Geneest God altijd als we genoeg geloven?

Geneest God altijd als we genoeg geloven?

 

De aanleiding om dit artikel van Eliott Miller te plaatsen is iets waar veel christelijke hulpverleners, in de begeleiding van (vooral terminale)  patiënten mee te maken krijgen. Indien de patiënten, familie en hulpverleners bidden om genezing van een ziekte, gebeurt het vaak dat God veel (terminale) ziektes niet geneest. Gelukkig  komt er dan vaak een verwerkingsproces op gang waarin er ook acceptatie ontstaat van het toelaten van deze ziekte door God en mogelijk zelfs dat een patiënt zich op zijn dood voorbereidt, zijn afscheid van zijn geliefden en zijn ontmoeting met Christus. In dit proces komt het vaak voor dat de patiënt zelf denkt een woord van God te krijgen waardoor hij (lichamelijk) zal genezen of dat familie, andere christenen of leidinggevende in de Gemeente zeggen een dergelijk woord te hebben gehad. Wanneer er geen lichamelijke genezing plaats vindt, wordt er in sommige gevallen druk uitgeoefend van anderen op de patiënt, of door de patient zelf, dat hij of zij zich moet oefenen in zijn of haar geloof, omdat dat de belemmerende factor in het genezingsproces zou zijn. Dit brengt de patiënt in schuldgevoelens en verwarring. Daardoor zie je dat er bij terminale zieken vaak geen gelegenheid is om afscheid te nemen en zich voor te bereiden voor de ontmoeting met Christus. Vaak wordt er ontkend dat dit nodig zou zijn en veroorzaakt veel onrust en veel (vaak stilgezwegen) lijden. De mede christenen die de profetie uitspraken dat ze een woord van God gekregen hadden ter genezing, worden door de familie en Gemeente vaak nooit na het sterven van de patiënt ter verantwoording geroepen, voor de gevolgen van hun uitspraken. Bij terminale patiënten is dit misschien het duidelijkst, maar het is voorstelbaar dat dit patroon bij vele vooral chronische ziektes een rol speelt en mijns inziens tot veel schade lijkt.De suggesties van te weinig geloof en daardoor nog ziek worden ook vaak op subtiele wijze doorgegeven. Dit artikel is niet bedoeld om te twijfelen aan Gods mogelijkheden in deze tijd, om mensen op bovennatuurlijke wijze te genezen of mensen die hoop in het gebed te ontnemen, maar om de verkeerde theologie te weerleggen, die ten grondslag ligt aan de stelling dat God nu altijd (lichamelijk) wil genezen. Als ons geloof maar sterk genoeg is. 

Gerard Feller

Genezing van ziekten aan het kruis?

 

De leer dat God altijd (lichamelijk) geneest indien ons geloof groot genoeg is, is vooral gebaseerd op de verkeerde uitleg van twee bijbelteksten:

1 Petr. 2:24: “die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout heeft gebracht, opdat wij, aan de zonde gestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door zijn striemen zijt gij genezen”.

Jes. 53:5: “Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord om onze ongerechtigheden verbrijzeld, de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door zijn striemen is ons genezing”.

 

De leer van het tweezijdige werk aan het kruis, namelijk dat Christus onze zonden en onze ziekten droeg, is een ernstige misvatting van de Schrift. Ziekte is een van de vele ultieme gevolgen van de zonde van de mens. Jezus nam de oorzaak van ons lijden, de zonde, op zichzelf aan het kruis om ons op geweldige wijze  te bevrijden van de gevolgen van de zonde. Het is onlogisch te veronderstellen dat Jezus alle kanker, lepra en andere ziekten van de gehele mensheid op zich nam. Wat er wèl staat is dat Hij de oneindige belasting en verschrikking van de zonde van de wereld op zich nam. Het is niet juist om te veronderstellen dat Hij de naast de oorzaak, noodzakelijkerwijze ook ieder afzonderlijk gevolg, zoals de ziekte, moest dragen. Door een oplossing te bewerken voor de oorzaak van de zonde,  zorgde Hij op afdoende wijze ook voor de gevolgen.. Jezus zorgde voor het probleem van de ziekte door onze zonde te dragen aan het kruis. Het was voor Hem niet noodzakelijk onze ziekte te dragen om ons te genezen.

We vechten op geen enkele manier aan dat we door zijn zweepslagen genezen zijn. Maar wordt het woord genezen (Hebreeuws: rapak) vooral gerelateerd aan onze lichamelijke genezing? Een studie van het aanwezig zijn van dit woord in het Oude Testament laat zien dat dit woord vaak niet gebruikt wordt in die betekenis. In veel gevallen wordt het gebruikt bij geestelijke genezing. In Jer.3:22 staat: “Keer weder, afkerige kinderen, Ik zal uw afdwalingen”. En in Psalm 107:20 lezen we: “Hij zond zijn woord, Hij genas hen en deed hen aan de groeve ontkomen”. Als we de context van Jes.53 bestuderen ontdekken we dat het niet anders dan deze geweldige spirituele betekenis kan hebben. Dit is de grote profetische passage die gaat over Christus martelaarschap tussen God en mens. En als we de context van 1 Petr. 2:24 bestuderen zien we dat Petrus de profeet Jesaja niet aanhaalt op een lichamelijke manier maar op een geestelijke: “die zelf onze zonden (niet onze ziekten!) in zijn lichaam op het hout heeft gebracht, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door zijn striemen zijt gij genezen”. Het is uiteraard juist te stellen dat de genezing die Christus bracht zich uitstrekt vanuit het spirituele tot ook het emotionele en lichamelijk deel van ons wezen, maar (zoals we later nog duidelijker zien) dat de realisering van de genezing niet volledig is tot aan de opstanding., en er daarom dus zeker geen garantie is voor de genezing nú. Genezing nú is daarom veel meer te zien als een extra gift op de verzoening tot het moment waarop we ook naar lichaam volmaakt worden bij Zijn komst. Het is nooit iets dat we nu tot ‘de verlossing van ons lichaam, bij de opname van gelovigen,  kunnen claimen.  (we mogen er wel voor bidden)

 

 

In Matt. 8:16,17 lezen we: "Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met zijn Woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken wordt door de profeet Jesaja toen  hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op zich genomen, en onze ziekten heeft Hij gedragen”. Dit is de andere belangrijke tekst die gebruikt wordt bij het pleidooi voor genezing nu! Omdat Mattheus Jesaja 53 citeert, hetgeen zoals we gezien hebben vooral slaat op de verzoening en toepast op lichamelijke genezing en bevrijding, denken velen dat dit het onomstotelijke bewijs moet zijn dat genezing garandeert vanaf het moment van onze verzoening met God. Toch ziet men bij een dergelijke denkwijze een belangrijk punt over het hoofd. Mattheus vertelt ons dat dit gedeelte van Jesaja vervuld is, juist in de genezingsbediening van Jezus, vóórdat de verzoening op Golgotha plaatsvond. Als we Jesaja 53 nemen zien we dat terwijl verzoening het centrale thema is, het hele leven en de bediening van Jezus beschouwd wordt (afgezien van Zijn tweede komst).

Jes. 53: 2: “Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd”.

Jes. 53: 12” “Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood”.

Het punt bij Jes 53 vers 4 is dat, hoewel het volk van Israël gezien heeft dat Jezus rondging in hun land en mensen genas van hun ziekten, ze zijn kruisiging nog beschouwden als een oordeel van God. In dat vers staat immers: “Wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte”. Het ‘onze ziekten heeft Hij op zich genomen, en onze smarten gedragen’ slaat op de activiteiten door Jezus in zijn genezingsbediening en niet op de passieve ontvangst van alle ziekten en zwakheden aan het kruis. Dit wordt begrijpelijk door het gebruik in de tekst van de Griekse werkwoorden lambano (= wegnemen, verwijderen, wegdragen) en bastazo (= oppakken, dragen, wegdragen, verdragen, verwijderen) (Arndt-Ginrich: A Greek English lexicon of the New Testament). Daarom is het duidelijk dat, terwijl Jes. 53:4 niet slaat op de fysieke genezing, de vervulling plaatsvond in de genezingsbediening van Jezus zoals Mattheus heeft opgeschreven en niet aan het kruis, en is daarom geen garantie voor genezing voor ons vandaag!

De vloek van het kruis

Gal. 3:13 zegt: “Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder die aan het hout hangt”.

Als je Gal. 3:13 vergelijkt met Deut. 21:23 (“want een gehangene is door God vervloekt”) en Deut. 28:15-68 dat al de vloeken (inclusief de verschillende ziekten) beschrijft die over Israël zouden komen als het ongehoorzaam is, kun je zien dat het niet waar is dat Christus onze ziekten aan het kruis droeg. Er volgt geen analogie om de vloek van de wet te identificeren met de vloeken van Deut.28. De vloek van de wet is direct gerelateerd aan het onderwerp van rechtvaardiging, hetgeen gemakkelijk bij het bestuderen van de context in Gal. 3 te ontdekken is.

 

In Gal. 3:10-13 is te lezen: “Want allen, die het van werken der wet verachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers de rechtvaardige zal uit geloof leven. Doch bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder die aan het hout hangt”.

De vloek wordt hier steeds gekoppeld aan de vloek der verdoemenis die Jood en heiden te wachten stond voor het falen in het houden van de wet van God. De vloeken in Deut.28 daarentegen waren tijdelijke vloeken die de Joden toegevoegd zouden worden onder het theocratisch koningschap van Jehova, in het land Israël, als zij ongehoorzaam waren. Het absurde van de stelling dat Jezus alle vloeken aan het kruis gedragen heeft wordt duidelijk als we de aard van sommige vervloekingen zien: ‘beschimmelen’(vs22), droogte (vs 23), verkrachting van iemands vrouw door een andere man (vs30), kannibalisme (vs 53) enz..

 

Grotere werken

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga naar de Vader” (Joh.14:12).

Deze tekst woord vaak geciteerd door degenen die geloven dat God altijd en nu wil genezen. Jezus genas iedereen die ziek was, en omdat Hij gezegd heeft, dat we grotere werken zouden doen, moeten we geloven en verwachten dat Jezus ieder voor wie wij bidden, zal genezen. Het lijkt in eerste instantie een goed argument, maar bij nader inzien is dat anders. Allereerst is het belangrijk te weten wat Jezus bedoelde met grotere werken. Als hier alleen gezinspeeld werd op fysieke genezing, welke grotere werken kunnen dan nog gedaan worden dan Hij in dit verband deed? Wat kan bijvoorbeeld een groter fysiek teken zijn dan iemand die opstaat uit de dood? Het lijkt er veel meer op dat ‘een grotere werk’ veel meer te doen heeft met een spirituele genezing. Het is dus waarschijnlijker dat Jezus de discipelen voorbereidde op de ‘Grote Opdracht’ door hun prediking van het evangelie, waar mensen gered zouden worden en het Koninkrijk van God door de kerk op aarde gevestigd wordt. Het is een onbetwist feit dat Jezus’ genezingsbediening een in de geschiedenis nooit herhaald feit is. Dit wordt juist zichtbaar in de bedieningen van velen die de ‘God geneest altijd’-boodschap prediken. Velen voor wie gebeden wordt, genezen niet; is het dan in dat opzicht een groter werk? We zien dat de genezingsbediening van Jezus van een andere orde is dan die van de kerk, namelijk om zijn authenticiteit als Messias te bewijzen. En toch genas Jezus niet iedereen. In Joh. 5 lezen we dat er een menigte zieken, blinden, verlamden en verschrompelden lagen (vers 3). Toch werd maar één genezen (vs13) want Jezus was weggegaan omdat er zo’n grote schare was. Hij kon iedereen genezen maar volgens Joh. 9 koos Hij ervoor om te genezen voor de eer van God.

 

Ziekte bij avondmaal

 “Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen”

(1 Cor. 11:29,30). Op deze plaats in de Bijbel wordt gesteld dat ziekte binnen het Lichaam van Christus het onnodige resultaat is van het niet juist onderscheiden van het lichaam. Hier is het dan ook niet logisch dat hun genezing gegarandeerd wordt, doordat Jezus hun ziekten op het kruis zou hebben gedragen. Dr. Walter Martin, een bekend theoloog, stelt het als volgt: “Een uit zijn verband gerukte tekst bewijst hooguit een gebrek aan onderscheidingsvermogen. Vaak zijn voorstanders van een ongelimiteerde goddelijke genezing hier schuldig aan. Een studie van 1 Cor. 11 openbaart dat het op een juiste manier beoordelen van het lichaam niets te doen heeft met het concept van ‘genezing nu’. Paulus belooft ons niet genezing van de ziekten die we al hadden, maar wijst ons erop, dat we onszelf eerst moeten onderzoeken voordat we aan het avondmaal gaan (vers 28). Als we de relatie tussen brood en wijn en het lichaam van onze Heer niet juist zien (vers 27,29), lopen we gevaar door God gestraft te worden met ziekte en zelfs de dood! (vers 30-32).

De relatie tussen verzoening en lichamelijke gezondheid

In de Romeinenbrief komt duidelijk naar voren dat, hoewel Christus’ werk aan ons voltooid is, het totale effect van de verlossing nog niet compleet is. In Rom. 8:30 staat dat het verlossende werk van God aan ons inhoudt: voorbestemming, roeping, rechtvaardiging, en verheerlijking. De eerste drie zijn al werkelijkheid, maar het vierde item dat ons verzekerd is, heeft nog niet plaats gevonden. Daarom lezen we in hetzelfde hoofdstuk in Rom. 8:23,24: “En niet alleen zij, maar ook wijzelf, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. Want in die hoop zijn we behouden. Maar hoop, die gezien wordt is geen hoop, want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet”? Hier laat Paulus in duidelijke bewoordingen zien dat de lichamelijke aspecten van onze verlossing (verheerlijking van ons lichaam volgens Fil. 3:21) onze grote hoop is, iets wat toekomst is en dus nu nog niet heeft plaatsgevonden. Dus als Christus voor onze volmaakte genezing betaald heeft aan het kruis door voor onze zonden te betalen, is dat iets wat nu niet opgeëist kan worden! Dat volmaakte gezondheid niet bedoeld is voor ons in deze tijd is duidelijk door het feit dat alle gelovigen (inclusief zij die gezondheid claimen) oud worden en dood gaan. Volmaakte gezondheid is een hoop voor later: “en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw” (Openb. 21: 4).

Welvaartsevangelie

Degenen die leren dat God altijd wil genezen zijn vaak ook aanhanger van het welvaartsevangelie en wonderlijk genoeg vanuit hetzelfde gevoel, het gevoel dat niet kan wachten op de dag die in Openb. 21: 4 beschreven wordt. Het gevoel dat we in ‘de korte tijd’ waarin God ons geroepen heeft, niet het lijden willen accepteren. Toch is lijden in de Bijbel een belangrijk deel van Gods plan en manier van werken met ons nu. De volgende teksten zijn slechts een kleine greep van wat men in dit verband zou kunnen citeren.

Joh.16: 33: “Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”.

Rom. 8: 17: “…indien we delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking”.

2 Cor. 1:5: “ Want gelijk het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo valt ons door Christus ook overvloedig vertroosting ten deel”.

2 Cor. 4:8-10: “in alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos; vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren; te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbare”.

Fil.1: 29: “Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden”.

Jac.5: 10: “Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken”.

 

Als de profeten ons ten voorbeeld gesteld worden, betekent het, dat we in hun voetsporen moeten treden. Je vraagt je af wat deze Godsmannen en vrouwen gedacht moeten hebben van een leer, die zegt dat hun gebrek aan voorspoed en gezondheid hun eigen fout is? Denk eens aan Hebr.11:35-38: “..anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben. Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling (de wereld was hunner niet waardig) zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde”.

Deze mensen die ons ten voorbeeld gesteld worden, passen niet in het concept van het welvaartsevangelie, waar het spirituele leven gemeten wordt aan de garderobe en auto’s.

Fil. 4:12 “Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in het honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek”. Vaak zien we dat, als aanhangers van deze leer geconfronteerd worden met hun verkeerde bijbelse theorieën, ze terugvallen op het sentiment dat het voor de Vader in de hemel ondenkbaar is, dat zijn kinderen ziek zijn. Hoe moeten we rijmen dat hij aan de ene kant niet zou willen dat we ziek zijn terwijl Hij ons niet wil sparen voor lijden? Dit laatste is toch wel duidelijk met bovenstaande teksten.Ons lijden is onlosmakelijk verbonden met onze sterfelijke lichamen. Paulus bedoelt in 2 Cor. 4:10 dit met ‘te allen tijde het sterven van Jezus in ons lichaam omdragende.’ Alle ziekten vinden hun einde in de dood en toch heeft God de fysieke dood nog niet uit het leven van zijn kinderen verbannen. Het mag duidelijk zijn als God wilde dat we nu een perfecte gezondheid zouden bezitten, Hij ons nu al zou voorzien van een verheerlijkt lichaam.

Job 14:1: “De mens, uit een vrouw geboren, is kort van dagen en zat van onrust”.

Dit is een waarheid voor gelovigen en niet-gelovigen, en toch willen sommigen ontsnappen aan de gevallen wereld en ons onvolmaakte lichaam. Dit wordt in de niet-christelijke wereld ook gepredikt onder de ‘mind-science’-beweging, waaronder o.a. ‘Christian science’, ‘Religious science’ en ‘Unity School of Science’. Het is interessant te zien dat de drie speerpunten van de mind science beweging ook de centrale punten zijn van onbijbelse stromingen binnen het Christendom namelijk:

1)      Het ontkennen van ziekte.

2)      Het geloof  dat het altijd Gods wil is dat we voorspoedig (welvarend) zijn.

3)      Het onwrikbare geloof dat door de kracht van het gesproken woord iemand altijd zijn eigen positieve of negatieve ervaringen veroorzaakt.

Veel Christenen die tot geloof in Christus gekomen zijn vanuit de ‘mind science’- bewegingen worden nu geconfronteerd met dergelijke denkbeelden in het christelijke denken Ze kennen de kreten van: ik ben genezen, ik weet het heel zeker. Wat je nu nog ziet, zijn alleen de symptomen die bijna uitgewerkt zijn. Het wordt vaak duidelijk dat de ontkenning van de realiteit deze mensen in een crisis brengt van een irreële wereld, waarin ze uiteindelijk steeds meer vertwijfeld worden door de vraag waarom hun geloof niet werkt.

 

Satan de auteur van alle ziekte?

Degenen, die ontkennen dat het ooit Gods wil zou zijn dat mensen ziek worden, beweren meestal dat satan de auteur van alle ziekte is. Hij kan zeker de bron zijn van ziekte (zie o.a. Lucas 13:6) Toch is het onbijbels om te zeggen dat God zelf nooit ziekte onder zijn volk bewerkt heeft. Enkele voorbeelden ter illustratie.

Exodus 4:11: “ Maar de Here zeide tot hem: Wie heeft de mens een mond gegeven, wie maakt stom of doof, ziende of blind: ben ik het niet, de Here?”.

2 Kon. 15:5: “De HERE sloeg de koning, zodat hij melaats was tot de dag van zijn dood”.

Luc.1. 19-20: “En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijmare te verkondigen.  En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt”.

Zie ook Hand 5. Hand 13:11.12 Elymas met blindheid geslagen

 

Zoals blijkt zijn er veel momenten in de Bijbel waarin God geïdentificeerd wordt als de bron van lichamelijke klachten, zelfs meer dan die waarin satan de aanstichter van ziekte is! Waarom zou God dat doen? Enkele gedachten hierover:

Genezing is niet slechts alleen een proces van berouw (indien noodzakelijk) van de gelovige en verder geloven dat als we geen genezing ontvangen dat dit onze eigen verantwoordelijkheid zou zijn. De soevereiniteit van God is belangrijk in deze. Johannes zegt als we iets vragen naar Zijn wil, Hij ons zal verhoren. Het is niet altijd Gods wil om ons (direct) te genezen omdat Hij soms een positief doel met moeite in ons leven heeft. Zo stond God in het leven van Job toe dat de kwellingen in het leven van Job het doel hadden de echtheid van zijn belijdenis te bewijzen (Job1: 6 en 2:10). Sommigen betwisten het feit dat God ziekte voor zijn kinderen daarvoor zou gebruiken. Hoe dan ook, God zelf bevestigt dat Job het onheil wat over hem heen kwam, niet verdiende (Job: 2:3), en Jobs onheil betrof zeker ook lichamelijke ziekten.  In Job 2:7 staat dat satan (met toestemming van God) Job sloeg met boze zweren van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe. Men zou kunnen tegenwerpen dat dit alleen in het oude testament van toepassing was. Toch ziet de apostel Jacobus deze dingen anders. Hij noemt de volharding van Job en de bemoeienis van God ons tot voorbeeld. (Jac.5:10,11). Weer anderen werpen hierop tegen: ‘Je moet het zo zien. Satan wilde God een loer draaien, lees Job 1:12: “En de HERE zeide tot de satan: Zie, al wat hij bezit, zij in uw macht”. Satan wist niet eens dat hij vrij spel had. Job heeft het over zichzelf heen laten komen (!). Het zou Gods wil niet zijn dat Job ziek werd, God zou er niets mee te maken willen hebben. God die de vrije wil van Job respecteerde, stond satan toe Job aan te vallen en door Jobs verkeerde keuze kwam er rampspoed over hem’.

 

De oppervlakkigheid van deze stellingen wordt duidelijk als je vers 12 bestudeert. Door te zeggen: “Zie, al wat hij bezit, zij in uw macht”, is het duidelijk dat het uit Gods hand kwam, want God zegt tegen satan: ‘alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken’. God gaf permissie Job aan te vallen, omdat zo’n actie overeenkwam met Gods eigen doel. Het was niet Job die zich kwetsbaar maakte door zijn ongeloof. God bepaalt de grenzen van het lijden en neemt zelf de verantwoordelijkheid. “En nog volhardt hij in zijn vroomheid, hoewel gij Mij tegen hem hebt opgezet om hem, zonder oorzaak, in het verderf te storten” (Job 2: 3). Voor iedereen die nog twijfels op dit punt zou hebben, lees Job 42: 11 waar de auteur niet satan of Job zelf was, maar God: “Zij beklaagden hem en troostten hem over al het onheil dat de HERE over  hem gebracht had”. We zien dus dat God voor een constructief doel lichamelijk lijden en ziekte toebracht en toestond in het leven van Job.

 

Paulus en ziekte

Een ander voorbeeld vinden we in het leven van Paulus. Zijn onverhoorde gebeden om bevrijding worden beantwoord met het de boodschap dat hij zich ‘niet te zeer zou verheffen’ door de gezichten en openbaringen die hij kreeg (2 Cor. 12:7-10). Het weerwoord van veel ‘altijd-genezers door Gods woord’ luidt dan: ‘Dat was de inschatting van Paulus. God zei hem niet dat Hij moeite gaf om hem nederig te houden, maar Paulus was van nature geneigd om te bluffen en pochen en hij bedacht dat zelf. Daardoor stelde hij zich er tevreden mee, en geloofde niet meer in genezing’. In deze verklaring vinden we grote twijfels aan de autoriteit van de geïnspireerde schrijvers van de Bijbel. Als we door onze rationalisaties Paulus in vers 7  ervan beschuldigen dat hij vaak pocht (hetgeen nergens in de Bijbel enige bewijsgrond vindt), dan kunnen we net zo goed alle leerstellingen, die ons niet passen, wegredeneren, en is de basis van vertrouwen in de Schrift ondermijnd. We denken, dat Paulus de verklaring van zijn situatie heeft afgeleid van de antwoorden op de gebeden naar God. Vers 9 zegt: “Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid”. Paulus leerde tevreden te zijn met de moeite die bleef voortbestaan, want de Heer leerde hem dat, wanneer hij van zichzelf zwak was, de kracht van de Heer zich het meest door hem openbaarde en God meer eer krijgt dan hij (vers 9,10). Deze les moet juist bijzonder geleerd worden door diegenen, die beïnvloed zijn door hen, die de valse leer van ‘God geneest nu en altijd’, aanhangen. Moeite kan zeker een goed gereedschap in Gods hand zijn. In Psalm 119 lezen we het volgende:

“Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik uw woord” (vers 67).

“Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik uw inzettingen zou leren” (vers 71).

“Ik weet , o HERE dat uw oordelen gerechtigheid zijn, en dat Gij in trouw mij hebt verdrukt” (vers 75).

 

We kunnen regelmatig in de Bijbel lezen, dat Gods volk moest accepteren, dat het met ziekten moest leven, in plaats van genezing ‘te claimen’. Paulus gaf een medisch advies aan Timotheus: “Drink voortaan niet (alleen) water, maar gebruik een weinig wijn voor uw maag en voor uw gedurige ongesteldheden (1 Tim. 5:23). Hij zegt dus niet: ‘Timotheus, je moet jezelf gezond spreken, jezelf gezond geloven’. Dat zou meer lijken op een occulte filosofie dan op een Bijbelse leer.

Dezelfde Paulus schreef ook: “Trofimus heb ik ziek achtergelaten te Milete” (2 Tim. 4:20). Epafroditus, die in de nabijheid van Paulus verkeerde, is ook ziek geweest, de dood nabij (Fil. 2: 25-27). Paulus had de verwachting van zijn genezing niet verondersteld, maar het was zo dat het herstel meer te danken was aan de genade van God. Paulus had zelf ook te maken met ziekte, zoals we kunnen lezen in Gal. 4:13-15: “Ja, gij weet, dat ik aan u de eerste maal, omdat ik ziek geworden was, het evangelie verkondigd heb, en toch hebt gij de verzoeking, die er voor u in mijn lichamelijke toestand gelegen was, niet als iets verachtelijks beschouwd of ertegen gespuwd, maar gij hebt mij ontvangen als een bode Gods, ja, als Christus Jezus. …. Want ik kan van u getuigen, dat gij, ware het mogelijk geweest, uw ogen uitgerukt en zij aan mij gegeven zoudt hebben”. Paulus zinspeling op zijn ogen is een duidelijke aanwijzing, dat zijn ziekte iets met zijn ogen te maken had. Het laat ook de bezorgdheid en sympathie van de Galatiërs zien toen hij niet genezen was. Ze verafschuwden of veroordeelden Paulus’ lichamelijke conditie niet en het verhinderde hen niet om de boodschap van zijn apostelschap met autoriteit en authenticiteit te ontvangen. Jammer genoeg bedienen voorstanders van het ‘genezen nu’-principe dat Paulus op dat moment in ongeloof wandelde. Hierop kun je alleen antwoorden dat Paulus als voorbeeld voor alle gelovigen gesteld is (1 Cor. 11:1) Als Paulus al niet in staat zou blijken dit ‘geloofsniveau’ te bereiken, wat voor hoop hebben wij dan? (zie Matt.10:24,25).

 

 

Gevolgen van de dwaalleer

Enkele voorspelbare nadelige gevolgen van de leer dat God altijd geneest en het ‘welvaartsevangelie’ moeten ook genoemd worden. Doordat de nadruk gelegd wordt op het feit dat Jezus onze ziekte op Golgotha gedragen zou hebben, ondermijnt het bijbelse feit dat Jezus onze zonden gedragen heeft aan het kruis. Overal waar we in het Nieuwe Testament lezen, wordt de nadruk gelegd op Jezus’ dood voor de zonde en opstanding ter rechtvaardiging (Rom.4:25). Vaak ziet men dat de aandacht en de gesprekken meer gedomineerd worden door het onderwerp lichamelijke genezing,  en het wordt voor sommigen zelfs een obsessie. Veel belangrijkere aspecten zoals toewijding en levensstijl worden geheel hierdoor verdrongen.

Een ander onfortuinlijk gevolg van bovengenoemde leer is dat mensen hun overwinning in Christus verliezen en ‘heen en weer geslingerd worden’, omdat anderen een bijbelse  ‘succesformule’ geven die niet werkt. Mensen zoeken nu eenmaal altijd naar een snelle en gemakkelijke uitweg uit hun problemen, en missen vaak de soms pijnlijke weg van heiliging door de Heilige Geest. Steeds weer zijn er ‘nieuwe’ principes en methodes voor overwinning en genezing. Vaak zijn de grondleggers weinig onderlegd in de Schrift, en ze geloven dat de methodes van handelen die voor hun eigen problemen lijken te helpen, voor iedereen gelden. Al zoekende in de Bijbel vinden ze ‘bewijzen’ voor hun theorieën en zo wordt er verder een hele leer op gebouwd Omdat deze leerstellingen vaak niet volledig bijbels onderbouwd zijn, zijn ze ook niet in staat de grote verschillen, die er zijn in persoonlijkheden en omvang van menselijke problemen te overbruggen. Voor velen wordt het een grote desillusie omdat ze niet onderscheiden dat dit een menselijke methode was die faalde en geen bijbelse. Vaak zoeken ze de schuld bij zichzelf en raken in een depressie. Dr Martin zegt hierover: “We zien dat het een volslagen dwaasheid is om een simpele oplossing te geven voor zo’n complex probleem als ziekte. Een voorbeeld hiervan, vinden we in een gedeelte van een brief, die we ontvingen”.

Ik ben zeer geïnteresseerd in genezingsdiensten, want ik heb de ziekte hypoglycemia. Ik heb hiervan zelfs een ernstige vorm. Ik heb me vaak afgevraagd waarom ik niet op een bovennatuurlijke wijze ben genezen. Vaak heb ik het idee dat ik niet genoeg berouw van mijn beleden zonden heb, of dat ik een verschrikkelijke zonde begaan heb, of dat ik niet genoeg geloofd heb, en zelfs twijfel ik aan mijn redding…

 

Om het lef te hebben om tegen Gods kinderen te zeggen dat ze ziek zijn omdat ze een gebrek aan geloof hebben is buitengewoon aanmatigend en getuigt van een gebrek aan medeleven. Vaak zie je dat mensen deze ongevoeligheid hadden tot op het moment dat God zich met hen bemoeide en ze zelf op het ziekbed terechtkwamen. Als geen van hun eerdere ‘principes’ meer werkte, kregen ze plotseling empathie voor de mensen die ze eerst geoordeeld hadden. Nergens staat in de Bijbel dat een perfecte gezondheid een bewijs van spiritualiteit is. Door zulke dingen te beweren wordt juist verdeeldheid gezaaid onder Gods volk (2 Petr.1:5-9). Vele genezingsprofeten leren ons dat we ons moeten verzetten tegen ziekte op dezelfde manier waarmee we ons verzetten tegen de zonde. Dat verontrust ons. We hebben teveel goede Christenen hun best zien doen om hun ziekte ‘weg te geloven’ om tenslotte zelf in te storten in zelfbeschuldigingen en volslagen ontmoediging over hun gebrek aan geloof en zonde in hun levens. Het is zeker zo dat er een Goddelijk doel is voor ziekte in ons leven, en dat te accepteren zou een stuk gemakkelijker zijn.

 

 

Gods genezing

Nadat we geprobeerd hebben aan te tonen dat de ‘genezen nu door geloof  beweging’ onbijbels is, willen we besluiten met op te merken dat we geloven dat Gods genezing ook voor deze tijd is. Er is geen bijbelse basis om dat te ontkennen. Echter niet op de wijze zoals beschreven, want dat levert vaak meer problemen op. Ook als we geen garantie hebben dat God altijd wil genezen, kunnen we toch in geloof bidden voor genezing, en wel op dezelfde manier waarop we ook voor andere dingen in ons leven kunnen bidden. Zo kunnen we bidden voor een bepaalde baan in een bedrijf, maar we kunnen niet zeker weten of dit Gods wil is, tenzij de Heilige Geest (en niet onze eigen verlangens alleen) dit duidelijk bevestigt. Geloof is een bovennatuurlijke gave ( Ef. 2: 8) die bij God begint. Het lichaam van Christus moet leren meer open te staan en ontvankelijk te worden voor de wil van God, door de vaardigheid van de Heilige Geest van een soevereine God. Hij zal genezen of kracht geven zodat Zijn naam zal worden geëerd.

Eliott Miller (Christian Research Institute)

Vertaald door Gerard Feller 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Gezondheid & Bijbel