Prenatale diagnostiek - een christelijk-ethische belichting

 

Bij iedere zwangerschap komt bij de ouders wel eens de vraag op of het kindje wel gezond is. Gezondheid is een groot goed, maar is in onze zondige en gebroken wereld geen vanzelfsprekendheid, maar altijd weer teken van Gods goedheid. Ongeveer 4% van alle baby's heeft bij de geboorte een meer of minder ernstige aandoening, die echter niet altijd onmiddellijk duidelijk is. Sommige aanstaande ouders hebben een hoger risico dan anderen op een kind met een aangeboren aandoening. Met behulp van prenatale diagnostiek is het mogelijk reeds voor de geboorte complicaties bij de zwangerschap en een toenemend aantal ziekten enaandoeningen van het ongeboren kind vast te stellen. Met prenatale diagnostiek wordt dus bedoeld: onderzoek bij de menselijke vrucht vóór de geboorte. Dit brengt ook altijd een ingreep mee voor de vrouw, de moeder van dat ongeboren kind. We zullen hieronder de voornaamste methoden van prenatale diagnostiek noemen.

Technieken

Het minst ingrijpend voor de moeder is de echo. Meestal wordt die gemaakt ter begeleiding van de zwangerschap: hoe groot is de baby, ligt hij goed, hoe ligt de placenta, etc.? Met de moderne echoscopie kunnen ook allerlei aangeboren afwijkingen worden vastgesteld, die soms onverwacht worden gevonden. Vanaf de 15e of 16e zwangerschapsweek is een vruchtwaterpunctie mogelijk. Door onderzoek van het vruchtwater, waarin huidschilfers van het ongeboren kind zitten, kan men een toenemend aantal aandoeningen bij de vrucht vaststellen. De vruchtwaterpunctie brengt een gering extra risico op een miskraam (0.5 - 1%) met zich mee. Soms is vruchtwateronderzoek laat in de zwangerschap gericht op een eventuele

behandeling van het kind vóór de geboorte (bijvoorbeeld bloedtransfusie bij Rhesus-antagonisme), of onmiddellijk na de geboorte, eventueel na vervroegde, ingeleide baring. De zogenaamde vlokkentest is mogelijk vanaf de 10e tot 12e zwangerschapsweek. Daarbij wordt via de baarmoederhals of via de buikwand wat weefsel (enkele 'vlokken') van de placenta weggenomen. Onderzoek hiervan kan aangeven of het ongeboren kind een van de aandoeningen heeft waarop men onderzoekt. Het risico dat dit onderzoek een miskraam veroorzaakt, varieert van 1 - 2%.

Aan wie wordt prenatale diagnostiek aangeboden?

Niet aan alle zwangere vrouwen wordt een vruchtwaterpunctie of vlokkentest aangeboden. Hier moet een indicatie voor zijn. Er moet een verhoogde kans bestaan dat het kind een aandoening heeft. Dit is vooral het geval in de volgende situaties:

- er komt een erfelijke aandoening voor bij (een van) de ouders of bij familieleden;

- er is eerder een kindje geboren met een (mede) erfelijk bepaalde aandoening;

- de moeder is (in de 18e zwangerschapsweek) 36 jaar of ouder (de kans dat een kind een chromosomale afwijking heeft neemt toe naarmate de moeder ouder is).

In dergelijke gevallen behoort het zelfs tot de verantwoordelijkheid van de arts of verloskundige om op de mogelijkheid van prenatale diagnostiek te wijzen. Maar de patiënt hoeft van dit aanbod geen gebruik te maken.

 

Waarom wordt prenatale diagnostiek uitgevoerd?

Zoals we zagen is de echo meestal en de vruchtwaterpunctie in enkele gevallen gericht op begeleiding van de zwangerschap en soms op het tijdig behandelen van een aandoening bij het ongeboren kind. Maar meestal is een behandeling van een aangeboren aandoening niet mogelijk. In verreweg de meeste gevallen worden vruchtwaterpunctie en vlokkentest aangeboden en, als de toekomstige ouders dat willen, uitgevoerd om na te gaan of het kind dat wordt verwacht een bepaalde aandoening heeft. Soms willen de aanstaande twee ouders dat graag weten om zich te kunnen voorbereiden op de geboorte van een kindje met die aandoening. Maar in de meeste gevallen laten ze het ongeboren kind aborteren om zo de geboorte van een baby met die aandoening te voorkomen. Op de mogelijkheid van een dergelijke selectieve abortus wordt door de hulpverleners ook uitdrukkelijk gewezen. Maar het blijft in principe de keuze van de vrouw.

 

Waarom geen prenatale diagnostiek?

Niemand hoeft prenatale diagnostiek te laten uitvoeren en niemand hoeft te laten aborteren, ook niet nadat een aandoening is vastgesteld. Soms laten zorgverleners merken het maar raar te vinden als men het ongeboren kind niet wil ‘laten nakijken’, of niet wil laten ‘weghalen’ als het ‘niet goed’ is. Maar eigenlijk gaan ze dan al hun boekje te buiten. Soms worden ouders er door hun omgeving op aangekeken als ze bijvoorbeeld een (verstandelijk) gehandicapt kindje hebben gekregen, waarvan men de geboorte door abortus had kunnen voorkomen. Maar gelukkig is het aan de toekomstige ouders daarover te beslissen. Vanuit menselijk gezichtspunt gezien dan, want vanuit christelijk standpunt gaat het niet maar om een vrije menselijke keuze. Het is namelijk niet aan ons om zo over het leven te beschikken. Uit de Bijbel weten we dat de mens geschapen is door God, in relatie met God. Daarom verdient het leven van iedere mens bescherming (vgl. Gen. 1:26-28, Gen. 9:5, 6). Niet om wat die mens in zichzelf is en kan, maar omdat God de Schepper en Eigenaar is, wiens Scheppersliefde naar ieder mens uitgaat. De grond voor de beschermwaardigheid van de mens is dus niet zijn gezondheid of vermogens. Daarom vervalt die beschermwaardigheid ook niet als de mens ziek of gehandicapt is. Dit geldt ook voor de mens vóór de geboorte. De geboorte van een kindje met een erfelijke of aangeboren aandoening kan de ouders veel zorgen en verdriet bezorgen en bij erfelijke ziekten kan het soms ook veel lijden voor het kindje zelf meebrengen. We mogen dit niet onderschatten. Dat ouders geweldig opzien tegen het krijgen en opvoeden van een gehandicapt kind, is heel begrijpelijk. Zeker nu de betrokkenheid en de ondersteuning vanuit de samenleving geringer lijken te worden. Dat selectieve abortus plaatsvindt in onze samenleving is dan ook niet alleen een moreel probleem voor de betreffende ouders, maar ook voor de samenleving. Voor christenen ligt hier de belangrijke taak om, behalve met de mond, ook daadwerkelijk voor de beschermwaardigheid en de zorg voor mensen met een handicap op te komen.


lees verder









 

Categorie: Christelijke medische ethiek