English Articles

Community & Covid-19

door Philip Nunn  engelse vlag(1)

church Invulling geven aan het kerkelijk leven in tijden van een pandemie

Op dit moment maken we ons allemaal zorgen over de ‘tweede golf’. En we horen dat hierna weer nieuwe golven kunnen volgen. We horen ook dat het leven, als er eenmaal een vaccin gevonden is, weer terug zal gaan naar normaal. Maar kunnen we deze vaccins wel vertrouwen? We horen dat Covid-19 niet uniek is en dat het slechts een kwestie van tijd is voor andere virussen zullen opduiken. We voelen angst, ook binnen christelijke kringen. Overheden leggen onze vrijheid nu al enige tijd aan banden. Tot vorig jaar dachten we dat zulke strenge maatregelen alleen mogelijk waren in totalitaire regimes en niet binnen een vrije democratie. We raken gefrustreerd en worden boos, ook binnen christelijke kringen. En bij sommige christenen proef ik een beweging richting een comfortabel egocentrisch bestaan.

 

Een paar weken geleden riep mijn vrouw uit: “Ik ben het zat om in mijn eentje thuis mijn Bijbel te lezen en te bidden. Ik wil een andere vorm van geloofsleven!”. Ik voelde met haar mee. Ik blijf Gods woord onderwijzen via Zoom, Facebook en Skype. Ik ben bevoorrecht om op die manier contact te kunnen onderhouden met christenen uit andere landen. Het kost mij uren om een boodschap voor te bereiden. Ik geef het beste van wat ik heb. En toch, nadat ik met heel mijn hart zittend voor mijn laptop een boodschap heb gebracht, druk ik op de ‘beëindigen’-knop… en zit ik weer alleen in mijn kantoor. Ik word vaak overvallen door een gevoel van leegheid. Maar sommigen worden juist heel erg blij van dit nieuwe tijdperk van e-kerk zijn.

Hoe ontwikkelt jouw wandel met de Heer Jezus zich in deze maanden? Het valt mij op dat een aantal nieuwe christenen in onze kerk terugvalt in hun oude leven. Eenzaamheid maakt het moeilijker om pornografie te weerstaan. Als kerk verzorgen we iedere zondag een 70 minuten durende online dienst. En toch vinden zelfs de al lang met de Heer levende christelijke gezinnen het moeilijk om samen voor de TV te gaan zitten en de dienst te bekijken en te beluisteren. Er is een groeiende trend onder sommigen om online diensten van andere kerken op te zoeken die beter passen bij hun eigen interesses, stijl of schema. Voor anderen is de verleiding om in bed te blijven liggen of een serie op Netflix te kijken moeilijk te weerstaan. Zijn we gezonde ritmes aan het verliezen? Onze harten lijken te bekoelen. Zijn we ons gevoel van ‘community’ aan het verliezen? En maakt dat wat uit?

Wat is een ‘community’ of gemeenschap?
Het woord ‘community’ heeft zijn wortels in het Latijnse woord communitas en werd oorspronkelijk gebruikt als verwijzing naar een groep mensen die in een specifieke geografische omgeving woonde, zoals een stad of een wijk. Tegenwoordig hebben we op internet ook virtuele communities, groepen mensen die met elkaar communiceren op een sociaal media-platform. Er zijn dus duidelijk verschillende niveaus en types van een community. Hoe voelt het om deel te zijn van jouw lokale kerk? En wat maakt van een groep mensen een community of gemeenschap?

Een gemeenschappelijke deler: Een essentieel onderdeel van een community is dat de mensen iets gemeen hebben. En dit ‘iets’ onderscheidt hen van de rest. Dat ‘iets’ kan zijn dat ze uit hetzelfde land komen, werken voor hetzelfde bedrijf, dat ze fan zijn van dezelfde voetbalclub, dezelfde politieke visie hebben of hetzelfde geloof. Wat hebben de leden van een kerk gemeenschappelijk? Wat brengt hen samen? En ervaren ze dat ook zo?

Het gevoel ergens bij te horen: In grote communities zijn de meeste individuen ‘onzichtbaar’ dat wil zeggen: niet zo op de voorgrond tredend of niet zo opvallend. Toewijding aan een community groeit wanneer een lid ervan zich gezien, geaccepteerd, gewaardeerd en op waarde geschat voelt. Er is een emotionele band. Ieder lid voelt dat het feit dat hij of zij onderdeel uitmaakt van een gemeenschap voldoet aan een diep gevoelde behoefte. Heb jij het gevoel dat je er bij hoort? Hoe weten andere leden van jouw kerk dat ze waardevol zijn voor de gemeenschap?

Gedeeld eigendom: Het gevoel onderdeel uit te maken van een gemeenschap of community groeit zelfs harder wanneer iemand zichzelf niet langer ziet als een welkome gast of een trouw lid, maar als mede-eigenaar van de gemeenschap. Wanneer dit gebeurt, investeert een lid meer dan tijd, energie en financiële middelen in de community. Dan is hij bereid om zichzelf te investeren. Natuurlijk behoort de kerk toe aan Christus. Wij zijn er nooit de eigenaar van. Maar er gebeurt iets in het hart van een gelovige wanneer hij of zij er voor kiest om te erkennen: dit is mijn christelijke familie, mijn kerk. Hoe zie jij jouw kerk? Heb jij die ‘eigendoms’-beslissing genomen?

Wat is ervoor nodig om gemeenschap of community te ervaren?
Met alle verplichtingen en drukke bezigheden in het leven is het makkelijk om een huis te delen zonder dat je echt gemeenschap ervaart. In de seminars die mijn vrouw en ik geven over gezinsleven, moedigen we gezinnen aan om ten minste één keer per dag samen te eten. En dan niet voor de tv, maar samen zittend aan tafel. Dit creëert een moment om met elkaar als gezin te praten, vragen te stellen over de plannen voor de dag die voor je ligt of over hoe de dag ging. Wat is ervoor nodig om ervoor te zorgen dat we hier tijd voor vrij maken? We moeten ‘elkaar’ op waarde schatten. Je moet genoeg van je gezinsleden houden om interesse in hun leven te tonen, om de moeite te nemen vragen te stellen, of om antwoorden te geven die iets over jezelf vertellen. Regelmatig samen eten (bijbels: maaltijd houden) is de beste manier die ik ken om community binnen een gezin op te bouwen en te ervaren.

Toen onze vier kinderen jong waren, keken we soms een kinderfilm samen. Wij als ouders gaven uiteraard de voorkeur aan een ander soort film. Maar we kozen ervoor om een deel van onze middag te besteden aan het kijken van een kinderfilm, om zo als gezin samen een fijn moment te hebben. Dat wijst ons op de tweede houding die nodig is om een gevoel van community te bevorderen: ‘samen zijn’ op waarde schatten. Wanneer kinderen ouder worden, is het een grote uitdaging om een film of een bordspel te vinden waar iedereen van geniet, of een vakantiebestemming uit te zoeken die tegemoet komt aan de verwachtingen van ieder gezinslid. Community vraagt om een vorm van flexibiliteit en soms ook om zelfverloochening. Als we er op staan dat er tegemoet gekomen wordt aan onze eigen voorkeuren, zullen we ons verspreiden door het hele huis en kijkt iedereen zijn eigen film op zijn eigen scherm. Je kunt dan wel genieten van de film, maar je ervaart geen community of gemeenschap.

Hoe belangrijk is community of gemeenschap?
Onlangs, tijdens een wandeling met een vriend, zei hij: “Deze pandemie is goed in die zin dat het de kwaliteit van onze persoonlijke relatie met God aan het licht brengt. Iedere christen moet zelfstandig leren wandelen met de Heer”. Hoewel er enige waarheid schuilt in deze opmerking, denk ik toch dat het de rol van een community in ons leven niet genoeg op waarde schat. In het begin van de Bijbel zegt God: “Het is niet goed dat de mens alleen is…” (Gen. 2:18). Vervolgens gaf hij Adam een vrouw, hen samen gaf hij kinderen, dat werd vervolgens een familie en die groeide uit tot een maatschappij.

Toen God via Mozes het volk Israël toesprak, zorgde Hij ervoor dat het volk een gezond sociaal ritme kreeg, wat bijdroeg aan het gemeenschapsleven. God gaf hen de sabbat, een dag in de week waarop ze niet zouden werken, maar aandacht zouden besteden aan hun Schepper, hun ziel, hun vrienden en hun familie. Het was een dag die de community zou verrijken. Toen God instructies gaf voor het Pesach-feest, zei Hij tegen kleinere gezinnen dat ze deze barbecue-achtige maaltijd moesten delen met anderen: “Maar als het gezin te klein is voor een lam, dan moet hij er samen met de buurman, die het dichtst bij zijn gezin woont, één nemen…”. En om dat delen aan te moedigen voegde de Heer daaraan toe: “Wat er de volgende morgen van over is, moet u met vuur verbranden” (Ex. 12:4, 10). Er mocht geen vlees over blijven voor de soep van de volgende dag of als beleg voor op de boterham. Wat niet gegeten of gedeeld werd, moest vernietigd worden. Dit moedigde een gemeenschapsleven aan.

De Joodse jaarkalender kent, naast het Pesach-feest, nog andere feesten die onderwijzende, symbolische en wellicht zelfs profetische waarde hebben. Maar ze waren ook duidelijk zo ontworpen dat ze een gemeenschapsleven bevorderden. God zorgde ervoor dat deze feesten serieus genomen werden, door ze “heilige samenkomsten” en “Feest…voor de Heere” te noemen (Lev. 23:4-6). Hij was de Gastheer. Het Wekenfeest, dat we tegenwoordig Pinksteren noemen, markeerde het begin van de oogst: “En u moet u verblijden voor het aangezicht van de Heere, uw God, u, uw zoon en uw dochter, uw slaaf en uw slavin, de Leviet die binnen uw poorten is, en de vreemdeling, de wees en de weduwe die in uw midden zijn…” (Deut. 16:11). Iedereen werd uitgenodigd! Het laatste jaarlijkse feest vond plaats in oktober; het Loofhuttenfeest. Het markeerde het einde van het oogstseizoen. Zeven dagen lang stopte het hele land met werken, bouwde tenten en… aten, leefden en sliepen daarin! Een nationale kampweek (Deut. 16:13-15)! Kun je je voorstellen hoezeer de kinderen en jonge mensen uitkeken naar deze speciale week? De Here God wilde dat Zijn volk zou kunnen ervaren en genieten van hoe het is om onderdeel uit te maken van een community. Hij wilde dat ze een volk waren die een community op waarde schatte en vierde!

In het Nieuwe Testament zien we een nieuw type community ontstaan; de kerk. Paulus verwijst naar de kerk als aan ’huisgenoten van het geloof’, dus als een gezin van gelovigen (Gal. 6:10). Terwijl Hij Zijn discipelen voorbereidt op Zijn vertrek, belooft de Heer Jezus: “Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden” (Matt. 18:20). We weten dat de Heer Jezus in elke christen woont. Wat betekenen deze woorden van Jezus dan? Hij wilde dat ze wisten dat er iets ‘speciaals’ of ‘extra’s’ zou gebeuren wanneer christenen elkaar ontmoeten. Gelovigen uit de vroege kerk namen deze woorden serieus en ’volhardden’ in het bij elkaar komen. Ze ontmoetten elkaar op de tempelpleinen, “braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten” (Hand. 2:42, 46). Ze kwamen regelmatig samen “om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken” (Hebr. 10:24-25). Elkaar ontmoeten en community ervaren is niet maar een klein onderwerp in Gods ogen. De Heer zal altijd genade geven aan hen die alleen zijn door ziekte of vervolging, maar het christelijke leven is niet ontworpen om alleen te zijn. Het ervaren van community is van vitaal belang. We hebben het nodig!

Kan community bestaan zonder regels?
Gedurende het afgelopen jaar is ieder land en iedere regio blootgesteld aan een steeds veranderende set sociale regels, om zo Covid-19 zo snel mogelijk onder controle te krijgen. Op sommige plekken zijn deze regels heel streng. Er zijn heel veel verschillende gezichtspunten, meningen over en interpretaties van deze regels. Niet alleen op TV en in sociale media, maar ook onder christenen binnen dezelfde kerk. Er zit iets in onze menselijke natuur wat niet van regels houdt. Zelfs niet van goede regels. Zelfs niet van Gods regels. We lijken een probleem te hebben met autoriteit. In de Heilige Schrift vinden we steun voor gezagsstructuren, zoals die tussen ouders en kinderen, de overheid en burgers en kerkelijk leiders en hun gemeenten. Hoe moeten christenen reageren op de recente tussenkomst van seculiere overheden in de zaken van een kerk? Moeten we ons daar rustig bij neerleggen en de regels volgen? Moeten we ze negeren? Moeten we protesteren?

Christelijke burgerlijke gehoorzaamheid: Christenen worden er toe opgeroepen om goede burgers te zijn. Lees de boodschap van Paulus aan de christenen in Rome er maar op na: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan zullen over zichzelf een oordeel halen” (Rom. 13:1-2). Deze instructies werden geïnspireerd door de Heilige Geest in een tijd waarin het Romeinse Rijk het voor het zeggen had. Dit Rijk was verre van perfect. Waar je ook leeft, de gezagsdragers zullen je regels opleggen waar je niet blij mee bent. Maar tenzij ze in direct conflict komen met Gods wetten, vraagt God ons om ze te respecteren.

Apostolische burgerlijke ongehoorzaamheid: Soms gaan leiders te ver in hun door God gegeven autoriteit. Wanneer een kerkelijk leider, ouder of overheid een christen verbiedt om datgene te doen wat God van hem vraagt, of een gelovige probeert te dwingen om iets te doen dat duidelijk ingaat tegen het eren van onze Heer, moet de christen trouw blijven aan de hoogste autoriteit. Petrus en Johannes kregen het bevel om niet langer in de naam van Jezus te spreken of te onderwijzen. Hun antwoord was: “Oordeel zelf of het juist is in Gods ogen, meer naar u te luisteren dan naar God” (Hand. 4:18-19). En toen ze vrijgelaten werden uit de gevangenis gingen ze door met het verkondigen van de Evangelieboodschap van Jezus. Ik noem dit Apostolische burgerlijke ongehoorzaamheid. En iedere christen moet bereid zijn om dit voorbeeld te volgen en, indien nodig en zoals bij Petrus en Johannes het geval was, de prijs ervoor te betalen. Is dit iets nieuws? Nee! De vrienden van Daniël gehoorzaamden niet en bogen niet voor het beeld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kozen vele christenen ervoor om ongehoorzaam te zijn aan de Duitse overheid. En tegenwoordig negeren christenen in China, Noord-Korea en in moslimlanden ook zo af en toe een aantal regels van hun overheid om zo de Heer te behagen. En wij bewonderen ze ervoor dat ze dat doen. Maar let op dat burgerlijke gehoorzaamheid de norm is en burgerlijke ongehoorzaamheid de uitzondering.

Voor je nu besluit om de lokale corona-regels te negeren, vraag jezelf af of de regels je belemmeren in je comfort of tradities of in essentiële onderdelen van je geloof. Genoten de vroege christenen van het comfort van ontmoetingen in grote kerkgebouwen? Genoten de vroege christenen van aanbiddings-concerten? Dit mogen dan goede dingen zijn, maar ze zijn zeker niet onmisbaar binnen de christelijke gemeenschap. De vroege kerk kwam samen in kleine groepen in huizen. Is dat voor de kerk van vandaag ook mogelijk? Welk effect zou dat hebben? Kleine huisgroepen zorgden ervoor dat iedereen gezien werd, het zorgde ervoor dat de ‘één-ander’ Bijbelteksten makkelijker in de praktijk gebracht konden worden en het creëerde een omgeving voor actieve deelname van velen.

Hoe kunnen we op dit moment community in praktijk brengen?
Onlangs zei een gelovige die moe en gefrustreerd is door alle corona-regels tegen mij: “Ik wil geen ??????? contact meer met de kerk zolang deze corona-poeha niet voorbij is!” Ik kan me haar frustratie goed voorstellen. Maar wat als deze beperkingen nog een jaar of twee duren? Als community belangrijk is, is het thuis afwachten van de situatie niet de weg vooruit. We moeten leren hoe we ons persoonlijke en gemeenschappelijke christelijke leven vorm kunnen geven te midden van ongunstige omstandigheden. Hoe doen onze broeders en zusters in China, Noord-Korea en moslimlanden dat? Hoe deed de vroege kerk dat? Net als hen moeten we creatief, flexibel en bereid zijn om ons aan te passen aan meerdere kleinschalige voorwaarden.

Een aantal weken geleden zei minister-president Mark Rutte aan het einde van zijn nationale persconferentie over corona-regels: ”Houdt je aan de regels en maak het meeste van wat wél kan!”. Dat is een zeer goed advies voor de meeste christenen in de meeste landen. Verken de mogelijkheden maximaal. Wanneer kleine groepen elkaar kunnen ontmoeten in kerken, ga er voor! Organiseer die ontmoetingen. Blijft niet thuis achter een scherm hangen. Ontmoet je mede-gelovigen. Is het toegestaan om een paar gasten te ontvangen in je huis? Nodig ze uit! Kun je naar buiten? Ga wandelen met een mede-gelovige. Zijn de scholen open? Misschien kun je een activiteit voor kinderen organiseren in de kerk. De kinderen hebben het nodig! Is een kleinschalig jeugdkamp mogelijk? Zo ja, organiseer die dan! De jongeren hebben het nodig! Is een neem-je-eigen-eten-mee-picknick in het park een legale mogelijkheid? Organiseer die dan. En wanneer er iets georganiseerd wordt door mede-gelovigen, verlaat dan het comfort van je eigen huis, breek met de gewoonte om naar je scherm te staren en wees blij dat je deel kunt nemen aan de activiteit! Draag, als het nodig is, een mondkapje. Houd als het nodig is 1,5e meter afstand. Maak de ontmoetingen korter als dat nodig is. Maar ga er voor! We hebben community en gemeenschap nodig en het is iets dat we alleen samen kunnen doen.

Zingen heeft altijd een belangrijk deel uitgemaakt van gemeenschappelijke aanbidding. De vroege kerk werd aangemoedigd om “psalmen, lofzangen en geestelijke liederen” te zingen (Kol. 3:16). In sommige gebieden is zingen in kerken toegestaan als er mondkapjes gedragen worden. In andere delen mag alleen het muziekteam zingen en moet de rest de liederen mee neuriën of mogen ze zelfs alleen maar luisteren. Als de huidige regels zingen in een groep onmogelijk maken, kan het zijn dat je Efeze 5:19 letterlijk moet nemen, waar staat: “…en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart”. Wellicht is er meer mogelijk dan je denkt!

Conclusie
Community of gemeenschap heeft altijd een belangrijk deel uitgemaakt van het leven en doet dat nog steeds. Ook binnen families en kerken. De huidige corona-regels kunnen dit begrenzen of kunnen ons dwingen om veranderingen aan te brengen in de manier waarop we deze community vormgeven. Niemand zou zich schuldig moeten voelen omdat hij voorzichtig is of thuis blijft in deze tijd. Dit kan zijn wat de Heer van jou verwacht. Maar wat je ook doet, laat luiheid, angst of apathie niet het ervaren van community met andere christenen in de weg staan. Jouw familie en medebroeders en –zusters hebben jou nodig!

 

Philip Nunn
Eindhoven, Nederland
Oktober 2020
Vertaald door: Moniek Venhuizen
Bron: www.philipnunn.com

Categorie: Pastoraat