Troost en hulp in het laatste deel van het leven

TROOST EN HULP IN HET LAATSTE DEEL VAN HET LEVEN

De geneeskunde verkeert in een bittere strijd met ongeneeslijke ziekten. Zolang een therapie uitzicht of tenminste een vermindering geeft, gaan de arts en de patiÎnt de strijd aan om het dreigende noodlot met de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen tegen te gaan. Problemen duiken op, wanneer een voortschrijdende ziekte een bepaald stadium bereikt heeft en bezwaren rijzen wanneer dure therapieÎn geen adequate resultaten meer opleveren. Vaak stopt dan de verdere behandeling, wanneer dit punt is bereikt. En wat gebeurt er als de patiÎnt stervende is? Stervenden zijn in onze hoog technologisch ontwikkelde ziekenhuizen de buitenstaander.

De dood is een vijand. Een vijand, die met alle middelen bestreden wordt. Wanneer de patiÎnt sterft, of wanneer er geen hoop meer is, zijn artsen en verpleegkundigen hulpeloos. De dood wordt geweerd, de stervende wordt apart gelegd. Afscheid nemen kan niet meer zo goed. Vaak wordt men te laat gewaarschuwd. Je mag je verdriet niet meer tonen. Dat hoort niet meer in onze verworden maatschappij thuis. De meeste mensen wensen thuis te sterven. Een wens, die nochtans voor velen niet mogelijk blijkt. Nog steeds sterft het merendeel in ziekenhuizen, verpleegtehuizen e.d.

Thuis sterven is helaas ook niet mogelijk, wanneer de verpleging te moeilijk is of de zieke afhankelijk is van apparatuur en medicamenten, die alleen in het ziekenhuis aanwezig zijn. Ook voor alleenstaanden is sterven thuis vaak onmogelijk, omdat er niemand is die hen kan of wil verzorgen. Weer anderen hebben te weinig familieleden om die zorg op hun te nemen. Vaak is de eigen partner zelf ziek of oud, en de kinderen wonen te ver weg of hebben geen tijd om bij te springen. Naast de "betaalde" professionele hulpverlening, zoals de huisarts, wijkverpleging en gezinsverzorging, zijn ook familie en vrienden vaak bereid om bij te springen. Toch is dat alles niet toereikend.

De uit Engeland afkomstige hospice-gedachte heeft de afgelopen tien jaar een verandering van denken doen ontstaan. De dood wordt niet meer als "ongeval", of "verloren/vergeefse strijd", maar als iets natuurlijks in het leven geintegreerd. De dood wordt geaccepteerd, de stervende niet meer weggestopt.

Het eerste streven in de hospice is het welzijn van de zieken. Een effectieve pijnbestrijding zorgt er voor, dat de patienten nagenoeg pijnvrij zijn. Euthanasie terwille van ondraaglijke pijn is niet nodig. Deze kan in nagenoeg alle gevallen onder controle gebracht worden, waarna er een lichamelijke en geestelijke staat van welzijn bereikt kan worden. Bovendien trekt iedere wet, die vrijwillige euthanasie toestaat de bodem weg onder de voeten van kwetsbare mensen. Dezen voelen een enorme druk op zich, omdat zij het gevoel hebben hun omgeving een te zware last op te leggen en daardoor is het makkelijker om voor euthanasie te kiezen.

Zieken kunnen hun persoonlijke dingen naar het hospice meenemen, zoals bijvoorbeeld boeken, grammofoonplaten, stoelen, e.d. Kinderen zijn ook welkom. De wereld naar binnen halen, zoveel als mogelijk. Een huiselijke inrichting van de kamers en liefdevolle begeleiding moeten de terminale bewoners een thuis bieden. Een christelijk thuis, waar we mogen verwijzen naar de Heer. Dit kunnen we doen, omdat we zelf de omgang met de Heer mogen zoeken, kennen en ervaren.

In het hospice moet een sfeer zijn van echt "thuis" zijn, waar zowel professionele verzorging aanwezig is, als tijd en aandacht voor hun persoonlijke behoeften, op welk terrein dan ook. Die ander, die zieke of dat familielid, moet zijn of haar verhaal kwijt kunnen. Een luisterend oor, een vriendelijke blik, een begrijpend hart, een liefdevol gebaar (dat kan ook een hand vasthouden zijn) hebben om Jezus' wil ook waarde. De patiÎnt, liever gezegd de bewoner, bepaalt mede wat er met hem/haar gebeurt; de mate van hulp en de hoeveelheid van medicijnen, die hij of zij nodig heeft.

De medewerkers houden nauw contact met familieleden van de ernstig zieken. Dit contact wordt na de dood van de bewoner niet verbroken. De achtergeblevenen blijven niet alleen achter. Teambespreking en supervisie ontlasten de medewerkenden. Niemand wordt alleen gelaten. De groep als solidaire gemeenschap ondersteunt medewerkenden en zieken. Daarom is het zo belangrijk dat ieder elkaar kent en dat niemand afzonderlijk voor zich werkt.

Iedere nieuw aangekomen bewoner wordt door de coordinator als een lang verwachte gast begroet. Iedereen wordt serieus genomen, opdat ze niet alleen in vrede kunnen sterven, maar ook tot het laatst hebben kunnen leven. Het hospice-huis heeft ook logeermogelijkheden voor naaste betrokkenen. Echtparen, die een leven lang voor elkaar klaarstonden, hebben de wens bij elkaar te blijven; dit is in het hospice mogelijk. Dan zijn ze tenminste niet alleen, maar bij elkaar. De medewerkers van het hospice weten, dat als een mens sterft, allen die met hem of haar in liefde verbonden waren, in een diepe crisis terecht kunnen komen.

 

De vrijwilligers komen uit verschillende beroepen. Wat is het motief van deze vrouwen en mannen, die zich met het sterven en stervenden bezig houden? Het evangelie zelf geeft vele voorbeelden, waardoor mensen worden aangesproken. Bijvoorbeeld het verhaal van de barmhartige Samaritaan; de medemens te zien als schepselen Gods. Als christenen weten wij ons uitgedaagd liefdevolle en professionele zorg te bieden op het lichamelijk, emotionele, sociale en vooral geestelijk vlak, in een atmosfeer van onvoorwaardelijke liefde.

Net zoals men een baby met veel zorg en liefde begroet, zo moet men ook de stervenden liefdevol begeleiden in het leven, dat hun nog rest. Het is belangrijk te weten wat sterven eigenlijk nog willen zeggen. En wanneer men hun dankbaarheid ervaart en ziet hoe zij hun lot verwerken en overwinnen, geeft dat de medewerkers veel terug en worden zij op hun beurt gesterkt en bemoedigd.

Hospices hebben een lange geschiedenis. In de Middeleeuwen waren het plaatsen, met een doel om aan te sterken en verzorgd te worden. De hospice-gedachte in Engeland is, behalve een tehuis voor terminale zieken, ook een filosofie van totale zorg (lichamelijk, geestelijk en sociaal), waarin de patiÎnt centraal staat. Dit alles kwam tot stand, vooral door het toedoen van Cicely Saunders, een overtuigd christin, die daar het eerste hospice in 1976 opende.

De omgang met hen, die op het punt staan de laatste reis te beginnen, is een voorrecht. Wanneer het donker wordt, beginnen deze mensen te lichten, te schijnen, als hen slechts een weinig ruimte in liefdevolle omgeving geboden wordt. Ontferming en barmhartigheid zijn toch gestalten waarin het evangelie van de enige troost in leven en sterven uitgedragen moet worden. Het geloof in een leven na dit leven geeft kracht en troost, vanwege de zekerheid, dat Jezus Christus is opgestaan uit de dood.

Ondanks het feit, dat het hospice op een christelijke grondslag werkt, wordt niets opgedrongen als iemand niets van het geloof wil weten. In dit geval verzorgen wij hem of haar liefdevol en kunnen we hem of haar zodoende misschien helpen het verdriet te verwerken; ook dat is een stuk van het geloof.

Groepen

De hospice-gedachte breidt zich snel uit over de gehele wereld. In ons land wordt door de stichting Christelijk Hospice Nederland lokale "hospice-groepen" door geheel Nederland opgericht, die naast een bestuur en twee coordinatrices, voornamelijk uit vrijwilligers bestaat. Ook voor alleenstaande zieken is er straks op diverse plaatsen in Nederland de mogelijkheid om in hun eigen omgeving afscheid te nemen van het leven. Wordt de meeste hulp bij de mensen thuis gegeven, door een hospice kan ook degene die niet meer thuis is of naar huis kan, als het ware in een huiselijke omgeving (een soort thuis) sterven.

Nu is het niet zo, dat iedereen, die thuis wil sterven, daarbij hulp van buitenaf nodig heeft. Vaak heeft men steun genoeg aan de naaste familie. Maar is men in die fase angstig, dan dient men vanuit menselijke overwegingen begeleiding mogelijk te maken. Vrijwel iedereen is bang voor het ongewisse in het leven en het meest ongewisse is wel het sterven. Echter Jezus Christus helpt ons daarbij en wijst ons de weg.

Vrijwilligers

Het vrijwilligerswerk wordt gedaan onder leiding van twee co–rdinatrices. Zij brengen bij een aanvraag een orienterend huisbezoek en begeleiden de vrijwilligers/sters. Dezen zijn een aanvulling op de professionele hulp, en zijn een geintegreerd onderdeel van het werk zelf en behoren daarmee onloskoppelbaar - met eigen taken - bij het hospice team. Niet iedereen is geschikt voor dit werk. Derhalve worden vrijwilligers geselecteerd en krijgen bovendien een opleiding, die hen beter geschikt maakt voor dit werk. De vrijwilligers zijn bewogen mensen, die dikwijls ervaring met dit soort gevallen in eigen omgeving hebben opgedaan. De verschillende taken, zoals huishouding (boodschappen doen, afwassen), verzorging (helpen met eten, drinken, verschonen, in en uit bed helpen, lippen bevochtigen, voorhoofd strelen, e.d.) en begeleiding (luisteren, voorlezen, zaken bespreekbaar maken) zijn niet vanzelfsprekend. De enen taak zal meer aanspreken dan de andere. En bovendien heeft ieder zijn eigen kwaliteiten en talenten. Opzet is, dat de familie en vrijwilligers elkaar in voorgenoemde taken aflossen.

De Christelijke Hospice Nederland fungeert als overkoepelend orgaan voor aangesloten christelijke organisaties m.b.t. stervensbegeleiding met een eigen bureau, van waaruit de co–rdinatoren van de vrijwilligersgroepen kunnen worden begeleid en ondersteund. Het eerst geopende christelijke hospice-huis te Almelo is een huis van warmte en geborgenheid en van gastvrijheid.

Categorie: Pastorale onderwerpen