oorlog tegen het coronavirus


coronaBijbelse inzichten naar aanleiding van de huidige crisis

door Philip Nunn 

Het coronavirus is een familie van virussen die ziekte veroorzaakt bij zoogdieren en vogels. Ze veroorzaken nu al een aantal decennia problemen. De nieuwe versie waar we momenteel tegen vechten, werd voor het eerst op mensen overgedragen in Wuhan, China, aan het einde van 2019. Sindsdien vinden we het voortdurend terug in de koppen van onze kranten en nieuwsberichten. Afgelopen maand gaf de World Health Organisation de ziekte die het virus veroorzaakt de nieuwe naam COVID-19 en verklaarde vijf weken later de aandoening tot een pandemie. Wereldleiders, minister-presidenten en andere mensen met autoriteit sluiten nu de nationale grenzen, gelasten evenementen af en sluiten winkels en scholen. Ze beperken onze bewegingsvrijheid op een manier waarop dat in vredestijd nog nooit is gebeurd. Je kunt denken dat dit allemaal nepnieuws is, je kunt denken dat de beperkingen te streng zijn of veel te langzaam of veel te weinig. Maar of je het leuk vindt of niet, de wereld is op dit moment in oorlog met dit coronavirus! Hoe reageert uj? Bent u bang of gefrustreerd? Geeft uw geloof in God u kracht in deze tijd van wereldwijde crisis? Nu u wat meer tijd hebt, is het misschien de moeite waard om eens na te denken over wat de Bijbel te zeggen heeft over de verspreiding van slechte dingen.

God schiep een wereld waarin alles met elkaar samenhangt. Het weer kan invloed hebben op onze voedselvoorziening. De ongezonde gewoonten van een moeder kunnen de gezondheid van haar kind beïnvloeden. Sociale structuren beïnvloeden ons vermogen om van het leven te genieten. U en ik kunnen zowel een zegen als een last zijn voor de mensen om ons heen. Ziekten en hun vermogen om overgedragen te worden van mens op mens zijn geen nieuw verschijnsel. Ongeveer 3500 jaar geleden gaf God aan Mozes instructies over hoe hij het volk Israël moest beschermen tegen besmettelijke ziekten. De Heer Jezus en de apostelen Paulus en Johannes trekken onze aandacht ook naar verschillende soorten ‘virussen’ en moedigen ons aan deze serieus te nemen. Ik nodig u uit om met mij mee te kijken naar 7 praktische inzichten.

1. Mozes: ‘Wees alert, slechte dingen verspreiden zich’
In Leviticus 13 en 14 vinden we duidelijke instructies over hoe de verspreiding van lepra en andere infecties bij de Israëlieten vermeden moest worden. Iedere Israëliet moest zijn ogen openhouden en alert blijven. Het feit dat zij Gods uitverkoren volk waren en dat God Zelf hun Geneesheer was (Ps. 91, Ex. 15:26) zou hen niet automatisch beschermen tegen infecties of ziekten. God gaf hen via Mozes een richtlijn die gevolgd moest worden om de verspreiding van slechte dingen onder hen tegen te houden. Wanneer een Israëliet of iemand in zijn familie vermoedde dat hij of zij geïnfecteerd was, moesten ze zich niet verstoppen of in paniek raken, maar werd van hen verwacht dat ze zichzelf bij een priester meldden. De priester zou het geïnfecteerde deel van het lichaam of kledingstuk nauwkeurig onderzoeken. Wanneer hij twijfelde, werd de persoon of het object zeven dagen geïsoleerd. Als de twijfel bleef, nog eens zeven dagen, dus In totaal viertien dagen quarantaine. Net zoals bij het coronavirus op dit moment.

We hebben in de afgelopen dagen via allerlei kanalen veel informatie gekregen die ons kan helpen bij het onderscheiden of we gewone griepsymptomen hebben of symptomen die duiden op het coronavirus. We willen allemaal zoveel mogelijk weten. We willen niet leven in onzekerheid. Onzekerheid is vruchtbare grond voor angst. Wanneer we bang zijn, kunnen we heel onvriendelijk of zelfs lomp zijn richting ‘verdachte’ dragers van het virus. Afgelopen januari voelden veel Nederlanders met een Aziatische achtergrond zich hier in Nederland gediscrimineerd en gemarginaliseerd. Omdat het virus zich verspreidde in China, vermeden veel mensen in Nederland de Chinese restaurants!

Dit bijbels protocol overtuigt me van twee dingen: dat het feit dat ik een christen ben me niet immuun maakt voor virussen en dat ik me daarom aan de nationale richtlijnen moet houden, en dat ik mijn natuurlijke neiging om ‘potentiële’ dragers te beschuldigen zonder goed en zorgvuldig onderzoek, moet beteugelen. Omdat slechte dingen zich kunnen verspreiden, werkt het volgen van de gegeven richtlijnen voor ons allemaal in ons voordeel.

2. Mozes: ‘Wees radicaal, zelfs als dat pijn doet’
De richtlijnen die de wet van Mozes ons geeft voor het beheersen van de verspreiding van besmettelijke ziekten waren heel radicaal. Wanneer er een infectie werd ontdekt, werden besmette objecten vernietigd en personen uitgesloten. Bij twijfel, eerst quarantaine. Tijdelijke isolatie was nodig om te ontdekken of de persoon of het object schoon was of niet. Wanneer het kledingstuk geïnfecteerd was, moest het verbrand worden (Lev. 13:52). Wanneer de pot geïnfecteerd was, moest het gebroken worden (Lev. 15:12). Wanneer de persoon besmet bleek, moest hij of zij uitgesloten worden van de gemeenschap (Lev. 13:45). We kunnen ons voorstellen dat soms hele dure potten en kledingstukken kapot gemaakt of verbrand werden. Die radicaliteit had een prijs. Kunt u zich de pijn voorstellen wanneer een familielid ‘onrein’ verklaard werd en niet naar huis mocht terugkeren? Radicale actie is meestal pijnlijk. Maar soms wel noodzakelijk voor het welzijn van de gemeenschap. Misschien dat een aantal doodstraffen die door God werden ingesteld in het Oude Testament, ook op die manier begrepen kunnen worden, namelijk als een radicale manier om verspreiding van bepaald zeer ongewenst gedrag onder Gods volk te stoppen.

Quarantaine: Het woord ‘quarantaine’ heeft het woord ‘veertig’ in zich. Het betekent ‘veertig dagen’, de periode die een schip buiten de haven moest wachten wanneer het verdacht werd van het aan boord hebben van een besmettelijke ziekte. Dit werd gebruikelijk in de tijd dat de Zwarte Dood heerste in de 14e en 15e eeuw – een ziekte waarvan geschat wordt dat deze zo’n 30% van de Europese bevolking het leven kostte. Veertig dagen of veertig jaar worden in de Bijbel vaak gebruikt om een testperiode aan te duiden. Kijkt u maar eens naar de volgende voorbeelden van ’veertig dagen’. Na veertig dagen opende Noach het raam van de ark en liet de raaf uit (Gen. 8:6-7). De Israëlieten zaten veertig dagen zonder hun leider Mozes (Ex. 24:18). De 12 spionnen verkenden het beloofde land veertig dagen lang (Num.13:25). Goliath daagde de Israëlieten veertig dagen uit (1 Sam. 17:16). Jona preekte veertig dagen tegen Ninevé (Jona 3:4). De Heer Jezus werd door satan veertig dagen verzocht (Mark. 1:13). Na Zijn opstanding verscheen Hij veertig dagen lang aan Zijn twijfelende volgelingen (Hand. 1:3). Wanneer u denkt dat u onbesmet bent, maar er wordt toch van u gevraagd om in quarantaine te gaan, raak dan niet gefrustreerd en word niet negatief. De strikte scheiding van mogelijke dragers gedurende 7, 14 of 40 dagen of misschien zelfs langer, is een noodzakelijke daad om de verspreiding van een infectie tegen te gaan. Er wordt van je gevraagd een prijs te betalen voor het welzijn van de hele gemeenschap.

3. Jezus: ‘In Gods koninkrijk vindt ook verspreiding plaats’
Wanneer Jezus het Koninkrijk van God (of van de hemel) beschrijft, zegt Hij: “Het is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het helemaal doorzuurd was” (Luk. 13:21). Waar staat het zuurdeeg of de gist symbool voor in deze gelijkenis? Jezus Zelf legt deze gelijkenis niet uit. Sommige optimistische commentatoren associëren het deeg met de wereld en het gist met het evangelie. Zij zeggen dat deze gelijkenis illustreert hoe het evangelie zich langzaam maar zeker zal verspreiden over de wereld. Wellicht een vergelijkbaar idee met dat wat wordt uitgedrukt in het “u bent het zout van de aarde”. Anderen associëren het deeg met het christendom en suggereren dat de gelijkenis illustreert hoe het kwaad en de corruptie zich langzaam verspreiden binnen het christendom. Welke interpretatie u ook kiest, het is duidelijk dat er binnen het Koninkrijk van God verspreiding plaatsvindt. En daarom is er voorzichtigheid nodig. De manier waarop wij leven heeft invloed op de mensen om ons heen. Wat verspreiden u en ik?

In het Oude Testament staat zuurdeeg of gist symbool voor iets negatiefs. Van de Joden werd gevraagd om elk spoor van gist uit hun huis te verwijderen voordat zij het Pascha zouden vieren (Ex. 12:15). Ergens anders waarschuwt Jezus in Zijn onderwijs: “…wees op uw hoede voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën”. Vervolgens legt Hij uit dat Hij hiermee doelde op het onderwijs dat zij gaven (Matt. 16:6,12). In Lukas 12:1 zegt Hij dat het zuurdeeg van de Farizeeën huichelarij was. In Markus 8:15 heeft Hij het over “het zuurdeeg van de Farizeeën en …het zuurdeeg van Herodes”, maar geeft Hij geen verdere uitleg. Waarschijnlijk wordt zuurdeeg hier ook gebruikt als symbool voor slecht onderwijs, huichelarij en wellicht ook de immorele leefstijl van Herodes (een publieke schande die een slechte invloed had op de Joodse gemeenschap). Wanneer we deze uitleg van Jezus verbinden met Zijn gelijkenis over Gods Koninkrijk, kunnen we redelijkerwijs de conclusie trekken dat slecht onderwijs, huichelarij en een immorele leefstijl zich als gist in deeg kunnen verspreiden binnen een christelijke gemeenschap. We doen er goed aan om de waarschuwing van de Heer ter harte te nemen: “wees voorzichtig…wees op je hoede voor zuurdeeg”. We moeten op onze hoede zijn, omdat het kwaad wat we toestaan in onze huizen, onze harten en ook onze kerk zich zal verspreiden. Slechte dingen verspreiden zich!

4. Paulus: ‘Slechte voorbeelden bederven het gemeenschapsleven’
In zijn brieven bouwt de apostel Paulus voort op dit onderwijs van de Heer Jezus. Tot twee keer toe schrijft hij dat “een klein beetje zuurdeeg het hele deeg doorzuurt”. In 1 Korinthe 5 wordt het gebruikt als een waarschuwing tegen het negeren van immoreel gedrag door een gelovige in de kerk. We weten allemaal wat er gebeurt in een gemeenschap wanneer het doen van verkeerde dingen genegeerd of zelfs gesteund wordt. Wanneer de verkeerspolitie niet langer boetes uitschrijft voor te hard rijden of fout parkeren, wanneer ontdekte belastingontduikers, inbrekers of plegers van seksueel misbruik genegeerd worden waardoor zij hun gang kunnen blijven gaan, dan ontaardt de samenleving. De reden dat Paulus dit stukje kerkprotocol schrijft is dat een christen in Korinthe een seksueel immorele relatie had en dat de kerk van Korinthe hem toch in hun midden verwelkomde. Hoe kon dit gebeuren? Om immoreel gedrag binnen de kerk acceptabel te maken, moet de noemer ‘immoreel’ vervangen worden met een acceptabeler woord als ‘alternatief’. Vervolgens volgt onderwijs over liefde en ‘inclusiviteit’. Als er dan nog steeds mensen in de kerk te vinden zijn die moeite hebben met het accepteren of zelfs ondersteunen van de immoraliteit, worden zij er aan herinnerd dat niemand perfect is, en dat de kerk, net als de Heer Jezus, alle zondaren welkom zou moeten heten. Maar de apostel Paulus is heel radicaal wanneer het gaat over hardnekkig ‘moreel’ zuurdeeg: “Wanneer u samenkomt in de Naam van onze Heer Jezus Christus, als u en mijn geest bijeengekomen zijn, in de kracht van onze Heer Jezus Christus, geef deze man dan over aan de satan, tot verderf van het vlees, opdat de geest behouden zal worden op de dag van de Heer Jezus” (1 Kor. 5:4-5). Hij eindigt met: “Doe de kwaaddoener uit uw midden weg” (5:13). Er kunnen verschillende manieren zijn om dit te doen, maar één ding is duidelijk: van de leiding van de kerk wordt verwacht dat zij kordaat handelt.

Om moreel verval tegen te gaan, werd niet alleen van de leiders, maar van ieder lid van de kerk gevraagd om te handelen. “Maar nu heb ik u geschreven dat u zich niet moet inlaten met iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, een ontuchtpleger is, of een hebzuchtige, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover. Met zo iemand moet u zelfs niet eten” (5:11). Uiteraard moeten liefde en genade kenmerken zijn van de manier waarop christenen dingen doen of zeggen – zelfs wanneer we dit bijbelse voorschrift proberen na te volgen. Maar als we een oogje dichtknijpen richting een zondige manier van leven onder christenen, zal zulk gedrag snel ‘normaa’l worden onder ons. Op een vergelijkbare manier is een persoon die ziek is door het coronavirus van harte welkom in het ziekenhuis als een patiënt en niet als verpleegkundige, arts of werknemer. Als hij erop staat in het ziekenhuis rond te kunnen lopen alsof hij niet besmettelijk was, zou hij het ziekenhuis uitgezet worden! Uitzetting is naar en pijnlijk – maar in wezen een liefdevolle daad. Het beschermt de andere patiënten in het ziekenhuis en het kan ervoor zorgen dat de slecht geïnformeerde of koppige patiënt tot bezinning komt en zijn fout erkent.

Het is interessant om te zien dat we binnen dit voorschrift een duidelijk verschil waar kunnen nemen tussen onze relatie met hen die ‘binnen’ zijn (gelovigen) en hen die ‘buiten’ zijn (ongelovigen). God zal oordelen over hen die ‘buiten’ zijn. De kerk wordt gevraagd om te oordelen over hen die ‘binnen’ zijn (5:12-13). Wanneer ik dit hoofdstuk goed begrijp, zou de kerk de ongelovige een warm welkom moeten geven, ongeacht zijn of haar manier van leven, maar niet iedere gelovige. Ongelovigen hebben nieuw leven in Jezus nodig. Goedkeuring, acceptatie of onverschilligheid van een christen die volhardt in zijn of haar zondige manier van leven, zal het gemeenschapsleven beschadigen.

5. Paulus en Johannes: ‘Ontmasker slecht onderwijs en wijs het af’
In Galaten 5 gebruikt de apostel Paulus de uitdrukking “Een beetje zuurdeeg doorzuurt het hele deeg” (5:9) voor de tweede keer. Hier gebruikt hij het om de christenen van Galaten aan te moedigen het evangelie van genade te verdedigen tegen de opkomst van wettisch onderwijs. Sommige leraren uit Jeruzalem stonden erop dat christenen besneden werden en eisten van hen dat ze de ceremoniële wetten van Mozes opvolgden. Paulus beargumenteert echter dat redding alleen gevonden kan worden in het vertrouwen op Christus (5:2-7). Wanneer deze ‘extra voorwaarden’ zouden worden getolereerd, zouden ze de boodschap van het Evangelie vertroebelen, en deze verontreinigde versie van het Evangelie zou zich vervolgens onder de kerken verspreiden als gist in een stuk deeg. Het moest gestopt worden. Paulus doet dit door publiekelijk de confrontatie op te zoeken met Petrus, Barnabas en anderen (Gal. 2:11-21), door het schrijven van deze waarschuwende brief naar de gemeenten van Galatiëe, en door argumenten aan te dragen tegen dit onderwijs vanuit de kerk van Jeruzalem – de bron van dit besmettelijke afwijkende onderwijs (Hand. 15).

Uit het voorgaande en uit andere brieven wordt duidelijk dat gezond onderwijs belangrijk was voor Paulus. Voor veel mensen lijkt ‘we houden van Jezus en dat voelt goed’ nog het enige criterium te zijn. Het bestuderen van het door God geïnspireerde Woord vereist tijd en werk. Sommige stukken zijn moeilijk te begrijpen en sommige gedeelten zullen jarenlang onduidelijk voor ons blijven (Fil. 3:15-16). Om werkelijk profijt te hebben van de Bijbel, moeten we ervan overtuigd zijn dat het Gods Woord is, dat Hij het gebruikt om tot ons te spreken en dat het autoriteit heeft over onze levens (2 Tim. 3:15-16).

In Genesis 11 lezen we dat God de verschillende talen creëerde om daarmee het contact tussen de arbeiders in Babel te verbreken. Dit maakte een eind aan hun eigenzinnige werk van de torenbouw. Vandaag de dag zijn, mede door internet, de drempels voor het verspreiden van ideeën en gedachten lager dan ooit. Taalbarrières worden weggenomen door goede en makkelijk toegankelijke vertaalpogramma’s op internet. De muren tussen christelijke denominaties zijn nu lager dan vijfig jaar geleden, waardoor ideeën gemakkelijker uitgewisseld worden. Vroeger moest je een boek uitzoeken en de moeite nemen om het te lezen, voordat je in staat was om een nieuwe leer te begrijpen en tot je te nemen. Tegenwoordig zorgt de techniek ervoor dat we kunnen lezen over en luisteren naar iedere nieuwe wind van leer, en die kunnen volgen op onze tv’s en mobiele telefoons. Deze ontwikkelingen kunnen een verrijking zijn voor ons leven, maar ze kunnen het ook een stuk moeilijker maken om de kwaliteit van onderwijs te controleren, terwijl dat tegelijkertijd wel veel noodzakelijker wordt. Tegenwoordig kunnen dwaalleringen, net als het coronavirus, binnen een aantal weken al een pandemie vormen! Ik bid dat God ons verlangen zal aanwakkeren om de sprekers die we online volgen bijbels te toetsen, evenals de sprekers op de conferenties die we bezoeken, en ook wat er zoal gebeurt in onze kerken en de teksten van de liederen die we zingen. De apostel Johannes roept zijn lezers op om slecht onderwijs aan de kaak te stellen en deze af te wijzen (2 Joh. 8-11). Wanneer we volgens de gezonde leer willen leven en deze door willen geven aan de generaties na ons, zullen we net als de apostelen Paulus en Johannes de moeite moeten nemen om slecht onderwijs dat onze kant op komt, te ontmaskeren en af te wijzen.

6. Jezus: ‘Misschien bent u het probleem!’
Wanneer u nu naar de supermarkt gaat, kijkt u wellicht met enig wantrouwen naar de andere mensen in de winkel. Zouden zij corona hebben? We volgen de huidige richtlijnen en proberen 1,5 meter bij andere mensen vandaan te blijven. Maar heeft u er wel eens over nagedacht dat u misschien ook de gevaarlijke drager zou kunnen zijn?

De wet van Mozes bevat richtlijnen over hoe men ceremonieel rein moest zijn. Zo maakte het aanraken van een dode een Israëliet bijvoorbeeld ‘onrein’ en iedereen die een onrein voorwerp of persoon aanraakte, werd zelf ook onrein (Numeri 19). Het wassen van handen, kleding en borden werd heel belangrijk. Maar na verloop van tijd werd het wassen van handen overdreven belangrijk. Sommige leraren van de wet klaagden bij Jezus omdat ze zagen dat een aantal van Zijn discipelen at met ongewassen handen (Mark. 7:1-3). Jezus legde uit: “Wat de mens uitkomt, dat verontreinigt de mens. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit en verontreinigen de mens” (Mark. 7:20-23).

Uiteraard worden we opgeroepen om voorzichtig om te gaan met slechte invloeden van buitenaf: “slecht gezelschap bederft goede zeden” (1 Kor. 15:33). Maar ons grootste probleem komt van binnenuit, het is onze eigen zondige natuur. Onze hárten zijn verdorven. Wijzelf, onze verlangens en dromen, zijn het voornaamste obstakel in het volgen van Jezus. Op een ander moment zegt Jezus: “Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis dagelijks opnemen en Mij volgen” (Luk. 9:23). Herken en veroordeel ik mijn eigen egoïstische en zondige verlangens? Onze ogen zijn gewoonlijk op alles buiten ons gericht. Het is makkelijker om de fouten en zonden van anderen op te merken. Maar de Heer Jezus moedigt ons aan om te beginnen bij onszelf: “Haal eerst de balk uit uw oog en dan zult u goed kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder te halen” (Matt. 7:5). Misschien zijn niet anderen, maar bent u het probleem! Moedigen de keuzes die ik in mijn leven maak, anderen aan om Jezus te volgen en een heilig leven te leiden? Zet mijn houding anderen ertoe aan om Gods Woord lief te hebben, te bestuderen en zich eraan te onderwerpen?

7. Johannes: ‘Wees positief, volg na wat goed is!’
Toen Johannes een oude man geworden was, schreef hij een korte brief naar Gajus, een goede vriend van hem. Gajus was een man die van Gods huisgezin hield en een tijd onderdak bood aan een gemeente (Rom. 16:23). Maar nu maakte hij deel uit van een andere gemeente waarin een dominante man, genaamd Diotrefes zichzelf verheven had tot leider ervan. Deze man sprak slecht over Johannes en zette mensen, die het niet met hem eens waren, de kerk uit (3 Joh. 9-10). Het zou gemakkelijk zijn voor Gajus om dit slechte voorbeeld te volgen. Kijk maar eens naar hoe in de afgelopen dagen er in de supermarkten op irrationele en egoïstische manier volop voedsel en toiletpapier is gehamsterd. Het is voor ons christenen gemakkelijk om dit slechte voorbeeld te volgen. Maar Gajus weerstond die verleiding en bleef positief en actief: liefhebbend, dienend en zijn broeders en zusters financieel ondersteunend (3 Joh. 5). We kunnen om ons heen zien dat er dingen mis gaan, maar laat de gebrokenheid om ons heen niet bepalen hoe we leven. Onze roeping en motivatie moeten een positieve zijn: Jezus volgen en voor Hem leven! Het advies dat de apostel Johannes aan Gajus geeft, is ook een advies aan ons: “Geliefde, volg niet het kwade na maar het goede” (3 Joh. 11). En Paulus schrijft in Romeinen 12:21: “Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede”. Laten we onze ogen niet gericht houden op de problemen en de slechte voorbeelden, maar op Jezus! En vervolgens, net als Gajus, het goede blijven doen!

Het gedurfde en dappere initiatief van Jonathan (1 Sam. 14) en het doden van Goliath door David (1 Sam. 17) inspireerden en motiveerden een heel leger. De mensen in de kerk in Thessaloniki werden eerst navolgers van Paulus, Silas en Timotheüs en daarna werden ze “voorbeelden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje” (1 Thess. 1:6-7). U en ik en onze kerken kunnen ook door God gebruikt worden om anderen te inspireren en te motiveren. Goede dingen kunnen zich ook verspreiden!

Conclusie
Hoe reageert u op deze coronacrisis? Bent u bang of gefrustreerd? Hoe reageert uj op de morele en leerstellige ontwikkelingen in en om u heen? Herinnert uzelf er regelmatig aan dat God soeverein is. Geen enkele ontwikkeling verrast Hem. Ja, het kan zijn dat we worden opgeroepen om ons te bekeren, om te veranderen, om voorzichtig te zijn of om actie te ondernemen. Tegenover welk gevaar we ook staan, ons leven is in Zijn hand: “Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn” (Jes. 43:2). Wat betreft de kerk, denk eraan dat het Zijn project is en Christus zal aan Zijn gemeente blijven bouwen (Matt. 16:18) en Hij zal ervoor zorgen dat zij “heilig en smetteloos” zal zijn (Ef. 5:27). Aan het einde van dit artikel wil ik u herinneren aan de woorden die de profeet Haggaï sprak tegen het volk Israël toen zij voor een grote uitdaging stond: “Wees sterk, heel de bevolking van het land, spreekt de Heer. Werk door, want Ik ben met u, spreekt de Heere van de legermachten… en Mijn Geest is in uw midden. Wees niet bevreesd!” (Hag. 2:3-5).

Philip Nunn, maart 2020
Vertaling: Moniek Venhuizen

 

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Gezondheid & Bijbel