Toetst alles !!

 

©Toetst alles alt

 

 

 

Hier volgt het enigszins bewerkte hoofdstuk 7 uit het uitverkochte boek ‘Toetst Alles’ van drs. W.J.A. Pijnacker Hordijk. Indien er voldoende verzoeken zijn kan tot een herdruk hiervan worden besloten

Een toetssteen wordt gebruikt door een goud- of zilversmit om het gehalte van een edelmetaal vast te stellen naar de kleur van de toetsstreek. Het dient dus om de echtheid en waarde van iets van te stellen. Op geestelijk gebied wordt er veel aangeboden waarvan we ons moeten afvragen of het waardevol of waardeloos is. Maar hoe op dit gebied te toetsen?

Wat zijn de christelijke heilige ijkpunten? Hoe meer we vertrouwd hier mee zijn, des te eerder en duidelijker zullen afwijkingen aan het licht komen. Hoe meer toetsstenen, hoe zekerder de conclusie zal zijn. Laten we eerst de belangrijkste criteria bespreken.

 

 

Het levende Woord: Jezus Christus

 

Jezus Zèlf stelt ons de indringende vraag: "Wat dunkt u van de Christus? Wiens zoon is Hij?"[1]. De beantwoording van deze vraag is essentieel. Jezus Christus is uniek en universeel, zijn vele namen en titels verkondigen zijn grootheid. Wereldreligies, sekten, geloofsgemeenschappen enzovoort moeten bevraagd worden op hun visie op Jezus Christus. Antwoorden als "Hij is een van de profeten, of een bijzonder mens, of een groot leraar, of stichter van een wereldgodsdienst", zijn als belijdenis be­slist onvoldoende.

Johannes stelt de menswording of incarnatie van de Here Jezus Christus, in verband met de gnostici, als toetssteen: "Gelief­den, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest die Jezus niet belijdt, is niet uit God."[2] Jezus is God en mens geworden, Hij stierf aan het kruis, werd begraven en stond op uit de dood! "Wie is de leugenaar dan wie loochent dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Een ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader."[3]

De Persoon van de Here Jezus Christus neemt de fundamentele ereplaats in bij het toetsen. Hij is als de levende steen, die de bouwlieden afkeurden. Nochtans is deze bij God uitverkoren en kostbaar en zelfs tot een hoeksteen geworden[4]. "En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden, en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen."[5] De Here Jezus Christus is dus zowel de hoeksteen als toetssteen. De gekruisigde Christus is en blijft cruciaal.

Hoe werkt dat in de praktijk? Let bijvoorbeeld op of alle eer voor de Heer Jezus is of staat een mens (bijvoorbeeld een cha­rismatisch leider of de luisteraar) centraal? Met recht is de Here Jezus eerzuchtig, of met een oud Nederlands woord: ‘na-ijverig’. Indien een bepaalde boodschap meer tot de verheerlijking leidt van de spreker, dan van Christus, dan mag u deze boodschapper betwijfelen. Merk op dat God wel zijn eigen Woord bevestigt, ook al is de verkondiger op een verkeerde manier bezig. Dit is natuurlijk geen excuus dat predikers er een los leven op na zouden mogen leven. Een goed voorbeeld is de apostel Paulus. Hij stelde: "Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en die gekruisigd."[6] Hij bond mensen niet aan zichzelf, maar ‘bond gelovigen door’, had hen “verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen. Welke Christus? Een gekruisigde dus – en dat is nog steeds een dwaasheid en een aanstoot. Welvaartspredikers verkondigen een andere[7], uitsluitend triomferende krachtpatser Christus. Wie zei ook al weer 'Ik ben de Alfa en de Pecunia'? “Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige [en loutere] toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden.”[8] Jezus waarschuwt met klem voor vele valse christussen. Die zijn in de loop der eeuwen inderdaad in grote getale verschenen, en hebben we dus op ons pad te verwachten en deze als neptoetsstenen te ontmaskeren. Heeft de te toetsen persoon of groep een heilig ontzag voor Hem, of meent men over Jezus te kunnen beschikken, ja, Hem zelfs te kunnen manipuleren? Sommi­gen maken hun eigen Jezus Christus naar hun beeld, anderen menen de Christus geografisch te kunnen trace­ren[9]. De echte Christus ‘der Schriften’ waarschuwt ons echter, de wonderen ver­richtende valse christussen en valse profeten niet te geloven. Spaar u dus de moeite om het vliegtuig te pakken: "Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? namelijk om Christus te doen afdalen; of: Wie zal in de afgrond neerdalen? namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen. Maar wat zegt zij? Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord des geloofs dat wij prediken."[10] Christus is niet over de oceaan, maar veel dichterbij: in het hart van de gelovige.

 

Het getuigenis van Jezus is de geest der profetie[11]. De ware profetie moet ons tot aanbidding van Jezus leiden. "Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de heilige Geest." [12] Uiteraard kan ook een niet christen uitspreken dat Jezus Heer is, maar het gaat natuurlijk om een belijdenis die van harte onderschreven wordt en uitgewerkt wordt in je leven. Oorspronkelijk waren er slechts twee mogelijkheden: òf Ceasar was Heer, òf Jezus, en in het laatste geval resulteerde deze belijdenis vaak in het martelaarschap. Een orthodoxe belijdenis over de Here Jezus is desondanks onvoldoende garantie. Immers de duivel en demonen zullen Jezus' heerschappij ten volle beamen, zij het knarse­tandend en hardnekkig weigerend zich dan ook aan Hem te onder­werpen.[13] Aanbidding van, gehoorzaamheid aan en onderwerping aan de Heer mogen niet ontbreken.

De Gever is meer dan de geestesgave, en wie zich manifesteert is belangrijker dan de manifestatie. Voor een echte christen staat Christus centraal. Lloyd-Jones stelt in zijn hoofdstuk "Jezus is Heere" het egocentrische terecht aan de kaak: "Ze zijn misschien wel in staat ervoor te zorgen dat mensen naar voren komen om hun getuigenis te geven en te zeggen: "Ik voelde me altijd ellendig en ongelukkig, nu ben ik de hele dag gelukkig en ik heb geen moeilijkheden en problemen meer en alles is rooskleurig en heerlijk". Maar u luistert naar hen. U luistert slechts naar dat éne -waar wordt er over de Heere Jezus Christus gesproken?"[14]

Als we de christologie (leer over Jezus Christus) van de ander helder hebben, dan zegt dit al veel over zijn soteriologie (leer over de redding van zonde(n)) en zijn bibliologie (leer over de Bijbel).

 

 

 

 

Het geschreven woord: de Bijbel

 

De Joden worden geacht te kunnen onderscheiden waarop het aankomt door de wet[15]. Tradities, emoties en ervaringen, profetieën en visioenen, hoe belangrijk ook, zijn niet maatge­vend, maar ondergeschikt aan het Woord. Zij kunnen niets toevoegen aan en mogen niet geplaatst worden boven de afgeslo­ten canon.

Bij monde van de profeet Hosea roept God als een klacht, dat zijn volk te gronde gaat door gebrek aan kennis, kennis van God wel te verstaan, die de priesters vanuit de Pentateuch, aan het volk hadden moeten overdragen[16]. Priesters moesten onderscheid maken tussen heilig en onheilig, rein en onrein.[17] God wil pertinent niet dat we verloren zouden gaan; op het horen en gehoorzamen van Gods Woord rust uitredding en zegen. Verstaan de predikers hun taak? Wordt het Woord serieus genomen, of als een spring­plank misbruikt om eigen meningen te lanceren? Komt het Woord aan het woord, of ligt de kracht (?) in de anekdotes, boeiende verhalen en redenaarstalent? Wordt de Bijbel verantwoord uitgelegd, of wordt er eerst iets ingestopt wat later wordt te voorschijn getoverd?[18]

Elk degelijk onderzoek van een te toetsen theologisch onderwerp, staat of valt met de gezonde exegese van het Woord. Maar welke Bijbelvertaling is dan de beste? De Jehova’s Getuigen hebben hun eigen ‘Nieuwe Wereldvertaling van de Heilige Schrift’, die echter op essentiële plaatsen foutief vertaald is. Maar geen enkele vertaling is zuiver, omdat vertalen vaak neerkomt op interpreteren. Het veiligst is de Bijbel in de grondtalen Hebreeuws, Aramees en Grieks. Toegegeven: de Bijbel is niet het makkelijkste boek, en hulp bij het lezen, vertalen, bestuderen en uitvoeren is onontbeerlijk.

 

"Want het Woord van God is levend en krachtig, en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneen scheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten van het hart"[19].

Om het valse te kunnen ontdekken, is vooral kennis van het ware, het echte nodig. Een illustratie hiervan : Op grond van zijn kennis van de Tora doorzag Nehemia de geraffineerde intimidatie, valse beschuldiging en vrome verleiding om hem de tempel binnen te laten vluchten. Maar dit was immers uitdrukkelijk voorbe­houden aan de priesters. Dit verzoek ging dus in tegen Gods Woord en bleek een verzoeking te zijn. Hij merkte duide­lijk dat God de boodschapper nìet gezonden had en ging niet in op de over hem gesproken valse profetieën[20].

 

Volgens de auteur van de Hebreeën, moet het mogelijk en belang­rijk zijn om te onderkennen of iemand vanuit zijn ziel of geest opereert[21]. Jeremia klaagt dat de profeten vanuit hun eigen hart profeteren, in plaats van uit de mond van de Heer[22] en Ezechiël krijgt van God te horen dat de dwaze profeten hun eigen geest volgen, zonder iets geschouwd te hebben[23].

De bron maakt wel degelijk uit of het betrouwbaar is of niet. Prince schrijft terecht dat de aanbidding van God niets te maken heeft met amusement of vermaak. Dat is ten bate van de ziel, die een kick, bevrediging, of opwinding wil, terwijl de geest wordt buitengesloten[24]. Maar wie onderscheidt dit ech­ter? Is een uitspraak of handeling in overeenstemming met Gods Woord? Is het Bijbels? Deze toetssteen behoeft verduidelijking. Immers, overspel en moord zijn "bijbels", want deze worden in de bijbel genoemd. Maar we bedoelen natuur­lijk: in overeenstemming met Gods wil, met de algemeen geopen­baarde waarheden in de bijbel. Elke ketter heeft zijn letter, en iedereen kan wel een tekst ter ondersteuning van zijn of haar mening vinden. Maar is dit wel terecht? Doet het geweld aan de context waarin het is geplaatst? Is het in overeen­stemming met de heilshistorische lijn in de Schrift?

Satan, orthodoxe gelovige (!), is overtuigd van de waarheid van ­Gods Woord, maar weigert zich vrijwillig te onderwerpen. Onophoudelijk probeert hij op drie manieren Gods Woord te ontkrachten: a. door het te verdraaien b. er wat aan toe te voegen of c. alles of iets weg te laten.[25] De bijbel laten buikspreken is, door de verbanden of context te negeren, gemakkelijk en wordt vaak gedaan. Worden dezelfde accenten gelegd die God heeft ge­plaatst? Is er bijvoorbeeld een nadruk op het aanstootgevende en toch ook heilzame kruis, op louterende heiliging? Klopt het hart in de zending, zoals de Here Jezus Zelf de zendeling bij uitstek was en nog steeds uitzendt om het verlorene te zoeken? Komt héél het Woord aan het woord? Sekten worden de onbetaalde rekening van de kerk genoemd, omdat zij de hiaten van de kerken opvullen. Paulus hamert bij zijn medewerkers Timotheüs en Titus op de gezonde leer, gezonde woorden, gezond geloof en gezonde predi­king[26]. Een voorbeeld van een òngezond accent: Prince obser­veerde dat als het thema en accent telkens "kracht" is, men vaak terecht komt in een valse lering. We zijn gewaar­schuwd! [27] Evenzo is het zelfs verwerpelijk om aanbidding te aanbidden, want het gaat om de aanbidding, maar om wie aanbeden moet worden: de drie-enige God.

 

Jonathan Edwards was de mening toegedaan, dat een werk niet beoordeeld moet worden op de lichamelijke effecten (bijvoorbeeld huilen, beven, kreunen, aanvallen, flauw vallen). We zijn het met hem eens, als hij stelt dat het èchte kenmerk van bekering daaren­tegen een grotere achting voor de Heilige Schrift is[28].

Velema waarschuwt terecht tegen doorslaan naar de extremisti­sche geestesstromingen als biblicisme (de Bijbel letterlijk nemen en eenzijdig, onhistorisch en eigenwillig verklaren) en tegen confessionalisme (de (feilbare!) belijdenis gelijkstellen met de onfeilbare Heilige Schrift).[29] Een christen hoort niet pragmatisch, maar principieel te zijn. Het kan geen kwaad om iemand of een organisatie naar zijn geloofsbelijdenis te vragen. Als bijvoorbeeld de apostolische geloofsbelijdenis of de ge­loofsbeginselen van de Evangelische Alliantie niet kunnen worden onderschreven, moet ons dit tot argwaan stem­men.

 

 

 

De Auteur van het Woord: de Heilige Geest

 

De Inspirator van Gods Woord is de Heilige Geest. Geest en Woord kunnen nooit in tegenspraak zijn met elkaar; integendeel het zijn als twee rails van eenzelfde spoorlijn.[30] Alles wat onheilig, grof of lelijk is, komt niet van de HEILIGE Geest[31].

Weliswaar is de derde Persoon van de drie-eenheid evenzeer God en verdient ontzag, respect en eerbied, en kan evenmin als de soevereine Vader en de Zoon gemanipuleerd worden. Als God kan de Heilige Geest aanbeden worden, hoewel we in Gods Woord daartoe geen oproep zien, en evenmin een voorbeeld. Eerlijkheidshalve zij vermeld, dat er ons ook geen verbod wordt gegeven om de Heilige Geest te aanbidden. Gods Geest is als een schijnwerper, Die juist niet Zichzelf, maar Christus belicht. En Jezus wijst door naar Zijn Vader. Jezus is de weg, de weg naar de Vader. Goed bedoeld, maar toch vreemd en discutabel, is het aanroepen en uitnodigen van de Heilige Geest door een gebed of lied.[32] Zouden christenen werkelijk de Heilige Geest moeten aanroepen, zoals heidenen geesten oproepen? Die Geest doorzoekt alle dingen[33], en verheerlijkt Christus[34], zonder zoveel aandacht op Zichzelf te vestigen. Terecht stelt Derek Prince Iedere geest die de aan­dacht richt op de Heilige Geest, en die de Heilige Geest verheerlijkt, is niet de Heilige Geest, omdat het tegengesteld is aan zijn karakter en doel. [35]

Indien iemand zogenaamd door de Heilige Geest tot een inniger devotie van Maria komt, kan dit in ieder geval niet door de Heilige Geest zijn. Het gaat in tegen zijn taak: het getuigen van Jezus, en gaat evenzeer in tegen Maria zèlf, wiens laatste, in de Bijbel opgetekende woorden waren: "Wat Hij u ook zegt, doe dat"![36] Wij zoeken geen bijzondere ervaringen of manifestaties op zich. God kan die zeker geven. De Gever (Geest) is belangrijker dan de gaven (charismata). Paulus’ gebed mogen we meebidden: opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, ons geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: verlichte ogen van onze harten, zodat we de fantastische rijkdom van het geloof zullen kennen.[37]

 

Kleine toetsstenen

 

De volgende criteria kunnen en mogen niet los gezien worden van de zojuist behandelde grote toetsstenen. Hoewel beslist de objectieve maatstaven de belangrijkste zijn, mogen we verder de subjec­tieve niet veronachtzamen.

 

 

 

Mensbeeld

 

Niet alleen het Godsbeeld, ook het mensbeeld is als een toets­steen. Hoe wordt over de mens gedacht? Is hij in wezen goed, en vervalt hij helaas tot het kwade omdat de maatschappij verkeerd is? Kan de mens zichzelf wel redden en kunnen we dus de gekruisigde Christus wel, missen? Kunnen we de evolutie extrapoleren, gewoon doortrekken naar de toekomst, en verwachten dat de mens zichzelf wel uit alle ellende en pro­blemen redt dankzij zijn verstand, techniek en creativiteit? De New Age stroming wil dat iedereen het goddelijke in zich­zelf zal ontdekken en streeft de zelfverwerkelijking na. Het humanisme doet niet veel anders. Of moeten we in tegenstelling tot dit optimistische mensbeeld, kiezen voor het pessimisti­sche? Daarin komt de mens naar voren als een persoon zonder enige verantwoordelijkheid, die niets goeds kan en wil en niets hoeft te doen behalve leven.

Nee, het mensbeeld uit de Bijbel verschilt hiervan totaal: de mens is oorspronkelijk volmaakt geschapen, door zonde van God afgevallen, maar toch nog steeds beelddrager van God. Slechts het evangelie kan de neergaande spiraal naar boven ombuigen.

Waar het om gaat is het niet over- noch onderschatten, maar op juiste waarde schatten van de kroon op de schepping.[38]

 

 

 

Opbouw

 

Nog een andere toetssteen bekijken we. De oud-zendeling Ger Prakken is verontrust over het zich kritiekloos overgeven aan allerlei manifestaties. De ik-gerichte mentaliteitsgolf rolt vanuit de wereld ook de gemeente binnen, en in plaats van offers te brengen wil de moderne christen -de goede niet te na gesproken- gezegend worden. Wie echter alleen maar een kick zoekt om de kick, is volgens hem verkeerd bezig. Terecht pleit hij ervoor om gezegend te worden, opdat we voor anderen een zegen kunnen zijn, de ander kunnen opbouwen[39]. Is het tot stichting of opbouw van de gemeente[40] en dienst aan de maat­schappij? Leiden woorden, impulsen en handelingen tot diepere overgave aan God? Dit criterium is eveneens relatief. De profeet Jeremia moest eerst vier maal destructief werk ver­richten en daarna twee maal constructief[41]. Te zachte pasto­ra­le heelmeesters maken stinkende wonden. Hoewel er soms eerst gekapt/gesloopt moet worden voordat er geplant/gebouwd kan worden, is het doel toch niet destructie, maar solide (re)constructie, te beginnen met of op het fundament.

 

 

 

 

Orde

 

Voor de samenkomsten in de gemeente heeft God bepaald, dat er orde moet zijn. Hij geeft een volgorde aan wie er mogen spre­ken[42]. Dit is niet hetzelfde als een starre, voorspelbare en saaie liturgie. Evenmin is het een verbod van alle spontaniteit. Geïnspireerd door de Heilige Geest schrijft de apostel Paulus Z/zijn wil: geen chaotische toestanden waar iedereen maar door elkaar praat, waar geen touw meer aan vast te knopen is. Zo is God -de Heilige Geest- een God van vrede en niet van wanorde. Diensten dienen geleid te worden door de oudsten, de verantwoordelijken, leiders die autoriteit hebben ontvangen en aanspreekbaar zijn op de gang van zaken. Zij hebben de taak om te stimuleren, of juist af te remmen. Eventueel hebben zij te corrigeren, want opbouw moet beoogd worden. Dit is allemaal evenzeer geestelijk. Vrijheid en orde zijn niet elkaars tegenpolen, maar kunnen in vrede naast elkaar bestaan. “Waar de Geest des Heren is, is vrijheid.”[43], en tegelijk dus orde.

 

 

 

 

Heiliging

 

Een echte opwekking wordt gekenmerkt door een radicale breuk met de zonde. Helaas ontbreekt bij charismatici nogal eens de huiver, vrees voor God. Immers ook na onze bekering is God nog steeds ontzagwekkend, als een verterend vuur.[44] De balans tussen de ongenaakbaarheid van God en het vriendschappelijk met Hem omgaan, moet in evenwicht blijven. Indien een spreker of geestelijke beweging steeds nalaat te wijzen op zonde, berouw, het kruis, en heiliging, maar daarvoor inruilt de sfeer, show, sensatie, een ouwe-jongens-krentebrood-mentaliteit en de manifestaties, dan moeten we dit beslist verwerpen. Dit is niet van de HEILIGE Geest, maar een onheilige, wellicht vrome, geest. De Heilige Geest bewerkt een passie en offerbereidheid voor Jezus Christus, inclusief lijden en afgezien van mogelijke wonderen en tekenen.

Christus heeft zijn gemeente liefgehad en Zich voor haar overgegeven om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad van het woord en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet[45]. Het louterende oordeel begint bij het huis Gods, dat is de gemeente[46]. Het laatste oordeel is al in de gemeente begonnen. Dit zien we in de gemeente te Korinthe, waar men het niet zo nauw nam met de heiligheid van de gemeente en het avondmaal[47]. Bij monde van de apostel Paulus roept God ook ons op, om onszelf te beproe­ven, zodat ziekte en zelfs dood als tucht achterwege kunnen blijven.

 

 

 

 

Evangelisatie

 

In Gods agenda staat nu "WERELDEVANGELISATIE", of "ZENDING", en dit is al eeuwen zijn topprioriteit. Genadegaven, ervarin­gen, wonderen, gevoelens hebben allemaal hun legitieme plaats, maar God heeft niet bedoeld dat we geestelijke binnenvetters zouden zijn. Zonde is het, om het accent te verschuiven. Het evange­lie is er niet om op te potten, maar om uit te delen. Heel het lichaam, de gemeente, van onze Heer is er om deze grote opdracht in de kracht van de heilige Geest te helpen uitvoeren. Zending is dus niet voorbehouden aan een groepje super-christe­lijke stokpaardberijders. Wee de gemeente die niet veel meer dan een christelijke entertainment-club is die zichzelf slechts vermaakt. Indien dus hoog in het vaandel evangelieverkondiging staat -dat is geen zielige zieltjeswinnerij voor een bepaalde leider, kerk of zendingsor­ganisatie, maar uitsluitend voor Koning Jezus- dan pleit dat zeer voor datgene wat we toetsen.

God wil nadrukkelijk dat alle mensen behouden zullen worden en dat kan uitsluitend door de ene middelaar Jezus Christus[48], maar Gods wil zal helaas niet geheel vervuld worden. De hel is reëel en wordt bevolkt, alverzoening is uitgesloten. Zending, uitsluitend als sociale actie zonder woordverkondiging is niet meer dan humanistische ontwikkelingswerk. Natuurlijk horen woord en daad bij elkaar. Hoe kunnen wij onze monden, handen en portemonnee gesloten houden, immers waar het hart vol van is, moet toch de mond van overlopen. Door allerlei goede werken kan niemand de hemel verdienen, het is namelijk gratis, pro Deo, slechts door in het geloof "Dank U wel" te zeggen. Dit maakt het christendom uniek: niet wij hoeven naar de hemel te klimmen, maar Gods Zoon daalde naar de aarde af, om voor onze zonden de afschuwelijk­ste marteldood te sterven. Niemand kan om Christus' kruis heen. Daar schamen we ons niet voor, nee we roemen in zoveel genade.

 

 

 

 

7.2.6 Gemeente

 

Een ander accent wat God gelegd heeft, is de universele en plaatselijke gemeente. Door middel van de gemeente als geheel en haar leden in het bijzonder, wil God deze in barensnood verkerende wereld bereiken en redden. De gemeente is kwetsbaar en wordt vaak van buitenaf en van binnenuit aangevallen, maar Jezus belooft dat de poorten van het dodenrijk haar niet zullen overweldigen.[49] Hoewel we vaak met pijn moeten conclu­deren dat niet zozeer dankzij, maar eerder ondanks de gemeente God zegent, hebben we nochtans de gemeente met liefde te respecteren en van daaruit te opereren. Ieder die een plaatselijke gemeente waar de ‘Christus der Schriften’ centraal staat veronachtzaamt, of zelfs tegenwerkt is God niet welbehaaglijk. Gezag wat in de gemeente wordt uitgeoefend, is geen vies woord, maar dient gerespecteerd te worden.

 

 

 

Kerkgeschiedenis

 

Inmiddels bestaat de christelijk gemeente al zo’n tweeduizend jaar. In deze lange periode is natuurlijk ontzettend veel gebeurd. We moeten niet menen dat wij de eerste zijn die over een bepaalde Bijbeltekst of kerkelijk probleem nadenken. Er zijn reeds theologische bibliotheken volgeschreven. We kunnen enorm ons voordeel doen met de kerkgeschiedenis. Indien we niets van de geschiedenis leren zijn we gedwongen de geschiedenis over te doen. Een voorbeeld: de zogenaamde ‘Toronto-beweging’ lijkt hypermodern. Het is hier niet de plaats om deze beweging die tot veel verwarring en zelfs gemeentesplitsingen heeft geresulteerd, te analyseren. Daarvoor verwijs ik u naar andere boeken. Maar wat gebeurde er in de opwekkingsbewegingen van eeuwen geleden? Was dat hetzelfde? Hoe gingen de opwekkingspredikers daarmee om? En wat kunnen wij daar nu van leren? De geschiedenis herhaalt zich, tenzij wij tijdig er van hebben geleerd en weigeren in dezelfde valkuilen te vallen.

 

 

 

Volk Israel

 

Door de Bijbel slechts oppervlakkig te lezen krijgen we al snel de indruk dat God "iets met Israel en Jeruzalem in het bijzonder heeft" - en dat is heel zwak uitgedrukt. Israel is Gods uit­verkoren oogappel[50]. Dit volk is door Hem gezegend en er bestaat geen vervloeking tegen[51]. Eigenlijk is het best wel schokkend als er in de geloofsbelijdenis, meestal als onderdeel van de statuten van een gemeente, met geen woord gerept wordt over Gods volk. Niet dat elke christen dezelfde gedachten over de eschatologie van Israel zou moeten koesteren (als dit al mogelijk zou zijn), voordat we elkaar echt als christenen zouden erkennen. Israel heeft wel een zeer unieke positie. Verwerpelijk is de vervangingsleer, wat inhoudt dat het christendom het nieuwe volk van God zou zijn, omdat de Joden de Messias hebben gekruisigd. De zegeningen voor de christenen nemen en de vervloekingen voor de joden laten staan is niet Gods bedoeling.

"Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden..."[52] Jeruzalem is als een steen, een toetssteen! Ontegenzeglijk was noch is het volk Israel volmaakt. Desalniettemin heeft God Zichzelf toch duidelijk aan dit uitverkoren volk verbonden. Leggen wij dezelfde accen­ten als God? Is er plaats in onze heil­s-theologie voor Israel? Op sommige kansels wordt de naam Israel zelden of nooit genoemd. Op andere veel te vaak. Een gezonde ongero­man­ti­seerde en onvoorwaardelijke en toch ook kritische liefde voor dit unieke volk zoals bijvoorbeeld dat had Paulus, is op zijn plaats. Paulus, de Joodse apostel voor de heidenen, schreef, dat voor de Israelieten de aanneming tot zonen is en de heerlijkheid der verbonden en de wetgeving en de ere­dienst en de beloften en de vaderen en last but not least uit hen is God de Messias[53].

Zegenen wij dit volk omdat God ons hierin voor is gegaan? Beschamend, onbeschrijflijk en onverteerbaar is het lijden dat de Joden in de loop der eeuwen is aangedaan. Ongelovigen, maar ook gelovigen zoals Luther, hebben dit volk onrecht aange­daan of zich zelfs tot hun eigen onheil aan dit volk vergre­pen. Ook door christenen, en daarom past ons een nederige houding.

Anderzijds zijn sommige christenen zo gecharmeerd van het Jodendom dat zij een Messiaanse gemeente hebben opgericht. Zeker, de Bijbel is grotendeels een Joods boek. Kennis van het Hebreeuws en Aramees is een pré. Jezus is een Jood. Het heil (de Heiland) is uit de Joden, en het heil is in de eerste plaats voor de Joden.[54] De geschiedenis bewijst dat God de werken van zijn handen aan dit bijzondere, uitverkoren volk niet zal laten varen. God gaat voort met wonderlijk met dit volk te handelen. Let op de vijgeboom, symbool voor Israel![55] ‘Het Jodendom’ bestaat echter niet als een eenheid. Het is even intern verdeeld als het christendom. Een schakering van ultra-orthodoxe tot atheïstische Joden tref je aan. Ieder mens heeft het evangelie broodnodig. In alles moeten we dus echter diep ervan doordrongen zijn, dat uitsluitend en alleen Jezus Christus, of Jezus Messias zo u wilt, het middelpunt en het aantrekkelijke van een gemeente moet zijn, en niet een bepaalde liturgie of rituelen. Hij is met recht een jaloerse Heer. Laten we de ernstige waarschuwing van Paulus in de Galatenbrief ter harte nemen, niet terug te keren tot de Judaïsten en dus tot de Joodse wetten. Pas op voor betovering. Sta niet toe dat we weer onder een slavenjuk komen.

Een bezoek aan het land Israel is enorm verrijkend om je Bijbel beter te leren begrijpen. Maar voor warhoofden blijkt het evenzeer aantrekkelijk te zijn. Ik moet denken aan een destijds gewaardeerde broeder, een getrouwde man, die met een tienermeisje het graf van Rachel in Israel moest bezoeken. Dat moest, van God. Gelooft u het? Sekteleider Sipke Vrieswijk van de zogenaamde ‘Gemeente Gods’, week uit naar Israel, toen de grond hem in Nederland te heet onder de voeten werd. Naar de sekteleden werd natuurlijk een vroom verhaal opgehangen: de bekering van Israel en daarna van de wereld was zijn doel. Maar de ware motieven waren om de fiscus en de kinderbescherming te ontlopen...[56]

Jeruzalem had een magneetfunctie voor ‘millenniumtoeristen’. Pelgrims verwachtten dat daar en dan alles in vervulling zal gaan. Sekteleden als ‘Concerned Christians’ (Bezorgde Christenen) willen door gewelddadige acties de apocalyps bespoedigen.[57] Psychologen hanteren daar het begrip ‘syndroom van het jaar 2000’ naast het Jeruzalemsyndroom’. Dit laatste wordt gekenmerkt door een groot angstgevoel, gevolgd door de obsessieve behoefte zich te zuiveren. De pelgrim begint te geloven dat hij een goddelijke opdracht moet uitvoeren en gaat preken.[58] Alleen al op Internet waren tientallen websites te vinden van christelijke organisaties die oproepen op 31 december 1999 op de Olijfberg samen te komen in gebed.[59] Maar het ìs ook werkelijk zorgelijk. Een vonk in het Jeruzalemse kruitvat kan een derde wereldoorlog veroorzaken. Jezus riep nooit op om op de Olijfberg het einde van de wereld af te wachten. Integendeel, Hij voorspelde en waarschuwde voor valse christussen en riep op tot wereldevangelisatie. Nuchter roept Hij op om ons niet te laten verleiden. Onderschat noch overschat Israel.

 

 

 

Vervulling

 

Een laatste toetssteen bespreken we. Komt het uit? Dit crite­ri­um lijkt simpel, maar is toch gecompliceerd. Meestal ont­breekt namelijk bij een profetie een tijdsaanduiding van de bijbeho­rende vervulling en soms is een profetie voorwaarde­lijk. Indien een profetie inderdaad in vervulling ging, kwam het van God[60]. Tot die tijd doen we er goed aan om net als Jacob, Daniël en Maria, de woorden te horen en in ons hart te bewa­ren[61]. Maar kun je op de vervulling als criterium wach­ten? Hebben we er wel geduld, tijd en verwachting voor trouwens? Als je pas maatregelen kunt treffen ná de vervulling van een profetie (als het bewijs dat deze van God kwam), dan is het effect van de profetie weg. Misschien zullen we het nooit in vervulling zien gaan omdat dit pas en toch na onze dood ge­beurt. Maar wat is dan het nut van een profetie?

Verder is grote voorzichtigheid geboden, want er zijn voor­spellingen die uitkomen, doch evenwel nìet van God komen. Indien een profeet of dromer een teken of wonder aankondigt, wat inderdaad komt, maar ondertussen voorstelt om andere, vreemde goden te gaan dienen, en dus afval predikt, dan hebben we daar niet naar te luisteren, deze persoon heeft zijn dood­vonnis getekend[62]. Zo gingen de woorden van de waarzegster uit Endor wel in vervulling[63], hoewel waarzeggerij door God duidelijk en herhaaldelijk verboden is[64]. Waarzeggers kunnen dus iets waars voorspellen, en toch verbiedt God dat we via deze mediums de toekomst weten.

 

Naast het in vervulling gaan van een profetie, bekijken we nu de vervulling van een hartewens: genezing als gebedsverhoring. Bevestiging van een genezing hoeven we niet te schuwen. Een onbevooroordeel­de derde, een arts bijvoorbeeld, kan de voormalig zieke con­troleren en genezen verklaren. Zo bericht de evangelist-geneesheer Lucas immers, dat Jezus volgens de wet, genezen melaatsen ter controle/bevestiging doorstuurde naar de priester[65]. De taak van de priester was het onderscheiden tussen rein en onrein.

Maar let op: het constateren dat iemand gezond is geworden, zegt nog niets over de genezingsbron. Met andere woorden: ook de satan kan mensen genezen, natuurlijk niet omdat hij plotseling menslie­vend is geworden, maar om veel meer terug te klauwen dan dat hij gegeven heeft. God wil daarentegen genezing en herstel zowel van het lichaam, de geest als de ziel. Een derde mogelijkheid is de eigen psychische of fysische mechanismen van een mens. Het zogenaamde placebo-effect, berustend op autosuggestie, is hiervan een bekend voorbeeld.

 

 

 

© Drs. W.J.A. Pijnacker Hordijk

 

 



[1] Mat.22:42

[2] 1Joh.4:1-3a, 2Joh.7

[3] 1Joh.2:22, 23

[4] Ps.118:22, Mat.21:42, 1Pet.2:4

[5] Mat.21:44, staat wel tussen [ ]

[6] 1Cor.2:2

[7] 2Cor.11:4

[8] 2Cor.11:2, 3

[9] Mat.24:23, 24

[10] Rom.10:6-9

[11] Op.19:10

[12] 1Cor.12:3

[13] Marc.3:11, Luc.4:41, Hand. 16:16, 17, Jac.2:19

[14] dr. M. Lloyd-Jones, a.w., p. 100

[15] Rom.2:18

[16] Hos.4:1-10

[17] Eze.22:26, 44:23

[18] Van harte aanbevolen: John Boekhout, Verantwoord Bijbelgebruik (Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1998)

[19] Hebr.4:12

[20] Neh.6:1-19

[21] Zie over de verschillen tussen ziel en geest (trichotomie, in plaats van dichotomie):

* Tom Marshall, Bevrijd om vrij te zijn (Hoornaar: Gideon, 1992)

* Watchman Nee, De latente kracht van de ziel (Amsterdam: Moria, 2e druk: 1987),

* Watchman Nee, Het behoud van de ziel (Amsterdam: Moria, 1981)

* prof. dr. C.A. van Peursen, Lichaam - ziel -geest (Utrecht: Bijleveld, 3e druk 1966)

* Jessie Penn-Lewis, Ziel en geest (Amsterdam: st. Moria, 1979)

* Derek Prince, a.w. pp.46-52

[22] Jer.23:16

[23] Eze.13:3

[24] D. Prince, a.w., p.58

[25] Selectief citeren blijkt gecompliceerd. Zo citeerde satan bewust niet Ps. 91:13 in Luc.4:9-12, omdat dit zijn eigen ondergang vermeldt. De Here Jezus citeerde evenmin Jes.61:2 in Luc.4:19 omdat de tijd hiervoor nog niet rijp was. Petrus haalde niet volledig Joël 2:32 aan in Hand.2:21.

[26] 1Tim.1:10, 6:3, 2Tim.1:13, 4:3, Tit.1:9, 13, 2:1,8

[27] Derek Prince, a.w., p.86

[28] Jonathan Edwards, A Narrative of Surprising Conversa­tions -Selected Works, aangehaald door Douglas McBain, in Discerning the Spirits (London: Marshall Pickering, 1992) p.113

Vgl. Joh.14:21, 23, 24: "Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft;...", "Indien iemand Mij lief­heeft, zal hij mijn woord bewaren...", "Wie Mij niet liefheeft bewaart mijn woorden niet...".

[29] J.H. Velema, a.w., pp.67, 68

[30] Zie b.v. Ps.33:6 woord & adem = geest, verg. Jes.55:10,11. Vgl. ook Ef.5:19 met Col.3:16.

Geest zonder Woord is opgeblazen,

Woord zonder Geest doet opdrogen,

Woord EN Geest laten ons opgroeien!

[31] Derek Prince, a.w., p. 29, 31

[32] Uit Handelingen (8:15-18, 9:17, 19:6) blijkt dat gelovigen onder handoplegging de Heilige Geest kunnen ontvan­gen. Hiervoor werd gebeden. Tot Wie? Tot de Vader en/of de Zoon, opdat gelovigen de Heilige Geest zouden ontvangen. Jezus ontving de belofte van de Heilige Geest, en heeft Die uitge­stort. (Hand.2:33) Dit is mijns inziens wat anders dan het aanroepen van de Heilige Geest zelf.

* Uitzonderlijk is in Eze.37:9 (,14) de opdracht aan de pro­feet Ezechiël om tot de g(!)/G(?)eest te profeteren.

* Hgl.4:16 is in de eerste plaats poëtisch. Om op grond van deze tekst de Heilige Geest uit te nodigen is zwak!

* Op.22:17: Geest en bruid zeggen tegen de Bruidegom (Here Jezus): "Kom!".

Christenen aanbidden de Vader en de Zoon, Die het Lam is voor hen geslacht. Zij aanbidden dóór de Heilige Geest. (Fil.3:3) De Geest verwijst naar Jezus, en Jezus wijst ons steeds op de Vader. Jezus heeft ons niet geleerd tot de Geest te bidden, evenmin gaf Hij hierin het voorbeeld. Een verbod ontbreekt eveneens.

De Geest is alomtegenwoordig en hoeft niet extra uitgenodigd en geaktiveerd te worden, integendeel, de mens is het die door de drieënige God aangespoord moet worden! Hier bestaat het reële gevaar van manipulatie van de Geest. We onderwerpen ons aan Hem. Hij onderwerpt Zich niet aan ons. (een zekere MC in ‘Queeste’ in Opwekking Magazine, januari 1995) In de Grieks-Katholieke kerk kent men het gebed tot de Heilige Geest, epiclese genaamd. Het is dus de vraag of dat theologisch verantwoord is. Een ingewikkeld probleem. Hier wordt in elk geval stelling genomen tegen een magische aanroeping van de Geest.

Zie ook voetnoot 357.

[33] 1Cor.2:10-16

[34] Joh.16:14

[35] Prince. D. a.w., p.29, 31

[36] Joh.15:26, 2:5

[37] Ef.1:15-22

[38] J.H. Velema, a.w., p.51

[39] "Waarmee valt of staat een geestelijke ervaring?" Ger Prakken, Opwekking Magazine, feb.95, pp.7-9 Zie ook Ps.67:8

[40] 1Cor.12:7, 14:12, 26

[41] Jer.1:10

[42] 1Cor.14:26-40

[43] 2Cor.3:17

[44] Hebr.12:28, 29

[45] Ef.5:25-27

[46] 1Pet.4:17, 2:5

[47] 1Cor.11:27-34

[48] 1Tim.2:4, 5

[49] Mat.16:18

[50] Deut.32:10, Zach.2:8

[51] Num.23:23, Jes.8:10

[52] Zach.12:2, 3

[53] Rom.9:1-5

[54] Joh.4:22, Rom.1:16

[55] Mat.24:32

[56] Bram Krol, Als het zoete bitter wordt De sekte Vrieswijk: hoe kon het zó ver komen met de Gemeente Gods in Velddriel? (Hoornaar: Gideon, 1998) pp.160, 162 Aan het eind van zijn boek geeft de auteur uitleg hoe deze sekte kon ontstaan en kenmerken van een sekte.

[57] Al Aqsa-moskee wordt bedreigd, Reformatorisch Dagblad, 6-1-1999

[58] Volgens Yaïr Carlos Bar-el, hoofd van het psychiatrisch ziekenhuis Givat Shaoul in Jeruzalem. ‘Veel ‘verlichten’ rond 2000 in Israel verwacht’, Reformatorisch Dagblad 17-8-1998

[59] Jetteke van Wijk, ‘Wachten op Jezus C.’, HP/De Tijd 21-8-1998, p. 20

[60] Deut.18:21, 2Kron.18:27, Jer.28:9

[61] Gen.37:11, Dan.7:28, Luc.2:19, 51, Op.1:3

[62] Deut.13:1

[63] 1Sam.28:6-20, 31:1-6

[64] Lev.19:26, 20:6, Deut.18:11

[65] Col.4:14, Luc.17:14, Lev.14

 

 

Categorie: Bijbelstudie: geestelijke kennis