Wonderen

 

W O N D E R E N

 

Je lichaam met grote scherpe voorwerpen doorboren zonder letsel te ondervinden en een afgehakt oor weer aan het hoofd zetten.Met blote voeten over gloeiend hete kolen lopen zonder angst, pijn en brandplekken en tientallen meters over water lopen.Profeteren en exact de sportuitslagen voorspellen.Uitbehandelde, dus ongeneeslijke patiënten toch genezen door Jomanda en Jan Zijlstra.Een bijl laten drijven en Mariabeeldjes zien huilen.

Ziehier enkele van de ontelbare voorbeelden van wonderbaarlijke werkingen van God. Of toch niet? Zijn het allemaal illusies, resultaat van positief denken, placebo-effect, trucage, gegoochel, misleiding oftewel bedrog? Kun je hiervoor gewoon een ‘Cursus in Wonderen’ volgen?[1] Volgens 2 Tess. 2:9 bestaat er zoiets als ‘bedrieglijke wonderen’. Naast geneeskrachtige kruiden groeien de giftige planten en deze twee soorten moet je goed weten te onderscheiden. Je vergissen wat betreft het al of niet eetbaar zijn van paddestoelen kan fataal zijn. Pas op: ‘baat het niet, schaadt het niet’, is te simpel gesteld. In deze complexe materie is verwarring te verwachten. Geloof in wonderen, zowel lichtgelovigheid als bijgelovigheid, dienen we met Gods woord als toetssteen en een dosis nuchterheid te benaderen. Het is niet simpel om als christen daarin een verantwoorde weg te vinden. Dit artikel wil een wegwijzer[2] zijn in dit ingewikkelde doolhof.

Wat is eigenlijk een wonder?

Nadat de medisch fysicus prof. dr. ir. J.H. van Bemmel zijn verwondering heeft geuit over vlinders, fruitvliegen, bijen, zeearenden, slangen, sluipvliegen en de foetale bloedsomloop (en hij pretendeert niet met zijn voorbeelden absoluut volledig te zijn!), concludeert hij het volgende: ‘Wat ís eigenlijk een wonder? Is dat alleen maar iets wat zich eenmalig, bovennatuurlijk en onverwacht voltrekt, of mag een wonder zich ook herhaald afspelen, duizend- of miljardvoudig? Of is het dan opeens geen wonder meer? Als uit een graankorrel een halm komt, uit een ei een adelaarsjong, uit een baarmoeder een kind, is dat geen groot wonder? Sta je dan niet sprakeloos van bewondering en ontzag?’[3] Inderdaad, ondanks onze moderne wetenschap doen talloze fenomenen in duizelingwekkende aantallen ons telkens verwonderd paf staan. ‘De gewone dingen in de natuur zijn grotere wonderen dan de buitengewone, die we het sterkst bewonderen, als ze maar één keer hebben plaatsgevonden … alleen hun dagelijkse voorkomen neemt de bewondering weg’.[4] Het ontstaan van het heelal, inclusief deze wereld en het levenop zich, is eigenlijk een mysterieus wonder. Hoewel er al miljarden mensen geboren zijn, is elk nieuw mens uniek en een compleet wonder. Een mens groeit volgens biologische wetten, die nog maar ten dele ontdekt en begrepen zijn. Dit stemt ons tot intense verwondering en diepe aanbidding van onze Schepper (Psalm 8, 19).

Wonderen kunnen worden opgesplitst in:

1. Goddelijk geregistreerd ‘toeval’.

Dit zijn exemplarische wonderen voor een door de voorzienigheid beschikte timing. Je zou dan kunnen spreken van ‘toeval’. Toeval is een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of te berekenen was. De kans dat iets op dìe plaats en dìe tijd gebeurd is, is zeer klein. Dat het tòch is gebeurd, is eigenlijk een wonder. Enkele voorbeelden: de doortocht van Israël door de rivier de Jordaan in Joz. 3. (Eeuwen later, in 1266 en 1927, vond (weer?) door aardverschuivingen een afdamming plaats, waardoor je deze rivier droogvoets kon doorkruisen.) Verder de ‘gewone’ geboorte van Izaäk uit een bijzonder hoogbejaarde moeder, een aardbeving waardoor Paulus en Silas bevrijd worden uit de gevangenis, een sterke oostenwind zodat de Rode Zee wordt drooggelegd en het volk Israël er veilig doorheen kan trekken, de bliksem (vuur) die het offer van Elia in brand steekt, een zwerm kwakkels die het volk Israël tot voedsel dient. Is een wonder opeens geen wonder meer als het fenomeen op een natuurlijke wijze verklaard kan worden? Soms is het gebeuren op zich dus niet zo verwonderlijk, maar wel de tijd en plaats.

2. Unieke breking met de ons bekende natuurwetten.

Wonderen die uitsluitend als een schending van normale oorzaak-gevolg-relaties kunnen worden beschouwd. Voorbeelden: de maagdelijke geboorte en de unieke opstanding van Jezus Christus uit de dood, de opname van de christenen bij Jezus’ wederkomst. Bij nader inzien gebeur(d)en ook om ons heen toch talloze onverklaarbare dingen, zoals genezingen, uitreddingen door engelen, bevrijding van bezetenen en zelfs opwekkingen uit de dood.[5]

God laat niet wonderen gebeuren om het leven eens verrassend op te fleuren of om verbazing op te wekken, maar wonderen gebeuren met een theologische bedoeling. Het zijn dus geen losstaande magische gebeurtenissen.

Definities van een wonder

Een wonder is

- (in het bijzonder) gebeurtenis, tegen de natuur van de dingen, die aan de directe tussenkomst van God of aan goddelijke machten wordt toegeschreven, synoniem: mirakel. (van Dalem 6]). iets buitengewoons, ongebruikelijks, uitzonderlijks, onvoorspelbaars en een uitzondering op de regel.

- goed als het eigenlijk té ongeloofwaardig is. Je moet het niet kunnen verzinnen. Het moet onverklaarbaar zijn.[7]

- de overtreffende trap van toeval.

- een onverwachte of verbazingwekkende gebeurtenis die mensen nadrukkelijk toeschrijven aan een positieve ingreep van Hogerhand.[8]

- een onverklaarbare gebeurtenis, een onverwachte ontwikkeling, een uitredding op een moment dat een zaak er hopeloos voorstaat, iets buitengewoons, iets wat tegen de natuurlijke gang van zaken ingaat. Het heeft altijd een element van verrassing.

- een zichtbare, uiterlijke en buitengewone uiting van (Goddelijkeof satanische) macht, die verbazing wekt en een geestelijke betekenis heeft.[9]

- schending van natuurwetten door een godheid.[10]

- een schending van de natuurwetten, en aangezien deze wetten via betrouwbare en onveranderlijke ervaring zijn vastgesteld, is het bewijs tegen een wonder uit de aard der zaak zo totaal als welk argument dat men vanuit de ervaring dan ook maar kan voorstellen.[11]

 

Deze laatste definitie komt van David Hume, de beroemdste tegenstander van wonderen. Hij veronderstelt hier dus eerst dat geen redelijk mens kan geloven dat de natuurwetten geschonden kunnen worden en concludeert vervolgens dat wonderen niet kunnen voorkomen omdat hij ze als schendingen van de natuurwetten omschrijft. Hij veronderstelt als een axioma dat natuurwetten nooit en te nimmer kunnen wijzigen. Is dat inderdaad zo? Deze Schotse filosoof Hume scoort wel met een ander punt: sinds mensenheugenis zijn er altijd lieden geweest die de meest fantastische verhalen vertelden, zonder dat zij zich helaas om het waarheidsgehalte bekommerden[12]. Ik zag twee beren broodjes smeren, o het was een wonder! Bedrog en misleiding sluiten echter de waarheid niet uit.

Wonderen nu

Van de theorie nu eerst even naar de praktijk. Dat wonderen tegenwoordig lang niet altijd ‘broodje aap’ -verhalen zijn, blijkt uit het jarenlange televisieprogramma ‘Wonderen Bestaan’ van de KRO. Daarin vertelden en vertellen gewone mensen over de onverklaarbare gebeurtenissen die zij meemaakten. Hun opzienbarende, frappante en soms spannende verhalen zorgden voor een verrassende kijk op onze dagelijkse realiteit en geniet veel belangstelling. De uitzending van 23 juli 2007 werd door 945.000 kijkers bekeken.[13]

Dit programma heeft in de afgelopen twee jaar meer dan duizend brieven binnengekregen met moderne wonderen, waarin moderne middelen zoals telefoons, radio’s en horloges een rol spelen. Meer dan de helft van deze wonderverhalen valt onder de noemer: eigentijds-religieus. Professor dr. Anne Marie Korte trekt conclusies na onderzoek van ruim vijfhonderd wonderbrieven. We laten haar ingekort aan het woord:

Het blijkt dat de meeste wonderervaringen gaan over gered worden van of ontsnappen aan ongelukken, een gunstige afloop van ziekte en zwangerschap, getroost worden na het overlijden van dierbaren, het terugvinden van dierbare personen en voorwerpen of het vervullen van een diepe wens. Een derde van de vertellers schrijft dat het meemaken van een wonderbaarlijke ervaring een duidelijke uitwerking op hen heeft gehad. … De briefschrijvers vermelden dankbaar te zijn, getroost, bevrijd te zijn van angst, de zekerheid te hebben gekregen dat dierbare overledenen het goed maken, het besef te hebben gekregen dat er ´meer´ is, dat zij zich gedragen of beschermd voelen of dat hun geloof in God hiermee is begonnen, bevestigd of hersteld.

Drie referentiekaders

De kleinste groep is het klassiek-religieuze wonderverhaal, dat in zuivere vorm in 15% van de brieven voorkomt. De volgende groep qua omvang is het niet-religieuze wonderverhaal, te vinden in zo’n 25 % van de brieven. Beide groepen vormen de uitersten van het spectrum. In het midden daarvan treffen we de grootste groep aan, te weten het eigentijds-religieuze wonderverhaal. Met de mengvorm meegeteld beslaat dit type meer dan 60% van de wonderverhalen.

Kenmerkend voor een wonderverhaal met een klassiek-religieus interpretatiekader is dat volgens de verteller een optreden of ingrijpen plaats vindt van God. Het bestaan van God en de verwachting dat God wonderen kan verrichten zijn hier al vooraf gegeven, een veronderstelling die uiteraard niet alleen in het christendom, maar ook in het jodendom, de islam of andere religies bestaat. In deze collectie is het echter voor het merendeel een katholiek wonderverhaal. De wonderen die plaatsvonden worden dan ook in veel gevallen aan Jezus, Maria, heiligen en engelen toegeschreven. Verder zijn er in dit type verhaal meestal verwijzingen naar een religieuze setting of context: er is sprake van een religieuze leider of voorganger, van een kerk, een kapel, een bedevaartsoord, of een hoekje thuis met een heiligenbeeld. In veel gevallen wordt dit wonder voorbereid of afgesmeekt door een pelgrimstocht, een belofte, een serie gebeden (b.v. een noveen) of het branden van een kaars.

Niet-religieus referentiekaderVoorbeeld: Een vrouw erft 75 euro van haar overleden ome Ko. Wanneer zij met dat geld iets gaat kopen, krijgt zij als wisselgeld een briefje van 10 euro terug. En daarop staat tot haar grote verbazing geschreven:´ veel plezier ermee, ome Ko.´(KRO-brieven dossiernr. 412) Wonderen die worden verteld vanuit een niet-religieus interpretatiekader zijn een bijzonder verschijnsel. Het ervaren van een wonder veronderstelt niet noodzakelijk een religieuze grondhouding: je hoeft niet gelovig te zijn om een wonder mee te maken! Inhoudelijk bestaan ze uit een hoge mate van toeval of een onverklaarbare samenloop van omstandigheden. Dit type wonderverhaal wijkt qua structuur en vorm nogal af van de twee andere typen: er is wel verbazing en verwondering, maar vrijwel geen schroom om de gebeurtenis te vertellen. Bij dit type verhaal zit vaak geen nadere of diepere duiding en er worden ook vrijwel geen effecten van beschreven of persoonlijke consequenties uit getrokken. In de helft van de gevallen betreft het hier reddingsverhalen of het terugvinden van personen en voorwerpen. We vinden hier geen contact met een andere werkelijkheid, vrijwel geen verschijningen, geen mensen die zelf bijzondere gaven hebben en weinig genezingen, en zeer weinig contacten met dierbare overledenen.

Interpretatie: Geloof hechten aan wonderverhalen

Bijna 80 % van de wondervertellers hanteert geen klassiek-religieus referentiekader. Het ervaren van wonderen is dus grotendeels los komen te staan van kerkelijke of andere klassieke religieuze instituties. Dat is geen opzienbarend nieuws, want het sluit goed aan bij de resultaten van recent godsdienstsociologisch onderzoek, dat momenteel nog maar een derde van de Nederlanders zich tot een kerkgenootschap rekent. Maar dat de rol van de gevestigde religieuze instellingen bij het ervaren en interpreteren van wonderervaringen in het dagelijks leven zo klein is geworden, geeft wel extra te denken. Je zou verwachten dat juist bij wonderervaringen, die vaak van grote persoonlijke betekenis zijn en die zo sterk met vragen van dood en leven en zingeving van het bestaan te maken hebben, deze kloof minder groot zou zijn. Het omgekeerde blijkt dus het geval. Speelt hierin mee dat de gevestigde kerken gewoonlijk niet zoveel geloof hechten aan dit soort persoonlijke en kleinschalige wonderverhalen, of is het eerder zo dat de vertellers al bij voorbaat weinig geloof hechten aan wat de gevestigde religieuze instituties over hun wonderervaring zouden kunnen zeggen?

Volgens mij ligt hier niet alleen een kans maar ook een opdracht voor de christelijke kerken en de andere gevestigde religieuze gemeenschappen. Zij kunnen voor het coachen van hedendaagse wonderervaringen aansluiten bij de schat aan wonderverhalen uit hun eigen tradities. Belangrijk lijkt me daarbij dat zij niet de waarachtigheid of de wetenschappelijke onverklaarbaarheid van wonderen voorop zetten, iets wat vooral in de rooms katholieke kerk in de afgelopen twee eeuwen hoge vlucht heeft genomen, maar dat zij zich richten op de betekenis en het effect van de wonderervaringen.[14] Tot zover dr. de Korte.

Uit een ander onderzoek blijkt inderdaad dat het geloof in wonderen toeneemt, en tegelijkertijd de betrokkenheid bij kerk afneemt. Het is typerend dat juist onder jongeren (van 18-30 jaar) het ‘wondergeloof’ het sterkst is (46%). Verder blijken Protestanten meer in wonderen te geloven dan Rooms Katholieken en vrouwen meer dan mannen.[15]

Wonderen en de natuurwetten

Is dit een tv-programma louter voor goedgelovigen of bijgelovige mensen, uit op sensatie? Of is ons waarnemingsvermogen te beperkt en ons geloof vaak te klein?! Wij vertrouwen vaak op ons verstand, wat heel beperkt blijkt, en op onze vijf zintuigen, die echter zo gemakkelijk te misleiden zijn. Je kan tegen wonderen inbrengen dat natuurwetten onveranderlijk zijn. De Nederlandse joodse filosoof Spinoza[16] ’s argumentatie verloopt als volgt:

1. wonderen zijn schendingen van natuurwetten

2. natuurwetten zijn onveranderlijk

3. het is onmogelijk om onveranderlijke wetten te schenden

4. daarom zijn wonderen dus onmogelijk.

Zijn redenatie lijkt logisch maar klopt toch niet. Dat natuurwetten onveranderlijk zijn, is een axioma, een onbewezen grondregel. Natuurwetten veroorzaken in feite niets, maar beschrijven slechts datgene wat regelmatig in de natuur gebeurt. Is het onze kennis of juist onze onwetendheid dat van een gebeurtenis een wonder maakt? De wetenschap heeft niet de absolute waarheid in pacht. Het is waar totdat of tenzij het tegendeel blijkt.

Als je gelooft dat God, de Schepper is en dus almachtig is, dan zijn wonderen zonder enig probleem niet slechts mogelijk, maar vanzelfsprekend. Zonder moeite kan God veranderingen aanbrengen aan zijn door Hemzelf geschapen natuur(wetten), bijvoorbeeld aan de zwaartekracht, zoals Jezus die over het water liep en zijn Hemelvaart.

Wereldbeeld

Geschieden wonderen alleen bij goedgelovige of bijgelovige, dus domme mensen, maar passen niet bij goed opgeleide moderne westerse mens? Ons wereldbeeld is een gesloten systeem van door ons doorgronde wetten en gebeurtenissen, waarin voor het bovennatuurlijke geen plaats is. Geloven dat het fysieke universum gesloten is en dat er daar buiten niets bestaat, getuigt van een gesloten wereldbeeld dat is als een gesloten kartonnen doos. Daartegenover kun je geloven dat er inderdaad een fysiek universum bestaat, maar dat dit open is en dat daarbuiten iets is wat we God noemen. God heeft die ‘doos’ geschapen. Hij kan als het ware zijn hand in deze doos steken en iets daarbinnen veranderen. Zulke dingen noemen we wonderen.17] [Anders gezegd: als een grote componist heeft God de vrijheid om zijn eigen muziekregels te doorbreken. God is soeverein, vrij om te handelen en geen prutser zodat Hij genoodzaakt zou zijn om ontsporingen door wonderen recht te zetten.

Voor ons westerlingen is het wellicht vreemd, maar de wereld blijkt groter dan het eenzijdig ontwikkelde westen. In Azië en Afrika bijvoorbeeld blijkt men vanzelfsprekend rekening met het bovennatuurlijke te houden. Wij, ‘nuchtere’ westerse mensen, hebben echter meestal een zogenaamd ‘gesloten wereldbeeld’ en missen een antenne voor het spirituele. In dit alles is het belangrijk om onze vooroordelen te onderkennen. Toen de koning van het warme Siam van de Nederlandse ambassadeur vernam dat water in Holland bevriest en zo sterk wordt dat het een olifant kan dragen, kon hij dat eenvoudigweg niet geloven. Dat was in zijn belevingswereld nog nooit vertoond, dus…

De bijbel en de christelijke kerk hebben niet het alleenvertoningsrecht op wonderen. Gebedsgenezing in de islam is razend populair.[18] Verschijnselen als medicijnman, sjamaan, witte en zwarte magie, enzovoort geven geen zielig bijgeloof weer, maar duiden op een voor ons onzichtbare maar toch werkelijk werkzame wereld. Alle wonderloochenaars ten spijt: uit de klassieke oudheid, de eerste eeuwen, de Middeleeuwen, de rooms-katholieke wereld (Lourdes) als ook de protestantse waaronder de pinksterbeweging, zijn wonderen bekend.[19] Er schijnen meer christenen te zijn die erkennen dat vroeger, in bijbelse tijden, wonderen geschieden dan gelovigen die erkennen dat wonderen nu nog steeds voorkomen. Kerkvader Augustinus heeft ook eerst verkondigd dat wonderen na de tijd van het Nieuwe Testament niet meer nodig zijn. Maar aan het eind van zijn leven is hij tot inkeer gekomen en heeft nog zo’n zeventig genezingswonderen zelf meegemaakt.[20] De Amerikaanse theoloog B.B. Warfield beweerde dat bovennatuurlijke gaven beperkt waren tot de apostolische tijd.[21] De Scofield Bible die de bedelingenleer of dispensatieleer aanhangt, onderstreept deze mening. Maar wonderen blijken echt in allerlei tijden (Oude en Nieuwe Testament, kerkgeschiedenis tot en met de recente zendingsgeschiedenis) en op allerlei plaatsen voor te komen[22]. Is de bijbel door die wonderen wel geloofwaardig?

Wonderen in de bijbel

In de bijbel vinden we nogal wat wonderen, die ook wel tekenen (bewijs van Gods macht) of krachten worden genoemd.Wonderen horen bij de manifestatie van het koninkrijk van God. Het doel van die wonderen is theologisch, beter theo- of christocentrisch. De bewering dat de bijbel vol staat met wonderen is ongenuanceerd. Zuivere objectiviteit bestaat niet. Bij geschiedschrijving is weergave van de naakte feiten essentieel. Gods woord is heel sober in de beschrijving van wonderbaarlijke gebeurtenissen. Er staan wel veel wonderen in, maar er zijn ook eeuwen dat er schijnbaar niets spectaculairs gebeurt. Naast de wonderbaarlijke schepping zien we vooral wonderen rond het heilshistorisch handelen van God rond de uittocht (exodus), de profeten Elia en Elisa en het optreden, zijn komst en straks wederkomst van de Here Jezus. Marcus wijdt 209 van de 666 verzen (31%) aan wonderen, terwijl Johannes slechts zeven wonderen noemt. Wie vooral spektakels en sensatie in de bijbel zoekt heeft er nog niet veel van begrepen. Die wonderen, tekenen en krachten zijn een manifestatie en bewijs van Gods macht en een meer specifiek bewijs van de goddelijkheid van Jezus. Waar Gods koninkrijk in de zending baan breekt, speelt zich een confrontatie tussen de machten af. Logisch dat we in zulke situaties vaak lezen van wonderen. Sommige charismata of geestesgaven zijn wonderbaarlijk. Patiënten genezen wonderbaarlijk na gebed en de ziekenzalving. Steeds meer christenen erkennen dat de zogenaamde streeptheologie onhoudbaar is. Alle gaven waren niet slechts voorbehouden aan bijbelse tijden. Toen Jezus zijn discipelen ter navolging van Hemzelf erop uit stuurde, waren wonderen op z’n zachts gezegd onvermijdelijk[23]. Wonderen zijn voorproefjes van het koninkrijk van God wat er al is, maar wat vooral ook nog moet komen. Bij ernstige problemen kun je zo verlangen naar wonderen, naar een toverstafje. Maar dat komt alleen voor in een sprookje. Of toch niet? Beroemd is de staf van Mozes (Ex.17), minder bekend is de staf van een engel die de richter Gideon ontmoette (Richt. 6:21). Vaker zullen we echter moeten accepteren dat we nog in een gebroken wereld leven, waar lijden eerder regel dan uitzondering is.

De bron

Kritiekloos alle wonderverhalen als waar accepteren getuigt van naïviteit.Goochelaars doen alsof ze onmogelijke wonderen verrichten door snelle handigheidjes en gezichtsbedrog. Deze trucs zijn verklaarbaar, onschuldig en na oefening te imiteren.

Er blijkt een geestelijke, voor mensen meestal onzichtbare, maar toch reële wereld te zijn, die nog wonderbaarlijker dan de zichtbare wereld is. Joden, christenen en moslims (om niet meer te noemen) zijn overtuigd van het bestaan van engelen. Jezus bevrijdde mensen die door demonen waren bezetenen. Niet alleen in de Bijbel nemen mensen abnormale of paranormale gebeurtenissen waar. Niet alles wat paranormaal is komt automatisch van God! Gods tegenstander (= satan) is eveneens in staat om verbazingwekkende wonderen te verrichten. Financieel gewin, manipulatie door macht, grensloze fantasie en moedwillig bedrog kunnen ten grondslag van zogenaamde wonderen liggen. Zo blijkt een beroemd verhaal van de engelenwacht rond ds. Smijtegelt echter toch niet echt gebeurd te zijn.[24]

Niet al het onverklaarbare getuigt dus van goddelijke activiteit. Satan, de aap van God, imiteert alles wat waardevol is, dus ook wonderen. Zo is het een historisch feit dat het spreken in tongen en profetie in heidense kringen bekend waren, al vóór het begin van onze jaartelling. Menselijke glossolalie en goddelijke tongentaal kunnen en moeten onderscheiden worden.[25] Indien het spreken in vreemde talen een activering van de Mariaverering en een intensere beleving van de eucharistie oplevert, is niet de heilige Geest de bron. Aan de vruchten kent men de boom. Er is sprake van sensationele schijngenezingen, in feite bedrog dus. Sommige zogenaamde ‘genezers’ misleiden bewust het publiek vanwege het geld en/of aanzien. Denk bijvoorbeeld aan de tovenaars aan het hof van farao, die ook stokken in slangen konden veranderen (Ex. 7:11,22, 8:7,8). De zonen van de Farizeeën (Mat. 12:27, Luc. 11:19), Simon de magiër (Hand. 8:9-24) en Elymas (Hand. 13:8-12) verrichtten wonderen, maar niet met God als bron.[26] Als satan zijn ‘diensten’ aanbiedt (zwarte of witte magie, spiritisme, occultisme, astrologie, enz.), zit er altijd een giftige adder onder het gras. Zijn slogan is ‘koop nu, betaal later’. Het bijbehorende forse prijskaartje zit er stevig aan vast.

Menig alternatief therapeut zal belijden een bepaalde gene­zingscapaciteit van God te hebben ontvangen, maar heeft grote moeite om de naam van de Here Jezus Christus uit te spreken, laat staan om Hem te aanbidden. Als iemand daarentegen van harte belijdt dat Jezus Heer is, is dat de goede basis en dan natuurlijk niet een zelf-bedachte Jezus, maar de Here Jezus uit Gods woord. Iemand kan oprecht bezig zijn, maar toch in strijd met Gods woord handelen. Niet het "Here Here" zeggen, maar het doen van de wil van de Vader is beslissend, (zie Matt.7:21, 23:3).

Vijftien ‘wonderstellingen’

1. Het staat God altijd vrij om een wonder te doen of niet, Hij is immers God en dus soeverein. De Wonderdoener, de Gever is nog altijd meer dan het wonder en de gave. God kan alles wat Hij wil, maar God wil niet alles wat Hij kan. Hij is oneindig veel meer dan slechts een wegenwacht voor pechgevallen of sinterklaas die de lijstjes moet vervullen. Dat God onveranderlijk is, wil niet zeggen dat Hij altijd op dezelfde wijze optreedt. Staar je nooit blind op slechts één manier van redding (het water van Betesda dat sporadisch geneeskrachtig werd, Joh. 5:1-9), maar richt je altijd op Jezus. Als je (nog) geen wonder hebt beleefd, kan je God niet dwingen of omkopen om wel een wonder te doen.

2. Wonderen zijn nooit een doel op zich maar een middel. De bedoeling van een wonder is dat je tot geloof komt (Joh. 2:11, 4:53, 7:31, 11:45, 20:29-31, Hand. 9:35, 42, 13:12) of

dat je God gaat verheerlijken (Mat. 9:8, 15:31, Marc.2:12, Luc. 5:25,26, 7:16, 13:13, 17:15, 18:43, 19:37, Joh. 11:4, Hand. 19:17), ter bevestiging van Gods dienstknecht. (Ex.4:5)

3. Wonderen kunnen je sterk bemoedigen, zoals na de opwekking uit de dood van Eutychus (Hand. 20:12) of na de dood van Jezus. De opdracht was om vissers van mensen te worden. Ter bemoediging weer een wonderbare visvangst (Joh. 21:1-11).

4. Geloof van de patiënt, en/of de omstanders en/ofde genezer is vaak een voorwaarde voor een wonder (Mat.8:13, 9:2, 22, 27-31, 13:58, 15:28, 17:20, 21:21, 22, Marc. 2:5, 4:40, Hand. 3:16, 14:9, enz..)

5. Wonderen kunnen anderzijds nauwelijks indruk maken: valse profeet werd als straf met blindheid geslagen, toch maakte juist het Woord nog meer indruk (Hand. 13:12).

6. Wonderen geven geen garantie dat men gaat geloven: (Mat. 11:20-23, Marc. 6:52, Luc.10:13, 16:30, 22:51,54, Joh. 12:37, Hand. 2:22,23) Ontelbare mensen hebben immers zelf gezien hoe de Here Jezus patiënten genas en zelfs gestorvenen uit de dood opwekte, maar desondanks geloofden velen toch niet in Hem.

7. Wonderen zijn niet bedoeld om aan de sensatiezucht van de mensen te voldoen. Jezus gaf Zich absoluut niet als amusante tovenaar uit (Mat. 12:38, 16:1-4, Marc. 15:32, Luc. 4:23-30, Joh. 2:18).

8. Een wonder van God is een werking van genade, dus letterlijk gratis of onbetaalbaar en zonder negatieve bijwerkingen. Door genadegaven worden soms wonderen verricht, maar dat is dus geen menselijke verdienste. Gehazi heeft deze les door schade en schande moeten leren (2 Kon. 5). Zie ook Hand. 3:6, 20:33, 16:16.

9. Het is niet minder een wonder als iemand tot geloof in de Here Jezus als Heiland komt, of als een gelovige patiënt, die niet is genezen, toch vrede, blijdschap en geduld heeft. In alle omstandigheden is de genade van de Heer genoeg (2 Kor. 12:9).

10. Het streven naar wonderen, als bewijs van geestelijk leven, is niet Gods wil. De Joden verlangen tekenen, de Grieken zoeken wijsheid, maar wij prediken de gekruisigde Christus. (1Kor. 1:23). Wonderen en tekenen volgen (Marc. 16:17), dus ga ze niet achterna.

11. Wonderen doen is geen ultiem bewijs van geheiligd geestelijk leven. Jezus distantieert zich van profeten, exorcisten en andere geestelijke krachtpatsers, omdat deze niet door de enge poort zijn binnen gegaan (Mat. 7:13-23). Valse broeders, valse profeten, valse leraars, valse getuigen en valse messiassen zijn helaas een gegeven. Omdat kaf en koren vermengd opgroeien, is toetsen van bovennatuurlijke fenomenen dus echt noodzakelijk.

12. Wonderen kunnen goed samen gaan met de niet spectaculaire weg van de natuurlijke geleidelijkheid. Gewone medische zorg is voor een christen goed acceptabel. Lucas was immers een gewaardeerde arts (Kol. 4:14). Zie ook het apocriefe boek Jezus ben Sirach 38:1-16.

13. Wonderen zijn bedoeld als een bevestiging van Jezus de Christus , zijn volgelingen (discipelen, later apostelen) en een voorproefje van het zich baanbrekende koninkrijk van God (Mat. 10:7, 11:12, 8, 12:28).

14. Wonderen rationeel controleren is een legitieme zaak (Mat. 8:1-4, Lev. 14:1-32, Marc.1:40-45, Luc. 5:12-16).

15 Wonderen zijn niet altijd gegarandeerde werkingen van God. Satan is een meester-imitator. Zie teksten hierboven.

Laten we dus op onze hoede zijn, niet alles bij voorbaat sanctioneren, maar evenmin te klein van God denken!

 

drs. W.J.A. Pijnacker Hordijk

 



[1] drs. Piet Guyt, Is “Een Cursus in Wonderen” uit God of niet? Promise juli 2000, pp. 3-12, ook te vinden op www.stichting-promise.nl .

[2] Enkele gidsen in het schemerige land:

* drs. E.C. van Balen en anderen, Mag ik alternatief behandeld worden? (Leiden: Groen & Zoon, 1993), 278 pp.

* Gerard Feller en anderen, Tovenaars van de 20e en 21e eeuw Gezondheid en de ‘new age’ Een kritische behandeling van “moderne” alternatieve therapieën (Hoornaar: Gideon, 1995), 288 pp.

* dr. W.J. Ouweneel, Het domein van de slang christelijk handboek over occultisme en mysticisme (Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1982), 400 pp.

* Derek Prince, Toetsing van wonderen & tekenen Bescherm je hart tegen misleiding (Beverwijk: DPM Nederland, 2e druk 2006 volledig herziene versie)

* Bram Krol, Aangetrokken tot het wonderlijke Nieuwe ontwikkelingen in de charismatische kring (Hoornaar: Gideon, 1997)

* drs. W.J.A. Pijnacker Hordijk, Toetst Alles Waarheid en leugen in de christelijke gemeente (Heerenveen: Barnabas, 1999)

[3] J.H. van Bemmel hoofdstuk 16: Een wereld vol van wonderen uit En God beschikte een worm Over schepping en evolutie, Onder redactie van Cees Dekker, Ronald Meester en René Woudenberg (Kampen: Ten Have, 2e druk mrt. 2006)

[4] C.J. Collins, Science and Faith: Friends or Foes? (Wheaton: Crossway, 2003), hst.11, geciteerd in Cees Dekker, René van Woudenberg en Gijsbert van den Brink (red.) Omhoog kijken in platland (Kampen: Ten Have, 2007) hst. 9; De lange schaduw van David Hume: wonderen en wetenschap, p. 190

[5] Hedendaagse opstandingen uit de dood in de literatuur:

* Douglas Mc Bain, Discerning the spirits (London: Marshall Pickering, 1986), pp. 35, 65, 69

* Theanne Boer, Omega –verhalen uit de bovennatuurlijke werkelijkheid (Kampen: Kok/Voorhoeve, 1997), pp.105-108

* Ds. Reinder Bruinsma, Wonderen –wat kunnen christenen daar nog mee? (Kampen: Kok: 1991) pp. 82, 83, 92

* Betty Heynis, Omega –wonderen in deze tijd (Kampen: Kok/Voorhoeve, 1996), pp. 116-127

* Dr. Kurt E. Koch, God onder de Zoeloes – opwekking in Zuid Afrika (Heerlen: de Stem, 1976 (?)), pp. 163-168

* Dr. K.J. Kraan, opdat u genezing ontvangt Handboek voor de dienst der genezing (Hoornaar: Gideon, 1e druk 1973, 3e druk 1974), pp. 362-367

* René Monod, De bidders van Korea de geschiedenis van de Koreaanse opwekking (Groede: Pieters BV / Zeist: st. De ondergrondse Kerk, zj) p. 34 ISBN 90.6085148 X Of (Amsterdam-2 : Internationale raad van Christelijke Kerken, 1972), p. 19

* Jan Pit, Nooit keer ik terug (Hoornaar: Gideon, 1980), pp. 81-88

* Thelma Sangster, De verscheurde sluier, (Hoornaar, His Printing, 1e druk 1987, 5e druk 1996) Originele titel: * * The Torn Veil (England: Marshall Morgan & Scott Publications Ltd, 1984), pp. 113-122

* C. Peter Wagner, How to have a healing ministry without making your church sick (Eastbourne: Monarch Publications, 1988), pp. 71, 74, 80, 141, 142, 172-178

* John Wimber, Een koninkrijk van kracht –evangelisatie door wonderen en tekenen (Hoornaar: Gideon: 1986), pp. 179, 183, 188. 202

* ?, Kinderen van Ismaël, ( Rotterdam/ Den Haag: Christelijke Uitgeverij Initiaal, Amsterdam: Arabische Wereld Zending, 2002) vertaald uit het Engels ‘The Children of Ishmael’ (z.j.) pp. 184, 185

[6]Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse Taal, drs. T. den Boon en prof. dr. D. Geeraerts (Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie, 2005), deel 3, p. 4174

[7] Yvon Jaspers, werkzaam bij de KRO

[8] Wonderen passen bij postmoderen, Prof. Dr. Hyme Stoffels in Trouw, 23-2-2002

[9] Br. G. Winston, cursus De Pinksterbeweging, p. 2

[10] prof. dr. L.J. van den Brom, natuurkundige en theoloog aan de faculteit godsdienst van de rijksuniversiteit Groningen

[11] David Hume, Enquiry Concerning Human Understanding and Concerning the Principles of Morals (1748), geciteerd in Cees Dekker, René van Woudenberg en Gijsbert van den Brink (red.) Omhoog kijken in platland (Kampen: Ten Have, 2007), p hst.9; De lange schaduw van David Hume: wonderen en wetenschap, 182 David Hume leefde van 1711- 1776.

[12] Wonderen Wat kunnen christenen daar nog mee? Ds. Reinder Bruinsma (Kampen: Kok, 1991), pp. 17-22

[13] http://www.feeds4all.com/item.aspx?ItemID=15071537&Page=15

[14] http://www.luce.nl/publicaties/sd902

[15] Wonderen hebben de wind mee, Cor van Santen, over het onderzoek van de godsdienstsocioloog prof. dr. Hijme Stoffels, Algemeen Dagblad, 23-2-2002

[16] Baruch (Benedictus) de Spinoza [geboren 1632 te Amsterdam en vermoord in 1677 te Scheveningen], was een Joodse pantheïst, die door mede-joden werd geëxcommuniceerd en zelfs vervloekt. Hij veronderstelde dat veel wonderverhalen later aan de bijbeltekst zijn toegevoegd. Andere bijbelverhalen zouden niet letterlijk, maar eerder symbolisch moeten worden opgevat en wellicht natuurlijk verklaard kunnen worden. Wonderen Wat kunnen christenen daar nog mee? Ds. Reinder Bruinsma (Kampen: Kok, 1991), p. 16

[17] Naar seminarieprofessor Ronald Nash. Norman L.en Frank Turek, Ik heb te weinig geloof om een atheïst te zijn (Amsterdam: Ark boeken, 2006), pp. 253, 254

[18] ‘Meestal gaan mijn cliënten weer gezond naar hun huis”vreemde genezingen door charismatische moslims. Sjeik Mohammed Abdel Wahid en sjeik Mohammed Khalil uit Cairo. Reformatorisch Dagblad, 7-5-1993

[19] Wonderen Wat kunnen christenen daar nog mee? Ds. Reinder Bruinsma (Kampen: Kok, 1991), pp. 30-43

[20] Wonderen, Gert-Jan Schaap, interview met dr. M.J. Paul, bijlage Visie 11, maart 2006, p. 5, 6

[21] Een koninkrijk van kracht evangelisatie door tekenen en wonderen, John Wimber, (Hoornaar: Gideon, 1986), p. 138

[22] Een koninkrijk van kracht evangelisatie door tekenen en wonderen, John Wimber, (Hoornaar: Gideon, 1986), pp. 138-140, 178-203; Wonderen Wat kunnen christenen daar nog mee? Ds. Reinder Bruinsma (Kampen: Kok, 1991), pp. 30-41; George Mallone, Those Controversial Gifts, Prophecy Dreams Visions Tongues Interpretation Healing, (Londen / Sydney/Auckland/Toronto: Hodder and Stoughton, 1983), pp .96-114; C. Peter Wagner, How to have a healing ministry without making your church sick (Eastbourne: Monarch Publications, 1988), pp.68-90

[23] Marc. 16: 15-18, Mat. 10 (:8), Joh.14:12, 1Kor. 12, 14, enz.

[24] K. van der Zwaag, “Geloof maakt onderzoek niet overbodig”, conclusie van prof.dr. F.A. van Lieburg in het Reformatorisch Dagblad 26-2-2002

[25] B.L. Bresson, Studies in Ecstacy (New York: Vantage Press, 1966) en dr. Raymond T. Brock, De therapeutische waarde van het spreken in tongen, deel I terreinverkenning, Parakleet 65, 1e kwartaal 1998, pp.15, 17

[26] Wonderen die God niet als bron hebben worden verder genoemd in Mat. 24:24, Marc. 13:22, 2 Tes. 2:9, Openb. 13:3-14, 16:14, 19:20.

Categorie: Gezondheid & Bijbel