zij degenen die kunnen bijdragen tot een vorm van herstel.

- erkenning voor de pijn

Wanneer men als volwassen kind in staat is de pijn uit de jeugd te bespreken met de ouders, (”weet je waar ik nog steeds last van heb?”) en men krijgt van hen een stuk erkenning in de vorm van woorden als: ”Tjonge, dat is voor jou ook niet gemakkelijk geweest!”, dan kan dat balsem op de wonden zijn.

- erkenning voor de geboden zorg

Op zich hoeft het niet schadelijk te zijn wanneer kinderen helpers zijn in het gezin waarin ze opgroeien, zeker wanneer moeder bijvoorbeeld enige tijd ziek is of vader buitenshuis. Het is wel belangrijk dat de ingezette zorg gezien en erkend wordt.

Ook wanneer een kind na jaren nog eens te horen krijgt dat het de ouders zo goed heeft gedaan, dat het kind steeds de vrede wilde bewaren of zelf niet lastig wilde zijn omdat de ouders al genoeg zorgen hadden, kan dat helend zijn. Rechtstreekse erkenning van ‘geven’ levert innerlijke vrijheid op. (5)

- inzicht in de bovenliggende generaties, komen tot ontschuldiging

Iemands ouders zijn ook de mensen geworden die zij zijn door hun achtergronden en geschiedenis, door de feiten en de manieren waarop er met hen werd omgegaan, door hun beschadigingen en tekorten. Inzicht in deze achterliggende problematiek kan helpen te beseffen dat er geen sprake is van SCHULD van de ouders.

Overigens wil dit niet zeggen dat er geen fouten zijn gemaakt of dat het allemaal niet zo erg is wat er gebeurd is. Ontschuldiging kán te snel gegeven worden. Wanneer eerst de pijn en de consequenties van het gebeurde onder ogen zijn gezien, pas dan kan een poging in het werk worden gezet om tot exoneratie of ontschuldiging te komen. (Zie: 6)

- de gemeente als betrouwbare context

Niet iedereen heeft een familie waarin het mogelijk is om resten van betrouwbaarheid te exploiteren ???????. Het is dan ook van het grootste belang dat christelijke gemeenschappen een veilige context bieden aan iedereen. Jim Wilder heeft samen met anderen in het Life-model hiervoor waardevolle richtlijnen gegeven. (Zie: 7)

- vergeving

Het is voor een christenhulpverlener een extra hulpmiddel om de diepte van vergeving met de cliënt te bespreken. Daarbij moet bedacht worden dat vergeving vaak een proces is dat geruime tijd kan nemen. Vergeving kan niet opgeëist worden, vergeving moet wél gevraagd worden. Men kan onderscheid maken tussen niet willen of niet kunnen vergeven, waarbij mag worden opgemerkt dat God het van ons vraagt. En zou Hij iets van ons vragen wat we - met Zijn hulp - niet zouden kunnen doen? Vaak helpt het al wanneer mensen uitspreken dat ze vergevingsgezind willen zijn. God kan de rest dan door hen heen werken, ook al gaat dat soms nog in ‘levels’. Het bovennatuurlijke vergeven, wat we alleen met Gods hulp kunnen bereiken, kan mensen in de vrijheid zetten, en innerlijke genezing en heling op een diep niveau bewerken.

- leren geven en ontvangen

Hanneke Meulink-Korf schrijft in haar boek ‘De onvermoede derde’: Een

eigen bestaan opbouwen op persoonlijke titel is misschien nog moeilijker

wanneer een mens als kind in zijn geven sterk werd beknot, dan wanneer

een kind te weinig kreeg. (8) En even later: dat een kind persoon wordt, niet alleen door zorg en betrouwbaarheid te ontvangen maar ook door te kunnen geven. (9) Het is voor cliënten van wezenlijk belang dat zij zich bewust worden van

hun eigen behoeften en verlangens, en dat zij deze kenbaar maken.

Tot de meest destructieve en vertrouwen-vernietigende menselijke

neigingen behoort de slaafse neiging om het mensen naar de zin te maken,

liever dan het risico te nemen hen te bezeren door uit te spreken wat we

nodig hebben en verlangen. (10)

Het is een beetje dubbel met dit probleem, want iemand met destructief recht heeft zelden het vermogen om zich hiervan bewust te zijn, en de durf hier rechtstreeks over te spreken. Aan de andere kant bouwt het iemands zelfbeeld op wanneer hij leert de vrijheid te nemen om dit bespreekbaar te maken.*

*Conclusie*

Er is veel woede in de maatschappij. Veel onrecht ook. Maar het onrecht hoeft niet het laatste woord te hebben! Er ligt een mooie taak voor contextuele en pastorale hulpverleners om de getroffen mensen het inzicht te geven en voor de uitdaging te stellen om Destructief Recht om te buigen naar Constructief Recht.

Zo komt de Contextuele Benadering al met al heel dicht bij het bijbelse ‘kwaad met goed vergelden’. Zie bijvoorbeeld Romeinen 12:21: “Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede” en Romeinen 12:17: “Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen”. Wellicht dat dat de reden is dat veel christenen zich aangesproken voelen door deze vorm van hulpverlening.

Wel willen we hierbij uitdrukkelijk vermelden dat deze keuze (kiezen voor het goede) alleen helpt wanneer iemands ‘geven’ of investeren in het nageslacht werkelijk een geven in vrijheid is, een vrijwillige keuze. Geven uit angst of verplichting bouwt een nieuwe onbalans op en zal zodoende niet het gewenste resultaat bewerken.

Als mét het inzicht, de bewustwording, iemand komt tot deze keuze, kan men een nieuwe impuls ontvangen om in geestelijke groei en persoonlijke ontwikkeling toe te kunnen nemen. Zo kan de mens meer en meer tot zijn doel komen. Dit zal zijn tot eer van God en tot zegen van de persoon zelf, alsmede van zijn context en zijn nageslacht.

Het is mijn passie om mensen te helpen vanuit gebrokenheid, en via herstel te komen tot echte intimiteit en vrijheid, in verbondenheid met hun hemelse Schepper als belangrijkste context. Het is mijn verlangen dat dit artikel daaraan bij mag dragen.

Hinke Smit

Hinke Smit is geboren in 1957, dertig jaar gehuwd met Klaas Braam en moeder van 4 dochters, van wie er twee getrouwd zijn. Ze is beppe van drie kleinkinderen. Afgelopen zomer is ze afgestudeerd aan de CHE als Contextueel Hulpverlener. Ze heeft inmiddels haar eigen praktijk www.ontvangenomvrijtezijn.nlDaarnaast is ze werkzaam in een praktijk voor psychosociale, maatschappelijke en pastorale hulpverlening in Eelde.

Meer lezen?

www.buitenwoel.web-log.nl

Voetnoten

(1) Catharine Ducommin—Nagy, Van onzichtbare naar bevrijdende loyaliteit,

Leuven 2008, blz. 52

(2) M. Michielsen, W. van Mulligen, L. Hermkens, Leren over Leven in Loyaliteit,toelichting bij de contextuele begrippen, blz. 280

(3) Else-Marie van den Eerenbeemt, Door het oog van de familie, blz. 83

(4) Else-Marie van den Eerenbeemt, Door het oog van de familie, blz. 93

(5) Else-Marie van den Eerenbeemt, De liefdesladder, blz. 38

(6) Terry Hargrave, Presentatie Studiedag CHE 27-10-‘09

(7) Jim Wilder e.a., Leven naar Gods plan - Het Life model.

(8) Hanneke Meulink-Korf & Aat van Rhijn, De onvermoede derde, blz. 39

(9) Hanneke Meulink-Korf & Aat van Rhijn, De onvermoede derde, blz. 107

(10) M. Michielsen, W. van Mulligen, L. Hermkens, Leren over Leven in

Loyaliteit, blz. 57

Literatuur

Ivan Boszormenyi-Nagy & Barbara Krasner, Tussen geven en nemen, Haarlem 2005

Catharine Ducommin-Nagy, Van onzichtbare naar bevrijdende loyaliteit, Leuven 2008

Else-Marie van den Eerenbeemt, Alle dochters!, Haarlem 2008

Else-Marie van den Eerenbeemt, De liefdesladder, Amsterdam/Antwerpen 2006

Else-Marie van den Eerenbeemt, Door het oog van de familie, Amsterdam 2009

Hans Groeneboer, Broers en zussen, Gorinchem-Amsterdam 2009

Hanneke Meulink en Aat van Rhijn, De onvermoede derde, Zoetermeer 2005

M. Michielsen, W. van Mulligen, L. Hermkens, Leren over Leven in

Loyaliteit, Leuven/Voorburg 2007

Jim Wilder e.a., Leven naar Gods plan - Het life model

Categorie: Pastorale onderwerpen