mesologie

Mesologie

door Gerard Feller

Het begrip ’alternatieve geneeswijzen’ raakt langzamerhand steeds meer verouderd. Waar vroeger ‘alternatief’ tegenover ‘regulier’ stond en in die zin er duidelijke tegenstellingen waren qua mensbeeld, methodiek en wetenschappelijke onderbouwing, komen we nu steeds meer de term ‘complementaire geneeswijzen’ tegen. Het alternatieve denken zet zich niet af tegen het reguliere denken maar beoogt veel meer een aanvulling te zijn, een brug tussen alternatieve en reguliere geneeswijzen. Mesologie is daar al meer dan twintig jaar een duidelijk voorbeeld van. Rob Muts, grondlegger van de mesologie in Nederland, definieert mesologie als een functionele geneeskunde die gebaseerd is op de disciplines in de reguliere geneeskunde zoals anatomie, fysiologie en pathologie, maar tevens gecombineerd met ayurveda, klassieke Chinese geneeskunde, osteopathie, homeopathie, voedingstherapieën en orthomoleculaire geneeskunde en een vorm van elektro-acupunctuur (1). In dit artikel komen we tot de conclusie dat er geen wetenschappelijke basis is voor deze geneeswijze en dat er door de mix van oosterse geneeswijzen zelfs een reëel gevaar van occulte geestelijke besmetting bestaat voor ieder die zich hiermee inlaat.

Mesoderm

Rob Muts is een van oorsprong fysiotherapeut, die zes verschillende alternatieve therapieën bestudeerd heeft. Hij kwam tot de conclusie dat ze allen een gemene deler hebben, namelijk dat ze uitgaan van het zelfgenezend vermogen van het lichaam en verder dat ze allemaal aangrijpen en werken op het bindweefsel, het mesoderm. Mesologie betekent: kennis van het mesoderm. Verder betekent het Griekse woord meso ‘midden’ en dat staat dan weer symbolisch voor het midden tussen regulier en alternatief (2). Dirk Koppenaal stelt in een artikel in Skepter over mesologie het volgende: “Er bestaat geen literatuur over mesologie, behalve dan dat iedere vorm van diagnose en elke toegepaste behandelwijze wel ergens uitgebreid is weerlegd” (3). In de jarenlange publicaties van Promise vindt u daar tal van voorbeelden van. Het mesoderm is het middelste gedeelte van een embryo, dat uitgroeit tot skelet, bloedcellen en –vaten, bindweefsel, spieren, nieren en voortplantingsorganen en vormt uiteindelijk 60% van het lichaam (4). Het denken van de mesologie is gebaseerd op een drietal principes. 1) Het menselijk organisme vormt een functionele eenheid. De mens staat in voortdurende wisselwerking met zijn omgeving. In reactie op deze wisselwerking, reageert het organisme als een eenheid. Deze reactie kan zijn: fysiek, emotioneel, mentaal, energetisch of existentieel. 2) Er is altijd een samenhang tussen functie en dysfunctie. Wanneer een mens uit balans is, ondergaan de structuren (gewrichten, spieren, huid en organen) symptomatische veranderingen. Er ontstaan klachten. Wanneer deze klachten voortduren ontstaat disfunctie. Door de samenhang van functie en disfunctie vast te stellen, is men in staat de oorzaak van disbalans vast te leggen. Men spreekt van systeemtransparantie. 3) De mens is in staat zich voortdurend aan te passen aan zijn omgeving. Deze aanpassing is zelfregulerend. De reguliere geneeskunde houdt zich vooral bezig met celveranderingen (cytologie en histologie). Ze probeert volgens de mesologen in te grijpen door met medicijnen de besturing te beïnvloeden van veranderende cellen, terwijl de mesologie zich meer richt op de omgeving van de cel. Men beweert dat zoals de mens alleen kan functioneren in een evenwichtig milieu, zo ook de cel alleen kan functioneren in een evenwichtige omgeving. In het algemeen worden patiënten met weefselschade ( laesie) verwezen naar de reguliere geneeskunde door de mesologen en cliënten met een functionele stoornis zijn een indicatie voor mesologie (1). Op zich is een meer ‘holistische’ manier van denken over gezondheid niet altijd verkeerd. Belangrijk bij een dergelijke visie en pretentie is dat het totale mensbeeld ook duidelijk moet zijn. Het moet in de eerste plaats aan de hand van de Bijbel, maar ook wetenschappelijk getoetst worden. En bij deze toetsstenen valt de mesologie ‘door de mand’.

Diagnostiek

In mijn boek ‘Tovenaars van de 20/21 ste eeuw’ (5) heb ik (al 15 jaar geleden) aangegeven dat vooral de diagnostiek een belangrijke toetssteen is om te kijken of een methode occult is en geestelijke gevaren in zich heeft. Bij het diagnosticeren gaat men symptomen afmeten aan het mensbeeld, en dit heeft dus een directe relatie met het denken over de mens. Soms is een verklaringsmodel occult, zoals bijvoorbeeld het idee dat klassieke massage altijd een spirituele achtergrond heeft zoals dat vroeger bijvoorbeeld door priesters gedaan werd. Als bij de diagnostiek en de behandeltechniek dit denken niet gepraktiseerd wordt, is het een (verouderd) verklaringsmodel en is een methode niet occult (behorend tot het domein van de slang) te noemen. Bij de mesologie komt het occulte, niet-bijbelse denken, in de diagnostiek duidelijk naar voren. Naast orthopedisch onderzoek behoren de traditionele pols- en tongdiagnostiek volgens de Chinese traditionele geneeskunde en diagnostiek uit ayurveda tot de belangrijkste diagnostische middelen. Een ander discutabel onderdeel van de diagnostiek is de EFD, de elektro-fysiologische diagnostiek, een gewijzigde versie van elektro-acupunctuur. Het leeuwendeel van de opleiding is gericht op allerlei oosterse geneeskunde, ayurveda, homeopathie, orthomoleculaire geneeskunde, osteopathie, acupunctuur, oosterse kruidenleer. Ondanks deze ´eeuwenoude rituelen´ heeft de opleiding van mesologie de schijn van een universitaire opleiding die aan alle wetenschappelijke eisen voldoet. Dit is echter bedrieglijk, want er is weinig kennis van een ‘evidence-based’ werkwijze. De organisatie van de opleiding is overigens prima in orde, zodanig dat veel zorgverzekeraars de behandeling deels vergoeden. Ook bij onderzoeken van de Consumentenbond in 2002 en 2005 kwamen de mesologen er goed uit. Het onderzoek was vooral gericht op heldere informatie van tarieven, hygiëne, klachtenregeling, beroepsregister en richtlijnen. Voor alle duidelijkheid, dit zegt nog niets over de effectiviteit van de behandelingen, laat staan over de geestelijke implicaties.

Traditionele polsdiagnostiek

De traditionele Chinese polsdiagnostiek heeft alles te maken met het je verdiepen in de geest van tao. Je moet bij het polsvoelen vooral de yin- en yang-modaliteiten leren voelen door je open te stellen voor het voelen van de tsji- of chi-stroom, dit is een geestelijke energie die door verschillende banen in het lichaam (meridianen) zou stromen en bepalend zou zijn voor de gezondheidstoestand van verschillende organen. In mijn brochure ‘Medische en bijbelse bezwaren tegen acupunctuur’ (6) heb ik uitgebreid aangetoond dat dit geestelijk en wetenschappelijk onverantwoord is. Er moet een kracht chi gevoeld worden die per definitie niet meetbaar is (ook niet met de elektro-fysiologische diagnostiek EFD). Men voelt op zijn minst op 6 plaatsen de polsslagader (als men daadwerkelijk de traditionele polsdiagnostiek praktiseert, moet men meer dan 360 polsmodaliteiten voelen, en verschillen in yang- en yin -kracht voelen). Daarbij moet men zich eerst geestelijk verdiepen in de geest van tao, zoals de elementenleer, de geestelijke krachten in de omgeving, tijdstip van de dag (meer of minder yin of jang), en, als men consequent is, zelfs in de astrologische leer die ook bij klassieke polsdiagnostiek hoort. Zoals hierboven gesteld, naarmate je je in de diagnostiek steeds meer moet openstellen voor een niet-bijbels denken over de mens en dan in het bijzonder over de geest van de mens, begeef je je steeds meer op occult terrein. Hierdoor worden, bijbels gezien, mensen steeds meer bewust of onbewust, bedoeld of onbedoeld, vatbaar en besmet met een andere geest (Gal. 3:1-3). Dit heeft in de eerste plaats vaak gevolgen op geestelijk gebied, zoals het hebben van een ander godsbeeld, andere geloofsinzichten en een veranderd moreel besef en geweten. Een mesoloog die zich hiervan bedient stelt zich open voor de geest van tao en besmet zo zijn cliënten of patiënten. Ook zijn er tal van medisch-wetenschappelijke bezwaren, zoals het diagnosticeren van niet-zichtbare organen, een idiote verdeling van hoofd- en bij-organen en een totaal ontbreken van moderne medische inzichten (6). Een mesoloog kan wel beweren dat men naast de polsdiagnostiek ook andere, meer moderne, medische inzichten praktiseert, maar dat is ongeveer hetzelfde als een ingenieur die niet steunt op zijn universitaire opleiding, maar bijvoorbeeld op de intuïtie bij het gebruik van een wichelroede. Hij moet daarbij al zijn universitaire kennis opzij zetten en steunen op toverpraktijken. Ook in het boek ‘Genezing uit het oosten’ (7) van drs. Ruud van der Ven komt de auteur tot de conclusie dat er bij de polsdiagnostiek sprake is van een geest van waarzeggerij (tao). De polsvoeler gaat misschien wel steeds vaker goede diagnoses stellen, maar dat is alleen te verklaren door een zich meer openstellen voor die waarzeggende geest. Ook in de ayurveda is het polsvoelen belangrijk. De Hindoe-arts Benoytosh Bhattacharya zei in ‘Tridosha, homeopathie en hindoegeneeskunde’ (1980): “De polsslag is in de Hindoegeneeskunde van het allergrootste belang. Hij wordt vlak onder de wortel van de duim waargenomen. Er wordt zelfs gezegd dat de jivatman (de individuele ziel) de grootte heeft van een duim. Aldus is de polsslag de spiegel van de ziel… In de ayurveda is de pols de wijzer die aangeeft of de ziel gelukkig dan wel ongelukkig is”. De ayurveda is volgens Robert Muts een belangrijke kennisbron in de mesologie. In mijn boek ‘Tussen Waan en werkelijkheid, een bijbelse toetsing van manipulatieve psychotechnieken’ (8) worden twee hoofdstukken besteed aan het integreren van Deepak Chopra en van de ayurveda met de reguliere geneeskunde. In die hoofdstukken wordt duidelijk dat het gedachtengoed heel goed te vergelijken is met de moderne toverij die tot dezelfde axioma’s komt.

Elektro-fysiologische diagnostiek (EFD)

De EFD is een ‘verbetering’ van EAV, de elektro-acupunctuur volgens dr. Voll. Dirk Koppenaal vraagt zich in een studie over de EFD (3) af of hij te maken heeft met een naïeve pseudowetenschap, een onverbeterlijk dogmatisme of een ordinaire oplichterij. Bij een elektro-acupunctuurmeting wordt met een stroommeter de elektrische weerstand bepaald die een zwakke gelijkstroom ondervindt in acupunctuurpunten. De metingen worden meestal verricht aan de acupunctuurpunten op de vingers en tenen, bij de begin- en eindpunten van de zogenaamde meridianen. In mijn boek ’Ontmasker de duisternis in de alternatieve geneeswijzen’ (9) heb ik aangetoond dat de metingen een zeer subjectieve zaak zijn. Dit omdat de druk op de elektrode vaak verschilt, de weerstand van de huid vaak afhankelijk is van de vochtigheid en de doorbloeding van de oppervlakkige lagen. Let op! Men meet geen tsj of chi (dit is per definitie niet te meten volgens de klassieke acupuncturisten, omdat het een geestelijke kracht is) maar men meet verschillende huidweerstanden. Men vindt vaak verminderde huidweerstanden, maar het is ook belangrijk te weten, dat er veel meer plaatsen zijn van verminderde weerstanden. Naast de verschillende scholen van acupunctuur die 300 tot 1000 punten op de denkbeeldige meridianen denken te vinden, zijn er nog vele andere duizenden punten op het lichaam die variabel zijn in hun huidweerstanden. Een leek zou op grond van de ‘meetresultaten’ kunnen denken dat ze heel specifiek zijn voor de acupunctuurtheorie, maar dat is niet zo. Je moet er eerst van uitgaan dat het zo is; het is net als met sterrenbeelden aan een sterrenhemel, je kunt ze pas onderscheiden als je weet hoe ze eruit zien. De metingen zeggen of bewijzen dus niets van het bestaan van de meridianen. De elektro-acupunctuurdiagnostiek is gebaseerd op een aantal axioma’s nl: 1) Ieder mens heeft meridianen met bijbehorende acupunctuurpunten, die informatie over een relatie met het ‘energetische’ systeem van organen hebben. 2) Meridianen geleiden elektriciteit. 3) De stroommeting op een paar plaatsen zou iets zeggen over de ‘energiestroom’. 4) De zogenaamde ‘energiestroom’ is te beïnvloeden door plaatsing van de testampullen.

Een van de belangrijkste criteria voor het vaststellen van de conditie van een orgaan, die volgens de theorie in verbinding staat met de meridianen, is de zogenaamde Zeigerabfall (wijzerdaling), d.w.z. een op een bepaalde ingestelde meetwaarde daalt langzaam naar een lagere waarde. Hoe groter de daling, dus hoe meer de stroomsterkte afneemt, hoe ernstiger de aandoening. En wat de elektroacupunctuur helemaal specifiek maakt, is dat testampullen met geneesmiddelen of ziekmakers nabij de stroomkring geplaatst kunnen worden. Dit zou door dr. Voll ontdekt zijn toen hij bij een collega de diagnose ‘chronische prostaatontsteking’ stelde en hem adviseerde het homeopathische middel Echinacea D4 te gebruiken. Met het flesje Echinacea in zijn hand testte Voll nogmaals het prostaatmeetpunt. Tot zijn verbazing was de meetwaarde van 90 naar 64 gedaald, dus zou sprake zijn van een grote ‘verbetering’. Helaas heeft Voll nooit de moeite genomen om dit simpele proefje geblind uit te voeren met twee verschillende flesjes. Ook de christenarts Piet Roos die een cursus electro-acupunctuur volgens Voll bij de toenmalige opleiding progressieve geneeskunde van Blokker volgde, constateerde dat men zich gedwongen zag een aantal aanvullende punten en meridianen toe te voegen die de oude Chinezen blijkbaar eeuwenlang over het hoofd gezien hadden. Volgens Koppenaal is de methode verder uitgewerkt om de methode sneller en eenvoudiger te maken. Een goed voorbeeld is de vegatest, ontwikkeld door dr. Helmut Schimmel. In plaats van alle meridianen ‘door te meten’ teneinde te kunnen vaststellen welk orgaan het meest gestoord is, vond Schimmel het voldoende om slechts enkele acupunctuurpunten te testen. Hij introduceerde een filterconcept om snel heel veel testampullen te screenen en gebruikte ‘versterker’ -ampullen. In zijn uitgebreide artikel over elektro-acupunctuur ontmaskert Koppenaal vele onwaarschijnlijkheden, bijvoorbeeld dat de stroom niet door ampullen kan gaan, omdat het glas van de ampullen goed isoleert en een ‘potente’ homeopathische oplossing geen zouten bevat om de stroom te geleiden. Dit werd bevestigd door een onderzoek van Mosenkis in 1997 bij de vegatest1 (10). Hoe zou een testampul dan van invloed kunnen zijn op een meting? ‘So wie so’ zou iedere wetenschappelijk of reproduceerbaar bewijs dat het ene homeopathische middel zich onderscheidt van het andere volgens hem op de Nobelprijs kunnen rekenen. Koppenaal geeft voorbeelden van testmethoden die gebaseerd zijn op EAV en die er sterk op lijken zoals: de elektrodermale screening (EDS), bio-elektrische functiediagnose (BFD), bio-resonantietherapie (BRT) , meridiaan stress assessment (MSA), bio-energetische regulatietechniek (BER), elektrofysiologische diagnostiek (EFD), mora-bioresonantietherapie (MORA), bicom bioresonantietherapie (BICOM), biocybernetic medicine (BM) gecomputeriseerde elektrodermale screening (CEDS), elektrodermale test (EDT). Al deze methoden proberen zich volgens Koppenaal te onderscheiden door sprookjesachtige reclameverhalen, glimmende instrumenten of kleurrijke software, maar hebben één ding gemeen: ze meten geen enkele gezondheidsfactor! In zijn artikel (3) geeft hij nog meer argumenten met literatuuropgave.

Osteopathie

Osteopathie is een manier van behandelen die op het einde van de 19de eeuw werd uitgevonden door Andrew Taylor Still (1828-1917), een Amerikaans arts die meende dat alle ziekten veroorzaakt worden door scheef zittende beenderen of gewrichten en daardoor op bloedvaten drukken. Het woord osteopathie betekent letterlijk ’ziekte van de beenderen’.

Osteopathie moet ondergebracht worden in de groep van manuele geneeswijzen, waaronder ook de chiropractors en manueel therapeuten te vinden zijn. De osteopathie onderscheidt zich echter van deze twee in zowel filosofie als aangrijpingspunt in het menselijk lichaam. Het te behandelen gebied beperkt zich namelijk niet tot spieren en gewrichten, maar strekt zich ook uit tot de organen van borst en buikholte en de schedel. Het relationele effect van verbeteringen van de houding met als gevolg een verbeterde orgaanfunctie is niet in eerste instantie occult, maar is ook nooit wetenschappelijk bewezen. Voor de schedelbehandeling, de z.g. craniale osteopathie, ook wel genoemd cranio-sacrale therapie, die ook deze verbanden legt vanuit een andere filosofie, is een ernstige waarschuwing zeker op zijn plaats is (11).

Osteopaten kraken of masseren niet, maar zeggen alleen de beweeglijkheid te stimuleren. Een osteopaat legt het in het boek van Ruud v.d. Ven: ’Genezing uit het oosten?’ (12) als volgt uit:

“Mijn handen zijn mijn ogen. Ik kijk ermee, lokaliseer een eventuele verkleving en behandel deze met zachte hand”. Gelukkig hebben de osteopaten zich grotendeels ontdaan van hun vroegere panaceeclaim, dit is de claim dat de behandeling de meeste ziekten zou kunnen verhelpen en houden ze zich in het algemeen bezig met de aandoeningen van de wervelkolom en het spierskeletsysteem. Dit geldt niet voor degenen die ook werken met viscerale osteopathie, craniale of cranio-sacrale therapie, of Somato Emotional Release, want zij verwijderen zich steeds verder van de wetenschap af. Voor orgaanbehandelingen en de effecten daarvan bestaat niet de minste wetenschappelijke basis. In een zeer kritisch artikel stelt prof. Willem Betz (13) hierover:

”Een uitwas van osteopathie die door de serieuze osteopaten in de USA als verwerpelijk beschouwd wordt, is de zogenaamde ’cranio-sacrale therapie’, wat het behandelen van de schedel en het staart- of heiligbeen betekent. Deze therapeuten beweren dat ze door betasten van de schedel een diagnose kunnen stellen door de ’stroming en pulsaties’ van het hersenvocht te voelen. Dit is gewoon boerenbedrog. Die pulsaties zijn niet voelbaar, want ze bestaan gewoon niet! Ze regelen vervolgens die ’vochtstroom’ door de beenderen van de schedel ’goed te zetten’. Ook dit is totale nonsens, want de volwassen schedel is een solide beenderige doos waaraan niets te manipuleren valt. De niet bestaande obstructie van de stroom van het hersenvocht moet dan ook nog geregeld worden langs het andere uiteinde van de wervelkolom, door het staartbeen of heiligbeen te manipuleren. Dat doen ze dan met een vinger in de aars of de vagina!!”

Spiritualiteit en osteopathie

De achtergronden van de man aan de basis van de osteopathie, Andrew Taylor Still, zijn in ieder geval occult te noemen. Hij omarmde het spiritisme en liet zich inspireren door de ideeën van vrijmetselaar en schrijver Emanuel Swedenborg. De Amerikaanse fysiotherapeut Paul Lee vertelt in Osteopathy and chiropractic- a little history…The Modern American occult connection (2004) dat Still bouwde op het fundament en de leringen van de arts en hoogleraar fysiologie Joseph Rodes Buchanan, frenoloog en hypnotiseur die zich intensief bezig hield met psychometrie (helderziende waarnemingen aan de hand van een medium). Buchanan gebruikte hypnose en manipulatie van het hoofd om de stroom van de hersenvloeistof te bevorderen. Bij deze techniek is het occulte heel duidelijk. Een behandelaar stuurt in gedachten ‘energie’ of ‘warmte’ van de zendende rechterhand naar de ontvangende linkerhand, die beide op de schedel geplaatst zijn. Het gaat hierbij dus om visualisatie en magnetiseren (12). Voor alle duidelijkheid: gelukkig bedienen niet alle osteopaten zich van deze techniek en bestaat er een redelijk goed wetenschappelijk bewijs dat osteopathische behandeling gericht op het spier en skeletsysteem even effectief is als conventionele behandelingen als fysiotherapie en medicatie. Bij osteopaten die het accent leggen op viscerale (orgaangerichte) aangrijpingspunten, zoals die passen in de theorie van de mesologie, is het oppassen en zeker wanneer men zich in de osteopathie bezig houdt met cranio-sacrale therapie. Dan zijn occulte bindingen een reëel gevaar.

Homeopathie (14)

De ’geestelijke vader’ van de natuurfilosofische geneesmethoden is Hippocrates (ca. 400 v. Chr.). De mens wordt gezien als onderdeel van het grote heelal, de macrokosmos, die in stand gehouden wordt door een oerkracht of oer-energie. De zieke mens, die als een totaliteit gezien moet worden, is ziek door een disbalans met kosmische invloeden en krachten. Let wel: het gaat hier niet alleen om fysische, maar zeker ook om geestelijke krachten. Van Hippocrates is dan ook de uitspraak: “Geen arts kan zonder astrologie”. Bijna 2000 jaar later treffen we ook bij Paracelsus (ong.1500 na Chr.) deze gedachten aan. Hij heeft zijn geneeskunde verweven met magie, astrologie en genezingsmagnetisme. Het ontstaan van de homeopathie als een systematische methode dateert van 1796 toen Samuël Hahneman zijn bevindingen publiceerde. Hahneman, een overtuigt occultist (spiritist, vrijmetselaar), geïnspireerd door Confucius, Hippocrates en Paracelsus, blies één van de grootste kosmische wetmatigheden nieuw leven in: nl. similia similibus curentur - Het gelijke wordt door het gelijke genezen.
Homeopathie is dus een geneeswijze, die een zieke behandelt met een middel, dat bij de gezonde mens verschijnselen opwekt, die zouden gelijken op die van het ziektebeeld. Dit gelijksoortigheidbeginsel werd ook al in de medische culturen van Tibet, China en Arabië toegepast. Hahneman past deze vermeende wetmatigheid toe op vele stoffen, o.a. metalen. Deze zouden bij toediening karakteristieke, lichamelijke en geestelijke symptomen te zien geven. Zo blijkt dat ieder homeopathisch arts deze z.g. Leit-symptomen als uitgangspunt moet nemen voor de keuze van een bepaald middel. Deze Leit-symptomen blijken in belangrijke mate overeen te stemmen met de analogieën welke opgebouwd kunnen worden uit de kosmische oerpatronen.

Volgens dr. E. Rehm vertegenwoordigt een homeopathisch middel een bepaalde kracht dat inwerkt op dat gedeelte van de mens, dat de ziel genoemd wordt. Het denken over het wereld- en mensbeeld past zo uitstekend in de new age-filosofie. Buiten het feit dat het principe van het similia-beginsel nooit wetenschappelijk is aangetoond, net zomin als de effectiviteit van de homeopathie (dubbelblinde onderzoeken), is deze grondgedachte nergens in de Bijbel terug te vinden. De oorsprong van de ziekte is geen kosmische disbalans, maar de zonde. De Bijbel leert niet dat we de ziekte met ziekte, en zonde met zonde moeten overwinnen. Dus niet: laten we het kwade doen, opdat het goede eruit voortkomt, maar: overwin het kwade met het goede. Het kosmisch wereldbeeld, waarin alles te zien is als een eenheid, met alleen een verschil in trillingstoestand, waar een homeopaat geneesmiddelen met trillingsgetallen moet toedienen, is al helemaal niet in de Bijbel terug te vinden. Wel wordt vermeld dat "de gehele wereld (kosmos) in het boze ligt" (1 Joh. 5:19). De Here Jezus Zelf noemt de satan: "De overste van deze wereld" (kosmos), in het Grieks: kosmokrator = wereldbeheerser (Joh. 12:31; 14:30; 16:11). En Paulus wijst erop dat een christen niet strijdt tegen mensen, maar tegen de wereldbeheersers van deze eeuw, de boze geesten in de hemelse gewesten (Ef. 6:12). Ook de astrologische gedachte wordt door de Bijbel verworpen (Jes. 47: 13-15; Deut. 4:19).

 

Levenskracht
Een van de meest vooraanstaande homeopaten van deze tijd, George Vithoulkas, schrijft in zijn boek The science of homeopathy: “De hedendaagse mens is op zoek naar zijn verloren psychosomatisch evenwicht, opdat hij de confrontatie met deze technologische maatschappij aan kan”. Volgens Vithoulkas is de homeopathie van onschatbare waarde voor de spirituele ’evolutie’ van de mensheid en haar gezondheidstoestand. De mens zou op zoek zijn naar een innerlijke zijnstoestand van geluk, die niet afhankelijk is van externe condities. Hij noemt datgene wat zorg draagt voor de gezondheid de vital force of de levenskracht. Deze levenskracht is een kracht in het lichaam, die intelligent is en de macht heeft te regeren over de ontelbare processen die betrokken zijn in zowel de gezonde mens als de zieke. Het wekt het emotionele leven van een individu, het is de bron van alle gedachten en creativiteit en het is verantwoordelijk voor alle geestelijke inspiratie.
Deze levenskracht vinden we terug bij alle new age -profeten. Ook de homeopathisch arts J.T. Kent, een volgeling van Hahneman, noemt deze levenskracht ’simple substance’ en zegt ervan dat het een creatieve intelligentie is, die alle materie doordringt en het universum in orde houdt. De homeopathie draagt ertoe bij de hogere centra in de mens open te stellen voor de ’geestelijke en hemelse invloeden’. Christenen weten wel, wat dit voor invloeden zijn. Samuël Hahneman noemt deze levenskracht ’the dynamic plane’ (het dynamische veld) welke alle lagen van het organisme doordringt, zoals het elektromagnetische veld de materie doordringt. Het is de oorsprong van alle lichaamsactiviteit in zowel gezondheid als ziekte.

Deze levenskracht vinden we in alle occulte filosofieën terug: prana bij de hindoes, chi bij de Chinezen, en in het verkeerd gebruik van de moderne natuurkunde als het verenigd veld van de kwantummechanica. Holisme en daarmee holistische geneeswijzen zoals homeopathie, zien de mens als een geïntegreerd geheel, een innerlijke eenheid in geestelijke verbondenheid met al het andere. Zij willen de innerlijke gezondheid herstellen door het activeren van de inwonende levenskracht. Ook dit past goed in de filosofie van de mesologie. Let op: de levenskracht is synoniem voor de geest. Aangrijpen op het ‘zelfherstellend vermogen‘ van de mens is een van de doelstellingen van de mesologie, de homeopathische middelen moeten in feite werken op de geest van de mens!

 

Potentiëren

Volgens Hahneman moet een geneesmiddel kunnen werken op het niveau van de ’levenskracht’. Om een middel op dit niveau te laten inwerken, moet het gepotentieërd zijn. Hieronder verstaat men het toevoegen van ’energie’ aan het geneesmiddel door bij elke verdunningstrap het middel op een bepaalde manier te schudden, zodat de geneeskrachtige werking zou toenemen, aldus Hahneman. Het gaat hierbij niet om een gewone verdunning, maar om een stapsgewijze potentiëring (door Hahneman aangeduid met dynamiseren). Met deze woorden benadrukt men dat het bij de verdunning niet om de afname, maar om een toename van de geneeskracht gaat.
Bij een potentiëring wordt bijv. één deel van de oer tinctuur met 9 (resp. 99 of 49999) delen oplosmiddel geschud. De verdunningsstap van het geneesmiddel wordt aangegeven met de letter D (voor decimaalpotentie 1:10) C (voor centesimaalpotentie 1:100) en LM (voor vijftigduizendste potentie 1:50.000). Om een voorbeeld te geven van de hoeveelheid ’werkzame’ stof zullen we eens beschrijven wat een D11 -dosis betekent voor een aspirientje van 0,5 gram. Dit wordt fijngestampt en vermalen en vermengd met rietsuiker (oplosmiddel). Stapsgewijs komt men zo tot een dosis van D11, wat voor homeopathische begrippen zeker geen hoge potentie is. Er worden nl. wel potenties van 200 gebruikt! Bij D11 zou het éne aspirientje ruimschoots voldoende zijn voor de gehele Nederlandse bevolking, iedere dag gedurende 30 jaar! Hahneman zelf geloofde dat de meest werkzame potenties in verdunningsstappen van 50.000 gezocht moesten worden. Op het laatst liet hij zijn patiënten alleen nog maar ruiken aan een middel!

De homeopaat stoort zich hier niet aan. Het gaat hem n.l. niet om de stoffelijke aanwezigheid, maar om de kosmische kracht die vrijgemaakt moet worden. Door het potentiëren wordt volgens de homeopaten materie omgezet in potentie (levenskracht, energie, fluïdum, etc.). Elementair bij dit potentiëren is ook dat men stapsgewijs tot een bepaalde verdunning moet komen. Een stof die zonder tussentrappen direct verdund wordt tot bijvoorbeeld D4 (dus één deel werkzame stof en 10.000 delen oplossing) heeft wel een zelfde verdunning, maar geen gelijke potentie. Sommige achten zelfs het aantal potentiëringsslagen van een bepaalde stap in de verdunning belangrijk: bijvoorbeeld 100 slagen. In de antroposofie, waarin de homeopathie prima inpasbaar is, koppelt men het verkrijgen van de kosmische krachten aan astrologische overwegingen, zoals de stand van de planeten.

Schwenk (1954) introduceerde het begrip ritmiseren. Hij bouwde de theorieën van de homeopathie uit door te stellen dat de kosmische krachten van planten gemakkelijker vrij te maken zijn door de plantensappen in beweging te brengen en door ze op verschillende tijden op specifieke wijze te schudden. Naast verhitten en afkoelen van de plantensappen worden deze dan zonder alcohol als conserveringsmiddel bewaard.

Samenvattend kunnen we stellen dat volgens de homeopaten de ziekte, net als leven, in eerste instantie een dynamisch energetisch proces is en niet een materieel proces. Men stelt dat de mens ziek is door een defecte energiestroom. Het is duidelijk dat de homeopathie met haar gepotentieërde middelen een energetische methode is.

Ook is vanuit een bijbelse visie duidelijk, dat het woord energie hier staat voor een geestelijke kracht (geen fysische kracht). Ook wij geloven op grond van de Bijbel dat de mens onder invloed van geestelijke machten en krachten staat, en zelf ook geestelijk is. Doch geesten moeten getoetst worden (1 Joh. 4:1). Alleen God is de Gever en Instandhouder van alle leven (1Tim. 4: 10). Hij staat boven Zijn schepping. De invloed van geestelijke krachten op het leven van de mens betreft niet een zich geestelijk openstellen voor geestelijke krachten achter planten of metalen of planeten. Een christen kent geen oerkracht of energie. Onze enige geestelijke kracht- en ’inspiratiebron’ is Christus. 1 Kor. 1:24 zegt: “Wij prediken Christus, de kracht Gods, en de Wijsheid Gods”.

Ziekte is geen disharmonie met de kosmos (die trouwens in de boze ligt: 1 Joh. 5:19). Ziekte heeft een bovennatuurlijke oplossing gekregen, een goddelijke, geestelijke oplossing, namelijk het kruisoffer van Christus (1 Kor. 1: 23). Er is dus geen geestelijke oplossing in de homeopathie, maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God geworden is wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing (vs. 30). Goede geestelijke invalskrachten op de gezondheid van de mens zijn niet ’gepotentieërde kosmos’, maar gebeden (Jac. 5:16), de Heilige Geest (1 Thess. 1:5) en het evangelie (Rom. 1:16). “Als we dan met Christus afgestorven zijn aan de wereldgeesten, bedenkt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, want ons leven is verborgen met Christus in God” (Kol. 3).

Andere bronnen

Homeopaten proberen vaak, echter ten onrechte, bruggen te slaan naar natuurkundige verklaringen en onderzoeken. In de afgelopen jaren zijn er veel publicaties die allen aangeven dat er geen wetenschappelijke bewijs is voor de werkzaamheid van homeopathie. Via de site van stichting Promise, maar ook van de vereniging tegen kwakzalverij (16) en stichting Skepsis (17) vindt u er tal van voorbeelden van. In België heeft onlangs nog het federaal kenniscentrum gezondheidszorg (KCE) een vernietigend rapport uitgebracht over de werkzaamheid van homeopathie (15). Dat laat onverlet dat iemand die zich met de geest achter de homeopathie verbindt, zoals veel mesologen doen, een occulte besmettingsbron kunnen zijn zoals ik hierboven heb aangegeven.

Orthomoleculaire geneeskunde

Het Griekse woord orthos betekent: juist. De orthomoleculaire geneeskunde is een behandelwijze die streeft naar de optimale concentraties in het lichaam van voedingsstoffen zoals vitamines, mineralen, aminozuren en essentiële vetzuren. Deze concentraties probeert men te bereiken met doseringen die vaak ver boven de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden komen. Op zich kan deze methode in handen van een arts, die geen occulte zaken integreert in de orthomoleculaire geneeswijze (zoals sommige helaas wèl doen), een goede complementaire therapie zijn. Echter let wel, de opleiding tot mesologie leidt niet op tot arts, ondanks de vakken orthopedie, pathologie etc.. Bij het op verantwoordde wijze voorschrijven van orthomoleculaire geneesmiddelen moet op zijn minst een gekwalificeerd arts de diagnose stellen en het behandeltraject bewaken. Daar de diagnostiek juist meer steunt op on-bijbelse en niet-wetenschappelijke middelen, moet je grote vraagtekens stellen bij het voorschrijven van medicijnen door mesologen.

Conclusies

Zoals in het begin van dit artikel al genoemd, bestaat er geen literatuur over mesologie, behalve dan dat iedere vorm van diagnose en elke toegepaste behandelwijze wel ergens uitgebreid is weerlegd (3). Voor de toetsing door Stichting Promise is niet in de eerste plaats de wetenschappelijke toetsing van belang maar vooral de geestelijke toetsing. Een van de belangrijkste toetsstenen is of je bij de diagnostiek on-bijbelse gedachten moet bewandelen ten aanzien van Gods-,wereld- en mensbeeld om tot een diagnose te komen. In dit artikel heb ik aangetoond dat deze niet-bijbelse gedachten bij mesologie zeker aanwezig zijn, onder andere door de Chinese en ayurveda-diagnostiek, en het ‘energetische’ denken over mens- en wereldbeeld. Men heeft een holistische visie, maar valt door de mand bij het toetsen van het denken over ziel en geest in vergelijking met de bijbelse inzichten. Behalve de methode moet ook de persoon van de therapeut getoetst worden. Duidelijk is dat een mesoloog zich helemaal verdiept heeft in en geconfirmeerd heeft aan occult denken, hetgeen alleen al is reden genoeg om bij mogelijke twijfel afstand van deze therapie en therapeuten te nemen.

Gerard Feller, november 2011

 

 

Noten

  1. Dijk, Paul van, Geneeswijzen in Nederland , Ankh-Hermes bv, Deventer, 2003
  2. Mesologie, gezondheidsnieuws nr. 9 sept 2002
  3. Koppenaal, Dirk , De academie voor mesologie , een alternatief imperium, Skepter, jaargang 21, nummer 2, 2008
  4. http://nl.wikipedia.org/wiki/Mesoderm
  5. Feller, Gerard Tovenaars van de 20/21ste eeuw, Uitgeverij Gideon
  6. Feller, Gerard, Medische en bijbelse bezwaren tegen acupunctuur . http://www.stichting-promise.nl/artikelen/taoistische-methodes/klassieke-acupunctuur.htm
  7. Ven, Ruud van de, Uitgeverij Voorhoeve, Utrecht, 2011. ISBN 978 90 297 9687 3
  8. Feller, Gerard, Tussen Waan en werkelijkheid, een bijbelse toetsing van manipulatieve psychotechnieken, 2011. ISBN 978-90-77412-68-8
  9. Feller, Gerard e.a. Ontmasker de duisternis in de alternatieve geneeskunde, 4e druk 2003. ISBN 90-74507-05-0
  10. Mosenkis, R. Examination of a vegatest device, 1997
  11. http://www.stichting-promise.nl/artikelen/lichaamswerk--occultisme-en-genezing/osteopathie-en-craniosacraal-therapie.htm
  12. Ven, Ruud van de, Genezing uit het oosten, Uitgeverij Voorhoeve, Utrecht, 2011. ISBN 978 90 297 9687 3
  13. Prof. med. Willem Betz is verbonden aan het Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de VUB en bestuurslid van Skepp.
    © Copyleft. Wonder en is gheen Wonder - nr. 3, jaargang 4, 2004. Woordelijk kopiëren en distribueren van dit artikel is toegestaan in elke vorm, mits duidelijke verwijzing naar dit artikel en tijdschrift. http://www.stichting-promise.nl/artikelen/lichaamswerk--occultisme-en-genezing/osteopathie-wetenschap-of-kwakzalverij.htm
  14. Feller, Gerard, Homeopathie. http://www.stichting-promise.nl/artikelen/natuurgeneeswijzen-en-occultisme/homeopathie.htm
  15. http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.1030907
  16. http://www.kwakzalverij.nl/1355/Huisarts_Nico_van_Duijn_haalt_hard_uit_naar_osteopathie http://www.kwakzalverij.nl/site/SearchController.php?sSearchTerms=homeopathie&__submit__=Zoeken
  17. http://www.skepsis.nl/

 

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Eigentijds occultisme