Het Life model en theologie

 

Het LIFE Model en de theologie I

 

Aan iemand die een boek over architectuur heeft geschreven, zal niet naar zijn theologie worden gevraagd. Een arts die uitlegt hoe het menselijk li­chaam in elkaar zit, hoeft geen rekenschap van zijn geloof te geven. Maar als een christenpsycholoog beschrijft hoe de ontwikkeling van de mens ver­loopt, schijnt hij hier niet omheen te kunnen. En als anderen vinden dat hij daarin tekortschiet, circuleert er binnen afzienbare tijd op internet een ve­nijnig, anoniem document dat snoeihard met hem afrekent.[1]Hoe zou dat toch komen? In dit en een volgend artikel willen wij nader ingaan op de verhouding tussen de theologie en het LIFE Model dat door Jim Wilder en zijn team is ontwikkeld. En met theologie bedoelen wij dan de bezinning met betrekking tot zaken die God en geloof betreffen.

Kritiek

Wij zijn allemaal kinderen van onze tijd. Dat betekent dat wij geneigd zijn om de dingen waar te nemen en te beoordelen op een manier die past bij onze cultuur. Zelfs de grootste cultuurcriticus is hieraan onderhevig. Het vergt enorme inspanningen om ons hieraan enigszins te ontworstelen. In­spanningen die bovendien nooit zullen leiden tot een echt ‘objectieve’ kijk op de werkelijkheid. Om deze reden is het belangrijk dat wij kritisch zijn.

De bedenkers van het LIFE Model hebben voor een werkwijze gekozen, waarbij kritiek een belangrijke rol speelt. Hun manier van werken lijkt op dat van Microsoft. Net als bij het besturingssysteem Windows hebben zij het LIFE Model in omloop gebracht in de we­tenschap dat het model nog niet af is.[2] En net als bij het besturingssysteem Windows geldt dat het model met name door het gebruik in de praktijk gaat groeien en vrucht dragen. De zwakte van het systeem is daarmee te­gelijkertijd zijn grote kracht. Uiteraard is het bijzonder vervelend wanneer men tijdens het gebruik tegen bugs  (is een fout in een computerprogramma, waardoor het zijn functie niet (geheel) volgens specificaties vervult.) oploopt, maar dit staat niet in verhou­ding tot het grote gemak dat het systeem zijn gebruiker ondertussen te bieden heeft. Tevens is het zo dat de ontwikkelaars het zich niet kunnen veroorloven om in een houding van zelfgenoegzaamheid te vervallen en toe te staan dat bugs het hele systeem om zeep helpen. Zij worden gedwongen om scherp te blijven en open te staan voor alles wat over de werking van hun model wordt gezegd. Met deze informatie kunnen zij hun ontwerp steeds verder uitwerken en verbeteren. Kritiek wordt positief benut.

Toch is kritiek niet altijd terecht. Het mag best eens gezegd worden dat het LIFE Model en — in bredere zin — de psychologie het, wat kritiek uit de hoek van de theologie betreft, zwaarder te verduren heeft dan de andere vakgebieden. Ik ben van mening dat dit voor een groot gedeelte cultureel bepaald is en los staat van de vraag of de psychologie misschien gro­tere ‘ontsporingen’ kent dan de andere vakgebieden.[3]

Andere kaders

Jim Wilder schaamt zich er niet voor om te zeggen dat hij christen is. Ook is hij van mening dat de gemeenschap die een mens nodig heeft, het beste tot uitdrukking komt onder christenen. Toch spreekt hij op een heel algemene, soms bijna verhullende manier over geestelij­ke zaken en noemt hij de liefdevolle gemeenschap waarvan mensen deel uitmaken, met opzet geen ‘kerk’. Waarom is dat? Tijdens een studiedag in 2007 gaf hij hierop zelf het antwoord. ‘Mensen die denken dat zij de taal begrijpen, stellen zichzelf niet alleen gerust, maar hebben ook de nei­ging om niet meer te luisteren. Dit is vooral het geval bij mensen die weinig geïnteresseerd zijn in verandering. Helaas zijn dit juist vaak de mensen die een verandering het hardst nodig hebben’. Het gebruik van een nieuw begrippenkader is dus geen slinkse poging om mensen van het bijbels gedachtegoed te ver­vreemden, maar wil dit juist bij hen onder de aandacht brengen. Daarbij richt men zich enerzijds op mensen die niet met de bijbelse begrippen zijn opgegroeid en deze niet begrijpen, en anderzijds op mensen die het bijbels begrippenkader zó goed kennen dat het hen niet meer raakt.

Een tweede reden voor het feit dat het LIFE Model slechts in algemene termen over geestelijke zaken praat, heeft te maken met het feit dat het model een veel bredere toepassing voor ogen heeft dan al­leen binnen het pastoraat onder christenen. Het LIFE Model wil mensen van alle culturen de helpende hand toesteken, ongeacht of zij nu wel of niet gelovig zijn. Dit betekent niet dat de ontwikkelaars hun eigen levensovertuiging daarom maar moeten verzwijgen, maar wel dat zij deze zo onder woorden brengen dat dit andersdenkenden in hun proces niet hindert. Het LIFE Model laat echter geen gelegenheid onbenut om te vermelden dat er achter alles een hemelse Vader is die ons liefheeft, zich om ons bekommert en ons veel meer wil geven dan wij in onze stoutste dromen durven denken. Door te spreken over het hart dat Jezus geeft, gaat men zelfs verder dan de natuurlijke theologie omdat hiermee heel nadrukkelijk een vingerwijzing naar het Evangelie wordt geplaatst. Het LIFE Model is geen evangelisatiemethode, maar het kan mensen wel naar een punt brengen waar het Evangelie ter sprake komt. Het is dan aan degene die het model hanteert, of hij de ander aan de voeten van de Here Jezus wil brengen.

Ondanks het feit dat het LIFE Model geen evangelisatiemethode is en gebruikmaakt van een ander begrippenkader dan het bijbelse, mogen we op grond van het feit dat het door christen-hulpverleners is ontwikkeld, verwachten dat het ontwerp bijbels verant­woord is. Aangezien dit op internet ongezouten en anoniem wordt bekritiseerd, wil ik in dit artikel het LIFE Model aan een toetsing naar zijn bijbelgetrouwheid onderwerpen. Ik doe dit aan de hand van de vijf elementen die door het LIFE Model voor een mens noodzakelijk worden geacht om tot ontplooiing te komen. Deze elementen zetten in bij de omgevingsfactoren en komen steeds dichter bij iemands identiteit als persoon. Voor een gezonde ontwikkeling moeten ze ook in deze volg­orde worden toegeëigend. Het gaat daarbij om de volgende zaken:

1. het hebben van een thuisbasis,
2. de vaardigheid om te leren ontvangen en geven,
3. het vermogen om te herstellen van schade,
4. het rijpen in de verschillende stadia van volwassenheid in de levensfasen, en
5. het jezelf kunnen zijn en blijven.

Het jezelf kunnen zijn en blijven

In het LIFE Model wordt het laatste punt omschreven als leven vanuit het hart dat Jezus ons geeft, een nogal cryptische uitdrukking die associaties oproept met het bijbelse begrip wedergeboorte. De vraag is echter of dit een terechte associatie is. Met andere woorden: is het leven vanuit het hart dat Jezus ons gaf een correcte vertaling van het bijbelse begrip wedergeboorte? Dit lijkt mij een mooi uitgangspunt voor ons onderzoek.

Volgens het LIFE Model is het vermogen om je­zelf te zijn en te blijven, afhankelijk van de aanwezigheid van de andere vier elementen. Om een stevige identiteit te ontwikkelen moet je een thuisbasis hebben gehad, geleerd hebben om te ontvangen en te geven, emotionele schade kunnen repareren en in de verschillende levensfasen tot rijpheid zijn gekomen. Dit lijkt haaks te staan op de betekenis die in de Bijbel aan het woord wedergeboorte wordt gegeven, waar de ‘oude mens’ zo zeer onder kritiek wordt gesteld dat deze moet sterven en opnieuw geboren moet worden. Daarom trekt D.J. de Groot in zijn boek De wedergeboorte flink van leer tegen iedereen die ‘een wedergeboorte naar de mens leert, d.w.z. een wedergeboorte, die de zondaar in het gevlij komt, die zijn gevoel van eigenwaarde streelt, die hem niet vernedert en onttroont, maar waarin hij gloriëren kan’. Dit komt volgens hem tot uitdrukking in de ontkenning ‘dat de gevallen mens geestelijk dood is in de misdaden en de zonden. Zij neemt hoogstens aan, dat zijn zedelijk besef verzwakt is, maar handhaaft tegelijk, dat hij in de diepste grond van zijn bestaan het goede kan willen en dat en daarom in hem een zuiver element is, waaraan de wet Gods, wanneer zij hem haar eisen doet horen, kan appelleren. En zo maakt zij van de wedergeboorte de overwinning van de in zich zelf goede mens op de op hem inwerkende zonde, het te boven komen van de zede­lijke zwakheid’.[4]Dat is nogal wat. De vraag is echter of het LIFE Model zich hieraan schuldig maakt. Hebben de ontwerpers van dit model van de psychologie een nieuwe verlossingsleer gemaakt? Ik meen van niet en wel om de volgende redenen.

1.      Het LIFE Model geeft een beschrijving van de menselijke ontwikkeling zoals deze zou moe­ten zijn. Het gaat hier om de mens zoals God hem heeft bedoeld. In deze ideale beschrijving kan de identiteit van de mens zich ontplooien op de manier zoals God het wil. Tegelijkertijd erkent het model dat het er in de gebroken wereld, waarvan wij deel uitmaken, niet zo aan toegaat. In werke­lijkheid loopt de mens in zijn ontwikkeling allerlei kwetsuren op waardoor hij wordt geblokkeerd in zijn ontwikkeling tot de mens die God heeft be­doeld.Dat betekent dat hij zich een identiteit vormt, die is gecorrumpeerd door de harde confrontaties met het leven en niet lijkt op het hart van Christus.

2.      Het LIFE Model spreekt consequent over de ideale iden­titeit van de mens in combinatie met het hart dat Jezus geeft. Ondanks het feit dat een gezonde ontwikkeling noodzakelijke ingrediënten kent en een mens veel kan leren om een authentieke en harmonieuze identiteit op te bouwen, blijft de vernieuwing van zijn hart iets dat hij alleen maar uit handen van de Heer kan ontvangen. Daaraan doet het LIFE Model niets af.[5] Ook De Groot erkent dat er voorafgaande aan de wedergeboorte sprake kan zijn van mensenwerk: ‘Het is zeker waar, dat aan de wedergeboorte van een zondaar wel allerlei arbeid van mensen kan voorafgaan en dat de Here, wanneer Hij op zijn tijd hem wederbaart, daarvan ook gebruik kan maken en dit metterdaad ook dikwijls doet’.[6]Hij noemt in dit verband zaken als de ambtelijke bediening van Woord en Sacramenten, alsmede de christelijke opvoeding in huisgezin, kerk en school. Wat aan deze opsom­ming opvalt, is dat het hier uitsluitend gaat om religieuze activiteiten. En het is nu juist deze beperkte lijst waarin het LIFE Model een — wat mij betreft zeer belangrijke — correctie aanbrengt. Men verbreedt de voorbereiden­de activiteiten tot alles wat te maken heeft met de ontwikkeling van een persoonlijkheid. En dat is mijns inziens volkomen terecht en enorm toe te juichen. Hoe vaak is het immers niet voorgekomen dat mensen God en de kerk de rug hebben toegekeerd omdat zij — weliswaar op een theologisch correcte wijze — door onvolwassen en onveranderde mensen tot op hun ziel zijn beschadigd?

3.      Het LIFE Model vraagt — on­danks het feit dat de mens ‘dood is in de misdaden en de zonden, radicaal boos en geheel verdorven, onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’[7]— m.i. terecht aandacht voor het feit dat hij is geschapen naar het beeld en gelijkenis van zijn Schepper. Hoewel dit beeld door de zondeval ernstig is beschadigd, heeft dit de waarde die de mens voor God heeft, geenszins verminderd, aangezien Hij het kostbaarste dat Hij bezat — Zijn Zoon — voor hem heeft opgegeven. Hierdoor is het mogelijk dat de mens — ook al is hij niet wedergeboren — tot goede dingen in staat is. In de theologie spreekt men in dit verband over algemene genade.[8] Het LIFE Model gaat uit van het onloochenbare feit dat God de mens ‘op de groei’ heeft gemaakt en dat hieraan door de zondeval geen einde is gekomen. Men is er in geslaagd om een aantal patronen die de Schepper in zijn schepping heeft geweven om een gezonde groei mogelijk te maken, te herkennen en in het model te verwerken. Daarbij geeft men zich ook rekenschap van het feit dat dit geen verdienste is, maar genade. Door deze genade is een mens in staat om veel dingen te leren, ook al beschikt hij (nog) niet over het hart dat Jezus geeft. Al deze dingen kunnen uiteindelijk zelfs ‘mede ten goede’ werken.

Kortom, hoewel het LIFE Model de wedergeboorte om m.i. legitieme redenen buiten beschouwing laat, sluit men met de om­schrijving ‘het hart dat Jezus geeft’ hier wel nauw bij aan. Maar daarbij blijft het niet. Het LIFE Model plaatst met zijn benadering ook kanttekeningen bij de manier waarop veel kerken en gelovigen met het onderwerp wedergeboorte om­gaan. Kerken die heel sterk op evangelisatie zijn gericht en waar wederge­boorte alles lijkt te zijn, worden bepaald bij de volle breedte van het leven. Het appèl dat het LIFE Model doet, is duidelijk: door bij te dragen aan een gezonde ontwikkeling van iemands identiteit, bereid je hem of haar beter voor op het ontvangen van het hart dat Jezus geeft. Aan de andere kant worden kerken waar zelfontplooiing alles lijkt te zijn, nadrukkelijk bepaald bij de noodzaak om dat nieuwe hart ook daadwerkelijk te ontvangen. Voor het LIFE Model is de ontwikkeling van een mens vooral een relationeel gebeuren en dat betekent dat vroeg of laat ook de relatie met de Schepper aan de orde zal komen. Als wij willen groeien en onszelf ontwikkelen, zul­len we niet om de erkenning heen kunnen dat wij het hart dat Jezus geeft, in ons leven nodig hebben. En als wij in onze ontwikkeling hebben geleerd om te ontvangen, moet het ons niet moeilijk vallen onze knieën voor Hem te buigen.

Het rijpen in de levensfasen

De levensloop van een mens wordt door het LIFE Model opgedeeld in een vijftal fasen:[9]Baby/Peuter, Jongen/Meisje, Man/Vrouw, Vader/Moeder, en Oudere. Iedere fase heeft zijn eigen leerdoe­len en bouwt voort op hetgeen in de voorgaande fase is geleerd. Door zich zo stap voor stap alle vaardigheden eigen te maken, kan de mens tot rijping komen en uitgroeien tot een beminnelijk, wijs en rechtschapen persoon die zijn omgeving veel te bieden heeft. Een Mens met een hoofdletter ‘M’. Dit proces doet heel erg denken aan wat de Bijbel omschrijft als heiliging. Maar de vraag is of deze twee zaken inderdaad uitwisselbaar zijn. Daarvoor moeten we eerst een antwoord vinden op de vraag wat heiliging precies is.

J.I. Packer haalt hiertoe de woorden van de evangelieprediker J.C. Ryle aan. Deze omschrijft heiliging als het proces waarin we leren om ‘te denken als God, overeenkomstig Zijn gedachten zoals we die in de Schrift beschreven vinden. Het is de gesteldheid om het met Gods oordeel eens te zijn, te haten wat Hij haat, lief te hebben wat Hij liefheeft en om alles in deze wereld te meten aan de standaard van Zijn Woord’.[10]Heiliging heeft dus net als het rijpingsproces van het LIFE Model te maken met het worden van de mens die God heeft bedoeld. De overeenkomsten worden nog duidelijker als Pac­ker de vier kenmerken van heiliging uitwerkt aan de hand van haar vier werkingssferen, te weten: het hart, het karakter, het mens-zijn en de relatie met andere mensen. Uiteindelijk komt ook hij uit bij het begrip volwassen­heid: ‘Heiliging is iets prachtigs en de schoonheid daarvan is de schoonheid en tederheid van goddelijke liefde en dat is nu precies de schoonheid van ware volwassen menselijkheid’.[11]

Toch is er wel degelijk een verschil in de manier waarop James Packer over deze volwassenheid schrijft en de manier waarop James Wilder dit doet. Packer brengt een duidelijk verband aan met Gods verlossingsplan en de christelijke spiritualiteit. Zo zegt hij: ‘De bestudering van heiliging is het in kaart brengen van Gods leven in de ziel van de mens,’[12]en: ‘Christus is gestorven opdat we gerechtvaardigd zouden worden en we worden ge­rechtvaardigd opdat we geheiligd zouden worden’.[13]Wilder daarentegen heeft het vooral over rolmodellen en synchronisatie. Hij beschrijft aan de hand van zijn hersenmodel en de invloed van relaties het natuurlijke proces van volwassenwording en laat opnieuw het beschrijven van de geestelijke dimensie — onder vele verwijzingen — over aan de theologie. De vraag is wederom of hij daarmee mensen niet een weg van zelfverlossing wijst. Maakt hij hiermee de psychologie niet tot de nieuwe verlossingsleer? Leert hij de mensen niet volwassen te worden zonder de afhankelijkheid van God, waarover Packer schrijft? Ik meen van niet en wel om de volgende redenen.

1.      Alles wat hiervoor over wedergeboorte is gezegd, is ook hier van toepassing. Het LIFE Model beschrijft het ideale groeiproces en laat ons zien hoe de mens zich ontwikkelt zoals God hem heeft bedoeld (in afhankelijkheid van Hem, dus). Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat nie­mand er door de gebrokenheid van deze wereld in slaagt om zijn ontwikke­ling tot volwassenheid volgens deze ideale beschrijving te doorlopen en dat men het hart dat Jezus geeft, echt nodig heeft. Desondanks is het zo dat de mens nog over heel wat restcapaciteit beschikt van zijn oorspronkelijke door God gegeven vermogens om zich te ontwikkelen. Dit mogen we beschouwen als een deel van Gods algemene genade. Het LIFE Model probeert deze inzichten binnen bijbelse kaders uit te werken op een manier waar zowel gelovigen als ongelovigen iets mee kunnen. Bij het uit­voeren van deze taak weet men zich in de eerste plaats christenpsycholoog en laat men het theologiseren liever over aan anderen.

2.      Verder ben ik van mening dat het LIFE Model — naast alle discontinuï­teit die zich in deze gebroken wereld voordoet — terecht aandacht vraagt voor de continuïteit in de menselijke ontwikkeling. De ontwikkeling die een mens vóór zijn wedergeboorte doormaakt, staat niet per definitie haaks op de ontwikkeling die zijn heiliging van hem vraagt.Ook is het niet zo dat de heiliging zich buiten de ingeschapen ‘natuurlijke’ vermogens van de mens om voltrekt. Zeker, het valt niet te ontkennen dat er in de Bijbel met het begrip wedergeboorte een zeer scherp contrast wordt neergezet dat nader wordt aangeduid en uitgewerkt met behulp van de begrippen oude en nieuwe mens. We mogen daarbij alleen niet uit het oog verliezen waar­door dit contrast dan precies wordt veroorzaakt. Het contrast ontstaat na­melijk niet doordat veranderingen zich ineens op een andere manier gaan voltrekken, maar door de inwoning van de Heilige Geest in het hart van de gelovige en een ingrijpende ommekeer in zijn diepste drijfveren.[14]

Zelf heb ik het bieden van hulpverlening en het werken aan iemands per­soonlijkheid zonder daarbij de overgave aan Christus te betrekken lange tijd gezien als het ‘opkalefateren’ van de oude mens. Als ik hierop terug­kijk, dan vind ik dit een erg kortzichtig standpunt. Ik denk er nu heel anders over. Voor ieder mens geldt dat hij zich moet kunnen ontwikkelen tot een persoonlijkheid die maximaal in staat is om verantwoordelijk te zijn. Hier­toe leren wij hem lopen, praten en relaties aan te gaan. Hiertoe sturen wij hem ook naar school en leert hij lezen, schrijven en rekenen. Hiertoe dient hij ook extra zorg te ontvangen als blijkt dat zijn ontwikkeling achterblijft of wordt geblokkeerd. Dit heeft niets te maken met het opkalefateren van de oude mens, maar alles met het stimuleren van de door God gegeven mo­gelijkheden om uit te groeien tot een verantwoordelijk wezen. Ten diepste houdt dit ook in dat iemand leert om zijn Schepper te antwoorden op het aanbod van het hart dat Jezus geeft.

Eigenlijk zouden wij de ontwikkeling van een mens zo moeten benaderen dat deze hem ook — voor zo ver dit goed gaat — voorbereidt op een per­soonlijke relatie met zijn Schepper, die hij dan zijn Vader mag noemen. Daar waar zijn ontwikkeling problematisch verloopt of misschien zelfs stagneert, mag worden gewezen op de Schepper die de mens mogelijkheden heeft ge­geven om tot herstel te komen. Wanneer een mens hierop ingaat en zich openstelt om het hart dat Jezus geeft, te ontvangen, staat de rest van zijn ontwikkelingsweg in het teken van de heiliging. Dan is het: “Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij” (Gal. 2:20). Dit mag niet worden opgevat als het verloochenen van de eigen identiteit, maar als het uitgroeien tot de persoon die God in gedachten had toen Hij ons het leven gaf, in de kracht van de Heilige Geest en naar het voorbeeld van de Here Jezus Christus.

Kortom, ook al spreekt het LIFE Model niet over heiliging als zodanig, het model geeft zich wel rekenschap van de kaders die de Bijbel ten aanzien hiervan aanbrengt. In veel kerken is heiliging sowieso een verwaarloosd onderwerp, terwijl zij die hieraan wel aandacht besteden, deze vooral richten op de morele en geestelijke aspecten daarvan. Hoewel in het LIFE Model slechts een algemene beschrijving wordt gegeven, wordt daarin wel het hele leven betrokken en de mens verantwoordelijk gesteld voor zijn inzet in het rijpingsproces. Dit kan het heiligingsproces bij kerken en gemeenten opnieuw op de agenda zetten en op een vernieuwende manier bij gelovigen onder de aandacht brengen.

In een volgend artikel zullen we de overige drie elementen die het LIFE Model noodzakelijk acht om als mens tot ontplooiing te komen, aan de orde stellen.

Martien Jan de Haan



[1] Ik doel hiermee op het document ‘Life model’ dat met een goede zoekmachine heel snel op het wereldwijde web te vinden is en volstaat met ongezouten kritiek op het LIFE Model. Het document is niet ondertekend zodat de mogelijkheid om over deze zaken een gesprek aan te gaan en van elkaar te leren, niet wordt geboden.

[2] Zo is een eerdere versie van Met vreugde man zijn verschenen onder de titel The Stages of a Man’s Life (1999).

[3] Mijn standpunt in deze kwestie wordt uitgewerkt in het volledige artikel dat u kunt downloaden op de website www.archippus.nl.

[4] D.J. de Groot, De wedergeboorte (1952), p. 13.

[5] Men legt alleen niet uit hoe dit in zijn werk gaat. Dit is echter niet het werkterrein van de psychologie, maar van de systematische theologie, in het bijzonder de Bijbelse antropologie en de soteriologie.

[6] D.J. de Groot (1952), p. 13.

[7] D.J. de Groot (1952), p. 10.

[8] A. Kuyper zegt hierover in De gemeene gratie — het leerstellig gedeelte (z.j.4), p. 21: ‘Niets minder inhoudende, dan dat God [1] in den gevallen zondaar nog een overblijfsel van het Goddelijk handschrift der wet overliet, [2] zijn zielsbewustzijn uitdrijft om aan dat over­blijfsel der wet getuigenis te geven, [3] in de saamleving dringt tot oordeelvelling met dat overblijfsel als maatstaf, en [4] veelszins krachten in hen werkt om hen het goede te doen volbrengen.’

[9] Als men de prenatale fase meetelt, zijn het er zes.

[10] J.I. Packer, Jagen naar heiliging (1996), p. 15.

[11] J.I. Packer (1996), p. 23.

[12] J.I. Packer (1996), p. 30.

[13] J.I. Packer (1996), p. 28.

[14] Packer citeert in dit verband uit James Phillips’ Maturity: ‘Een ware overgave aan Chris­tus doet ons opgeblazen eigen ‘ik’ in relatie tot zichzelf en zijn medemensen verschrompelen tot zijn juiste proporties en dat brengt ons terug tot de werkelijkheid,’ J.I. Packer (1996), p. 28.

Leven naar Gods plan dr.Jim Wilder e.a. isbn 90-73743-19-2

E. James Wilder, Met vreugde man zijn: groeien naar volwassenheid 448 p., genaaid gebrocheerd ISBN: 9789079011018Verkoopprijs: € 24,95Bestel of lees meer: www.archippus.nl/index.php

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Gezondheid & Bijbel