Wandelen in Christus

WANDELEN IN CHRISTUS

over geloof, twijfel en ongeloof

Hier volgt een pastorale handreiking over de moeiten die we kunnen ervaren in het wandelen met Christus. In menig pastoraal gesprek komt twijfel naar voren als onderdeel of uitvloeisel van een andere problematiek. Soms hebben mensen geen hoop meer dat het met hen zal goed komen, omdat ze 'twijfel' verwarren met 'ongeloof'. Hoewel beide begrippen nauw met elkaar te maken hebben, kan het zeer verhelderend werken om toch een nuancering aan te brengen en tegelijkertijd te zien hoe bemoedigend Gods Woord spreekt over hen die twijfelen.

In dit artikel reikt de schrijver een aantal eenvoudige schema's aan, die inzicht geven in het ontstaan van twijfel en ongeloof en de weg terug naar het geloof in Jezus Christus.

Geloof. Wat is dat?

Wie kent niet de belijdenis van Thomas, in de volksmond 'ongelovige Thomas' genoemd: "Mijn Here en mijn God". Hoewel twijfel en ongeloof Thomas van zijn stuk hadden gebracht (Joh.20:24-25), was hij nu toch in staat deze woorden uit te spreken. Zijn belijdenis was een teken van zijn geloof in de opstanding van Christus. Toen hij de verse wonden zag in Zijn levend Lichaam, dat vlak daarvoor nog van het kruis was gehaald en begraven, kwam hij tot geloof. De Here Jezus zegt echter tegen Thomas: "Omdat gij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven!". (Joh.20:24-30).

De schrijver van de HebreeÎnbrief druk het later zo uit: "Geloof is de zekerheid der dingen die men hoopt en het bewijs der dingen die men niet ziet". (Hebr.11:6). Dit geloof is de basis van ons christen zijn:
"Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen in het geloof". (Rom.5:1-2). In mijn eigen (gebrekkige) woorden zou ik het geloof zo formuleren: "In vertrouwen aannemen dat we door het volbrachte werk van Jezus, toegang hebben gekregen tot God en verwachten dat God het is, die het in je leven zal maken".

Dit geloof is echter niet iets vanzelfsprekends. Dat gaat door twijfel en aanvechting heen. Daarin moeten we eerlijk zijn (vgl. Hand.14:22, Judas 1:22 en Mat.11:2-6). Alleen dan kunnen we elkaar vertroosten en bemoedigen.

Twijfel en Ongeloof. Wat is dat?

Pastoraal gezien lijkt het mij van belang om onderscheid te maken tussen twijfel en ongeloof. Dat is niet eenvoudig, want in de praktijk kunnen ze heel dicht bij elkaar liggen. We kunnen twijfel en ongeloof het beste definiÎren als we vertrekken vanuit het geloof. Geloven heeft te maken met wat staat in Kol.2:6-7: "Nu gij Christus Jezus den Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem, geworteld en dan opgebouwd wordend in Hem, bevestigd wordend in het geloof, zoals u geleerd is, overvloeiende in dankzegging".

a) Als 'bevestigd worden in het geloof' hoort bij het in de Here Jezus wandelen, dan kun je twijfel vergelijken met een struikelen in je wandel met de Here Jezus. Je raakt uit je evenwicht. Twijfel is een geloofsonrust. Judas, de broer van Jakobus, verbindt aan twijfel het beeld van iemand die kan struikelen. "En weest ook barmhartig jegens sommigen, die twijfelen... Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden..." (Judas 1:22, 24)

b) Ongeloof gaat een stap verder dan twijfel. Ongeloof is geen struikelen in je wandel met de Heer, maar een bewust stoppen met je wandelen met de Here Jezus. Ongeloof is een eigenschap van de wil, die weigert in te gaan op de voorrechten, die zijn gecreÎerd door het verzoenend sterven van Christus.

Hoe twijfel en ongeloof kunnen ontstaan

In het pastorale gesprek is het belangrijk om te zien op wat voor terrein de twijfel of ongeloof ontstaat. Hoewel de praktijk uitwijst dat er overlappingen zijn - het ÈÈn vloeit vaak uit het ander voort - kan het zeker handvaten geven voor een concrete bemoediging of aanbeveling. Hier volgen enkele gebieden:
a) Geen zekerheid van eeuwig leven.
Het geloof, dat je in je kinderjaren hebt meegekregen, is nooit gevolgd door een persoonlijke keuze om de Here Jezus in je leven toe te laten. Twijfel aan je behoud staat bijna altijd in relatie tot ÈÈn van de onderstaande gebieden.

 

b) Zonden.
Er kan geloofsonrust ontstaan, doordat we een specifieke zonde of schuld, die macht in ons leven blijft uitoefenen, niet bij de Here Jezus brengen, Die in staat is ons daarvan te reinigen. Zonden die we niet willen opgeven gaan tussen God en ons instaan en geven tenslotte verwijdering. Ongeloof ligt dan op de loer.

 

c) Niet vergeven.
Niet vergeven leidt tot bitterheid of wrok. Volgens Matte¸s 6:15 wordt hierdoor het contact met God vertroebeld. Gevoelens en gedachten gaan een eigen leven leiden. Het zicht op God verliezen gaat vaak gepaard met twijfel en kan overgaan in ongeloof.

 

d) Tegenkrachten.
Twijfel kan aangewakkerd worden door wat we te horen krijgen, zoals: "kun je bewijzen dat God bestaat?", "Is de Bijbel wel zo bijzonder?" of "Je legt jezelf allemaal beperkingen op". Dan kun je misschien gaan denken dat je in een fantasiewereld leeft.

 

e) Problemen.
Persoonlijke problemen, moeiten en lijden kunnen voeding geven aan twijfel, omdat we niet in staat zijn of weigeren onszelf en de manier waarop we omgaan met hetgeen ons overkomt, op een doeltreffende manier te onderzoeken in het licht van Gods Woord en Zijn Geest.

 

f) Vermoeidheid.
Soms ontstaat twijfel door geestelijke vermoeidheid. Je kunt zo druk met van alles en nog wat bezig zijn, dat je lichamelijk en geestelijk vermoeid raakt of in een depressieve sfeer terecht komt.

 

g) Omgang met God.
Twijfel en ongeloof kunnen ontstaan, doordat we weinig of geen tijd nemen in onze omgang met God. Hierbij kun je denken aan: bijbel lezen, bidden, de kerk/ gemeente bezoeken en je gaven in de praktijk brengen.

 

h) Teleurgesteld in God.
Twijfel en ongeloof kunnen ons overvallen als onze eigen verwachtingen en opvattingen niet overeenkomen met de handelwijze van God. Hierbij kun je denken aan 'onverhoorde' gebeden of God alleen als een toornige God kunnen zien.

 

i) Teleurgesteld in het leven.
Twijfel kan ontstaan tijdens zware tegenslagen, zoals het sterven van een goede vriend of het kapot gaan van een relatie, waar je alles van verwachte. Je kunt je afvragen waarom God dat heeft toegelaten.

Wat ongeloof en twijfel uitwerkt

Door te geloven wandel je in Christus. Door te twijfelen raak je gedesoriÎnteerd. Er komt ruis in je contactlijn met de Here. Er zijn dan twee mogelijkheden:

[1] je ziet dat je niet zonder Hem kunt en gaat het van Hem verwachten (= de geloofslijn oppakken);

[2] je blijft met jezelf bezig, je probeert het alleen te redden en zet God buiten spel (= handelen in ongeloof).

Ad.1) Twijfel geeft vaak een gevoel van hulpeloosheid en hopeloosheid. Kan God het wel maken in mijn leven? Is het wel allemaal waar wat er in de Bijbel staat? Je wordt op jezelf teruggeworpen. Wie kent niet van die momenten in zijn leven? Mijn ervaring is dat een dergelijke situatie vaak laat zien dat we het echt niet zonder God kunnen. Vanuit je hulpeloosheid ga je toch weer naar Hem toe. Het kan je bij de juiste gezindheid brengen, die zegt: "Here, ik kan het niet alleen. Ik heb U nodig. Laat mij weer zien wie U bent".

Dan zal de Here ook duidelijk maken wat je moet doen. Misschien moet je zonde belijden. Misschien moet je nieuwe prioriteiten stellen in je dagindeling. Misschien moet je iemand iets vergeven of maakt God je duidelijk dat je niet in je eentje moet geloven, maar dat je naar medegelovigen moet zoeken. Enz..

Ad.2) Vertwijfeling kan overgaan in twijfel en verworden tot ongeloof. Door te struikelen in je wandel met Hem, raakte je uit evenwicht, kwam te vallen, bleef liggen en nam je zo het besluit om je eigen boontjes te doppen. Dat is een klimaat om nog vaker te wankelen. Op deze manier blijf je in een klein kringetje ronddraaien en dat is een goede voedingsbodem voor het ontstaan van ongeloof. Jakobus waarschuwt dat wie op die manier twijfelt ook niets van God zal ontvangen (Jac.1:7). De HebreeÎnbrief vult daarop aan: "Zonder geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn" (Hebr.4:6). Samenvattend zou je kunnen zeggen dat het verschil in geloof, twijfel en ongeloof er in overtreffende trap als volgt uit ziet :

Geloof Twijfel Ongeloof
Overgave van mijn wil Onrust in mijn wil Weigering van mijn wil
In Hem wandelen Struikelen in mijn wandelen Zonder Hem willen wandelen

 

De Weg terug

Het is mijn verantwoordelijkheid om twijfel niet te laten opgaan in ongeloof. Mijn twijfel of mijn innerlijke verdeeldheid (vgl. Jac.1:8) mag mij duidelijk maken dat het noodzakelijk is weer in Hem, de Here Jezus, te gaan wandelenHere Jezus, te gaan wandelen. Zo kan ik mij weer wortelen in Hem en mijn geloof terug opbouwen (vgl. Kol.2:6).

In Christus wandelen is een uitdrukking van het feit dat Hij je volledig omringt. Je wordt volledig opgenomen in Zijn tegenwoordigheid. Met Hem, of naast Hem of achter Hem wandelen is niet voldoende. Alleen wanneer je IN Hem bent, kan God zich volledig openbaren. Buiten Hem loert het gevaar van de twijfel. Daarom is het Zijn verlangen dat je IN Hem gaat wandelen. Immers, In Hem is er geen spoor van duisternis (Joh.1:5-10).

Het volgende schema (figuur 2) laat op een eenvoudige manier zien dat er een weg terug is wanneer we twijfelen of ongeloof met ons meedragen.

Het belijden van zonde en schuld Het herstellen van mijn relatie met God Het onderhouden van Zijn wil
Rust in mijn wil Zijn wil zoeken Zijn wil tot uitvoering brengen
Het besluit om in Hem te willen wandelen Gaan leren hoe ik in Hem kan wandelen Volhardend in Hem blijven wandelen

Stap 1: Het besluit om in Hem te wandelen

Toen Petrus over de rand van de boot stapte, terwijl de golven hoog opsloegen en hij over het water naar de Here Jezus liep, handelde hij in geloof. Maar toen hij zag op de barre omstandigheden, toen begon hij te zinken. Op dat moment greep Jezus hem bij de hand en zei: "Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen?" (Mat.14:31). Twijfel heeft met een klein geloof te maken. Het geloof is niet afwezig (wat bemoedigend is), maar ook niet voldoende om het hoofd boven water te houden. In dit schriftgedeelte geeft de Here naar mijn gevoel een negatieve lading aan de twijfel.

Aan de andere kant mag je weten, dat Hij je volledig serieus neemt en grote plannen met jouw leven heeft, ook als je nog midden in de twijfel zit. In dat kader vind ik de volgende gebeurtenissen enorm troostvol. In het Evangelie van Marcus lezen we dat de Here Jezus Zijn discipelen ongeloof en hardheid van het hart verweet, omdat ze niet in Zijn opstanding hebben willen geloven (Marc.16:14). En toch besluit Hij hen kort daarna de wereld in te zenden om het Evangelie aan de ganse schepping te verkondigen (Marc.16:15).

Zelfs wanneer de Here Jezus op het punt staat om naar Zijn Vader in de hemel te gaan, lezen we van Zijn discipelen in Mat.28:17: "En toen zij naar Hem zagen, aanbaden zij Hem, maar sommigen twijfelden". Maar ook hier weerhoudt dat Hem er niet van om onmiddellijk daarna het zendingsbevel uit te spreken (Mat.28:18-19). Hij geeft de Grote Opdracht op het moment dat sommige van Zijn discipelen twijfelen of ongeloof hebben laten blijken!

Het is waar wat in Hebr.4:15 staat: "Hij voelt met ons mee in al onze zwakheden." Ook onze twijfels horen daarbij. Er staat hier niet dat Hij ons dan terzijde schuift. Integendeel, dat blijkt ook wel uit het volgende vers, waarin de Here ons aanmoedigt om vrijmoedig tot Hem te komen, zodat Hij ons daadwerkelijk kan helpen: "Laten wij daarom vrijmoedig naar de troon van God gaan om van Hem genade te ontvangen; om hulp te krijgen, juist in die ogenblikken dat wij het moeilijk hebben" (Hebr. 4:16, Het Boek).

God vraagt dus van je om je twijfel in alle eerlijkheid voor Zijn troon te brengen. De apostel Jakobus wijst daarbij op het belang van het gebed temidden van de aanvechtingen (Jac.1:5). Alleen dan kun je licht en klaarheid brengen in je geloofsleven. Alleen dan kan God openbaren wat je van jouw kant moet doen om Hem te vinden en in Hem te wandelen.

Ik geloof dat het belijden van zonde en schuld een belangrijke plaats inneemt. Veel twijfel komt voort uit het aanhouden van zonde. Dýt moet in ieder geval beleden worden. Maar daarnaast is twijfel op zichzelf al een zonde (zie Rom.14:23). Ook dat zul je in alle eerlijkheid tegen God moeten zeggen.

Twijfel heeft vaak ook te maken met onvoldoende inzicht in de weg die God met je gaat (bijv. een moeilijke gebeurtenis niet kunnen plaatsen). Ook dan is het gebed weer een belangrijk middel om de twijfel te kunnen doorstaan (Jak.1:2-8). Bid God om inzicht en wijsheid in de weg die Hij met je gaat, zegt Jakobus. Dan zal Hij eenvoudigweg geven en zonder verwijt. Maar... doe het dan wel zonder te twijfelen. "Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende..." (zie vs. 5-6).

"Nu breekt mijn klomp", zul je misschien zeggen. "Maar dat is juist mijn probleem. Hoe kan ik bidden zonder te twijfelen als de twijfel juist mijn aanvechting is!". Dat lijkt inderdaad paradoxaal. Maar ik denk zelf dat Jakobus hiermee heeft willen aangeven dat je helemaal tot God komt of helemaal niet. Met andere woorden, je kunt niet half tot God komen. Het is het een of het ander. Je kunt bijvoorbeeld niet gaan bidden en tegelijkertijd niet met een zonde willen breken. Zo kun je ook niet bidden: "Heer, wilt u mij helpen om los te komen van mijn twijfel door..." en tegelijkertijd je twijfel blijven koesteren. Je moet er ook daadwerkelijk mee aan de slag. Dat is de twijfel waar Jakobus op doelt. Je kunt niet bidden en tegelijk blijven vasthouden aan je twijfel. Dan blijft die innerlijke onzekerheid en wordt je in je gevoel heen en weer gegooid, net zoals de golven in de zee een speelbal zijn van de wind. In zekere zin kun je dan wel bidden, maar denk dan niet dat je dan iets van God kunt ontvangen (zie vs.7-8).

Maar als ik als schrijver van dit artikel eerlijk wil zijn, dan moet ik zeggen dat ikzelf ook af en toe word geconfronteerd met het feit dat de ene helft van mijn hart met God mee wil gaan en de andere helft tegenspartelt. Is er dan nog wel hoop voor mij? Kan ik dan nog wel tot God gaan? Gelukkig mag ik volmondig zeggen: Ja, zeker weten! Want bidden tot God is naar Hem toe gaan met heel je hebben en houden. In alle eerlijkheid. Met al je twijfels en aanvechtingen. Net als de man uit Marcus 9, die tot de Here Jezus zei: "Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp" (vs. 24). Dan mag je tot God zeggen: "Hier ben ik Heer, neem mij zoals ik ben en verander mij naar Uw welbehagen". Eenmaal besloten om weer in Hem te wandelen, komen we bij de vraag: wat heb ik dan nodig?

Stap 2: Gaan leren hoe ik in Hem kan wandelen

We lezen in de Bijbel dat de Here Jezus eerlijke twijfel tegemoet treedt zonder veroordelend te zijn. Zo confronteerde de Here Jezus Thomas met bewijzen (de tekenen in Zijn Lichaam) toen hij twijfelde. En precies zo reageerde Jezus toen Johannes de Doper begon te twijfelen aan Zijn identiteit. "Johannes nu hoorde in de gevangenis de werken van de Christus en liet Hem door Zijn discipelen de vraag overbrengen: zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten?" (Mat.11:2-3)

Johannes had getuigd van het 'Lam Gods' dat de zonden der wereld zou wegdragen.. Hij had de wereld gewezen op Jezus, de Messias, die de dorsvloer zal zuiveren en het kaf zal verbranden met onuitblusbaar vuur (Joh.1:29; Mat.3:12)! En nu, zat hij al maandenlang in de gevangenis te wachten op de grote doorbraak van Zijn koninkrijk, een nieuwe samenleving! Vanuit zijn cel hoorde hij wel van de werken die Jezus deed, maar waarom gaf Hij steeds het verbod om dat niet openbaar te maken (vgl. Mat.8:2-4; 9:29-30; 12:15-16)?

Ik kan me zo goed voorstellen, dat er bij Johannes allerlei vragen opkwamen: waarom hield Hij zichzelf zo op de achtergrond; waarom openbaarde Hij Zichzelf niet als Hij werkelijk de Komende was, de Beloofde, op wie iedereen zo lang had gewacht; waarom deed Hij niets om het volk te bevrijden van de onderdrukking; waarom deed Hij niets om hem uit de gevangenis te bevrijden. Johannes begrijpt er niets van en stelt in vertwijfeling de volgende vraag aan Jezus: "Bent U het die komen zou of moeten wij op een ander wachten?". Het antwoord van Jezus geeft ons duidelijkheid op de vraag wat we nodig hebben om in Hem te wandelen. "Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het Evangelie" (Mat. 11:4-5).

Met informatie en feiten weerlegde Jezus de gedachten, die ten grondslag lagen aan Johannes' twijfel. Johannes wordt terugverwezen naar Gods Beloften. Dat is wat Jezus, naar mijn overtuiging, ook jou wil duidelijk maken (vgl. Ef.4:14 en Hebr.13:9). Klamp je vast aan de woorden en beloften van God, want 'nimmer zal het eeuwig Woord des Heren falen'. God doet wat Hij heeft gezegd. Hij zal je niet begeven en niet verlaten. Hij weet wat je aankunt en wat je nodig hebt. Hij zal dat duidelijk maken door Zijn Woord, door het persoonlijk en regelmatig gebed en door godvruchtige broeders en zusters in het geloof.

Het punt is echter dat we het vaak niet zien. En als we het zien, dan beseffen we vaak niet wat God daarmee werkelijk tot ons wil zeggen. Zo zag Johannes de werken die Christus deed (vs. 2), maar hij twijfelde omdat het niet overeenstemde met wat hij eigenlijk verwachtte. Ik denk dat, wanneer je in zo'n situatie zit, je daarom zou moeten oefenen in het luisteren naar Zijn beloften. Dat je leert ook in de kleine tekenen de grote daden van God te herkennen.

In de Bijbel, die als een spiegel voor ons innerlijk bedoeld is (Hebr.4:12-13), worden ons daartoe allerlei middelen aangereikt. Gods Woord leert je bijvoorbeeld hoe je je moet wapenen tegen terugkerende zonde (Ef.6:10-20); hoe je je geloofsleven kunt stimuleren (Fil.1:27-2:18); welke principes je moeten toepassen als je je denken wilt vernieuwen (Ef.4:17-32; Col.3:15-17); hoe je moet bidden (Jak.1:5-8); wat je moet doen om te vergeven en vergeving te ontvangen (Ef.4:32; 2 Kor.2:10; 1.Petr.2: 18-25); dat je actief bij de gemeente betrokken moet zijn (1 Kor.12:1; 1.Tim.3:15); enz..

Stap 3: Volhardend in Hem blijven wandelen

Johannes verwachtte meer dan dat Jezus deed. Trouwens, ook de overige discipelen hadden andere verwachtingen van Jezus (vgl.Mat. 16:21-26; Marc.16: 9-13). Ze worstelden in wezen met dezelfde vragen als Johannes. Wellicht was dat de reden waarom ze zelf niet in staat waren geweest om Johannes te bevestigen in zijn geloof in Jezus. Daarom eindigt Jezus in zijn antwoord aan Johannes met de woorden: "Zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt" (Mat.11:6).

Dat is wat hier gebeurde en wat ons ook kan overkomen. In je wandel met Hem kun je zelfs over de Here Jezus zelf struikelen, omdat je Hem totaal niet begrijpt. Zijn weg is soms zo anders dan onze weg (Jes.55:8-9). Ook in mijn eigen leven heb ik dat verschillende keren ondervonden. Dat is confronterend. In menig opzicht zelfs pijnlijk. Vaak heb ik gewacht op een Goddelijk ingrijpen van boven om mijn twijfel die daardoor ontstond, te overwinnen. En moest ik er tot mijn grote schaamte achterkomen, dat Hij gewoon op mij stond te wachten. Ook als ik val omdat ik mij heb gestoten aan Hem, dan loopt Hij mij nog niet voorbij, maar Hij wacht totdat ik opsta en mijn wandel in Hem kan voortzetten.

God is vaak verborgen bezig (Rom.11:23). Maar daarom mogen we nog geen aanstoot nemen aan Hem, want Hij laat zich vinden (Jes.55:6; Hebr.11:6). De weg van het geloof is dan weliswaar een van struikelen, vallen, opstaan en terugkeren. Toch zullen we op die weg een grote zegen ervaren, als we in vertrouwen en gehoorzaamheid volhardend blijven wandelen in Hem.

"Zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt". Jezus spreekt over Johannes een zaligspreking uit. Een woord van bemoediging temidden van de verdrukking: houd je vast aan mijn beloften. Gods weg is vaak een weg, die door diepten gaat. Misschien dat je anders zou willen, maar een andere weg is er niet (Hand.14:22; Joh.16:33). De kern van het geloof is, dat Jezus al die weg is gegaan. Hij heeft de weg voor jou persoonlijk reeds gebaand. Je hoeft niet ten onder te gaan in een zee van twijfel. Dat zou wel kunnen als je twijfel als excuus gebruikt om ongehoorzaamheid en zonde te rechtvaardigen. Maar het is niet nodig als je je vastklampt aan Hem. Hij is je baken temidden van ruwe stormen en je Leidsman ten leven.

Hij leert je hoe je wandelen moet (Kol.1: 9-13; Judas 1:24). Wees eerlijk in het tonen van je gevoelens en emoties. Laat Hem zien wat je bezig houdt. God zal je nooit vastpinnen op je twijfels. Hij voelt met je mee in al je aanvechtingen (Hebr. 4:15). We hebben gezegd dat twijfel kan overgaan in ongeloof. Dan besluit je te geloven wat je zelf ervaart, ziet en denkt. Maar we hebben ook gezien dat twijfel niet rampzalig hoeft te zijn. Integendeel, het kan zelfs voortkomen uit een diep geloof in wat God zal gaan doen (denk aan Johannes). In ieder geval is deze twijfel een teken van diepgang. Daarom, als je twijfelt, wil ik je bemoedigen. Blijf dicht bij Jezus. Blijf volhardend wandelen in Hem en je zult rijkelijk beloond worden (Jak.1:12; Col.1:11-12, 2.Tim.2:12a)!

Heer, soms ben ik zo vurig van geloof
en branden mijn lippen om van u te spreken.
Dan voel ik mij zo dicht bij U staan
en is Uw nabijheid als een warme deken
die mijn binnenste omhelst;
is Uw veilige aanwezigheid
als een hoopvolle ochtendgloed
in het koude duister van de nacht.

Maar Heer, soms raak ik zo verward
door de tegenslagen van het leven
en de vragen die opgaan in het al.
Raak ik verstrikt door de tweespalt
in mijn eigen wispelturig hart.
Voel ik de loden last en de engte
van het stalen harnas
die ik mijzelf heb aangemeten.

Heer, waarheen zal ik gaan?
Mijn ziel smacht zo naar de vervulling
en de zekerheid van uw bestaan.
Och, help mij toch geloven dat u er bent
en dat U de weg die ik moet gaan reeds kent.
Ik roep: mijn pantser smelt, ik zie U staan
als een Rots temidden van de branding
en ik mag weer weten: Mijn leven is in Uw hand.

Bart Broekman
Drachten, 1999

Promise januari 2000

Categorie: Specifieke pastorale onderwerpen