The verbal logical explainer VLE (1)

De Verbal Logical Explainer (VLE) deel 1

 

Inleiding

In het artikel over Theophostic Prayer Ministry (TPM) gepubliceerd in april 2009, heeft u kunnen lezen over de leugens in de hersenen na trauma’s. Dit artikel is nog na te lezen via onze website www.stichting-promise.nl. In dit artikel werd uiteengezet dat de emotionele pijn na trauma’s vaak veroorzaakt wordt door de leugens in de geschiedenis van het trauma, vaak niet door het trauma zelf. Het is de leugen die in de herinnering verweven is en die vernieuwing behoeft. Waarachtige bevrijding komt doordat men vrij gezet wordt van leugens, die dit zondige gedrag onderhouden. Dit is precies waar innerlijke genezing, zoals via TPM en de Immanuel benadering (zie Promise april 2009) behulpzaam in kan zijn voor emotioneel verwonde mensen. Het proces opent de weg voor de Heilige Geest om de leugens door de waarheid te vervangen en de pijn door de vrede. Niet alle negatieve emoties zijn gebaseerd op leugens. T.P.M. onderkent dat er sommige negatieve emoties zijn die niet op leugens gebaseerd zijn, maar berusten op de waarheid. Zulke gevoelens als teleurstelling, bedroefdheid, verdriet, spijt en boosheid zijn vaak geworteld in de waarheid. Als je een overlever van seksueel misbruik vraagt waarom hij of zij zo boos is, zou hij/zij kunnen zeggen: “Omdat wat de dader deed verkeerd was”. Dit berust op de waarheid. Maar als ik echter angst, schaamte, verlatenheid enzovoort voel, is dit vaak op leugens gebaseerd. T.P.M. vindt het belangrijk dat iemand van beide negatieve gevoelens bevrijd wordt. Dit gebeurt door de bijbelse opdracht om al onze zorgen op Hem af te wentelen (1 Petr. 5:7). In dit artikel zullen we proberen te beschrijven hoe dit proces neurologisch in de hersenen verloopt. Een belangrijke rol daarin speelt de Verbal Logical Explainer, hierna genoemd de VLE., het mechanisme dat de verbaal-logische verklaringen bedenkt voor wat we ervaren en voor ons gedrag.

 

Enkele fundamentele principes

We maken allemaal moeilijke en pijnlijke ervaringen mee. Onze geest en onze hersenen / ons brein proberen deze pijnlijke emoties te verwerken. We beginnen met een poging om deze pijn te verwerken op het niveau 1 en 2 van het verwerkingssysteem van onze emoties in de rechter hersenhelft. Dit is het niveau van de thalamus en amygdala (zie illustratie 1). Na deze subcorticale en daarmee onbewuste niveaus, gaat de verwerking door naar niveau 3 en 4, de cingulate cortex en de orbitofrontale cortex (zie voor verdere uitleg het artikel over emotionele synchronisatie op onze website) om tenslotte verder verwerkt te worden in grote delen van onze linker hersenhelft, dit is niveau 5. Als we genoeg capaciteit in ons emotionele systeem hebben en voldoende volwassen vaardigheden en adequate relaties of een gemeenschap waarvan we steun ontvangen, kunnen we onze pijnlijke ervaringen verwerken. We houden vast aan stabiele en georganiseerde relaties, we blijven emotioneel en cognitief verbonden met anderen. We zijn in staat om terug te keren vanuit het niet verbonden voelen, wat pijnlijke ervaringen vaak bewerken, naar opnieuw verbondenheid ervaren. We zijn tevreden met de manier waarop we dit verwerken en we zijn in staat om de ervaringen in te passen in ons begrip van de wereld en hebben nauwkeurige interpretaties van de betekenis van deze pijnlijke ervaringen en tegelijkertijd respect voor onszelf.

 

 

 

 

Illustratie 1. Het controlecentrum van onze hersenen, Copyright: Jim Wilder

Illustratie 1 toont ons de hersenstructuren die veelal in verband worden gebracht met de vier niveaus van het controlecentrum. Er is nog steeds enige onzekerheid over de vraag waar sommige functies beginnen en eindigen, maar er zijn veel aanwijzingen dat zij zich concentreren op de plaatsen die op de kaart zijn aangegeven. Niveau Eén maakt gebruik van de thalamus en wat bekend staat als de diepe limbische structuren, zoals de basale ganglia. Niveau Twee speelt zich vooral af in de amygdala. De cingulaire schors bevat het moedergeheugen van Niveau Drie. De meeste aandacht in de wetenschap is gericht op de orbitale prefontale cortex van Niveau Vier. Met elkaar worden deze structuren wel het limbisch systeem genoemd.

Herinneringen

Een ander belangrijk begrip is hoe we omgaan met herinneringen. We onderscheiden een expliciet en een impliciet geheugen. Het expliciete geheugen is datgene waarvan we weten dat we het ons herinneren. Expliciete herinneringen voelen aan als ‘normale’ herinneringen. Als we ons iets uit het verleden herinneren hebben we er een expliciet, subjectief gevoel bij. Iets uit ons eigen persoonlijke verleden. Als ons bijvoorbeeld gevraagd wordt: “Wat deed je vanmorgen?”, dan zult u misschien kunnen vertellen, dat u wakker werd van een inslag van het onweer vlakbij, en u zult daarbij vooral iets voelen uit het nabije verleden. Dit bewuste autobiografische geheugen van je persoonlijke ervaringen is je expliciete geheugen.

Het impliciete geheugen houdt alle herinneringsfenomenen in die niets te maken hebben met een subjectieve ervaring van mijn persoonlijke verleden. Impliciet geheugen voelt niet aan als een ‘normaal’ geheugen. Als onze impliciete herinneringssystemen actief zijn, kan ons brein zaken herinneren maar die voelen niet aan als expliciete autobiografische herinneringen. Deze impliciete herinneringen ervaren we niet als herinneringen. We zijn ons er in het algemeen niet van bewust, we herinneren ons in die zin niet dat we beïnvloed worden door het meegemaakte verleden, als we gebruik maken van deze impliciete herinneringssystemen. Als dit gebeurt, dan kan iemand door zijn impliciete herinneringen, zoals zijn geloof en emoties die horen bij een geassocieerde traumatische gebeurtenis in het verleden, deze zaken ervaren als gebeurtenissen die nu plaats vinden. We noemen deze impliciete herinneringen vaak ons ‘onzichtbaar geheugen’, omdat het ons meestal raakt zonder dat we het ‘zien’ door ons bewuste brein. En zelfs als we ons ervan bewust zijn dat we beïnvloed worden door deze herinneringsfenomenen (bijvoorbeeld als we onze emotionele triggers als een impliciet herinneringsfenomeen herkennen) hebben we nog steeds niet de subjectieve herinnering dat je je iets herinnert vanuit je persoonlijke verleden. Het is per definitie zo dat er bij impliciete herinneringen geen geheugen is van de bron van de informatie.

 

Over traumatische pijnlijke herinneringen

Als we erin slagen onze pijnlijke herinneringen op de verschillende genoemde niveaus goed te verwerken, dan is het hele proces pijnlijk maar leidt niet tot traumatische gevolgen. We hebben de gebeurtenissen emotioneel en cognitief op een gezonde manier verwerkt, en de herinnering van deze gebeurtenis is opgeslagen als een niet-traumatische herinnering en draagt bij tot meer kennis, vaardigheden, wijsheid, volwassenheid en bewuste herinneringen voor onze persoonlijke geschiedenis. Niet-traumatische herinneringen bevatten geen ‘giftige’ inhoud. Als deze herinneringen op enig moment in de toekomst actief worden, zijn het waardevolle bronnen, die bijdragen om goed te functioneren. Bij traumatische, pijnlijke herinneringen ligt dat anders. Door verschillende problemen op de verschillende niveaus van verwerking van de emoties kunnen blokkades ontstaan die een succesvolle verwerking van pijnlijke zaken in de weg staan. Als we deze niet op alle niveaus goed verwerken ontstaan er traumatische ervaringen. Een definitie van een trauma is dan ook een pijnlijke ervaring die niet goed verwerkt is. Als de persoon bij die pijnlijke ervaringen geen hulp of hulpbronnen heeft om het trauma te verwerken in de tijd waarop dat gebeurt, zal de ervaring als een niet verwerkte ervaring worden opgeslagen en wordt het een traumatische ervaring. Traumatische herinneringen zijn kwalitatief verschillend van niet-traumatische herinneringen, vooral omdat ze een ‘giftige’ inhoud van onverwerkte pijnlijke herinneringen bevatten. En ze worden anders verwerkt en opgeslagen dan herinneringen die helemaal goed verwerkt zijn. Als deze herinneringen op enig moment in de toekomst opnieuw actief worden, zal de impliciete herinneringsinhoud van het niet goed verwerkte trauma tevoorschijn komen en zal ervaren worden als iets wat in het hier en nu gebeurt. Zo zullen er vanuit de inhoud van de impliciete traumatische herinneringen ook niet verwerkte lichamelijke reacties of niet verwerkte of inadequate emoties en verwarring voelbaar zijn of verwarde interpretaties ( leugens), en de impliciete geheugeninhoud zal onze mogelijkheid om goed te functioneren verstoren als het tevoorschijn komt en zich ‘onzichtbaar’ mengt met onze ervaringen in het nu.

 

Geassocieerde traumatische verwarde interpretaties (leugens)

Niet geslaagde verwerking van pijnlijke ervaringen kan op vele manieren verwarde interpretaties veroorzaken. De verwarde interpretaties (leugens) zijn opgeslagen als deel van de inadequate verwerkte pijnlijke herinneringen. De herinneringen dragen in zich de inhoud van het onverwerkte trauma, maar ook de verwarde interpretaties (leugens) die geassocieerd zijn met de traumatische gebeurtenissen. Deze trauma-geassocieerde leugens zijn een groot deel van de giftige inhoud van onverwerkte trauma’s, die een grote invloed hebben op iemands leven; zij staan de oplossing van de traumatische herinneringen in de weg. Mensen worden getriggerd als er iets in het heden gebeurt wat in hun brein veroorzaakt, dat die onverwerkte herinneringen actief worden. Zoals al eerder gezegd, zullen dan tal van onverwerkte traumatische aspecten ervaren worden, zoals niet verwerkte lichamelijke reacties, niet verwerkte negatieve gevoelens, gevoelens van onvermogen, verwarring, en verkeerde interpretaties komen naar boven en worden ervaren als waar in het heden. Als de impliciete herinneringsinhoud van een niet verwerkt trauma actief in het heden is ben je getriggerd, en als je getriggerd bent, zal de inhoud van een niet verwerkte impliciete herinnering actief in het heden worden. Het is belangrijk dat triggers herkend worden en dat we er verantwoording voor nemen. Als de uitdaging en de verantwoording genomen wordt zal dat veel voordelen opleveren voor onszelf, voor onze vrienden, echtgenoten, collega’s en onze kerken. Als we hierin falen, zal dit ongelooflijk uitgebreide consequenties hebben op ieder terrein van ons leven. Triggers zijn de bron van veel ‘onverzoenlijke’ conflicten. Als het echte probleem in het verleden ligt, kunnen we het niet oplossen door alleen aan het heden te werken. Dit is nog meer het geval als beide partijen getriggerd worden, want dan is het bijna onmogelijk om tot een acceptabel compromis te komen. Het is dus onmogelijk om een conflict echt op te lossen, zonder dat er een oplossing is voor de triggers. Mijn vrouw Charlotte en ik hebben ontdekt dat aan praktisch ieder echtelijk conflict dat we hadden en dat onoplosbaar leek, triggers een belangrijke rol spelen. In al die gevallen, dat die conflicten zich voordeden, kenden ze dezelfde mechaniek en bleven we vastzitten op hetzelfde punt waarin een of beiden van ons getriggerd werden. Deze conflicten die soms al 10 tot 15 jaar van ons huwelijk vastgelopen waren, zijn pas één voor één opgelost, toen we de triggers die onderdeel van het conflict waren, ontdekt en opgelost hadden. Op een dergelijke manier kunnen conflicten, die onoplosbaar en onoverbrugbaar leken, helemaal verdwijnen.

 

Triggers en verlies aan verbindingscircuits maken een eind aan relaties

Volgens mijn inschattingen zijn triggers de belangrijkste oorzaak voor het verlies in contact in onze relaties. Als iemand getriggerd wordt op een manier waar hij niet meer bij zijn relationele verbindingscircuits kan komen, wordt hij non-relationeel en komt uiteindelijk tot non-rationele ‘oplossingen’. Een van die ‘oplossingen’ in het geval dat hij geen contact kan maken, is om een eind te maken aan een relatie die hem steeds weer triggert. Als iemand getriggerd is en non-relationeel, kan de relatie soms nog gered worden door de ander, als die heel volwassen is en een grote capaciteit heeft, betrokken is in de relatie en steeds bereid is als eerste een probleem te ‘repareren’. Als beide partijen voortdurend getriggerd worden tot het punt waar ze contact met elkaar verliezen, zal de relatie bijna zeker beëindigd worden. Als christenen tot op dit punt getriggerd worden, zal hun VLE ingewikkelde rechtvaardigingen verzinnen, waarom ze de relatie moeten beëindigen. Maar de werkelijke reden van de scheiding is een bedreigende relatie waarin ze voortdurend getriggerd worden en contact verliezen met hun relationele circuits. Als ik denk aan alle voorbeelden die mij bekend zijn, is het zo dat alle christenen die een langdurige relatie beëindigd hebben, deze steeds door triggers van één of van beiden ‘gedwongen’ werden tot afstand nemen van elkaar. Het herkennen en oplossen van triggers kan dus scheiding voorkomen. Dit kan in een vastgelopen situatie inzicht geven en aanleiding om weer te komen tot hernieuwde toegang tot hun relationele verbindingscircuits en een scheiding voorkomen. Vaak wordt in een relatie in het heden de ander de rekening gepresenteerd voor dingen vanuit het verleden. Niet herkende triggers zijn dan vaak belastend in relaties als het gaat om emotionele kredieten. Als bijvoorbeeld een man getriggerd wordt door onopgeloste trauma’s met zijn vader, zal het op de ‘geloofwaardige emotionele bankrekening’ van zijn vrouw in mindering gebracht worden, alsof de vrouw dit veroorzaakt heeft. En zo kan een man ook getriggerd worden door onopgeloste trauma’s met zijn vader en dit bij zijn vrouw in rekening brengen als ‘een emotionele associatie’, alsof de vrouw de oorzaak is van de pijn die de man heeft van de emotionele wonden in de relatie met zijn vader.

 

Getriggerde gedachten en emoties verminderen ons onderscheidingsvermogen

Getriggerde negatieve gedachten worden door iets in het heden veroorzaakt, dat traumatische herinneringen activeert. Een voorbeeld: laten we zeggen dat ik herinneringen heb dat ik bang ben voor kinderen die boos op me waren en mij pestten in de speeltuin. En nu begeleid ik iemand met problemen, en ik snijd een onderwerp aan waardoor iemand boos wordt, en hij kijkt met dezelfde woeste blik naar me en dezelfde uitdrukking die ik vroeger zag bij de pestkoppen. De traumatische geassocieerde impliciete herinneringsgedachte zegt: “Ik kan beter doen wat hij wil, anders zal hij me pijn doen.” Dat komt heel even in mijn bewuste gedachten, en plotseling voel ik me bang en een beetje verward. De meest gewenste respons voor degene die begeleiding ontvangt, zou zijn om rustig te antwoorden met zoiets als: “Ik zie dat je kwaad bent. Is het mogelijk dat je de boosheid voelt en dan na te gaan, wat voor gedachten echt aanvoelde toen je ze ervoer?” In plaats daarvan veranderde ik snel het onderwerp naar iets wat hem niet boos maakte. Helaas benadeelde deze subtiele trigger mijn onderscheid om tot de beste oplossing te komen, en zo zullen er zich steeds zaken voordoen totdat ik de herinneringen en leugens, die getriggerd worden, identificeer en oplos.

Positieve getriggerde gedachten en emoties lijken in het heden troost, bescherming, compensaties of neutralisatie te bieden tegen de inhoud van impliciete herinneringen van trauma’s. De getriggerde positieve gedachten van de onderliggende leugens echter, en de getriggerde positieve emoties van de traumatische herinneringen, zijn vaak het omgekeerde van wat nodig is nu. Zo zijn er bijvoorbeeld in Charlottes vroege jeugd veel gebeurtenissen geweest die leidden tot gedachten dat ze niet welkom was en niet goed genoeg. Ze heeft ook geleerd dat ze zich tijdelijk beter voelde, als ze goed haar best deed en mensen haar bevestigden. Af en toe voelen dat je goed genoeg bent en geaccepteerd, voelde waar aan, en dan voelde ze vertrouwen en zekerheid in plaats van angst en onzekerheid die geassocieerd was met de leugens van niet goed genoeg zijn. En deze getriggerde positieve gedachten en emoties gaven juist verminderd onderscheid en balans in haarzelf. Het waargenomen belang van het triggeren van de situatie, gebeurtenis of gedrag, de beleefde geldigheid van de getriggerde positieve gedachten en de subjectieve intensiteit van de getriggerde positieve emoties, zullen allemaal overdreven worden omdat ze matchen met de onderliggende leugens en wonden (als vereist gedrag voor acceptatie van het moment). Dit overdreven ervaren belang, waargenomen geldigheid en subjectieve emotionele intensiteit zal ons onderscheid aantasten en een goede balans in acceptatie en werken in de weg staan. Het leidt ertoe dat we slechte beslissingen nemen en het veroorzaakt dat we onszelf en anderen verwaarlozen of beschadigen als we aan het tijdelijk gevoel van opluchting van onze getriggerde gedachten en gevoelens gevolg geven. Om op het voorbeeld hierboven verder in te gaan: eens was Charlotte te laat voor een reis die we gepland hadden om een toespraak te houden omdat ze voor een groep mensen, die erg geïnteresseerd en onder de indruk waren van een programma dat ze ontworpen had, veel te veel tijd besteedde. Toen ze haar getriggerde positieve gedachten volgde, gekoppeld aan hun aandacht en bevestiging, voelde het zo aan dat ze iedere vraag uitgebreid moest beantwoorden. Ze moest alles zo in detail bespreken dat ze daardoor zeker te laat zou komen voor haar volgende afspraak. Ze had natuurlijk ook gemakkelijk een ‘leugentje’ kunnen bedenken door te zeggen: “Ik voel dat de Heer me leidt om wat langer hier te blijven en meer te delen met deze zusters.”

 

Triggering die ten onrechte als leiding van de Heilige Geest gezien wordt

Getriggerde negatieve emoties leiden vaak tot een vage, intuïtieve, onwillige, subjectieve ervaring, iets te moeten doen. Het eerste gevoel kan zijn: “Ik krijg het gevoel dat ik dit niet moet doen” en daarna de intuïtieve onwillige ervaring van: “Ik krijg het gevoel dat ik dit moet doen” en dit laatste kan gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden als leiding van de Heilige Geest. Op dezelfde manier zijn getriggerde positieve emoties vaak het resultaat van een vage subjectieve ervaring die intuïtief energie of aanzet geeft om iets te moeten doen. “Ik krijg het gevoel dat ik dit moet doen”, en ook deze subjectieve ervaring wordt vaak gezien als leiding van de Heilige Geest. Dit wordt erg duidelijk als je er over nadenkt. Een echte toets van de Heilige Geest voelt vaak aan als een intuïtief, emotioneel zachte druk om iets bepaalds niet te doen en een echte aanwijzing van de Heilige Geest om iets te doen voelt ook als een intuïtief, emotioneel, zachte druk. Deze druk voelt inherent meer dan alleen het gewone: “Ik wil dat of dat niet doen” of “Ik wil dat of dat doen” (Als dat niet het geval was zouden we het niet zien als leiding van de Heilige Geest). Het voelt dus inherent, mysterieus aan, we hebben er geen kloppende, logische verklaring voor (Als we wel een adequate verklaring hadden, zouden we niet denken aan leiding van de Heilige Geest). We voelen soms een toets voordat we tot een logische verklaring komen, maar als we er langer over nadenken zien we het als een logische verklaring. Onze waarneming is dat een plotseling gevoel een juiste toets is van de Heilige Geest die ons aanzet om over de situatie meer na te denken. Op dezelfde manier voelen getriggerde negatieve emoties subjectief en intuïtief met druk aan om dingen niet te doen. Terwijl positief getriggerde emoties op dezelfde manier aanvoelen om dingen wel te doen. De verminderde waargenomen betekenis van iets en de overdreven emotionele intensiteit zorgen er samen voor dat we komen tot een meer dan gewone subjectieve verklaring, die we gewoonlijk niet op een juiste, logische manier kunnen identificeren door onze getriggerde emoties. Dit komt omdat de getriggerde emoties veroorzaakt worden door impliciete herinneringen die ‘onzichtbaar’ zijn en door de psychologische defensiemechanismen de verbinding met de onderliggende wonden en leugens verborgen houden. Bovendien zijn de intense subjectieve gevoelens die onze emoties triggeren echt en rechtsgeldig, en beide waar in relatie met het onderliggende trauma. Ze kunnen schuldgevoelens voortbrengen die we onterecht zien als een toestemming of afwijzing van de Heilige Geest. Onze conclusie is dat veel mensen, inclusief wijzelf, getriggerde emoties ten onrechte interpreteren als leiding van de Heilige Geest. Het goede nieuws is dat je betrekkelijk eenvoudig het verschil tussen getriggerde emoties en de leiding van de Heilige Geest kunt onderscheiden, als je eenmaal geleerd hebt om positieve en negatieve getriggerde emoties te herkennen. Dit verbetert het onderscheidingsvermogen en de fijngevoeligheid.

 

Triggers kunnen ieder aspect van onze relatie met de Heer in de weg staan

Buiten het onderscheid om de leiding van God te kunnen verstaan, belemmert triggering ieder aspect van onze relatie met God. Triggering kan je perceptie van Gods hart en karakter verstoren. Triggering kan ook het contact maken met God verhinderen, net als het ontvangen van dingen van de Heer. Opgeloste triggers kunnen dus blokkades afbreken die onze relatie met de Heer verminderen of beperken. Door traumatische herinneringen op te lossen kunnen we op velerlei wijzen onze relatie met God verbeteren. In een sessie van innerlijke genezing die ik begeleidde, klaagde de persoon die ik hulp gaf dat hij nog steeds pijn ervoer van niet opgeloste traumatische herinneringen. En ze vroeg zich af hoe lang dat nog moest duren voordat het minder werd. Ze kon zich op het moment dat ze dit commentaar gaf de aanwezigheid van God herinneren en daarom moedigde ik haar aan om haar klachten en vragen direct aan God te adresseren. Ze deed dit, wachtte enkele momenten en gaf toen de volgende respons: “Jezus zegt dat Hij van Zijn kinderen houdt en blij is als het lijden minder is geworden, maar dat het belangrijkste doel van alle toestanden met innerlijke genezing is de obstakels te verwijderen tussen onze harten en Zijn hart. Het belangrijkste doel voor emotionele heling is om de blokkades te verwijderen die mensen verhinderen met een open hart tot Hem te komen.” Het herkennen en oplossen van triggers leidt er ook toe dat we ‘vurige kolen’ kunnen stapelen op de hoofden van onze vijanden. Verder is het leren herkennen en verantwoordelijkheid nemen voor hun triggers in het bijzonder van belang voor leidinggevenden. Hoeveel temeer macht personen hebben, des te meer schade kunnen ze aanrichten als ze de verantwoordelijkheid niet nemen voor hun triggers en des te meer zegeningen kunnen ze vrijmaken als ze leren te herkennen waardoor ze getriggerd worden en daar dan verantwoordelijkheid voor nemen.

 

Herkennen en verantwoordelijkheid nemen voor ons triggeren is moeilijk

Laten we het eerst hebben over de subjectieve kwaliteit van onze impliciete herinneringen. Zoals hierboven al beschreven: als iets in het heden ons herinnert aan een vroegere ervaring, en we memoreren de vroegere herinnering als een expliciete herinnering, dan hebben we een subjectieve ervaring of herinnering, en voelen we het als een herinnering. Als echter een trigger in het heden onze impliciete inhoud van de herinnering losmaakt, hebben we geen subjectieve ervaring of herinnering en voelt het niet aan of we ons iets uit het verleden herinneren. Als iets in het heden onze impliciete herinneringsinhoud triggert, veroorzaakt dat een subjectief gevoel, dat nu, in het heden, als waar en echt aanvoelt. Een deel van de uitdaging van het herkennen en verantwoordelijkheid nemen van onze triggers is dat traumatische herinneringen altijd impliciete herinneringen aan gedachten en emoties bevatten, en dat, als ze getriggerd worden, ze altijd voelen als iets dat in het heden gebeurt en bovendien altijd als echt en waar aanvoelt, als een gevoel in het heden Als iemand getriggerd wordt door een impliciete herinnering van gedachten en emoties zal hun spontane subjectieve perceptie altijd zeggen: “Nee! Dit is niet zomaar een oude herinnering, dit is wat nu speelt!”

 

De Verbal Logical Explainer

We hebben een deel van onze hersenen/brein/geest die ik de verbaal-logische uitlegger (VLE) noem. De VLE functioneert door het geven van ‘verklaringen’, die ons helpen met het organiseren, structureren van en zin geven aan onze ervaringen en de wereld om ons heen. Meestal werkt dit goed. Onze VLE helpt ons voortdurend om zin te geven aan ons leven, en meestal werkt hij zo snel en vlug dat we het zelf niet in de gaten hebben. Het begint meestal met basale, adequate en accurate informatie, waaruit in principe geloofwaardige verklaringen voortkomen. Als echter de VLE begint met verstoorde en/of inadequate informatie en data, volgen er voornamelijk gebrekkige verklaringen. Als de VLE bijvoorbeeld begint met impliciete herinneringsgedachten en emoties van niet verwerkte trauma’s (dus herinneringen die een inhoud hebben waarvan het niet duidelijk is waar ze vandaan komen) zal hij proberen een verhaal te maken van hoe deze gedachten en emoties in de omstandigheden van het nu passen. Er zijn fascinerende onderzoeksstudies en klinische beschrijvingen die beschrijven hoe beperkt de mogelijkheden van de VLE zijn om gebrekkige verklaringen te geven op grond van gebrekkige informatie.

Een van de meest spectaculaire bronnen van informatie hierover, is die over de VLE bij scheiding van de hersenhelften. Als een patiënt op extreme wijze gedesorganiseerd is in zijn brein en niet meer reageert op medicatie, scheidt men soms de linker en rechter hersenhelft door alle verbindingen door te snijden, zodat de overweldigende schade en desorganisatie zich niet van één helft naar het gehele brein uitbreidt. (Dit is natuurlijk een zeer drastische maatregel, maar het kan soms beter zo zijn dan progressieve hersenbeschadiging en daaropvolgend de dood.) Als de twee hersenhelften op een dergelijke manier gescheiden zijn ontvangt de VLE aan de linkerzijde geen informatie meer van de rechter hersenhelft en dat leidt vaak tot zeer interessante ‘oplossingen’ als de VLE het gedrag rechts probeert te verklaren. Zo is er bijvoorbeeld een studie waarbij men een patiënt eerst een foto liet zien, en daarna een kaart met verschillende foto’s, en vervolgens vroeg men om uit die verschillende foto’s die foto te kiezen die het meest relaties met de eerste foto had. Door de neurologische aanleg van het visuele systeem is het mogelijk om tegelijkertijd een foto aan de rechterzijde van de hersenen te laten zien en een andere aan de linkerkant, het onderzoeksteam had hiervoor speciale apparatuur ontworpen, die dat mogelijk maakte. Aan de patiënt werd eerst een foto getoond van een kippenpoot aan de linkerkant van de hersenen en vervolgens een foto van een sneeuwstorm aan de rechterkant van de hersenen. Toen hij de tweede set van foto’s aangeboden kreeg wees zijn rechterhand (die correspondeert met de linkerkant van de hersenen) onmiddellijk naar de foto van de kip, terwijl zijn linkerhand (die correspondeert met zijn rechterhersenhelft) naar de foto van een sneeuwschuiver wees. Dit was niet bepaald verrassend. Maar toen vroegen de onderzoekers de patiënt om zijn keuze te verklaren. Allereerst verklaarde de patiënt dat hij de foto van de kip gekozen had omdat die bij de kippenpoot hoorde, wat weer niet echt verrassend is. Toen hem echter gevraagd werd waarom hij gekozen had voor de sneeuwschuiver, antwoordde hij, in plaats van te zeggen dat hij het niet wist of zelfs maar te zeggen “ik ben er niet zeker van”, dat als je kippen had, je dan iets nodig hebt om de kippenschuur schoon te maken. Hij was zich ervan bewust dat deze foto gekozen was in verband met de eerste foto van de kippenpoot, maar vervolgens zich niet bewust van het feit dat deze foto gekozen was als respons van de eerste foto van de sneeuwstorm die aan de rechterkant van zijn hersenen werd aangeboden; zijn linker VLE had er gewoon een logisch klinkend verhaal van gemaakt. Daarnaast bleek dat de patiënt geen subjectief bewustzijn had dat zijn VLE aan de linkerkant van zijn hersenen dit verhaaltje verzonnen had dat totaal iets anders was als de werkelijke reden waarom hij de foto gekozen had.

Ook onderzoeksmateriaal van mensen onder hypnose leidt tot verrassende resultaten ten aanzien van de werking van de VLE. Bijvoorbeeld het bekende voorbeeld dat iemand zich niet bewust is van een posthypnotische suggestie als de werkelijke oorzaak van een bepaald gedrag, terwijl de VLE er een verhaal van maakt als er gevraagd wordt naar de uitleg van dat gedrag. Als tijdens een demonstratie iemand in een hypnotische trance is, kan de hypnotiseur een posthypnotische suggestie doen, zoals: “Als ik drie keer op de tafel met mijn pen tik, sta je op en opent het raam, en je zult je niet herinneren dat ik je deze instructies gegeven heb, totdat ik je daar toestemming voor geef”. Daarna wordt deze persoon uit de trance gehaald en enkele minuten later, nadat de demonstratie is afgelopen, tikt de hypnotiseur schijnbaar onbewust drie keer met zijn potlood op de tafel. De gehypnotiseerde persoon staat op en doet het raam open en terwijl hij terugloopt naar zijn stoel vraagt de hypnotiseur: “Waarom deed je het raam open?” Je zou denken dat de persoon even na zou denken en verward zou kijken, angstig en misschien enigszins beschaamd om vervolgens iets te zeggen als: “Ik weet het niet echt. Dit is eigenlijk wel heel gek. Ik zat te luisteren naar je presentatie, en plotseling had ik een soort irrationele impuls om op te staan en het raam open te maken, ik mag hopen dat ik niet gek word of zo.” Het is echter zo dat de meeste mensen heel anders reageren. Soms is er slechts heel kort een kleine aarzeling te zien, of heel even (in een deel van een seconde) een verwarring op zijn gezicht, en vervolgens reageert de persoon met: “Het is een beetje muffig hier, dus dacht ik: laat ik het raam even open doen.” Bij de meeste mensen is het moment van verwarring nauwelijks te onderscheiden en de persoon is zich volkomen onbewust dat zijn VLE een totaal verkeerde interpretatie gemaakt heeft.

 

 

Wat bijzonder duidelijk wordt in dit voorbeeld, en uit voorbeelden die we kennen bij het Korsakov-syndroom, is het vermogen van de VLE om ergens een verhaal van te maken, en deze verbazingwekkende mogelijkheid gaat vaak vergezeld met een alarmerende afwezigheid van zelfbewustzijn. Met het oog op onverwerkte trauma’s en impliciete herinneringen is het duidelijk en relevant dat de VLE snel en ‘geruisloos’ komt met allerlei verklaringen waarom en hoe je huidige omstandigheden de oorzaak zijn alles wat je ervaart (In plaats van de getriggerde gedachten en gevoelens, die restanten zijn van niet opgeloste traumatische herinneringen en die hun oorsprong vinden in impliciete herinneringen). En helaas voelen deze verzonnen en gebrekkige VLE verklaringen aan als echt en waarheidsgetrouw. Zonder veel weloverwogen oefeningen schijnen de meeste mensen nauwelijks een verschil te ervaren tussen echte, ware en verzonnen en incorrecte verklaringen. Als je al een ‘verklaring’ hebt die vanuit de getriggerde gedachten en emoties als een redelijke respons van de gebeurtenissen in het heden gezien wordt, dan wordt het herkennen van de impliciete herinneringsinhoud zelfs nog veel moeilijker. Als niet verwerkt trauma, impliciete herinneringen en VLE -verklaringen op een dergelijke manier gemixt worden, probeer je het probleem op te lossen door je energie en aandacht te richten op de triggers in het heden alsof ze een ware bron zijn van de impliciete traumatische inhoud. En als de trigger het gedrag van iemand anders blijkt te zijn, zal je proberen het probleem op te lossen door te proberen zijn of haar gedrag te controleren. Bovendien zal het als bijzonder intensief en subjectief waar aanvoelen dat een ander zijn verantwoording op moet pakken die jouw impliciete herinneringspijn veroorzaakt. Je wilt hem of haar niet alleen verantwoordelijk stellen voor het gedrag wat jouw onderliggende trauma triggert, maar je wilt ook dat de ander dat belijdt, en zich verontschuldigt, je schadeloos stelt alsof hij of zij ten volle verantwoordelijk is voor de pijn in de onderliggende traumaherinnering. Je voelt je niet gehoord, begrepen, herkend, veilig of klaar voor verzoening voordat dit gebeurd is.

Detectiveverhalen zijn vaak een goede analogie hiervoor. In de echte goede detectiveverhalen zal een crimineel een niet opgeloste zaak, die onderzocht wordt door een team van onderzoekers die hem nog steeds zoeken niet zo maar met rust laten. De intelligente crimineel is altijd ernaar op zoek iemand anders de schuld te geven, totdat de zaak gesloten is. De slimme crimineel wil graag iemand veroordeeld zien voor zijn begane misdaad, zodat de rechercheurs niet verder gaan met hun onderzoek. De vergelijking met niet opgeloste trauma’s die voortkomen als impliciete herinneringen en het VLE is hetzelfde. Het probleem is nog steeds niet opgelost als je blijft zoeken naar nieuwe aanwijzingen. De impliciete herinneringsinhoud voelt als waar aan in het heden, en je VLE komt met verklaringen waarom men volle verantwoordelijkheid moet nemen voor de triggers in het heden van de impliciete herinneringsinhoud die zich openbaart. Je bent niet meer op zoek naar nieuwe aanwijzingen omdat er al ‘iemand beschuldigd en gearresteerd’ is. Deze analogie is daarom zo doeltreffend omdat de mensen in het heden voor een belangrijk deel beschuldigd worden voor de beschadigingen die een combinatie zijn van trauma, impliciete herinneringen en VLE -verklaringen van de onderliggende trauma’s. Neem bijvoorbeeld Nancy die een vader had met alcoholproblemen en die het emotioneel en fysiek erg onveilig voor haar maakte. Iedere keer als hij boos werd, ging hij dreigen, keek haar verwoestend aan en intimideerde haar. Dit angstaanjagend gedrag mondde vaak uit in een fysiek geweld, zodat Nancy wist dat hij niet alleen maar blufte. Deze gebeurtenissen speelden zich gedurende de gehele jeugd van Nancy af en ze had veel traumatische herinneringen van deze gebeurtenissen. Nu, vijfentwintig jaar later, is Nancy getrouwd met David, die af en toe boos wordt maar nooit dreigt, intimideert of agressief wordt. Iedere keer als David boos wordt, voelt Nancy zich bedreigd en geïntimideerd, omdat zijn boosheid haar niet verwerkte herinneringen triggert, en de giftige inhoud van de impliciete herinneringen naar buiten komt en aanvoelt als iets van het nu.

En dan ‘bekijkt’ het VLE deze informatie en verzint een verklaring in de trant van: “Ik voel me bedreigd en geïntimideerd omdat David me bedreigt en intimideert met zijn boosheid. Hij voelt gevaarlijk aan als hij boos is en ze weet dat het zal escaleren in geweld als ze niet doet wat hij wil….etc.. Ze is zich slechts vaag ervan bewust dat ze David nooit gewelddadig met haar of iemand anders gezien heeft en ook dat ze nu specifieke dingen kan benoemen, die aanleiding geven om te denken dat hij dreigend of intimiderend zou zijn, maar ze houdt strikt vast aan de combinatie van haar impliciete herinneringen en VLE -verklaringen omdat het zo dwingend waar aanvoelt.

 

De combinatie van impliciete herinneringen en verkeerde VLE -verklaringen creëert een onoplosbaar conflict. Nancy voelt zich pas gehoord, gewaardeerd, veilig en klaar voor verzoening als David verantwoordelijkheid neemt voor het pesten en intimideren en het dreigende geweld. Dit is allemaal waar als het gaat om haar vader, en haar eisen zijn gerechtvaardigd ten aanzien van haar vader, maar de combinatie van haar impliciete herinneringen en VLE -verklaringen veroorzaken ook een dwingende subjectieve perceptie (4) dat dit zelfde plaatje ook nu voor David geldt. Maar, omdat dit plaatje nu niet actueel is, kan hij er niet eerlijk mee instemmen. Ze zitten daarom vast in een onverzoenlijk spanningsveld, waar zij van hem eist dat ze erkenning krijgt voor wat voor haar waar aanvoelt, en hij weigert iets te bekennen waarvan hij weet dat het niet waar is.

 

Een ander voorbeeld is dat van John en Sara. Toen John een jongen was, besteedde zijn vader zijn tijd en energie vooral aan de opbouw van een succesvol bedrijf, en negeerde John’s moeder die steeds eenzamer werd. Om meer contact met andere volwassenen te hebben ging John’s moeder buitenshuis werken, waar haar schoonheid en intelligentie niet onopgemerkt bleef. Haar baas waardeerde haar competentie en voelde zich bijzonder aangetrokken door haar en genoot van haar gezelschap. In eerste instantie zag die vriendschap er goed uit. John bemerkte dat de baas van zijn moeder heel aardig tegen haar was, hij zag dat zijn moeder vaak lachte als ze met haar baas sprak en dat ze zich in het algemeen gelukkiger voelde. Helaas, wat begon als vriendschap ontwikkelde zich als een intieme relatie, en John’s moeder verliet uiteindelijk het gezin om met haar baas te trouwen.

 

Nu, vijfentwintig jaar later, is John getrouwd met Sara, die extrovert is en vriendelijk naar al haar bekenden inclusief mannen. John heeft nog nooit iets in haar gedrag kunnen waarnemen dat je zelfs als begin van onbehoorlijk gedrag zou kunnen aanmerken. En toch, als hij ziet hoe ze glimlacht naar hun manlijke vrienden, worden zijn onopgeloste herinneringen getriggerd en de giftige inhoud van de impliciete herinneringen komen naar buiten en hij voelt dat als waar in het heden. Het voelt als waar aan dat Sara zich op een ongepaste intimiteit verbindt met anderen wat tot een verkeerde relatie moet leiden (als het al niet het geval is) en het voelt aan alsof Sara hem uiteindelijk zal verlaten voor een andere man. Bovendien geeft zijn VLE de volgende verklaring: “Ik voel me angstig en verraden, en ik heb deze gevoelens omdat Sara ontrouw is. Ik zou me niet zo voelen als zij niet iets verkeerds zou doen…etc.. Ook hij is zich er vaag van bewust dat hij niet precies kan verklaren waarom Sara’s gedrag ongepast is, en dat hij nog nooit iets echt gezien heeft, maar toch houdt hij vast aan de combinatie van zijn impliciete herinneringen en zijn VLE -verklaring, omdat het zo dwingend als echt aanvoelt!

 

Hier is de mix van impliciete herinneringen en verkeerde VLE -verklaringen opnieuw weer de oorzaak van een onoplosbaar conflict. John wil alleen respect, veiligheid, gehoord worden, en is bereid tot verzoening als Sara haar verantwoordelijkheid op zich neemt voor haar ontrouw. Hij geeft toe dat hij absoluut geen bewijs heeft, dat er op wijst dat ze een intieme relatie heeft, maar hij is bang dat ze seks met andere mannen heeft en hij wil dat ze op zijn minst verantwoordelijkheid neemt voor iedere emotionele relatie die ze met iedere vriend heeft waar ze regelmatig tegen lacht. Ten diepste wil hij dat ze toegeeft dat iedere manier van lachen naar andere mannen onbehoorlijk gedrag is. De glimlach en vriendschap van zijn moeder werd onbehoorlijk gedrag en zijn moeder had een intieme relatie en de combinatie van zijn impliciete herinneringen en zijn VLE -verklaringen maakte dat hij die dwangmatige subjectieve perceptie kreeg dat het met Sara precies dezelfde situatie was in het heden. Maar omdat dit plaatje niet klopt in het heden, kan Sara daar moeilijk mee akkoord gaan. Ze zijn daarom vastgelopen in een onverzoenlijk verschil, waar hij iets van haar vraagt wat voor hem als dwingend waar ervaren is en waarvan zij weigert het zich eigen te maken omdat het niet waar is.

 

Andere gebieden van het centraal zenuwstelsel extrapolatie (vanuit iets bekends iets onbekends maken)

Zelfs met alle bovenstaande informatie met betrekking tot de impliciete herinneringen, het VLE en de verzonnen verklaringen, is het nog steeds moeilijk te begrijpen hoe ongelooflijk dwingend deze subjectieve ervaring van impliciete herinneringen aanvoelt als waar in het heden en tegelijkertijd dat deze dwangmatige subjectieve ervaringen het geloof vasthouden dat de getriggerde gedachten en gevoelens worden veroorzaakt door gebeurtenissen in het heden. Toen ik dit bestudeerde vond ik het bijzonder moeilijk te begrijpen waarom we de VLE -verklaringen geloven, terwijl het ook op veel punten niet klopt. Bij de hierboven beschreven scenario’s zou een systematische evaluatie door een objectieve onderzoeker snel door de zwakheden van Nancy’s VLE -verklaringen heen prikken. Ook als ik een van haar goede vrienden zou zijn, zou ik ook veel zwakke punten in haar beoordeling kunnen aanwijzen.

 

”Een ander puzzelstukje dat onze lichtgelovigheid ten aanzien van de VLE -verklaringen, mogelijk kan helpen verklaren (5) is om ons te realiseren dat het centraal zenuwstelsel extrapoleert (vanuit iets bekends iets onbekends maken) dus iets ‘invult’ op verschillende niveaus. We krijgen VLE -verklaringen als het centraal zenuwstelsel iets ‘invult’ op het gebied van verklaringen. In de voorbeelden die we hierboven besproken hebben, zoals met het gespleten hersenexperiment, waarin de onderzoeker vroeg: “Waarom koos je voor de sneeuwschuiver?” was er een ‘gat’ met betrekking op de verklaring daarvan. En in plaats van toe te geven: “ Ik weet het niet, ik merk gewoon dat er een zwart gat is wat ik niet kan verklaren”, probeert het centraal zenuwstelsel dit gat op te vullen met een verzonnen verklaring. Dit is echter een extrapolarisatie, een aangeleerde gok op basis van de informatie die aanwezig is.

 

Een van de meest dramatische voorbeelden van extrapolatie van het centraal zenuwstelsel (czs) is het invullen van ‘de blinde vlek’ op ons netvlies. Ik denk dat net zoals het centraal zenuwstelsel de blinde vlek invult, dit soms ook kan gebeuren met de ‘zwakke’ verklaringen van het VLE.

 

Het overbekende ontkennen en zelfbedrog

 

Dit zijn volgens mij de laatste stukjes van de puzzel. De meeste van ons willen niet echt weten hoe disfunctioneel we zijn (of misschien hebben we nog niet de capaciteit om met onze disfunctie volledig goed om te gaan). We willen vaak niet erkennen hoe vaak we getriggerd worden, hoe vaak we door onze perceptie, gedachten, emoties, en impliciete herinneringen door niet verwerkte trauma’s getriggerd worden. We willen vaak ook niet zien hoe vaak hoeveel van onze verklaringen, vaak zwak zijn om onze getriggerde reacties te rechtvaardigen. De meest algemene verdediging is, dat we gewoon niet weten wat we met al die informatie moeten doen die niet klopt in ons verhaal. Daarom letten we niet op de aanwijzingen die ons duidelijk maken dat we iets missen. We slaan geen acht op het feit dat “Er iets niet klopt in het verhaal”. We letten niet op de feiten die ons vertellen dat er iets mis is met de manier waarop we naar onszelf en de wereld om ons heen kijken. Het is verwonderlijk hoe gemakkelijk we ons zelf iets wijs kunnen maken, vooral als we dat zelf willen. Het is vrij gemakkelijk om een blinde vlek te handhaven, vooral als we niet willen zien wat achter die blinde vlek zit. Lichtgelovigheid is vrij gemakkelijk te verklaren, vooral als iedereen erbij gebaat is.

 

Trauma houdt noodzakelijkerwijze ook inadequate bronnen in

Een deel van de definitie van trauma (in het huidige Wilder/Lehman -model) is een situatie die onze capaciteit en volwassen tools overstijgt. Een intrinsiek deel van deze definitie van trauma is dat we niet genoeg noodzakelijke bronnen hebben. Als iemand door een moeilijk en pijnlijk proces gaat, en er zijn veilige volwassenen bij hem, die op hem afgestemd, luisterend, toetsend en betrokken enzovoort zijn, zal hij bijna nooit getraumatiseerd raken. Daarom is het zo dat de meeste traumatische herinneringen juist voorbeelden zijn waarin er een afwezigheid van betrokkenheid en een afwezigheid van mensen die naar hem luisterden, hem begrepen, op hem afgestemd waren, zijn pijn herkenden en de moeite van de situatie bevestigden. Jammer genoeg is het een bijna universeel aspect van trauma dat problemen veroorzaakt als subjectieve ervaringen zich mixen met traumatische impliciete herinneringen en VLE -verklaringen. En wel omdat impliciete herinneringen aanvoelen als in het heden als deze componenten getriggerd worden. ”Ik wacht nog steeds totdat iemand naar me wil luisteren, die me begrijpt, die afgestemd is op me en mijn pijn herkent en de moeite waarin ik ben bevestigt” en dit voel nu in het heden ook als waar aan. En hier komen we het probleem weer tegen omdat ik wil dat ze me erkenning geven voor de volle honderd procent van mijn impliciete herinneringen en ik wil dat ze erkenning, acceptatie geven, en instemmen met mijn beoordeling van de situatie, inclusief dat mijn perceptie dat de impliciete herinneringspijn veroorzaakt wordt door het heden en dat mijn VLE -verklaringen die gebaseerd zijn op een impliciete herinneringsinhoud juist in het heden zijn.

Als ik getriggerd raak, voelt het meestal als waarheid aan als er iemand is (meestal Charlotte, mijn vrouw) die me begrijpt, erkent en bevestigt in mijn geprojecteerde impliciete herinneringsinhoud en mijn verzonnen VLE -verklaringen. Als ze dat weigert te doen, en in plaats daarvan suggereert dat ik getriggerd ben, voelt het als een verkeerde afstemming aan en resoneert met ‘het gebrek van inadequate bronnen’ en aspecten van het originele trauma, namelijk: impliciete herinneringen van niet begrepen zijn, niet een goede afstemming bereiken, geen erkenning van mijn pijn en geen bevestiging van mijn beoordeling van de situatie. Dat gebeurt in het heden en wordt geprojecteerd op iemand die suggereert dat ik getriggerd wordt (alweer, meestal Charlotte). Mijn ervaring is dat het behulpzaam is dat mensen opzettelijk dit aspect herkennen en erkennen en op zijn waarde schatten om zo af te stemmen op het hele scenario. Als ik bijvoorbeeld iemand probeer te helpen herkennen dat zijn tegenwoordige ervaringen veroorzaakt worden door een trauma uit het verleden, waaruit impliciete herinneringen voortkomen, zeg ik tussen neus en lippen: “Ik denk dat je pijn en interpretatie van wat er gebeurt duidelijk wordt als alle stukjes van de puzzel op zijn plek vallen. Ik zie dat je echt pijn heb, maar ik denk dat een deel van je gedachten en pijn voortkomen uit een oud trauma. Als je ermee akkoord gaat, wil ik de Heer vragen ons te helpen om enige herinneringen die er mee te maken hebben, naar boven te brengen. Ik veronderstel dat je pijn en beoordeling over de situatie ten volle duidelijk worden in de context van het originele, oude trauma”.

 

F) Specifieke zaken die bij het verzet tegen het herkennen en verantwoordelijkheid nemen voor het triggeren voorkomen

Vele traumatische ervaringen houden in dat men zich afgewezen, beschuldigd, of beschadigd voelt in plaats van begrepen, gehoord, erkend, verbonden en geloofd. Als bijvoorbeeld een kind mishandeld of misbruikt is door een naaste familielid, dan is het voor de rest van de familie moeilijk om te gaan met de pijnlijke consequenties van deze verschrikkelijke realiteit; soms willen ze dat niet, en zo kunnen ze het kind aanvallen en beschuldigen. Jammer genoeg horen we vaak verhalen als: “Toen ik mijn moeder vertelde dat opa me misbruikte, waste ze mijn mond met zeep, en maakte me duidelijk dat ik een flink pak voor mijn broek zou krijgen, als ik ooit zoiets nog eens zou zeggen!” of “Toen ik mijn vader vertelde dat mijn broer me dwong om seks met hem te hebben, zei hij dat ik me dan maar niet zo uitdagend moest kleden.”

De trieste gewone component van trauma, veroorzaakt gewoonlijk problemen. Maar als het gemixt wordt met subjectieve ervaringen van impliciete herinneringen en verkeerde verklaringen van de VLE wordt het helemáál erg. Als het originele trauma van destijds, in het heden als waar aanvoelt en VLE -verklaringen zich richten op mensen in het heden en suggereren dat men mogelijk hierdoor getriggerd wordt, activeert het de gevoelens van de originele belevenis, zoals afwijzing, beschuldigingen en beschadigingen. Als dit gebeurt, komt de impliciete herinneringsperceptie van afwijzing, beschuldigd en beschadigd worden onmiddellijk tevoorschijn in het heden en associeert de VLE -verklaringen en focust onmiddellijk op wat hem mogelijk ook kan triggeren. Als ik op een dergelijke manier door herinneringen getriggerd word en Charlotte suggereert dat het mogelijk een oud trauma is dat opspeelt, dan voelt het dwingend als bijzonder waar aan dat ze me afwijst beschuldigt en beschadigt. “Oké! Iedereen is onschuldig, en het echte probleem is dat ik getriggerd ben. Als ik niet getriggerd ben en disfunctioneel reageer was alles prima in orde!” “Als we Karl de schuld geven kan iedereen zijn eigen schuld negeren!”

 

Verder is het zo dat velen van ons ervaringen hebben, waar het niet veilig is om te erkennen dat we iets fout doen. Zelfs goede en liefhebbende ouders kunnen heel erg getriggerd worden en kennen perioden waarin ze buiten proporties reageren op iets wat hun kinderen doen.

 

In het volgende deel gaan we kijken naar wat we kunnen doen om de giftige inhoud van de traumatische herinneringen en gedachten en verklaringen van het VLE te neutraliseren en genezen.

 

© K.D. Lehman MD, aug. 2008

©Vertaald door Gerard Feller (met dank aan André Roosma)

 

voor deel 2 van verbal logical explainer klik hier

 

 

 

Dr. Karl Lehman is christenpsychiater. Hij heeft een kleine praktijk, naast zijn werk als mentor en trainer van andere professionele en pastorale hulpverleners. Hij is gespecialiseerd in christelijke innerlijke genezing. Hij besteedt veel van zijn tijd aan interdisciplinaire studie en het ontwikkelen van trainingsmaterialen, samen met zijn vrouw Charlotte Lehman Mdiv. Veel van hun materiaal is beschikbaar via www.kclehman.com . Karl gebruikt verschillende bronnen waaronder medische, wetenschappelijke; hij heeft een uitgebreide studie gemaakt van de theophostic principes van dr. Ed Smith, en het Life Model en de hersensynchronisaties zoals die ontwikkeld en onderwezen worden door dr. James Wilder Ph D. Hij gebruikt daarnaast veel wetenschappelijke studies van Allan Schore Ph D en Daniel Siegel MD.


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Gezondheid & Bijbel