Ziek van de kinderwens

 

Ziek van de kinderwens

Verlangen naar kinderen, maar ze niet kunnen krijgen. Het overkomt talloze paren. De medische wereld biedt mogelijkheden. Wat begint met een onderzoekje bij de gynaecoloog kan uitlopen op een jarenlange tocht door het medisch circuit. Grenzen kunnen vervagen, gezonde mensen verworden tot chronisch zieken. Ziek van de kinderwens.

Door René Fransen

“Ik ben zelf al 4 jaar geleden gestopt met de pil, vervolgens ben ik na ongeveer een jaar naar de huisarts gegaan na zo'n half jaar temperaturen werd ik doorgestuurd naar het ziekenhuis. Ja en dan begint de ellende, al die onderzoeken en een jaar later krijg je te horen dat je eileiders dichtzitten, en dat een operatie dit niet meer kan verhelpen, de enige mogelijkheid is nog ivf. Dan stort je wereldje toch wel even in, want je verwachtniet dat ‘dat’ jou zal overkomen.”*

Ondanks alle veranderingen in de maatschappij verlangen veel mensen uiteindelijk toch naar het traditionele ‘huisje-boompje-beestje’. Kinderen horen daar ook bij. Maar die komen niet altijd spontaan en zeker niet op het moment dat ze ‘gepland’ zijn. Volgens de Nederlandse vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie bezoekt een kwart van alle paren met een kinderwens op enig moment de huisarts, omdat het niet lukt. Ongeveer vijftien procent wordt doorverwezen naar een gynaecoloog voor verdere diagnose en eventueel een behandeling. Uiteindelijk zal minder dan vijf procent van alle paren ongewenst kinderloos blijven.

“Kinderen willen, maar ze niet kunnen krijgen, is een van de ergste dingen die mensen kan overkomen”, weet prof. dr. Didi Braat. Sinds vorig jaar is zij hoogleraarvoortplantingsgeneeskunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Ze werkt al jaren als gynaecoloog in het Universitair Medisch Centrum Nijmegen. “Ik noem het daarom een ziekte tussen aanhalingstekens, want mensen kunnen er echt ziek van worden.” Hoe ziek, dat blijkt uit een rapport van het Rathenau-instituut, een instelling die in opdracht van de overheid de gevolgen van medische en technische vernieuwingen voor de maatschappij onderzoekt. Het instituut bracht in 2001 een serie van drie rapporten uit, waarin verschillende kanten werden belicht van de moderne voortplantingsgeneeskunde. Een studie, ‘De voortplanting verdeeld’, probeert een analyse te maken van de gevolgen voor de patiënt, de vrouw die zwanger wil raken. Het beeld dat uit dit rapport naar boven komt is niet altijd even fraai. Huisartsen en gynaecologen gaan er zonder meer vanuit dat paren die zich melden met de mededeling dat kinderen krijgen niet spontaan lukt het medische traject in willen. De spuiten met hormonen liggen al klaar. Communicatie verloopt stroef, de arts heeft weinig tijd en een volle wachtkamer, het probleem lijkt zo duidelijk en de behandelprotocollen zijn dat ook. Dus moeten de vrouwen hormonen slikken, snuiven of spuiten, geslachtsgemeenschap hebben op de ‘juiste’ tijd en niet eerder of later, zich laten insemineren en als dat allemaal niet werkt, door naar de ‘reageerbuisbevruchting’ (in vitro fertilisatie, ivf). Nog meer hormonen, een uiterst pijnlijke punctie om eicellen te oogsten, de bevruchting en terugplaatsing en dan dagen van spanning, hoop, twijfel, vaak eindigend in teleurstelling. Maar niet getreurd, een nieuwe ronde is zo gestart. De hele behandeling is als een rijdende trein met alleen opstaphaltes. Uitstappen zonder kind is een heel moeilijk. De onderzoekers van het Rathenau-instituut spreken van ‘fundamentele weeffouten’ in de manier waarop artsen hun patiënten benaderen en behandelen. Gezonde vrouwen transformeren in chronisch zieken, van wie het leven is afgestemd op de soms dagelijkse gang naar de vruchtbaarheidskliniek. Door het gebruik van citaten uitgesprekken met patiënten wordt dat beeld nog eens onderstreept:

 

Lees verder: http://www.lindeboominstituut.nl/assetmanager.asp?aid=70

“Ik voel me niet serieus genomen. Vanaf het begin al tegenstrijdige berichten. Continu het gedoe en de wachttijden, je had nooit dezelfde persoon, je was gewoon een nummer. Het was allemaal heel erg onpersoonlijk." (pagina 115)

Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Christelijke medische ethiek