Psychotherapie contra pastoraat deel 3

PSYCHOTHERAPIE EN PASTORAAT (SLOT)

Onverenigbaar in de doelstellingen

Het doel van de verschillende therapeutische methodes wordt heel verschillend geformuleerd en weergegeven. De wetenschappelijke discussie over doelstellingen en waarde-oordelen bij therapeuten en cliÎnten is pas aan het eind van de 70-tiger jaren op gang gekomen en bevindt zich dus nog maar in een beginstadium.

De psycho-analyse

Omdat de psychoanalyse zich zeer sterk oriÎnteerde op het medisch - natuurwetenschappelijk denkmodel, werd daar nauwelijks gevraagd naar het doel. Wie lichamelijk ziek was, moest weer gezond gemaakt worden; hetzelfde gold voor de psychisch zieke. Zijn psychische gezondheid moest weer hersteld worden. Het doel was bereikt wanneer de ziekmakende symptomen waren verdwenen. Desondanks heeft Freud wel enige doelstellingen geformuleerd, zij het zeer algemeen. Bij hem ging het primair om het herstellen van de bekwaamheid om lief te hebben, maar ook om weer in staat te zijn om te werken en te genieten. Er is sprake van dat het gevoel van eigenwaarde van de patiÎnt moet worden versterkt.

Een zeer populair geworden uitspraak van Freud luidt: "Wo Es war, soll Ich sein." Het doel van de therapie is, dat er wat licht valt in het donkere onbewuste, zodat het 'Ik' een klein deel van datgene wat daarin verborgen is, zich actief kan toeÎigenen en onder rationele controle kan brengen van het bewustzijn. Deze doelstelling is natuurlijk toegesneden op de psychotherapie en kan alleen bereikt worden binnen deze context. De analytisch psychotherapeut gaat zodoende met uiterst vage doelstellingen aan de slag, eigenlijk alleen maar met de hoop, dat de patiÎnt na de therapie zich subjectief in ieder geval een stuk beter zal voelen. Dit gebrek aan een nauwkeurig geformuleerd doel ligt zeker ook geworteld in een methodiek, die vrijwel volledig georiÎnteerd is op het verleden.

In de 'Indivudual-psychologie' van Alfred Adler (1870) neemt daarentegen de verwerkelijking van levensdoelen juist een doorslaggevende plaats in. Het is de opdracht van de therapeut actief mee te werken in het zoeken naar zulke doelstellingen. Het hoofddoel van de therapie is gelegen in het ontwikkelen van een 'gemeenschapsgevoel' bij de client door het afbouwen van een ik-gerichte instelling ten gunste van een wij-gerichte opstelling. Alle waardebepalingen bij Adler worden uiteindelijk gerelateerd aan de gemeenschap. Vanuit deze visie is in de sociale context van kannibalen het rituele nuttigen van lichaamsdelen positief te beoordelen. Natuurlijk is dit voorbeeld sterk overtrokken, maar het maakt de betrekkelijkheid en problematiek van zulk een waardesysteem duidelijk.

Behaviourisme

In de gedragstherapie gaat het overwegend om het uitbannen van verstorende symptomen (angst, ongepast gedrag) of om het aanleren van positief gedrag (sociale vaardigheden). Omdat het doel volledig gericht is op de symptomen van de patiÎnt, wordt voor elke therapie telkens opnieuw vastgelegd, wat men wil bereiken.

Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan doelstellingen met een duidelijk afgeperkte en omschreven funktie. Men zou b.v. niet een algemeen gesteld doel als "vrij van angst" uitkiezen, maar dit nauwkeuriger formuleren, met betrekking tot welke onderwerpen of situaties die angst gereduceerd moet worden. Een algemeen doel als sociale vaardigheden zou als volgt concreet gemaakt worden: 'de patient moet leren emotioneel te spreken, ontspannen mimiek en gebaren te gebruiken, zich veelvuldig oefenen in het tegenspreken, complimenten te accepteren, dagdromen onderbreken door spontaan te reageren'.

De duidelijke nadruk op het actief handelen in de doelstellingen van de gedragstherapie heeft het voordeel dat een onderzoek naar de effectiviteit wezenlijk vergemakkelijkt wordt. Voor de wetenschapper is het zeker niet onbelangrijk of de doelstelling luidt: 'het aangaan van volwassen, persoonlijke relaties, afbouwen van narcistische ik-gerichtheid en vrijere toegang tot het onbewuste' of dat het doel als volgt wordt geformuleerd: 'de cliÎnt moet in staat zijn zonder angst op de metro te stappen'. Daarmee geeft de gedragstherapeut toe, hetgeen ook heel terecht is, dat hij alleen "kleine broodjes kan bakken".

Toch wordt bij de therapeuten, die werken onder de noemer van het behaviourisme de invloed van de humanistische beweging steeds duidelijker merkbaar.

In het congresrapport (1982) van de "Deutsche Gesellschaft fÐr Verhaltenstherapie" beschrijft P.Gottwald zijn persoonlijke zoektocht naar ethische principes om de rationele gedragstherapie te beoordelen en komt tot de conclusie, dat de leerstellingen (dogma's) van het Zen-boeddhisme een nieuwe grondslag zouden kunnen vormen. Bij zijn uiteenzetting wordt er duidelijk op gewezen, dat Zen een vorm van religie is en dat Zen voor hem als religieuze basishouding voor hem reeds talloze andere psychotherapeuten aangesproken heeft, zoals Jung, Adler, Fromm, Rogers en Perls.

In 1984 was het hoofdthema van het congres: 'Wege aus der Krise" (wegen, om uit een crisis te komen), waarbij een workshopserie was gewijd aan het thema: 'op zoek naar nieuwe levensconcepten'. De onderwerpen, die daar behandeld werden, spreken voor zich: Utopia, de weg tot een beter leven; Bestaansontwerpen, geluk en gezondheid; Halverwege de hemel. De guru Ma Latifa, uit de inmiddels opgeheven Bhagwansekte, was gevraagd te spreken over het thema: 'Meditatie en therapie'.

We zien dat de, wat levensbeschouwing betreft, schijnbaar zo neutrale gedragstherapie, en eigenlijk ook de totale psychotherapie, steeds meer in het vaarwater terecht komt van hen, die voorgeven in de therapie het heil te verschaffen. Het is blijkbaar toch moeilijk alleen "kleine broodjes te bakken".

Humanistische psychologie

Meer gedifferentieerd als in de psychoanalyse en algemener als in de gedragstherapie worden in de humanistische therapie de doelstellingen geformuleerd. In grote lijnen is het doel van de gesprekstherapie de inherente 'goede' mogelijkheden in de client op te wekken, zodat de zelf-genezende-krachten gemobiliseerd worden. R. Bastine formuleert de volgende doelstellingen:
  1. versterkte acceptatie van de eigen persoon en eigen zwakheden
  2. grotere emotionele zekerheid, tevredenheid en balans
  3. grotere innerlijke vrijheid
  4. minder angsten
  5. versterkte zelfstandigheid, onafhankelijkheid, initiatieven
  6. grotere flexibiliteit in denken en gedrag
Nog wat meer pretentieus zijn de bijna visionaire doelstellingen, die Rogers beschrijft voor de "Encounter-groepen" (bij encounter probeert men barriËres tussen mensen af te breken en mensen in de groep aan te moedigen zichzelf lichamelijk, emotioneel en verbaal te laten gaan. Ieder lid dient zijn diepste gevoelens bloot te leggen. Als men alles wat men voelt vrij en onbelemmerd kan uiten, zou men zich bevrijden van verdrongen complexen en problemen. - red.). Het moet conflicten en problemen helpen oplossen op de volgende sociale terreinen: industrie, kerk, regeringen, families, opvoedingsinstituten. Het moet de generatiekloof overbruggen, rassenhaat verminderen en helpen internationale spanningen af te bouwen.

Samengevat is het einddoel de 'zelfverwerkelijking'. Wat men daaronder verstaan moet, heeft Fritz Perls, de grondlegger van de Gestalttherapie, geformuleerd in zijn zogenaamde "Gestalt-gebed": Ik ben ik, en jij bent jij. Ik leef hier niet op deze wereld om aan jouw verwachtingen te voldoen, en jij niet om de mijne te vervullen. Ik ben ik, en jij bent jij, en als het toeval het wil dat wij elkaar ontmoeten, is dat geweldig. En zo niet, dan is dat nou eenmaal zo.

Het gevaar dat dit verheven doel vervalt in puur egoisme is reeds gezien door Abraham Maslow, de grondlegger van de zelfverwerkelijkingspsychologie. Het door hem zo verheerlijkte type van de 'zelfverwerkelijker' is inderdaad nog nergens gesignaleerd. In plaats daarvan komt men in de omgeving van de humanistische therapieen steeds meer mensen tegen, die klaarblijkelijk aan het ego-trippen zijn. Jourard schrijft: "Ik heb talloze mensen ontmoet, die ik als T-groepen-nomaden of encounter-groepen-bloedhonden zou omschrijven; mensen, die ergens in een stad of omgeving komen en zeggen: er moet toch ergens een encounter-groep zijn; en ze vinden ze gegarandeerd. Zijn ze eenmaal binnen, dan schreeuwen en vloeken ze, klampen mensen aan, ze staan erop .... dat men eindelijk eens tot doorbraak in de bevrijding van emoties komt, en wel hier en nu direct. Na een groot slagveld te hebben aangericht, gaan ze met aangename herinneringen voldaan weer naar huis."

Ziek of gezond

De doelstellingen van alle verschillende psychologische richtingen hebben een ding gemeenschappelijk. Ze baseren zich op het wankele fundament van relatieve referentiekaders. Maatstaf voor alle dingen is de mens. Gezien de mens en zijn cultuur onderworpen zijn aan veranderingen, zo ook zijn ethische uitgangspunten.

De zwitserse psychiater Jurg Willi heeft aangetoond dat, als het er om gaat inhoud te geven aan het therapiedoel 'gerijpte bekwaamheid om lief te hebben', dat er in de loop van de laatste decennia een duidelijke verandering is opgetreden. Vroeger werd dit doel veelal opgevat als: het onderhouden van duurzame en exclusieve sexuele betrekkingen met ÈÈn enkele partner, terwijl afwijkingen hiervan golden als onbekwaamheid in constante objekt-relaties. Vandaag de dag wordt een dergelijk gedrag niet zonder meer als teken van psychische gezondheid gerekend.

Dit voorbeeld maakt duidelijk dat het medische begrip van ziekte in de psychotherapie zeer bedenkelijk is. Men heeft allang gemerkt, dat op het terrein van de ziel niet altijd even duidelijk te definiÎren valt, wat 'ziek' en wat 'gezond' moet heten, omdat deze begrippen, net zoals de termen 'normaal' en 'abnormaal' sterk afhankelijk zijn van de waardevoorstellingen in de samenleving.

Iemand wordt 'ziek' of 'abnormaal' genoemd, wanneer hij afwijkt van het statistisch gemiddelde (objectief criterium), wanneer hijzelf lijden ervaart (subjectief criterium) en wanneer zijn toestand in zijn cultuur ongebruikelijk is (sociologisch criterium). Men gelooft dat, door het samenvatten van deze drie criteria, de problematiek van de relativiteit van de normering binnen de perken gehouden kan worden. Dit echter is een grote misvatting; een simpele optelsom van relatieve maatstaven brengt ons geen stap dichter bij een absolute maatstaf.

Tenslotte mogen we ook niet over het hoofd zien, dat de betreffende waarden en doelstellingen van de therapeut, of ze nu expliciet geformuleerd zijn of impliciet aanwezig, een onvermijdelijke invloed hebben op de waarden van de cliÎnt. Het is in verschillende onderzoeken aangetoond dat er een verandering van instelling plaatsvindt in de richting van de theoretische uitgangspunten van de therapeutische school naar welke methode men behandeld is, hetgeen door de client zelf echter meestal niet bemerkt wordt. Petra Halder-Sinn heeft enkele dergelijke onderzoeken gedaan en vat haar bevindingen als volgt samen: "Voorzover er tot nu toe resultaten voorhanden zijn van deze kwalitatieve veranderingen, laten ze een overeenstemming zien tussen de zienswijze van de patient en de uitgangspunten van de betreffende therapiescholen, en waarschijnlijk ook met de instelling en de zienswijze van de betreffende therapeut."

Vanwege de relativiteit die de normering kenmerkt, komen andere principiÎle vragen aan de orde, die de psychotherapeut niet uit de weg mag gaan, zoals hoe er met deze 'opvoedende' invloed van de psychotherapie omgegaan moet worden. Aan welke zienswijze op zijn levensomstandigheden moet voor welke patient, en vooral waarom, de voorkeur gegeven worden?

Het doel van pastoraat

Voor christenen, die zich oriënteren aan maatstaven die in de Bijbel aangegeven worden, is het niet op zijn plaats mensen in te delen op grond van de psychische toestand als zijnde 'ziek' of 'abnormaal'. Vanwege de verwoestende invloed van de zonde wijken alle mensen in min of meerdere mate af van datgene, wat in de ogen van God 'gezond' en 'normaal' is.

Normaal is voor God alleen datgene, wat overeenkomt met Zijn norm. In deze betekenis kan alleen Jezus Christus als 'normaal' worden gerekend. Voor goddelozen geldt het oordeel uit Romeinen 3:23: "Want er is geen onderscheid, want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods."

Heeft de mens echter het heil in Christus ontvangen, dan is hij ook heilig, rechtvaardig en volmaakt. God ziet in zo'n mens geen gebreken meer, ook niet wanneer zijn aardse toestand nog ver verwijderd is van de volmaaktheid in Christus. Het opvallende en uiteindelijke doel van een christen en daarmee ook van het pastoraat is er op gericht niet alleen het leven van Christus in zich te dragen, maar ook in zijn uiterlijke wezen steeds meer op Christus te lijken. Er zijn vermoedelijk maar weinige christenen die met dit doel voor ogen de zielzorg opzoeken. Veel meer is het er hen om te doen hun problemen en symptomen kwijt te raken en een behaaglijk gevoel te verkrijgen. Ze willen gewoon gelukkig zijn.

Dit doel is veel te beperkt. Lawrence J. Crabb noemt dit terecht een van de bijprodukten: "Het doel om alleen maar gelukkig te zijn, is zeer bedrieglijk, ongeacht met welke middelen het te bereiken zou zijn. Maar gelukkig te zijn als bijprodukt, is bereikbaar voor een ieder, die zich als doel heeft gesteld op ieder moment Gode welgevallig te leven."

Crabb waarschuwt ieder pastoraal werker ervoor niet op zulke doelstellingen in te gaan. "Gelovige therapeuten moeten over een instinct beschikken, dat verraad hoe diep de zelfzucht geworteld is in onze menselijke natuur. Het is onwaarschijnlijk eenvoudig mensen te helpen een onbijbels doel te bereiken. Als leden van de Gemeente van Christus hebben we toch de opdracht om elkaar voortdurend te vermanen en elkaar eraan te herinneren om het echte doel van alle bijbelse pastoraat niet uit het oog te verliezen. Pas als we mensen helpen meer op Christus te gaan lijken, komen ze in de vrijheid om God nog beter te dienen en te eren."

Als we als pastoraal werkers dit ene volledig bijbelse doel nastreven, behoeven we ons niet ongerust te maken over de hierboven genoemde onbewuste beÔnvloeding van de hulpzoekende in de richting van onze maatstaven. Integendeel, we zullen er juist op gericht zijn de verwachtingen van de cliÎnt heel bewust en doelbewust naar dit doel heen te leiden. Het doel van alle heiliging en dus ook van alle pastoraat laat zich nauwelijks korter en krachtiger formuleren, dan uitgedrukt is in Efeze 1:12, namelijk "opdat wij zouden zijn tot lof Zijner heerlijkheid."

In haar doelstelling heeft bijbels pastoraat niet alleen de enkeling op het oog, maar ook de gehele gemeente van Christus. Hier gaat het evenzo om de vormgeving van een geestelijke realiteit. De gemeente is reeds heerlijk en volmaakt; dit moet echter ook naar buiten toe zichtbaar worden. Christus Jezus zelf heeft maar ÈÈn doel met de gemeente, namelijk: "en zo Zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zodat zij heilig is en onbesmet." (Efeze 5:27)

Als Herder maakt Hij ons tot werktuigen, door Hem gebruikt, om dit doel te bereiken. Vandaar dat we niet, en nooit, enkel oog moeten hebben voor het individu, maar altijd tegelijkertijd ook voor de gemeente. De psychische nood van het ene lid is een zaak van alle leden; "Wanneer ÈÈn lid lijdt, lijden alle leden mede; als ÈÈn lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde." (1.Kor.12:26)

Concluderend kunnen we zeggen: Psychotherapie is gebaseerd op een vergankelijk fundament; pastoraat daarentegen primair op onvergankelijke, eeuwige waarden. Als de uitwerking van ons pastorale handelen op de grens naar de dood haar waarde verliest, dan kan het de toets niet doorstaan. Als ons pastoraat niet in staat is waarden voort te brengen, die verder reiken dan dit aardse bestaan, dan heeft zij in feite haar doel gemist!!

Uit: 'Psychotherapie - der fatale Irrtum'
van T.Schirrmacher, theoloog en R.Antholzer, psycholoog;
Schwengeler Verlag, Berneck, Zwitserland 1993.

Vertaald door Marco Blankenburgh
oktober 1996

Categorie: Pastoraat en/contra psychologie