Is vergeven een must?

Is vergeven een must?

inleiding

Er zijn talloze mensen die met boosheid en pijn rondlopen. En er is vaak ook gegronde reden toe. Om daarvan een beeld te vormen is misschien één blik in een krant al voldoende. Hoe kan een gelovige hiermee op een bijbelse wijze omgaan, zonder dat hij zijn gevoelens geweld aan moet doen? Dat is de vraagstelling die behoort bij het thema ‘is vergeven een must’.

Vergeven

In Mattheüs[i] 6 vinden we de overbekende woorden van de Here Jezus. We drukken ze hier af. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven. Deze woorden zijn niet mis te verstaan. Niet velen spreken de woorden ‘gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ van harte uit. En wat roepen de volgende woorden bij ons op? ‘Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven’? Mozes[ii] heeft geschreven: ‘Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; openlijk zult gij uw volksgenoot terechtwijzen en niet ter wille van hem zonde op u laden.Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de Here’.

In Mattheüs[iii] lezen we verder nog : ‘Toen kwam Petrus bij Hem en zei: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zei tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal. Daarom is het Koninkrijk der hemelen te vergelijken met een koning, die afrekening wilde houden met zijn slaven.Toen hij begon te rekenen, werd een voor hem geleid, die tienduizend talenten schuldig was. Omdat hij niet bij machte was te betalen, beval zijn heer hem te verkopen, met zijn vrouw en kinderen en al wat hij bezat, opdat er betaald kon worden. De slaaf wierp zich neder als smekeling en zei: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.De heer van die slaaf kreeg medelijden met hem en hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.Toen die slaaf wegging, trof hij een zijner medeslaven aan, die hem honderd schellingen schuldig was, en hij greep hem bij de keel en zei: Betaal wat gij schuldig zijt. De medeslaaf nu wierp zich voor hem neder en bad hem dringend, zeggende: Heb geduld met mij en ik zal u betalen. Doch hij wilde niet, maar ging heen en zette hem gevangen, totdat hij het verschuldigde zou betaald hebben. Toen nu zijn medeslaven zagen, wat er gebeurd was, werden zij zeer verdrietig en gingen hun heer al wat er gebeurd was, mededelen. Toen ontbood zijn heer hem en zei tot hem: Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend had gevraagd. Had ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u? En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben.

Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft’. We lezen eerst dat de koning afrekening wil houden. Vervolgens dat de slaaf zijn heer smeekt om de schuld kwijt te schelden, omdat hij het niet zelf betalen kan. Zijn heer kreeg medelijden met zijn slaaf en schold hem alles kwijt. Nu zou je mogen verwachten dat die slaaf niet alleen dankbaar zou zijn voor de ontvangen kwijtschelding, maar ook diep in zijn hart geraakt. Je zou een zacht hart mogen verwachten. Maar dat is niet het geval. Hoewel de eerste slaaf kwijtschelding kreeg, was hij zelf hard tegen de smekende man en toonde geen respijt. Vergevingsgezindheid is de houding van het Koninkrijk van God. Jezus leert ons hier om de schuldige die om vergeving vraagt van harte te vergeven, met een hart dat zacht is geworden wegens de kwijtschelding van schuld die wij zelf hebben ontvangen. Zacht door genade die de gelovige bij zijn bekering van de Here Jezus Christus heeft ontvangen. Dan past het toch niet meer om een ander te haten, zoals ook Mozes heeft geschreven?

Maar de praktijk, zelfs van oprechte christenen is vaak anders hoewel velen dat vaak niet eens willen. Ik kan mij goed voorstellen dat bovenstaande gedeelten uit de Bijbel ons onrustig kunnen maken. Het lijkt er immers op dat we om het Koninkrijk van God binnen te kunnen gaan onder druk gezet worden om te vergeven. Dit artikel is geschreven met de bedoeling om te laten zien dát het mogelijk is en hóe het mogelijk is om op een praktische en bijbelse wijze er mee om te gaan, zonder telkens die vervelende gevoelens te hoeven te voelen.

Boosheid

Er zijn talloze mensen die met boosheid en pijn rondlopen. En er is vaak ook gegronde reden toe. Om daarvan een beeld te vormen is misschien één blik in een krant voldoende. En wat kunnen wij als christenen elkaar veel aandoen! Velen kunnen wel uit eigen ervaring spreken. We weten onze boosheid vaak goed te camoufleren. Een wijze dichter zei eens: ‘Zilverglazuursel op een potscherf, zo zijn brandende lippen en een boos hart’[iv]. Ogenschijnlijk en aan de buitenkant lijkt het mooi bedekt, maar stoot je er niet aan... Soms is het wachten op een uitbarsting van die opgekropte boosheid. Als dat publiekelijk gebeurt dan spreken we soms van ‘zinloos geweld’. We schrijven dit tussen aanhalingstekens, want voor de dader heeft het geweld wél zin: net als een ouderwetse stoomtrein blaast hij de té hoog opgebouwde druk af.

Wanneer ons kwaad, verdriet of pijn is aangedaan, willen we ten diepste vergelding zien. We hoeven niet naar Israël en de Palestijnen te kijken om te weten dat het zo is. Spreekt de Bijbel zelf niet over oog om oog en tand om tand? Het liefst zouden we zélf die vergelding[v] willen uitoefenen, hoewel niet iedereen dat zomaar zal bekennen. Al moeten we er jaren op wachten. Pesten, roddel, laster, incest, mishandeling, gekwetst zijn, bedrogen worden, aan de kant gezet worden, miskend en niet gewaardeerd worden en ga zo maar door, roepen veel in de mens op. Dit wordt vaak in de schuilhoeken van ons hart opgekropt. Als pastoraal counselor kom ik regelmatig in contact met christenen die niet goed raad weten met hun emoties. De boosheid mag er toch niet zijn, wordt er gedacht? Dus we drukken het weg of we ‘vergeven’ het heel braaf. Opnieuw een woord tussen aanhalingstekens. Iemand kwam naar mij toe en zei oprecht gemeend dat zij een persoon die haar intens veel verdriet had aangedaan ‘vergeven’ had. Met haar hele lichaam straalde ze echter spanning uit. Ik liet haar uitpraten. Verder in het gesprek bleek dat zij wel met haar verstand, maar niet met haar gevoel de betreffende persoon had ‘vergeven’. Ze had gedaan, wat ze meende te moeten doen. Dat was op zich een compliment waard. Maar toch was ze er nog niet.

De vraag is dan ook: Hoe ga je met boosheid om? De boosheid moet een plek krijgen. In Zijn Woord geeft de Here ons een belangrijke aanwijzing: ‘Laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here[vi]’. Het Boek: verwoordt het als volgt: ‘Neem nooit wraak, vrienden! Laat dat maar aan God over. Iets verder staat: ‘Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede’. Maar, hoe doe je dat? En, waarom zou je dat doen? (om Gods eer of om van die nare gevoelens af te komen…?) En, beseft God wel welke gevoelens daarbij in me opkomen? Moet ik die dan onderdrukken? Maar zegt Jezus zelf niet in het Onze Vader dat wij moeten vergeven? Om op die vragen een goed antwoord te kunnen geven, zullen we eerst vaststellen wat vergiffenis (vergeving) inhoudt. Van Dale zegt: vergiffenis is kwijtschelden van straf en wijst er op dat de gevolgen aanvaard moeten worden. Anders kan er geen vergiffenis plaats vinden. Als we geen vergiffenis schenken, zo lazen we zo juist, dan zal de hemelse Vader ook geen vergeving schenken. Dit kan een geweldige druk op ons leggen als wij de benadeelde partij zijn. Als hij of zij geen vergeving vraagt, blijft het bij ons wroeten. We voelen ons schuldig dat we niet vergeven kunnen. Of we ‘schenken vergeving’, maar de pijn en de boosheid blijven toch aanwezig.

De vraag is: moeten we altijd vergeven?

Het beste kunnen we God als voorbeeld nemen. Laten we dus bezien hoe de Here er zelf mee omgaat. We doen hier een klein beetje bijbelstudie. Voor het gemak drukken we vier teksten af om ze vervolgens van enig commentaar te voorzien. 1. Rom. 3:25. (Ik geef deze vrij vertaald weer): God heeft Christus Jezus gegeven als verzoeningsoffer. Door Zijn bloed (dat staat voor Zijn leven dat Hij voor ons gaf) zal de mens, wanneer hij gelooft, Gods rechtvaardigheid ontdekken. God heeft namelijk de zonden die eerder gepleegd waren, verdragen. 2. 2 Cor. 5:18 … de bediening der verzoening gegeven heeft. 19 welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen[vii], … 3. 1 Joh.1:9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. 4. Luk. 17:3 Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. 4 En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven. De eerste tekst maakt duidelijk dat God de zonden had verdragen, ziende op het op het offer van Jezus Christus. De Bijbel maakt duidelijk dat wie dat offer gelovig aanvaardt, vergeving ontvangt. Wie het offer van Christus afwijst, zal dus eenmaal zelf verantwoording naar God moeten afleggen voor zijn zonden. Let dus op dat verdragen niet hetzelfde is als vergeven! De tweede tekst leert ons dat God door Christus de gehele mensheid met zichzelf wil verzoenen. Zo lang wij leven rekent Hij ons de zonde niet direct toe. Hij doet dat omdat Hij geduld met ons heeft. Als Hij direct de zonde zou toerekenen, wil zal er dan nog bestaan?

De context maakt duidelijk dat de mens zich dan wel met God moet verzoenen. Let ook hier op dat niet toerekenen dus niet hetzelfde is als vergeven! De derde tekst toont duidelijk dat God wil dat wij onze zonden belijden. Dus erkennen en uitspreken. Pas dán wordt de relatie weer hersteld en niet eerder. De vierde tekst laat zien dat God wil dat wij handelen, zoals Hij ook handelt. Dat impliceert dat wij vergeven wanneer iemand om vergiffenis vraagt, net zo als de slaaf deed. Dus altijd vergeven? Nee!

De voorwaarde voor vergeving

De voorwaarde voor vergeving is dus erkenning van schuld en berouw.In Mat. 18 staat dat als iemand zondigt, deze persoon berispt moet worden. Alleen als hij luistert dus de berisping aanvaardt en erkent dat hij fout is dan is er weer mogelijkheid tot herstel. In Luk. 17 staat nadrukkelijk dat de schuldige berouw dient te hebben. Zo gaat God ook te werk. Als David gezondigd heeft door met Batseba naar bed te gaan, dan beseft hij dat er een weg terug is en verwoordt het als volgt: De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God[viii]. In geval van erkenning van schuld en berouw, lazen we, dienen we elkaar zeven maal zeven keer te vergeven. Dat wil zeggen: altijd! Dat past ook bij ons rechtvaardigheidsgevoel.

Waarom zonder berouw geen onvoorwaardelijke vergeving?

Het zou erg simplistisch zijn om te zeggen zonder berouw is er sprake van onvoorwaardelijke vergeving omdat dan niet aan de voorwaarde van vergeving wordt voldaan. Aan Gods voorwaarde wel te verstaan! Hoewel dat juist is, willen we dit toch toelichten. Daartoe moeten we beseffen wat het doel van vergeving is. Dat kunnen we omschrijven als het wegnemen van schuld opdat met een schone lei kan worden begonnen. Door berouw te hebben, toont iemand dat het hem serieus is wat hij of zij heeft gedaan (misdaan). Dat het hem raakt dat hij de benadeelde onrecht, verdriet etc. heeft berokkend (en niet in het minst zijn Schepper). Verder laat hij zien dat hij erop uit is om de relatie te herstellen, ook al gaat dit ten koste van zijn trots. Dat doet hij concreet door vergeving te vragen, zowel aan God als aan betrokkene. In sommige gevallen zal de schuldige ook de schade die hij heeft berokkend op zich dienen te nemen. Door deze houding betoont hij dat het hem ernst is! Betrokkene kan er dan voor kiezen om de bijbelse weg te volgen door hem vergiffenis te schenken. De schuld wordt zo gedeletet. Hij aanvaardt daarbij de gevolgen en dat is soms niet mis. We kunnen het ook gevoelsmatig benaderen. Gesteld dat de benadeelde zou moeten vergeven, (wat dus niet het geval is) zonder dat de schuldige berouw toont. Dan krijgen we situaties als eerder geschetst zijn. Het gevoel wil dan niet mee. De wrok blijft hangen. Het vervelende is dat men dan vindt dat het er niet mag zijn, waardoor het weer weggedrukt wordt en er vage en onbestemde gevoelens blijven hangen. Want er vindt geen gerechtigheid noch erkenning plaats. De schuldige kan ongebreideld verder gaan met zijn gedrag en wordt ook niet gecorrigeerd, wat de boosheid alleen weer oproept. Het is om die reden dat we in het begin ook Mozes aan het woord lieten. We moeten er dus voor waken dat we het probleem op het bordje laten liggen van de dader en niet verplaatsen naar de benadeelde. Zonder berouw schenkt God geen onvoorwaardelijk vergeving. Zonder berouw blijft de schuld bestaan en de schuldige zal door God niet onschuldig verklaard worden. God vraagt dus niet dat we zomaar vergeven!

Wat moeten we dan doen als de schuldige niet om vergeving vraagt?

Als de schuldige niet om vergeving vraagt blijft volgens de Schrift de schuld open staan en de relatie verstoord. Maar het uiterst vervelende is dat de benadeelde partij wel met de brokken blijft zitten. De benadeelde kan overwegen om naar de schuldige toe te stappen om, cf. Mozes, de schuldige in liefde terecht te wijzen. In emotioneel moeilijk te verteren situaties zal dan meestal niet (meteen) lukken. Daarvoor is veelal een heel proces nodig, wat tijd vergt. Om dit proces mogelijk te maken of om op een bijbelse wijze om te gaan met de brokken en daarmee allerlei onplezierige emoties willen we opnieuw naar onze Heiland kijken hoe daarmee af te rekenen. Jezus weet wat het is om gelasterd te worden. In 24 uur voorafgaand aan Zijn dood werd Hij bedreigd, men sloeg Hem de rug kapot, deed een doornenkroon op het hoofd. Hij werd bespuwd, bespot, gehoond. Aan het Kruis ging dat door en werd hij gescholden en beschimpt en diep vernederd doordat Hij te schande werd gemaakt. Wat moet er veel door Hem heengegaan zijn toen Hij dat alles meemaakte. Daarom begrijpt Hij ons ook. Wat een reden om boos te worden (wat Hij ook echt kon zijn[ix]). Wat deed Hij echter? Hij voelde de pijn lichamelijk en in Zijn hele wezen. En terwijl Hij de situatie voor ogen heeft en de pijn ervaart, roept Hij uit: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’[x].

Doorleefd het oordeel in Gods hand overgeven

Laten we goed opmerken dat er niet staat: Vader, Ik vergeef het hun!! Er staat wel: Vader, vergeef het hun! Jezus toont ons hier de juiste innerlijke houding. Hij toont de bereidheid om het oordeel over het gedrag van de boosdoeners over te geven en dat te leggen in de handen van God. Hij had het recht om te oordelen. Het recht om boos te zijn. Hij deed vrijwillig afstand van dat recht. En terwijl Hij leed, dus de pijn ervoer, legde Hij het oordeel in Gods hand. Hij vertrouwde dat God eenmaal recht zou doen en dat Hij daarom het in Gods handen veilig kon overgeven. Daarmee onderdrukte Hij zijn gevoelens niet, maar gaf die gevoelens een plaats.

Er staat dus niet dat Hij vergeeft, maar dat Hij (het) overgeeft! Velen bidden of God hun boosheidgevoelens wil wegnemen. Ik heb veel mensen bereid gezien om het oordeel in Gods hand te leggen. Maar in de praktijk zie ik mensen ermee worstelen om de gevoelens daarbij toe te laten. De pijn kan immers zo heftig zijn. De angst voor wat er zal gebeuren groot. Men is benauwd of men er in blijft of is bang voor de eigen reactie. Toch is het wezenlijk dat de gevoelens erbij komen, want zonder dat bedriegen we onszelf. Het is niet onverstandig om bij een niet al te grote emotie te beginnen en dit principe al worstelende met zichzelf en met God toe te passen. Petrus[xi] beschrijft bovenstaand proces ook. Hij zegt:

‘Want dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt. ….Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zou treden; die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt; die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven’. Als we het verband lezen waarin Petrus’ woorden staan, zullen we begrijpen dat het niet gemakkelijk was voor zijn lezers om te doen wat hij zei. Dat is het ook voor ons niet. Het kan ons gebeuren dat we met gebalde vuisten bidden of dat we fysiek pijn ervaren terwijl we hiermee worstelen. Het kan helpen om de zwakheid van de ander te zien, zonder deze te vergoelijken; in dat geval zien we de pijn niet onder ogen. We geven echter het oordeel evenwel niet zomaar aan iemand over. We geven het over aan de getrouwe en rechtvaardige God! Hij is volkomen, volmaakt, zuiver en onpartijdig in Zijn rechtspraak. Hij is de Opperrechter. Hij alleen kent volmaakt alle omstandigheden en spreekt recht op een rechtvaardige manier. Wanneer we de moed hebben om onze wraakgevoelens met Hem te delen en aan Hem over te geven, zal Hij voor een rechtvaardige rechtszaak zorgdragen. Wanneer wij, al worstelende, het oordeel in Zijn hand leggen, doen we afstand van ons recht om zelf nog te oordelen. Dat kan heel wat zijn. Het is in de wetenschap dat Hij eenmaal op een volkomen wijze zal oordelen. Op Zijn tijd. Dan gebeurt er nog iets. We worden bevrijd van de fixatie op de schuldige, van de boosheid die ons hart verteert. Maar bovenal doen we recht aan Gods eer. We mogen ervaren dat toepassing van het Woord der waarheid ons vrijmaakt, wat de weg opent tot innerlijk herstel en soms ook tot herstel in de relatie(s). Laten we terugdenken aan het begin van deze overdenking en ons afvragen of ons hart[xii] al zacht is geworden door de vergeving die God ons heeft geschonken, toen we het offer van Christus in geloof en uit genade aanvaardden. Is het mogelijk om met zo’n hart het oordeel in Gods handen te leggen? Ja, dat is mogelijk door de kracht van de Heilige Geest, mits wij het willen, mits wij de gevoelens daarin niet wegdrukken, hoewel er ook tijd voor nodig is. Die tijd mag er zijn. God kent onze intentie om het oordeel in Zijn hand te leggen terwijl we de gebeurtenis voor ogen hebben en de pijn ervaren. Dan zal God de vrijkomende ruimte kunnen vullen met Zijn Geest en de vrucht van de Geest in toenemende mate in ons zichtbaar kunnen worden. Ás er dan vergeving wordt gevraagd… dan kunnen we het schenken. Door Gods Woord te volgen worden we in staat gesteld om het kwade te overwinnen door het goede. Als er geen vergeving wordt gevraagd, kunnen we toch in de ruimte zijn en worden we niet langer gehinderd door de situatie, hoewel die best wel eens boven zal komen. alhoewel we het even benoemen kunnen we nu niet nader ingaan op de verdere verwerking, zoals mogelijk rouwen over de gevolgen van wat verkeerd is gegaan en wat niet meer goed kan komen. Slot Is vergeven een must? De bereidheid om elkaar te willen vergeven is een must. Vergeving wordt geschonken nadat er oprecht om gevraagd wordt. De Here is ons daarin een voorbeeld. Zolang die vraag uitblijft is het een must om elkaar de zonde niet langer toerekenen door het oordeel doorleefd in Gods handen te leggen. Moge de Here ons daarbij genadig zijn.

Guus Molenaar

 

--------------------------------------------------------------------------------

[i] Mat. 6: 9-15 [ii] Lev. 19:17 [iii] Mat. 18:21-35 [iv] Spr. 26:23 [v] het liefst, als we het zouden mogen en durven te doen, zouden velen zelf op één of andere manier willen vergelden, al zal niet iedereen dat erkennen. In het O.T. is vergelding een overheidskwestie! Men mocht niet zelf het heft in handen nemen. [vi] Rom. 12:19; let ook op de context. [vii] Die bediening der verzoening houdt in: tegen anderen vertellen dat God afrekening wil houden met diens zonden! Door Jezus Christus. Dat betekent: het evangelie verkondigen van vergeving van zonden. Zeggen dat God de zonden niet toerekent, opdat de mensen om vergeving kunnen vragen. Want er staat ook geschreven Joh. 3:18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Joh.3:36 Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem. [viii] Ps. 51:17 (51-19) [ix] Bijv. Mat. 23; Joh. 11:33,38; Joh. 2. [x] Luk 23:34 [xi] 1Petr. 2:19 vv [xii] Rom. 5:5

Categorie: Gezondheid & Bijbel