Het Tibetaans boeddhisme en de Dalai Lama

 

Het Tibetaanse boeddhisme en de Dalai Lama

De Dalai Lama bezoekt Nederland op 4 en 5 juni 2009. Hij geeft op 4 juni in de RAI in Amsterdam een publieke lezing over het boeddhisme. De belangstelling voor Tibet en het boeddhisme is de laatste jaren sterk toegenomen, mede door de acties rondom de Olympische Spelen in China in 2008. Boeddhisme lijkt synoniem voor vrede en vriendelijkheid. Maar is dit ook de kern van de boeddhistische leer? In dit artikel laten we o.a. Martin Kamphuis spreken over zijn ervaringen met deze leer, zoals hij die verwoordde in een lezing voor Bijbel of New Age, enkele jaren geleden. Ook zullen we Victor en Victori Trimondi aan het woord laten, die aan de 14e Dalai Lama acht vragen gesteld hebben over de, ook door hem onderschreven kalachakra-tantra-leer, en die volgens hen nog niet beantwoord zijn door de Dalai Lama.

Het verhaal van Martin Kamphuis

Ik heb het boeddhisme in theorie en praktijk leren kennen en veel ‘ups en downs’ beleefd. In het verloop van de tijd merkte ik, dat christendom en boeddhisme onverenigbaar zijn. Ik heb mijzelf de vraag gesteld waarom ik me nog met het thema boeddhisme bezig houdt. Want kan ik niet veel beter gewoon het evangelie van Jezus Christus verkondingen? Ik was een tijd lang voorganger van een christengemeente, maar doordat we veel gevraagd werden om te vertellen over onze ervaringen hebben we ons daarop gericht. Ons doel met onze voordrachten is de werken van de duisternis te ontmaskeren. Immers bijvoorbeeld de gezondheidszorg en de psychologie zijn doortrokken met new age -denkbeelden verwant aan boeddhistische uitgangspunten. Ook de gemeente van God lijkt geen duidelijke grenzen meer te kennen tussen wat wel en niet van God is. De geestelijke muren van de gemeente liggen in puin, zoals de muren van de stad Jeruzalem in puin lagen. In de tijd van Nehemia gingen de inwoners de muren herbouwen, zodat het voor ieder zichtbaar was: Dit is de stad waar God Zich openbaart, en waar God wordt aanbeden. De gemeente van Jezus Christus, vandaag de dag, ontbreekt het veelal aan duidelijke contouren, een duidelijk onderscheid tussen binnen en buiten. De gemeente lijkt op een stad zonder muren. De Bijbel zegt in Efeze 5:8: “Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts”, en in vers 11 staat: “En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer”. De stromingen waarin ik gezeten heb, hebben een masker. Het ziet er aan de buitenkant mooi uit, maar aan de binnenkant is er veel boosheid en duisternis. Mijn uitgangspunt bij iedere vergelijking met andere religies is het kruis waar Jezus Christus de overwinning op de dood behaalde.

Het boeddhisme als leegte

Het boeddhisme is veelomvattend. Een centraal begrip is ’leegte’. Pieter van Kampen toont dat duidelijk in zijn boek ’Liefde tot de leegte’. In 1982 heb ik in Nepal mijn eerste cursus in het Tibetaanse boeddhisme gevolgd. De Tibetaanse Lama begon als eerste te spreken over leegte, emptiness. Deze leegte was het doel van het boeddhisme. Ik vond het eerst heel raar, maar hij had een fascinerende uitstraling en had er zo’n vreugde over, dat ik dacht: “Het moet iets heel bijzonders zijn, een toestand waarin je je heel goed voelt. Het doel van al het streven van boeddhisten is de leegte, of ook wel de verlichting genoemd. Ook in Europa worden meditatiecursussen gegeven met als doel verlichting. Het woord ’verlichting’ vinden we ook in Efeze 1: 18: “verlichte ogen uws harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen”. Uit dit vers kunnen we twee verschillen tussen boeddhisme en christendom herkennen: 1. Om verlichte ogen te krijgen hebben christenen God nodig, die het hen geeft. De boeddhisten geloven, dat ze die verlichte ogen (die zogenoemde Boeddha-natuur) al in zich hebben, maar alleen nog verduisterd door allerlei lagen, die nog weggehaald moeten worden. 2. Christenen ontvangen die verlichte ogen van het hart met een bepaald doel: “zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen”. Dit doel heeft te maken met de relatie met God en met datgene wat we van Hem ontvangen. Bij de boeddhisten is de verlichting een doel op zich. Het is een toestand waar je in opgaat, waar je jezelf in verliest. Vergelijk het met een druppel water, die in de oceaan valt. Men lost zichzelf op in het al of het niets. Daar is men één met alles of met niets. Deze toestand is niet te beschrijven, want elke beschrijving is al een afstand nemen, en dat betekent dualiteit. Er is in die toestand geen ‘ik’ meer, geen tegenover, dus ook geen God. Het doel van het christelijk geloof is juist de ontmoeting met God, die ons ontmoeten wil. Daarin verliezen we onszelf niet maar daar vinden we onszelf. Naast de leer over de leegte vond ik ook de leer van het karma fascinerend. Karma, de leer van goede werken, was voor mij toen iets heel positiefs, ook al wist ik niet wat het begrip precies inhield. Het is eigenlijk een hele strenge wet, die jouw tegenwoordige en toekomstig leven bepaalt. Je hebt meerdere levens nodig om de verlichting te kunnen bereiken, want daarvoor is heel veel positief karma nodig. Door goede werken kan je positief karma verzamelen, bijv. door je vele duizenden malen languit op de grond te werpen. Je moet je heil dus verdienen. Het negatieve karma kan echter niet opgelost worden, tenzij de verlichting wordt bereikt. Het boeddhisme is geen godsdienst, want men kent geen scheppende en verlossende God, zoals Hij in de Bijbel wordt beschreven. Het is wel een religie in de zin van het streven naar een transcendent doel. Het is een ethisch atheïsme. Boeddha leefde 500 jaar voor Christus en had de ervaring van de leegte, van de verlichting. Zijn eerste leer was de leer van de 4 edele waarheden. Het is van belang om dat te weten, want in het boeddhisme zitten de wortels van new age, ook al weet men dat vaak zelf niet.

De waarheid van het lijden

De waarheid van de oorzaak van het lijden

De waarheid van het opheffen van het lijden

De waarheid van de weg die uit het lijden voert: het edele 8-voudige pad.

Ad 1. Al het leven is dus lijden. Inderdaad is niet te ontkennen, dat er lijden in de wereld is. Ook de Bijbel erkent dat, zie Rom. 8:22. Daar staat: “Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is”.

Ad2. De oorzaak van het lijden ligt in de begeerte, de lust. Ook de Bijbel spreekt daarover, bijv. in Jac. 1:14: “Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte”.

Ad 3. Boeddha zegt, dat ik me uit mijn begeerte, die door de verlokkingen van de wereld gestimuleerd worden, moet terugtrekken. Vandaar meditatie. Ook de Bijbel spreekt ervan dat we de verlokking van de wereld moeten afwijzen. In 1 Joh. 2:15 staat: “Hebt de wereld niet lief en wat in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem”. We zien ook hier in zekere zin een parallel.

Ad 4. Hier gaat het om het juiste begrip, de juiste gedachte, het juiste spreken, de juiste handelwijze, de juiste wijze van levensonderhoud, de juiste inspanning, de juiste houding van geest en de juiste concentratie (meditatie). Er zijn overigens vele soorten van meditatie. Bij elke handeling moet je er goed op letten, dat het volgens een bepaalde manier gebeurt, want anders zal dat uit de zienswijze van Boeddha verkeerd op je karma uitwerken. Karma is iets beangstigends. Je kunt nooit loskomen van verkeerd karma, je kunt alleen proberen positief karma te ontwikkelen. Schuld wordt dus nooit afgebouwd. Het gaat om een balans, dus je moet proberen het positieve meer gewicht te geven door goede werken. Wat dit punt betreft is de weg van het christendom anders. Daar is Jezus Christus de weg en de waarheid en het leven. De weg is geloof in en de ontmoeting met een persoon! Door dit geloof en deze ontmoeting vindt verzoening met God plaats. Gerechtigheid komt niet door werken, maar door een Persoon. Omdat de oorspronkelijke leer zo streng was zijn er later andere stromingen ontstaan, waarbij het de mens wat makkelijker werd gemaakt. Volgens de nieuwere stromingen mag men hulp van buiten verwachten.

Er zijn 3 hoofdstromingen in het boeddhisme:

Hina-yana, de leer van de historische Boeddha, die 500 v. Chr. ontstond. Je hebt meerdere levens nodig, zegt de Boeddha, om het nirwana te bereiken. Er zijn wel leraren, die zeggen wat je moet doen, maar je moet het zelf doen. Vandaar dat het een leer van zelfverlossing is (*hina = klein; yana = voertuig of wiel).

Maha-yana, een stroming, die rond de geboorte van Jezus ontstond (*maha = groot). Hier is wezenlijke hulp van buiten mogelijk, door goeroes die al verder op de weg zijn of door onzichtbare Boeddha-wezens. Vanwege de mogelijke hulp van goeroes bidden mensen tot de Dalai Lama, die wordt gezien als de belichaming van een godheid. Ook onzichtbare wezens (boddisatva’s) uit ander sferen kunnen helpen. Hier zien we de occulte wereld naar voren komen. In deze stroming wordt er naar gestreefd zelf een goeroe te worden, die anderen helpt. Daarin wordt de leer van Boeddha in een persoon verwerkelijkt en kan deze stroming als een weg van zelfverwerkelijking worden gezien. In tegenstelling hiermee gaat het in de eerste stroming erom op te gaan in het nirwana en er dan niet meer voor anderen te kunnen zijn Interessant is, dat we in het christendom een zekere parallel vinden. De Joden moesten de wet houden (gerechtigheid door werken), maar in het christendom ontstaat verlossing door de hulp van een Verlosser.

Tantra-yana ontstond ongeveer 500 na Christus. Het is een snellere weg door niet alleen goeroes en onzichtbare wezens aan te roepen, maar door een absolute identificatie met deze geestelijke wezens zelf, en zo een goddelijk wezen te worden. Daarom kan deze stroming een weg der zelfvergoddelijking worden genoemd. De Dalai Lama wordt bijvoorbeeld als een belichaming van de Boeddha van het mededogen, of van kalachakra (kala =tijd; chakra = wiel) gezien. Door meditatie kan de kracht van die wezens ontvangen worden en zo invloed uitgeoefend worden in de wereld. De machtsaspiraties van het Tibetaanse boeddhisme vinden we in de tantra-yana het duidelijkst. Macht naar binnen en macht naar buiten.

De reden van de opkomst van de latere stromingen heeft te maken met de morele degeneratie van de mensheid, die de strenge leer van de Boeddha niet meer kan uitvoeren. Daarom is de hulp van geestelijke wezens nodig. Bovendien wordt in tantra alles van deze wereld, dus ook seksualiteit, gebruikt als middel op de weg naar verlossing. Wat oorspronkelijk verboden was, wordt opeens geaccepteerd als een weg naar de verlossing. Hier is de samenhang met new age, waar men genotsmiddelen, alcohol, drugs niet per se afwijst, het duidelijkste herkenbaar. Rituele seksualiteit is in tantra een krachtsmiddel op weg naar de verlichting.

In Gen. 3:4-7 staat: “De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven (1) , maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden (2), en gij als God zult zijn (3), kennende goed en kwaad (4). En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden (5), en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at”.

(ad 1) In de oosterse religies is de leer van reïncarnatie een uitdrukking van de uiting van de slang: “Gij zult geenszins sterven”. Ik had destijds een goeroe. Toen ik hem leerde kennen was hij meer dan 80 jaar oud. Hij stierf een paar jaar later. Toen ik na ruim 7 jaar weer naar het huis van mijn goeroe in Dharmsala (Noord-India) kwam, ontmoette ik daar een kleine jongen van 4 jaar oud. Hij was volgens de boeddhisten de reïncarnatie van de oude goeroe. Hiertoe hadden geesten door een medium aanwijzingen gegeven over zijn geboorteplaats. Toen is een delegatie van lama’s naar deze plaats gereisd en vond deze jongen. De driejarige werd getest: uit meerdere voorwerpen, die hem getoond werden, moest hij die voorwerpen uitkiezen, die van de oude goeroe waren geweest. En hij koos de juiste voorwerpen uit. Dit zou (ook voor mensen uit new age) een bewijs voor het bestaan van reïncarnatie zijn. Maar is dat een bewijs? Voor geesten is het kinderspel een klein kind te bewegen bepaalde (juiste) voorwerpen uit te kiezen.

Toen ik een keer de kleine “incarnatie” van de goeroe bezocht, had ik tegelijkertijd de gelegenheid het gebalsemde lichaam van de overleden leermeester te bezichtigen. Toen ik samen met mijn vrouw in de kamer voor het in een vitrine zittende lichaam ging zitten, merkte ik een geest in de ruimte. Terwijl ik mediteerde en een soort telepathische communicatie met de geest (ik dacht: de geest van de goeroe) opnam, ervoer ik een luide stem die zei: “Go your own way”. Voor mij was dat het begin van de weg, weg van Boeddha, naar Christus toe.

(ad 2) Een andere methode van new age is visualiseren. Men probeert dingen (met kleur, vorm, etc.) voor het innerlijk oog voor te stellen. De Dalai Lama heeft de leer van de kalachakra, die rond het jaar 1000 na Christus is ontstaan, naar voren gebracht. Het is de jongste tantravorm en de grootste van alle tantra’s, zegt hij. De Dalai Lama heeft in Graz mensen daarover ingewijd. Er vindt overdracht vanuit ander sferen plaats en mensen worden uitgenodigd in deze andere sfeer over te gaan. Een uitdrukking van deze andere sfeer is een mandala. In Duitsland worden veel mandala’s getekend op scholen, bejaardenhuizen, etc.. Dit heeft als achtergrond het Tibetaanse boeddhisme. Men moet zich op een middelpunt concentreren. Het middelpunt van een mandala is een deur naar een andere realiteit, waar de ontmoeting met de centrale godheid (in dit geval kalachakra) plaats kan vinden. De ceremonie duurde 11 dagen, waarvan 2 dagen met publiek erbij. De geestelijke ogen worden geopend voor de geheimen van een andere werkelijkheid. Hier gebeurt iets geheimzinnigs, iets wat vergeleken kan worden met de uiting van de slang: uw ogen zullen geopend worden.

(ad 3) Het doel van de meditatiepraktijk van de kalachakra-tantra is de identificatie met de godheid Kalachakra. Daardoor wordt goddelijke kracht (eigenlijk de kracht van een Boeddha) ontwikkeld. De slang zegt: “Gij zult zijn als God”. Dat wordt in tantrapraktijken tot uitdrukking gebracht.

(ad 4) Verder wordt het goede en het kwade met elkaar verweven waarbij het “kennen van goed en kwaad,” zoals de slang het uitdrukt hier misschien haar diepere bedoeling vindt. Kalachakra heeft 4 gezichten, waarvan 2 vol vrede en 2 vol woede. Vrede en toorn worden hier met elkaar versmolten in een eenheid van verlichte kracht. Het gaat zelfs nog verder dan yin en yang, waarbij het donkere en lichte deel zich nog van elkaar onderscheiden zijn. In tantra gaat het niet om bevrijding van het boze. Het gaat om de ontdekking van de verlichte energie achter het boze. Precies zo moet ook de verlichte energie achter het goede of het vredige ontdekt worden. Uiteindelijk is er geen verschil tussen goed en kwaad. 1 Joh. 1:5 zegt echter heel wat anders: “God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis”.

Wat dus duisternis is, hoort niet in de gemeente, hoort niet in de stad van God. Daarom moeten wij het verkeerde belijden en wegdoen. De boeddhist zegt echter dat we het kwade als goed moeten leren zien. Alles is kracht, en dat is neutraal. Ik moet dus alle kwaliteiten, of ze nu goed of slecht zijn, in mij tot uitdrukking brengen, want dan kom ik tot de volkomenheid van mijn kracht.

(ad 5) In het verhaal in Gen. 3 verleidt de satan de vrouw met de vrucht van de boom die begeerlijk was om daardoor verstandig te worden. Hier kan een intuïtieve wijsheid aangesproken zijn, die onverwachts een diep inzicht in de achtergronden van het zijn kunnen geven, een inzicht wat met een ervaring van eenheid gepaard kan gaan. In het boeddhisme mediteert men o.a. om deze wijsheid te ontvangen. Bij dit ontvangen verwacht de mediterende dat, terwijl hij passief afwacht, deze wijsheid over hem komt. Deze manier van ’ontvangen’ is vandaag de dag in.

We zien ook in deze tijd dat christenen zich op verschillende manieren openen voor God. Ze lopen daarbij het gevaar zichzelf passief over te geven in de hoop een bepaalde goddelijke ervaring te beleven. In de Bijbel wordt echter duidelijk gemaakt, dat we niet passief mogen zijn, maar heel actief in de geest, ook in het gebed. De geest van new age en boeddhisme kruipt, sluipt op deze manier hier en daar de gemeente binnen. Daarom zijn geestelijke muren zo van belang, dus onderscheiding van geesten is zeer belangrijk. In Ef. 2: 2 en 3 staat: “Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees …”. Hier wordt duidelijk gemaakt dat er een onzichtbare wereld, de sfeer van de lucht, bestaat, die door de duivel met zijn demonen wordt bestuurd. Deze sfeer van de lucht bevindt zich tussen de aarde waar de mensen wonen, en de hemel waar God vertoeft. Vanuit de zienswijze van de Bijbel bezien, opent het boeddhisme de mens voor deze onzichtbare wereld, deze sfeer van de lucht. Boeddhisten zeggen echter dat Boeddha (=verlichtingstoestand, vrij van karma) boven alle wezens staat, dus ook boven God, mensen en andere geesten.

Acht vragen aan de Dalai Lama

Victor & Victoria Trimondi stellen op hun website http://www.trimondi.de/EN/deba03.html 8 vragen aan de Dalai Lama, juist over de ook door hem onderschreven kalachakra-tantra leer die nog niet beantwoord zijn. Zie ook http://www.trimondi.de/deba.ne.html begin citaat:

Trimondi Online Magazin

Kritisch Forum Kalachakra

De familie van demonische slangen

Acht vragen aan de 14e Dalai Lama over de Kalachakra Tantra

Gedurende meer dan 25 jaar zijn door de 14e dalai lama wereldwijd duizenden mensen in de hoogste niveaus van het Tibetaanse boeddhisme ingewijd. Aan de basis van die inwijding ligt een heilige tekst (“tantra”), de zogenaamde Kalachakra Tantra, waar de mythe van Shambala deel van uitmaakt.

“Kalachakra” (Sanskriet) betekent “wiel van de tijd”. De Kalachakra Tantra is de laatste tijd in toenemende mate aan kritiek onderhevig. In een dialectische maatschappij ligt het voor de hand dat de dalai lama zich persoonlijk met deze kritiek bezighoudt en de opgeworpen vragen beantwoordt. Dit om verkeerde interpretaties te corrigeren, of om openlijk de problematische inhoud van de Kalachakra Tantra te erkennen, dan wel zich er publiekelijk van te distantiëren. Daarom hebben we acht vragen aan de Tibetaanse Nobelprijswinnaar kort samengevat met aansluitend een uitgebreide toelichting:

  1. Dalai lama, waarom voorspelt en verheerlijkt de door u als “ritueel voor de wereldvrede” aangekondigde Kalachakra Tantra de “heilige (Shambala) oorlog” van boeddhisten tegen niet-boeddhisten?

  2. Dalai lama, waarom worden in de door u als “bijdrage aan de wereldoecumene en wereldethos” aangekondigde Kalachakra Tantra, de drie monotheïstische Semitische godsdiensten, in het bijzonder de islam, als “vijanden van de boeddhistische leer” aangevallen en wordt daarin tot een godsdienstoorlog tegen de islam opgeroepen?

  1. Dalai lama, waarom roept de Kalachakra Tantra op tot de aanstelling van een “Chakravartin” (wereldheerser) die een wereldwijde boeddhistische theocratie (Boeddhocratie) moet oprichten? Dit in strijd met uw voortdurende onderschrijving van de democratie.

  1. Dalai lama, waarom eisen de boeddhistische tantra teksten, in het bijzonder de Kalachakra Tantra, van de wijdelingen het uitvoeren van immorele en criminele handelingen zoals: doden, liegen, stelen en echtbreken? Dit in strijd met uw alom gerespecteerde sociaalethische standpunten.
  2. Dalai lama, waarom worden in tegenstelling tot uw voortdurende beweringen dat het Tibetaanse boeddhisme celibatair en vrouwvriendelijk zou zijn, in de hogere riten van de Kalachakra Tantra vrouwen seksueel-magisch en seksistisch gebruikt om spirituele, wereldse en patriarchale macht te verkrijgen?

  1. Dalai lama, waarom verbiedt u, hoewel u voortdurend het belang van de dialoog benadrukt, dat er over de geheime riten van de Kalachakra Tantra openlijk wordt gediscussieerd en dreigt u daarbij met “hellestraf” voor de overtreders?

  1. Dalai lama, waarom hebt u zulke nauwe contacten onderhouden met mensen uit het milieu van religieus fascisme en sekteterrorisme zoals Bruno Beger, Jean Marquès-Rivière, Miguel Serrano en Shoko Asahara, die zich door de inhoud van de Shambala mythe lieten inspireren voor hun visioenen en handelingen

  1. Dalai lama, waarom geeft u geen nauwkeurige uitleg van de problematische teksten van de Kalachakra Tantra, waardoor overduidelijk afstand genomen wordt van de krijgszuchtige, intolerante, seksistische en boeddhacratische uitspraken van de Tantra, ofwel waarom schrapt u deze passages niet uit de originele tekst?




1. Dalai lama, waarom voorspelt en verheerlijkt de door u als “ritueel voor de wereldvrede” aangekondigde Kalachakra Tantra een “heilige oorlog” (Shambala oorlog) van boeddhisten tegen niet-boeddhisten?

Dalai lama, u wordt over de hele wereld als grootste “boodschapper van de wereldvrede” vereerd, als degene die zich in vele publieke verklaringen tegen iedere gebruik van geweld heeft uitgesproken. De Kalachakra Tantra wordt door u als een “bijdrage tot de wereldvrede” gepresenteerd, maar deze is allesbehalve pacifistisch, want het voorspelt en eist ideologisch een bloedige godsdienstoorlog om de wereldheerschappij (Shambala mythe) tussen boeddhisten en niet-boeddhisten. De originele tekst beschrijft de boeddhistische oorlogsvoering als “genadeloos” en “gruwelijk”. Er staat: “De uiterst gewelddadige soldaten zullen de barbaarse horden neerslaan” en “elimineren”.(Shri Kalachakra I, 163-165). In meerdere strofes beschrijft de tekst de moordaardige superwapens die het boeddhistische leger tegen de “vijanden van de leer” inzet.(Shri Kalachakra I, 128-142). De historische Boeddha heeft oorlog in iedere vorm afgewezen. Voor hem bestond geen “gerechtvaardigde oorlog” en al helemaal geen “heilige oorlog”. Juist omdat het boeddhisme als een strikt afzien van iedere vorm van geweld wordt aangemerkt, vindt zij in het westen zoveel erkenning. Hoe verhouden de onmenselijke en oorlogszuchtige teksten van de Kalachakra Tantra zich tot de vredesvisie van het oorspronkelijke boeddhisme en uw eigen propageren van vrede? Waarom worden in het lamaïsme talrijke oorlogsgoden en oorlogshelden (Begtse, Mahakala, Gesar von Ling e.a.) vereerd? We treffen deze richtinggevende ideeën voor boeddhistische goddelijke strijders (Shambala krijgers) aan bij succesvolle Tibetaanse en westelijke vertegenwoordigers van het lamaïsme zoals lama Cheugyam Troengpa en lama Ole Nydahl, die een grof vijanddenken opbouwen en een militant boeddhisme preken. Wat onderneemt u tegen een dergelijke ontwikkeling onder uw eigen volgelingen? Hoe komt het dat de door u gemachtigde Kalachakra vertolker Alexander Berzin openlijk de principes van de islamitische jihad kan vergelijken met die van de Shambala oorlog?

2. Dalai lama, waarom worden in de door u als “bijdrage aan de wereldoecumene en wereldethos” aangekondigde Kalachakra Tantra, de drie monotheïstische Semitische godsdiensten, speciaal de islam, als “vijanden van de leer” aangevallen en tot een godsdienstoorlog tegen de islam opgeroepen?

Dalai lama, tolerantie is één van uw basis eisen, die u tot de beroemdste symboolfiguur van de interreligieuze dialoog heeft gemaakt. Toch staan talrijke teksten in het door u openlijk als “bijdrage tot de oecumene” voorgestelde Kalachakra Tantra ritueel haaks op de tolerantiegedachte. Daarin worden de hoofdvertegenwoordigers van de monotheïstische Semitische godsdiensten “Adam, Henoch, Abraham, Mozes, Jezus, Mani, Mohammed en de Mahdi” als de “familie van de demonische slangen” aangeduid, die met “tamas”, d.w.z. met eigenschappen van duisternis, bedrog en onwetendheid behept zijn (Shri Kalachakra I, 154). Een eschatologische godsdienstoorlog tegen het “barbaarse dharma”, in het bijzonder tegen de islam, moet volgens de Shambala profetie aan een wereldomvattende vestiging van de “boeddhistische dharma” (van het boeddhisme) voorafgaan. De oorspronkelijke tekst zegt, dat de “machtige, genadeloze afgod van de barbaren, de demonische incarnatie” - d.w.z. de islam – in Mekka leeft (Shri Kalachakra I, 154). Vindt u niet, dat in een tijd waarin godsdienstoorlogen en oorlog tegen de islam ronduit de wereldpolitiek bepalen, de in de Kalachakra Tantra beoogde oorlog tegen de islam de strijd van de culturen aanwakkert? In het tijdschrift News van 10 okt. 2002 zegt u: “De islam wil als wereldreligie gelden, maar baseert zich net als het christendom enkele honderden jaren geleden voornamelijk op agressie. Dat heeft met godsdienst niets van doen, maar alleen met macht. En dat was zeker niet de bedoeling van Mohammed. Godsdienst mag niet door macht geleid worden.” Stelt u zich met een dergelijke uitspraak niet in de traditie van de in de Kalachakra Tantra voorspelde Shambala oorlogen? Waarom verzwijgt u het agressieve potentieel, de boeddhocratische machtsvisies en de intolerantie in uw eigen lamaïstische religie? Dit ligt zeker niet in de lijn van uw godsdienststichter Boeddha Shakyamoeni. Godsdienst mag niet vanuit macht geleid worden. Waarom beveelt u als vredevorst een voorboeddhistische demon met de naam Palden Lhamo aan, die haar eigen zoon gevild heeft en zijn huid als zadel voor haar muildier gebruikt, omdat hij weigerde het boeddhistische geloof aan te nemen? Gelooft u dat dergelijke schrikbeelden de tolerantiegedachten en de eigen tolerantie kunnen bevorderen? Hoe komt het dat een traditionele geloofsrichting van het Tibetaanse boeddhisme, zoals de Dorje Shugden school, waartoe u vroeger zelf behoorde, u de grootste intolerantie en vervolging van religieuze minderheden verwijt?

3. Dalai lama, waarom roept de Kalachakra Tantra op tot de aanstelling van een “chakravartin” (wereldheerser) die een wereldwijde boeddhistische theocratie (boeddhocratie) moet oprichten? Dit in strijd met uw voortdurende onderschrijving van de democratie.

Het Kalachakra Tantra bevat de boeddhocratische staatsleer van de chakravartin, een “wereldheerser”. In de originele tekst staat te lezen:
“Aan het eind der tijden zal de chakravartin uit de godenstad bovenop de berg Kailash verschijnen. Hij zal met zijn eigen leger, dat uit vier divisies bestaat, in een veldslag die barbaren neerslaan in alle delen van de aardbol.” (Shri Kalachakra I, 161). Een chakravartin wordt volgens Indische traditie beschouwd als absolutistische priesterkoning, een theocraat, die de religieuze, politieke, juridische en militaire macht in één persoon verenigt. Burgerlijke scheiding der machten en democratie zijn in deze uit de 10e eeuw stammende politieke theologie en daarmede ook in de Kalachakra visie volledig onbekend. Boeddha Shakyamoeni daarentegen wees wereldheerschappij af. Toen hij voor de keuze gesteld werd, een chakravartin of een boeddha te worden, koos hij nadrukkelijk voor de weg van boeddha, d.w.z. de weg van verlichting en wees die van chakravartin ondubbelzinnig af. Waarom voert u dan al meer dan dertig jaar over de hele wereld de Kalachakra rituelen door, waarin een wereldboeddhocratie met een absolutistische regent aan het hoofd als maatschappijmodel voor onze planeet nagestreefd wordt? En dat terwijl u naar buiten de democratie onderschrijft! Waarom ondersteunt u met een voorwoord het boeddhocratische wereldontwerp van de Amerikaanse tibetoloog Robert A. Thurman in zijn boek “Innerlijke revolutie”? Waarom gebruikt u als basis voor uw politieke beslissingen een menselijk staatsorakel (Nechung), dat door een Mongoolse oorlogsgod (Pihar) bezeten is en niet de voor iedere democratie gebruikelijke processen van politieke besluitvorming?

4. Dalai lama, waarom eisen de boeddhistische Tantra teksten, in het bijzonder ook de Kalachakra Tantra, van de inwijdelingen het uitvoeren van immorele en criminele handelingen zoals: doden, liegen, stelen en echtbreken? Dit in strijd met uw alom gerespecteerde sociaalethische standpunten.

In de geheime acht hoogste inwijdingen van het Kalachakra Tantra moet de wijdeling door extreme mentale en fysieke “oefeningen” in een toestand “aan gene zijde van goed en kwaad” verplaatst worden. De originele tekst eist van hem daarom de volgende “wandaden” en “misdrijven”: doden, liegen, stelen, het huwelijk verbreken en alcohol drinken. Zelfs u legitimeert het, dat een Kalachakra ingewijde – onder bepaalde omstandigheden – mensen doodt, “die de [boeddhistische] leer schade berokkenen” of “zich gereedmaken om afschuwelijke en rampzalige handelingen te begaan.” (Dalai lama – dt. Kalachakra Tantra – Berlijn 2002, p. 365) Ook wanneer u eist, dat de in veel tantrische teksten onder bepaalde omstandigheden geëiste dodingen uit “medegevoel” moeten gebeuren, weerspreekt u daarmee het in het oorspronkelijke boeddhisme vast verankerde strikte verbod te doden. In de Tibetaanse geschiedenis hebben de “dodingen uit medegevoel” als legitimatie tot liquidatie van politieke tegenstanders grote betekenis gehad en bloedige sporen achtergelaten. Ethisch verwerpelijk vindt men in het Westen ook het ritueel nuttigen van mensenvlees, zoals dat letterlijk in de Kalachakra Tantra is voorgeschreven.

5. Dalai lama, waarom worden in tegenstelling tot uw voortdurende beweringen, dat het Tibetaanse boeddhisme celibatair en vrouwvriendelijk zou zijn, in de hogere riten van de Kalachakra Tantra vrouwen seksueel-magisch en seksistisch gebruikt om spirituele, wereldse en patriarchale macht te verkrijgen?

In de hoogste geheime inwijdingen van de Kalachakra Tantra worden seksueel-magische riten gebruikt, met als doel “seksualiteit in wereldse en spirituele macht te transformeren”. Volgens de originele tekst representeren de daarbij gebruikte vrouwen bepaalde vormen van energie, waarbij de leeftijd een belangrijke rol speelt. Men begint met 11-jarige meisjes. In de 8e tot 11e inwijdingsfase van de Kalachakra Tantra wordt slechts met één vrouw seksueel magisch geëxperimenteerd, in de 12e tot 15e inwijdingsfase, de zogenaamde ganachakra, nemen naast de meester en de initiant in totaal 10 vrouwen aan het ritueel deel. Het is de plicht van de leerling de vrouwen als geschenk aan zijn lama aan te bieden. Vrouwen dienen in de Kalachakra louter als “energiedonoren” voor de mannelijke deelnemers en spelen na de beëindiging van het ritueel geen rol meer. Hoe zijn zulke praktijken te rijmen met de meermaals door u onderschreven mensenrechten, die beide geslachten gelijke rechten garanderen? De geheimhouding van de seksuele magie in de hogere inwijdingen van de Kalachakra Tantra heeft tot wilde speculaties en vermoedens geleid. Waarom geeft u de discussie hierover niet vrij, maar beweert u in het openbaar dat het Tibetaanse boeddhisme een celibataire religie is die voor monniken geslachtsverkeer tussen man en vrouw principieel afwijst?

6. Dalai lama, waarom verbiedt u, hoewel u voortdurend het belang van de dialoog benadrukt, dat er over de geheime riten van de Kalachakra Tantra openlijk wordt gediscussieerd en dreigt u daarbij met “hellestraf” voor de overtreders?

Dalai lama, u schrijft zelf, dat het ingewijden in de hogere fasen van de Kalachakra Tantra bij hellestraf verboden is, over de geheime inhoud van de rituelen te spreken. In dit verband dreigt u in een commentaar van de Kalachakra een leerling: “Wat ik je opdraag, dat moet je doen. Je moet mij niet geringschatten, en als je dat toch doet, zal de tijd van de dood komen, zonder dat de angst van je zal wijken, en je zult in een hel vallen.” (Dalai lama – dt. Kalachakra Tantra – Berlijn 2002, p. 251) De historische Boeddha verlangde echter, niets te geloven, maar alles door eigen ervaring en volgens de wetten van het verstand te beproeven. (Angoetara Nikaya I, 174). Dat is een uitspraak die u ook herhaaldelijk doet. Waarom verbiedt u dan een openlijk debat over de geheimen van de Kalachakra Tantra? Waarom geeft u geen openheid van zaken door ze publiek te maken en bevordert u dus het occultisme?

7. Dalai lama, waarom hebt u zulke nauwe contacten onderhouden met mensen uit het milieu van religieus fascisme en sekteterrorisme zoals Bruno Beger, Jean Marquès-Rivière, Miguel Serrano en Shoko Asahara, die zich door de inhoud van de Shambala mythe lieten inspireren voor hun visioenen en handelingen

U hebt meermaals beklemtoond, dat de grondbeginselen van het mahayana-boeddhisme heel goed sporen met westerse opvattingen over democratie en het mensenrechtenverdrag. Maar bij een letterlijke uitleg gaat dit niet op voor talrijke onderdelen van het tantrische boeddhisme, dat de kern van de Tibetaanse religie vormt. Zo is het een feit, dat de in de Kalachakra Tantra geïntegreerde Shambala mythe tot agressief gedrag, megalomane visioenen en samenzweringstheorieën geleid heeft, zowel in de geschiedenis van Aziatische volken, alsook in het religieuze fascisme en neofascisme. Reeds in de SS-Ahnenerbe, de ideologische smidse van Heinrich Himmler, bestond interesse voor de Kalachakra Tantra en de invloedrijke fascistische cultuurfilosoof Julius Evola zag in het mythische shambala rijk het esoterische centrum van een sacrale krijgerskaste. Dit visioen ligt tot op vandaag vast verankerd in de ideeënwereld van het internationale rechts-extremisme. Alleen dit maakt het al noodzakelijk om zich duidelijk en ondubbelzinnig van de oorlogszuchtige Shambala mythe te distantiëren en dit als tekst te verbieden. Daarentegen hebt u vriendschappelijke contacten onderhouden met lieden uit fascistische milieus zoals de voormalige SS-er Bruno Beger (veroordeeld wegens medeplichtigheid in 86 gevallen van moord), de SS collaborateur, belangrijk oriëntalist en tantradeskundige Jean Marquès-Rivière (die bij afwezigheid wegens uitlevering van Joden en vrijmetselaars aan de Gestapo in Frankrijk ter dood werd veroordeeld), de stichter van het “esoterisch hitlerdom” en voormalige Chileense ambassadeur Miguel Serrano (hoofdtheoreticus van het SS mysticisme) en de Japanse terrorist en Hitler-vereerder Shoko Asahara.

Omdat de Kalachakra Tantra zich richt tegen alle godsdiensten van Semitische oorsprong, kan het heel makkelijk voor rechts-radicale antisemitische kringen als racistische propaganda dienen en werd daar ook al voor benut.

8. Dalai lama, waarom geeft u geen nauwkeurige uitleg van de problematische teksten van de Kalachakra Tantra, waardoor overduidelijk afstand genomen wordt van de krijgszuchtige, intolerante, seksistische en boeddhocratische uitspraken van de Tantra, ofwel waarom schrapt u deze passages niet uit de originele tekst?

Tot nu hebt u nog geen duidelijke uitleg van de Kalachakra Tantra gegeven, die zich van het geweldspotentieel in de tekst distantieert. Op de vraag, in hoeverre een uitleg van oude teksten überhaupt mogelijk is, geeft u tegenstrijdige antwoorden. Enerzijds zegt u: “Zelfs de woorden van Boeddha moeten aan een kritisch onderzoek onderworpen worden. Zo behoren enkele van zijn uitspraken niet letterlijk, maar op een andere wijze geïnterpreteerd te worden. We hebben de vrijheid, bepaalde uitspraken niet simpelweg te accepteren, maar ze onder bepaalde omstandigheden in een nieuw licht te stellen.” (Dalai lama – “Augen der Weisheit” – Freiburg 2002, 178). Anderzijds spreekt uw volgende uitspraak dit tegen: “De tantra’s en soetra’s zijn het uiteindelijke gezag, niet wij. Indien daarin een schriftverwijzing staat, bestaat er voor ons geen noodzaak daar afstand van te nemen en aan te nemen dat de Boeddha een analogie met de westerse religie of wetenschap in gedachte gehad zou hebben.” (in: The Berzin Archives – Kalachakra Teachings HHDL 2. htm). Waarom is er tot nu toe geen volledige, correcte en becommentarieerde vertaling van de Kalachakra Tantra in een westerse taal beschikbaar gemaakt, hoewel u al tienduizenden westerlingen in dit ritueel hebt ingewijd?

(einde citaat)

Vraag drie gaat het over de Boeddha, de wereldheerser of chakravartin Is de komende wereldheerser, de chakravartin, de antichrist, al op de wereld? Als we het bericht in de Volkskrant van 13 november 2008 mogen geloven, wel. In Nepal zijn duizenden gelovigen naar een afgelegen jungle getrokken om een mysterieuze jongen te bezoeken, van wie zij geloven dat het de reïncarnatie is van Boeddha. De jongen kwam maandag tevoorschijn uit de jungle nabij Ratanpuri, een dorp zo’n 150 kilometer ten zuidoosten van de Nepalese hoofdstad Kathmandu, nadat hij een ruim jaar vermist was geweest. De nu 18-jarige Ram Bamjon kwam eerder in het nieuws toen hij in 2005 tien maanden lang in lotushouding en met gesloten ogen onder een boom mediteerde zonder dat hij water of voedsel tot zich nam, aldus lokale berichten. Ook toen werd hij bezocht door tienduizenden gelovigen. Begin 2006 verdween Bamjon – die ook wel Little Buddha wordt genoemd – voor het eerst in de jungle, om slechts enkele keren weer te verschijnen. In december 2006 verklaarde hij dat hij negen maanden in het bos had geleefd op ‘kruiden’. Hij was toen sterk vermagerd en droeg een zwaard bij zich om zichzelf te ‘beschermen’. Het nieuws over de terugkeer van de Boeddha-jongen bracht direct duizenden gelovigen op de been. Sommigen kwamen zelfs lopend uit buurland India om hem te zien. Bamjon sprak dinsdag voor het eerst met zijn volgelingen, en zal dat elke dag een paar uur doen voordat hij weer terugkeert naar de jungle, zei een lokale politieagent tegen persbureau AP. De jongen draagt volgens ooggetuigen inmiddels haar tot op zijn schouders en gaat gekleed in een wit laken. Hij zou er gezond uitzien en spreekt over vrede en het tegengaan van discriminatie. Boeddhistische autoriteiten hebben Bamjon niet formeel bestempeld als reïncarnatie van Boeddha. Priesters zijn verdeeld over zijn status, omdat zij de jongen niet goed ‘onderzocht’ zouden kunnen hebben. ‘Mediteren zonder voedsel bewijst niet dat je de reïncarnatie bent van Boeddha. We moeten nog veel meer studie verrichten’, aldus een boeddhismespecialist in Kathmandu. Boeddha werd omstreeks 500 voor Christus geboren als prins Siddhartha Gautama in het Nepalese dorp Lumbini. Boeddhisten geloven sterk in reïncarnatie en gaan er dus van uit dat een ziel na de dood telkens herboren wordt in een nieuw lichaam. Boeddha zelf vormt daar volgens de meeste boeddhisten een uitzondering op, omdat hij het stadium van ‘verlichting’ zou hebben bereikt, het ultieme doel van boeddhisme waarin iemand geen lijden meer ervaart en niet meer wedergeboren wordt. Desondanks trekt de jonge Bamjon duizenden mensen die toch geloven dat hij een reïncarnatie van Boeddha is. Wereldwijd zijn er ongeveer 325 miljoen boeddhisten, de meesten van hen wonen in Azië.

Tibetaans boeddhisme als ‘levenstijl’

Martin Kamphuis zegt dat de dalai lama heel sympathiek en tolerant naar anderen overkomt, zijn goedlachse gezicht is echter een facade,zegt hij. De dalai lama is een kameleon,waar nodig past hij zich aan. Zijn wereldvrede is een boeddhistische vrede,waarin uiteindelijk geen plaats is voor andersgelovigen. De aandacht voor het boeddhisme is enorm toegenomen. Velen noemen zich geen boeddhist , maar voor hen is het een levensstijl. De methoden en spirituele achtergronden spreken hen aan. De meditatie, rituelen,mandala’s spreken hen aan.. Vooral de Tibetaanse boeddhisten houden zich bezig met mandala’s Het doel van een mandala, dit zijn concentrische cirkels en tekeningen, is om via meditatie in een andere wereld terecht te komen,Ook worden ze gebruikt om een geestelijke claim te leggen op een gebied, zoals dat bijvoorbeeld gebeurde in 2005 waar een zandmandala gemaakt werd door Tibetaanse monniken in de Onze-Lieve-Vrouwe Toren te Amersfoort. In Deut. 32: 15-17 staat: “Toen werd Jessurun (=Israël) vet, en sloeg achteruit, vet werd gij, dik en vet gemest, en hij verwierp God, die hem gemaakt had, hij minachtte de Rots van zijn heil. Zij verwekten Hem tot na-ijver door vreemde goden, met gruwelen krenkten zij Hem; zij offerden aan de boze geesten, die geen goden (anti-goden, niet-goden) zijn, aan goden, die zij niet hebben gekend, nieuwe goden, die kort tevoren opgekomen waren”. En in vers 21a staat: “Zij verwekten Mij tot na-ijver door wat geen god is, zij krenkten Mij met hun ijdelheden.” We zien dit ook als een beeld van de geestelijke situatie van de gemeente, die wordt belaagd door new age. In onze tijd hebben we hier in het Westen alles. We lopen het gevaar, geestelijk gezien, ook vet, dik en vet gemest te zijn en onbekende godheden welkom te heten. Paulus moest de Galaten oproepen zich vast te houden aan de enige weg tot God: “O, onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd, wie Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen geschilderd is?” (Gal. 3:1). En in Gal. 4: 8-11 is te lezen: “Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn. Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van meet aan dienstbaar wilt maken? Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar. Ik vrees, dat ik mij wellicht tevergeefs voor u ingespannen heb”. Dat is de realiteit van de gemeente van God, als we ons laten misleiden door leugens van satan, en laten we langzamerhand elementen van new age en boeddhisme in ons denken toe. Blijf je aan Jezus vasthouden en meebouwen aan de muren van de gemeente. Dan zal in de gemeente, de stad van God, het licht van God pas echt gezien worden.

Tenslotte

Boeddhisme en christendom beginnen met dezelfde vraag: Waarom is er zoveel pijn, zoveel ellende, zoveel oorlog in de wereld? En beiden pogen op die vraag een antwoord te geven. Het boeddhisme zoekt de oplossing in de vereniging met het hoogste wezen door middel van meditatie. Het christendom kondigt al op de eerste bladzijden van de Bijbel over de zonde van Adam en Eva de verlossing aan". Voor het boeddhisme is de stoffelijke wereld niet goed, maar ze is juist de oorzaak van leed en kwaad. De wereld op zich is slecht en het heeft dan ook geen zin om haar te verbeteren. Geest en materie staan eigenlijk lijnrecht tegenover elkaar en er is geen sprake van samengaan in eenheid of harmonie. Het boeddhisme beschouwt de stoffelijke wereld als datgene waarvan we ons moeten bevrijden. We lijden onder alles wat stoffelijk is en dit kwaad moeten we met onze geest proberen te overwinnen. Het kwaad van de materie is op zich niet te begrijpen. Alleen het geestelijke in ons, onze geest dus, is goed en waardig. Het joods-christelijke geloof is gebaseerd op openbaring. Deze komt van buiten, dat wil zeggen van God, van de Schepper. God spreekt tot de wereld door mensen die Hij op een bijzondere manier roept en zijn Woord ingeeft om dat door te geven. Het is een historische en profetische religie die gegroeid is door de eeuwen heen. Met de tijd heeft God steeds meer over Zichzelf en over Zijn heilsplan geopenbaard. Zo ontdekken wij dat God door Zijn heilsplan de mens wil redden van de zonde. Deze redding is iets dat ons wordt aangereikt. Het heil komt van buiten de schepping, van buiten de mens, het komt van God. God komt zelfs op aarde in de persoon van Jezus Christus om de wereld te verlossen. Christus is onze Verlosser. Ieder mens is vrij deze redding, die ons de liefde van God laat zien, aan te nemen of niet. Volgens het boeddhisme kan het heil alleen van binnenuit komen. Iedereen moet zichzelf bevrijden. Iedereen is zijn eigen verlosser. Iedereen moet door zijn meditatie en door innerlijk af te sterven, door zich af te wenden van alles wat stoffelijk is, zichzelf verlossen. Eigenlijk is iedereen alleen: op zichzelf aangewezen en verantwoordelijk voor zijn eigen lot. Het heil is iets persoonlijks, iets individueels. Voortgang is alleen door eigen initiatief mogelijk: door aan zichzelf te werken, door eigen moeite en zelfbeheersing. Door ons christelijk geloof weten we echter dat Jezus alles voor ons gedaan heeft door aan het Kruis te sterven. Wij hoeven alleen Zijn redding aan te nemen, om met Hem te verrijzen tot het nieuwe leven.

Fragmenten/ notes uit:

Lezing door Martin (en Elke) Kamphuis op de bijeenkomst van de interkerkelijke werkgroep Bijbel of New Age op 25-01-2003

Boeddhajongen uit jungle trekt duizenden gelovigen, een bericht in de Volkskrant van 13 november 2008 http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel/kn1831t.htm

Wereldvrede zonder plaats voor andersgelovigen Nederlands Dagblad 28-1-2009

“Weg van Boeddha”. Het is het persoonlijke verhaal van Martin en Elke, hoe Martin boeddhist werd en als boeddhist leefde, hoe Elke in de New Age verstrikt was en hoe zij uiteindelijk samen, tijdens een wereldreis in Australië tot het geloof in Jezus Christus kwamen. ISBN 90-338-1365-3 Ark Boeken 2001. Nog verkrijgbaar via http://bijbelofnewage.info

"Buddhismus auf dem Weg zur Macht?". Het tweede boek van Martin. Het handelt over de machtsaspiraties van het Tibetaanse boeddhisme en over de verbanden tussen het boeddhisme en de New Age -beweging. ISBN 3-9808634-0-9 Leuchtturm Verlag 2002. Er is nog geen Nederlandse vertaling.

Martin wijst nog op 2 boeken van de Trimondi’s, getiteld: "Der SCHATTEN des DALAI LAMA" en "Hitler, Boeddha, Krishna, eine unheilige Allianz vom dritten Reich bis heute”. Het zijn omvangrijke en diepgaande studies, die ook integraal op het internet te vinden zijn.

Weblinks: Martin en Elke Kamphuis: gateway-ev.de


 








 

 


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Eigentijds occultisme