Occultisme rond school

Moraal en occultisme rond en in de school

In dit artikel wil ik laten zien dat het cumulatieve effect van de beïnvloeding van de jeugd door occulte krachten, rond en in de school groter is dan menigeen denkt. Als we dit plaatsen in een bijbels eindtijdperspectief dan is het hoog tijd de alarmklok te luiden. Onze kinderen worden overspoeld met paranormale, esoterische en occulte invloeden en dreigen ten prooi te vallen aan een transformatie die ze rijp maakt voor de komst van de antichrist, waardoor zij bijna onbereikbaar zijn voor het evangelie van Jezus Christus.

Mao ’s ‘hersenspoeling'
Mao Tse Tung heeft met zijn culturele revolutie voor het eerstoeling’ op grote schaal een groot deel van het immense China gehersenspoeld met een bijna onvoorstelbare info-revolutie. De bloedige omwenteling die hem aan de macht bracht kostte ongeveer 40 miljoen doden (!). Zijn werkelijke macht werd echter verkregen door een info-offensief waarin een geweldig groot volk ‘getransformeerd’ werd naar een nieuw bewustzijn. De gedachten van de voorzitter, verwoord in het ‘rode boekje’, moesten door iedereen geciteerd worden. Vele Chinezen vonden een bron van inspiratie en van verheffing uit een grauw en zinloos bestaan naar een nieuwe maatschappij waarin zij nú al de Rode Dageraad mochten beleven (1). Overal verschenen er op de straathoeken immense posters van Mao, waardoor het oog van de vader des vaderlands alom aanwezig was. Wilde je een baan krijgen dan was het citeren van de uitspraken van Mao en het lidmaatschap van de partij een absolute voorwaarde om vooruit te komen. Er werden ‘anders denken’ -boerderijen opgericht waarin tegenstanders van Mao tot andere gedachten gebracht werden door psychologische groepsprocessen zoals sensitivity trainingen waarin de identiteit van een individu door de groep werd afgebroken en een nieuwe (groeps)identiteit conform de gedachten van de voorzitter Mao opgebouwd werd. Het was voor het eerst dat op een dergelijke grote schaal in de wereld mensen getransformeerd werden tot een ander denken. Deze transformatie kon plaatsvinden omdat in alle facetten van het bestaan mensen geconfronteerd werden met de nieuwe revolutie. Het cumulatieve effect van beïnvloeding thuis, op het werk, in de cultuur, politiek, religie, onderwijs, media, gezondheid, vrije tijd was zo groot dat men veranderde in het ‘nieuwe denken’ van de ‘nieuwe mens’ in het ‘paradijs’ van Mao. Als we de kern van dit niet-bloedige transformatieproces analyseren, zien we dat veel beïnvloedingsprocessen in de moderne jeugdcultuur vergelijkbaar zijn. De groepsprocessen, de andere (occulte, antichristelijke en rebelse) geest, de beïnvloeding in het onderwijs, de jeugdcultuur en media zijn onderdelen van een transformatieproces waarbij het juist de cumulatieve factoren zijn die dit veranderingsproces versnellen. Vergelijkbaar met Mao zijn in onze tijd Turkmenbasji (president Nyamov, de vader des vaderlands in Turkmenistan) en Kim Jong Il van Noord-Korea. Zij worden als goden vereerd en het volk dient alles van hen uit het hoofd te leren. Vanuit een bijbels perspectief is het duidelijk dat de voorbereiding van de komst van de persoon die deze beïnvloedingsprocessen ten volle beheerst, de antichrist, dichtbij is (2 Thess. 2:1-10). De wereld en in het bijzonder de jeugd moet geestelijk getransformeerd worden in de nieuwe ‘occu-cultuur’ In dit artikel zal ik proberen enkele aspecten van het geestelijke transformatieproces te benoemen, waarbij u moet bedenken dat juist het cumulatieve aspect de werkelijke veranderingen teweegbrengt.

De invloed van geweld op tv en andere media

Op de tv en de overige media zien we allerlei soorten films waarin wel een aantal gewelddadige scènes voorkomen. Denk eens aan: Scream, Die Hard, Godzilla, the Terminator, Pokémon, the Gladiator, en War of the Worlds. Geweld en actie en seks! blijken steeds de sleutel tot succes te zijn. Het is duidelijk dat de grenzen van geweld in films opgerekt worden en de ‘realiteit’ van de scènes steeds meer toeneemt (2). De moraal is vaak: met geweld kun je problemen oplossen en de wereld naar je hand zetten. Geweld mag in geval van een goed doel altijd aangewend worden, aldus deze moraal. Hoeveel uur zitten kinderen in Nederland gemiddeld voor de televisie? Als we afgaan op de cijfers van ‘Kijk- en Luisteronderzoek’ kijken kinderen van de basisschool gemiddeld twee uur per dag (3). Jongere kinderen kijken iets minder en de oudste kinderen kijken wat meer. De jongere kinderen, tot een jaar of acht, kijken eigenlijk het allerliefst naar de echte kinderprogramma's: de tekenfilms en series die ze bij Z@ppelin, Ketnet of op Fox kunnen zien. Maar als kinderen ouder worden gaat de belangstelling ook al gauw uit naar programma's die voor oudere kijkers zijn bedoeld. Op 12-jarige leeftijd heeft men gemiddeld al zesduizend moorden op de televisie gezien. Dan zie je dat ze, naast de kinderprogramma's, graag met de ouders meekijken naar de familiefilms die in het weekeinde 's avonds worden uitgezonden. Maar ze zijn daarvoor nog lang niet rijp. En als de geest uit de fles is krijg je die er niet meer in. Kinderen die al (te) vroeg tot seksueel bewustzijn komen, moeten zich maar zien te beheersen. Programma's die eigenlijk niet voor kinderen bedoeld zijn, kunnen grote problemen opleveren. Kinderen hebben minder kennis van de echte wereld en kunnen het tempo van grote-mensenprogramma 's niet altijd bijhouden. Daardoor ervaren ze films en programma's heel anders dan volwassenen en kunnen ze er meer door geraakt worden. Kleine kinderen geloven dat wat ze zien 'echt' is (4). Ze kunnen daarom makkelijk schrikken van beelden, angsten ontwikkelen, slaapproblemen en verstoringen in het dag- en nachtritme krijgen met alle gevolgen tot aan werkelijke demonische confrontaties toe. De meeste ouders zullen beamen dat angstreacties na geweldbeelden zorgelijk zijn. Een beetje bang zijn is helemaal niet erg [angst is functioneel: het voorkomt roekeloosheid], maar soms wordt het voor kinderen te gortig. Nachtmerries, slecht slapen of bedplassen komen dan ook regelmatig voor als kinderen met programma ’s of spelletjes worden geconfronteerd waar ze eigenlijk nog niet aan toe zijn. Bij het kijken of spelen zitten ze dan misschien zenuwachtig te friemelen. Een dag later spelen ze dan opvallend ruw of juist heel stil. Het zijn effecten die voor elke ouder of leerkracht gemakkelijk waarneembaar zijn. Volgens Nederlands onderzoek is 7% van de basisschoolkinderen wel eens zo bang van vervelende televisiebeelden, dat ze er dagen later nog last van hebben. Een geweldsfilm zorgt voor fysiologische opwinding. Men ziet lichamelijke, emotionele reacties zoals een versnelde hartslag en transpiratie (2). Tannenbaum & Zillmann onderzochten al in 1975 de agressiestimulerende werking die veroorzaakt wordt doorde prikkeling die de film oproept. Na de film verdwijnt dit niet helemaal en men ziet dat het gedrag na de film intenser is, en de mogelijkheid tot (zelf-) agressief gedrag dichterbij is. Ook ontdekten de onderzoekers dat als men al boos is vóór het zien van de film dit gedrag nog versterkt wordt wanneer men onprettige emotionele ervaringen heeft en blootgesteld wordt aan agressie. Dit wakkert de lust tot eigen agressief gedrag aan. Vooral als het getoonde geweld gecombineerd wordt met veel actie, harde muziek en veel beeldwisselingen. Verder associeert men bepaalde situaties in de film met ervaringen uit eigen leven, die overeenkomsten hebben met die filmsituaties, en tot slot is er de observationele leertheorie die beweert dat op lange termijn de kinderen het gedrag van anderen gaan imiteren (Roediger et al 2001). Kinderen gaan na geweldsfilms minder sociaal gedrag vertonen (Stein en Friedrich 1975). Ze worden ongeduldiger en willen direct hun zin hebben (Levelt 1981). Op den duur leidt dit tot verhoging van de agressiviteit en zelfs tot crimineel gedrag. Een kleine vriendenkring kan in die zin enorm beïnvloeden. Kinderen komen los van de maatschappij en hun ultieme kick is een scenario waarin zij god zijn die beslist over leven en dood (Zie de film ‘van god los’). Door gewenning moet er steeds meer geweld, seks, realistische scènes in films gestopt worden. De jongeren worden meegezogen in dit scenario en er is een grote kans op agressie (Gie Deboutte). Hogere kijkcijfers (lees: commercie) dwingen om de portie geweld en seks te vergroten. Films en beelden zijn van invloed op de wijze waarop men de werkelijkheid beziet. We komen hier later op terug (5).

F.R.P. en realiteit

Een nieuwe vorm van spelen zijn de zgn. fantasie-rolspelen (FRP). Een spelbord is er niet; dit wordt vervangen door de fantasie van de spelers, en een spelleider die de spelregels in de gaten houdt. Elk van de spelers vertegenwoordigt een op papier beschreven personage in dat verhaal. Ieder speelt dus een rol. In het verhaal worden de spelers geconfronteerd met een opdracht (probleem, gebeurtenis..), waarop ze moeten reageren vanuit hun personages. Het kunnen goede maar ook slechte karakters zijn. Men kiest er vaak voor om een slecht karakter te spelen, want dan hoeft men zich niet aan allerlei ethische regels te houden. Het script voor het spel is vaak afkomstig uit bijv. boeken die de basis van een verhaal vormen, bijvoorbeeld een denkbeeldige ridderwereld, een middeleeuwse wereld, een mythologische wereld, een onderwereld, een magische wereld, een hemelse wereld en nog veel meer. Ook worden vanaf internet steeds meer fantasieverhalen gedownload waarmee je kunt spelen. Steeds meer gaat het om occulte scripts, die je daar aantreft. Ook televisieseries zoals occulte trillers vormen vaak een basisidee voor een spel. De personages in het spel kunnen zijn: mensen, reuzen, dwergen, tovenaars, trollen, heksen, geestwezens, geestesverschijningen, etc.. De spelen duren niet zomaar een uurtje, maar kunnen zelfs jaren duren. Men kan zich gaan vereenzelvigen met de rol, en men weet niet meer wie men zelf in werkelijkheid is. Bij het beoordelen van een spel moet men kijken naar het morele gehalte van het spel. Is er sprake van normen en waarden? Verder moet je verbeeldingskracht als zodanig niet afwijzen, want God heeft de mens geschapen met de mogelijkheid om dingen te bedenken, maar je moet steeds erop bedacht zijn dat er een grens is tussen goede, opbouwende fantasie, en negatieve, destructieve fantasie. Ook Jezus wijst op het gevaar van verkeerde fantasieën, bijvoorbeeld in Matt. 5: 28 en 29. Daar staat: “Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd. Indien dan uw rechteroog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit en werp het van u, want het is beter voor u, dat één uwer leden verloren ga en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde”. Je kunt dus in je gedachtewereld, in je fantasieën, onrein zijn. En die gedachtewereld maakt deel uit van je persoonlijkheid. Dus je kunt niet zeggen: “Ik bedenk het alleen maar, dus het is niet werkelijk”. We zien hieruit ook dat fantasie niet perse alleen betrekking heeft op het bedenken van iets dat (nog) niet in werkelijkheid bestaat, maar ook op dingen, die in de werkelijkheid bestaan, en die men zich met behulp van zijn geheugen zich kan voorstellen

Computerspelletjes

In een recent onderzoek (6) blijkt dat 61 procent van de jongens en meisjes iedere dag zit te ‘gamen’, en een kwart daarvan zit meer dan twee uur achter de computer (en daarnaast vaak nog achter de televisie). Kinderen spelen steeds minder buiten. Ze zitten binnen aan de computer en worden daardoor te dik. Computerspelletjes en tv kijken hebben het spelen met leeftijdsgenootjes qua populariteit bijna ingehaald. Uit een onderzoek (bron: Kijkwijzer.nl ) is bekend dat:
1) kinderen makkelijker geweld overnemen of gewoon gaan vinden als het getoonde geweld realistisch is, dat wil zeggen als het in kinderogen serieus en geloofwaardig is. Als kinderen door het geweld heen prikken, zullen zij het niet snel overnemen in hun gedrag.
2) geweld meer effect heeft als het door de helden of ‘goede’ hoofdpersonen wordt uitgeoefend, want met de boeven en slechteriken gaan kinderen niet snel akkoord.
3) er een grotere kans op geweldeffecten is als het mediageweld wordt beloond of als de pijnlijke gevolgen van de geweldacties buiten beeld blijven. Programma ‘s die sympathie wekken voor de slachtoffers van geweld, hebben een tegenovergesteld effect. Kinderen die zo `n programma zien worden juist minder agressief en keuren geweld eerder af.
4) gewelddadige programma ’s of spelletjes meer effect hebben als er veel actie, beeldwisselingen, harde geluiden en opwindende beelden in voorkomen. Kinderen worden daar onrustiger van, waardoor ze hun eigen grenzen vergeten.
Veel televisieprogramma ’s, films en computerspellen zijn zoals hierboven is beschreven. En bij de meeste gewelddadige computerspellen ‘spelen’ de kinderen dan zelf de held die het geweld mag uitoefenen om op een hoger ‘niveau’ te komen. Juist het interactieve karakter van het spel heeft een grotere impact. Het is anders dan een boek lezen, je bent deel van het verhaal, je kunt het spel manipuleren en de richting van het verhaal bepalen. Geweld, seks en manipulatie komen dichterbij. Het spel Wolfenstein was tijdenlang een van de meest gevraagde games. De speler van dat spel is een krijgsgevangene die uit een nazi-cellencomplex moet ontsnappen. Gewapend moet je een weg te banen door een doolhof. Overal loert het gevaar. Het is doden of gedood worden. Naast reactiesnelheid moet je ook inzicht hebben in de manier waarop het complex in elkaar zit. De geluidseffecten zijn zeer realistisch. Deuren slaan open in stereo-effect. Kogels vliegen door de kamer en de soldaten roepen geëmotioneerd: ’Mein Leben!' als ze eenmaal geraakt en bloedend ter aarde storten. De grafische effecten zijn van een zeer hoge kwaliteit. Het spel voelt ‘spannend’ aan omdat je tegen je geweten in moet handelen. Mensen doden is immers verboden. Ten tweede is er het morele bezwaar tegen de vormgeving. Het hele gevangenenkamp hangt vol met nazi-symbolen en Hitler-portretten. Ook niet iets dat je graag aan je vrienden laat zien. Ten derde bekruipt je tijdens het spel onmiskenbaar een zekere angst. Dat is voor niet-spelers moeilijk voor te stellen maar het is echt waar, aldus een speler.Die angst is nog sterker in de opvolger van Wolfenstein dat van dezelfde makers komt, namelijk Doom, op dit moment de absolute tophit onder PC-computergames. Van alle computer- en videospelletjes die verschijnen heeft minstens één op de drie een occulte inslag. De spelletjes bevatten occulte en satanische verwijzingen en symbolen en verheffen twijfelachtige karakters tot helden. Ouders moeten zich daarvan bewust worden, zegt Ralp Bagley, de stichter van het Amerikaanse softwarebedrijf N’Lightning in het christelijke tijdschrift Charisma Hij stichtte zijn bedrijf in 1999 naar aanleiding van de massamoord op de Columbine Highschool in Littleton Colorado. Daar schoten twee leerlingen een leraar, twaalf medeleerlingen en zichzelf dood. Beide daders waren fanatieke spelers van de gewelddadige computerspellen ‘Doom’ en ‘Quake’. Bagley concludeerde dat er alternatieven nodig zijn voor al die immorele, bloeddorstige spelletjes, die massaal door jongeren gespeeld worden. Hij ontwikkelde het computerspel ‘Catechumen’ een term die staat voor iemand die in voorbereiding op het doopsel onderricht is in de christelijke leer. Bij dit spel is het de bedoeling zoveel mogelijk in de catacomben van Rome verstopte christenen te redden van hun Romeinse vervolgers. Het enige ‘wapen’ wat daarbij gebruikt kan worden is de Bijbel. Bagley zegt dat het zijn doel is om in de duistere arena van computerspelletjes het Woord Gods te laten schijnen. In alle spelletjes die zijn bedrijf sindsdien heeft ontwikkeld leren de spelers ongeveer 300 passages uit de Bijbel kennen. Op die manier heroveren we gebied op de duivel, aldus Bagley (bron: Katholiek Nederland).

De nieuwe generatie computerspelletjes
De computerspelletjes ‘evolueren’ snel. Ze worden steeds realistischer, sneller, en vaker immoreel. In de toekomst zal de invloed van ‘virtual reality’ steeds groter worden. De denkbeeldige irreële wereld wordt steeds meer als echt ervaren. Een irreële werkelijkheid kan niet alleen via meditatie, trance, etc. worden bereikt, maar ook met behulp van de computer (virtual reality = denkbeeldige werkelijkheid). Een computer kan een virtuele ruimte scheppen waarin een gebruiker zich in een uit digitale beelden opgebouwde omgeving kan bewegen en daarin kan handelen in de ervaring, zodanig dat het echt is. Men draagt een visiohelm met daarin driedimensionale beelden die vanuit de computer digitaal bestuurd worden. Stereokoptelefoons van hoge kwaliteit laten ruimtelijke geluiden horen. Op de helm aangebrachte sensoren registreren de bewegingen van het hoofd, waardoor de computer al rekenend de gezichtshoek kan veranderen door nieuwe beelden, die ze daardoor samenstelt, te laten zien. Doordat men speciale handschoenen en bewegingssensoren draagt ziet men op het beeldscherm beweegbare vingers verschijnen die bij de eigen handen lijken te behoren. Zo kan men verschillende elektronische voorwerpen 'vastpakken' die op echte voorwerpen lijken, schakelaars aan- en uitzetten, motoren starten, hendels bedienen, machines besturen of zelfs een virtuele patiënt opereren. Men kan ook een speciaal datapak aantrekken dat de bewegingen van de ledematen aan de computer doorgeeft. Verscheidene personen die zich op verschillende plaatsen bevinden kunnen dezelfde cyberspace 'betreden', elkaar 'zien', elkaar ‘aanraken’ of op elkaar reageren en zo virtueel elkaar ontmoeten. Je kunt jezelf 'virtueel klonen' en op verschillende plaatsen aanwezig zijn. Cyberseks en het 'wisselen van zelven' zou zich in de toekomst best wel eens tot de belangrijkste vorm van toekomstig amusement kunnen ontwikkelen!

Twee VR (virtual reality)-auteurs (Jaron Lanier aan Franc Biocca) schreven aan elkaar: "Ik denk dat één van de opvallendste facetten van een virtueel wereldsysteem waarin je de vrijheid, de keuzemogelijkheid hebt om de inhoud van de wereld in een handomdraai te veranderen, is, dat het onderscheid tussen je eigen lichaam en de rest van de wereld niet vaststaat. Als je het vanuit een VR-perspectief bekijkt wordt het lichaam in principe gedefinieerd als dat onderdeel dat je even snel kunt bewegen als je kunt bedenken. In een virtuele wereld kun je in ‘real time’ deuren op afstand opendoen, vulkanen aan de horizon tot ontploffing brengen en noem maar op wat je kunt bedenken. Als je dat punt bereikt hebt is het niet gemakkelijk om de begrenzing van het lichaam nog precies te kunnen bepalen.


Jeugd en Moraal
Ouders maken zich weinig zorgen over het internetgedrag van hun kinderen. Dat blijkt uit een onderzoek van Qrius in opdracht van Internetprovider Wanadoo. Uit de gesprekken met de ouders bleek dat 64 procent zich nergens zorgen om maakt. Wel verbieden zij hun kinderen vaak bepaalde ‘vieze’ sites te bekijken, maar treffen niet altijd maatregelen. Gaan de kinderen van zeven tot twaalf vooral op Internet om spelletjes te doen en ‘gekke’ dingen te vinden, de pubers zoeken en onderhouden er hun contacten. Daar besteden ze volgens het onderzoek meer dan zes uur in de week aan (7). Drieëndertig procent van de ouders heeft de computer beveiligd, maar dat is vooral tegen virussen en spam. Slechts achttien procent heeft een beveiliging tegen bepaalde sites. De meeste ouders geven aan hun kinderen te ‘begeleiden’ bij Internet. Vaak is dit slechts alleen een vluchtige kijk in de MSN-contactpersonen en e-mailadressen. Volgens kinderen ontgaat hun ouders veel omdat ze de ‘pas/wachtwoorden’ niet kennen. Kinderen blijken in het algemeen veel meer van Internet te weten dan ouders. Vijftien procent zegt wel degelijk ‘vieze’ sites te bekijken en bijvoorbeeld op MSN-Messenger of op profielsites als Sugababes hun profielen achter te laten terwijl ze zelf ook weten dat dat niet verstandig is. Mensen, volwassenen en kinderen, zijn geneigd om veel meer van zichzelf bloot te geven in een chat-omgeving, ook in emotionele zin. Door de anonimiteit vallen er hindernissen weg die in het normale leven wel functioneren. Dat brengt risico's met zich mee. Uit een recent onderzoek van de provider Planet Internet blijkt dat 36 procent van de jongeren die hier chatten wel eens benaderd is door zogenaamde modellenbureaus of fotografen. Meermalen wisten deze bureaus jongeren te verleiden zich achter de webcam (een op het beeldscherm geplaatste camera, verbonden met de computer) uit te kleden. In ‘Zembla’ werd een documentaire uitgezonden genaamd ‘De jungle van de tienerseks’ waarin een schokkend beeld werd neergezet van tieners en seksualiteit. Seks heeft voor veel jongeren weinig meer te maken met respect en liefde. Alles draait om lust en imago. Onvrijwillige seks en verkrachting lijken steeds normaler te worden (8). In juli werd Rotterdam weer opgeschrikt door de zoveelste groepsverkrachting waarbij jongens van 10-16 jaar meisjes van 10-12 jaar verkrachtten. Een advocaat van de slachtoffers wijt veel van de invloed van deze jongens aan de populaire jeugdzenders als MTV, TMF en The Box, waarin the erotische en geweldvideoclips bijna iedere dag hun eigen grenzen oprekken. Hier zijn zogenaamde pimps (pooiers) te zien die zich omringen met meerdere ‘bitches’ (hoertjes) en dansen opzwepend tegen elkaar aan. Dat houden ze maar liefst 24 uur per dag vol. Je wordt onbewust enorm gemanipuleerd en geprikkeld door al dat zwiepende ‘vlees’. Elk meisje wil onmiddellijk een strakke buik en mannelijke aandacht. Elke jongen droomt van een ‘sixpack’ vrouwtjes om zich heen en een gespierd bovenlichaam. De clips prikkelen net als de pornosites. Sommige jongeren doen ze na, dragen dezelfde kleding en geven elkaar namen als pimp of chick. Sommigen kunnen de clips onderscheiden van de werkelijkheid maar anderen niet, aldus jongerenwerker Frank van Strijen uit de Zembladocumentaire (8). Vaak willen jonge meisjes helemaal geen seks, maar aandacht en bevestiging. Maar de jongen waarbij de hormonen door zijn lichaam gieren, zal boos en teleurgesteld zijn. De ‘bitch’ lokte het immers zelf uit in haar Beyoncé-niemendalletje! Steeds meer wordt seks door de jeugd gezien als een groepsgebeuren. Via Internet en SMS kun je er lekker anoniem op los flowen (flirten). Vaak leiden Internet-contacten tot one-night-stands of zelfs groepsverkrachting, want dat doen de porn-stars op TMF toch ook? Ook voor christelijke jongeren is het gemakkelijk zich na uren sms-en of chatten mee te laten slepen. ‘Christelijke’ sites zijn al een filter maar nog niet altijd een garantie dat contacten goed verlopen.

Internet-extremisme onderschat
Extreemrechtse jeugdige groeperingen zijn niet georganiseerd, stelt een AIVD-rapport over Lonsdale-jongeren in Nederland. Justitie loopt echter achter de feiten aan door te weinig tijd, mankracht en expertise. Veelal extreemrechtse jongeren, die zich verzetsstrijders noemen, ontmoeten elkaar op Internet. Op de sites bediscussiëren leden hoe het Nederlandse ras ‘zuiver’ gehouden moet worden en wat er aan de ‘islamisering’ en ‘overwoekering door allochtonen’ in Nederland gedaan moet worden. Holland-Hardcore, een site waar meer dan vijfduizend leden zijn geregistreerd, is een dergelijk platform. Op 29 juni van dit jaar plaatste een WP-hooligan de zinsnede op Holland-Hardcore: “Het wordt tijd dat iemand al die islamietjes uitroeit in kampen zoals de Führer deed met de Joden”. “Die gasten zijn een bedreiging voor alles en iedereen”. “Vergassen!! Ophangen!! Verbranden!!” (9). Het aantal meldingen van discriminatie op Internet stijgt explosief. De extreemrechtse, ultra-nationalistische stroming staat bol van de symbolen. Het Keltische kruis, een cirkel met een kruis erdoor, komt in alle sieraden, tatoeages en kleding voor. Hakenkruizen lijken ook weer in opkomst net als het White Power teken. Enkele veel gebruikte lettercombinaties in de extreemrechtse hardcorewereld zijn: WP (White Power), EVE (Eigen Volk Eerst) en ACAB (All Cops are Bastards). De cijfercombinaties hebben vaak een nazistische achtergrond en verwijzen naar de letters in het alfabet: 88 (Heil Hitler), 18 (Adolf), 192 (Adolf is back), 311 (3x 11 Ku Klux Klan), 25 (Blut und Ehre), 28 (Blood and Honour) (9).
.


Occultisme in de klas
Mandala
Al jaren lang wordt in veel scholen het mandala tekenen beoefend onder het motto van het bevorderen van de creativiteit en fantasie van de kinderen. Mandala ’s zijn fraaie kleurrijke afbeeldingen die opgebouwd zijn met cirkels Je kunt mandala ’s tekenen, schilderen, plakken, boetseren, beeldhouwen en dansen. Het woord mandala komt van het Sanskriet en betekent heilige of magische kring. Sommige mandala ’s zijn beelden van Indische afgoden, andere magische symbolen, en weer andere uitbeeldingen van de Indische chakraleer. Mandala ’s zijn bedoeld als hulpmiddel om het bewustzijn op één punt te richten en zo op te voeren tot een toestand van trance. Het is een vlucht uit de realiteit en een zoektocht naar de ‘helende krachten’ in jezelf. Het middelpunt van de mandala leidt tot het ‘hogere zelf’, de toegang tot de kosmische, transcendente wereld. Het helpt de kinderen te visualiseren en ze te brengen tot buiten het lichaam reizen. Voor deze beide doelen werden de mandala ‘s eeuwenlang door sjamanen en yogi ’s gebruikt. Ook de met occulte gedachte beladen psycholoog Jung ziet de mandala als een manier om het innerlijk aanwezige aan het licht te brengen, zichtbaar te maken. Mandala ’s treden op in toestanden van psychische desoriëntatie en dissociatie

Schrijfdans
Schrijfdans is een moderne leermethode waarbij het schrijven aangeleerd wordt met inschakeling en koppeling van zoveel mogelijk zintuigen, psyche en motoriek. Op zich oogt het als een moderne methode waarin veel goede elementen zitten. Beweging, muziek, herhaling, beleving, oog-handcoördinatie en oriëntatie worden in verbinding met elkaar geoefend. De auteur van de methode, mevr. Ragnhild Oussoren-Voors, is zich als schriftpsychologe (een ander woord voor grafologe) steeds meer gaan specialiseren in de (veronderstelde) schrijfproblematiek bij kinderen. Wat haar hierbij beweegt, vat zij samen met de sympathiek klinkende woorden: ‘Op natuurlijke, kindvriendelijke en gezonde wijze zullen wij gezamenlijk vreugde en nieuw leven inblazen in de schrijfontwikkeling van onze kinderen’. In de praktijk worden de vaak goede leeraspecten vermengd met o.a. het oefenen met mandala ’s, visualisatieoefeningen (diervoorstellingen uit het sjamanisme met geleidegeesten) en fantasiereizen.
Fantasiereizen
Een andere nieuwe leermethode die veel op visualisatie lijkt is het onderwijs met fantasiereizen. Rob Matzken (de vorig jaar overleden voorzitter van Bijbel en Onderwijs) formuleert de fantasiereizen op de website van Bijbel en Onderwijs aldus: ‘Fantasiereizen is een onschuldig klinkende naam voor allerminst onschuldige hypnosetechnieken. Een vluchtige blik op de hypnoseliteratuur toont al aan dat ‘fantasiereizen’ een wetenschappelijke erkende inleiding tot hypnose zijn. Ze worden door hypnotherapeuten gebruikt wanneer zij hun patiënten in een toestand van trance willen brengen. Daarbij moeten de patiënten zich ontspannen en zich voorstellen op een andere plaats (weide, strand, berg) te zijn dan waar zij zich momenteel met hun lichaam bevinden’ (15).
Hieruit mag geconcludeerd worden dat onwetende en weerloze kinderen en jongeren tijdens hun lessen op school met behulp van ‘fantasiereizen’ worden gehypnotiseerd resp. gebracht in een toestand van trance, zonder dat hen dit wordt meegedeeld en zonder dat hun ouders en opvoeders hiervan op de hoogte zijn! Maar fantasiereizen houden nog veel meer in: het zijn technieken van astrale projectie, d.w.z. zij zijn aanleiding tot reizen van de ziel buiten het lichaam (uittredingen) en zelfs tot astrale reizen. Er wordt mee beoogd dat men zijn eigen lichaam verlaat om naar een andere wereld of tijd te vliegen en te reizen.
Overeenkomst met magie, heksencultus en sjamanisme

"Diepe lichamelijke ontspanning, een tot rust gebrachte geest en het verlangen om te reizen, zijn factoren die bij zeer veel succesvolle projecties op de voorgrond staan".
De kunst om het lichaam te verlaten wordt algemeen aan heksen, tovenaars en sjamanen toegeschreven. Inderdaad komt het fenomeen van reizen-buiten-het-lichaam in de literatuur over heksen, magiërs en sjamanen telkens weer aan de orde. Hierin wordt ook verteld wat iemand moet doen die een reis buiten het lichaam wil ondernemen.
Volgens de eigentijdse sjamaan M. Harner is "de sjamaan specialist van een trance waarin zijn ziel het lichaam verlaat, naar de hemel vliegt of in de onderwereld afdaalt”. Franzke ’s onderzoek omvat de belangrijkste sjamanen- en magie/heksenliteratuur Hierin wordt weergegeven op welke wijze sjamanen, tovenaars en heksen buiten hun lichaam weten te treden en hoe zij zich ‘astraal’ kunnen verplaatsen.

De Toveracademie
De Toveracademie – ‘Boeken vol magie’ is het thema van de komende kinderboekenweek, dat gehouden wordt van woensdag 5 tot en met zaterdag 15 oktober. Anne Nijburg schrijft in een open brief aan alle ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd: Het klinkt misschien raar maar er komen nieuwe scholen in Nederland: toveracademies. In deze nieuwe vorm van onderwijs wordt aan de kinderen juist geleerd de regels te overtreden. Sterker, zij gaan er levensgevaarlijke dingen leren en doen en spelen zelfs met hun leven en dat van andere kinderen! Wat leren de kinderen dan in de nieuwe school? Kinderen gaan toveren, dat is leren om paranormale krachten te gebruiken. Zij kunnen leren paranormale krachten te gebruiken voor het behalen van goede cijfers of het beïnvloeden van leerkrachten. Maar er is nog veel meer. Het is bekend dat deze krachten bijvoorbeeld gebruikt worden om op afstand lepels te buigen en horloges stil te zetten. Met deze krachten kunnen sommige mensen ‘energievelden’ als bliksem oproepen en sturen waarheen ze maar willen. Paranormale krachten worden ook gebruikt om een vloek over iemand uit te spreken en het leven naar de hand te zetten ( 10). Volgens het plan van de kinderboekenweek moet er voorgelezen worden uit ‘magische’ boeken die scholen moeten omvormen tot toveracademies. De stichting ‘Schrijvers school en samenleving’ heeft hiervoor een boekje uitgegeven: ‘De toveracademie = Boeken vol magie’ (11) met meer dan honderd auteurs (!) van ‘toverboeken’ die de scholen bij dit proces moeten helpen. Veel van die schrijvers willen hierin op school ook wel les geven. Sommigen willen ’praktisch’ bezig zijn door tekenopdrachten, verkleedpartijen als heksen en tovenaars, zelf toveren door toverspreuken met toverstokjes, zelf heksenkruiden maken, rollenspelen en voorstellingen waarbij ook de ouders uitgenodigd worden en dit alles ook voor jonge kinderen van 4-7 jaar! Enkele voorbeelden(11):
Leny van Grootel
Leny van Grootel, auteur van o.a. ‘Nog één keer toveren’ en ‘Het grote heksenboek’ wil graag uitgenodigd worden voor kinderen van 6-9 jaar om samen met de kinderen verhalen te toveren met de toverfluit uit de geheime koffer van Penne de Heks. Ook gaan ze dan samen nieuwe toverspreuken maken, want Pennes toverboek is kwijt. En ze leren een heksenlied. Hoe moet dat lied gezongen worden?: Zo vals mogelijk! enz..
Henk van Kerkwijk, auteur van ‘Meindert Swarteziel: Het bloed van de duivel. En dondergoden en pestkoppen’, wil graag kinderen van 6-12 jaar les komen geven over zijn boeken die gaan over het verbranden van een heks en gedwongen drinken van duivelsbloed, mythen (Wodan ’s oog), over een heks die op een dunschiller jaagt (De bezeten dunschiller) en over een vies spook. Van Kerkwijk stelt voor om voor of na zijn bezoek ‘geheimzinnige’ tekens zoals pentagrammen, vreemde kruisen, of, als ze iets moeilijks willen, een eenhoornkop te knutselen (zijn boek ‘Magische tekens’ kan erg ‘nuttig’ zijn bij deze opdracht. Verder is er een schrijf- en muziekopdracht waarbij kinderen van 9-12 jaar magische bezweringsformules kunnen bedenken en die op muziek zetten
.Els Rooijers
Els Rooijers was tien jaar geleden het enige vrouwelijke lid van het Griezelgenootschap, dat tien jaar heeft bestaan, samen met Paul van Loon, Tais Teng en Bies van Ede. Ze is auteur van: ‘Ruilen met de heks’, ‘De strijd om de toversteen’ en ‘De Poort naar het toverrijk’. Els wil met kinderen van 7-12 jaar op school een sfeer vol magie. Els wil de kinderen leren toveren met taal. Hoe schrijf je een krachtige toverspreuk? Wat heb je nodig voor een verhaal vol magie? Ze moeten een geheime taal leren. Lukt dit. dan krijgen ze een oorkonde en worden ze opgenomen in de Geheime Orde van Taaltovenaars. Een van haar opdrachten is dat kinderen vóór haar bezoek het klaslokaal zo inrichten, bijvoorbeeld lekker donker en met veel grote tovertekeningen, dat een magiër zich thuis voelt.
De CPNB, de organisator van de kinderboekenweek hoopt dat met de boeken van Paul Biegel, Kevin Crossley-Holand en Rowling (Harry Potter) en vele anderen de kinderen gestimuleerd worden in hun verbeeldingskracht en creatieve denken, maar bereikt, wat ze zelf ontkent, namelijk dat kinderen in de wereld van het occulte worden ondergedompeld. Het probleem is dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders niet gelooft in het bestaan van de duivel en de demonen. Daarom wordt e.e.a. als onschuldige fantasieën en creatieve lessen beschouwd. De meeste initiatiefnemers zullen argeloos, goedbedoelend met deze occulte alternatieven slechts een didactisch doel hebben. Satan vindt deze onwetendheid prima. Prachtig toch als zelfs op scholen, dus min of meer gedwongen, kostbare en kwetsbare kinderen in zijn invloedsfeer komen. Er zijn niet alleen bijbelse bezwaren, ook voor niet-christenen zijn er buiten de rebellie tegen God bezwaren die variëren van opstand tegen ouders en gezag, tot individualisme en egocentrisme. Er wordt een wereld gepresenteerd waarin strijd gevoerd dient te worden met geesten en monsters. Hiertegen is volgens de meeste boeken slechts verweer mogelijk door het oproepen van onzichtbare hulpkrachten, die vriendjes genoemd worden. Deze vormen van visualisatie en het leren toepassen van toverspreuken en vervloekingen blijken soms nog echt te werken. Kinderen raken besmet met de demonische geesten met alle gevolgen van dien. Er is een christelijke website (http://www.detoveracademie.info) waarin u veel actuele informatie kunt vinden over de kinderboekenweek met het thema de toveracademie. Op deze site vindt u ook alternatieven voor de boekenweek en actieplannen (16).


De geestelijke gevolgen van occultisme op scholen
Bovenstaande verhalen zijn niet te vergelijken met de sprookjes van Andersen die vroeger aan kinderen werden voorgelezen. Op een leeftijd waarin kinderen nog moeilijk het verschil tussen realiteit en fictie kunnen maken worden ze thans overspoeld met occulte verhalen vanuit een occult wereld- en mensbeeld. Criteria om goede en slechte boeken te kunnen onderscheiden zijn o.a.:
1) Wat is de rol van de fantasie in het verhaal? Raakt dit alleen de verbeelding of gaat het verder en leidt het tot visualisatie, het zelf scheppen van dingen uit het niets. (zelf God zijn)?, 2) Wat is het morele gehalte?, 3) Stimuleert het een mogelijk vluchtgedrag uit de realiteit?, 4) Is er sprake van occulte invloeden en personages?, 5) Is het verhaal creatief of destructief?, 5) Is het wereldbeeld vergelijkbaar met het bijbelse?. Er kunnen geesten tovenaars etc. optreden, maar is er volgens de auteurs ook een absolute moraliteit? Of is er de heksenmoraal: Doe wat je wil?
Er is veel merchandising rond de uitgaven van boeken. Je kunt allerlei boeken, behang, films, kleding, agenda ’s kopen die de occulte wereld heel dicht bij halen. Bovendien wordt alles interactief geleerd, kinderenmoeten een deel van het verhaal worden en ‘internaliseren ‘ ‘want dan is het leereffect het grootst. Via tekenen, spelen, knutselen maken kinderen zich één met het verhaal. Zij krijgen het occulte gedachtegoed met de paplepel ingegoten zonder dat ze leren zich hiervoor weerbaar op te stellen. Naast alle klachten als angsten en depressies, zijn er bij kinderen als gevolg van occulte contacten ook gedragsveranderingen geconstateerd waaronder woede-uitbarstingen, nachtmerries, dwanggedachten, bedplassen, hyperventilatie, geheugenverlies verslavingen en zelfmoordneigingen. Er kunnen paranormale verschijnselen optreden zoals helderziendheid, waarzeggende dromen, buiten-het-lichaam-tredingen, aura ’s zien, klopgeesten en spookverschijningen waarnemen. Kinderen kunnen godslasterlijke taal uitslaan, problemen krijgen met hun geloofs- en gebedsleven, etc. etc. (12). Rob Matzken beschrijft in zijn New Age handboek (13) het transformatieproces hoe je mensen kunt veranderen. Het spreekt vanzelf dat kinderen het meest, meer nog dan volwassenen, open staan voor veranderingen. Het is een transformatieproces naar een ander bewustzijn (zie ook de inleiding over Mao tse Tung).
Transformatieproces à la Mao?
Allereerst is er de initiatie: mensen moeten passief of actief in aanraking komen met het andere occulte gedachtegoed. Actief wil zeggen: ze gaan er zelf naar op zoek, passief: ze komen er in school/club mee in aanraking. Bij het initiatieproces worden dingen erg aantrekkelijk voorgesteld: Magie geeft macht over bovennatuurlijke dingen, het is geweldig, fantastisch, het bevordert de creativiteit en maakt de school leuk. Dat is een bekende inleiding; ook de duivel doet zich voor als een engel des lichts en fascineert in beginsel. Later wordt dit manipuleren, intimideren en domineren en zelfs elimineren!
De tweede fase van het transformatieproces is verkennen, verwezenlijken, exploreren. Kinderen gaan zoals boven te lezen is, spelletjes doen, zelf actief of interactief verkennend bezig zijn in de ‘nieuwe’ bovennatuurlijke wereld van het occulte. Ook vinden er groepsprocessen op school plaats waarin kinderen ‘uit de boot vallen’ als ze aan al die occulte activiteiten op school niet meedoen. Zulke spelbrekers ‘verliezen’ dan de ‘groepsidentiteit’ en dit kan weer aanleiding voor allerlei pesterijen op school zijn. Er moet door de occulte processen een nieuwe persoonlijke identiteit, maar ook een nieuwe groepsidentiteit worden opgebouwd. (zie ‘anders denken boerderijen’ van Mao)

De derde fase is verinnerlijken en verwezenlijken. Het gedachtegoed en bewustzijn worden een deel van de ‘eigen wereld’ van het kind. Ook buiten de school en de boeken en films ziet het kind de wereld door een occulte bril. Het is een eigen realiteit om geesten te zien of te raadplegen, en te toveren. Kinderen worden zo via een ik-bewustzijn getransformeerd naar een ‘kosmisch’ bewustzijn.
Bijbels gezien betekent dit dat ze demonisch belast zijn en beïnvloed worden door [gevallen] boze geesten. Deze weerhouden de kinderen van een geloof in de God van de Bijbel. Naast alle mogelijke lichamelijke en psychische klachten ontstaat een grote geestelijke nood. Bovendien zijn kinderen die in hun jeugd al zo getransformeerd zijn in hun denken op latere leeftijd moeilijker te bereiken met het evangelie van Jezus Christus. Het is voorstelbaar dat bij een apocalyptische periode dit bewustzijn gemakkelijker beïnvloedbaar is voor de antichrist die, zoals in de inleiding gesteld, zal streven naar een wereldheerschappij waarbij hij de geestelijke en wereldlijke macht in zich zal verenigen (14). De kinderen van vroeger die dan volwassen zullen zijn, zullen door deze processen geestelijk verblind en ‘verduisterd in hun verstand’ zijn. Ze zullen de antichrist nalopen (Op. 13:11-18 en 16:14-15) want deze zal grote tekenen doen met allerlei krachten en bedrieglijke wonderen ( 2 Thess. 2:9). Hij zal velen verleiden die al op jonge leeftijd ‘geprogrammeerd’ zijn. In Deuteronomium 18 noemt God al de genoemde occulte praktijken als waarzeggerij en toverij en geesten oproepen een gruwel! God waarschuwt ons, ons niet op dat terrein te begeven, niet omdat we ons dan niet zouden kunnen ontplooien zoals de occultisten zeggen. Gods wetten zijn er niet om ons te onderdrukken maar juist om ons te beschermen!

De totale optelsom van de geweldige opkomst van het occulte in alle facetten van de leefwereld van jongeren zal dit proces alleen maar versnellen. In augustus 2005 werd in de binnenstad van Utrecht een Gothic festival gehouden waarin de duisternis in alle facetten naar buiten kwam. Zelfs kerken stelden hun ruimtes beschikbaar hiervoor.De optelsom van het occulte op en rond de school en de vrije tijd en zelfs soms de kerk soms zal het bewustzijn transformeren naar ‘de nieuwe mens’ van de toekomst. De hersenspoelmethode die Mao voor het eerst op grote schaal toepaste is bijna nog kinderspel met wat nu in de wereld gebeurt. De wetteloze is in opkomst in de media, cultuur, onderwijs, en politiek. Het bijbelse eindtijdscenario is dichtbij. We moeten niet alleen de individuele uitingen analyseren en bestrijden, noch ons verliezen in allerlei redetwisten over de extremiteiten van één bepaald occult boek of spel, maar ook oog krijgen voor het cumulatieve aspect van al deze geestelijke processen. De Bijbel maakt duidelijk dat we alleen echt oog krijgen over deze geestelijke processen als we geleid worden door de Heilige Geest. Daarvoor moeten we steeds meer leren om fijngevoeliger te worden om echt te kunnen onderscheiden waarop het aankomt (Fil. 1:9). We moeten een halt toeroepen aan het demoniseringsproces waar onze eigen kinderen aan blootstaan, in de eerste plaats door ze ook een ander geestesleven voor te leven. Samen bidden met kinderen op hun eigen niveau geeft een grote intimiteit en verbondenheid tussen ouders en kinderen en God. Kinderen moeten geleerd worden om zelf beslissingen te leren maken met God, keuzes te maken in een steeds toenemende ‘occucultuur’, zelf om wijsheid te kunnen bidden en zo op te groeien in volwassenheid in geloof. Goed voorbeeld doet goed volgen (Deut. 6:4-9). Niet alleen bidden met, maar ook bidden voor kinderen is een belangrijk geestelijk wapen. Gebed voor individuele scholieren, maar ook voor het destijds fel bevochten christelijk onderwijs in Nederland is dringend nodig. De ‘C’ van christelijk is reeds te vaak verwaterd tot de ‘C’ van cultuur, en als we passief blijven wordt het de ‘C’ van chocola…

 

Alternatief en actieplan:
Als ouders, opvoeders, leerkrachten, pastores hebben we dus een grote verantwoordelijkheid om dit transformatieproces waarin onze jeugd zich bevindt, een halt toe te roepen. In de eerste plaats door onze kinderen zelf voor te leven hoe we keuzes maken en grenzen trekken als het gaat om de occulte stormvloed die ons land dreigt te overspoelen (Deut. 6:4-9). Zelf voorleven in het bidden voor bescherming. Voorleven, niet alleen door betweterij maar door een werkelijk bewogen hart voor mensen die verstrikt raken in het occulte. Samen bidden met kinderen op hun niveau om ze ook te leren wijsheid bij God te zoeken en keuzes met Hem te maken. Voor te leven door zelf de uitknop [is tegelijk de aanknop] van de televisie, radio en p.c. op de juiste tijd te hanteren. Niet door kinderen alles te verbieden, maar sommige boeken/films etc. samen met kinderen te bekijken en te bespreken en samen met ze in gebed te brengen. Geef kinderen van 8-12 jaar de nodige begeleiding hierin. Houdt kinderen in hun eerste wereldoriëntatie (4-7 jaar) verre van de occulte wereld van magie en geleide fantasie, ook al wordt dat als ‘grap’ of als ‘kunst’ gedaan. Zorg voor een bijbelse wereldoriëntatie (2 Tim. 3:15,17). Zoek alternatieven in kerk, school en club voor andere lesprogramma ’s, spelletjes en actieplannen. Voor een alternatief plan kan verwezen worden naar het initiatief van de christelijke kinderboekenweek met het thema ‘wonderlijk’.en kijk op de website van Bijbel & Onderwijs (www.bijbelenonderwijs.nl) en http://www.detoveracademie.info/ voor alternatieve lesprogramma ’s. Stel alles in het werk om te voorkomen dat Nederlandse scholen worden omgevormd tot toveracademies. Organiseer lezingen, ouderavonden, discussiebijeenkomsten, gemeenteavonden. De demonen bereiden minutieus en planmatig de occu-cultuur en de komst van de antichrist voor. Wij geloven op grond van de Bijbel dat ná de Antichrist de werkelijke Christus zal komen die een nieuwe hemel en aarde zal grondvesten (Op. 19:11vv, 2 Thess. 2:8). Nu is het nog genadetijd
Op.21: 7-8
Wie overwint (gelooft) zal deze dingen beërven, en Ik zal hem tot een God zijn en Hij zal mijn zoon (dochter) zijn. Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars, hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel, dit is de tweede dood.
Slaap niet, maar waak en bid en werk!
Gerard Feller (augustus 2005).

 


Notes:

1) De Anders Denken Boerderij door drs. R.H. Matzken Buijten & Schipperheijn Amsterdam 1976
2) De invloed van geweld op de televisie. Rapport voor geïntegreerd project psychologie & methoden van onderzoek . TEW/HI 2001-2
3) Kind en media, Peter Nikken,
uitgeverij Boom ISBN 9053528199 € 17,50.
Opvoeden leer je niet op school. Ouders moeten in de praktijk maar ervaren wat voor hen de beste methode is om kinderen met televisie en computer in huis op te voeden. Om ouders een steuntje in de rug te geven is dit boek over mediaopvoeding geschreven. Het geeft antwoorden op vragen als 'Wat is het effect van mediageweld?' 'Kan het kwaad als kinderen erg lang televisiekijken?' en 'Hoe maak je goed gebruik van de Kijkwijzer?' Met die informatie kunnen moeders en vaders hun kinderen elke dag op een plezierige manier met de moderne media om laten gaan. Dit boek is een speciale uitgave bij het programma 'De Nationale Ouderavond: Geraakt door tv', tot stand gekomen in samenwerking met de stichting Kijkwijzer.
4) Beeldschermkinderen, theorieën over kind en media, Patti Valkenburg,
uitgeverij Boom ISBN 9053527036.
Er zijn in de afgelopen decennia vele duizenden onderzoeken uitgevoerd op het gebied van kinderen en de media. Toch verkeren wetenschappers in een beginfase wat betreft hun kennis over het gebruik, de voorkeuren en de effecten van media. Dit boek biedt inzicht in de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek en de theorievorming over kinderen en de (beeldscherm) media. Het boek is in eerste instantie bedoeld voor studenten, maar het is zo geschreven dat het ook toegankelijk is voor geïnteresseerde ouders, docenten en beleidsmakers.
5) Een goed boekje voor tips van kijkgedrag is: Vierkante ogen: opgroeien met tv en pc, Patti Valkenburg uitgeverij Maarten Muntinga ISBN 9050183727.
Is geweld op de televisie schadelijk voor kinderen? Hoeveel tijd mag een kind besteden aan computerspelletjes en Internet? Deze en vele andere vragen komen in deze praktische gids aan bod. Vierkante ogen is geschreven om ouders en opvoeders te helpen bij hun beslissingen ten aanzien van tv en pc.
6) Door Junior Senior research onder 4000 kinderen. NRC handelsblad 18 juli 2005
7) Door onderzoeksbureau Qrius in opdracht van internetprovider Wanadoo op 22 juni 2005
8) Visie 25, 2005
9) Internet-extremisme onderschat: Utrechts Nieuwsblad 23 juli 2005
10) Uitdaging: april 2005
11) De toveracademie- boeken vol magie, Stichting Schrijvers School & Samenleving (SSS), Amsterdam 2005
12) B&O Kieswijzer basisonderwijsfolder: kinderen mogen niet stuk gaan13) Drs. R.H. Matzken, New Age handboek , Buijten & Schipperheijn Amsterdam, 1990
14) Zie het drieluik op www.stichting-promise.nl/alternatieve/303.html
15) Zie website bijbelenonderwijs.nl door Rob Matzken http://www.bijbelenonderwijs.nl/?item=register&id=191
16) http://www.detoveracademie.info/ is een gezamenlijk initiatief van o.a. Vereniging Bijbel en onderwijs, Stichting Schreeuw om leven, Stichting Promise, Stichting Christenen voor de Waarheid, Stichting Johannes Multimedia, Eurofire, TBN Nederland, Stichting Mahanaim, Stichting de Oude Wereld, Comité Gebed en Verootmoediging :
Het boekje ‘Samen bidden voor de basisschool’, de gebedsbrief voor ouders en school ‘Fakkel’ van de Internationale Bijbelbond en andere initiatieven, kunnen hierbij een practische hulp bieden (IBB, Postbus 91, 3958 ZV Amerongen, tel. 0343-461753 / 461759, www.ibbnl.org)

Categorie: Opvoeding