Jezus en Boeddha, twee heren of een?

Jezus en Boeddha, twee heren of één?

Door Douglas Groothuis/Piet Guijt

Inleiding

Ons land heette een christelijk natie te zijn. Maar als men om zich heen kijkt, dan zou je, overdreven gesteld, bijna kunnen denken in een boeddhistisch land te zijn. Want overal kom je Boeddhabeelden in allerlei grootte en vorm tegen. We hoeven alleen maar te denken aan plaatsen als tuincentra, bloemenwinkeltjes, meubelboulevards, winkelcentra, restaurants, hotels, discotheken, zwembaden, wellness-resorts, etc.. Maar niet alleen daar, ook in vele huizen ziet men Boeddhabeelden. Zelfs een op de drie Nederlanders heeft een Boeddhabeeld(je) in huis op o.a. de vensterbank of in de slaapkamer (zelfs in het aquarium) en/of in de tuin. De meeste mensen hebben die beeldjes gekregen of als souvenir uit het buitenland meegenomen. Voor vele christenen is de aanwezigheid van een Boeddhabeeld een storend element, zoals bleek uit het artikel ‘Boeddhabeeld onder tafel’ in het Nederlands Dagblad van 7 mei 2014 (a).

Omdat er van 23 september 2016 t/m 29 januari 2017 in het Tropenmuseum in Amsterdam de expositie ‘Mijn Boeddha en ik' te zien was, werd in een tv-programma (EenVandaag van 10 oktober 2016)(b) aandacht geschonken aan dit fenomeen van de Boeddhabeelden en werd de vraag gesteld waarom mensen deze in huis hebben. De uitstraling van het beeld zou aanspreken en rust geven en het zou een vervanging zijn van de oude religieuze afbeeldingen. Sommige mensen zien Boeddha als iemand die mensen leerde hun eigen weg te kiezen zonder al te veel dogma’s. Maar 90% van de mensen weet niet wie Boeddha is. Vandaar dat het goed is om vooral het verschil tussen deze Boeddha en Jezus Christus aan te geven, omdat er helaas mensen zijn, die menen dat beide met elkaar vergelijkbare spirituele meesters waren. Dit maken van onderscheid tussen Jezus en Boeddha is ook van belang omdat ongemerkt boeddhistische invloeden onze maatschappij en zelfs de kerk, binnensluipen. De aantrekkingskracht van het boeddhisme ligt vooral in de vermeende praktische aard ervan voor de postmoderne westers mens. Het boeddhisme doet je geloven dat je verlicht kunt raken als je je best ervoor doet. Dat geeft meer het idee van eigen controle en dat je invloed hebt op je eigen heil dan dat je uit genade moet leven (e). Boeddhisme “sluit naadloos aan bij het moderne levensgevoel”. Het is vrijblijvend en ook te combineren met ander godsdiensten. Sommige zich christen noemende gelovigen (zelfs predikanten) menen dat hun geloof heel goed kan samengaan met boeddhisme, en men probeert boeddhistische elementen te combineren met de bijbelse boodschap (d). De woordvoerder van een zandmandala-project in Amersfoort meent zelfs dat alle godsdiensten uiteindelijk uit één bron komen (f).

Geen wezenlijke verschillen tussen Jezus en Boeddha?

De populaire en productieve boeddhistische auteur Thich Nhat Hanh rapporteert in zijn boek Living Buddha, Living Christ, dat zijn ‘persoonlijke altaar’ beelden bevat van zowel Boeddha als Jezus, die hij ziet als geestelijke broeders, die beide verering waard zijn. Gezien de huidige populariteit van de Dalai Lama en de boeken en tijdschriften over boeddhistische meditatie en gewoonten (een gemiddelde boekhandel bevat bij de afdeling religie meer titels gerelateerd aan het boeddhisme dan over het christelijk geloof)(d), lijkt het erop dat veel mensen dezelfde opvattingen als Hahn hebben. De mensen die onder invloed zijn van religieuze tolerantie en religieus relativisme, deinzen terug voor het logisch beoordelen van de waarheidsaanspraken van deze grote religieuze stichters. In plaats daarvan veronderstellen mensen vaak dat Jezus en Boeddha even belangrijke ‘spirituele leraren' waren die ongeveer hetzelfde onderwezen. Het accepteren van zowel Jezus als Boeddha als verlichte wezens, wordt algemeen aangenomen en zou bevestigend zijn voor zowel christenen als boeddhisten. Waarom zou je de ene leraar boven de andere stellen - in het bijzonder in onze hedendaagse pluralistische cultuur? Hoe moeten christenen, die alleen Jezus aanbidden, reageren op dit idee dat Jezus en Boeddha beide grote spirituele meesters op eenzelfde niveau waren?


De essentiële religieuze waarheidsaanspraken van Jezus en Boeddha verschillen radicaal van elkaar. Om anders te willen denken, moet men de geschiedenis, de logica en het welzijn van zijn ziel negeren, omdat Jezus en Boeddha radicaal verschillende spirituele wegen leerden. Jezus waarschuwde ervoor dat de weg naar het leven smal was en dat velen het niet zouden vinden (Matth. 7:13). Jezus' volgelingen mogen, vooral in onze pluralistische samenleving, niet de ernst van Zijn verklaring in twijfel trekken.


Voordat we de fundamentele leringen van Jezus en Boeddha over God, de mens, en verlossing vergelijken, moet men diegenen die gecharmeerd zijn van Boeddha erop wijzen dat de vroegste schriftelijke documenten over het leven van Boeddha (563-483 voor Christus) pas ongeveer vijfhonderd jaar na zijn dood zijn ontstaan. In zijn bewerkte verzameling Boeddhistische geschriften merkt Edward Conze op dat het boeddhisme niets heeft dat overeenkomt met het christelijke Nieuwe Testament, dat een gezaghebbende canon is van de Schrift die kort na het leven van Jezus is geschreven (1). Laat dus niemand boeddhistische verslagen als harde geschiedenis opvatten en vervolgens het Nieuwe Testament niet serieus nemen als zijnde te oud om historisch geloofwaardig te zijn (2).

Twee verhalen over de maagdelijke geboorte

Sommigen proberen om de kloof tussen Jezus en Boeddha te verkleinen door te zeggen dat van beide wordt gezegd dat zij in deze wereld zijn gekomen door middel van ‘geestelijke middelen’ via een maagdelijke geboorte. In hun boek The Original Jesus gaan de auteurs Elman Gruber en Holger Kersten zelfs nog verder en stellen dat het verhaal van de maagdelijke geboorte van Jezus is ontleend aan een boeddhistische bron die dezelfde soort bovennatuurlijke oorsprong voor Boeddha claimde (3). Dit is onwaarschijnlijk. Ten eerste ziet deze visie significante verschillen tussen de twee verhalen over het hoofd. In de boeddhistische visie kwam Boeddha, vóór zijn geboorte, in de vorm van een witte olifant in de zijde van zijn moeder. Godsdienstwetenschapper Geoffrey Parrinder merkt op dat "het niet een maagdelijke geboorte was, sinds ze getrouwd was, en in dit verhaal ..... gaat het om een hemelse invloed in plaats van een goddelijke, bovennatuurlijke verwekking" (4). Wat het evangelie (Lucas 1: 26-35) zegt over de conceptie en de geboorte van Jezus verschilt radicaal met de boeddhistische visie.


Ten tweede zijn, zoals gezegd, de boeddhistische bronnen van veel latere datum dan de evangeliën van Lucas en Mattheüs. Het boeddhistische verhaal komt uit een bron uit de vijfde eeuw na Christus en is afwezig in de oudste Pali-canon van het boeddhisme (5). Als er sprake zou zijn van het overnemen van informatie, is de kans groter dat boeddhisten selectief geleend hebben van de evangeliën dan andersom (6). De geschriften van het Nieuwe Testament zijn allemaal geschreven in de periode van het midden tot het einde van de eerste eeuw. Volgens de gerenommeerde Bijbelgeleerde J. Gresham Machen, bestonden de gegevens over de maagdelijke geboorte al enkele decennia na de tijd dat Jezus leefde (7). Dit is geheel anders dan de latere opkomst van de boeddhistische verhalen.


Maar wat kunnen we zeggen over de essentiële wereldbeschouwingen van Jezus en Boeddha, dat wil zeggen: hun leringen over de ultieme werkelijkheid, de toestand waarin mensheid zich bevindt, en geestelijke bevrijding?

Twee opvattingen over de ultieme werkelijkheid

Jezus bevestigde het bestaan ​​en de eenheid van een persoonlijke en morele God, die zowel soeverein is over de geschiedenis als erbij betrokken is. Hij leerde Zijn discipelen te bidden: "Onze Vader die in de hemelen is" (Matt. 6: 9). Jezus heeft nooit het monotheïsme van zijn Joodse broeders betwist, maar bevestigde het en intensiveerde haar geestelijke en morele aanspraken (Matt. 5-7).

 
Boeddha echter achtte theologische kwesties niet het overwegen waard. Hij beschouwde deze als metafysische speculaties, die weinig verheffend en niet relevant waren voor het bereiken van geestelijke bevrijding. Hij betwistte de basiskenmerken van het Brahmanisme van zijn geboorteland India, maar geloofde niet in een Schepper God als van fundamenteel belang zijnde voor een juiste spiritualiteit. Het beeld van Boeddha is vereerd over de hele wereld, maar hij heeft zichzelf nooit beschouwd als een openbaring van God. Hij beschouwde zichzelf eerder als een verlichte leraar (Boeddha is een titel die ‘de verlichte’ betekent).


Twee opvattingen over de menselijke situatie

Volgens Jezus zijn mensen geschapen door God (Matt.19: 4) en behoren zij met hun hele wezen God te aanbidden en te gehoorzamen, alsook hun naasten lief te hebben als zichzelf (Matt. 22: 37-39). Jezus leerde dat de mensen immateriële zielen hebben die ​​na de dood blijven bestaan en dat die op een dag zullen worden herenigd met hun opgestane lichamen (Matt. 12:26-27; Joh. 5:28-29). Jezus zag echter ook dat de mensen in geestelijke zin ‘verloren’ waren (Luc. 19:10) en verdorven in hun wezen (Matt. 9:13; Marc. 7: 21-23).

Boeddha speculeerde niet over de menselijke oorsprong, maar was gericht op de menselijke situatie als zijnde overspoeld met lijden als gevolg van onvervulde verlangens (de eerste twee van de vier edele waarheden, de essentie van het boeddhisme). Hij leerde dat de mensen hun ziel niet met iets kunnen bevredigen omdat ze geen ziel hebben. Net zoals een wagen geen wezen heeft, maar slechts een verzameling van losse onderdelen is, zo heeft de mens geen wezen of substantie; het is slechts een verzameling van onderdelen (geledingen of aspecten zoals fysieke vorm, gewaarwording, perceptie, gedachten die het gedrag bepalen, aandacht of bewustzijn) die khandhas worden genoemd. “Boeddha onderwees dat de khandhas geen zelf of 'ik' zijn, en niet behoren tot een zelf of 'mij'. Er is geen eigenaar van de vijf khandhas. Al hetgeen tot de khandhas behoort is niet-zelf, al denken we dat 'dit is mijn lichaam', 'dit is mijn geheugen', of 'dit zijn mijn gedachten'. Het lichaam en alle andere aspecten van 'jezelf' zijn volgens het boeddhisme niet van jezelf, maar zijn ontstaan als gevolg van oorzaken, en zijn zelf ook weer een oorzaak voor het ontstaan van nieuwe gevolgen of fenomenen. Hun bestaan is slechts tijdelijk, alle fenomenen komen tot een einde. De vijf khandhas hebben geen essentie” (c). Er is geen persoonlijk wezen of ziel, en er is geen persoonlijk leven na de dood. Boeddha ontkende niet de hindoeïstische leer van transmigratie en reïncarnatie, maar hij ontkende dat een individuele ziel terugkomt.

Voor ons als westerlingen en als christenen is bovenstaande ‘filosofie’ nauwelijks te volgen. Bovendien weten we vanuit Gods Woord dat de mens wel een ziel heeft. Denken we alleen al aan uitspraken van Jezus in bijv. Matt. 22:37 en 26:38. Nu kan men wel zeggen dat ‘ziel’ op gevoel betrekking kan hebben, maar toch ook op het ‘ik’. In de Bijbel wordt veel meer de specifieke individualiteit van de mens benadrukt in de verbondenheid met God en andere gelovigen, maar zeker niet van het opgaan van het individuele in een onpersoonlijk al, of een onpersoonlijk niets. De persoonlijkheid is een wezenlijk element van de mens, die nota bene een beelddrager van God mag zijn.

Twee opvattingen over geestelijke bevrijding  

Volgens Jezus is het heil alleen in Hem te vinden: "De Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was" (Luk. 19:10 NBV). Jezus zag Zichzelf als de enige weg om de gemeenschap met de hemelse Vader te herstellen: "Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan alleen de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en wie de Zoon het wil openbaren" (Matt. 11:27; vgl. Joh.14: 6.). Bovendien zei Hij: “Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Eer Abraham was, ben Ik” (Joh. 8:58; zie ook Kol. 2:9). In het licht hiervan roept Jezus ons op om Hem te volgen (Matt. 11:28-30) en in Hem te geloven voor de vergeving van zonden en het verkrijgen van eeuwig leven (Joh. 3:16; 6:29). Deze argumenten werden echter niet in een vacuüm geuit. Jezus bewees ook dat Hij de goddelijke Messias was zijn door de wijsheid van Zijn onderwijs, Zijn vervulling van de Hebreeuwse profetieën, de ongeëvenaarde kracht van Zijn wonderen, Zijn genezingen, Zijn gezag over de demonische wereld, Zijn offerdood aan het kruis, en Zijn opstanding, waaruit bleek dat Hij de dood overwonnen had (8).


Boeddha leerde dat de geestelijke bevrijding verkregen zou worden door het loslaten van verlangens en het zoeken naar het bevredigen van de niet-bestaande ziel, en door zichzelf los te maken van vergankelijke dingen. Dit loslaten in de zin van onthechten is overigens heel wat anders
dan het in gebed leggen en overgeven van zorgen en verlangens in Gods hand, die genadig is en alles onder controle heeft

De boeddhistische leer van het loslaten en onthechten is de zgn. ‘Derde Edele Waarheid’. De ‘Vierde Edele Waarheid’ is dat verlossing wordt bereikt door middel van inspanning, dat door Boeddha ‘het achtvoudige pad’ werd genoemd. Het vereist wijsheid (goed verstand en denken), ethisch gedrag (juist spreken, handelen en leven) en mentale discipline (juiste inspanning, bewustzijn, en meditatie). Degenen die slagen, verlaten de wereld van karma en wedergeboorte en het bereiken van nirvana, dat is het ‘oplossen’ van de menselijke persoonlijkheid in een staat die, naar men veronderstelt, niet in woorden kan worden beschreven. (Hoe geheel anders leert de Bijbel, namelijk dat in de eeuwige heerlijkheid in het Koninkrijk van God de menselijke persoonlijkheid niet is opgelost, maar volmaakt geworden is zoals God heeft bedoeld.) Boeddha heeft niet beweerd dat hij deze situatie aan anderen kon schenken, hij wéés er slechts op. Hij heeft overigens nooit beweerd God te zijn, hij heeft geen doden opgewekt, geen zieken genezen, of boze geesten uitgedreven. Op 80-jarige leeftijd overleed hij.

In het kader van dit thema geestelijke bevrijding (i.c. van stress) willen we een ogenblik stilstaan bij de zgn. mindfulness-meditatie (Mindfulness Based Stress Reduction), die is ontwikkeld door Jon Kabat-Zinn, een ervaren yogabeoefenaar, en wat is te zien als een intensief op het eigen ik gericht trainingsprogramma. (Een dergelijke meditatie werd al uitgedragen door Boeddha. Opmerkelijk is dat mindfulness is gericht op het ik, terwijl dit volgens Boeddha niet zou bestaan.) Daar ligt ook het grote verschil met christelijke meditatie: christenen richten zich niet geheel en al op zichzelf, maar zijn in de eerste plaats gericht op de aanwezigheid en Geest van Jezus Christus, die alomtegenwoordig is maar ook in ons woont. Ons basisvertrouwen en onze intuïtie liggen niet bij onszelf maar zijn gebaseerd op Jezus Christus. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.

Een belangrijk element in de training is het niet-oordelen waardoor men niet zo snel in spanning zou komen over gebeurtenissen en gevoelens. Echter dit niet-oordelen leidt snel tot een passiviteit van de geest, waarbij het kritisch vermogen uitgeschakeld wordt. Doordat het toetsende vermogen vermindert, valt de bescherming van een door de Heilige Geest geleid denken weg. Een christen hoeft niet zijn toevlucht te nemen tot een training als mindfulness, maar mag zijn problemen en spanningen in gebed aan de Heer voorleggen. Voor meer informatie hierover kan verwezen worden naar het artikel Aandachttraining, Mindfulness’ in Promise (https://stichting-promise.nl/body-mind-methodes-en-occultisme/aandachttraining-mindfulness.htm).

Wezenlijke verschillen


Volgens het Nieuwe Testament, kwam Jezus in de wereld als een bovennatuurlijke brenger van verlossing, die het aanvaardde om te lijden in de handen van zondige mensen opdat Hij plaatsvervangend zou boeten voor de zonden van een opstandige wereld die vervreemd was geraakt van zijn eigen Bron van goedheid en leven. Hij aanvaardde het lijden aan het kruis om hen te redden die lijden aan de zonde en de gevolgen ervan (Jes. 53). Zoals een dichter schreef: "Geen enkele andere god heeft wonden zoals u". De verrezen Jezus Zijn liet Zijn wonden zien aan de twijfelende Thomas als bewijs van het slagen van Zijn opdracht (Joh. 20: 26-29).


De oudste bronnen over het leven van Boeddha schilderen hem niet af als een bovennatuurlijke figuur, maar als een verlichte wijsgeer. Wereldwijd bekende beelden van Boeddha laten een in rustige overpeinzing zittende passieve man zien, met gesloten ogen voor een wereld die hij wil overstijgen. Hoe verschillend van deze houding was de cruciale daad van Jezus, die, hoewel aan een kruis genageld, gekneusd en bebloed, in liefde keek naar de wereld die Hij kwam verlossen. Boeddha onderwees de dharma (de weg of lering) aan vele anderen, maar hij heeft nooit er aanspraak op gemaakt de dood te kunnen overwinnen door zijn eigen dood, of leven te bieden door middel van zijn eigen leven. Hij wees alleen de weg naar het zgn. nirvana, terwijl Jezus de deur naar de hemel opende.

Conclusie


Het grote verschil tussen christelijk geloof en boeddhisme is dat het eerste wijst op de verlossing door het verzoenend offer van onze Heiland en Heer Jezus Christus en dat de mens uit genade mag leven, terwijl het tweede een vorm van zelfverlossing is waarbij de mens autonoom denkt te zijn (d). .De essentiële leringen en bedieningen van Jezus en Boeddha kunnen niet met elkaar worden verzoend of samengevoegd. Welke religieuze tolerantie en pluralisme dan ook kan de diepe verschillen tussen deze twee identiteiten, hun wereldbeelden, en hun handelingen uitwissen? Door nauwkeurig deze verschillen te omschrijven, doen we recht aan beide religieuze leiders, terwijl de waarheid in liefde moet worden verkondigd aan diegenen die hen ten onrechte op eenzelfde niveau plaatsen.


Douglas R. Groothuis

Vertaling en bewerking: Piet Guijt

Dit artikel verscheen voor het eerst in het Christian Research Journal, volume 25, nummer 4, 2003. http://www.equip.org/PDF/DJ660.pdf

Literatuur

1. Edward Conze, "Introduction", in Buddhist Scriptures, ed. Edward Conze (New York: Penguin Books, 1959), 11-12.
2. Over de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament, zie Douglas Groothuis,
Jesus in an Age of Controversy ( (Eugene, OR: Wipf en Stock, 2002), hfdst. 2-3.
3. Elmar R. Gruber en Holger Kersten,
The Original Jesus: The Buddhist Sources of Christianity (Rockport, MA: Element Books, 1995), 82-83.
4. Geoffrey Parrinder, Avatar and Incarnation (New York: Barnes and Noble, 1970), 135.
5. Zie J. Gresham Machen,
The Virgin Birth of Christ (New York: Harper en Brothers, 1930), 339.
6. Ibid., 340.
7. Ibid., 342.
8. Op de vorderingen en de geloofsbrieven van Jezus, zie Groothuis,
Jesus in an Age of Controversy, hfdst. 13-16; en Douglas Groothuis, On Jesus (Belmont, Californië: Wadsworth / Thomson Learning, 2003), hfdst. 8.

  1. https://www.nd.nl/nieuws/leven/boeddhabeeld-onder-de-tafel.415720.lynkx
  2. http://buitenland.eenvandaag.nl/tv-items/69663/aan_de_haal_met_boeddha_
  3. https://nl.wikipedia.org/wiki/Vijf_khandhas
  4. Pieter Siebesma, De populariteit van Boeddha. In: De Oogst, februari 2011
  5. Cecile Hendriks, Mensen luisteren liever naar een boeddhist. In: Geloven in Nederland, mei 2014.
  6. Amersfoortse kerken tegen zandmandala’s, Reformatorisch Dagblad 22-4-2005
  7. Betoverde voorwerpen? https://stichting-promise.nl/bevrijdingspastoraat/betoverde-voorwerpen.
  8. Martin Kamphuis, Weg van Boeddha. Ark Boeken, 2001 (ISBN 9789033813658)
  9. Esther Baker, Mijn weg van Boeddha naar Christus. Een persoonlijk verhaal. Ark Media, Amsterdam, 2011 (ISBN


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Eigentijds occultisme