Techniek en ethiek in de gezondheidszorg

TECHNIEK EN ETHIEK IN DE GEZONDHEIDSZORG

Een christelijke beschouwing
Toespraak gehouden door dr.ir. H. Jochemsen, direkteur van het Prof. dr. Lindeboominstituut, op de lustrumdag van St. Promise.

1. De basis

De wereld is door God geschapen. Ook de mens. De mens is geschapen als man en vrouw in het Beeld van God, d.w.z. in de persoonlijke betrekking tot God. De mens kreeg de opdracht de aarde te bebouwen en te bewaren. Over de betekenis van deze woorden is veel gedacht en gezegd. Hoe men ze ook precies zou willen uitwerken, centraal staat mijns inziens de opdracht de schepselen te brengen tot hun bestemming. Dit houdt in elk geval in: de schepselen stellen in een betrekking tot God, de Schepper.

God heeft de wereld geschapen volgens bepaalde ordeningen. We kunnen ordeningen opmerken in de zichtbare wereld: ritme van dag en nacht, van de maan, van de zon en de seizoenen etc. Zo zijn er ook ordeningen in de onzichtbare wereld, morele en geestelijke ordeningen, die God in de schepping gelegd heeft. Na de zondeval heeft God die ordeningen in woorden uitgedrukt en aan de mensen gegeven. In het bijzonder de Tien Geboden zijn een door de historische context gevormde weergave van scheppingsordeningen van God.

 

In de paradijselijke situatie had de mens die geschreven wet niet nodig. Vanuit de innige betrekking met God herkende en leefde de mens die ordeningen als het ware spontaan. Door ongeloof en ongehoorzaamheid van de mens - de bijbel noemt -dat zonde - is de nauwe relatie met God ernstig verstoord, en ook de relaties tussen de mensen onderling en tussen de mens en de schepping. Door de zonde van de mens zijn ziekte, lijden, gebrek, honger en dood in het leven van de mens gekomen. De overtreding van de ordeningen van God leidde toen en leidt ook nu altijd nog tot verstoring van relaties en tot aantasting van het leven. Ook de schepping onderging de gevolgen van de val: de aarde en de schepselen kregen een weerbarstigheid die de mens met moeizame arbeid moet bedwingen om in zijn onderhoud te voorzien.

In de natuur, dat is de gevallen schepping, kan de mens hulpmiddelen vinden om ziekten tegen te gaan en zo mogelijk te genezen. Wel maakte God aan Zijn volk duidelijk dat genezing uiteindelijk van Hem zelf komt. "Ik de HERE ben uw Geneesheer". Bovendien belooft God Zijn volk dat het, als het leeft in gehoorzaamheid aan zijn aanwijzingen en inzettingen, van ziekten, onvruchtbaarheid, misoogsten, natuurrampen en vijanden weinig last zal hebben. Verbreking van het verbond daarentegen, zal juist al die dingen doen komen. We zien dus dat de Bijbel een duidelijke verband legt tussen het geestelijke en morele leven van het volk enerzijds en het voorkomen van ziekte en lijden anderzijds.

Om misverstanden te voorkomen voeg ik er onmiddellijk aan toe dat de Bijbel niet zonder meer een direct oorzakelijk verband legt tussen zonde en ziekte op het individuele vlak. Dat blijkt heel duidelijk uit de geschiedenis van Job. Ook de Here Jezus wijst een dergelijke redenering af bij de blindgeborene (Joh. 9). Wel zien we in het optreden van Jezus dat ziekte en genezing niet iets is van het lichamelijke alleen. Het gaat de Here Jezus om het behoud van de gehele mens. Dit houdt primair herstel in van de relatie met God. Van daaruit is er ook herstel van sociale relaties en van de lichamelijke gezondheid. (We zien dit bv. heel duidelijk bij de verlamde die door zijn vrienden bij Jezus werd gebracht, Die de verlamde eerst vergeving schonk en als bewijs daarvan genezing).

Christelijke en joodse barmhartigheid is in onze westerse cultuur een belangrijke inspiratie geweest voor de zorg voor de zieke, tot en met vandaag toe. De christenheid heeft in het algemeen de verzorging van zieken en het bestrijden van ziekte gezien als behorend tot het christelijke leven. Mogelijkheden die de natuur in zich bergt, kennis en vaardigheden van mensen werden daarbij aangewend. Door de opkomst van de moderne wetenschap en, hand in hand daarmee, de moderne techniek, zijn die kennis en die vaardigheden toegenomen. Eerst langzaam, maar allengs steeds sneller. Bij die opkomst van de moderne wetenschap en techniek is evenwel een principiele verandering gekomen in de relaties tussen mens en schepping, die vaak over het hoofd gezien wordt. Voor het verstaan van onze tijd en van onze geneeskunde en gezondheidszorg is inzicht in die verandering onontbeerlijk .

2. Moderne wetenschap en techniek.

Heel in het algemeen gesproken zou men kunnen zeggen dat "oude", klassieke wetenschap, bijvoorbeeld bij de Grieken, aan wie onze cultuur veel heeft ontleend, uitging van de ervaringen die in de ontmoetingen met de werkelijkheid werden opgedaan. De moderne wetenschap richt zich evenwel niet op de werkelijkheid zoals we die in het dagelijks leven ervaren en stelt niet de vraag naar oorsprong, zin en betekenis van de dingen. Zij reduceert datgene wat wordt onderzocht tot een object en stelt de vraag naar de materiele oorzaken van de dingen; zoekt naar relaties van oorzaak en gevolg en tracht die zoveel mogelijk te kwantificeren, dat wil zeggen uit te drukken in maat en getal.

De moderne wetenschap ziet af van de geestelijke dimensie van de schepping, van wat men wel bovennatuur noemt en tracht de werkelijkheid te verklaren "alsof God er niet is". Men noemt dit wel het methodisch atheisme van de wetenschap. Let wel, het gaat om een methodisch atheisme; dat wil niet zeggen dat iedereen die de wetenschap bedrijft ook atheist zou moeten zijn. Dit methodisch atheisme komt tot uiting in de methode van wetenschap, waarin abstractie in verschillende vormen een belangrijke rol speelt. Door de abstractie ziet de onderzoeker af van het concrete schepsel en van de verbanden waarin dit als schepsel staat; met name van de verbinding met de geestelijke wereld, met de Schepper wordt afgezien (vgl. b.v. Ps. 104, Hand. 17:28).

Het schepsel wordt tot voorwerp, tot object gemaakt, waarmee de wetenschappelijk onderzoeker in een subjekt-objekt verhouding treedt. Langs deze weg tracht de wetenschapper de verschijnselen te "verklaren" in relaties van oorzaak en gevolg op het materiele vlak. Het methodisch atheÔsme van de moderne wetenschap ontkent niet direct het bestaan van God en valt ook het geloof niet direct aan. Maar de wetenschap schetst een beeld van de werkelijkheid waarin God geen enkele rol speelt.
Hiermee hangt samen een ander kenmerk van de moderne wetenschap en techniek, nl. dat zij hoe langer hoe meer in het teken zijn komen te staan van de beheersing van het leven en de samenleving.

Waar het vertrouwen in de zorg en de leiding van God vermindert, stijgt de behoefte om zelf dit leven veilig te stellen. Of om het anders te zeggen: waar in een cultuur de ervaring steeds sterker wordt dat God zich als het ware terugtrekt, daar voelt de mens zich gedwongen meer en meer het leven in eigen hand te nemen. Het instrument daarbij was en is het wetenschappelijk-technische denken met zijn abstractie, objectivering en causaliteitsdenken. In de antieke wetenschap en in onze cultuur vÛÛr de opkomst van de moderne wetenschap was de relatie met de werkelijkheid er ÈÈn van respect. De subjekt-objekt relatie van de moderne wetenschap en techniek is een relatie van macht, van beheersing die ÈÈn of andere vorm van geweldpleging inhoudt. In dit opzicht kan een overeenkomst gezien worden tussen modern wetenschappelijk-technisch denken en de magie. Bij beide gaat het om de objectivering van krachten of machten die de mens dan tracht te beheersen en te sturen ten eigen behoeve.

3. Modern levensgevoel en gezondheidszorg.

Nu zou men kunnen veronderstellen dat het wetenschappelijke denken alleen wetenschapsbeoefenaars heeft beinvloed. Dit zou echter een misverstand zijn. Deze benadering van de werkelijkheid heeft zo'n invloed gehad op heel onze cultuur dat wij ons die allemaal tot op zekere hoogte hebben eigengemaakt. Daarom speelt God in het levensgevoel van de moderne mens geen rol in het praktische leven. Zodoende is de moderne wetenschap de belangrijkste oorzaak van de secularisatie van onze cultuur geworden. Heel onze samenleving heeft in belangrijke mate het mechanistische, technische wereldbeeld en mensbeeld van wetenschap en techniek overgenomen.

M. Schwarz, een wetenschappelijk onderzoeker op het gebied van technologie, cultuur en politiek schrijft in een boek over de technologische cultuur [1]: "Technologie is de dominante denkstijl van onze cultuur. Wij leven en denken technologie - in ons werk, in onze communicatie, in ons eten, in de gezond‚heidszorg, in het onderwijs, in de manier waarop wij de wereld vormgeven. Cultuur en technologie zijn niet meer te scheiden. Dat is de realiteit van de "technologische cultuur".
En even verder: "Technologie is meer dan een instrument; het is een milieu. Het technologisch denken beheerst onze visie: het kleurt onze perceptie van de problemen en overheerst de oplossingen die wij daarvoor construeren. In onze wereld is de technologische ontwikkeling de dominante factor geworden in ons denken en ons handelen".

Dit moderne wereldbeeld, zoals het onderwijs, de massamedia en de literatuur dat doorgeven (goede uitzonderingen daargelaten), wordt voorgesteld als waarheid i.p.v. als een model dat iets over bepaalde relaties in de werkelijkheid zegt; een model dat een zekere juistheid kan bevatten, maar geen waarheid. Waarheid bestaat niet buiten een relatie met God om, en moderne wetenschap kenmerkt zich nu juist door haar afgeslotenheid van de hemel. Het moderne mensbeeld betekent daarom dat er geen of slechts een uiterst vaag perspectief overblijft voor een leven dat uitgaat boven het aardse bestaan op zichzelf. Het hier en het nu wordt dan ook het ÈÈn en het al. Gezondheid, welstand en het zich welbevinden worden de hoogste waarden.

Dit leidt tot een op gemak en genot gerichte levensstijl. Daarbij dienen de geneeskunde en de gezondheidszorg iedere aantasting van de gezondheid teniet te doen of te voorkomen, zonder dat de levensstijl drastisch veranderd behoefte te worden. (Illustratief in dit verband is de wijze waarop onze samenleving als geheel heeft gereageerd op Aids. Deze epidemie heeft duidelijk een morele achtergrond, waarop men evenwel reageert met technische "oplossingen"). De ethicus J. Rolies meent dat gezondheid in zekere zin zelfs een nieuwe religie genoemd kan worden. Hij schrijft [2]: "In welke zin is gezondheid een religie geworden? Gezondheid is geworden tot inhoud van een collectief zingevingsysteem, dat het leven inzicht en uitzicht geeft, de gedragingen regelt en waarvan heil wordt verwacht".En even verder op dezelfde pagina: "Gezondheid een nieuwe religie? Wij kunnen gerust stellen dat in de functionele wereld waarin wij leven, waar God in de hemelen verzwonden is, waar de dood als het absolute einde ervaren wordt, zonder hoop op wederopstanding, heel wat mensen in de gezondheid zin en uitzicht gevonden hebben. De gezondheid is heilig, de artsen zijn de priesters van het lichamelijk welzijn, strijders tegen lijden en pijn, solidair in de strijd tegen de dood".

Met dit alles wil ik beslist niet ontkennen dat wetenschap en techniek, ook op het gebied van de gezondheidszorg grote materiele vooruitgang hebben teweeggebracht. De geneeskundige mogelijkheden tot voorkomen en behandelen van ziekten en handicaps en het verlichten van lijden zijn sterk toegenomen. Op zichzelf kunnen we daar dankbaar voor zijn. We kunnen in het geloof de mogelijkheden ook ervaren als zegen van God. Tegelijkertijd dienen we te beseffen dat door het wetenschappelijk-technische karakter van onze samenleving, de ware menselijkheid daaruit meer en meer wordt verdrongen. Om dit uit te leggen moet ik eerst wat meer over ethiek zeggen.

4. Ethiek.

Het woord ethiek is afgeleid van het Griekse woord ethos. Dit betekent oorspronkelijk woonoord, d.i. een plaats waar je kunt wonen, maar vervolgens ook gewoonte, gebruik, zede, dat wat behoort. Gewoonten en zeden betreffen heel het leven van de mens, heel zijn cultuur. Elke cultuur heeft haar eigen zeden en gewoonten. Elke cultuur hangt evenwel ook ten nauwste samen met een cultus, een eredienst aan een bepaalde geestelijke macht die in de betreffende cultuur als god wordt vereerd. Blijkens teksten als Deut. 4:19, DaniÎl 10:12-14,20,21, Micha 4:5 gaat het daarbij om geestelijke machten die onder de voorzienigheid van God een cultuur beheersen. Zeden en gewoonten in een cultuur hebben dus altijd op ÈÈn of andere wijze betrekking op de overheersende religie in die cultuur. Ethiek kunnen we dan ook zien als een weergave van het geheel van zeden en gebruiken, normen en waarden, die uitdrukking en vormgeving zijn van de betrekkingen die er in een bepaalde cultuur zijn met de geestelijke wereld. Geografische en klimatologische omstandigheden spelen hierbij uiteraard een rol, maar zijn m.i. niet bepalend.

Naarmate de betrekking tussen mensen in een bepaalde cultuur en samenleving en de geestelijke wereld nauwer is, behoeven de geldende gebruiken en normen minder te worden vastgelegd.
Daarom was er, zoals reeds gezegd, in het Paradijs geen geschreven wet nodig. De mens wist en deed als het ware "spontaan" wat God wilde, leefde met God. Na de zondeval werd een geschreven wet, waarin vastligt wat goed en kwaad is, steeds noodzakelijker. Alleen vanuit een betrekking met de Schepper kunnen de scheppingsordeningen ten volle herkend en geleefd worden.

Deze regel geldt in zijn algemeenheid ook voor de geschiedenis van onze westerse cultuur. Zonder dat de Europese cultuur ooit christelijk is geweest in de bijbelse zin van het woord, heeft het christendom toch een ontzaggelijke invloed op de cultuur gehad. De christelijke kerk heeft de westerse cultuur geestelijk en moreel fundament en samenhang gegeven. Verzwakking van de invloed van de kerk, alsmede aanvallen van andere godsdiensten en levensbeschouwingen maakten dat de leer en de normen meer moesten worden vastgelegd. Steeds meer moest de kerk de geloofsinhoud vastleggen in dogma's en voorschriften. Immers, de herkenning van de waarheid en van goed en kwaad, die het geloof meebrengt, wordt zwakker als het geloof, dat wil zeggen de betrekking met God in de Here Jezus Christus, verzwakt.

De verzwakking van de kerk in de Middeleeuwen gaf ruimte aan de opkomst van de moderne wetenschap en techniek, die, zoals we zagen, het christendom steeds meer ondermijnde en terugdrong. De verzwakking van het christendom betekende dat de aan de bijbel ontleende normen en waarden steeds minder aanvaard en als goed ervaren werden. Het godloze wereldbeeld van wetenschap en techniek heeft niet alleen het geloof in God tot een randverschijnsel gemaakt, maar tevens de bodem weggeslagen onder de traditionele, aan het christendom ontleende moraal. De fundamentele veranderingen in de moraal en de morele verwarring die daardoor is ontstaan en die wij nu beleven, hangen ten nauwste samen met de steeds dominerender rol van wetenschap en techniek in onze cultuur.

We moeten nog een stap verder. Wetenschap en techniek zijn tot pseudo-religie geworden in onze cultuur, tot de beheersende machten. Elke religie brengt haar eigen ethiek mee, zoals we zagen. Daarom gaat ook de vervanging van het christendom door wetenschap en techniek gepaard met fundamentele verschuivingen in de moraal. Christelijke waarden als barmhartigheid, zorg voor zieken en zwakken, waardering voor de enkele persoon als uniek en onvervangbaar, onaantastbaarheid van het leven - om slechts enkele te noemen die voor de gezondheidszorg van belang zijn - worden steeds meer ondermijnd en vervangen door waarden die met wetenschap en techniek zijn verbonden. Dit zijn bijvoorbeeld, maakbaarheid, beheersbaarheid, doelmatigheid, nuttigheid.

Wat wil dit zeggen? Wetenschap en techniek, ook in de gezondheidszorg, zijn niet ethisch neutraal, ze brengen een bepaalde ethiek mee. Ethische problemen komen niet pas naar voren bij bepaalde toepassingen van medische wetenschap en techniek. De geneeskunde en de gezondheidszorg zijn in hun geheel ethisch geladen. Die ethische lading werd in belangrijke mate bepaald door het christendom, maar wordt steeds meer bepaald door het wetenschappelijk-technische denken, met daaraan verbonden de zojuist genoemde waarden. De zgn. specifieke ethische problemen als abortus provocatus en euthanasie zijn een uiting van de botsing tussen twee wereldbeschouwingen met elk hun eigen ethiek. (Uiteraard zijn er allerlei varianten en mengvormen van die twee wereldbeschouwingen en ook wel andere wereldbeschouwingen in het geding, maar in hoofdzaak gaat het om het genoemde conflict).

5. Alternatief en regulier

In dit verband een enkele opmerking over de zgn. alternatieve geneeswijzen. Is de toegenomen belangstelling daarvoor er geen teken van dat velen weigeren zichzelf te zien en te laten behandelen als een ingewikkelde machine? Moet dat niet gezien worden als een poging het gesloten materialistische wereldbeeld en mensbeeld te doorbreken? De alternatieve genezers hebben in het algemeen meer aandacht voor psycho-somatische aspecten van ziekte, voor de geestelijke dimensie van het leven, voor de mens als geheel. (Dit is natuurlijk een generalisatie: veel (christen)artsen proberen ook psycho-sociale, morele en geestelijke achtergronden van ziekte in rekening te brengen). Op zichzelf is aandacht die de alternatieve geneeskunde daarvoor vraagt toe te juichen.

Helaas moeten we constateren dat behalve kwakzalverij er ook nogal wat occulte invloed bestaat in de wereld van de alternatieve geneeswijzen. Daarvan dienen we ons ten enen male te distantiÎren. Toch zou ik beslist niet alles wat alternatieve geneeswijze genoemd wordt willen afwijzen. Mijns inziens is niet alles noodzakelijk occult beÔnvloed. Bovendien moeten we niet vergeten dat ook het "geloof" in de reguliere geneeskunde met zijn Godloze wereld- en mensbeeld kan leiden tot grote geestelijke schade en dat in onze westerse cultuur ook heeft gedaan.

Niet alleen bij alternatieve genezers en geneeswijzen zullen we ons goed op de hoogte moeten stellen over wie en wat het nu eigenlijk gaat en hebben we de gave van onderscheiding der geesten nodig. Meer en meer geldt dit ook voor de reguliere geneeskunde. Daarbij is het zoeken naar een bijbels verstaan van gezondheid en ziekte en genezing van grote betekenis. Hierop wil ik in de laatste paragraaf nog ingaan.

6. Bespreking vanuit bijbels gezichtspunt.

In het begin van dit betoog is reeds gesteld dat ziekte en lijden samenhangen met het niet leven volgens de ordeningen van God. Sinds en wegens de zondeval leeft geen mens geheel volgens Gods bedoelingen. Er is dan ook in het leven van de mensheid en van iedere mens een fundamentele gebrokenheid en onvolkomenheid die nooit door de mens zelf zal kunnen worden opgeheven, maar alleen door God. Een leven en een samenleving zonder ziekte en lijden is dan ook een gevaarlijke utopie. Het streven daarnaar met alle menselijke macht en middelen buiten God om leidt tot een verabsolutering van die macht en die middelen en vervolgens tot afhankelijkheid daarvan. Een mens wordt afhankelijk en beÔnvloed door de afgoden die hij dient. Juist die overwaardering en afhankelijkheid van menselijke mogelijkheden in de vorm van de moderne wetenschap en techniek en van de levensstijl die zij ons beloven, dreigen meer en meer de menselijkheid in onze samenleving te verstikken.

God heeft in de Here Jezus Christus de menselijke schuld verzoend en de macht van het kwaad van ziekte en lijden in principe overwonnen. In het christelijke geloof en de christelijke barmhartigheid liggen dan ook kracht en inspiratie om ons daartegen te verzetten. Wel beseffend dat de volledige manifestatie van die overwinning pas komt bij de terugkeer van de Heer. Ondertussen is gezondheid niet slechts het maximale vermogen tot arbeid en genot, als doel in zichzelf. Een dergelijke definitie bergt het gevaar in zich van uitsluiting van diegenen die hier niet meer aan kunnen voldoen, zoals bv. gehandicapten. In het christelijke leven kan gezondheid het vermogen worden van de mens om verstoringen op welk vlak van het bestaan dan ook - het lichamelijke, psychische, sociale of geestelijke vlak - tegemoet te treden, af te weren of er zo mee te leven dat de mens daardoor niet verhinderd wordt om zijn eigen persoonlijke roeping te verstaan en daaraan te beantwoorden, in de mate dat de Here dat geeft in dit aardse bestaan met zijn fundamentele gebrokenheid.

Gezondheid kan dan worden tot heil, dat wil zeggen verlossing tot dienstbaarheid aan God en de naaste. Of, zoals het wel door de Joden is gezegd: gezondheid kan dan worden tot een vorm van heiligheid, dat wil zeggen een leven dat tot zijn bestemming komt door het opvolgen van Gods aanwijzingen ten leven. Daarin kunnen ziekte en handicap een plaats, zelfs een zin krijgen, omdat het volle leven het lichamelijke bestaan over‚stijgt. De zin van het leven gaat dan niet meer verloren door ziekte of handicap en de waarde van het leven hangt niet af van functie of capaciteiten. Daarmee worden ziekte en handicap niet goed op zichzelf. We behoren ze tegen te gaan, uit liefde tot de naaste en omdat ze niet behoren tot Gods oorspronkelijke bedoeling met de schepping. Daarbij kunnen mogelijkheden van geneeskunde (regulier en alternatief) en gezondheidszorg ingeschakeld worden, maar dan moeten ze wel geheiligd worden door het Woord Gods en door het gebed (1 Tim. 4:4,5). Dat houdt in de erkenning dat uiteindelijk de Here onze Geneesheer is, en het toetsen van iedere toe te passen geneeswijze aan de ordeningen en aanwijzingen van God. De techniek wordt dan op zijn minst begrensd en gestuurd door een ethiek die is verbonden met de ordeningen en het Woord van God. Niet wat kan is dan bepalend voor wat gebeurt, maar wat m·g, in overeenstemming met Gods Woord.

Deze levensregel is voor het dagelijkse leven van christenen het belangrijkst. De uitdaging aan christenen gaat echter verder. Namelijk het werken aan een geneeskunde die ook weer volop geneeskunst is; aan een techniek, die, zoals de oorspronkelijke betekenis van het Griekse grondwoord techno luidt, weer kunst wordt en die als alle ware kunst de betrekking sticht met de hemel. Kortom aan een geneeskunst en bijbehorende gezondheidszorg, waarin techniek en ethiek samenvallen!


Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Christelijke medische ethiek