Geloofsopvoeding in onze tijd

GELOOFSOPVOEDING IN ONZE TIJD

Dit thema is altijd een belangrijk onderwerp geweest, maar vooral in deze tijd is het helemaal niet meer vanzelfsprekend. Hoe ga je kinderen voor in een tijd, waarin allerlei geloofszaken op losse schroeven staan en zelfs een andere inhoud krijgen?

Kortgeleden werd Bijbel & Onderwijs gevraagd hierover een serie van drie avonden te beleggen. Bij de eerste twee avonden gaat het om elementaire zaken, zoals de overdracht van het geloofsgoed en de manier waarop dit gebeurt, uiteraard aangepast aan deze tijd. Over de ontwikkeling van het kind, over goede kinderbijbels en het voorbeeld van de ouders. Dan gaan we ervan uit dat de bekende trits 'gezin-kerk-school' goed functioneert en dat de massamedia weinig of geen rol spelen in de ontwikkeling van het kind.

Maar op zo'n derde avond gaat het heel anders toe. Vanuit de vorige avonden hebben we dan een goede basis om het thema 'geloofsopvoeding' te plaatsen in het heden. Van buiten het gezin komen zaken op onze kinderen af, die we niet kunnen rijmen met het geloofsgoed, dat ons is toevertrouwd en dat wij hen mogen meegeven. Dat geeft enkele nieuwe aspecten aan de geloofsopvoeding, die we hierna kort zullen samenvatten.

Geloofsopvoeding is ... het consequent beleven en voorleven van de ouders aan de kinderen wat het geloof aan God voor hen betekent. Een groot deel van de geloofsopvoeding is non-verbaal, namelijk het voorbeeld van de omgang met God in het dagelijks leven. De verbale geloofsopvoeding: het doorgeven van het geloofsgoed volgens Deuteronomium 6 en 1.Timothe¸s 6, heeft dit non-verbale geloofsklimaat als klankbodem. Wanneer ouders of kinderen merken dat dit niet klopt, mag dit wederzijds worden erkend en beleden.

Geloofsopvoeding is ... een goede band met de kinderen onderhouden, ook al belanden zij in een wereld van 'goden, waarvoor de vaderen gehuiverd hadden' (Deut.32:17). Juist dan moeten ouders en opvoeders hun kinderen niet alleen laten, omdat zij (die ouders) er niets van begrijpen. Bijbel & Onderwijs wil hen helpen ook en juist hier de Bijbel als fundament te nemen. Dan blijkt vaak dat onze tijd sterk afwijkt van de tijd der vaderen, maar weer veel meer lijkt op bijbelse tijden, zoals die in Jozua en Handelingen beschreven zijn.

Geloofsopvoeding is ... kinderen leren standhouden in een antithetische situatie. Wij zouden die tegenstellingen liever voor hen uitschuiven naar de late puberteit, maar dat is erg moeilijk wanneer zij al op kleuterleeftijd worden geconfronteerd met occulte spelletjes, video's, boeken en computersoftware. Hierin hebben ouders wijsheid nodig om te onderscheiden tussen datgene, waarvan zij hun kinderen moeten weghouden (eventueel een conflict op school riskerend) en waaraan zij hen toch - onder goede begeleiding - moeten blootstellen.

Geloofsopvoeding is ... in de praktijk beleven en doorgeven dat 'de Here nabij is', 'het Woord nabij is', en daarentegen het occulte op afstand houden. Het eerste betekent ook dat wij kinderen voorgaan met Gods Woord, geleid door Gods Geest, te gaan naar de nieuwe tijd (en niet met fantasie naar de nieuwe tijd). Dus: de bijbelse boodschap relevant maken, ook en juist als het gaat om krachten en machten, of om de toekomst van de eenentwintigste eeuw.

Het occulte op afstand houden is niet meer vanzelfsprekend, zoals vroeger, toen kabouters en elfen onschuldige sprookjes- en folklorefiguren waren. Nu kunnen we niet meer zeggen: 'het bovennatuurlijke bestaat niet', wanneer naar schatting de helft van onze kinderen wel eens bij bovennatuurlijke zaken (zoals glaasje draaien) betrokken is geweest. De beste manier om zich 'op afstand' bezig te houden met het occulte is, door ervaringen van toverij, hekserij, waarzeggerij en wichelarij vanuit de bijbel te behandelen. Dan weten onze kinderen er voldoende van om ongezonde belangstelling te voorkomen en worden zij weerbaar tegen het opdringen van de goden en geesten van deze tijd.

Geloofsopvoeding is ... de bedreigingen in het licht van de grootheid van God vertalen als uitdagingen. Het grote bijbelse voorbeeld zijn de twaalf verspieders uit Numeri 13 en 14. Zij zagen allemaal zowel de reuzen-mensen als de reuze-druiven. Maar tien bezweken voor deze bedreiging; twee zagen deze als een uitdaging en mochten als enigen van het miljoenenvolk het beloofde land binnengaan. Christenen zijn niet naÔef, en zien vaak beter dan niet-christenen hoe het met deze wereld is gesteld, die ook de gezinnen, de scholen en de kerken binnenkomt. Toch hebben zij een machtig wapen: het geloof dat de wereld overwint; het gebed dat veel vermag. Zo kan de Spreukendichter ook zeggen: 'Voor de blijmoedige is het altijd feest' (Spreuken 15:15b). Blijdschap en feest werkt altijd aanstekelijk, niet in de laatste plaats bij kinderen.

Drs. R.H. Matzken

Categorie: Opvoeding